CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lokaal educatieve agenda 2023-2027 def

Commissie Samenleving en Financiën 22 november 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Lokaal Educatieve Agenda Maasdriel (met presentatie)10.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De drempels rondom privacy en gegevensdeling dienen daarbij zoveel mogelijk te worden geslecht. Om recht te doen aan het uitgangspunt van de Jeugdwet tot lokaal maatwerk dient deze communicatie primair tussen schoolbestuur en gemeente te gaan. Dit leidt tegelijk tot het volgende voorstel: 6. Neem zowel in de wet Passend Onderwijs en als in de Jeugdwet de verplichting op tot een gezamenlijke paragraaf van onderwijsbesturen en gemeente jaarlijks ten behoeve

26

7.

van de eigen beleidsplannen volgens een verplicht kader. Zorg als onderwijsraden en gemeenten (VNG) dat dit geen papieren tijger wordt maar levendige werkelijkheid; Faciliteer landelijk de samenwerking tussen onderwijs en gemeenten via eenvoudige en toegankelijke gegevensdeling.

4. Naar pedagogische ondersteuning vanuit kinderopvang, consultatiebureaus en jgz De hierboven bepleite contextbenadering, zo is duidelijk, raakt niet alleen de verhouding jeugdhulp en onderwijs. Vóórdat kinderen naar school gaan zijn er al talloze verbanden, kringen en personen die invloed hebben op de ontwikkeling van jonge kinderen: allereerst natuurlijk de ouders, maar ook verloskundigen, consultatieartsen, jeugdgezondheidszorg, voorschool en kinderopvang. Ook dit zijn omgevingen die, mits vanuit een positief pedagogisch perspectief handelend, kunnen bijdragen aan de stabiele ontwikkeling van hun kinderen. We zoomen specifiek in op de kinderopvang: 8. Beschouw kinderopvang als een basisvoorziening waar geoefend kan worden in pedagogische vaardigheden. Zie kinderopvang niet alleen als arbeidsinstrument maar vooral als context voor de ontwikkeling van kinderen, ouders en hun onderlinge interacties. Zonder haar verplicht te stellen is het goed de aantrekkelijkheid van kinderopvang voor werkende én niet-werkende ouders te vergroten, ook financieel. Dat wil zeggen dat het gratis karakter ervan uitbreiding behoeft waarbij inkomensafhankelijkheid via de algemene belastingen en niet via de kinderopvang zelf moeten lopen. 5.

Naar een brede jeugdstrategie en een smallere, eenduidigere Jeugdwet Bovenstaande maatregelen opgeteld leidt tot een stapsgewijze uitbreiding naar een brede jeugdstrategie. Een strategie die vanuit de levensloopbenadering denkt in sterke peda-

gogische contexten en minder individugericht jeugdhulpaanbod. Andere landen zijn daar al verder in en dit verdient ook in ons land verdere doordenking aan de verschillende tafels in Den Haag (VWS, OCW, SZW en J&V, VNG, onderwijsraden) alsook op gemeentelijke niveaus. Deze brede jeugdstrategie moet voorkomen dat welzijn van kinderen vooral besproken wordt in termen van ‘jeugdhulp’ of vanuit een medische professie. Welzijn van kinderen is allereerst iets van het normale leven en dus van ouders, onderwijs, kinderopvang, sport, cultuur etc. 9. Werk vanuit de levensloopbenadering toe naar een jeugdstrategie, met diverse kringen. Een kring van school en kinderopvang, sport en cultuur, pedagogische civil society. Vervolgens een schil van preventie, met inbegrip van publieke gezondheidzorg en lichte drempelloze opvoedhulp. En tot slot een schil van individuele jeugdhulpverlening op basis van de Jeugdwet. Zet daarbij de prikkel zo dat partijen vanuit een kring niet ongeclausuleerd naar zichzelf in een andere kring kunnen doorverwijzen of dat doorverwijzingen via ‘externe geitenpaadjes’ de norm worden. Tegelijk moet de prikkel zo staan dat het aantrekkelijk blijft om ‘zware hulp’ al dan niet tijdelijk in te kunnen zetten. Een contextbenadering betekent niet dat jongeren met serieuze problemen niet de (structurele) hulp krijgen die ze nodig hebben.

Nadenken over de verhouding onderwijs, kinderopvang, gemeente en jeugdhulp raakt ook de inhoud en reikwijdte van de jeugdhulp zelf. Anders geformuleerd: het raakt de bedoeling van de Jeugdwet. Het is noodzakelijk de (interpretatie) van de Jeugdwet dusdanig aan te scherpen dat bepaalde zaken niet meer verplicht via de Jeugdwet worden aangeboden. Een bredere jeugdstrategie dient samen te gaan met een eenduidigere Jeugdwet of in elk geval een eenduidigere uitleg daarvan. De huidige Jeugdwet kent een te open karakter. Weliswaar hebben ge-

27

meenten in theorie al de mogelijkheid om via de verordeningen het beroep op de Jeugdwet in te perken, maar het recht op jeugdhulp en de angst voor een optredend waterbed-effect naar andere gemeentelijke domeinen werpen in de praktijk grote drempels op waardoor gemeenten hiervan weinig gebruik maken. Om dit aan te pakken zijn er verschillende opties:

van a en c, omdat b het risico heeft van een te grote en onverantwoordelijke variatie. Dat zaken uit de Jeugdwet worden uitgesloten betekent overigens niet dat gemeenten het niet meer kunnen aanbieden. Het staat hen vrij het uit ander budget te betalen. Door het niet meer onder de Jeugdwet te scharen, kan het niet langer als een recht worden opgeëist.

10. De eerste is om bepaalde vormen van hulp permanent uit de Jeugdwet uit te sluiten. Alle school-gelieerde problematiek (i.e. alle ondersteuning gericht op het doorlopen van het brede onderwijsprogramma) gaat (terug) naar het onderwijs en wordt uitgesloten van de Jeugdwet. Denk aan dyslexie, dyscalculie,

Voor een brede jeugdstrategie met een beperkter inzet van jeugdhulp vanuit de Jeugdwet is verder van belang:

inzet rondom hoogbegaafdheid, educatieve dagbesteding, huiswerkondersteuning en vormen van therapie voor het goed vasthouden van de pen; 11. De tweede optie is om gemeenten meer te stimuleren zelf de afbakening ter hand te nemen door in de wet hen expliciet op te roepen om in nadere regels/verordeningen uit te werken wat ze onder rol ouders, gebruikelijke zorg, collectieve voorzieningen etc. laten vallen; 12. De derde optie is een wegingscommissie die op basis van voortschrijdend inzicht jaarlijks aangeeft welke vormen van behandeling en problemen niet meer onder de Jeugdwet vallen en daarvan (met weliswaar een hardheidsclausule) worden uitgesloten. De modelverordening wordt jaarlijks hierop aangepast. Een wegingscommissie kan zich bijvoorbeeld uitspreken over vergoedingen vanuit de jeugdwet van faalangsttrainingen, mindfulness, rots en water trainingen, kindercoaching, motorische RT, BSO+ voorzieningen, trainingen met dieren, etc. De wegingscommissie kan analoog werken aan de wijze waarop het Zorginstituut de basisverzekering vaststelt.

voorziening op de Jeugdwet te worden aangemerkt. Gemeenten hoeven in dat geval geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet; 14. Gemeenten spreken met steeds meer scholen individuele onderwijs-zorgarrangementen af, ook voor scholen voor speciaal onderwijs. Desondanks zijn er kinderen die thuiszitten of opvang krijgen op een zorgboerderij. Op zich kan fysiek werken (op een boerderij, op de vaart of wat dan ook) tijdelijk zeer behulpzaam zijn, maar dat dient dan ‘vanuit het normale leven’ plaats te vinden en niet via een apart gefinancierd individueel onderwijs-zorgarrangement; 15. De zorg- en ontwikkelingsverantwoordelijkheid van het onderwijs dient altijd nageleefd te worden, ook als leerlingen zijn vrijgesteld van de leerplicht. Hiervoor is een aanpassing van de onderwijsregelgeving nodig; 16. Het moet niet lang er mogelijk zijn dat partijen die ingekocht zijn door gemeenten, zich uitspreken over onderwijsrijpheid of -niveaus van kinderen en jongeren. Dit behoort toe aan de samenwerkingsverbanden of schoolbesturen, met eventuele ondersteuning van in te schakelen specialisten (bijvoorbeeld in het geval van dagbehandeling van jonge kinderen enz.);

De gemeentelijke voorkeur ligt in een combinatie

13. Als een kind recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet op passend onderwijs dient deze ondersteuning als voorliggende

28

17. Schrap in de Jeugdwet het verplichtend oplossingsgerichte karakter van de jeugdhulpinzet. Artikel 2.3 zal meer in termen beschreven moeten worden dat jeugdhulp ‘een passende bijdrage levert aan’ dan dat ze de ‘jeugdige in staat stelt om’ (dit analoog aan Wmo waar de compensatieplicht ook plaats heeft gemaakt voor een passende bijdrage); 6. Naar context-gerelateerd effect Terecht gaan er stemmen op naar meer effectiviteit binnen de jeugdhulp. Inzicht in wat werkzaam is en wat niet, is zeker behulpzaam. Maar het huidige onderzoek naar effectiviteit brengt ons van de regen in de drup. Ze gaat namelijk uit van gemiddelden, sluit context-gebonden factoren uit en kijkt alleen naar de korte termijn. Dat komt omdat veel bewezen effectieve interventies in zowel de GGZ als de jeugdhulp gebaseerd zijn op zogeheten RCT-onderzoek. Hierbij worden twee groepen gevormd, waarbij bij de ene wel en de andere niet een interventie wordt toegepast. Om te kunnen vergelijken en het effect te meten worden contextfactoren zoveel mogelijk uitgesloten. Dat betekent echter dat de uitspraken altijd los staan van de context en gebaseerd zijn op gemiddelden. De werkelijkheid kent evenwel geen gemiddelde mensen.

Een behandeling rondom ADHD kan vanuit RCT-onderzoek op het oog effectief lijken, maar dat hoeft bij een specifieke jongere helemaal niet zo te zijn (zeker niet op de lange termijn, zo blijkt steeds meer). Bovendien is het de vraag wat effectief precies inhoudt. Als de leerling weer recht in de klas zit? Dat hij/zij zich weet aan te passen aan de rest? Op z’n minst spelen hier subjectieve normen een rol. Het dieperliggende probleem is dat redeneren vanuit alleen bewezen effectiviteit een vorm van mechanical objectivity is: als de regels goed zijn gevolgd, dan is de uitkomst ook goed. Maar deze redenering is te smal om de Jeugdwet in te perken. Sterker nog, ze draagt eraan bij dat steeds meer kinderen en jongeren een (onterecht) beroep doen op jeugdhulp. De echte transformatieopgave in de relatie tussen jeugd-

hulp en onderwijs ligt dan ook in het loslaten van de mechanical objectivity en de toepassing van zogeheten judgmental objectivity, een methode die niet uitgaat van gemiddelden en van context buitengesloten factoren, maar die naar de jongere in zijn context kijkt. We werken dat later uit, voor nu is van belang: 18. Wees kritisch op achterliggend onderzoek naar bewezen effectiviteit. Erken dat wat effectief is, afhangt van wat je onder effectief verstaat. Pas op om gemiddelden toe te passen op individuele casussen. Bewezen effectief gaat vaak ten onrechte uit van wat ‘gisteren, gemiddeld en elders’ effect had, maar zegt doorgaans weinig over ‘hier, nu en in deze specifieke context’. 7. Naar minder diagnose-opdrijvende-krachten Er zijn meer jeugdhulp bevorderende mechanismen binnen het huidige onderwijs-discours. Wil normaliseren en inclusiviteit slagen dan zullen de ministeries van VWS en OCW hier kritisch naar moeten kijken. We doen de volgende voorstellen: 19. Leerlingen kunnen momenteel bij zowel het schriftelijk als het centraal schoolexamen in aanmerking komen voor extra ondersteuning, zoals examentijdverlenging. Veel scholen en ook de onderwijsinspectie vertalen de bestaande regels (blijkens folders) in diagnoses met als automatisch gevolg een beroep op jeugdhulp.

Ook de beschikbaarheid van andere schoolmiddelen wordt opgehangen aan een diagnose (wiebelkussens, laptops, chromebooks enz.). Dit werkt diagnose-bevorderend. Er dient daarom een éénduidige aanpassing van de examenreglementen (voor zowel centraal schriftelijk als voor schoolexamen) te komen, in die zin dat scholen zelf (i.e. een orthopedagoog) de ondersteuningsbehoefte vaststellen, zonder diagnose en zonder een beroep op voorzieningen in de Jeugdwet;

29

20. Onderzoek laat zien dat openbare lijsten met cijfers (bijv. CITO-resultaten, eindtoetsresultaten) diagnose-opdrijvend werken. Terughoudendheid is daarom nodig om toets-cijfers buiten de school openbaar te delen voor allerlei prestatielijstjes. Ze dienen vooral de scholen en de schoolinspectie; 21. Het moet niet meer mogelijk zijn dat scholen diagnostiek vanuit de jeugdhulp inzetten om specifieke onderwijsondersteuning te verkrijgen (bijvoorbeeld door voor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) een diagnose verplicht te stellen).

30

31

Bezoekadres Kerkstraat 45 5331 CB Kerkdriel

versie oktober 2022

Postadres Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel Contact 14 0418 info@maasdriel.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11967582/1