lhv bouwadvies bouwstenen 2016
Tekst van het document
Naar inhoudsopgave
Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
Bouwstenen 2016 LHV-norm
1 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
Inhoudsopgave
1 Inleiding
3
1.1 Leeswijzer 1.2 Waarom LHV-eisen? 1.2 Kanttekeningen 1.3 Minimale eisen ≠ opleveringsniveau 1.4 Toepassingsgebied 1.5 Functioneel ontwerp 1.6 Huurcontract en (intentie)overeenkomst 1.7 Definities
3 3 3 4 4 4 4 5
2 Minimale eisen
6
2.1 De omgeving van de praktijk 2.1.1 Toegankelijkheid 2.1.2 Bestrating en verharding 2.1.3 Parkeervoorzieningen 2.1.4 Afval
6 6 6 6 6
2.2 Bouwkundige eisen 2.2.1 Scheiding tussen rust en onrust 2.2.2 Toegankelijkheid en maatvoering 2.2.3 Niveauverschillen 2.2.4 Dorpels 2.2.5 Vrije hoogte 2.2.6 Binnenwanden, binnenkozijnen en –deuren 2.2.7 Binnen- en buitenbeglazing 2.2.8 Hang- en sluitwerk
6 6 7 7 7 7 7 7 8
2.2.9 Balustraden 2.2.10 Trappen 2.2.11 Vloerafwerking 2.2.12 Wandafwerking 2.2.13 Plafondafwerking 2.2.14 Daglicht 2.2.15 Spuivoorzieningen 2.2.16 Toegangsdeur 2.2.17 Vluchtwegen
8 8 8 9 9 9 10 10 10
2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 10 2.3.1 Klimaat: maximale temperatuuroverschrijding 10 2.3.2 Ventilatie 10 2.3.3 Verwarming 13 2.3.4 Waterinstallatie 13 2.3.5 Binnenriolering 13 2.3.6 Sanitair 13 2.3.7 Lift 14 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.4.1 Gebouwvoedingen & nutsaansluitingen 2.4.2 Schakelmateriaal en kanalisatie 2.4.3 Intercom 2.4.4 Verlichting 2.4.5 Medische aarding 2.4.6 Anti-inbraakinstallatie 2.4.7 Distributie, bekabeling 2.4.8 Brandinstallatie 2.4.9 Beletlamp
15 15 15 15 15 16 16 16 16 17
2.5 Eisen aan geluidsisolatie 2.5.1 Interne luchtgeluidsisolatie 2.5.2 Externe luchtgeluidsisolatie 2.5.3 Interne contactgeluidsisolatie 2.5.4 Externe contactgeluidsisolatie 2.5.5 Installatiegeluid 2.5.6 Akoestiek 2.5.7 Geluid van buiten 2.5.8 Industrie-, weg- of spoorweglawaai
17 17 19 19 20 20 20 20 20
3 Toelichting op de minimale eisen
21
T 1 Inleiding
21
T 2 Minimale eisen T 2.1 De omgeving van de praktijk T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties T 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties T 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
21 21 21 24 28 31
2 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
1 Inleiding
Naar inhoudsopgave
1.1 Leeswijzer 1.2 Waarom LHV-eisen? 1.2 Kanttekeningen 1.3 Minimale eisen ≠ opleveringsniveau 1.4 Toepassingsgebied 1.5 Functioneel ontwerp 1.6 Huurcontract en (intentie)overeenkomst 1.7 Definities
1.1 Leeswijzer De publicatie Bouwstenen 2016 bestaat uit drie hoofdstukken: • Een inleiding, waarin wordt uitgelegd waarom de LHV eigen minimale eisen hanteert en op welke manieren u de uitgangspunten in deze publicatie moet lezen. • Een beschrijving van de minimale eisen. • Een nadere toelichting op de minimale eisen. De toelichting is losgekoppeld van de beschrijving van de eisen, om de leesbaarheid van de eisen te bevorderen. Deze publicatie is met name geschikt als duidelijk startdocument voor de adviseurs die door huisartsen worden ingeschakeld voor het ontwerp en de uit werking van de (ver)bouw van een huisartsenpraktijk.
1.2 Waarom LHV-eisen? De bouwkundige kwaliteit van een praktijk moet ten minste voldoen aan de geldende wet- en regelgeving zoals het Bouwbesluit en de Arbowet. De minimale eisen van de LHV dienen als aanvulling op de wette lijke (bouwbesluit)eisen. De LHV stelt geen eisen die het Bouwbesluit of de Arbowet óók al stellen
Op een aantal onderdelen wordt door de LHV een hogere kwaliteit verlangd dan het wettelijke niveau. Dat is bijvoorbeeld het geval bij zaken als geluids isolatie en het creëren van een hygiënische omgeving. Waarom wijkt de LHV af van geldende wet- en regelgeving: • Het Bouwbesluit stelt geen of te lage eisen voor toepassing in de huisartsenpraktijk; • Er is onduidelijkheid over hoe wettelijke norm uit het Bouwbesluit moeten worden geïnterpreteerd voor de huisartsenpraktijk; • Wij houden rekening met het bij ons bekende gebruik van ruimten, zodat de bouwbesluiteisen op een reëel aantal personen kan worden gebaseerd. De wetgeving stelt immers dat een ruimte niet mag worden gebruikt als die niet is ontworpen op het juiste (maximum) aantal personen. Voor zover een wettelijke eis uitgaat boven het niveau zoals in dit document aangegeven geldt de zwaarste eis. Daarmee zijn de ‘LHV-eisen’ nog niet tot norm of wet verheven. Ze krijgen juridisch status op het moment dat u ze van toepassing verklaart op contracten. Ook gebruiken we deze technische eisen wanneer het oordeel van de LHV over een praktijk wordt gevraagd.
Daarbij is van belang om op te merken dat deze publicatie niet uitputtend is. Er kunnen bij uw project specifieke omstandigheden zijn die aanvullende eisen noodzakelijk maken. Wij stellen bijvoorbeeld geen eisen aan energiezuinigheid of duurzaamheid, schoonmaakeisen of eisen aan onderhoud.
1.2 Kanttekeningen U kunt er niet automatisch van uitgaan dat bij het ontwerpen en bouwen van een praktijk altijd aan alle wettelijke eisen wordt voldaan. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld: • De gemeente heeft bij de vergunningverlening toegestaan dat van een bepaalde wettelijke eis wordt afgeweken. • Een bouwplan is vergunningvrij en wordt daarom niet door de overheid getoetst. • Bepaalde eisen zijn niet toegepast omdat de bouwer of ontwerper er niet bekend mee is. • Het Bouwbesluit stelt eisen op het niveau van gebouwen. Maar dat betekent niet dat uw praktijk binnen dat (grotere) gebouw ook voldoet aan alle eisen. Wilt u zeker weten dat uw gebouw voldoet aan de voorschriften en wettelijke eisen? Laat het dan toetsen door de bouwadviesgroep-LHV.
3 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
1 Inleiding
Naar inhoudsopgave
1.1 Leeswijzer 1.2 Waarom LHV-eisen? 1.2 Kanttekeningen 1.3 Minimale eisen ≠ opleveringsniveau 1.4 Toepassingsgebied 1.5 Functioneel ontwerp 1.6 Huurcontract en (intentie)overeenkomst 1.7 Definities
1.3 Minimale eisen ≠ opleveringsniveau
1.4 Toepassingsgebied
1.6 Huurcontract en (intentie)overeenkomst
De minimale eisen van de LHV zijn niet hetzelfde als het opleveringsniveau: de eisen geven niet aan door wie en op welke wijze een eis concreet wordt ingevuld met een product of technische oplossing of, als u huurt, wie welke kosten betaalt.
De in deze uitgave weergegeven eisen zijn alleen van toepassing op nieuw te bouwen huisartsenpraktijken. Voor te verbouwen huisartsenpraktijken zijn sommige eisen, zoals die voor cascohoogte, niet haalbaar. In dat geval moet naar kwalitatief goede en gelijkwaardige oplossingen worden gezocht. Aan bestaande huisartsenpraktijken stellen wij geen eisen.
Als u minimale eisen wilt vastleggen in overeenkomsten voor het huren, zoals een intentie-, voor- of huurovereenkomst, dan raden wij aan een maatwerk Prestatie Omschrijving (PO) te laten opstellen.
Het referentie-opleveringsniveau dat de LHV hanteert staat beschreven in de handboeken van de bouwadviesgroep-LHV: www.lhv.nl/uw-praktijk/ bouwadvies/publicaties-bouwadviesgroep-lhv Met het referentie-opleveringsniveau kunt u per bouwplan het opleveringsniveau bepalen als uitgangspunt voor bestekken (als u opdrachtgever bent) of huurcontracten (als u sleutelklaar huurt). Voor uw nieuwbouw- of verbouwplannen kunt u bij de LHV maatwerkadvies krijgen. Maatwerkadvies verzekert u van een goed ontwerp en voorkomt verrassingen zoals meerwerk.
1.5 Functioneel ontwerp Hoewel in de minimale eisen ontwerpuitgangspunten voorkomen betreft het uitsluitend minimale, toetsbare eisen. Voor een goed en functioneel ontwerp verwijzen wij naar de handboeken van de bouwadviesgroep-LHV www.lhv.nl/uw-praktijk/ bouwadvies/publicaties-bouwadviesgroep-lhv. Ook kan de bouwadviesgroep een maatwerk Programma van Eisen opstellen waarin de ontwerpuitgangspunten en organisatiemodel worden vastgelegd.
In dat geval worden op uw specifieke situatie per ruimte en voor het gebouw zowel de geldende eisen, specifieke afspraken en het opleveringsniveau vastgelegd. Ook kunt u omschrijvingen van het opleveringsniveau laten beoordelen. Het opleveringsniveau kunt u zelf vaststellen of controleren aan de handboeken van de bouwadviesgroep-LHV. U kunt zeker niet volstaan met uitsluitend dit document (minimale eisen) omdat het uitgaat van algemene, niet specifieke, eisen.
4 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
1 Inleiding
Naar inhoudsopgave
1.1 Leeswijzer 1.2 Waarom LHV-eisen? 1.2 Kanttekeningen 1.3 Minimale eisen ≠ opleveringsniveau 1.4 Toepassingsgebied 1.5 Functioneel ontwerp 1.6 Huurcontract en (intentie)overeenkomst 1.7 Definities
1.7 Definities Hieronder een toelichting op begrippen die in deze publicatie worden gebruikt: b-LHV Medische ruimte
Universele behandelkamer
Behandelkamer
Functiekamer
Praktijk Handboeken Handboek Toegankelijkheid
Vrije hoogte
de bouwadviesgroep van de LHV. de artsenkamer (spreek-/onderzoekkamer), universele behandelkamer (POH/aios), functiekamer, behandelkamer, laboratorium. een multifunctionele ruimte geschikt voor onderzoek, gesprek of behandelen voor vrijwel alle eerstelijns disciplines overeenkomstig de indelingen uit de handboeken. een ruimte specifiek bedoeld voor het behandelen, die meestal door de assistentie wordt gebruikt en ingericht overeenkomstig de handboeken. een behandelruimte of universele behandelruimte met extra gebruiksmogelijkheden zoals een spleetlamp en/of echoapparaat; ingericht overeenkomstig de handboeken. de huisartsenpraktijk. de actuele uitgave van de handboeken Bouw zoals uitgegeven door de LHV. de actuele uitgave van het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’ in afwijking van het Bouwbesluit geldt als definitie voor vrije hoogte: de vrij te meten afstand tussen de bovenzijde van de vloerafwerking en het (systeem) plafond.
Verblijfsruimte
Secundaire ruimte
Werkers
Privacygevoelige ruimte BB Overstroom Beletlamp Verkeersruimte
in afwijking van het bouwbesluit geldt als definitie voor verblijfsruimte ‘de omsloten ruimte voor het verblijven van personen met een netto vloeroppervlakte (NVO) bepaald conform de NEN 2580’. Waar in dit document wordt gesproken over een ‘verblijfsruimte’ wordt bedoeld de als zodanig in tabel 2.3.2.1 aangegeven ruimten. een ruimte die niet primair is bedoeld voor de uitoefening van de huisartspraktijk zoals een werkkast, berging, archiefruimte, technische ruimte en dergelijke. de huisartsen met hun medewerkers maar ook aanverwante binnen de huisartsenpraktijk werkzame zorgaanbieders. ruimte waar vertrouwelijke gesprekken worden gevoerd tussen werkers en patiënt(en). Bouwbesluit 2012 Lucht die stroomt van de ene ruimte naar de andere. signaallamp bij de behandelkamer die aangeeft of de ruimte bezet is door middel van een rood licht. een verkeersruimte is een ruimte die bestemd is voor het bereiken van een andere ruimte, niet zijnde een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte.
5 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.1 De omgeving van de praktijk > toelichting 2.1.1 Toegankelijkheid
• De omgeving moet zodanig zijn ontworpen en ingericht dat de praktijk goed toegankelijk is. Dit geldt in het bijzonder voor kinderwagens, mensen die slecht ter been zijn, mensen in een rolstoel of scootmobiel en visueel gehandicapten. • De omgeving moet zijn ontworpen overeenkomstig de uitgangspunten en richtlijnen uit het Handboek voor Toegankelijkheid. • De behandelkamers moeten met een brancard bereikbaar zijn vanaf de openbare weg of geprojecteerde opstelplaats van de ambulance.
2.1.2 Bestrating en verharding
Bestratingen en terreinverhardingen op het eigen terrein moeten in antislip zijn uitgevoerd.
2.1.3 Parkeervoorzieningen
• Vlakbij de entree moeten op basis van de kenmerkende patiëntenpopulatie voldoende parkeerplaatsen voor mindervaliden worden ingericht met een minimum van één. De afmetingen moeten overeenkomen met het Handboek voor Toegankelijkheid. Deze parkeerplaats moet zijn voorzien van verkeersbord E06.
• Zo dicht mogelijk bij de werkersingang moeten voldoende gereserveerde ‘uitrukplaatsen’ voor huisartsen zijn ingericht. Deze moeten worden voorzien van bebording waaruit blijkt dat het om gereserveerde parkeerplaatsen voor artsen gaat. • Voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers en werkers. • Voldoende fietsparkeerplaatsen bij de entree waaraan fietsen vastgezet kunnen worden.
2.1.4 Afval
• Afval moet zodanig kunnen worden opgeslagen dat het onbereikbaar is voor onbevoegden. De opslagruimte of afvalcontainer moet afsluitbaar zijn. • Afval mag uitsluitend buiten de praktijk, of in een daartoe bestemde sterk geventileerde ruimte (conform de eisen van het Bouwbesluit) worden opgeslagen. • Afvalcontainers moeten eenvoudig geleegd kunnen worden met behulp van een vrachtauto of door het kunnen verplaatsen van de container naar de laadplaats. • Voor zover afval inpandig wordt opgeslagen moet de ventilatievoorziening voldoen aan de eisen uit paragraaf 2.3.2.
2.2 Bouwkundige eisen 2.2.1 Scheiding tussen rust en onrust > toelichting
• De entree, de hal voor de balie en de wachtruimte zijn, als publieke ruimten, voor patiënten gescheiden van het verkeers- en werkgebied voor de werkers. Deze ruimten zijn voor patiënten vrij toegankelijk. • De backoffice is voor de werkers bereikbaar zonder dat ze door de publieke ruimten hoeven te gaan. • De wachtruimte heeft twee deuren: één deur die uitkomt in de publieke ruimten en één deur die uitkomt in de werkersgang. • Patiënten beschikken over ten minste één toiletruimte. Deze is gelegen in de publieke ruimte. Voor zover het Bouwbesluit een mindervalidentoilet voorschrijft, ligt deze eveneens in de publieke ruimte.
6 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.2.2 Toegankelijkheid en maatvoering > toelichting
• Het ontwerp van de praktijk moet voldoen aan het
Handboek voor Toegankelijkheid. • In alle voor bezoekers toegankelijke verkeersruimten bedraagt de vrije breedte altijd ten minste 1200 mm. • De gang moet plaatselijk een verbreding hebben van 1500 x 1500 mm om met een rolstoel te kunnen passeren of keren. Ook ter plaatse van medische ruimten moet deze verbreding aanwezig zijn ter plaatse van de entreedeuren. Hetzelfde geldt voor het einde van elke verkeersruimte en -route. • In medische ruimten moet de vrije ruimte tussen de meubels minimaal 90 cm bedragen. In medische ruimten moet de rolstoel ook kunnen keren (draaicirkel 150 cm) overeenkomstig de handboeken. • Patiënten moeten zelfstandig tot aan de balie kunnen komen. Dat betekent dat alle deuren die zij tegenkomen tot aan de balie automatisch te openen zijn. • De vrije breedte van deuropeningen in de entree van de praktijk vanaf de hoofdingang tot aan de balie moet ten minste 1000 mm zijn. • Deuropeningen en gangen moeten voldoende breed zijn om een goede doorgang met een brancard mogelijk te maken. Bij een haakse bocht in een gang is de optelsom van de gangbreedten minimaal 2,70 meter.
2.2.3 Niveauverschillen > toelichting
In aanvulling op het Bouwbesluit geldt dat niveau verschillen groter dan 2 cm altijd zijn overbrugd door een lift of hellingbaan, met uitzondering van ruimten die uitsluitend toegankelijk zijn voor werkers. Dit geldt zowel voor de toegang tot de praktijk, gerekend vanaf de parkeervoorzieningen en openbare weg, als voor interne hoogteverschillen. Alle hellingbanen moeten voldoen aan de eisen uit het bouwbesluit, ook in die situaties waar het Bouwbesluit het aanbrengen van een hellingbaan niet verplicht stelt.
2.2.4 Dorpels > toelichting
In de praktijk zijn zo min mogelijk dorpels aange bracht. Daar waar dit onvermijdelijk is, zoals bij de overgang van vloerbedekking naar vloertegelwerk, moeten dorpels rolstoelvriendelijk worden uitgevoerd.
2.2.5 Vrije hoogte > toelichting
• De vrije hoogte van verblijfsruimten van nieuw te bouwen huisartsenpraktijk is ten minste 2,60 m.
• De cascohoogte bedraagt ten minste 3,10 m. Dit
is de gemeten hoogte tussen de bovenzijde van de vloerafwerking tot de onderzijde van het dak of de bovengelegen verdiepingsvloer. Plaatselijke verlagingen, bijvoorbeeld door liggers, zijn toege staan mits er voldoende ruimte overblijft voor het passeren met kanalen, leidingen of andere installatie-onderdelen.
2.2.6 Binnenwanden, binnenkozijnen en -deuren > toelichting
Binnenwanden, binnenkozijnen, binnenpuien en binnendeuren dienen van zodanige materialen te zijn vervaardigd dat ze zijn bestand tegen intensief gebruik en mechanische beschadiging.
2.2.7 Binnen- en buitenbeglazing > toelichting
De binnen- en buitenbeglazing moet voldoen aan de NEN 3569.
7 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.2.8 Hang- en sluitwerk > toelichting
Hang- en sluitwerk voldoet aan de navolgende eisen: • Hang- en sluitwerk van binnendeuren dient, vanwege het intensieve gebruik, van utilitaire kwaliteit te zijn. Krukken en schilden moeten (aan elkaar) vast te schroeven zijn. • Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in gevels en daken die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2. • Ten minste de deuren in medische ruimten zijn aan de buitenzijde voorzien van een cilinderslot en aan de binnenzijde van een draaiknop die zonder sleutel is te openen. • De medische ruimten, ruimte waarin de patchkast staat opgesteld, de groepenkast of meterkast en de backoffice zijn afsluitbaar.
2.2.9 Balustraden > toelichting
Balustraden en trapbalustraden van door patiënten gebruikte en voor hen zelfstandig bereikbare ruimten en trappen moeten altijd voldoen aan de daaraan in het Bouwbesluit gestelde eisen voor woningbouw. Balustraden moeten ten minste 1 meter hoog zijn (Arbobesluit art. 3.16). De voornoemde eisen gelden niet voor secundaire trappen zoals noodtrappen, trappen voor werkers of trappen in voor het publiek onbereikbare ruimten.
2.2.10 Trappen > toelichting
Hoofdtrappen voldoen aan de eisen uit het bouwbesluit voor woningbouw. Secundaire trappen zoals vluchttrappen of trappen die hoofdzakelijk bedoeld zijn voor werkers hoeven daaraan niet te voldoen.
2.2.11 Vloerafwerking > toelichting
• De vloerafwerking in medisch gebruikte ruimten moet voldoen aan de volgende eisen: - vast - stofvrij - anti-allergeen - antistatisch - bacteriostatisch - vuilwerend/vuilafstotend (goed te reinigen) - vloeistofdicht. - in ruimten met medische aarding is de vloerafwerking niet-geleidend • De vloerafwerking in verkeersruimten en wachtkamers moet voldoen aan de volgende eisen: - vast - stofvrij - anti-allergeen - antistatisch - vuilwerend/vuilafstotend (eenvoudig te reinigen) - aansluitingen van vloerafwerking op wanden of plinten moet hygiënisch dicht zijn.
8 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
• De vloerafwerking in de werkkast en sanitaire ruimten moet voldoen aan de volgende eisen: - vast - waterdicht - vuilwerend/vuilafstotend - goed en eenvoudig te reinigen - aansluitingen van vloerafwerking op wandafwerking moet duurzaam waterdicht zijn, ook zonder kitvoegen. • Hoogpolige vloerbedekking en kokosmatten zijn niet toegestaan in voor bezoekers toegankelijke verblijfs- en verkeersruimten. • Alle ruimten moeten van een vloerafwerking worden voorzien zodat geen stofvorming optreedt als gevolg van slijtage of verwering. • Alle vloeroppervlakten in de praktijk, met uitzondering van secundaire, kleine ruimten, moeten altijd worden voorzien van een stofwerende en afsluitende afwerking zoals een coating, sealing of schilderwerk.
2.2.12 Wandafwerking > toelichting
2.2.13 Plafondafwerking > toelichting
• De wandafwerking in de werkkast en sanitaire ruimten moet voldoen aan de navolgende eisen: - vuilwerend/vuilafstotend - goed en eenvoudig te reinigen - waterdicht over de gehele hoogte tot aan het plafond. - mag geen letsel veroorzaken
2.2.14 Daglicht > toelichting
• De wandafwerking in alle ruimten, met uitzondering van de werkkast of sanitaire ruimten, moet voldoen aan de volgende eisen: - goed te reinigen; - mag geen letsel veroorzaken
• Tot 600mm. boven aanrechten moet de wand waterdicht zijn en goed te reinigen. • Alle wandoppervlakten in de praktijk, met uitzondering van secundaire, kleine ruimten, moeten altijd worden voorzien van een stofwerende en afsluitende afwerking zoals een coating, sealing of schilderwerk.
• De plafondafwerking in alle ruimten moet voldoen aan de volgende eigenschappen: - vast - stofvrij - anti-allergeen - antistatisch • Alle in het zicht blijvende plafondoppervlakten in de praktijk, met uitzondering van secundaire, kleine ruimten, moeten altijd worden voorzien van een stofwerende en afsluitende afwerking zoals een coating, sealing of schilderwerk.
• Ten behoeve van voldoende daglichttoetreding dient er in elke verblijfsruimte ten minste 1,00 m2 equivalente daglichttoetreding aanwezig te zijn, bepaald conform de NEN 2057: 2011, met uitzondering van laboratorium, behandelkamer, wachtruimte en front-office. • Ten minste de volgende ruimten dienen daglicht en uitzicht op ooghoogte te hebben: - artsenkamer - universele behandelkamer - backoffice
9 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.2.15 Spuivoorzieningen > toelichting
2.2.17 Vluchtwegen > toelichting
2.2.16 Toegangsdeur > toelichting
2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties
In alle aan de gevel gelegen verblijfsruimten dienen te openen geveldelen aanwezig te zijn zoals een raam of deur. De afmeting van te openen delen dient ten minste 1,00 m2 te bedragen.
• De deur(en) van de hoofdtoegang (aan de openbare weg) en alle navolgende deuren in de verkeersroute tot aan de balie bestaan uit elektromechanisch gestuurde deuren, bij voorkeur schuivende deuren. Deuren die zijn voorzien van een elektrische dranger moeten automatisch naar één kant opengaan en men moet ze kunnen bedienen met een drukknop. Deze moet goed toegankelijk en zichtbaar zijn voor alle bezoekers, gesitueerd zijn nabij de deur en uitgevoerd in een opvallende kleur. De drukknop moet op een hoogte van 1050 mm boven de afgewerkte vloer worden gemonteerd en wel aan de kant waar de deur naartoe draait. • De elektrisch gestuurde entreedeur dient te zijn voorzien van de mogelijkheid om deze op afstand te vergrendelen en te ontgrendelen. Daartoe moeten elektrisch gestuurde deuren worden gekoppeld aan de spreek-/luisterverbinding (deurintercom). • De entree moet zodanig zijn ingericht dat tocht door een geopende deur in de winter moet worden voorkomen.
Vluchtwegen moeten zodanig worden ingericht dat deze overeenstemmen met de afsluitbaarheid van de praktijk, ruimten en/of derden.
2.3.1 Klimaat: maximale temperatuuroverschrijding > toelichting
Het binnenklimaat moet voldoen aan de eisen uit ISSO publicatie 74. Hiervan moet een berekening worden overlegd waarbij de volgende uitgangspunten van toepassing zijn: • gebouw zonder koeling: gebouw / klimaattype Bèta; • gebouw met collectieve koeling: gebouw / klimaattype Bèta; • gebouw met individuele koeling: gebouw / klimaattype Alpha (mits voldaan aan de voorwaarden uit de publicatie) Gebouwklasse B, acceptatie 80%. De gebouwmassa moet projectspecifiek worden bepaald overeenkomstig de eisen uit ISSO publicatie 74. Als de praktijk niet voldoet aan de berekening op basis van de hiervoor genoemde gebouw / klimaattypen dan dient een ander gebouw / klimaattype te worden geselecteerd dat wél voldoet.
Voor zover koeling in de praktijk wordt aangebracht gelden voor de toepassing daarvan in verblijfsruimten de navolgende eisen: • De koeling is per ruimte individueel regelbaar; • De afgifte van koeling wordt zodanig gedistribueerd dat daardoor geen klachten ontstaan door de stroming van lucht, tocht of grote temperatuurverschillen (warm en koud) in ruimten; • de koeling voldoet aan de eisen ten aanzien van legionella uit 2.3.4 van deze publicatie.
2.3.2 Ventilatie > toelichting
• De ventilatie heeft een capaciteit conform tabel 2.3.2.1. • De behandelkamer beschikt over een spuiventilatie met een capaciteit conform tabel 2.3.2.1. Deze extra spuicapaciteit moet bij inschakeling door de werker in die ruimte ten minste 15 minuten lang de ventilatiecapaciteit verdubbelen.
10 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
Tabel 2.3.2.1 Eisen ventilatiecapaciteit Verblijfsruimte (4)
Functie BB
Aantal Personen (3)
EIS LHV (1) m³/h toevoer & afvoer (2)
Medische ruimten zonder activiteiten die de binnenlucht verontreinigen
Gezondheidszorg; ander verblijfsgebied
5
115
Behandelruimte en overige medische ruimten mét activiteiten die de binnenlucht
Gezondheidszorg; ander verblijfsgebied
4
140
verontreinigen Extra inschakelbare spuiventilatie (bovenop basis-ventilatie van 2,4 l/s/m²,
+140 = 280
gedurende 10 minuten) Kantoorruimten (backoffice)
Kantoor
Per project bepalen
23,4 per persoon
Vergaderruimte, frontoffice
Bijeenkomstfunctie; anders
Per project bepalen
14,4 per persoon
Wachtruimte
Bijeenkomstfunctie; anders
Bepalen volgens Formule 2.3.2.1
18 per persoon
Overige ruimte
Functie BB
Aantal personen
(3)
m³/h afzuiging (5) (totaal)
Minimale afzuigcapaciteit voor een ruimte waarin een patchkast of server is opgesteld
n.v.t.
100
Toiletten (eis per opgesteld closet)
n.v.t.
25,2
Werkkast, archief, voorraad en overige secundaire ruimten
n.v.t.
25
Inpandige ruimte voor het opslaan van afval kleiner dan 1,5 m2.
n.v.t.
25
Inpandige ruimte voor het opslaan van afval van 1,5 m2 of groter
n.v.t.
Conform art. 3.32 lid 4 bouwbesluit
Verklaring: - functie BB:
gebruiksfunctie van de verblijfsruimte overeenkomstig het Bouwbesluit 2012.
- m³/h:
kubieke meter per uur per ruimte en, waar dit specifiek is aangegeven, per persoon.
(3)
Conform het Bouwbesluit 2012 moet per verblijfsruimte het maximum aantal personen worden bepaald dat van die ruimte gebruik maakt. Op basis van onze ervaring is dat maximum aantal door de LHV in dit schema vastgesteld als uitgangspunt voor bouwbesluitberekeningen. Voor zover in
(1)
NB: De LHV stelt minimale eisen aan de ventilatie op basis van aanwezige personen en gebruik.
werkelijkheid een hoger aantal personen van een ruimte gebruik maakt moet u het daadwerkelijke
Voor zover toepassing van de nieuwbouweisen uit het bouwbesluit 2012 leiden tot lagere waarden
(2)
maximum hanteren.
gelden de eisen van de LHV. Als het toepassing van die eisen leidt tot hogere minimaal benodigde
(4)
NB: conform de definitie van de LHV.
luchthoeveelheden dient steeds de hoogste waarde te worden aangehouden.
(5)
Voor secundaire ruimten gaan we uitsluitend uit van de minimaal benodigde capaciteit voor
De LHV gaat uit van een ventilatiesysteem gebaseerd op mechanische luchttoevoer en luchtafvoer in
afzuiging. De luchttoevoer kan plaatsvinden via overstroom.
elke ruimte.
11 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
Formule 2.3.2.1 Aantal personen in de wachtruimte
Voor het bepalen van het aantal personen in de wachtruimte dient voor de bepaling van de ventilatie uit te worden gegaan van het erop aangewezen aantal ruimten x het daarop aangewezen aantal personen conform de volgende formule: 5 personen per spreek-/onderzoekskamer (artsenkamer), 2 personen per universele behandelkamer en 2 personen voor alle assistentieruimten (laboratorium en behandelkamer) gezamenlijk.
Algemene eisen ventilatie-installatie
Voor de ventilatie-installatie gelden de navolgende eisen: • de installatie bestaat voor verblijfsruimten uit een systeem van luchttoevoer en luchtafvoer; • in medische ruimten wordt de luchttoevoer voor 100% rechtstreeks van buiten betrokken; • de ventilatiecapaciteit is permanent op het moment dat de verblijfsruimte wordt gebruikt, met uitzondering van de spuicapaciteit in de behandelkamer; • zomernachtventilatie met het ventilatiesysteem is mogelijk; • het afzuigen van lucht via het open plenum is in medische ruimten niet toegestaan; het afzuigen van lucht in medische ruimten moet, in medische ruimten, altijd door middel van luchtkanalen plaatsvinden; • overstroom naar medische ruimten is niet toegestaan. • het ventilatiesysteem wordt periodiek gereinigd.
Specifieke eisen gebalanceerde ventilatie met WTW
Voor gebalanceerde ventilatiesystemen van mechanische luchttoevoer en luchtafvoer gelden de navolgende eisen als aanvulling op de algemene eisen aan ventilatiesystemen: • het instorten van toevoerkanalen in betonvloeren is niet toegestaan; • de installatie moet zijn uitgerust met een WTW (warmteterugwinning); • de WTW moet worden uitgerust met een 100% automatische, inregelbare bypass; • de WTW heeft een rendement van ten minste 70%; • Het inblazen van ventilatielucht in verblijfsruimten gebeurt zodanig dat hierdoor geen tochtklachten ontstaan als gevolg van ongewenste luchtstromen; • de inblaastemperatuur is instelbaar en bedraagt ten minste 15 graden; • afzuiging vindt in ruimten met een opgestelde onderzoeks- of behandelbank altijd plaats bij de bank;
12 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
Specifieke eisen ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische luchtafvoer
Voor gebalanceerde ventilatiesystemen van natuurlijke luchttoevoer en luchtafvoer geldt de navolgende eis als aanvulling op de algemene eisen aan ventilatiesystemen: • de plaatsing én geluidswering van gevelroosters is zodanig dat de privacy gewaarborgd is.
2.3.3 Verwarming > toelichting
Voor een goed binnenklimaat moeten de ontwerpruimtetemperaturen in de onderstaande tabel worden gehaald bij een ontwerpbuitentemperatuur van -10 graden Celsius. De benodigde capaciteit voor de verwarming dient te worden vastgesteld aan de hand van de NEN 5066. Ruimte
Ontwerp binnen temperatuur
Behandelkamer, universele behandelkamer, artsenkamer
22
Wachtruimte, laboratorium, front- en backoffice
20
Verkeersruimten
18
Sanitaire ruimten
18
Werkkasten, bergingen, archiefruimten, patchruimten
15
2.3.4 Waterinstallatie > toelichting
• De volgende ruimten moeten van warm en koud stromend water worden voorzien: - het aanrechtblok in de medische ruimten; - het aanrechtblok in het laboratorium; - de pantry; - overige medische ruimten; - de autoclaaf; - het mindervalidentoilet; - de uitstortgootsteen. • De volgende toestellen/ruimten moeten van koud stromend water zijn voorzien: - de vaatwassers - de closets - fonteinen en wastafels • De installatie moet worden aangebracht conform de: - NEN 1006 Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties - ISSO 55 Leidingwaterinstallaties - ISSO 55.1 Handleiding Legionellapreventie in leidingwater
2.3.5 Binnenriolering
Alle op de waterinstallatie aangesloten aanrechten en apparatuur met waterafvoer, zoals autoclaaf en vaatwassers, moeten zijn aangesloten op de riolering. De riolering waarop de autoclaaf wordt aangesloten moet hittebestendig zijn.
2.3.6 Sanitair > toelichting
• Toiletten moeten als hangend toilet worden uitgevoerd. • Sanitaire ruimten moeten eenvoudig te reinigen en schoon te houden zijn. • Op alle aanrechten in medische ruimten zijn de kranen uitgevoerd als een mengkraan met verlengde hendel of als thermostatische mengkraan met een sensor.
13 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.3.7 Lift > toelichting
• Indien het vloerniveau van de praktijk meer dan 1,0 meter boven het aansluitende terrein gelegen is, moet het hoogteverschil zijn overbrugd door een lift of platformlift met een kooimaat van minimaal 1100 x 2100 mm. • Bedieningsknoppen zijn aangebracht op een hoogte tot maximaal 1,20 meter vanaf de vloer van de liftkooi. • In de lift of platformlift moet een noodoproepsysteem aanwezig zijn met een hoorbaar alarm. Vanuit de lift moet een alarmcentrale met 24-uursservice oproepbaar zijn met een oproepknop. • De instelbare liftsnelheid bedraagt ten minste: Vloerhoogte ten opzichte van aansluitend terrein: Bij de vloerhoogte benodigde snelheid in m/s (NEN-EN 81-1)
≤ 12m
> 12 ≤ 24
> 24
1,0
1,6
2,0
• Voor een praktijk die hoger ligt dan 9 m1 boven het aansluitende terrein en een gebruiksoppervlakte heeft groter dan 500 m2 zijn ten minste twee liften aanwezig, waarbij ten minste één van de twee een brancardlift is (1,10 x 2,10 m) en de andere een rolstoellift (1,10 x 1,40 m). Indien op de lift meer gebruikers dan de huisartsenpraktijk zijn aangewezen, geldt de gebruiksoppervlakte van alle op de lift aangewezen functies, ongeacht het aantal bouwlagen. Als de huisartsenpraktijk verspreid is over meerdere bouwlagen, of er meer huisartsenpraktijken op zijn aangewezen, geldt de totale gebruiksoppervlakte van alle medische functies gelegen op vloeren boven de 9 m1 (zie NEN-EN 81-1 en ISO 4190-1). • Hoogteverschillen dienen te zijn overbrugd met een lift overeenkomstig de NEN-EN 81-1.
• Indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: - het te overbruggen hoogteverschil maar één bouwlaag is; - én de op de lift aangewezen vloeroppervlakte kleiner is dan 900 m2; - én de op de lift aangewezen praktijk een omvang heeft kleiner dan 4700 patiënten; - én de op de lift aangewezen praktijk geen specifieke oververtegenwoordiging aan patiënten kent die zijn aangewezen op de lift; mag worden volstaan met een platformlift (ook wel hydraulische lift of platformlift genoemd) mits die voldoet aan de navolgende eisen: - de platformlift is uitgevoerd met een liftkooi; - de deuren zijn elektrisch bediend door middel van een schakelaar of sensor; - voor de bediening van de platformlift is niet noodzakelijk dat een bezoeker de knop voor lift bediening of de oproepknop ingedrukt hoeft te houden; - het indrukken van knoppen is ook door patiënten met een lage(re) spierspanning uit te voeren; - de snelheid bedraagt ten minste 0,15 m/s.
14 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.4.1 Gebouwvoedingen & nutsaansluitingen > toelichting
Het gebouw dient met voor het gebruik voldoende capaciteit te worden aangesloten op de navolgende netwerken van de desbetreffende daarachter vermelde nutsbedrijven, netwerkbeheerders en/of aanbieders van die netwerken: • netwerk elektriciteit van de netwerkbeheerder; • netwerk aardgas van de netwerkbeheerder óf aansluiting voor te leveren energie van het energieleverend bedrijf; • netwerk drinkwater van het drinkwaterleverend nutsbedrijf; • buitenriolering aangesloten op de openbare hoofdriolering; • netwerk centrale antenne installatie van het antennesignaalleverend bedrijf; • het vaste netwerk voor telefonie van de KPN; • het vaste netwerk voor data van KPN en/of het dataleverend bedrijf.
2.4.2 Schakelmateriaal en kanalisatie > toelichting
Voor het aanbrengen van schakelaars en (wand) contactdozen gelden de navolgende eisen: • De hoofdkanalisatie dient te worden uitgevoerd met wandgoten, kabelgoten, stijggoten en kabelladders. • Goten en ladders moeten in ten minste twee voldoende ruime compartimenten worden ingedeeld ten behoeve van kabels voor elektra en data/telefonie. • Alle wandcontactdozen die beneden de 1 m boven de afgewerkte vloer worden toegepast dienen geïntegreerd kindveilig te zijn. • De meterkast of groepenkast met daarin de stroomvoorzieningen voor de praktijk mag niet in een verblijfsruimte worden geplaatst en is afsluitbaar. • Uitsluitend werkers hebben toegang tot de meterkast of groepenkast.
2.4.3 Intercom > toelichting
• Bij de hoofdentree moet middels een digitale deurintercom een spreek-/luisterverbinding tot stand gebracht kunnen worden via een dataverbinding met de telefooncentrale. De installatie moet zodanig zijn dat de oproep vanaf elk programmeerbaar toestel in de praktijk te beantwoorden is; • De intercom moet zijn gekoppeld aan een bedieningsmogelijkheid om de entreedeur te vergrendelen of te ontgrendelen.
2.4.4 Verlichting > toelichting
• In alle ruimten moet ruimteverlichting worden aangebracht die voldoet aan de minimale eisen uit tabel 2.4.4.
15 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
Tabel 2.4.4 eisen verlichtingssterkte bepaald conform de NEN-EN 12464 Vertrek
Verlichtingsniveau in lux conform NEN-EN 12464
Spreekruimten van artsenkamers, front- en backoffice, vergaderruimte, laboratorium, spreekkamers en overige verblijfsruimten
500
Behandelruimte, functiekamer, ruimte chirurgie en onderzoekruimten ter plaatse van de onderzoeks- of behandelbank.
800
Verkeersruimten, sanitaire ruimten, kasten, bergingen, werkkast en overige secundaire ruimten.
200
Wachtruimte
400
• Ten minste in onderzoekhoeken van artsenkamers, behandelkamers, functiekamers, universele behandelruimten en ruimten voor chirurgie moeten maatvoering en voorzieningen zodanig zijn dat hierin vaste behandellampen, operatielampen en onderzoekslampen te monteren zijn. • Bewegingssensoren, tijdschakelaars of soortgelijke schakelingen zijn niet toegestaan in medisch gebruikte ruimten, wachtruimten en verkeersruimten. • Schakelaars moeten op een hoogte van ten hoogste 1100mm vanaf de bovenzijde van de vloerafwerking worden geplaatst, gemeten aan de bovenzijde van de schakelaar. • In de behandelkamer, functiekamer of ruimte voor chirurgie is noodverlichting aanwezig die na het uitvallen van de stroomvoorziening gedurende ten minste 1 uur ten minste 20 lux op de behandelbank geeft.
2.4.5 Medische aarding > toelichting
Ruimten waarin medische handelingen worden verricht dienen conform de NEN 1010 te zijn voorzien van een medische aarding. Volgens de NEN 1010 moeten medische handelingen per ruimte geïnventariseerd worden op basis waarvan de aardingsklasse moet worden bepaald. Van de medische aarding dient bij de oplevering een gecertificeerd keuringsrapport te worden opgemaakt.
2.4.6 Anti-inbraakinstallatie > toelichting
De persoonsgegevens van de patiënten moeten goed zijn beveiligd tegen diefstal.
2.4.7 Distributie, bekabeling > toelichting
Alle databekabeling is ten minste van de kwaliteit UTP cat. 5e. Connectoren zijn van het type Rj 45. Het draadloos distribueren van data binnen de praktijk is niet toegestaan.
2.4.8 Brandinstallatie > toelichting
Voor zover het bouwbesluit de aanwezigheid van een ontruimingsinstallatie verplicht stelt geldt dat de installatie rechtstreeks vanuit de praktijk bedienbaar moet zijn.
16 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.4.9 Beletlamp
Medische ruimten die zijn bedoeld voor de voor assistentie (met name laboratorium en behandelkamer / functiekamer/chirurgie) met meer dan één deur dienen bij alle toegangsdeuren te zijn voor zien van een beletlamp. De lampen moeten zijn te bedienen vanuit de betreffende ruimte middels een schakelaar met indicatielampje (aan/uit).
2.5 Eisen aan geluidsisolatie 2.5.1 Interne luchtgeluidsisolatie > toelichting
De luchtgeluidsisolatie van privacygevoelige ruimten binnen de praktijk moet voldoen aan de eisen zoals vermeld in tabel 2.5.1 waarvoor geldt: • De vermelde prestatie-eis is een meetbaar resultaat van geluidsisolatie dat daadwerkelijk in de gerealiseerde situatie moet worden bereikt. In de onderstaande tabel worden de prestatie-eisen tussen de afzonderlijke ruimten vermeld. • De in de tabel vermelde DnT;A-waarden dienen te worden bepaald conform de NEN 5077 en NEN 1070 met spectrum binnengeluid. Hierbij geldt k=3. Het maximaal achtergrond-geluidsniveau ten gevolge van geluid van buiten bedraagt maximaal 25 dB(A).
17 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
Tabel 2.5.1 Interne geluidsisolatie tussen privacygevoelige ruimten Van ruimte(1)
Naar ruimte (1)
Voorbeeld
medische ruimte
andere ruimte binnen de praktijk met uitzondering van de verkeersruimte
Bijv. artsenkamer naast: andere artsenkamer bijv. universele behandelkamer naast: toiletruimte
≥ 47 dB
medische ruimte
verkeersruimte
bijv. artsenkamer naast: gang
≥ 37 dB
verblijfsruimte uitgezonderd medische ruimten
verblijfsruimte uitgezonderd medische ruimten
bijv. backoffice naast: wachtruimte
≥ 37 dB
verblijfsruimte uitgezonderd medische ruimten en wachtruimte
Front-office en verkeersruimte
bijv. overlegruimte naast: gang, backoffice naast: frontoffice
≥ 27 dB
Wachtruimte (3)
Balie (frontoffice)
(1) (2) (3)
Eis: minimaal vereiste geluidsisolatie DnT;A (2)
≥ 27 dB (3)
De ruimte overeenkomstig de definitie uit par. 1.7 DnT;A ≈ R’w (ISO 717) - 2 dB bij deze eis hoort een afsluitbare wachtruimte
18 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.5.2 Externe luchtgeluidsisolatie
Het karakteristieke verschil in luchtgeluidsniveau tussen ruimten in de praktijk en daarbuiten gelegen ruimten moet voldoen aan de eisen zoals vermeld in tabel 2.5.2. De in de tabel vermelde DnT;A-waarden dienen te worden bepaald conform de NEN 5077 en NEN 1070 met spectrum binnengeluid. Hierbij geldt k=3. Het maximaal achtergrondgeluidsniveau ten gevolge van geluid van buiten bedraagt maximaal 25 dB(A).
Tabel 2.5.2 Externe Luchtgeluidsisolatie tussen binnen en buiten de praktijk gelegen ruimten Van ruimte (1)
Naar ruimte
Voorbeeld
Verblijfsruimte in de praktijk
Ruimte buiten de praktijk
Bijv. artsenkamer gelegen onder een appartement (woonfunctie)
≥ 52 dB
Ruimte binnen de praktijk uitgezonderd verblijfsruimten
Ruimte buiten de praktijk
Bijv. toilet naast: gang van naastgelegen winkel
≥ 47 dB
(1)
Eis: minimaal vereiste geluidsisolatie DnT;A
Tabel 2.5.3 Interne contactgeluidsisolatie tussen binnen de praktijk gelegen verblijfsruimten Van ruimte (1)
Naar ruimte (1)
Medische ruimte
andere ruimte binnen de praktijk inclusief verkeersruimten
(1)
Voorbeeld
Eis: maximaal toegestaan contactgeluiddrukniveau LnT;A ≤ 58 dB
De ruimte overeenkomstig de definitie uit par. 1.7
De ruimte overeenkomstig de definitie uit par. 1.7
2.5.3 Interne contactgeluidsisolatie > toelichting
Het karakteristieke verschil in contactgeluidsniveau tussen verblijfsruimten in de praktijk moet voldoen aan de eisen zoals vermeld in tabel 2.5.3, bepaald conform de NEN 5077 en NPR 5079.
19 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
2 Minimale eisen
Naar inhoudsopgave
2.1 De omgeving van de praktijk 2.2 Bouwkundige eisen 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
2.5.4 Externe contactgeluidsisolatie > toelichting
2.5.5 Installatiegeluid > toelichting
Tabel 2.5.4 Externe contactgeluidsisolatie t.o.v. ruimten buiten de praktijk
2.5.6 Akoestiek > toelichting
Het karakteristieke verschillen in contactgeluidsniveau tussen verblijfsruimten in de praktijk en daarbuiten gelegen ruimten moeten voldoen aan de eisen zoals vermeld in tabel 2.5.4, bepaald conform NEN 5077 en NPR 5079.
Van ruimte1
Naar ruimte
Voorbeeld
Eis: maximaal toegestaan contactgeluiddrukniveau LnT;A
Verblijfsruimte in de praktijk
Ruimte buiten de praktijk
Bijv. artsenkamer gelegen onder een appartement (woonfunctie)
≤ 53 dB
Ruimte binnen de praktijk uitgezonderd verblijfsruimten
Ruimte buiten de praktijk
Bijv. toilet naast de fysiotherapie
≤ 58 dB
(1)
De ruimte overeenkomstig de definitie uit par. 1.7
Een installatie of spoelreservoir van een toilet dat voor het functioneren van het gebouw bedoeld is en van het gebouw deel uitmaakt mag in een verblijfsruimte een, volgens de NEN 5077 bepaald, karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB(A) veroorzaken.
De gemiddelde nagalmtijd (T) in de octaafbanden 125 tot 2000 Hz in verblijfsruimten, bepaald conform de NEN 5077, mag maximaal 0,5s bedragen.
2.5.7 Geluid van buiten > toelichting
In afwijking van artikel 3.2 van het Bouwbesluit geldt dat een uitwendige scheidingsconstructie van elke verblijfsruimte een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering moet hebben met een minimum van 25 dB.
2.5.8 Industrie-, weg- of spoorweglawaai > toelichting
In afwijking van artikel 3.3 lid 1 van het Bouwbesluit geldt voor medische ruimten de navolgende eis: bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een medische ruimte niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 30 dB(A) bij industrielawaai, of 28 dB bij weg- of spoorweglawaai.
20 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
3 Toelichting op de minimale eisen
Naar inhoudsopgave
T1
Inleiding
T2
Minimale eisen
T 2.1 De omgeving van de praktijk T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties T 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties T 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
T 1 Inleiding
T 2 Minimale eisen
Definities verblijfsruimte
T 2.1 De omgeving van de praktijk > terug
De ‘verblijfsruimte’ is een begrip uit het bouwbesluit waar een ruimte bedoeld is voor het ‘verblijven’ van personen. De begrenzing van verblijfsruimten kan zowel praktisch, door wanden, als theoretisch door middel van een denkbeeldige lijn worden bepaald. Daardoor kan een fysiek ervaren ruimte in werkelijkheid kleiner zijn gekozen als uitgangspunt voor berekeningen. Daardoor kunnen eisen lager uitvallen. Ook is mogelijk dat ruimten niet als verblijfsruimte maar als een andere ruimte worden aangemerkt op het moment dat die ruimte kan voldoen aan voorschriften. Daardoor ontstaat een risico dat eisen in bepaalde ruimten niet of in beperkte mate gelden. Om dat te voorkomen hanteert de LHV een afwijkende definitie van verblijfsruimten. De voor de praktijk benodigde functionele verblijfsruimten worden als zodanig vermeld in de tabel 2.3.2.1. Daarbij hanteren wij als definitie dat steeds de volledige netto vloeroppervlakte, dat wil zeggen de fysieke ruimte tussen de wanden, moet worden aangemerkt als grondslag voor berekeningen.
De eisen voor de omgeving liggen voor de hand; hiervoor hebben wij geen toelichting opgenomen.
T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.2.1 Scheiding tussen rust en onrust > terug
De LHV heeft ’10 gouden regels’ opgesteld voor een goede functionele indeling van de huisartsenpraktijk. Van die gouden regels is de scheiding tussen rust en onrust de voornaamste. Voor de gouden regels en voorbeelden verwijzen wij naar de handboeken.
T 2.2.2 Toegankelijkheid en maatvoering > terug
Het bouwbesluit stelt weliswaar eisen aan bereikbaarheid en toegankelijkheid maar niet zodanig dat die toegankelijkheid altijd volledig is geborgd. Vandaar dat wij stellen dat elke praktijk goed toegankelijk en bereikbaar moet zijn ongeacht de grootte. Dat houdt in dat mensen met een beperking altijd zelfstandig bij de balie kunnen komen. Zowel de omgeving als de entree moeten mensen daartoe in staat stellen.
Voor het ontwerp van praktijken moet, behoudens de maatvoering voor handmatig aangedreven rolstoelen, steeds meer rekening worden gehouden met diverse soorten scootmobielen en elektrische rolstoelen. Die hebben namelijk een veel grotere draaicirkel. Als een praktijk onderdeel is van verzorgingstehuis kan men bij de maatvoering van verkeersruimten, liftkooien e.d. rekening houden met de maten en draaicirkels van elektrische rolstoelen en scootmobielen. Dat kan ook gelden als veel van uw patiënten met een elektrische rolstoel of scootmobiel naar uw praktijk komen. Daarbij kan, behalve het verruimen van uw praktijk, ook het bieden van een alternatief aan uw patiënten uitkomst bieden. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een ‘normale’ rolstoel. Voor meer informatie over elektrische rolstoelen en scootmobielen verwijzen wij naar de handboeken. Voor de toegankelijkheid van een brancard bij een haakse hoek zijn de breedten van de gangdelen aan elkaar gerelateerd. Hoe nauwer de gang, hoe breder de aansluitende gang moet zijn. Wanneer de breedte van de gang bijvoorbeeld 1,30 meter is moet de aansluitende gang 1,80 meter breed zijn. Toegankelijkheid van een kamer per brancard vanuit de gang is ook een belangrijk aandachtspunt. Wanneer achter de deur voldoende manoeuvreer ruimte beschikbaar is kan de brandcard vanuit de
21 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
3 Toelichting op de minimale eisen
Naar inhoudsopgave
T1
Inleiding
T2
Minimale eisen
T 2.1 De omgeving van de praktijk T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties T 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties T 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
gang schuin worden ingestoken. Wanneer dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld wanneer het deurkozijn in de hoek van de kamer gelegen is) geldt dat de optelsom van de vrije doorgang van de deur en de breedte van de gang minimaal 3,10 meter breed moet zijn. Voor optimale doorgang met een brancard is de aanbevolen breedte van de deuropening 1,10 meter.
T 2.2.3 Niveauverschillen > terug
Als uitvloeisel van het hiervoor genoemde onder 2.2.2 moeten de praktijk altijd toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel.
T 2.2.4 Dorpels > terug
De bouwbesluiteis is dat hoogteverschillen maximaal 2 cm. mogen zijn. Echter als dit een harde overgang is met een rechthoekige dorpel wordt dit in de praktijk ervaren als een hindernis. Het is praktisch mogelijk om rolstoeldorpels toe te passen die aan de bovenzijde zijn afgerond. Hierdoor is het veel een voudiger dergelijke drempels of hoogteverschillen te nemen met een rolstoel of rollator. Dergelijke dorpels komen met name voor bij sanitaire ruimten. Voor alle ‘verblijfsruimten’ geldt dat toegangen bij voorkeur zonder dorpels moeten worden uitgevoerd. In de praktijk is dit zelfs wenselijk om ter plaatse van geluidswerende deuren bijvoorbeeld valdorpels te kunnen aanbrengen.
T 2.2.5 Vrije hoogte > terug
Het bouwbesluit gaat uit van een vrije hoogte van 2,6m in verblijfsruimten. Dit is niet goed geregeld en geeft om die reden discussie. Vandaar dat wij de vrije hoogte definiëren als de hoogte tussen de vloerafwerking en het (systeem)plafond. Dit laat onverlet dat meer vrije hoogte vaak als prettig wordt ervaren. In grote ruimten zoals de hal, vergaderruimte en wachtruimte beveelt de LHV een vrije hoogte van drie meter of meer aan waardoor een prettiger maatverhouding ontstaat. Het plafond ‘drukt’ dan minder op de ruimte. Desondanks moet er voldoende ruimte blijven boven het systeemplafond voor installaties. Daarnaast leidt een hoger plafond (meer ruimte-inhoud) tot hogere energielasten. Om alle installaties boven het plafond te kunnen bergen, zoals kabelgoten, ruimte voor armaturen en voorzieningen, bevestiging van onderzoeks- en behandellampen, luchtkanalen (!) en dergelijke schatten wij dat een ruimte van 0,5m een minimale maat is om dit verantwoord en zonder problemen te kunnen doen. Uitgaande van een hoogte voor systeemplafonds van 2,6m leidt dit tot een cascohoogte van minimaal 3,1m. In bestaande, te verbouwen gebouwen kan het zijn dat de cascohoogte (veel) lager is dan de hier genoemde cascohoogte. In dat geval moet kritisch worden onder zocht of en hoe de ventilatie en andere installaties kunnen worden aangebracht.
T 2.2.6 Binnenkozijnen en –deuren > terug
Voor wanden en deuren gaat de LHV uit van een gebruikelijke levensduur van ca. 20 jaren. Vanwege de veelvuldige toepassing van lichte scheidingswanden is relevant dat die tegen een stootje moeten kunnen. Bij voorbeeld doordat mensen er met een rolstoel of rollator tegenaan rijden of schuren.
T 2.2.7 Binnen- en buitenbeglazing > terug
Het Bouwbesluit stelt geen eisen aan letselwerend heid van beglazing. De LHV vindt dat het niet zo kan zijn dat bezoekers in de huisartsenpraktijk risico lopen ten aanzien van toegepast glas. Bijvoorbeeld doordat slechtzienden per abuis door een ruit lopen of arm door het glas steken. Door de NEN 3569 van toepassing te verklaren wordt dit voorkomen. Die norm schrijft dikte en uitvoering (normaal, gehard, gelaagd) van bereikbare ruiten voor in specifieke toepassingen.
T 2.2.8 Hang- en sluitwerk > terug
In praktijken toegepast hang- en sluitwerk wordt zwaar belast. Zowel door de toepassing van geluidswerende deuren als het vele openen en sluiten van deuren door consulten. Dit onderscheidt praktijken van bijvoorbeeld kantoren. De hier vermelde kwaliteit moet zorgdragen voor een goede levensduur en probleemloos gebruik.
22 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
3 Toelichting op de minimale eisen
Naar inhoudsopgave
T1
Inleiding
T2
Minimale eisen
T 2.1 De omgeving van de praktijk T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties T 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties T 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
T 2.2.9 (Trap)balustraden > terug
Voor utiliteitsbouw gelden eisen aan balustraden langs vides en trappen die de LHV niet verantwoord vindt. Vanwege de publieke functie van praktijken vinden wij dat balustraden niet overklauterbaar moeten zijn voor kinderen. De bouwbesluiteisen aan balustraden voor woningen houden daar rekening mee. Vandaar dat de LHV meent dat toepassing van die eisen de voorkeur geniet.
T 2.2.10 Trappen > terug
Het bouwbesluit stelt eisen aan trappen. De LHV vindt dat voor hoofdtrappen in gezondheidscentra de normen van woningen en woongebouwen moeten gelden aangezien die beter beloopbaar zijn door een flauwere helling.
T 2.2.11 Vloerafwerking
> terug
De hier aan vloerafwerkingen gestelde eisen zijn voor de hand liggend. In de praktijk zijn er echter weinig afwerkingen die aan dergelijke eisen voldoen. Een voorbeeld van vloerafwerkingen die aan de hoge eisen in medische ruimten voldoen is linoleum. Andere mogelijkheden zijn er vele waarbij toegepaste afwerkingen moeten worden getoetst aan de eisen. Zo is bijvoorbeeld niet elke PVC-vloer of gietvloer antistatisch. Het is dan belangrijk te toetsen of die voldoen.
T 2.2.12 Wandafwerking > terug
Voor wandafwerkingen is met name belangrijk dat ze hygiënisch en goed schoon te maken zijn. Verder is relevant dat je je er niet aan moet kunnen bezeren. Bijvoorbeeld in het geval van spuitpleisterwerk met een grove structuur of splinterend houtwerk.
T 2.2.13 Plafondafwerking > terug
In de meeste situaties worden systeemplafonds aangebracht. In dat geval adviseren wij een plafond met een absorptie van minimaal 80% (of coëfficiënt van minimaal 0,8) aangezien die een goede akoestiek oplevert. Daarmee wordt inééns aan de nagalmtijd voldaan zodat aanvullende maatregelen niet meer nodig zijn.
T 2.2.14 Daglicht > terug
Het Bouwbesluit stelt geen eisen aan daglichttoetre ding in medische ruimten. Wel aan kantoorfuncties waartoe een backoffice moet worden gerekend. Hoewel het bouwbesluit geen eisen stelt aan medische ruimten doet de Arbowet dat wel. Ook voor de beleving van een ruimte en het welzijn van patiënten en werkers is daglicht essentieel . Om die reden stelt de LHV nadrukkelijk eisen aan daglichttoetreding in medisch gebruikte ruimten, met uitzondering van de behandelruimte. Daarbij gaat de LHV ervan uit dat de behandelruimte voor
assistentie niet langdurig (in de zin van de Arbowet) gebruikt wordt voor consulten maar specifiek voor behandelingen. Behalve lichttoetreding verlangt de LHV dat spreekkamers, de administratieruimte (backoffice) en universele behandelkamers uitzicht op ooghoogte hebben. Zonder die eis zou bijvoorbeeld kunnen worden volstaan met lichtkoepels wat wij ongewenst vinden. Bergingen, toiletten, laboratorium, de hiervoor al genoemde behandelkamer en de wachtruimte mogen inpandig gesitueerd zijn. Hoewel voor die ruimten daglicht prettig kan zijn vinden wij daar daglichttoetreding, gezien de functie van de ruimten, minder belangrijk. Doordat de bepalingsmethode uit het bouwbesluit is verzwaard met ingang van het bouwbesluit 2012 leidt de handhaving van de ‘LHV-norm’ voor daglicht toetreding er in de meeste gevallen toe dat er netto meer glasoppervlakte gerealiseerd moet worden.
T 2.2.15 Spuivoorzieningen > terug
Hoewel het bouwbesluit geen te openen ramen voorschrijft doet de LHV dat wél. Dit om mogelijk te maken dat door het openen van een raam snel de binnenlucht ververst kan worden. Bijvoorbeeld ongewenste geuren na een behandeling of onderzoek snel af te kunnen voeren. Hoewel een goede ventilatie hiervoor zorgdraagt gaat dat nog altijd sneller met het (kortstondig) openen van een raam.
23 Bouwstenen 2016 (LHV-norm) - Minimale technische eisen (ver)bouw huisartsenpraktijken
3 Toelichting op de minimale eisen
Naar inhoudsopgave
T1
Inleiding
T2
Minimale eisen
T 2.1 De omgeving van de praktijk T 2.2 Bouwkundige eisen T 2.3 Eisen aan werktuigbouwkundige installaties T 2.4 Eisen aan elektrotechnische installaties T 2.5 Eisen aan geluidsisolatie
T 2.2.16 Toegangsdeur > terug
Om mogelijk te maken dat patiënten zelfstandig tot de balie kunnen komen moeten deuren in hun route naar de balie automatisch te openen zijn door middel van een sensor of drukknop. Daarnaast moet tocht worden tegengegaan bijvoorbeeld in de situatie dat de balie vlak bij de buitendeur ligt. Doordat de deur vaak geopend en gesloten wordt ontstaat tocht bij de balie. Dit kan worden voorkomen door een sluisfunctie die bovendien ook energie bespaart. Die sluisfunctie kan ook ’s zomers koelte binnenhouden en warmte buitenhouden. Als een sluis niet mogelijk is moet gedacht worden aan bijvoorbeeld het verwarmen van de balie, vloerverwarming in de hal of een luchtgordijn voor verwarmen of verwarmen & koelen boven de entreedeur. Voor de toepassing van een deurintercom verwijzen wij naar de toelichting op par. 2.4.3. Intercom.