M2022-18 Driftblootstelling van omstanders en omwonenden d-wageningen university and research 378315
Tekst van het document
De resultaten van de modeluitkomsten voor de verschillende stoffen en de meest kritische situatie, rondkruipende baby, staan in Tabel 14 voor de hoogste driftdepositie; de standaard spuittechniek in de kale boom situatie op 5 m afstand van het perceel (22,9% driftdepositie).
Tabel 14 Herbetredingsrisico van een gazon voor een kruipende baby uitgedrukt als invulling van de norm (%) bij een driftdepositie van 22,9%. Middel
Toepassing
Merpan/ Captosan
Fungicide
Invulling herbetredingsrisico (%)
Fenoxycarb25WG
Insecticide
7,8
Teppeki
Insecticide
5,0
Runner
Insecticide
1,6
Pirimor
Insecticide
12,9
27,7
Op 5 m afstand van het perceel treden er bij toepassing van de verschillende middelen zoals gebruikt in de fruitteelt geen blootstellingsrisico’s op als gevolg van indirect contact bij herbetreding. Samenvattend kan gesteld worden dat van de in deze studie opgenomen middelen alleen de dermale blootstelling van captan, pirimicarb, clofentezin en cyprodinil kritisch zijn. Op grond van de blootstellingsrisico’s voor captan in de kale boom situatie wordt gesteld dat voor de genoemde werkzame stoffen in de fruitteelt bij een standaard spuittechniek 35 m vanaf de laatste bomenrij een veilige afstand is voor blootstelling aan druppeldrift. Vanaf 2016 moet in de fruitteelt op alle percelen
26 | PRI–rapport 609
minimaal een DRT75 spuittechniek gebruikt worden waardoor de afstand verkleind kan worden tot 30 m vanaf de laatste bomenrij. Worden zoals verplicht langs oppervlaktewater DRT90 spuittechnieken gebruikt dan kan deze afstand ook verkleind worden tot 25 m vanaf de laatste bomenrij.
PRI-rapport 609
| 27
5
Discussie
Driftreducerende spuittechnieken In de fruitteelt worden driftreducerende spuittechnieken gebruikt om de emissie naar oppervlaktewater te beperken (Ctgb, 2013; TCT-CIW, 2013). Deze technieken zijn ingedeeld in driftreductieklassen op basis van de driftreductie op wateroppervlak in de sloot naast een boomgaard. Op grotere afstanden vanaf de laatste bomenrij hebben deze driftreducerende spuittechnieken andere driftreductiepercentages dan op wateroppervlak afstand. Zo is de combinatie van dwarsstroomspuit met reflectiescherm én venturi spleetdoppen (Wenneker et al., 2006a) ingedeeld in de driftreductieklassen 90 en 95 (op wateroppervlak 4,5-5,5 m van de laatste bomenrij) maar is op 10-15 m afstand de driftreductie vergelijkbaar met die van de dwarsstroomspuit met venturidoppen. Er zijn echter maar een beperkt aantal meetresultaten beschikbaar waaruit blijkt wat de driftreductie op grotere afstand is. Op grotere afstanden is dus niet met zekerheid te zeggen hoe de driftreductie voor veel gecertificeerde driftreducerende spuittechnieken zal zijn. Alleen van de dwarsstroomspuit met verschillende driftreducerende spuitdoppen (Wenneker et al., 2008b; Stallinga et al., 2011a, 2011b; Zande et al., 2012) en een meerrijen boomgaardspuit (Stallinga et al., 2013; Wenneker et al., 2014) is recent tot 25 m afstand van de laatste bomenrij de driftreductie bepaald.
De resultaten daarvan zijn opgenomen in deze studie. Kale boom en volblad situatie Duidelijk is dat de emissie vanuit een boomgaard tijdens bespuitingen in de kale boom situatie (voor 1 mei) hoger is dan tijdens bespuitingen in de volblad situatie (na 1 mei tot 50% bladval). Uit de analyse van de blootstellingrisico’s van de geëvalueerde gewasbeschermingsmiddelen in deze studie blijkt dat van de middelen met de hoogste risico’s, captan, pirimicarb en clofentezin zowel in de kale boom situatie als in de volblad situatie gebruikt mogen worden. Bespuitingen met captan tegen schurft beginnen al vroeg in het seizoen als de bomen nog kaal zijn (februari - maart; maar al wel eerste groene delen zichtbaar zijn) en lopen door tot na de pluk van de vruchten (oktober - vruchtboomkankerbespuitingen). Voor middelen die het gehele jaar gebruikt kunnen worden moet de kale boom situatie (voor 1 mei) dus als maatgevend gehouden worden voor het bepalen van een afstandcriterium tussen boomgaard en omwonenden. Windhaag op de perceelgrens Uit onderzoek van Porskamp et al. (1994c) en Wenneker et al. (2005b, 2008a) is gebleken dat windhagen (4 m hoge elzen) op de rand van het perceel de emissie uit de boomgaard aanzienlijk kunnen beperken, 70% reductie in de kale boom situatie en 90% in de volblad situatie. De hoogte van de windhaag was hierbij ongeveer 1 m hoger dan de fruitbomen (2,5 m).
Duidelijk is ook dat de driftreductie door een windhaag afhankelijk is van de boomsoort en de bladontwikkeling gedurende het jaar. Een coniferen haag is dichter en zal meer reductie geven dan de open elzenhaag zoals gebruikt in deze studie, vooral in de periode voor 1 mei (kaal). Het onderzoek naar driftbeperking door een windhaag richtte zich vooral op de driftbeperking naar oppervlaktewater naast de boomgaard. De metingen zijn dan ook vooral gedaan direct naast het perceel op grondoppervlak. Porskamp et al. (1994c) heeft echter ook de driftbeperking naar de lucht gemeten door zonder windhaag te meten en direct achter de elzen windhaag (3 m hoog) te meten tot 4 m hoogte. Hieruit bleek dat de driftreductie door een windhaag naar de lucht (gemiddeld 0-4 m hoogte) in de kale boom situatie (windhaag ook kaal) gemiddeld 83% was en in de volblad situatie 97% (Tabel 15). Voor de onderste 3 m was de driftreductie naar de lucht ongeveer 85% voor de kale boom situatie en ongeveer 95% voor de volblad situatie. Deze reductiegetallen zijn representatief voor veel situaties in de praktijk met een loofbomen windhaag.
28 | PRI–rapport 609
Tabel 15 Driftreductie naar de lucht door een windhaag op verschillende hoogten in de lucht in de kale boom (voor 1 mei) en de volblad (na 1 mei) situatie (naar Porskamp et al., 1994c). Hoogte [m[
Kaal
Volblad
0
80
96
1
87
99
2
86
99
3
90
98
4
71
94
Gem. (0-4 m)
83
97
Onderste 3 m
86
98
Op de hoogte 3-6 m (aanname van meetpunt op 4 m hoogte), was de driftreductie naar de lucht door een windhaag 90% in de volblad situatie en 70% in de kale boom situatie. Voor het gewasbeschermingsmiddel captan is het dermale blootstellingsrisico’s uitgerekend door gebruik te maken van de driftreductie naar de lucht voor een windhaag naast de boomgaard. De berekende drift in de lucht en de invulling van het dermale blootstellingseindpunt voor de stof captan staat voor de situatie met een windhaag op de perceelrand in Tabel 16 voor de kale boom situatie en Tabel 17 voor de volblad situatie. Door het gebruik van een windhaag is er voor captan in de volblad situatie (Tabel 17) voor de hoogte 0-3 m geen overschrijding van de AEL dermaal. In de kale boom situatie (Tabel 16) is er voor de hoogte 0-3 m geen overschrijding van de AEL-dermaal (>100) op een afstand groter dan 25 m vanaf de laatste bomenrij voor de standaard spuittechniek en op een afstand groter dan 20 m voor de driftbeperkende spuittechnieken DRT50 en DRT75. Voor een spuittechniek uit de DRT90 en DRT95 klassen is er vanaf resp. 15 m en 10 m geen overschrijding van de AEL-dermaal. Voor de hoogte 3-6 m is er voor captan in de volblad situatie bij gebruik van een standaard spuittechniek geen overschrijding van de AEL-dermaal vanaf 10 m vanaf de laatste bomenrij en in de kale boom situatie vanaf 25 m.
Voor de driftreducerende technieken DRT50 en DRT75 is op 3-6 m hoogte geen overschrijding vanaf 15 m van de laatste bomenrij in de kale boom situatie, terwijl er in de volblad situatie geen overschrijding is voor deze technieken. Voor de DRT90 en DRT95 technieken is er in beide bladsituaties op 3-6 m hoogte geen overschrijding. Kale boom situatie met volblad windhaag Wil men in de kale boom situatie het blootstellingsrisico verder beperken dan zou een in de winter bladhoudende vegetatie (Wenneker & Van de Zande, 2008a) of een constructie die een vergelijkbare filterende werking geeft een optie kunnen zijn. Voor de kale boom situatie bij een bespuiting met captan is daarom uitgerekend wat het effect is op het blootstellingrisico wanneer er een volblad windhaag (3 m hoog) in de kale boom situatie aanwezig zou zijn (Tabel 18). Wanneer er in de kale boom situatie een volblad windhaag (haag die in de winter blad houdt, bijvoorbeeld coniferen of haagbeuk) op de rand van het perceel zou staan, of een constructie met een vergelijkbare filterende werking, dan is er bij gebruik van een standaard spuittechniek vanaf 15 m en bij gebruik van een driftreducerende techniek (DRT50 of hoger) vanaf 10 m vanaf de laatste bomenrij geen overschrijding van de dermale blootstelling voor captan.
PRI-rapport 609
| 29
Tabel 16 Druppeldrift naar de lucht (% van afgifte) en de invulling van het dermale blootstellingseindpunt (AEL) voor de stof captan op twee hoogten op verschillende afstanden van de laatste bomenrij van de boomgaard voor de standaard dwarsstroomspuit en Verschillende Drift Reducerende Technieken (DRT50, DRT75, DRT90, DRT95) in de kale boom situatie en een windhaag op de perceelrand. Afstand [m]
Druppeldrift [%]
Invulling dermale blootstellingseindpunt [%]
Stand
DRT50
DRT75
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
16,9
7,9
7,3
3,6
2,2
1074
499
466
231
137
0-3 m
10
8,5
3,9
3,7
1,8
1,1
541
250
234
115
68
15
4,3
2,0
1,8
0,9
0,5
273
125
117
57
34
20
2,2
1,0
0,9
0,4
0,3
138
63
59
28
17
25
1,1
0,5
0,5
0,22
0,13
69
32
30
14
8
30
0,6
0,25
0,23
0,11
0,07
35
16
15
7
4
35
0,3
0,13
0,12
0,05
0,03
18
8
7
3
2
40
0,14
0,06
0,06
0,03
0,017
9
4
4
2
1
45
0,07
0,03
0,03
0,013
0,008
4
2
2
1
1
50
0,04
0,02
0,015
0,007
0,004
2
1
1
0
0
5
9,4
3,5
2,9
1,0
0,6
595
219
183
65
39
10
5,5
2,0
1,7
0,6
0,4
349
128
106
37
22 13
3-6 m hoogte
DRT90 DRT95
15
3,2
1,2
1,0
0,3
0,20
204
74
62
22
20
1,9
0,7
0,6
0,20
0,12
120
43
36
12
7
25
1,1
0,4
0,3
0,11
0,07
70
25
21
7
4
30
0,6
0,23
0,19
0,07
0,04
41
15
12
4
2
35
0,4
0,14
0,11
0,04
0,022
24
9
7
2
1
40
0,22
0,08
0,06
0,022
0,013
14
5
4
1
1
45
0,13
0,05
0,04
0,013
0,007
8
3
2
1
0
50
0,08
0,03
0,02
0,007
0,004
5
2
1
0
0
30 | PRI–rapport 609
Tabel 17 Druppeldrift naar de lucht (% van afgifte) en de invulling van het dermale blootstellingseindpunt (AEL) voor de stof captan op twee hoogten op verschillende afstanden van de laatste bomenrij van de boomgaard voor de standaard dwarsstroomspuit voor de standaard dwarsstroomspuit en verschillende Drift Reducerende Technieken (DRT50, DRT75, DRT90, DRT95) in de volblad situatie en een windhaag op de perceelrand. Afstand [m]
Druppeldrift [%]
Invulling dermale blootstellingseindpunt [%]
Stand
DRT50
DRT75
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
1,5
0,5
0,3
0,3
0,12
95
31
22
18
8
0-3 m
10
0,7
0,24
0,17
0,14
0,06
48
15
11
9
4
15
0,4
0,12
0,09
0,07
0,03
24
8
5
4
2
20
0,19
0,06
0,04
0,03
0,02
12
4
3
2
1
25
0,09
0,03
0,02
0,02
0,01
6
2
1
1
0
30
0,05
0,01
0,01
0,01
0,00
3
1
1
1
0
35
0,02
0,01
0,01
0,00
0,00
2
0
0
0
0
40
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
1
0
0
0
0
45
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0
0
0
0
0
50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0
0
0
0
0
3-6 m hoogte
5
2,2
0,5
0,4
0,20
0,13
137
32
23
13
8
10
1,2
0,3
0,21
0,12
0,07
78
18
13
7
5
15
0,7
0,16
0,12
0,07
0,04
44
10
7
4
3
20
0,4
0,09
0,07
0,04
0,02
25
6
4
2
2
25
0,23
0,05
0,04
0,02
0,01
14
3
2
1
1
30
0,13
0,03
0,02
0,01
0,01
8
2
1
1
0
35
0,07
0,02
0,01
0,01
0,00
5
1
1
0
0
40
0,04
0,01
0,01
0,00
0,00
3
1
0
0
0
45
0,02
0,00
0,00
0,00
0,00
1
0
0
0
0
50
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
1
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 31
Tabel 18 Druppeldrift naar de lucht (% van afgifte) en de invulling van het dermale blootstellingseindpunt (AEL) voor de stof captan op twee hoogten op verschillende afstanden van de laatste bomenrij van de boomgaard voor de standaard dwarsstroomspuit en verschillende Drift Reducerende Technieken (DRT50, DRT75, DRT90, DRT95) in de kale boom situatie en een volblad windhaag op de perceelrand. Afstand [m]
Druppeldrift [%]
Invulling dermale blootstellingseindpunt [%]
Stand
DRT50
DRT75
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
10
1,7
0,8
0,7
0,4
0,22
108
50
47
23
14
0-3 m
15
0,9
0,4
0,4
0,18
0,11
55
25
23
11
7
20
0,4
0,20
0,19
0,09
0,05
28
13
12
6
3
25
0,22
0,10
0,09
0,04
0,03
14
6
6
3
2
30
0,11
0,05
0,05
0,02
0,01
7
3
3
1
1
35
0,06
0,03
0,02
0,01
0,01
4
2
1
1
0
40
0,03
0,01
0,01
0,01
0,00
2
1
1
0
0
45
0,01
0,01
0,01
0,00
0,00
1
0
0
0
0
50
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0
0
0
0
0
10
1,8
0,7
0,6
0,20
0,12
116
43
35
12
7
15
1,1
0,4
0,3
0,11
0,07
68
25
21
7
4
20
0,6
0,23
0,19
0,07
0,04
40
14
12
4
2
3-6 m hoogte
25
0,4
0,13
0,11
0,04
0,02
23
8
7
2
1
30
0,22
0,08
0,06
0,02
0,01
14
5
4
1
1
35
0,13
0,05
0,04
0,01
0,01
8
3
2
1
0
40
0,07
0,03
0,02
0,01
0,00
5
2
1
0
0
45
0,04
0,02
0,01
0,00
0,00
3
1
1
0
0
50
0,03
0,01
0,01
0,00
0,00
2
1
0
0
0
Kale boom situatie met dubbele windhaag Wil men in de kale boom situatie het blootstellingsrisico verder beperken dan zou ook een tweede (kale) windhaag, een houtwal of een constructie die een vergelijkbare filterende werking geeft een optie kunnen zijn. Hiervoor zijn geen meetgegevens beschikbaar. Op grond van eerder onderzoek naar de driftreductie van windhagen (Wenneker & Van de Zande, 2008a) kan men aannemen dat de driftreductie van een tweede windhaag 75% zou kunnen zijn. Voor de kale boom situatie bij een bespuiting met captan is daarom uitgerekend wat het effect is op het blootstellingrisico wanneer er een windhaag op de perceelgrens is en een tweede haag (75% driftreductie) op 3 m afstand vanaf de eerste windhaag (Tabel 19). Wanneer er in de kale boom situatie een (in de winter niet bladhoudende kale) windhaag op de rand van het perceel zou staan (bijvoorbeeld elzen, populieren), en op 3 m afstand van deze windhaag een tweede (kale) windhaag of een constructie met een vergelijkbare filterende werking (75% driftreductie), of een houtwal dan is er voor de onderste 3 m en op 3-6 m hoogte op 5 m achter de tweede windhaag (15 m van laatste bomenrij in boomgaard) geen overschrijding van de dermale blootstelling voor captan bij een bespuiting met een standaard dwarsstroomspuit.
Voor de driftbeperkende spuittechniek DRT50, DRT75, DRT90 en DRT95 is er direct achter de windhaag (op 10 m van laatste bomenrij in boomgaard) al geen overschrijding meer. De benodigde afstanden die nodig zijn om tot geen onderschrijding te komen van het dermale blootstellingsrisico zijn voor captan in de kale boom situatie groter dan in de volblad situatie. De toxiciteit van de middelen speelt hier dus wel degelijk nog een rol. Voor gewasbeschermingsmiddelen die zowel in de kale boom situatie als in de volblad situatie gespoten worden zijn de afstanden voor de kale boom situatie maatgevend voor een veilige afstand vanaf de boomgaard.
32 | PRI–rapport 609
Tabel 19 Berekende druppeldrift naar de lucht (% van afgifte) en de invulling van het dermale blootstellingseindpunt (AEL) voor de stof captan op twee hoogten op verschillende afstanden van de laatste bomenrij van de boomgaard voor de standaard dwarsstroomspuit en verschillende Drift Reducerende Technieken (DRT50, DRT75, DRT90, DRT95) in de kale boom situatie en een (kale) windhaag op de perceelrand en een tweede (kale) windhaag (75% driftreductie) op 4 m vanaf de eerste windhaag. Afstand [m]
Druppeldrift [%]
Invulling dermale blootstellingseindpunt [%]
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
10
2,1
1,0
0,9
0,5
0,3
135
63
58
29
17
0-3 m
15
1,1
0,5
0,5
0,22
0,13
68
31
29
14
9
20
0,5
0,25
0,23
0,11
0,07
34
16
15
7
4
25
0,3
0,12
0,12
0,06
0,03
17
8
7
4
2
30
0,14
0,06
0,06
0,03
0,02
9
4
4
2
1
35
0,07
0,03
0,03
0,01
0,01
4
2
2
1
1
40
0,03
0,02
0,01
0,01
0,00
2
1
1
0
0
45
0,02
0,01
0,01
0,00
0,00
1
0
0
0
0
50
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
1
0
0
0
0
10
1,6
0,6
0,5
0,18
0,11
105
38
32
11
7
15
1,0
0,4
0,3
0,10
0,06
61
22
18
6
4
20
0,6
0,20
0,17
0,06
0,04
36
13
11
4
2
25
0,3
0,12
0,10
0,03
0,02
21
8
6
2
1
30
0,19
0,07
0,06
0,02
0,01
12
4
4
1
1
35
0,11
0,04
0,03
0,01
0,01
7
3
2
1
0
40
0,07
0,02
0,02
0,01
0,00
4
2
1
0
0
45
0,04
0,01
0,01
0,00
0,00
2
1
1
0
0
50
0,02
0,01
0,01
0,00
0,00
1
1
0
0
0
3-6 m hoogte
Praktijksituaties en oplossingsrichtingen Binnen de verschillende Nederlandse gemeenten zijn de gewasbeschermingsactiviteiten op landbouwpercelen een bron voor blootstellingsrisico voor personen in woningen en personen die buiten de woning verblijven. De bestemming van de landbouwpercelen kan de teelt van akkerbouwgewassen, grasland, boomteelt en fruitteelt zijn. Als de bestemming fruitteelt ingevuld wordt is de drift van gewasbeschermingsmiddelen hoger dan wanneer boomteelt of akkerbouw plaats vindt. De afstand tussen de landbouwpercelen en de woningen of omwonenden in de tuin rondom de woning kan variëren en minder dan 50 m worden. Als er tussen de landbouwpercelen (boomgaard) en de tuinen of bebouwing een sloot ligt moeten op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer driftbeperkende maatregelen toegepast worden om de drift naar oppervlaktewater (en dus de woningen en omwonenden) te beperken (VW et al., 2007; I&M, 2012). Ligt er geen watervoerende sloot tussen de boomgaard en de bebouwing dan mag nu nog iedere toedieningstechniek gebruikt worden en wordt ervan uit gegaan dat een standaard dwarsstroomspuit gebruikt wordt met holle kegel spuitdoppen. Vanaf 2016 (Activiteitenbesluit Milieubeheer) moet op ieder perceel ongeacht of er een sloot langs ligt met minimaal DRT75 driftarme technieken gespoten worden.
Voor fruitteelt percelen wordt dit waarschijnlijk pas in 2017 geïmplementeerd. Voor de risico beoordeling in deze situatie wordt ervan uitgegaan dat van zowel een standaard spuittechniek (dwarsstroom spuit) als de DRT75 driftarme spuittechniek gebruik gemaakt kan worden en dat als er oppervlaktewater langs de boomgaard ligt er met minimaal DRT90 gespoten moet blijven worden. Voor de evaluatie kunnen 12 praktijksituaties beschouwd worden: 1. geen sloot om boomgaard; eerste bomenrij staat op 3 m afstand van de perceelgrens en er wordt gebruik gemaakt van een standaard spuittechniek; 2. gen sloot om boomgaard; eerste bomenrij staat op 3 m afstand van de perceelgrens en er wordt gebruik gemaakt van een standaard spuittechniek, er staat een windhaag op de perceelgrens; 3. geen sloot om boomgaard; eerste bomenrij staat op 3 m afstand van de perceelgrens en er wordt gebruik gemaakt van een standaard spuittechniek, er staat een windhaag op de perceelgrens en een tweede haag op 4 m afstand op bebouwingszone (of een houtwal);
PRI-rapport 609
| 33
4. geen sloot om boomgaard; eerste bomenrij staat op 3 m afstand van de perceelgrens en er wordt gebruik gemaakt van een standaard spuittechniek, er staat een wintergroene windhaag op de perceelgrens 5. geen sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT75); 6. geen sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT75), er staat een windhaag op de perceelgrens; 7. geen sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT75), er staat een dubbele windhaag of houtwal op de perceelgrens 8. geen sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT75), er staat een wintergroene windhaag op de perceelgrens 9. een sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT90); 10. een sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT90), er staat een windhaag op de perceelgrens; 11. een sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT90), er staat een dubbele windhaag of houtwal op de perceelgrens 12. een sloot om de boomgaard, er wordt gebruik gemaakt van een driftarme spuittechniek (DRT90), er staat een wintergroene windhaag op de perceelgrens.
Voor bovenstaande twaalf praktijksituaties zijn de benodigde afstanden tot de laatste bomenrij berekend om geen overschrijding van de AEL dermaal (>100) op 0-3 m hoogte en 3-6 m hoogte te krijgen voor captan in de volblad (na 1 mei) en in de kale boom (voor 1 mei) situatie (Tabel 20). Hierbij is de hoogte 0-3 m representatief voor blootstelling van personen die zich buiten bevinden en de hoogte 3-6 m voor de blootstelling van de gevel van de bebouwing. Op grond van de in Tabel 20 gepresenteerde afstanden voor de verschillende situaties van inrichting van boomgaarden en gebruikte spuittechnieken kan dus geconcludeerd worden dat in de volblad situatie van een boomgaard de benodigde afstand vanaf de perceelgrens tussen de 5 m en 30 m moet liggen om te kunnen voldoen aan het huidblootstellingrisico voor captan. Ook voor de kale boomsituatie moet op grond van het huidblootstellingsrisico van captan afhankelijk van de combinatie van inrichting van boomgaard en spuittechniek de afstand minimaal 5 m tot 35 m zijn. Gebaseerd op de kale boom situatie is de benodigde veiligheidszone voor de standaard spuittechniek (situatie 1) dus voor captan 35 m vanaf de laatste bomenrij.
Voor een standaard spuittechniek in combinatie met een windhaag (situatie 2) in combinatie met een 3 m teeltvrije zone, is op een afstand van 25 m vanaf de laatste bomenrij geen overschrijding meer van het dermale blootstellingsrisico. De benodigde veiligheidszones kunnen verder beperkt worden door in de kale boom situatie een volblad windhaag op de rand van het perceel te plaatsen (situatie 4) of een tweede windhaag (situatie 3) op bv. 3 m afstand van de eerste windhaag (overkant sloot) of houtwal (van 3 m breed) te plaatsen.
34 | PRI–rapport 609
Tabel 20 Benodigde afstand vanaf de laatste bomenrij (m) om in de kale boom en in de volblad situatie voor de stof captan geen overschrijding van het dermale blootstellingseindpunt (AEL) te krijgen op de hoogten 0-3 m en 3-6 m in de lucht.
1
Praktijk
Teeltvrije
situatie
zone [m]
Spuittechniek
Wind-
0-3 m
3-6 m
haag
Kale boom
Volblad
Kale boom
Volblad 30
1
3
Standaard
Nee
35
30
35
2
3
Standaard
Ja
25
5
25
10
3
3
Standaard
Twee
15
51)
15
51)
4
3
Standaard
Groen
15
5
15
5
5
3
DRT75
Nee
30
20
25
15
6
3
DRT75
Ja
20
5
15
5
1
1
1
51)
7
3
DRT75
Twee
5 )
5 )
5 )
8
3
DRT75
Groen
5
5
5
5
9
3
DRT90
Nee
25
15
15
10
10
3
DRT90
Ja
15
5
5
5
11
3
DRT90
Twee
51)
51)
51)
51)
12
3
DRT90
Groen
5
5
5
5
) een dubbele windhaag of houtwal heeft ook ruimte nodig, 5 m wil zeggen direct achter haag is geen overschrijding
Wanneer er in de kale boom situatie een volblad windhaag op de rand van het perceel zou staan (situatie 4), of een constructie met een vergelijkbare filterende werking, dan is er vanaf 15 m van de laatste bomenrij geen overschrijding van de dermale blootstelling voor captan. Wanneer er op de rand van het perceel een windhaag (bv 3 m hoge elzen) zou staan, en op 3 m afstand van deze windhaag een tweede windhaag of een constructie met een vergelijkbare filterende werking (75% driftreductie) of een houtwal, dan is er op 5 m vanaf de tweede windhaag of 15 van de laatste bomenrij op de onderste 3 m voor omstanders, personen in de tuin en andere gevoelige objecten en op 3-6 m hoogte voor de woning geen overschrijding van de dermale blootstelling voor captan bij een bespuiting met een standaard dwarsstroomspuit en conventionele holle kegel spuitdoppen. Wordt van de toekomstige situatie uitgegaan dat een minimaal DRT75 techniek op het perceel gebruikt moet worden dan is de benodigde afstand vanaf de laatste bomenrij 30 m in de kale boom situatie en 20 m in de volblad situatie. Deze afstand kan verkleind worden tot 20 m en 5 m voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie door de aanwezigheid van een windhaag.
Wordt een dubbele windhaag of houtwal of een wintergroene windhaag geplaatst dan is er zowel in de kale boom als in de volblad situatie direct achter de haag of houtwal geen overschrijding van de huidblootstelling. Ligt er langs de boomgaard oppervlaktewater en moet er een minimaal DRT90 techniek op het perceel gebruikt worden dan is de benodigde afstand vanaf de laatste bomenrij 25 m in de kale boom situatie en 15 m in de volblad situatie. Deze afstand kan verkleind worden tot 15 m en 5 m voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie door de aanwezigheid van een windhaag. Wordt een dubbele windhaag of houtwal of een wintergroene windhaag geplaatst dan is er zowel in de kale boom als de volblad situatie direct achter de haag of houtwal geen overschrijding van de huidblootstelling. De benodigde afstanden die nodig zijn om geen overschrijding meer te hebben van het dermale blootstellingsrisico is voor captan in de kale boom situatie groter dan in de volblad situatie. De toxiciteit van de middelen speelt hier dus wel degelijk nog een rol. Voor gewasbeschermingsmiddelen die zowel in de kale boom situatie als in de volblad situatie gespoten worden zijn de afstanden voor de kale boom situatie maatgevend voor een veilige afstand vanaf de boomgaard.
PRI-rapport 609
| 35
6
Conclusie
Door het bespuiten van een fruitteeltperceel met een dwarsstroom boomgaardspuit kan afhankelijk van de weersomstandigheden drift, het verwaaien van spuitvloeistof tot buiten het perceel, optreden. Deze drift kan beperkt worden door op de spuit driftreducerende spuitdoppen te gebruiken; één van de maatregelen die vereist is volgens het Activiteitenbesluit Milieubeheer om de drift naar een sloot naast het perceel te beperken. Door deze maatregelen wordt ook de drift op grotere afstand beperkt. Op 5 m afstand van de laatste bomenrij is de driftdepositie op grondoppervlak voor de standaard spuittechniek in de fruitteelt in de kale boom situatie 23% en in de volblad situatie 12%. Op 25 m afstand is de driftdepositie voor de standaard spuittechniek voor resp. de kale boom situatie (voor 1 mei) en de volblad (na 1 mei tot 50% bladval) situatie 2,6% en 1,1% en op 50 m afstand wordt een driftdepositie ingeschat van 0,5% en 0,02%. Door gebruik te maken van een 90% driftreducerende spuittechniek (DRT90) zoals nu minimaal verplicht is bij bespuitingen van boomgaarden waar oppervlaktewater langs ligt is de driftdepositie op 5 m afstand 3,2% in de kale boom situatie en 1,5% in de volblad situatie, op 25 m afstand resp. 0,11% en 0,06% en wordt op 50 m afstand ingeschat als kleiner dan 0,005% (huidige detectiegrens van driftmetingen) voor beide situaties.
De drift naar de lucht is hoger dan de driftdepositie op grondoppervlak op dezelfde afstand. Zo is voor de standaard spuittechniek in de fruitteelt de drift naar de lucht voor de luchtlaag 0-3 m hoog op 5 m afstand 68% voor bespuitingen in de kale boom situatie en 30% voor bespuitingen in de volblad situatie. Voor een DRT90 spuittechniek is de drift naar de lucht (0-3 m hoog) op 5 m vanaf de laatste bomenrij 15% in de kale boom situatie en 5,6% in de volblad situatie. Geschat wordt dat de drift naar de lucht afneemt met de afstand en dat op 25 m vanaf de laatste bomenrij de drift naar de lucht in de luchtlaag 0-3 m hoog voor de standaard spuittechniek in de fruitteelt in de kale boom situatie 4,4% is en in de volblad situatie 1,9%. Voor de DRT90 spuittechniek is de drift naar de lucht op 25 m van de laatste bomenrij resp. 0,9% en 0,3% waarbij dit op 50 m afstand nog als resp. 0,03% en 0,009% ingeschat wordt. Voor de standaard spuittechniek zijn de benodigde afstanden om tot de driftpercentages 1%, 0,5% en 0,1% te komen zowel voor de drift depositie op grondoppervlak als voor de drift in de lucht (0-3 m hoog) ongeveer gelijk. Wel is de benodigde afstand om tot hetzelfde driftpercentage te komen in de kale boom situatie aanzienlijk hoger dan in de volblad situatie.
Om tot een 1% depositie op de grond en in de lucht (0-3 m hoog) te komen is in de volblad situatie 26-30 m, tot 0,5% niveau 31-35 m en voor een 0,1% niveau 45-46 m nodig. In de kale boom situatie is de benodigde afstand tot een bepaalde drempelwaarde doorgaans ongeveer 10 m groter. Voor de DRT90 spuittechniek is de benodigde afstand om tot een bepaald driftpercentage te komen voor de drift naar de lucht (0-3 m hoog) 10 -15 m groter dan voor de driftdepositie op de grond. Daarbij wordt een driftdepositie op de grond van 1% voor de DRT90 spuittechniek bereikt op 7 m van de laatste bomenrij, van 0,5% op 12 m en van 0,1% op 22 m in de volblad situatie van de fruitomen. Daarbij is voor de DRT90 de benodigde afstand tot de verschillende drempelwaarden in de kale boom situatie 4–8 m groter dan voor een bespuiting in de volblad situatie. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een risicozone voor woon- en verblijfsgebieden aangehouden van 50 m vanaf de perceelgrens. Door de driftdepositie op verschillende afstanden tussen de 10 m en 50 m vanaf de laatste bomenrij van een boomgaard te bepalen en te vergelijken met het blootstellingsrisico kon bepaald worden of de benodigde afstand tot gevoelige objecten, omstanders, omwonenden, woningen en bebouwing verkleind kon worden.
Op grond van de berekende drift en als gevolg daarvan de huidblootstelling, de inhalatieblootstelling en de secundaire blootstelling door contact met besmette plekken voor diverse veelgebruikte werkzame stoffen in de fruitteelt volgde dat vooral de stoffen captan, pirimicarb, clofentezin en cyprodinil de zwaarste beperking oplegden. Deze beperking werd veroorzaakt door overschrijding van de criteria voor huidblootstelling. Op 5 m van de laatste bomenrij was er geen overschrijding van de inhalatie en de secundaire blootstelling. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een standaard dwarsstroomspuit uitgerust met Albuz ATR lila spuitdoppen blijkt dat zowel in de volblad (na 1 mei) als de kale boom (voor 1 mei) situatie resp. 30 m en 35 m van de perceelgrens een veilige afstand te zijn. Deze
36 | PRI–rapport 609
beperking van 30-35 m was het gevolg van de overschrijding van de huidblootstelling. Als er op de perceelgrens een windhaag (bv 4 m hoge elzen) aanwezig is dan wordt deze afstand verkleind tot 25 m voor bespuitingen met de standaard boomgaardspuit (in de kale boom situatie). De afstand tot gevoelige functies zoals omstanders en omwonenden kan verkleind worden of zeker gesteld worden door de aanplant van een wintergroene windhaag in de kale boom situatie, een dubbele windhaag, een houtwal of een constructie met een vergelijkbare filterende werking. Voor een wintergroene windhaag en bespuitingen met een standaard boomgaardspuit wordt berekend dat de benodigde veiligheidszone 15 m van de laatste bomenrij is. Door de aanplant van een dubbele windhaag, of een houtwal van vergelijkbare hoogte, blijft de dermale blootstellingsgrens voor captan op 15 m vanaf de laatste bomenrij (5 m vanaf de tweede windhaag) onder het huidblootstellingsrisico voor omstanders en voor personen in de tuin (0-3 m) en voor de woning (3-6 m hoogte). Voor de toekomstige situatie (vanaf 2016) waarbij een minimaal DRT75 techniek op het perceel gebruikt moet worden is de benodigde afstand 30 m vanaf de laatste bomenrij in de kale boom situatie en 20 m in de volblad situatie.
Deze afstand kan verkleind worden tot 20 m en 5 m voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie door de aanwezigheid van een windhaag. Wordt een dubbele windhaag of houtwal of een wintergroene windhaag geplaatst dan is er zowel in de kale boom als de volblad situatie direct achter de haag of houtwal geen overschrijding van de huidblootstelling. Ligt er langs de boomgaard oppervlaktewater en wordt er een minimaal DRT90 techniek op het perceel gebruikt dan is de benodigde afstand vanaf de laatste bomenrij 25 m in de kale boom situatie en 15 m in de volblad situatie. Deze afstand kan verkleind worden tot 15 m en 5 m voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie door de aanwezigheid van een windhaag. Wordt een dubbele windhaag of houtwal of een wintergroene windhaag geplaatst dan is er zowel in de kale boom als de volblad situatie direct achter de haag of houtwal geen overschrijding van de huidblootstelling.
PRI-rapport 609
| 37
Literatuur
Bogers, R.P., D. Schram-Bijkerk, J. Devilee, A.B. Knol & O.R.P. Breugelmans, 2014. Verkenning van mogelijkheden voor onderzoek naar blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen bij omwonenden. RIVM, RIVM rapport 630030002/2014, Bilthoven. 2014. 92p. CIW, 2003. Beoordelingsmethodiek emissiereducerende maatregelen Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Commissie Integraal Waterbeheer, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Werkgroep 4 Water en Milieu, Den Haag. 82 pp. Ctgb, 2013. Handboek Toelating Bestrijdingsmiddelen. http://www.ctgb.nl/ EUROPOEM, 2002. European Predictive Operator Exposure Model; The Development, Maintenance and Dissemination of Generic European Databases and Predictive Exposure Models to Plant Protection Products. Report to DG SANCO (FAIR3 CT96-1406), Brussels, Belgium. Falke, H.E., 2008. Persoonlijke mededeling. Ctgb, Wageningen. Fytostat, 2013. Internetsite: www.fytostat.nl Gezondheidsraad, 2014. Gewasbescherming en omwonenden. Gezondheidsraad, publicatienr. 2014/02, Den Haag. 2014. 194p. Heijne, B., Meijer, A.C., Anbergen, R.H.N., Rooijen, H.J.M. van, 1999. Emissiebeperking in de fruitteelt door een gazen scherm. FPO-rapportnr. 99/15, 35 pp. Heijne, B., M. Wenneker & J.C. van de Zande, 2002. Air inclusion nozzles don’t reduce pollution of surface water during orchard spraying in the Netherlands.
Aspects of Applied Biology 66, International advances in pesticide application. Wellesbourne, 2002. 193-200. Heijne, B., Wenneker, M. & Zande, J.C. van de, 2003. High vegetation in the field margin as a drift reducing factor. In: Balsari P, Durochowski G & Cross JV (eds), Proceedings of the VII Workshop on spray application techniques in fruit growing, June 25-27, Cuneo Italy. University of Turin, DEIAFA, Turin. 2003. 239-246. Huijsmans, J.F.M., Porskamp, H.A.J. & Heijne, B., 1993. Orchard tunnel sprayers with reduced emission to the environment. Results of deposition and emission of new types of orchard sprayers. Proceedings A.N.P.P.-B.C.P.C. Second International Symposium on Pesticides Application, Strasbourg, 22-24 sept. 1993, BCPC, Vol. 1/2, p. 297-304. Huijsmans, J.F.M., H.A.J. Porskamp & J.C. van de Zande, 1997. Drift(beperking) bij de toediening van gewasbeschermingsmiddelen. Evaluatie van de drift van spuitvloeistof bij bespuitingen in de fruitteelt, de volveldsteelten. en de boomteelt (stand van zaken december 1996). IMAG-DLO Rapport 97-04, IMAG, Wageningen, 38 pp. I&M, 2012. Activiteitenbesluit Milieubeheer, Staatsblad 2012 441/643 ISO 22866, 2005. Equipment for crop protection – Methods for the field measurement of spray drift. International Standardisation Organisation, Geneva. 2005. ISO-22369, 2006.
Crop protection equipment – Drift classification of spraying equipment. Part 1. Classes. International Organization for Standardization, Geneva. Michielsen, J.M.G.P., M. Wenneker, J.C. van de Zande & B. Heijne, 2007. Contribution of individual row sprayings to airborne drift spraying an apple orchard. In: E. Gil, F. Solanelles, S. Planas, J.R. Rossell & L. Val (eds). 8th Workshop on Spray Apllication Techniques in Fruit Growing June 2005 Barcelona, Book of Abstracts, Universitat Politècnica de Catalunya, Generalitat de Catalunya, Universitat de Lleida, Barcelona, 2007. p. 37-46. Michielsen, J.M.G.P., A.T. Nieuwenhuizen, J.C. van de Zande, M. Wenneker, H. Stallinga & P. van Velde, 2014. Canopy density spraying in orchards in the Netherlands. International Advances in Pesticide Application, Aspects of Applied Biology 122, 2014. p. 9-16 Porskamp, H.A.J., J.M.G.P. Michielsen & J.F.M. Huijsmans, 1994a. Emissiebeperkende spuittechnieken voor de fruitteelt (1992). Onderzoek naar de depositie en emissie van gewasbeschermingsmiddelen. IMAG-DLO Rapport 94-19. pp. 45. Porskamp, H.A.J., J.M.G.P. Michielsen & J.F.M. Huijsmans, 1994b. Emissiebeperkende spuittechnieken voor de fruitteelt (1993). Onderzoek emissie van gewasbeschermingsmiddelen. IMAG-DLO Rapport 94-23. pp. 33.
38 | PRI–rapport 609
Porskamp, H.A.J., J.M.G.P. Michielsen & J.F.M. Huijsmans, 1994c. De invloed van een windhaag op emissies bij fruitteeltspuiten. IMAG-DLO Rapport 94-29. pp. 29. Porskamp, H.A.J., J.C. van de Zande, H.J. Holterman & J.F.M. Huijsmans, 1999. Opzet van een classificatiesysteem voor spuitdoppen op basis van driftgevoeligheid. IMAG-DLO Rapport 99-02, IMAG, Wageningen, 22 pp. Southcombe, E.S.E., P.C.H. Miller, H. Ganzelmeier, J.C. van de Zande, A. Miralles & A.J. Hewitt, 1997. The international (BCPC) spray classification system including a drift potential factor. Proceedings of the Brighton Crop Protection Conference - Weeds, 1997. November 1997. Brighton. UK. p.371-380. Stallinga, H., J.C. van de Zande, M. Wenneker, J.M.G.P. Michielsen, P. van Velde, N. Joosten, 2011a. Doppenclassificatie fruitteelt. Driftmetingen van driftreducerende spuitdoppen bij enkelzijdig bespuiten van de buitenste bomenrij in de volblad situatie, Veldmetingen 2008-2009. Wageningen UR Praktijkonderzoek Plant en Omgeving / Plant Research International, PPO/PRI Rapport 366, Wageningen, 2011. 36pp. Stallinga, H., J.C. van de Zande, M. Wenneker, J.M.G.P. Michielsen, P. van Velde, N. Joosten, 2011b. Doppenclassificatie fruitteelt. Driftmetingen klassengrensdoppen, Veldmetingen 2008-2009. Wageningen UR Praktijkonderzoek Plant en Omgeving / Plant Research International, PPO/PRI Rapport 365, Wageningen, 2011. 66pp.
Stallinga, H., J.C. van de Zande, A.M. van der Lans, P. van Velde & J.M.G.P. Michielsen, 2012. Drift en driftreducerende spuittechnieken voor onkruidbestrijding in de boomteelt. Referentie techniek en driftreducerende spuitdoppen, Veldmetingen 2010-2011. Wageningen UR Plant Research International, Plant Research International Rapport 454, Wageningen. Stallinga, H., M. Wenneker, J.C. van de Zande, J.M.G.P. Michielsen, P. van Velde, A.T. Nieuwenhuizen & L.L.P. Luckerhoff, 2013. Drift en driftreductie van de innovatieve drierijige emissiearme fruitteeltspuit van KWH. Wageningen UR Plant Research International, Plant Research International Rapport 458, Wageningen. 2013. 92 p. TCT, 2015. Lijst beoordeelde technieken volgens Beoordelingsmethodiek emissiebeperkende maatregelen Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Internetsite: http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/emissiebeheer/landbouw-veeteelt/openteelt/driftarme-doppen/@3575/lijst-driftarme/ VW, VROM, LNV, VWS en SZW, 2000. Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Staatsblad 2000 43, 117 p. VW, VROM, LNV, 2007. Wijziging van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij en enige andere besluiten (actualisering lozingenvoorschriften). Staatsblad 2007 143, 35 p. VW & LNV, 2001. Regeling testmethoden driftarme doppen Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Staatscourant 1 maart 2001. nr. 43, p. 18.
Wenneker, M., Heijne, B., Zande, J.C. van de 2001a. Emissiebeperking door een rietkraag; metingen op maaiveldniveau en wateroppervlak. PPO-fruit Rapport 2001-10, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) - sector fruit, 2001. 36pp. Wenneker, M., Heijne, B., Zande, J.C. van de 2001b. Emissiebeperking door éénzijdig spuiten van de laatste bomenrij. PPO- fruit Rapport 2001-11, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) - sector fruit, 2001. 41pp. Wenneker, M., Heijne, B., Zande, J.C. van de 2001c. Emissiebeperking in de fruitteelt met behulp van sensortechniek. PPO- fruit Rapport 2001-13, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) - sector fruit, 2001. 47 pp. Wenneker, M., Heijne, B., Zande, J.C. van de 2001d. Emissiebeperking in de fruitteelt door venturi spuitdoppen en uitvloeier. PPO- fruit Rapport 2001-14, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) - sector fruit, 2001. 39 pp. Wenneker, M., Heijne B. & Zande J.C. van de, 2003. Drift reduction in orchard spraying with a sensorequipped cross-flow sprayer. In: Balsari P, Durochowski G & Cross JV (eds), Proceedings of the VII Workshop on spray application techniques in fruit growing, June 25-27, Cuneo Italy. University of Turin, DEIAFA, Turin. 2003. 247-256. Wenneker, M., B. Heijne & J.C. van de Zande, 2004. Invloed van venturi-spuitdoppen en luchtondersteuning op de emissie bij bespuitingen in de fruitteelt.
PPO-Fruit, WUR-A&F, PPO-Fruit Rapportnummer 2004-03, Randwijk. 2004. 65 p.
PRI-rapport 609
| 39
Wenneker, M., Heijne B., Van de Zande J.C., 2005a. Effect of air induction nozzle (coarse droplet), air assistance and one-sided spraying of the outer tree row on spray drift in orchard spraying. Annual Review of Agricultural Engineering, Vol. 4 (1): 116 – 128. Wenneker, M., B. Heijne & J.C. van de Zande, 2005b. Effect of natural windbreaks on drift reduction in orchard spraying. Communications of Applied Biology Science, Ghent University, 70(2005)4: 961-969. Wenneker, M., R. Anbergen, N. Joosten & J.C. van de Zande, 2006a. Emissiereductie bij inzet van een Wannerspuit met reflectieschermen in de fruitteelt. Wageningen UR, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Sector Fruit. PPO nr. 2006-13, Randwijk. 2006. 47 p. Wenneker, M., R. Anbergen, N. Joosten & J.C. van de Zande, 2006b. Drift reduction in orchard spraying using a cross flow sprayer equipped with reflection shields (Wanner) and air injection nozzles (in Dutch). Wageningen UR, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Sector Fruit. PPO nr. 2006-13, Randwijk. 2006. 47p. Wenneker, M., J.M.G.P. Michielsen, B. Heijne & J.C. van de Zande, 2007. Contribution of individual row sprayings to total spray drift deposition next to an apple orchard. In: E. Gil, F. Solanelles, S. Planas, J.R. Rossell & L. Val (eds).
Proceedings of the 8th Workshop on Spray Application Techniques in Fruit Growing, June 2005 Barcelona, Universitat Politècnica de Catalunya, Generalitat de Catalunya, Universitat de Lleida, Barcelona, 2007. p.57-64 Wenneker, M. & J.C. van de Zande, 2008a. Spray drift reducing effects of natural windbreaks in orchard spraying. International Advances in Pesticide Application, Aspects of Applied Biology 84(2008): 25-32. Wenneker, M., J.C. van de Zande, H. Stallinga & J.M.G.P. Michielsen, 2008b. Vergelijkende driftmetingen tussen een axiaalspuit en een dwarsstroomspuit in de fruitteelt. Praktijkonderzoek Plant en Omgeving - Sector Fruit, Rapport nr.2008-07, Wageningen. 2008. 67p. Wenneker, M. & J.C. van de Zande, 2008c. ‘Drift Reduction in Orchard Spraying Using a Cross Flow Sprayer Equipped with Reflection Shields (Wanner) and Air Injection Nozzles’. Agricultural Engineering International: the CIGR Ejournal. Manuscript ALNARP 08 014. Vol. X. May, 2008. Wenneker, M., A.T. Nieuwenhuizen, J.C. van de Zande, P. Balsari, G. Doruchowski, & P. Marucco, 2012. Advanced drift reduction in orchard spraying. Advances in Pesticide Application. Aspects of Applied Biology 114. p. 421-428 Wenneker, M., Nieuwenhuizen, A.T., Zande, J.C. van de, 2013. Innovations in orchard spraying: sensor guided precision sprayers. Integrated protection of fruit crops, IOBC-WPRS Bulletin Vol. 91, 2013. pp.
477-481 Wenneker, M., J.C. van de Zande, H. Stallinga, J.M.G.P. Michielsen, P. van Velde, & A.T. Nieuwenhuizen, 2014. Emission reduction in orchards by improved spray deposition and increased spray drift reduction of multiple row sprayers. International Advances in Pesticide Application, Aspects of Applied Biology 122, 2014. p. 195-202 Zande, J.C. van de, B. Heijne & M. Wenneker, 2001. Driftreductie bij bespuitingen in de fruitteelt (stand van zaken december 2001). Instituut voor Milieu- en Agritechniek, IMAG Rapport 2001-19, Wageningen. 36 pp. Zande, J.C. van de, H.J. Holterman & M. Wenneker, 2007. Doppenclassificatie fruitteelt. Vaststellen referentie spuitdoppen klassengrenzen. Wageningen UR, Plant Research International, WUR-PRI Report 150, Wageningen. 2007. 22 p. Zande, J.C. van de, H.J. Holterman & M. Wenneker, 2008. Nozzle Classification for Drift Reduction in Orchard Spraying: Identification of Drift Reduction Class Threshold Nozzles. Agricultural Engineering International: the CIGR Ejournal. Manuscript ALNARP 08 0013. Vol. X. May, 2008. http://www.cigrjournal.org/index.php/Ejounral/article/viewFile/1256/1113 Zande, J.C. van de, M. Wenneker, J.M.G.P. Michielsen, H. Stallinga, P. van Velde & N. Joosten, 2012. Nozzle classification for drift reduction in orchard spraying. International Advances in Pesticide Application. Aspects of Applied Biology 114. p.
253-260 Zande, J.C. van de, M.C. Butler Ellis, M. Wenneker, P J Walklate & M. Kennedy, 2014. Spray drift and bystander risk from fruit crop spraying. International Advances in Pesticide Application, Aspects of Applied Biology 122, 2014. p. 177-186 Zande, J.C. van de, H.J. Holterman, Huijsmans & M. Wenneker, 2015. Spray drift for the assessment of exposure of aquatic organisms to plant protection products in the Netherlands. Part 2: Sideways and upward sprayed fruit and tree crops. Wageningen UR, WUR-PRI Report 564, Wageningen. 2015. 66p.
40 | PRI–rapport 609
Bijlage 1
Drift depositie op grond en naar de lucht
Drift naar de lucht (% van uitgebracht spuitvolume) Afstand [m]
Druppeldrift [%] kale boom
Druppeldrift [%] volblad situatie
situatie Stand
DRT50
DRT75
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
67,6
31,4
29,4
14,6
8,6
29,9
9,8
7,0
5,6
2,5
0-3 m
10
34,1
15,8
14,7
7,2
4,3
15,0
4,9
3,5
2,7
1,2
15
17,2
7,9
7,4
3,6
2,1
7,5
2,4
1,7
1,3
0,6
20
8,7
4,0
3,7
1,8
1,1
3,8
1,2
0,9
0,7
0,3
25
4,4
2,0
1,9
0,9
0,5
1,9
0,6
0,4
0,3
0,15
30
2,2
1,0
0,9
0,4
0,3
0,9
0,3
0,21
0,16
0,07
35
1,1
0,5
0,5
0,22
0,13
0,5
0,15
0,10
0,08
0,04
40
0,6
0,3
0,23
0,11
0,07
0,24
0,07
0,05
0,04
0,02
45
0,3
0,13
0,12
0,05
0,03
0,12
0,04
0,03
0,019
0,009
3-6 m hoogte
50
0,14
0,06
0,06
0,03
0,02
0,06
0,02
0,01
0,009
0,005
5
31,2
11,5
9,6
3,4
2,0
21,6
5,0
3,6
2,0
1,3
10
18,3
6,7
5,6
2,0
1,2
12,3
2,8
2,1
1,2
0,7
15
10,7
3,9
3,2
1,1
0,7
7,0
1,6
1,2
0,7
0,4
20
6,3
2,3
1,9
0,7
0,4
4,0
0,9
0,7
0,4
0,24
25
3,7
1,3
1,1
0,4
0,23
2,3
0,5
0,4
0,21
0,14
30
2,2
0,8
0,6
0,22
0,13
1,3
0,3
0,21
0,12
0,08
35
1,3
0,5
0,4
0,13
0,07
0,7
0,16
0,12
0,07
0,04
40
0,7
0,3
0,21
0,07
0,04
0,41
0,09
0,07
0,04
0,02
45
0,4
0,15
0,12
0,04
0,03
0,24
0,05
0,04
0,021
0,014
50
0,3
0,09
0,07
0,02
0,01
0,13
0,03
0,02
0,012
0,008
Drift depositie (% van uitgebracht spuitvolume) op de grond naast perceel [m] Afstand [m]
Drift [%] kale boom situatie
Drift [%] volblad situatie
Stand
DRT50
DRT75
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
22,9
17,5
12,0
3,2
1,75
11,9
5,8
2,8
1,5
0,65
perceel [m]
10
13,3
9,4
6,5
1,3
0,8
6,5
3,0
1,3
0,6
0,3
15
7,7
5,1
3,6
0,6
0,35
3,5
1,6
0,6
0,3
0,16
20
4,5
2,8
2,0
0,3
0,15
1,9
0,8
0,3
0,13
0,08
25
2,6
1,5
1,1
0,11
0,07
1,1
0,4
0,13
0,06
0,04
30
1,5
0,9
0,6
0,05
0,03
0,58
0,24
0,06
0,025
0,020
35
0,9
0,4
0,3
0,019
0,014
0,3
0,12
0,028
0,011
0,010
40
0,5
0,3
0,19
0,009
0,006
0,17
0,07
0,013
0,005
0,005
45
0,3
0,13
0,09
0,004
0,003
0,09
0,035
0,006
0,002
0,002
50
0,17
0,08
0,06
0,002
0,001
0,05
0,02
0,003
0,001
0,001
PRI-rapport 609
| 41
Bijlage 2
Dermale blootstelling
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van captan
In de lucht Afstand [m] Onderste 0-3 m
3-6 m hoogte
Kale boom situatie 5
Stand
DRT50
DRT75
4295
1995
1866
Volblad situatie DRT90 DRT95 924
547
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
1896
624
444
353
156
10
2165
1000
936
459
273
951
310
220
174
77
15
1091
502
469
228
136
477
154
109
85
38
20
550
252
235
113
68
239
76
54
42
19
25
277
126
118
56
34
120
38
27
21
9
30
140
63
59
28
17
60
19
13
10
5
35
70
32
30
14
8
30
9
7
5
2
40
36
16
15
7
4
15
5
3
2
1
45
18
8
7
3
2
8
2
2
1
1
50
9
4
4
2
1
4
1
1
1
0
5
1984
731
610
216
129
1373
316
231
130
83
10
1162
426
354
124
74
780
178
131
74
47
15
681
248
205
72
43
443
100
74
42
27
20
399
145
119
41
25
252
56
42
24
15
25
233
84
69
24
14
143
32
24
13
9
30
137
49
40
14
8
81
18
13
8
5
35
80
29
23
8
5
46
10
8
4
3
40
47
17
13
5
3
26
6
4
2
2
45
27
10
8
3
2
15
3
2
1
1
50
16
6
5
2
1
8
2
1
1
1
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van captan
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie Stand
DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
1453
1111
762
201
111
755
367
178
92
41
perceel [m]
10
842
601
416
86
49
412
194
82
41
21
15
488
325
227
37
22
225
102
38
18
10
20
283
176
124
16
10
123
54
18
8
5
25
164
95
68
7
4
67
28
8
4
3
30
95
51
37
3
2
37
15
4
2
1
35
55
28
20
1
1
20
8
2
1
1
40
32
15
11
1
0
11
4
1
0
0
45
19
8
6
0
0
6
2
0
0
0
50
11
4
3
0
0
3
1
0
0
0
42 | PRI–rapport 609
Windhaag % invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van captan
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
1074
499
466
231
137
95
31
22
18
8
0-3 m
10
541
250
234
115
68
48
15
11
9
4
15
273
125
117
57
34
24
8
5
4
2
20
138
63
59
28
17
12
4
3
2
1
25
69
32
30
14
8
6
2
1
1
0
30
35
16
15
7
4
3
1
1
1
0
35
18
8
7
3
2
2
0
0
0
0
40
9
4
4
2
1
1
0
0
0
0
45
4
2
2
1
1
0
0
0
0
0
50
2
1
1
0
0
0
0
0
0
0
5
595
219
183
65
39
137
32
23
13
8
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
10
349
128
106
37
22
78
18
13
7
5
15
204
74
62
22
13
44
10
7
4
3
20
120
43
36
12
7
25
6
4
2
2
25
70
25
21
7
4
14
3
2
1
1
30
41
15
12
4
2
8
2
1
1
0
35
24
9
7
2
1
5
1
1
0
0
40
14
5
4
1
1
3
1
0
0
0
45
8
3
2
1
0
1
0
0
0
0
50
5
2
1
0
0
1
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 43
Volblad windhaag % invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van captan
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie
DRT75
DRT90
DRT95
5
215
100
93
46
27
95
31
22
18
8
0-3 m
10
108
50
47
23
14
48
15
11
9
4
15
55
25
23
11
7
24
8
5
4
2
20
28
13
12
6
3
12
4
3
2
1
25
14
6
6
3
2
6
2
1
1
0
30
7
3
3
1
1
3
1
1
1
0
35
4
2
1
1
0
2
0
0
0
0
40
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
45
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
198
73
61
22
13
137
32
23
13
8
10
116
43
35
12
7
78
18
13
7
5
15
68
25
21
7
4
44
10
7
4
3
20
40
14
12
4
2
25
6
4
2
2
25
23
8
7
2
1
14
3
2
1
1
30
14
5
4
1
1
8
2
1
1
0
35
8
3
2
1
0
5
1
1
0
0
40
5
2
1
0
0
3
1
0
0
0
45
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
50
2
1
0
0
0
1
0
0
0
0
44 | PRI–rapport 609
DRT50
DRT75
Volblad situatie
Onderste
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
Twee windhagen % invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van captan
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
268
125
117
58
34
24
8
6
4
2
0-3 m
10
135
63
58
29
17
12
4
3
2
1
15
68
31
29
14
9
6
2
1
1
0
20
34
16
15
7
4
3
1
1
1
0
25
17
8
7
4
2
1
0
0
0
0
30
9
4
4
2
1
1
0
0
0
0
35
4
2
2
1
1
0
0
0
0
0
40
2
1
1
0
0
0
0
0
0
0
45
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
179
66
55
19
12
41
9
7
4
2
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
10
105
38
32
11
7
23
5
4
2
1
15
61
22
18
6
4
13
3
2
1
1
20
36
13
11
4
2
8
2
1
1
0
25
21
8
6
2
1
4
1
1
0
0
30
12
4
4
1
1
2
1
0
0
0
35
7
3
2
1
0
1
0
0
0
0
40
4
2
1
0
0
1
0
0
0
0
45
2
1
1
0
0
0
0
0
0
0
50
1
1
0
0
0
0
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 45
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van pirimicarb
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
1994
926
866
429
254
880
289
206
164
72
0-3 m
10
1005
465
434
213
127
442
144
102
81
36
15
507
233
218
106
63
221
71
51
40
18
20
255
117
109
53
32
111
35
25
19
9
25
129
59
55
26
16
56
18
13
10
4
30
65
29
27
13
8
28
9
6
5
2
35
33
15
14
6
4
14
4
3
2
1
40
16
7
7
3
2
7
2
2
1
1
45
8
4
3
2
1
4
1
1
1
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
4
2
2
1
0
2
1
0
0
0
5
921
339
283
100
60
637
147
107
60
38
10
540
198
164
58
35
362
82
61
34
22
15
316
115
95
33
20
206
46
34
19
12
20
185
67
55
19
12
117
26
19
11
7
25
108
39
32
11
7
66
15
11
6
4
30
63
23
19
6
4
38
8
6
3
2
35
37
13
11
4
2
21
5
4
2
1
40
22
8
6
2
1
12
3
2
1
1
45
13
5
4
1
1
7
1
1
1
0
50
7
3
2
1
0
4
1
1
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van pirimicarb
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
674
516
354
93
51
350
170
82
43
19
perceel [m]
10
391
279
193
40
23
191
90
38
19
10
15
227
151
105
17
10
104
47
18
8
5
20
131
82
58
7
5
57
25
8
4
2
25
76
44
31
3
2
31
13
4
2
1
30
44
24
17
1
1
17
7
2
1
1
35
26
13
9
1
0
9
4
1
0
0
40
15
7
5
0
0
5
2
0
0
0
45
9
4
3
0
0
3
1
0
0
0
50
5
2
2
0
0
2
1
0
0
0
46 | PRI–rapport 609
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van methoxyfenozide
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
247
115
107
53
32
109
36
26
20
9
0-3 m
10
125
58
54
26
16
55
18
13
10
4
15
63
29
27
13
8
27
9
6
5
2
20
32
14
14
7
4
14
4
3
2
1
25
16
7
7
3
2
7
2
2
1
1
30
8
4
3
2
1
3
1
1
1
0
35
4
2
2
1
0
2
1
0
0
0
40
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
45
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
114
42
35
12
7
79
18
13
7
5
10
67
25
20
7
4
45
10
8
4
3
15
39
14
12
4
2
26
6
4
2
2
20
23
8
7
2
1
15
3
2
1
1
25
13
5
4
1
1
8
2
1
1
0
30
8
3
2
1
0
5
1
1
0
0
35
5
2
1
0
0
3
1
0
0
0
40
3
1
1
0
0
2
0
0
0
0
45
2
1
0
0
0
1
0
0
0
0
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van methoxyfenozide
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie Stand
DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
84
64
44
12
6
43
21
10
5
2
perceel [m]
10
49
35
24
5
3
24
11
5
2
1
15
28
19
13
2
1
13
6
2
1
1
20
16
10
7
1
1
7
3
1
0
0
25
9
5
4
0
0
4
2
0
0
0
30
5
3
2
0
0
2
1
0
0
0
35
3
2
1
0
0
1
0
0
0
0
40
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
45
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 47
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van fenoxycarb
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
1204
559
523
259
153
532
175
124
99
44
0-3 m
10
607
280
262
129
77
267
87
62
49
22
15
306
141
132
64
38
134
43
31
24
11
20
154
71
66
32
19
67
21
15
12
5
25
78
35
33
16
10
34
11
8
6
3
30
39
18
17
8
5
17
5
4
3
1
35
20
9
8
4
2
8
3
2
1
1
40
10
4
4
2
1
4
1
1
1
0
45
5
2
2
1
1
2
1
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
5
556
205
171
60
36
385
88
65
36
23
10
326
119
99
35
21
219
50
37
21
13
15
191
70
57
20
12
124
28
21
12
7
20
112
41
33
12
7
71
16
12
7
4
25
65
24
19
7
4
40
9
7
4
2
30
38
14
11
4
2
23
5
4
2
1
35
22
8
6
2
1
13
3
2
1
1
40
13
5
4
1
1
7
2
1
1
0
45
8
3
2
1
0
4
1
1
0
0
50
5
2
1
0
0
2
1
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van fenoxycarb
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
407
312
214
56
31
212
103
50
26
12
perceel [m]
10
236
168
117
24
14
116
54
23
11
6
15
137
91
64
10
6
63
29
11
5
3
20
79
49
35
4
3
34
15
5
2
1
25
46
27
19
2
1
19
8
2
1
1
30
27
14
10
1
1
10
4
1
0
0
35
15
8
6
0
0
6
2
0
0
0
40
9
4
3
0
0
3
1
0
0
0
45
5
2
2
0
0
2
1
0
0
0
50
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
48 | PRI–rapport 609
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van flonicamid
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
782
363
340
168
100
345
113
81
64
28
0-3 m
10
394
182
170
84
50
173
56
40
32
14
15
199
91
85
41
25
87
28
20
16
7
20
100
46
43
21
12
44
14
10
8
3
25
50
23
21
10
6
22
7
5
4
2
30
25
12
11
5
3
11
3
2
2
1
35
13
6
5
3
2
5
2
1
1
0
40
6
3
3
1
1
3
1
1
0
0
45
3
1
1
1
0
1
0
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
5
361
133
111
39
23
250
57
42
24
15
10
211
77
64
23
14
142
32
24
13
9
15
124
45
37
13
8
81
18
13
8
5
20
73
26
22
8
5
46
10
8
4
3
25
42
15
13
4
3
26
6
4
2
2
30
25
9
7
3
2
15
3
2
1
1
35
15
5
4
1
1
8
2
1
1
1
40
9
3
2
1
0
5
1
1
0
0
45
5
2
1
0
0
3
1
0
0
0
50
3
1
1
0
0
2
0
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van flonicamid
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie Stand
DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
264
202
139
37
20
137
67
32
17
7
perceel [m]
10
153
109
76
16
9
75
35
15
7
4
15
89
59
41
7
4
41
19
7
3
2
20
52
32
23
3
2
22
10
3
1
1
25
30
17
12
1
1
12
5
1
1
0
30
17
9
7
1
0
7
3
1
0
0
35
10
5
4
0
0
4
1
0
0
0
40
6
3
2
0
0
2
1
0
0
0
45
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
50
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 49
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van chlofentezin
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
2899
1346
1259
624
370
1280
421
300
239
105
0-3 m
10
1461
675
632
310
184
642
209
149
117
52
15
737
339
317
154
92
322
104
74
58
26
20
371
170
159
76
46
161
52
37
28
13
25
187
85
80
38
23
81
26
18
14
6
30
94
43
40
19
11
41
13
9
7
3
35
48
21
20
9
6
20
6
4
3
2
40
24
11
10
5
3
10
3
2
2
1
45
12
5
5
2
1
5
2
1
1
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
6
3
3
1
1
3
1
1
0
0
5
1339
493
412
145
87
926
213
156
88
56
10
784
287
239
84
50
527
120
88
50
32
15
459
167
138
48
29
299
67
50
28
18
20
269
98
80
28
17
170
38
28
16
10
25
158
57
47
16
10
97
21
16
9
6
30
92
33
27
9
6
55
12
9
5
3
35
54
19
16
5
3
31
7
5
3
2
40
32
11
9
3
2
18
4
3
2
1
45
19
7
5
2
1
10
2
2
1
1
50
11
4
3
1
1
6
1
1
1
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van chlofentezin
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
981
750
514
136
75
509
248
120
62
28
perceel [m]
10
569
406
281
58
33
278
131
56
28
14
15
330
219
153
25
15
152
69
26
12
7
20
191
119
84
11
7
83
36
12
5
3
25
111
64
46
5
3
45
19
6
2
2
30
64
35
25
2
1
25
10
3
1
1
35
37
19
14
1
1
14
5
1
0
0
40
22
10
7
0
0
7
3
1
0
0
45
13
5
4
0
0
4
1
0
0
0
50
7
3
2
0
0
2
1
0
0
0
50 | PRI–rapport 609
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Chorus ciprodinil
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
859
399
373
185
109
569
187
133
106
47
0-3 m
10
433
200
187
92
55
285
93
66
52
23
15
218
100
94
46
27
143
46
33
26
12
20
110
50
47
23
14
72
23
16
13
6
25
55
25
24
11
7
36
11
8
6
3
30
28
13
12
6
3
18
6
4
3
1
35
14
6
6
3
2
9
3
2
1
1
40
7
3
3
1
1
5
1
1
1
0
45
4
2
1
1
0
2
1
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
5
397
146
122
43
26
412
95
69
39
25
10
232
85
71
25
15
234
53
39
22
14
15
136
50
41
14
9
133
30
22
12
8
20
80
29
24
8
5
76
17
13
7
5
25
47
17
14
5
3
43
9
7
4
3
30
27
10
8
3
2
24
5
4
2
1
35
16
6
5
2
1
14
3
2
1
1
40
9
3
3
1
1
8
2
1
1
0
45
5
2
2
1
0
4
1
1
0
0
50
3
1
1
0
0
3
1
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Chorus ciprodinil
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie Stand
DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
291
222
152
40
22
226
110
53
28
12
perceel [m]
10
168
120
83
17
10
124
58
25
12
6
15
98
65
45
7
4
67
31
11
5
3
20
57
35
25
3
2
37
16
5
2
2
25
33
19
14
1
1
20
9
2
1
1
30
19
10
7
1
0
11
4
1
0
0
35
11
6
4
0
0
6
2
1
0
0
40
6
3
2
0
0
3
1
0
0
0
45
4
2
1
0
0
2
1
0
0
0
50
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 51
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Switch fludioxonil
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
15
7
7
3
2
7
2
2
1
1
0-3 m
10
8
4
3
2
1
3
1
1
1
0
15
4
2
2
1
0
2
1
0
0
0
20
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
25
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
30
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
40
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
45
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
7
3
2
1
0
5
1
1
0
0
10
4
2
1
0
0
3
1
0
0
0
15
2
1
1
0
0
2
0
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
20
1
1
0
0
0
1
0
0
0
0
25
1
0
0
0
0
1
0
0
0
0
30
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
40
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
45
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Switch fludioxonil
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
5
4
3
1
0
3
1
1
0
0
perceel [m]
10
3
2
1
0
0
1
1
0
0
0
15
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
20
1
1
0
0
0
0
0
0
0
0
25
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
30
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
40
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
45
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
52 | PRI–rapport 609
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Switch cyprodinil
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
1611
748
700
346
205
711
234
166
133
58
0-3 m
10
812
375
351
172
102
357
116
83
65
29
15
409
188
176
85
51
179
58
41
32
14
20
206
94
88
42
26
90
29
20
16
7
25
104
47
44
21
13
45
14
10
8
4
30
52
24
22
10
6
23
7
5
4
2
35
26
12
11
5
3
11
4
2
2
1
40
13
6
6
3
2
6
2
1
1
0
45
7
3
3
1
1
3
1
1
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
3
2
1
1
0
1
0
0
0
0
5
744
274
229
81
48
515
118
87
49
31
10
436
160
133
47
28
293
67
49
28
18
15
255
93
77
27
16
166
37
28
16
10
20
149
54
45
16
9
94
21
16
9
6
25
88
32
26
9
5
54
12
9
5
3
30
51
18
15
5
3
31
7
5
3
2
35
30
11
9
3
2
17
4
3
2
1
40
18
6
5
2
1
10
2
2
1
1
45
10
4
3
1
1
6
1
1
1
0
50
6
2
2
1
0
3
1
1
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van Switch cyprodinil
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie Stand
DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT90 DRT95
Stand
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
545
417
286
75
42
283
138
67
35
15
perceel [m]
10
316
225
156
32
18
155
73
31
15
8
15
183
122
85
14
8
84
38
14
7
4
20
106
66
47
6
4
46
20
7
3
2
25
62
36
25
3
2
25
11
3
1
1
30
36
19
14
1
1
14
6
1
1
0
35
21
10
8
0
0
8
3
1
0
0
40
12
6
4
0
0
4
2
0
0
0
45
7
3
2
0
0
2
1
0
0
0
50
4
2
1
0
0
1
0
0
0
0
PRI-rapport 609
| 53
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van dodine
In de lucht Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Onderste
5
419
194
182
90
53
185
61
43
34
15
0-3 m
10
211
98
91
45
27
93
30
21
17
8
15
106
49
46
22
13
47
15
11
8
4
20
54
25
23
11
7
23
7
5
4
2
25
27
12
12
5
3
12
4
3
2
1
30
14
6
6
3
2
6
2
1
1
0
35
7
3
3
1
1
3
1
1
0
0
40
3
2
1
1
0
1
0
0
0
0
45
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
3-6 m hoogte
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
193
71
59
21
13
134
31
23
13
8
10
113
42
34
12
7
76
17
13
7
5
15
66
24
20
7
4
43
10
7
4
3
20
39
14
12
4
2
25
5
4
2
1
25
23
8
7
2
1
14
3
2
1
1
30
13
5
4
1
1
8
2
1
1
0
35
8
3
2
1
0
5
1
1
0
0
40
5
2
1
0
0
3
1
0
0
0
45
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
50
2
1
0
0
0
1
0
0
0
0
% invulling dermale blootstellingseindpunt (AEL) van dodine
Op de grond Afstand [m]
Kale boom situatie DRT50
DRT75
Volblad situatie DRT75
DRT90
DRT95
Naast
5
142
108
74
20
11
74
36
17
9
4
perceel [m]
10
82
59
41
8
5
40
19
8
4
2
15
48
32
22
4
2
22
10
4
2
1
20
28
17
12
2
1
12
5
2
1
0
25
16
9
7
1
0
7
3
1
0
0
30
9
5
4
0
0
4
1
0
0
0
35
5
3
2
0
0
2
1
0
0
0
40
3
1
1
0
0
1
0
0
0
0
45
2
1
1
0
0
1
0
0
0
0
50
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
54 | PRI–rapport 609
Stand
DRT90 DRT95
Stand
DRT50
Bijlage 3
Inhalatoire blootstelling
Inhalatie risico naast perceel Bijvoorbeeld: pirimicarb Toegediende hoeveelheid aktieve stof
25
mg/m2
Max dos, Inhalatie
2,205
mg/dag
Wind
3
m/s
Wolk passeert in max
60
sec
Depositie zit in
180
m3
Inademvolume in 1 minuut
0,020833333
m3 (1/60 deel van 1,25 m3/uur)
Voorwaarden:
PRI-rapport 609
| 55
56 | PRI-rapport 609
Kaal
Mg inademen als fractie van AEL systemisch voor
Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
Pirimicarb
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95 0,00565
[m] Onderste 3 m
10
34,1
15,8
14,7
7,2
4,3
8,525
3,939
3,684
1,807
1,076
0,04475
0,02068
0,01934
0,00948
20
8,7
4,0
3,7
1,8
1,1
2,166
0,991
0,927
0,446
0,268
0,01137
0,00520
0,00487
0,00234
0,00141
30
2,2
1,0
0,9
0,4
0,3
0,550
0,249
0,233
0,110
0,067
0,00289
0,00131
0,00122
0,00058
0,00035
40
0,6
0,3
0,23
0,11
0,07
0,140
0,063
0,059
0,027
0,017
0,00073
0,00033
0,00031
0,00014
0,00009
50
0,14
0,06
0,06
0,027
0,017
0,036
0,016
0,015
0,007
0,004
0,00019
0,00008
0,00008
0,00004
0,00002
Volblad
Mg inademen als fractie van AEL systemisch voor
Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
Pirimicarb
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
[m] Onderste 3 m
10
15,0
4,9
3,5
2,7
1,2
3,744
1,222
0,868
0,684
0,305
0,01965
0,00641
0,00455
0,00359
0,00160
20
3,8
1,2
0,9
0,7
0,30
0,942
0,301
0,214
0,165
0,075
0,00494
0,00158
0,00112
0,00087
0,00039
30
0,9
0,3
0,21
0,16
0,07
0,237
0,074
0,053
0,040
0,019
0,00124
0,00039
0,00028
0,00021
0,00010
40
0,24
0,07
0,05
0,039
0,018
0,060
0,018
0,013
0,010
0,005
0,00031
0,00010
0,00007
0,00005
0,00002
50
0,06
0,02
0,013
0,009
0,005
0,015
0,005
0,003
0,002
0,001
0,00008
0,00002
0,00002
0,00001
0,00001
Kaal
Mg inademen als fractie van AEL systemisch
Methoxyfenozide
voor Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95 Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
[m] Onderste 3 m
10
34,1
15,8
14,7
7,2
4,3
4,910
2,269
2,122
1,041
0,620
0,00902
0,00417
0,00390
0,00191
0,00114
20
8,7
4,0
3,7
1,8
1,1
1,248
0,571
0,534
0,257
0,154
0,00229
0,00105
0,00098
0,00047
0,00028
30
2,2
1,0
0,9
0,4
0,3
0,317
0,144
0,134
0,063
0,038
0,00058
0,00026
0,00025
0,00012
0,00007
40
0,6
0,3
0,23
0,11
0,07
0,081
0,036
0,034
0,016
0,010
0,00015
0,00007
0,00006
0,00003
0,00002
50
0,14
0,06
0,06
0,027
0,017
0,020
0,009
0,009
0,004
0,002
0,00004
0,00002
0,00002
0,00001
0,00000
Volblad
Mg inademen als fractie van AEL systemisch
Methoxyfenozide
voor Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
[m] Onderste 3 m
10
15,0
4,9
3,5
2,7
1,2
2,157
0,704
0,500
0,394
0,176
0,00396
0,00129
0,00092
0,00072
0,00032
20
3,8
1,2
0,9
0,7
0,30
0,543
0,174
0,123
0,095
0,043
0,00100
0,00032
0,00023
0,00017
0,00008
30
0,9
0,3
0,21
0,16
0,07
0,137
0,043
0,030
0,023
0,011
0,00025
0,00008
0,00006
0,00004
0,00002
40
0,24
0,07
0,05
0,039
0,018
0,034
0,011
0,007
0,006
0,003
0,00006
0,00002
0,00001
0,00001
0,00000
50
0,06
0,02
0,013
0,009
0,005
0,009
0,003
0,002
0,001
0,001
0,00002
0,00000
0,00000
0,00000
0,00000
PRI-rapport 609
| 57
58 | PRI-rapport 609
Kaal
Mg inademen als fractie van AEL systemisch voor
Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
Fenoxycarb
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
10
34,1
15,8
14,7
7,2
20
8,7
4,0
3,7
1,8
4,3
5,463
2,524
2,361
1,158
0,689
0,01004
0,00464
0,00434
0,00213
0,00127
1,1
1,388
0,635
0,594
0,285
0,172
0,00255
0,00117
0,00109
0,00052
30
2,2
1,0
0,9
0,4
0,00032
0,3
0,353
0,160
0,149
0,070
0,043
0,00065
0,00029
0,00027
0,00013
0,00008
[m] Onderste 3 m
40
0,6
0,3
0,23
0,11
0,07
0,090
0,040
0,038
0,017
0,011
0,00016
0,00007
0,00007
0,00003
0,00002
50
0,14
0,06
0,06
0,027
0,017
0,023
0,010
0,009
0,004
0,003
0,00004
0,00002
0,00002
0,00001
0,00000
Volblad
Mg inademen als fractie van AEL systemisch voor
Inhalatie
Druppel
Mg
uitgedrukt als % invulling van
gedeelte
drift in de
depositie
AEL
Fenoxycarb
lucht (%) Afstand
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
Standaard
DRT50
DRT75
DRT90
DRT95
[m] Onderste 3 m
10
15,0
4,9
3,5
2,7
1,2
2,399
0,783
0,556
0,438
0,195
0,00441
0,00144
0,00102
0,00081
0,00036
20
3,8
1,2
0,9
0,7
0,30
0,604
0,193
0,137
0,106
0,048
0,00111
0,00035
0,00025
0,00019
0,00009
30
0,9
0,3
0,21
0,16
0,07
0,152
0,048
0,034
0,026
0,012
0,00028
0,00009
0,00006
0,00005
0,00002