CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Memorandum inkomensregelingen - maart 2022

Commissie Samenleving en Financiën 21 april 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Memorandum rekenkamercommissie lokale inkomensregelingen11.807 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkamercommissie Maasdriel

Memorandum Onderzoek lokale inkomensregelingen

1 maart 2022

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek lokale inkomensregelingen 1 maart 2022

Inhoud

I

Ter introductie

II

Doel en uitvoering

3

III

Normen en bevindingen

4

IV

Ter afsluiting – aanbevelingen

29

**

Bijlagen

1.

Bestuurlijke reactie

2.

Nawoord Rekenkamercommissie

blad

1

Memorandum

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 1 van totaal 29

I

Ter introductie

De Rekenkamercommissie van de gemeente Maasdriel bestaat ook in het jaar 2021 uitsluitend uit Frank Hordijk. Hij mag zich in dit verband directeur noemen en verricht zijn werkzaamheden vanuit het onderzoeks- en adviesbureau Hordijk & Hordijk B.V., dat is gevestigd in Culemborg. Onderzoeksplan 2021 In het onderzoeksplan voor 2021, dat is samengesteld na oriënterend overleg in de zogenoemde Klankbordgroep met leden uit de gemeenteraad, zijn voor 2021 drie onderwerpen opgenomen. De Rekenkamercommissie doet een groter onderzoek naar de opzet en werking van het subsidiebeleid van de gemeente Maasdriel, verricht een eveneens groter onderzoek naar de zogenoemde lokale inkomensregelingen en voert een kleiner onderzoek uit naar de (actuele) financiële positie van Maasdriel. Het voorliggende memorandum omvat de uitkomsten van het onderzoek naar de lokale inkomensregelingen. Hordijk en zijn collega Peter van Loon hebben, zoals ook is vermeld in het onderzoeksplan voor 2021, hetzelfde onderwerp recent ook onder de spreekwoordelijke loep genomen in de gemeenten Nieuwkoop en Houten. Mede hierdoor konden de diverse opgedane bevindingen letterlijk in breder perspectief worden geplaatst. Voor de goede orde: in het voorliggende memorandum zijn enkele passages opgenomen die ook in de memoranda staan die voor de raden van Nieuwkoop en/of Houten zijn opgesteld.

Onafhankelijk De Rekenkamercommissie opereert geheel onafhankelijk. De commissie hanteert een (uiteraard openbaar) reglement van orde met bijbehorend onderzoeksprotocol, waarin alle relevante kaders zijn opgenomen. Hordijk wordt rond diverse formele en praktische zaken ondersteund door de griffie. Aandachts- of verbeterpunten Memoranda van de Rekenkamercommissie – dus ook het voorliggende – zijn primair bedoeld voor de raad. Hordijk heeft bij zijn onderzoekswerk altijd de intentie om vanuit een kritisch-positieve insteek een zo feitelijk mogelijke analyse te maken, waaruit dan meestal enkele (kleinere of grotere) potentiële aandachts- of verbeterpunten voortkomen. De raad kan die punten vervolgens desgewenst vertalen in vragen, verzoeken en/of opdrachten aan het college.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 2 van totaal 29

Verloop De Rekenkamercommissie ervaart in Maasdriel altijd een heel prettige, actieve en betrokken ambtelijke medewerking. Dat was bij het onderzoeken van de lokale inkomensregelingen niet anders. Hordijk en Van Loon spreken hiervoor op deze plaats graag een ‘hartelijk dank’ uit. Die dank betreft ook de portefeuillehouder uit het college, mevrouw Anita Sørensen, met wie op verzoek van de commissie op 25 oktober 2021 een informele (tussentijdse) bestuurlijke afstemming heeft plaatsgevonden. Hordijk heeft een concept van dit memorandum op 12 december 2021 aangeboden voor ambtelijk wederhoor (gericht op het herstellen van mogelijke feitelijke onjuistheden). Na het verwerken van de daaruit gevolgde aantekeningen is op 5 januari 2022 gevraagd om een bestuurlijke reactie, dus van het college. De op dat verzoek ontvangen brief is als bijlage 1 bij dit memorandum opgenomen. Na die reactie is (als bijlage 2) een kort nawoord ingevoegd. Hordijk is uiteraard graag bereid zijn bevindingen en aanbevelingen in één of meerdere raadsbijeenkomsten inhoudelijk toe te lichten.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 3 van totaal 29

II

Doel en uitvoering

Doel van het onderzoek

De Rekenkamercommissie wilde met het onderzoek – zie het onderzoeksplan voor 2021 – de volgende centrale vragen beantwoord krijgen: Welke inkomensregelingen heeft de gemeente Maasdriel, hoeveel beroep wordt daarop gedaan, hoe bekend zijn die regelingen en hoe wordt het effect c.q. rendement ervan getoetst? De commissie wilde deze vragen uitwerken via deze onderzoeksvragen:    

Is er sprake van (relatief) recent vastgesteld of herbevestigd lokaal inkomensbeleid? Zo ja, hoe moet dat beleid inhoudelijk worden beoordeeld, ook in relatie tot het beleid in enkele referentiegemeenten? In welke regeling of regelingen is dat beleid geoperationaliseerd? Hoeveel beroep (absoluut en relatief, waar aan de orde gespecificeerd naar deel-doelgroepen) wordt er op die regeling of regelingen gedaan, en hoe moet dat volume worden beoordeeld in vergelijking met de situatie in die referentie-gemeenten? Op welke manier(en) wordt of worden de vigerende regeling(en) onder de aandacht van de doelgroep(en) gebracht? Wordt er (bijkomende) moeite gedaan voor het bereiken van laaggeletterden, statushouders (en/of anderen die het Nederlands niet of beperkt beheersen) en inwoners met geen of minder digitale vaardigheden? Hoe wordt het lokale inkomensbeleid, waarin de inkomensregeling(en) een belangrijk instrument vormen, periodiek ambtelijk en bestuurlijk geëvalueerd, en wat wordt over de uitkomsten van die periodieke evaluatie met de raad gedeeld?

Uitvoering en vervolg memorandum De Rekenkamercommissie heeft bij dit onderzoek vooral veel documentatie doorgenomen. Aanvullend zijn diverse ambtelijke contacten onderhouden. Dat gebeurde in het algemeen in de vorm van per mail gestelde vragen en ook per mail daarop verkregen antwoorden, vaak voorzien van bijkomende stukken. In paragraaf III (dus hierna) zijn de aandachtspunten van de Rekenkamercommissie steeds compact uitgewerkt. De commissie heeft in dit geval gekozen voor het stellen van een aantal normen, waarvan de meeste tijdens het uitvoeren van het onderzoek zijn gevormd, en waaraan de feitelijk aangetroffen situatie is gespiegeld. Paragraaf III eindigt met (een samenvatting van) de antwoorden die de onderzoekers kunnen geven op de hierboven opgenomen onderzoeksvragen.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 4 van totaal 29

De diverse geanalyseerde documentatie wordt minimaal eenmaal in dit memorandum genoemd. Dat gebeurt bewust zonder volgorde in termen van relevantie of datum van vaststellen. In paragraaf IV doet de Rekenkamercommissie de raad enkele aanbevelingen.

III

Normen en bevindingen

Norm 1 1.a 1.b 1.c

Er is recent vastgesteld beleid. Dat beleid is goed afgebakend. Dat beleid kent concrete doelstellingen.

Maasdriel voert, op de meeste punten samen met Zaltbommel, diverse lokale inkomensregelingen uit. Dat klinkt eenvoudig, maar bij (verdergaande) analyse blijkt de afbakening daarvan niet makkelijk te zijn – niet voor de gemeente als organisatie, niet voor een raadslid, maar ook niet voor iemand die (misschien) van een regeling gebruik wil maken. In 2017 is in opdracht van de gemeente Maasdriel een ‘Evaluatie armoedebeleid’ uitgevoerd door bureau KWIZ. Die evaluatie beoogde de doelgroep van het minimabeleid en het toenmalige bereik van de regelingen in beeld te brengen. Begin 2017 waren er in totaal 410 huishoudens (4,1 % van de huishoudpopulatie) met een inkomen tot 110 % van het zogenoemde wettelijk sociaal minimum (Wsm). Landelijk lag dat percentage op 12. In de evaluatie wordt gesproken over de bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, de collectieve zorgverzekering, de zogenoemde participatieregeling en Stichting Leergeld. Eind 2017 heeft de raad van Maasdriel het ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2018-2020’ vastgesteld. In dat document is verwoord dat waar eerder het minimabeleid was gericht op het beschermen van mensen in kwetsbare posities, vanaf dan de nadruk zal worden gelegd op de eigen verantwoordelijkheid en op zelfredzaamheid (in lijn met de eerder ingevoerde Participatiewet).

In de regeling worden de individuele inkomenstoeslag, de regeling maatschappelijke participatie, de bijzonder bijstand en de collectieve zorgverzekering voor minima (Czm) genoemd. In het jaarverslag 2018 ‘Centrumregeling Zorgproducten Bommelerwaard’ is te lezen dat 2018 het startjaar was van een uniform minimabeleid voor de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel samen. In het verslag (paragraaf 2.2) staat dat met de invoering van het nieuwe minimabeleid de vermogensgrens om in aanmerking te komen voor de regelingen per 1 januari 2018 is verhoogd van de bijstandsnorm naar de ‘vermogensgrens zoals is opgenomen in de Participatiewet (art. 34)’.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 5 van totaal 29

Daarnaast zijn de inkomensgrenzen verhoogd: voor de bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag van 100 naar 110 % en voor maatschappelijke participatie en de collectieve zorgverzekering van 110 naar 130 %, beide ‘van de toepasselijke bijstandsnorm’. Op 10 december 2020 heeft de raad van Maasdriel het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’ vastgesteld. In dit stuk wordt verwezen naar de ‘Evaluatie Minimabeleid 2018-2020’, die intern (dus niet door een derde) is uitgevoerd. In het beleidsdocument staat dat met de evaluatie werd beoogd in kaart te brengen ‘wat goed gaat en welke verbeterpunten er zijn met betrekking tot het minimabeleid’, als basis voor het doen van aanbevelingen. Men is in dat verband in gesprek gegaan met consulenten van de afdeling bijzondere bijstand, de cliëntenraad sociaal domein Bommelerwaard, Buurtzorg Jong Zaltbommel en met het gebiedsteam. Tevens is een vragenlijst gestuurd naar een aantal maatschappelijke partners in de Bommelerwaard. In de evaluatie wordt gesteld dat het toenmalige minimabeleid (2018-2020) goed aansloot bij de terzake levende wensen en behoeften in de Bommelerwaard. In 2020 is op grond hiervan besloten het bestaande minimabeleid te continueren (met een actualisatie van de desbetreffende verordeningen en aanvraagformulieren). 1.a Er is recent vastgesteld beleid.

In het document ‘Minimabeleid’ wordt verwezen naar vier ‘lokale minimaregelingen’: (a) bijzondere bijstand, (b) individuele inkomenstoeslag, (c) regeling maatschappelijke participatie en (d) collectieve zorgverzekering. Hoewel dat terzake de voornaamste lokale voorzieningen zijn, is dat rijtje niet volledig. In de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ (de Rekenkamercommissie beschikt over de versie van januari 2019) is een breder overzicht met voorzieningen opgenomen. In goed toegankelijke bewoordingen wordt ook verwezen naar landelijke regelingen in de sfeer van toeslagen (die in voorkomend geval via de Belastingdienst worden verstrekt: huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag), alsmede naar generieke voorzieningen als kinderbijslag, gratis gebruik van de openbare bibliotheek voor iedereen tot 18 jaar en de regionale kleding- en speelgoedbank Klesteo. In de brochure wordt tevens verwezen naar de regeling ‘individuele studietoeslag’ en naar de mogelijkheid om in voorkomend geval in aanmerking te komen voor kwijtschelding van lokale belastingen. In de visie van de Rekenkamercommissie zijn ook dat lokale inkomensregelingen, die echter niet zijn genoemd in het document ‘Minimabeleid’ uit 2020. 1.b Het beleid is niet eenduidig afgebakend (en is qua regelingen onvolledig gepresenteerd).

Het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’ omvat beschrijvingen en (deels) kwantificeringen van de doelgroepen die met de verschillende lokale inkomensregelingen zouden

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 6 van totaal 29

moeten worden bereikt. Daarnaast is aangegeven hoe, dus langs welke wegen dat zou moeten gebeuren.

De Rekenkamercommissie mist tegelijk eenduidige cijfermatige ambities (waar aan de orde met verwijzingen naar het recente verleden), van de categorie ‘in 2019 maakten x gezinnen gebruik van regeling a, dat willen we binnen twee jaar op y zien te krijgen’. Een financiële paragraaf ontbreekt volledig: uit het beleidsdocument blijkt niet hoeveel de uitvoering van de diverse regelingen de gemeente (naar verwachting) per jaar kost. Afwegingen waar het gaat om het wel of niet continueren, aanpassen of aanvullen van specifieke regelingen – het betreft overal keuzes die de gemeente Maasdriel nadrukkelijk zelf kan, en dus ook moet maken – worden aldus niet gemaakt vanuit een samenhangend zicht op kaders, wensen en geld.

1.c Het beleid kent geen concrete doelstellingen. ** Mede volgend uit de bovenstaande vaststellingen hecht de Rekenkamercommissie eraan een eenduidige definitie voor het begrip ‘lokale inkomensregeling’ te hanteren. In de memoranda voor Nieuwkoop en Houten omschrijft de commissie een lokale inkomensregeling als:

een voorziening, bedoeld voor inwoners met een beperkt inkomen en een dito vermogen, waartoe de gemeente zelf heeft besloten en in verband waarmee de gemeente ook zelf kaders inzake voorwaarden, mogelijkheden of bedragen, uitvoering en verantwoording heeft opgesteld.

Een lokale inkomensregeling onderscheidt zich aldus met name van het in de Participatiewet opgenomen recht, dat ‘de alleenstaande of het gezin’ heeft, op algemene bijstand. De Rekenkamercommissie ziet de bijzondere bijstand, zoals bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet, ook als lokaal: die kan worden toegekend als dat ‘naar het oordeel van het college’ nodig is (zie uitgebreid in het vervolg van dit memorandum). De Rekenkamercommissie adviseert het consequente gebruik van de bovenstaande definitie. Alleen als dat gebeurt kunnen aan de raad heldere, volledige voorstellen voor te voeren beleid worden

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 7 van totaal 29

voorgelegd (inclusief een volledig overzicht van de te verwachten financiële consequenties) en kunnen rapportages en evaluaties onverkort op daarop genomen besluiten aansluiten.

Norm 2 De desbetreffende verordeningen en beleidsregels zijn helder, consistent en eenduidig toepasbaar.

Hierboven is vastgesteld dat het beleid inzake (de) lokale inkomensregelingen niet goed is afgebakend. De Rekenkamercommissie behandelt – gegeven deze vaststelling – hieronder de negen regelingen c.q. overige voorzieningen waarvan inwoners van Maasdriel, die daarvoor in aanmerking komen, gebruik kunnen maken. Deze negen opties staan als zodanig staan in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’.

Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard Op 27 oktober 2020 heeft het college van Maasdriel – dus niet de raad – de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard’ vastgesteld. Het college heeft daartoe de bevoegdheid. De Rekenkamercommissie schrijft zelf niet altijd even ‘toegankelijk’, maar treft in dit document een aantal zinnen aan die serieuze studie vergen – en dan nog niet volledig te doorgronden zijn. Zo staat in de toelichting: ‘De verlening van bijzondere bijstand is geregeld in de Participatiewet. In artikel 35 is bepaald dat bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de noodzakelijke kosten van het bestaan die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen 1 en het inkomen 2 voor zover dit meer bedraagt dan de

1

Op grond van artikel 35 van de Participatiewet, waarnaar de Beleidsregels (dus) verwijzen, moeten de diverse elementen van het inkomen c.q. vermogen van een alleenstaande of gezin die buiten beschouwing blijven bij de beoordeling van een eventueel op algemene bijstand, wel worden betrokken bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand. Met andere woorden: het college moet bij een dergelijke aanvraag een compleet overzicht hebben van zowel het inkomen als het vermogen. De ‘liefhebber’ van lastige wetteksten, waarin bovendien veelvuldig wordt verwezen naar andere bepalingen, leest artikel 31, lid 2 en artikel 34, lid 2 en stelt met de Rekenkamercommissie vast dat het college zich in de

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 8 van totaal 29

bijstandsnorm. Niet de aard van de kosten is bepalend, maar de omstandigheden van de belanghebbende. De beoordeling van deze bijzondere individuele omstandigheden is aan het college. De landelijk geregelde bijstandsnorm zal in de regel toereikend zijn voor de noodzakelijke bestaanskosten.’ De Rekenkamercommissie denkt dat is bedoeld te bepalen dat het toekennen van bijzondere bijstand slechts in (zeer) uitzonderlijke gevallen nodig zou hoeven zijn. In de Beleidsregels zijn de navolgende toeslagen of ‘inkomensregelingen’ genoemd: ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐

woonkostentoeslag (artikel 13) individuele inkomenstoeslag (artikel 14) inrichtingskrediet (artikel 18) reiskosten (bijzondere bijstand, artikel 20) uitvaartkosten (bijzondere bijstand, artikel 21) kosten bewindvoering c.a. (bijzondere bijstand, artikel 22) kosten rechtsbijstand (bijzondere bijstand, artikel 23) collectieve zorgverzekering minima (artikel 24).

2 (eerste aantekening) De ‘Beleidsregels bijzondere bijstand’ zijn niet consistent. Immers, die regels zijn – zie hierboven – een mengelmoes van 

‘bijstand voor noodzakelijke kosten van het bestaan die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm’ (waartoe het document logischerwijs beperkt had moeten blijven), en

andere lokale inkomensregelingen.

De Rekenkamercommissie ziet – zonder volledig te willen zijn – in de Beleidsregels de volgende opvallende punten.

praktijk niet tot nauwelijks het beeld zal kunnen vormen dat op basis van het aangehaalde artikel 35 mede ten grondslag moet liggen aan de toewijzing of (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot bijzondere bijstand. 2

Zie bij voetnoot 1.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 9 van totaal 29

In hoofdstuk 1 is onder meer informatie te vinden over de aanvraag, wanneer die moet worden ingediend en van welke bewijsstukken die moet zijn voorzien. Over de beoordeling van een aanvraag staat weinig vermeld. Artikel 5 bepaalt dat ‘Het college beoordeelt de aanvraag voor bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de wet (…)’, waarmee de Participatiewet zal worden bedoeld. In dat artikel van de Participatiewet staat: ‘(…) alleenstaande of het gezin heeft recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm’. Artikel 5 van de Beleidsregels omvat hiermee een cirkelredenering, die het college (lees: de behandelend ambtenaar) enerzijds ruimte geeft om een aanvraag in voorkomend geval te honoreren, maar anderzijds kwetsbaar maakt als het een aanvraag deels of volledig zou willen afwijzen. In artikel 10.3 is aangegeven hoe iemands inkomen wordt vastgesteld.

Lid 3 luidt: ‘Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke inkomen van de belanghebbende(n) gedurende de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Van deze periode van drie maanden wordt een gemiddeld inkomen per maand berekend. Tenzij dit geen juist inzicht geeft.’ De Rekenkamercommissie vraagt zich af wat er moet gebeuren als ‘dit geen juist inzicht geeft.’ En moet voor het (gemiddelde) inkomen – dat op basis van artikel 10.3 bij opvolgende aanvragen steeds opnieuw zal moeten worden vastgesteld – worden uitgegaan van het bruto of het netto inkomen, met of zonder eventueel vakantiegeld, et cetera? 3 We lezen nog even door en zien in lid 4 van artikel 10.3 een passage die tekstueel (al) hoofdbrekens kost en in de praktijk niet eenvoudig zal kunnen worden toegepast: ‘Bij het in aanmerking te nemen inkomen (volgens artikel 32 en 33 van de wet) exclusief vakantiegeld geldt een vrijlating van 10 % bovenop de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld.

Van het inkomen dat hoger is dan 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt in beginsel 100 % als draagkracht in aanmerking genomen bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand.’ Op basis van artikel 5 en de desbetreffende tekst in de Participatiewet moet het college, om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor bijzondere bijstand, ook naar het aanwezige vermogen kijken.

3

De Rekenkamercommissie heeft in de fase van ambtelijk wederhoor begrepen dat, met verwijzing naar artikel 31, lid 3 van de Participatiewet, wordt uitgegaan van het netto inkomen. Los van de vraag hoe logisch dat is (waarop Maasdriel, of welke andere gemeente ook, uiteraard geen directe invloed heeft): tegelijk zullen dan nog wel de mogelijke ‘middelen’ in beeld moeten zijn die worden bedoeld onder de letters a tot en met r (!) van lid 2 van hetzelfde artikel 31. Met permissie: de Rekenkamercommissie acht dat niet reëel.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 10 van totaal 29

Immers, inkomen en vermogen bepalen samen iemands draagkracht. De tekst van de Beleidsregels en de toelichting maken duidelijk dat ‘(…) voor de bepaling van aanspraak op bijzondere bijstand en regelingen in het kader van minimabeleid wordt uitgegaan van hetzelfde vermogen zoals dat wordt vastgesteld voor de algemene bijstand.’ Als de Rekenkamercommissie dit goed leest en begrijpt, dan zou dus ook bij de afweging of iemand in aanmerking komt voor één of meer van de (andere) lokale inkomensregelingen – die in de mengelmoes-Beleidsregels zijn genoemd – het vermogen moeten worden vastgesteld. 2 (tweede aantekening)  

De ‘Beleidsregels bijzondere bijstand’ zijn niet eenduidig toepasbaar. De te hanteren inkomensgrenzen zijn verschillend. Het is ondoenlijk om de gestelde kaders, voor zover die (al) voor enkelvoudige interpretatie vatbaar zijn, consistent toe te passen. De (overal) te hanteren vermogensgrens zal in de praktijk veelal buiten beschouwing blijven.

Als het de lezer van dit memorandum net zo duizelt als het de Rekenkamercommissie doet, dan kunnen we nu al (gezamenlijk) vaststellen dat uitgangspunten als de hierboven aangehaalde in de praktijk niet toepasbaar zijn. Die vaststelling kan in de visie van de commissie tot geen andere conclusies leiden dan dat de Maasdrielse regelgeving sterk moet worden verhelderd en vereenvoudigd. Kan dat zomaar? Ja, denkt de Rekenkamercommissie, of sterker nog: ja, dat zal moeten. Het is immers het oordeel van het college dat op basis van de Participatiewet bepalend is. Het college, de ambtelijk betrokkenen en niet in het minst de inwoners van Maasdriel, die een beroep op een regeling ‘achter’ de Beleidsregels willen doen, hebben recht op een goed ontworpen en geijkt instrument dat in zoveel mogelijk omstandigheden een eenduidig, feitelijk onderbouwd ‘oordeel’ zal moeten tonen. In artikel 13.3 wordt verwezen naar artikel 12.1.b. Dit moet 13.1.b zijn.

Artikel 19, lid 2 bepaalt dat ‘(…) er vanuit de bijzondere bijstand geen aanvullende vergoeding wordt verstrekt op de vergoeding die een belanghebbende vanuit de zorgverzekeraar ontvangt als de belanghebbende wel (collectief) verzekerd is.’ Staat hier nu dat er nooit een dergelijke aanvullende vergoeding wordt verleend, ervan uitgaande dat iedere meerderjarige Maasdriel inwoner op grond van de wet een ziektekostenverzekering heeft? Of staat er dat dat wel zou kunnen, maar dan in omstandigheden dat iemand toch niet is verzekerd? De Rekenkamercommissie vindt het antwoordventiel in de toelichting op artikel 19: ‘in zeer schrijnende situaties behoort het verstrekken van bijzondere bijstand voor medische kosten tot de mogelijkheden.’ Waarvan akte!

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 11 van totaal 29

Individuele studietoeslag De mogelijkheid van het aanvragen van een individuele studietoeslag is in Maasdriel wel genoemd in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’, niet in de Beleidsregels 2021 en ook niet in het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’. Maasdriel heeft er – kennelijk – voor gekozen de uitvoering te beleggen bij Werkzaak Rivierenland. Op de website van Werkzaak is het volgende te vinden: ‘De individuele studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor studenten en leerlingen, die door een medische beperking naast de studie niet structureel kunnen bijverdienen. (…) Wanneer komt u in aanmerking? (…) U ontvangt studiefinanciering of een tegemoetkoming voor schoolkosten. Of u komt hiervoor in aanmerking. U ontvang géén Wajong-uitkering van het UWV. U bezit niet meer vermogen dan u voor de bijstand mag hebben. U bent wel in staat om te werken, maar het lukt u niet om het wettelijk minimum loon te verdienen als u fulltime zou werken en geen studie volgt.’ De Rekenkamercommissie denkt het meeste van het bovenstaande te begrijpen, maar haakt af bij de laatste volzin hierboven.

Wat staat daar? Sinds wanneer kan iemand die fulltime werkt minder dan het wettelijk minimumloon (één woord, vindt de commissie) krijgen? 4 Bij Werkzaak lezen we ook: ‘Wilt u een aanvraag doen? Stuur de onderstaande bewijsstukken mee (van u en uw partner) indien van toepassing:     

kopie van uw geldige legitimatiebewijs; bankafschriften van de laatste drie maanden van alle (spaar)rekeningen; polissen van levensverzekeringen; kentekenbewijs van uw auto of motor (ook van geschorste kentekens); alle gegevens met betrekking tot uw eigen woning (eigendomsbewijs, akte hypotheek, laatste hypotheekoverzicht, levensverzekeringen, spaarpolissen, taxatierapport van de woning, overzicht WOZ); bewijs van schulden en bewijs van afbetaling aan schulden.’

Heeft de gemeente Maasdriel enig idee wat Werkzaak met al deze informatie doet, en los van een inhoudelijke beoordeling: stelt Maasdriel periodiek vast of dat met maximale zorgvuldigheid gebeurt?

4

De tekst op de website van Werkzaak lijkt inmiddels (januari 2022) te zijn aangepast.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 12 van totaal 29

De toeslag is in 2018 en 2019 tweemaal verstrekt en in 2020 eenmaal. Een toekenning berust op de ‘Verordening Individuele studietoeslag Participatiewet 2015’ van (voorheen) de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard. De Rekenkamercommissie heeft begrepen dat die verordening op afzienbare termijn zal vervallen c.q. zal worden vervangen.

Kwijtschelding lokale belastingen De mogelijkheid om (specifieke) lokale belastingen kwijtgescholden te krijgen staat wel in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’, maar weer niet in het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’. Het staat een gemeente vrij om terzake wel of geen regeling te treffen. De Rekenkamercommissie heeft deze (mogelijke) lokale inkomensregeling nader uitgediept – met het navolgende resultaat. Als landelijke uitgangspunten gelden het volgende (te vinden op www.rijksoverheid.nl): ‘Als u de gemeentelijke belasting niet kunt betalen, kunt u uw gemeente vragen om kwijtschelding. De gemeente bepaalt van welke belastingen kwijtschelding mogelijk is. Of u daadwerkelijk voor kwijtschelding in aanmerking komt, beoordeelt de gemeente. Hiervoor kijkt de gemeente naar uw vermogen en inkomen en de uitgaven die u moet doen. Om te bepalen of u voor kwijtschelding in aanmerking komt, kijkt de gemeente eerst naar uw vermogen. Het vermogen dat u mag behouden zonder belasting te betalen, is overigens wel lager dan om voor bijstand in aanmerking te komen. De kwijtscheldingsregeling is op dat punt strenger. Is het vermogen niet voldoende om de belasting te betalen? Dan rekent de gemeente uit welk bedrag u per jaar kunt missen (betalingscapaciteit).

80 % hiervan moet u gebruiken om de belasting te betalen.’ In Maasdriel vigeert, naar het inzicht van de Rekenkamercommissie, geen verordening of ander formeel kader waarin het bovenstaande is uitgewerkt. In de brochure brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ van Maasdriel staat: ‘Kunt u de gemeentelijke- of waterschapsbelasting niet betalen? Vraag dan een kwijtschelding aan. Kwijtschelding betekent dat u minder of geen belasting hoeft te betalen. Ook zzp‘ers kunnen een kwijtschelding aanvragen.’ Verder is er een verwijzing opgenomen naar de uitvoerende instantie, de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Op de site van de BSR is te lezen: ‘Indien u uw aanslag gemeente- en/of waterschapsbelasting niet kunt betalen, dan heeft u de mogelijkheid om hier kwijtschelding voor aan te vragen. Of u in aanmerking komt voor kwijtschelding, hangt af van uw persoonlijke en financiële omstandigheden (zoals inkomen, vermogen en woonlasten). U dient er tevens rekening mee te houden dat niet voor alle belastingsoorten kwijtschelding verleend kan worden.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 13 van totaal 29

Heeft u:    

een minimum inkomen geen vermogen (geen tegoeden op lopende rekening en spaarrekeningen) geen eigen woning, tenzij de hypotheek hoger is dan de WOZ-waarde geen voertuig dat meer waard is dan € 2269,-.

Let op: voeg bij uw aanvraag kwijtschelding bankafschriften toe. Zonder bankafschriften behandelen wij uw aanvraag niet. Stuur ons bankafschriften van alle bankrekeningen. Wij vragen bankschriften over 1 maand. Het gaat om de hele maand voor uw kwijtscheldingsaanvraag. Bijvoorbeeld: u vraagt kwijtschelding aan op 3 maart. Dan stuurt u bankafschriften over de periode 1 februari tot en met 28 februari.’ De BSR geeft per gemeente aan welke belastingsoorten eventueel kunnen worden kwijtgescholden. Per gemeente is dit verschillend. Voor Maasdriel geldt (situatie 2021):

Onroerende-zaakbelasting eigenaren

woning

Bedrag aanslag

Onroerende-zaakbelasting gebruikers

niet-woning

Geen kwijtschelding

Rioolheffing

Eigendom (in)direct aangesloten op riool

€ 172,03

Eigendom perceel

€ 65,86

Gebruik water > 400m3

Bedrag aanslag

1e hond

€ 37,64

Vanaf 2e hond

Geen kwijtschelding

Basistarief

€ 270,00

Hondenbelasting

Afvalstoffenheffing

met de vermelding 5: ‘voor de toeslag van zwerfafval wordt geen vrijstelling verleend’ Aanbiedingen/ ledigingen Waterschapsbelastingen

5

Een cryptische toevoeging, vindt de Rekenkamercommissie.

Zie overzicht AVRI Zie overzicht WSRL

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 14 van totaal 29

De gemeente Zaltbommel kent een veel soberder regeling: daar kan uitsluitend kwijtschelding worden verkregen voor de afvalstoffenheffing en de waterschapsbelastingen. Ook in het kader van deze regeling moet veel persoonlijke informatie worden aangeleverd. En wat is ‘een minimum inkomen’? Wie stelt de waarde van een eventuele auto vast? De Rekenkamercommissie is kritisch – en is dat uit zorg over een zorgvuldige toepassing. Over zorgvuldigheid gesproken: in de programmabegroting 2021-2024 van Maasdriel staat op pagina 81: ‘Kwijtscheldingsbeleid. De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. In Maasdriel is het al jaren gebruikelijk dat slechts kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de hondenbelasting. Dit geldt uitsluitend voor particuliere belastingplichtigen en alleen voor de eerste hond.’

De Rekenkamercommissie stelt vast dat dat niet aansluit bij wat (1) de BSR communiceert en wat (2) in de gemeentelijke brochure staat. Overigens zou, op basis van ambtelijke informatie die de Rekenkamercommissie heeft opgevraagd, in de voorbije jaren in Maasdriel in totaal slechts enkele duizenden Euro’s zijn kwijtgescholden. Dat is als zodanig ook bijzonder: de Rekenkamercommissie stelde recent vast dat de gemeente Houten ruwweg € 175.000 per jaar kwijtscheldt, waar dat in Nieuwkoop (met een vergelijkbaar inwonertal als Maasdriel) jaarlijks circa € 115.000 is.

De ambtelijk gecommuniceerde stelling dat ‘de kwijtschelding afvalstoffenheffing via de Avri loopt en dus geen lokale inkomensregeling van de gemeente Maasdriel is’, acht de commissie onjuist. In de Verordening afvalstoffenheffing, die vindbaar is op de site van de Avri, staat: ‘Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor kwijtschelding in aanmerking. Voor de tarieven zoals vastgelegd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, kan kwijtschelding worden aangevraagd voor maximaal een bedrag van € 30,40 per belastingjaar.’ Er is geen informatie te vinden wie voor kwijtschelding in aanmerking komt. Op de website van de Avri wordt (weer) verwezen naar de BSR.

Verordening individuele inkomenstoeslag De raad van Maasdriel heeft eind 2017 de ‘Verordening individuele inkomenstoeslag Maasdriel 2018’ vastgesteld. Het betreft een document van beperkte omvang, waarin geregeld wordt gerefereerd aan de Participatiewet. Personen met een ‘langdurig laag inkomen’ – gedefinieerd als minimaal 36 maanden achtereen een inkomen tot 110 % van de bijstandsnorm – komen voor een individuele toeslag in aanmerking.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 15 van totaal 29

De Maasdrielse regelgeving inzake het (kunnen) verkrijgen van een individuele inkomenstoeslag is als zodanig helder. Op de gemeentelijke website is vindbaar tot welke inkomensgrens iemand in aanmerking komt. Er wordt in algemene zin verwezen naar de vermogensgrens ‘die geldt voor het kunnen aanvragen van een bijstandsuitkering’. Als een aanvrager geen (algemene) bijstand krijgt, dan moet (ook) bij een aanvraag voor individuele inkomenstoeslag een veelheid aan persoonsgevoelige informatie worden ‘opgestuurd’:      

Kopie legitimatiebewijs van uzelf (en uw partner) Inkomensgegevens van u (en uw partner) van de afgelopen 36 maanden Laatste saldo van alle bank- en spaarrekeningnummers van uzelf (en uw partner/minderjarige kinderen) Polissen van huidige afkoopwaarde levensverzekeringen Kentekenbewijs van uw auto Beschikking Belastingdienst voor het ontvangen van de heffingskorting minst verdiende partnertoeslag.

De Rekenkamercommissie probeert zich, los van de aandacht die de commissie ook hier wil vragen voor een maximaal zorgvuldige (ambtelijke) omgang met informatie als de bovenstaande, een beeld te vormen van het gesprek dat zich op een regenachtige zondagmiddag ontvouwt aan de keukentafel van twee samenwonende mensen die in aanmerking willen komen voor deze toeslag. ‘Lieverd, zoek jij even de polissen van huidige afkoopwaarde levensverzekeringen op? Dan regel ik een print van de beschikking Belastingdienst voor het ontvangen van de heffingskorting minst verdiende partnertoeslag’. ‘Wat zeg je nu? Je bedoelt natuurlijk die brief waarin de huidige afkoopwaarde staat vermeld van die levensverzekering die we 23 jaar geleden hebben afgesloten. Toevallig zeg, daar heb ik net vorige week met de verzekeringsmaatschappij over gebeld. En begrijp ik het goed als ik denk dat jij zoekt naar een brief waarin de Belastingdienst meldt dat de algemene heffingskorting dit jaar aan jou wordt uitbetaald, omdat jij van ons tweeën het minst verdient? Vroeger werd dat wel de aanrechtsubsidie genoemd, weet je nog? Wel opletten hoor, want dat ‘heffingskorting minst verdiende partnertoeslag’ van jou is woord voor woord kreupel.’ Waarmee de Rekenkamercommissie maar wil zeggen: houd het werkbaar of stop ermee.

Ook een regeling inzake een individuele inkomenstoeslag is een lokale keuze – doorzetten, aanpassen, uitbreiden, minder-meer-andere voorwaarden: de gemeente bepaalt (en betaalt).

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 16 van totaal 29

Verordening maatschappelijke participatie Maasdriel 2021 Op 10 december 2020 heeft de raad de ‘Verordening maatschappelijke participatie Maasdriel 2021’ vastgesteld. In de regeling is opgenomen dat vier gedefinieerde doelgroepen (alleenstaanden of ‘gehuwden’ met of zonder kinderen) een aanvraag kunnen indienen voor een financiële bijdrage ‘in de kosten van maatschappelijke activiteiten die in Nederland plaatsvinden’ (artikel 4). Er is een limitatieve lijst van activiteiten die hiervoor in aanmerking komen, waaronder ‘seizoensabonnementen, meerbadenkaarten en maandkaarten van de zwembaden in de Bommelerwaard. Losse kaartjes zijn uitgesloten’, lidmaatschap bibliotheek, kindervakantieweek, ‘huiswerkbegeleiding, oefenprogramma’s, rekenmachine en het leasen van een laptop’ (in het kader van de ‘educatie van minderjarige kinderen’), deelname aan ouderenactiviteiten en de museumjaarkaart. De vergoedingen zijn als zodanig gemaximeerd (artikel 7). In de Verordening valt het gebruik van de term ‘gehuwden’ op, waar in algemene zin ‘samenwonenden’ zal zijn bedoeld (overigens speelt hetzelfde in de Verordening individuele inkomenstoeslag).

Als een aanvrager geen uitkering op basis van de Participatiewet krijgt, dan verplicht deze regeling (in casu een verordening) het aanleveren van dezelfde veelheid aan persoonlijke (financiële en overige) informatie als bij de Regeling individuele inkomenstoeslag. Los van de omgang daarmee: de Rekenkamercommissie vraagt zich in gemoede af of bij de behandeling van een aanvraag werkelijk, grondig en met altijd dezelfde ‘meetlat’ naar de aangeleverde informatie wordt gekeken. Zou ieder dossier met alle verlangde items zijn gevuld, en zou iedere toe- of afwijzing van een aanvraag met succes door een met terugwerkende kracht aangebracht, volledig uitgevoerd rechtmatigheidsfilter stromen?

Overigens mag de regeling een succes worden genoemd. Waar het gebruik van de regeling in 2015 nog 48 personen betrof, leest de Rekenkamercommissie in verslagen dat in 2017 en 2018 respectievelijk 67 en 109 inwoners een toekenning hebben gekregen. De verruiming van de inkomensgrens van 110 % naar 130 % van de bijstandsnorm – de Rekenkamercommissie durft niet meer over vermogen en/of over draagkracht te beginnen, hoewel die op basis van de vigerende Beleidsregels stellig in het oordeel van het college (!) zouden moeten worden betrokken – heeft zonder twijfel bijgedragen aan deze ontwikkeling.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 17 van totaal 29

Collectieve zorgverzekering Maasdriel biedt voor inwoners met een maandinkomen tot 130 % van de ‘bijstandsnorm’ de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering van VGZ. In de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard’ wordt hier aandacht aan gegeven. De regeling staat ook aangegeven in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’. Overigens geldt ook hier dat de gemeente mede het vermogen c.q. de draagkracht van een aanvragende inwoner zou moeten toetsen (en als niet te hoog zou moeten vaststellen) voordat die aanvrager wel of niet tot het gebruik van de regeling wordt toegelaten. De Rekenkamercommissie ziet heldere informatie op de site waarnaar een aanvrager door de gemeente wordt verwezen (‘gezondverzekerd’). In de ‘Overeenkomst van collectieve zorgverzekering voor minima’ (afgekort CZM) tussen VGZ Zorgverzekeraar N.V. en de ISD Bommelerwaard-gemeente Maasdriel staan geen opvallende zaken. Wel betreft de looptijd het jaar 2019, met de mogelijkheid tot stilzwijgend verlengen voor de duur van tweemaal één jaar, wat zou betekenen dat voor 2022 een nieuwe overeenkomst moet zijn of worden afgesloten. Zoals ook in andere gemeenten is het (commerciële) bureau BS&F als zogenoemde intermediair actief.

Het gemeentelijke dossier omvat een verwerkersovereenkomst, die logischerwijs ziet op de voorwaarden rond het verwerken van de diverse persoonsgegevens die moeten worden aangeleverd via de door BS&F beheerde site (www.gezondverzekerd.nl). In bijlage 2 bij de verwerkersovereenkomst wordt aandacht besteed aan het online aanvraagproces. Hier wordt verwezen naar ‘het uitwisselen van lijsten ten behoeve van een realtime bestandscheck op de website, waardoor meteen beoordeeld kan worden of de aanvrager tot de bij de gemeente bekende minima behoort’ en ‘het kan voorkomen dat op incidentele basis over een bepaalde aanvraag gemaild of gebeld wordt. Hierbij kunnen noodzakelijkerwijs persoonsgegevens uitgewisseld worden.’ Bij ambtelijke navraag naar de praktische werking van deze bepaling vernam de Rekenkamercommissie dat Maasdriel ervoor heeft gekozen ‘om niet vooraf te controleren maar achteraf. Dit betekent dat wij een keer per jaar in het najaar controleren of mensen (nog) voldoen aan de voorwaarden van deelname aan de CZM. Als zij dat niet doen (bijvoorbeeld omdat zij zijn verhuisd naar een andere gemeente) dan sturen wij hen een brief waarin we dat aangeven. Daarbij geven we aan dat mensen nog wel verzekerd kunnen blijven bij VGZ maar niet via de CZM.

Of dat zij aan het einde van het jaar de mogelijkheid hebben om te kiezen voor een andere verzekeraar.’ Er wordt in toenemende mate gebruik van de regeling gemaakt. De kosten voor de gemeente Maasdriel zijn van circa € 64.000 in 2018 gestegen naar ruwweg € 125.000 in 2020. Over het gebruik wordt gerapporteerd in de jaarverslagen Centrumregeling.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 18 van totaal 29

Stichting Leergeld De gemeente Maasdriel heeft ‘slechts’ een subsidierelatie met Stichting Leergeld. De Stichting wordt genoemd in het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’ (pagina 18) als één van de externe partijen waarnaar de gemeente bij een hulpvraag rond een kind kan verwijzen. Op basis van de tekst in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ en hetgeen bekend is van en via Leergeld zelf ziet de Rekenkamercommissie enige overlap met de Regeling maatschappelijke participatie van de gemeente. Net als de gemeente neemt Leergeld aanvragen in behandeling als er sprake is van ‘kinderen met ouders die tot 130 % van de bijstandsnorm verdienen’. De Stichting hoeft, gezien het relatief geringe bedrag aan jaarlijkse gemeentelijke subsidie (€ 5.000), geen verslagen of andere verantwoordingsinformatie bij de gemeente aan te leveren. Leergeld vermeldt op de eigen site dat in 2019 voor ruim € 11.000 aan bijdragen voor kinderen in Maasdriel is uitgegeven. De Stichting wordt mede gefinancierd door donateurs, waaronder een lokale kringloopwinkel (in Zaltbommel).

Woonkostentoeslag De woonkostentoeslag wordt genoemd in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ en uitgelegd in de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard’. De toeslag is niet vermeld in het recent vastgestelde minimabeleid, maar valt (kennelijk) onder de noemer bijzondere bijstand – met alle in de Beleidsregels daaraan verbonden voorwaarden. De Rekenkamercommissie stelt vast dat de woonkostentoeslag een toeslag is voor inwoners die een huurhuis bewonen en (nog) geen aanspraak kunnen maken op een door de Belastingdienst uit te keren huurtoeslag vanwege redenen buiten hun schuld, terwijl die toeslag zonder die ‘redenen’ wel zou worden uitgekeerd. De lokaal, dus door de gemeente Maasdriel gefinancierde woonkostentoeslag is dan even hoog als de huurtoeslag waarop recht zou bestaan. Deze woonkostentoeslag zou ook gelden voor mensen met een eigen woning ‘waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de wet op de huurtoeslag geen belemmering zou vormen voor het toekennen van een huurtoeslag’. Het lukt de Rekenkamercommissie niet om deze zin eenduidig te interpreteren. In de genoemde brochure staat kort vermeld: ‘Is uw inkomen gedaald en kunt u hierdoor uw huur of hypotheek niet betalen? Dan kunt u mogelijk woonkostentoeslag aanvragen.’ Volgens ambtelijke informatie wordt de toeslag slechts (zeer) incidenteel toegekend.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 19 van totaal 29

Inrichtingskrediet Het inrichtingskrediet wordt genoemd en uitgelegd in de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard’. De desbetreffende regeling is niet vermeld in het recent vastgestelde minimabeleid. Ook deze regeling valt (kennelijk) onder de noemer bijzondere bijstand – met dus ook alle in de Beleidsregels daaraan verbonden voorwaarden. Artikel 18 van de Beleidsregels maakt duidelijk dat alleen inwoners in bijzondere omstandigheden gebruik van de regeling kunnen maken, in casu bij medische of sociale noodzaak voor het maken van specifieke inrichtingskosten. In de praktijk gaat het veelal om belanghebbenden in het kader van de zogenoemde taakstelling huisvesting verblijfsgerechtigden van de landelijke overheid. Een inrichtingskrediet wordt verstrekt in de vorm van een lening. In het ‘Jaarverslag Centrumregeling Zorgproducten Bommelerwaard 2018’ staat vermeld dat Maasdriel in 2018 98 inwoners met een inrichtingskrediet kende en dat het ‘openstaande saldo’ ultimo dat jaar € 251.000 beliep. In het separate document ‘Beleidsregels terugvordering Participatiewet 2019 Bommelerwaard’ is aangegeven dat gedurende vijf jaar op een verstrekt krediet moet worden terugbetaald alvorens een (eventueel) restant wordt kwijtgescholden.

Het in de Beleidsregels vermelde aflossingspercentage van 7 (per jaar, toegepast op de ‘bijstandsnorm’) is met ingang van 2021 landelijk (wettelijk) verlaagd naar 5.

2 (derde, grotendeels herhaalde aantekening)  

De bij de diverse regelingen te hanteren inkomensgrenzen zijn (deels) verschillend. Het is ondoenlijk om de gestelde kaders, voor zover die (al) voor enkelvoudige interpretatie vatbaar zijn, consistent toe te passen. De (overal) te hanteren vermogensgrens zal veelal buiten beschouwing blijven. De regeling ‘kwijtschelding lokale belastingen’ is ambtelijk onvoldoende bekend en wordt mede daardoor onbeheerst uitgevoerd.

Intermezzo Bijstandsnorm, vermogen, draagkracht en toeslagen De Rekenkamercommissie wil regelgeving graag volledig begrijpen. Nooit als doel op zich: in dit onderzoek logischerwijs om te kunnen vaststellen of de bepalingen in en rond de diverse lokale inkomensregelingen herleidbaar en duidelijk zijn. Hieronder zijn onze samengevatte bevindingen rond de bovenstaande begrippen verwoord.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 20 van totaal 29

** In de Participatiewet en in documentatie rond veel van de door de Rekenkamercommissie doorgenomen regelingen valt het begrip ‘bijstandsnorm’. Los van verschillen op grond van leeftijd en/of gezinssituatie: de algemene bijstandsnorm (voor een gezin) is het bedrag dat gelijk staat aan het netto minimumloon (voor een volwassene). Het netto minimumloon wordt afgeleid van het wettelijke (bruto) minimumloon, waarop een wettelijke geregelde genormeerde ‘inhouding’ wordt berekend om op een eenduidig netto bedrag te komen. Op basis van de Participatiewet (artikel 19) wordt het inkomen via algemene bijstand tot de van toepassing zijnde bijstandsnorm aangevuld. Bij het beoordelen van een eventueel recht op algemene bijstand wordt naast het inkomen ook het vermogen getoetst (artikel 34 van de Participatiewet). In Maasdriel moet dat ook worden gedaan als iemand een beroep zou doen op een voorziening c.q. regeling die in de in dit memorandum aangehaalde Beleidsregels staan vermeld. Als in of rond een lokale regeling wordt gesproken over (bijvoorbeeld) ‘maximaal 130 % van de bijstandsnorm’, dan moet dus: (1) (2) (3)

worden vastgesteld welke bijstandsnorm in de desbetreffende (gezins-) situatie van toepassing is worden bepaald hoeveel Euro 130 % daarvan is en worden getoetst of het (mogelijk gezamenlijke) netto-inkomen onder of boven dat bedrag ligt.

In de praktijk zal met name punt 3 hierboven veelal moeilijk eenduidig kunnen worden gedaan, al is het maar omdat niet bij iedereen het traject tussen bruto en netto inkomen hetzelfde verloop kent (met andere woorden: omdat twee personen met hetzelfde bruto inkomen fors uiteenlopende netto inkomens kunnen hebben). Een ‘detail’ is nog dat de bijstandsnorm volgens de Participatiewet wordt afgeleid van het minimumloon inclusief vakantietoeslag, terwijl in diverse regelingen een netto-inkomensgrens speelt van een percentage van de bijstandsnorm, maar waarbij het vakantiegeld buiten beschouwing blijft. Dat speelt ook in Maasdriel: zie artikel 10, lid 2 van de Beleidsregels. Dan speelt nog het begrip draagkracht – dat uiteindelijk, als combinatie van inkomen en vermogen, moet bepalen of iemand in aanmerking kan komen voor bijzondere bijstand (en in Maasdriel: en/of voor de ‘andere’ lokale inkomensregelingen). De Rekenkamercommissie haalt nogmaals lid 4 van artikel 10.3 van de Maasdrielse beleidsregels aan: ‘Bij het in aanmerking te nemen inkomen (volgens artikel 32 en 33 van de wet) exclusief vakantiegeld geldt een vrijlating van 10 % bovenop de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld.

Van het inkomen dat hoger is dan 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt in beginsel 100 % als draagkracht in aanmerking genomen bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand.’ Iemands draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van een jaar, maar kan in Maasdriel ook ‘(…) voor een kortere of

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 21 van totaal 29

langere periode worden vastgesteld als de periode waarop de kosten betrekking hebben daartoe aanleiding geeft.’ De Rekenkamercommissie heeft van afstand professioneel medelijden met de ambtelijk medewerker die zich door dit moeras moet ploeteren om, in een individuele casus, tot een advies aan het college te komen – dat vanzelfsprekend moet aansluiten bij de persoonlijke situatie van de betrokken inwoner maar tegelijk onverkort rechtmatig moet zijn. In specifieke omstandigheden kan overigens ook de Toeslagenwet van toepassing zijn. Die wet wordt uitgevoerd door het UWV en regelt het aanvullen van iemands zogenoemde loondervingsuitkering (dat is, in de woorden van de Rekenkamercommissie, een uitkering die in beginsel volgt uit een werknemersverzekering, bijvoorbeeld op grond van de Werkloosheidswet of de Ziektewet) tot wat wordt genoemd het ‘sociaal minimum’. Ook dat minimum is afhankelijk van leeftijd en gezinssituatie en wijkt (beperkt) af van de bijstandsnorm. Voor een eventuele aanvulling van het inkomen op basis van de Toeslagenwet is iemands vermogen niet van belang. En voor de goede orde: de mogelijke toeslagen op grond van deze wet betreffen niet de zorgtoeslag en de huurtoeslag – de daarvoor geldende regelingen worden uitgevoerd door de Belastingdienst.

Norm 3 3.a 3.b

De gemeente communiceert met welgekozen woorden. De diverse regelingen worden actief onder de aandacht gebracht van inwoners die mogelijk voor het gebruik ervan in aanmerking komen.

De gemeente Maasdriel vormt geen uitzondering waar het gaat om het gebruik van termen als ‘armoede’, ‘armoedebeleid’, ‘minima’ en ‘minimabeleid’. Alleen al in het document ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’ komt ‘armoede’ 95 (!) maal voor en wordt 47 keer het begrip ‘minimabeleid’ gebruikt. Beleidsmatig mag dat verklaarbaar en passend zijn, richting (potentiële) gebruikers van de inkomensregelingen is bepaald niet uit te sluiten dat er een onbedoeld stigmatiserend of tenminste flink confronterend effect van uitgaat. De Rekenkamercommissie stelt vast dat in de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ uitsluitend positieve, ‘meedenkende’ taal voorkomt. De hierboven genoemde termen komen er niet in voor. 3.a De gemeente communiceert met woorden die de Rekenkamercommissie in alle opzichten passend vindt.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 22 van totaal 29

In het recent vastgestelde ‘Minimabeleid Bommelerwaard 2021-2024’ staat dat de gemeente zich blijft inzetten op ‘proactieve communicatie’. Dit wordt verder geduid door het verspreiden van de brochure ‘Regelingen voor mensen met een lager inkomen’ onder inwoners en (maatschappelijke) partners. Daarnaast wordt de website doorlopend actueel gehouden. De Rekenkamercommissie heeft met betrekking tot de ‘promotie’ van de regelingen ambtelijk de volgende vragen gesteld, en daarop de volgende antwoorden gekregen: Worden de diverse inkomensregelingen nog op andere manieren onder de aandacht gebracht? Mogelijk een nieuwsbrief of iets dergelijks? ‘Nieuw beleid wordt gecommuniceerd op de gemeentepagina in de lokale klantjes en via social media en op de website van de gemeente. Op de gemeentepagina in de lokale krantjes worden ook de minimaregelingen onder de aandacht gebracht. Normaal gesproken is er twee keer per jaar een bijeenkomst van de Brede beweging Bommelerwaard met alle maatschappelijke partners. Er staat dan steeds een nieuw onderwerp op de agenda. De minimaregelingen hebben hierbij al een aantal keren op de agenda gestaan. Vanwege corona hebben er het afgelopen jaar alleen geen fysieke bijeenkomsten plaatsgevonden. De consulenten adviseren de inwoners pro-actief.

Dat geldt voor de consulenten bijzondere bijstand maar ook de consulenten van het gebiedsteam en het ondernemersteam. Zij wijzen de inwoners bijvoorbeeld op de verschillende regelingen.’ Is er daarbij ook (extra) aandacht voor statushouders, laaggeletterden, mensen met weinig digitale vaardigheden? ‘We hebben regelmatig contact met Vluchtelingenwerk, Stichting Kompas en Het Taalhuis. Zij helpen mensen met het invullen van formulieren of het lezen van stukken. Als er nieuw beleid komt op het gebied van de minimaregelingen betrekken wij hierbij deze organisaties zodat zij de inwoners met wie zij contact hebben, gericht kunnen helpen. Deze organisaties zijn ook allemaal aangesloten bij de Brede beweging Bommelerwaard. Intern hebben we binnen de gemeente collega’s die, naast hun reguliere werkzaamheden, aangesteld zijn als B1-coach. Zij lezen mee met brieven, folders, stukken et cetera om ervoor te zorgen dat die op het juiste taalniveau worden opgesteld. Stichting Lezen en Schrijven leest ook stukken voor ons mee. Bijvoorbeeld onlangs hebben zij mee gelezen met een enquête.’

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 23 van totaal 29

3.b De gemeente doet naar het inzicht van de Rekenkamercommissie voldoende waar het gaat om het ‘promoten’ van het gebruik van de diverse regelingen.

Norm 4 4.a 4.b

Bij het doen van een aanvraag hoeft niet meer dan een ‘basisset’ aan persoonsgegevens te worden overlegd. Een aanvrager kan erop vertrouwen dat het verwerken van haar of zijn gegevens met maximale zorgvuldigheid gebeurt.

In dit memorandum is duidelijk geworden dat bij het doen van een aanvraag bij diverse regelingen een veelheid aan strikt persoonlijke informatie moet worden overlegd. Die informatie wordt rond de verschillende regelingen in ontvangst genomen – en op grond van de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) alleen daardoor al verwerkt – door tenminste (1) de gemeente Maasdriel, (2) Werkzaak, (3) de BSR en (4) het bureau BS&F. Ter completering en validatie van het verkregen beeld heeft de Rekenkamercommissie nog de volgende vragen gesteld – en daarop de onderstaande antwoorden gekregen: Begrijp we het goed dat voor alle regelingen apart een aanvraag moet worden ingediend? Dat er dus niet per persoon kan worden bezien waarvoor hij of zij allemaal in aanmerking komt? ‘Dat klopt inderdaad. Omdat voor elke regeling andere (inkomens)voorwaarden gelden. Voor de individuele inkomenstoeslag is ook in de Participatiewet bepaald dat deze alleen ‘op verzoek’ van de belanghebbende kan worden gedaan.’ Zou je kort kunnen schetsen hoe een aanvraag met betrekking tot de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, regeling maatschappelijke participatie, woonkostentoeslag of inrichtingskrediet op hoofdlijnen in behandeling wordt genomen? ‘Wat goed is om hierbij aan te geven is dat de woonkostentoeslag en het inrichtingskrediet kostensoorten zijn van bijzondere bijstand.

Als mensen deze willen aanvragen, dan vragen zij ‘gewoon’ bijzondere bijstand aan. Een aanvraag kan op verschillende manieren bij ons binnenkomen. Dat kan via de mail, de post, door persoonlijk af te geven (bij de receptie) of in de spreekkamer. Wij hebben niet één ingang. De uitkeringsadministratie boekt de aanvraag in in ons systeem, nadat de cliëntgegevens zijn gecontroleerd in de makelaar. Daarna neemt de consulent bijzondere bijstand de aanvraag in behandeling. Zij controleert of alle gegevens aanwezig zijn die nodig zijn om het recht vast te kunnen stellen.

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 24 van totaal 29

Als dat niet het geval is, stuurt zij de aanvrager een hersteltermijn om de gegevens alsnog in te leveren. Als de gegevens compleet zijn dan wordt bekeken of de aanvrager aan alle voorwaarden voldoet. Hiervan worden een rapportage en een beschikking opgesteld. Deze worden getoetst door de senior. Als die akkoord is, volgt de verzending van de beschikking.’ Op de site van de gemeente Maasdriel is een ‘Privacyreglement sociaal domein’ opgenomen. Dat oogt goed, maar betreft (dus) alleen de verwerking van persoonsgegevens door de gemeente zelf. 4.a De Rekenkamercommissie is van mening dat zonder veel moeite tot een sterke reductie van het aantal (verschillende) persoonsgegevens kan worden gekomen. Die gegevens zouden bovendien nog op slechts één plaats hoeven te worden verwerkt.

Deels citerend uit een door de commissie voor een andere gemeente opgesteld memorandum: Hoe makkelijk, doelmatig en voor belanghebbenden plezierig zou het zijn als (1) het vaststellen van de persoonlijke omstandigheden en (2) het toetsen van het inkomen en vermogen van een inwoner van Maasdriel, die voor het gebruik van meerdere lokale inkomensregelingen in aanmerking wil komen, slechts op één plaats en (bijvoorbeeld) slechts eenmaal per jaar zou kunnen worden gedaan? Zie wat de BSR allemaal aan specificaties, opgaven en wat dies meer zij wil ontvangen om een aanvraag tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen te kunnen beoordelen, weet wat van diezelfde inwoner mogelijk al aan vertrouwelijke persoonsgegevens bij Werkzaak ligt, weet wat er misschien al aan gegevens in bestanden of dossiers van de gemeente zelf is opgenomen, weet … enfin. De Rekenkamercommissie pleit voor een verkenning van de mogelijkheden om tot een periodieke (in beginsel jaarlijkse) integrale beoordeling van de persoonlijke en financiële situatie van een belanghebbende te komen. Zonder op de uitkomsten daarvan vooruit te lopen: het ligt voor de hand dat die wordt uitgevoerd door een consulent bijzondere bijstand, die dan een beschikking afgeeft waarin is vermeld voor welke van de in Maasdriel vigerende lokale inkomensregelingen (bij gelijkblijvende omstandigheden) die inwoner in aanmerking komt.

Van maatschappelijke participatie via individuele inkomenstoeslag en kwijtscheldingen tot collectieve zorgverzekering: alles in één slag, eenduidig uitgevoerd en met een schriftelijke bevestiging als uitkomst, die door alle andere bij de regelingen betrokken partijen uiteraard wordt aanvaard, waarbij het onverkorte uitgangspunt wordt gehanteerd dat geen (aanvullende) bewijsstukken mogen worden gevraagd. Overigens zou op de bedoelde beschikking ook moeten zijn vermeld aan welke regelingen niet kan worden deelgenomen. Als voor de bedoelde integrale beoordeling één vaste werkwijze kan worden ontwikkeld – wat logischerwijs wordt bevorderd als zoveel mogelijk van de bij de diverse regelingen

Rekenkamercommissie Maasdriel Onderzoek – lokale inkomensregelingen 1 maart 2022 Blad 25 van totaal 29

gehanteerde grenzen en overige criteria zijn gestroomlijnd – dan zal die beoordeling in veel gevallen goed kunnen worden voorbereid en/of gecontroleerd door de inwoner in kwestie, al dan niet bijgestaan door een familielid, bekende, mantelzorger of een professionele of vrijwillige budgetcoach.

4.b De Rekenkamercommissie is altijd (maar in het geval van Maasdriel zonder specifieke reden) zorgelijk over de omgang met per definitie vertrouwelijke persoonsgegevens van inwoners die gebruik (willen) maken, of dat hebben gedaan, van één of meer lokale inkomensregelingen. De Rekenkamercommissie pleit voor een periodieke, volledige toetsing op de omgang met alle persoonsgegevens van belanghebbenden bij alle lokale inkomensregelingen, uiteraard voor zover de gemeente Maasdriel daarvoor direct of indirect verantwoordelijk is. Dat betreft dus ook de opslag en het gebruik van dergelijke gegevens bij Werkzaak, de BSR en het bureau BS&F. Daarbij dient niet alleen te worden bezien welke maatregelen in procedures zijn opgenomen, maar ook hoe die procedures in de praktijk werken (inclusief de melding en opvolging van incidenten en bijnaincidenten, de doorvertaling en borging van afspraken richting derden-ICT-partijen, enzovoorts).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11373731/1