Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt Toelichting
Tekst van het document
telefoon email internet kvk Breda
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 - 37 4811 GB Breda 076 – 5225262 info@c5s.nl www.c5s.nl 20083802
Gemeente Maasdriel Bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt", Maasdriel
Projectnummer: 160560 Datum: 14 juni 2021
Gemeente Maasdriel Bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt", Maasdriel
Verbeelding id-nr : NL.IMRO.0263.BP1200-VG01 d.d. : 17-03-2021 Planstatus Datum:
: vastgesteld : 14 juni 2021
Toelichting
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
3
Gemeente Maasdriel
4
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
7 7 9 10 12
Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Planvoornemen
13 13 15 15
Hoofdstuk3
Beleidskader
23
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
23 23 32 35
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Milieuhygiënische aspecten Algemeen Bodem Waterparagraaf Cultuurhistorie Archeologie Natuurgebieden Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geurhinder en veehouderij Externe veiligheid Niet-gesprongen explosieven Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Vormvrije m.e.r.-beoordeling
39 39 39 43 49 50 54 55 57 58 60 62 64 65 66 67
Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van het bestemmingsplan Opzet van de regels
71 71 71 72
Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3 6.4
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Exploitatie Exploitatieplan Handhaving
77 77 77 77 77
Hoofdstuk7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg
79 79
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
5
7.2 7.3
Gemeente Maasdriel
Inspraak Zienswijzen
79 80
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
1.1.1
Aanleiding
In 2008 heeft de gemeente Maasdriel de visie 'Maasdriel 2020+' vastgesteld. In deze visie is verwoord dat er, ten behoeve van de leefbaarheid binnen de gemeente, behoefte is aan voldoende goede en betaalbare woningen. Bovendien wil de gemeente de eigen identiteit van de verschillende kernen en de gemeente als geheel versterken en wil ze een kwalitatief goede woonomgeving creëren. Het ontwikkelen van de wijk 'Kerkdriel Noord' is één van de stappen om de hierboven geformuleerde ambitie uit de visie Maasdriel 2020+ te verwezenlijken. Ten behoeve van deze woningbouwlocatie is op 29 april 2010 het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" inclusief het bijbehorende exploitatieplan vastgesteld. Op 2 maart 2011 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) het westelijke deel van het bestemmingsplan in stand gehouden. Het oostelijke deel heeft de ABRvS gedeeltelijk vernietigd, omdat de gemeente bij de vaststelling van het plan onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan naar de gevolgen van de aanwezigheid van een champignonkwekerij nabij de nieuwe woonwijk en de gevolgen van de verkeersgeneratie op omliggende wegen.
Aangezien de vernietiging betrekking heeft op het grootste deel van de woonbestemming en de delen van de verkeersbestemming die voorzagen in de aansluitingen op de bestaande infrastructuur, kon het exploitatieplan voor het gehele plangebied niet in werking treden en daarmee tevens het bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
7
Uitsnede gedeelte verbeelding bestemmingsplan "Kerkdriel Noord', met gearceerd de delen welke zijn vernietigd.
De gemeente Maasdriel heeft hierop besloten om het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" op te knippen in twee fasen. Voor de eerste fase (het westelijke deel, genaamd de Kersenbuurt) is op 12 november 2015 het nieuwe bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2015 Kersenbuurt" vastgesteld (en inmiddels onherroepelijk geworden). Het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2015 Kersenbuurt" biedt ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2010 soepelere regels voor wat betreft woningaantallen en -typologieën, de bouwregels en de verkaveling. Op die manier kan de gemeente Maasdriel beter inspelen op de steeds veranderende marktomstandigheden en een meer vraaggestuurde woningbouw binnen Kerkdriel Noord. Ook voor de tweede fase (het oostelijke deel, genaamd de Paddenstoelenbuurt) geldt dat gewijzigde inzichten in de woningbouwopgave en de verwerving van enkele percelen ertoe hebben geleid dat hiervoor een alternatief stedenbouwkundig plan is ontwikkeld. Dit alternatieve plan, dat als Bijlage 1 is opgenomen bij deze toelichting, biedt de mogelijkheid om voor het oostelijke deel van Kerkdriel-Noord (fase twee) één nieuw bestemmingsplan op te stellen, waarin rekening wordt gehouden met de aanwezige belemmeringen. Het onderhavige bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" betreft dit nieuwe bestemmingsplan.
Naast bovengenoemde woningbouwopgave geldt dat aan de Kloosterstraat 9 en de Versteeg 23 sprake is van agrarische gronden met op beide adressen één agrarische bedrijfswoning. Vanwege de
Gemeente Maasdriel
8
voorgenomen ontwikkeling van de Paddenstoelenbuurt zal in de toekomst echter geen sprake meer zijn van een agrarische bedrijfsvoering. Om deze reden bestaat het voornemen beide bedrijfswoningen om te zetten in een reguliere woning. De agrarische bedrijfsvoering komt daarbij te vervallen. De omzetting van de bedrijfswoningen in reguliere woningen maakt integraal onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
1.1.2
Doel
Het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" voorziet in een actuele planologisch-juridische basis voor het oostelijke deel van de wijk 'Kerkdriel-Noord'. Samengevat zijn dit de doelen van het bestemmingsplan: het voorzien in een planologisch-juridische regeling op basis waarvan de verkaveling voor de Paddenstoelenbuurt, zoals opgenomen in Bijlage 1, kan worden gerealiseerd; het bieden van voldoende flexibiliteit in de planologisch-juridische regeling om geringe aanpassingen in die verkaveling te kunnen doorvoeren, zonder dat daarvoor een afzonderlijke planologische procedure hoeft te worden doorlopen; het ondervangen van de redenen die ertoe hebben geleid dat het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" deels is vernietigd; de planologische omzetting van twee bedrijfswoningen in reguliere woningen.
1.2
Plangebied
Kerkdriel Noord is een woningbouwgebied ten noordwesten van de kern Kerkdriel in de gemeente Maasdriel. De uitvoering van de woningbouw is opgedeeld in twee fasen. Fase 1 betreft de westzijde van het woongebied, de Kersenbuurt genoemd en is inmiddels in uitvoering. Fase 2 is het oostelijke deel en komt na fase 1 tot ontwikkeling. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op fase 2 van Kerkdriel Noord. Het plangebied van fase 2, en daarmee het plangebied van dit bestemmingsplan, wordt globaal begrensd door de Hoorzik aan de zuidzijde (met uitzondering van de percelen aan de Hoorzik 16 tot en met 26), de Kloosterstraat aan de oostzijde, de watergang die de grens vormt met fase 1 aan de westzijde en de achterkanten van de percelen aan de Veersteeg aan de noordzijde. Op de onderstaande afbeelding is het plangebied nader aangeduid.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
9
Satellietfoto plangebied en omgeving. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: "Kerkdriel Noord", vastgesteld d.d. 29 april 2010, deels onherroepelijk geworden d.d. 2 maart 2011; "Buitengebied, binnendijks deel", vastgesteld d.d. 22 februari 2006, deels goedgekeurd d.d. 17 oktober 2006; "Buitengebied herziening 2016", vastgesteld d.d. 26 juni 2019. Het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" geldt voor een groot gedeelte van het zuidelijk deel van het plangebied. Binnen dit bestemmingsplan zijn ter plaatse de bestemmingen 'Verkeer', 'Groen', 'Water' en een klein deel van de bestemming 'Wonen' geregeld, welke de juridische grondslag dienden te zijn voor de ontwikkeling van het oorspronkelijke verkavelingsplan van het oostelijke deel van de wijk Kerkdriel Noord. De meeste bestemmingsvlakken 'Wonen' uit het vastgestelde bestemmingsplan "Kerdriel Noord" zijn door de uitspraak van de ABRvS echter vernietigd, zodat ter plaatse van de ontstane gaten in het onherroepelijke bestemmingsplan "Kerkdriel Noord", het bestemmingsplan "Buitengebied, binnendijks deel" nog geldt. Daardoor zijn ter plaatse de bestemmingen 'Agrarisch gebied' en 'Niet-agrarische bedrijven' van toepassing. Ter hoogte van de locatie Hoorzik 14 geldt tot slot het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016". Deze gronden kennen de bestemming 'Agrarisch met waarden'.
Gemeente Maasdriel
10
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan "Kerkdriel-Noord" (onherroepelijke versie), met de begrenzing van het plangebied rood omkaderd. De gekleurde vlakken geven aan voor welke delen van het plangebied dit bestemmingsplan van toepassing is. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan "Buitengebied, binnendijks deel" met de
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
11
begrenzing van het plangebied rood omkaderd. Dit bestemmingsplan is van toepassing ter plaatse van de niet gekleurde vlakken op de eerder opgenomen afbeelding, muinus locatie Hoorzik 14.
Op basis van het onherroepelijke deel van het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" en de overige vigerende bestemmingsplannen is het niet mogelijk om binnen het plangebied een samenhangend nieuw woongebied te ontwikkelen. Noch het oorspronkelijke, noch het nieuwe verkavelingsplan zijn realiseerbaar op basis van het geldende planologische regime. Hierdoor is het noodzakelijk om een nieuwe ontwikkelingsgerichte bestemmingsregeling te formuleren, welke enerzijds is afgestemd op het mogelijk maken van de meest recente verkaveling en anderzijds ook voldoende flexibiliteit biedt om in eventuele wijzigingen in die verkaveling te kunnen voorzien. Het onderhavige nieuwe bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" vervangt de vigerende bestemmingsplannen binnen het plangebied en voorziet in een actuele en flexibele juridisch-planologische regeling die de ontwikkeling van het plangebied tot woongebied mogelijk maakt, daaronder mede verstaand de omzetting van de agrarische bedrijfswoningen aan de Kloosterstraat 9 en de Veersteeg 23 naar reguliere woningen.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie in het plangebied en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een omschrijving van de vigerende ruimtelijke beleidskaders gegeven, waarna in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische aspecten aan bod komen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven tenslotte respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Gemeente Maasdriel
12
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Ontstaansgeschiedenis
De kern Kerkdriel heeft zich vanaf de Maasdijk in westelijke richting ontwikkeld, met name vanaf de jaren '80 van de vorig eeuw. Bloksgewijs zijn door de jaren heen steeds nieuwe woon- en werkgebieden aan de bestaande kern toegevoegd. De historische structuren en de oude linten zijn daarbij sturend geweest voor de ontwikkeling van Kerkdriel en zijn nog duidelijk herkenbaar in de huidige structuur van het dorp. Kerkdriel Noord ligt ten noorden van de huidige kerk en betreft het volgende gebied dat in kader van de voortgaande ontwikkeling van de kern zal worden toegevoegd aan het bebouwde gebied. Het plangebied behoort tot het oude buurtschap Hoorzik, dat zich heeft ontwikkeld als verspreid liggende bebouwing langs de huidige weg Hoorzik, aan de zuidzijde van het plangebied. Het betreft zowel burgerwoningen als (agrarische) bedrijven. In de loop der tijd is ook langs de Veersteeg (noordzijde) en de Kloosterstraat (oostzijde) bebouwing tot stand gekomen. Voor het overige heeft het plangebied altijd bestaan uit agrarische gronden, genaamd de 'Luttel Ingh'.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
13
Linksboven: het plangebied aan het begin van de 20e eeuw, rechtsboven: het plangebied rond 1960, linksonder: het plangebied rond 1995, rechtsonder: het plangebied in 2015. Bron: topotijdreis.nl, 2019.
Gemeente Maasdriel
14
2.2
Bestaande situatie
2.2.1
Ruimtelijke analyse
Alhoewel aan de wegen rondom het plangebied op verscheidene plaatsen bebouwing is gelegen, is binnen het plangebied zelf niet veel bebouwing (meer) aanwezig. Slechts aan de Hoorzik, in de uiterste zuidwestpunt van het plangebied en aan de Hoorzik 14, resteren nog de gebouwen van een voormalig bedrijf respectievelijk een agrarische bedrijfswoning. Voor het overige is het plangebied onbebouwd. De bebouwing in de directe omgeving bestaat aan de zuidzijde uit de lintbebouwing aan de Hoorzik en de bestaande kern van Kerkdriel. Ook ten noorden en oosten van het plangebied is lintbebouwing aanwezig. Westelijk van het plangebied wordt fase 1 van de wijk 'Kerkdriel Noord, Kersenbuurt' ontwikkeld. Daarmee is het plangebied voor het grootste deel omgeven door bebouwing. Behalve enkele uitritten ter ontsluiting van de (agrarische) percelen, zijn binnen het plangebied in de huidige situatie geen wegen aanwezig. De wegen in de directe omgeving bestaan uit de Hoorzik, de Kloosterstraat en de Veersteeg. Deze vormen deels de grenzen van het plangebied en sluiten aan op de hoofdontsluitingsstructuur van Kerkdriel. De groenstructuur van het plangebied wordt met name bepaald door de langs de randen van het plangebied aanwezige groensingels en voorts door de binnen het plangebied gelegen boomgaarden en verspreid liggende solitaire bomen en groenelementen.
Van een samenhangende structuur is geen sprake.
2.2.2
Functionele analyse
Het plangebied wordt op dit moment in functioneel opzicht grotendeels bepaald door de agrarische functie, bestaande uit akkerbouw en fruitteelt. Voor het overige zijn enkele braakliggende gebieden aanwezig, welke voorheen een ander gebruik kenden en is sprake van leegstaande bebouwing. Deze gronden zijn op dit moment derhalve als 'functieloos' te omschrijven.
2.3
Planvoornemen
2.3.1
Gewijzigde verkaveling
Voor het plangebied, betreffende fase 2 van de nieuwbouwwijk Kerkdriel Noord, is een nieuw Masterplan opgesteld, dat als Bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd. Het nieuwe Masterplan wijkt in veel opzichten af van het oorspronkelijke verkavelingsplan, dat ten grondslag heeft gelegen aan het vigerende (deels vernietigde) bestemmingsplan "Kerkdriel Noord". De nieuwe verkaveling komt voort uit gewijzigde inzichten en actuele veranderingen in de woningmarkt en houdt tevens rekening met belemmeringen uit de omgeving. Tevens bestrijkt de nieuwe verkaveling een groter gebied dan de oorspronkelijke verkaveling. Aan de noordzijde is het plangebied uitgebreid met enkele woonkavels. Door al deze factoren kan het nieuwe Masterplan, overigens net als het oorspronkelijke verkavelingsplan, niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan. De nieuwe regeling, zoals opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" maakt het mogelijk de nieuwe verkaveling tot uitvoer te brengen. De regeling wordt evenwel niet strak afgestemd op de op dit moment meest actuele verkaveling, maar bezit een
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
15
bepaalde mate van flexibiliteit om zo eventuele toekomstige kleine aanpassingen aan de verkaveling op te kunnen vangen. Op die manier wordt voorkomen dat voor elke kleine aanpassing opnieuw een procedure dient te worden doorlopen. Enkel de hoofdinfra- en groenstructuur worden vastgelegd, alsmede het totale aantal te realiseren woningen. Voor het overige wordt voldoende speelruimte gelaten.
Verkaveling paddenstoelenbuurt ontleent uit het Masterplan. Bron: Compositie 5 stedenbouw bv, 2020.
Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de volgende woningtypen: Woningtypologie
Aantal woningen
Aaneengebouwd (sociale huur)
17
Gestapeld (sociale huur)
27
Aaneengebouwd
63
Twee-aaneengebouwd
36
Vrijstaand
34
Totaal
177
Zoals gezegd kent het bestemmingsplan een zekere mate van flexibiliteit. Het woningprogramma zoals thans verkaveld kan derhalve bij uitvoering enigszins wijzigen. De ruimtelijke hoofdopzet van het plan ligt, vanwege het vastleggen van de hoofdinfra- en groenstructuur, wel vast. Het plan kent in hoofdlijnen een tweedeling: een oost- en een westzijde die van elkaar gescheiden worden door een groenzone met een watergang.
Gemeente Maasdriel
16
Oostelijk deelgebied: In dit deelgebied worden zowel de Hoorzik als de Kloosterstraat begeleid door woningbouw bestaande uit een combinatie van vrijstaande woningen en twee-onder-één kapwoningen die elkaar op speelse wijze afwisselen. Het binnengebied heeft een overzichtelijke hoofdzet die gekenmerkt wordt door een gerende groene ruimte die begeleid wordt door (rij)woningen. Deze ruimte opent zich naar de centale groene ruimte die de Paddenstoelenbuurt scheidt/ verbindt met de Kersenbuurt. Daarnaast is er sprake van een interne ontsluitingsstructuur die eveneens begeleid wordt door woningen. Westelijk deelgebied: Dit deelgebied wordt gescheiden van het oostelijke deelgebied door een representatieve groene ruimte met daarin opgenomen een watergang die onderdeel is van de totale groen- en waterstructuur van Kerkdriel Noord. Het noordelijke deel bestaat uit een aantal vrijstaande kavels die zowel de interne ontsluitingsstructuur als de Veersteeg begeleiden. Het zuidelijke deel vormt de overgang naar de Kersenbuurt en wordt, met uitzondering van de zuidzijde (Hoorzik), omringd door groen en water. Het vormt een soort van schiereiland waarbij de woningen op het groen en water georiënteerd zijn en parkeren uit het zicht op het binnenterrein is gesitueerd.
Ruimtelijke hoofdopzet planvoornemen.
Het plangebied wordt ontsloten middels de bestaande aanliggende wegen te weten de Veersteeg aan de noordzijde (enkel voor langzaam verkeer), de Kloosterstraat aan de oostzijde en de Hoorzik aan de zuidzijde. Het ‘schiereiland’ in het westelijke deel wordt middels één ontsluiting via het oostelijke deel ontsloten en eindigt in het binnengebied waar geparkeerd wordt. De randen aan de buitenzijde, grenzende aan het groen en water, worden voorzien van een trottoir.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
17
Voor de auto worden de plandelen Kersenbuurt en Paddenstoelenbuurt intern niet verbonden. Beide plandelen staan via de bestaande wegen Veersteeg en Hoorzik met elkaar in verbinding. Voor het langzaamverkeer is centraal in het plangebied een route gesitueerd die de Paddenstoelenbuurt met de Kersenbuurt verbindt.
2.3.2
Beeldkwaliteit
Voor onderhavige ontwikkeling is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste identiteit van het woongebied en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit is verwoord en verbeeld middels een set spelregels. Deze spelregels gaan onder andere over stedenbouwkundige aspecten, bebouwingstypologie, architectonische uitstraling, kapvorm, rooilijn, bouwhoogte, positionering en oriëntatie van de bebouwing, kleurstelling en materiaalgebruik en erfafscheidingen. Het beeldkwaliteitplan is als Bijlage 2 gevoegd bij deze toelichting. Het beeldkwaliteitplan wordt gelijktijdig met dit bestemmingsplan vastgesteld en heeft te gelden als toetsingskader voor welstand en gaat deel uitmaken van de Welstandsnota.
2.3.3
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Door de gemeente Maasdriel worden in het ‘Mobiliteitsplan Maasdriel 2020’ parkeernormen genoemd, onderverdeeld naar functie. Voor de functie 'Woning' geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning, waarvan minimaal 0,3 per woning in het openbaar gebied. Daarnaast geldt de volgende berekeningswijze voor parkeren op eigen terrein:
Beoordeling
Gemeente Maasdriel
18
Voor wat betreft het parkeren is in het verkavelingsplan rekening gehouden met een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per reguliere woning en 2 parkeerplaatsen per sociale huurwoning, die zowel in het openbare gebied als op eigen terrein geprojecteerd zijn. Aangezien het verkavelingsplan uitgaat van een flexibele invulling, kan naar gelang het aantal woningen dat uiteindelijk gerealiseerd wordt het aantal benodigde parkeerplaatsen toe- of afnemen. In de voorgestelde inrichting van woonstraatjes en parkeerhoven kan hierop ingespeeld worden door het groen in deze straten, grenzend aan het groene lint, kleiner of groter te laten worden. Op basis van het verkavelingsplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. In het bestemmingsplan is artikel 13.1 gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.
2.3.4
Verkeer
Het planvoornemen voorziet in maximaal 185 grondgebonden woningen, hetgeen een toename van het aantal verkeersbewegingen veroorzaakt. Teneinde de verkeerskundige effecten die het planvoornemen tot gevolg heeft inzichtelijk te maken, is hier door Goudappel Coffeng onderzoek naar gedaan. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 3 gevoegd bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het effect van onderhavig planvoornemen op de verkeersintensiteiten op de omliggende wegvakken beperkt is tot een toename van maximaal 600 mvt/etm ten opzichte van de referentie situatie. Het planvoornemen is met name van invloed op de verkeersintensiteiten van de Veersteeg, Hoorzik, Kloosterstraat en Berm. Navolgend wordt per weg ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Veersteeg Vanwege de lage verkeersintensiteit op de Veersteeg wordt geconcludeerd dat deze weg de toekomstige verkeersstromen verkeersveilig kan verwerken en dat geen maatregelen nodig zijn. Berm Ook voor de Berm geldt dat deze weg ook in de toekomstige situatie voldoet aan de belangrijkste verkeersveiligheidspunten van de richtlijnen van duurzaam veilig wegverkeer. Maatregelen aan deze weg zijn niet noodzakelijk. Hoorzik Ten aanzien van de Hoorzik volgt uit het bovengenoemde onderzoek dat er geen problemen zijn in de toekomsitge situatie, maar wel een aandachtspunt.
Vanaf een verkeersintensiteit van 2.500 mvt/etm is een trottoir gewenst. De toekomstige verkeersintensiteit is 2.000 mvt/etm. Als gevolg van de bedrijvigheid gevestigd aan de Hoorzik rijdt er echter meer dan gemiddeld vrachtverkeer over deze weg. Dit is maakt met deze verkeersintensiteit een trottoir noodzakelijk. Daarnaast wordt aanbevolen de Hoorzik in te richten als een 30 km/per uur straat. Kloosterstraat
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
19
Voor de Kloosterstraat geldt dat uit het onderzoek volgt dat er een knelpunt ontstaat. Vanaf een verkeersintensiteit van 2.500 mvt/etm is een trottoir aan deze straat gewenst. De toekomstige verkeersintensiteit is 3.100 mvt/etm. Voor een veilige verkeersafwikkeling zijn fietsvoorzieningen niet nodig en is parkeren op straat wel mogelijk. Gezien de verwachte toekomstige verkeersintensiteiten zijn op de Kloosterstraat maatregelen nodig. Het advies is aan één zijde van deze weg een trottoir aan te leggen. Daarmee wordt het voor de nieuwe en huidige bewoners mogelijk om verkeersveilig te voet door de nieuwe wijk naar de bushalte, de basisscholen en/of het centrum van Maasdriel te gaan. De bushalte aan deze weg dient te worden verplaatst. Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de conclusie dat de effecten beperkt zijn. Het plan heeft een toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen tot gevolg. Er is een aantal aanpassingen nodig om deze toename verkeersveilig te verwerken. Het gaat om: het realiseren van een voetpad aan de Kloosterstraat; het verplaatsen van een bushalte aan de Kloosterstraat; het realiseren van een voetpad aan de Hoorzik; de Hoorzik inrichten als een 30 km/per uur straat.
De gemeente Maasdriel zal bovengenoemde aanpassingen doorvoeren. Deze aanpassingen passen binnen het onderhavige bestemmingsplan alsook binnen de bestaande bestemmingsplannen. De geschetste aanpassingen zijn meegenomen in de financiële uitvoering van het plan. Hiervoor is in het onderzoek de mate van toerekenbaarheid aan het planvoornemen bepaald. De aanpassingen zullen door de gemeente worden uitgevoerd. Daarmee is gewaarborgd dat sprake is van een verkeersveilige ontsluiting van het plangebied op de omliggende wegen. Ook geldt dat de omliggende wegen de verkeersgeneratie kunnen verwerken. Ten behoeve van verdere verbetering van de verkeersveiligheid is, hoewel op basis van het onderzoek niet noodzakelijk geacht, aan de Kloosterstraat een ruimtereservering opgenomen ter eventuele realisatie van een fietspad in de toekomst.
2.3.5
Groen en water
Het groen en water in het plangebied ondersteunen de dorpse sfeer. Het groen bestaat voornamelijk uit gras, hagen en bomen. Centraal in het plangebied is open water gesitueerd met flauwe kind ennatuurvriendelijke oevers, deels voorzien van rietoevers en bloemrijk grasland. Onderdeel van de groeninrichting is een centraal gesitueerde grote groene ruimte. Een ruimte om te spelen, voetballen, struinen, ontdekken en in bomen te klimmen. In deze groene ruimte is een grote diversiteit aan bomen aanwezig die gestrooid zijn in een onregelmatig verband waardoor er een parkachtige sfeer ontstaat.
Gemeente Maasdriel
20
Schematisch overzicht openbare ruimte Paddenstoelenbuurt.
Belangrijke structuurdrager van Kerkdriel Noord is onder andere de waterstructuur. Centraal in Kerkdriel Noord is een watergang gesitueerd die het gebied doorsnijdt van noord naar zuid. Ten opzichte van de waterstructuur in de rest van het plangebied is hier de watergang verbreed en heeft deze grotendeels flauwe, kind- en natuurvriendelijke oevers wat resulteert in een ontspannen en aangename ruimte. Het vormt een parkachtig gebied met bomen en langzaamverkeerroutes. De plekken waar de centrale langzaamverkeersverbinding, die de verbinding vormt tussen de Kersenbuurt en Paddenstoelenbuurt, een watergang kruist met een brug of een duiker is een bijzondere plek in de openbare ruimte. Deze bijzondere plekken zijn belangrijk voor de beleving en herkenbaarheid van de wijk.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
21
Illustratie bijzondere plek openbare ruimte.
Gemeente Maasdriel
22
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Algemeen
De gemeente Maasdriel heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijk beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor deze ruimtelijke onderbouwing relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.
Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
23
en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een ruimtereservering geldt. Aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Beoordeling
Gemeente Maasdriel
24
Ten aanzien van het onderhavige plangebied is een regel uit het Barro van toepassing. Dit betreft de regeling met betrekking tot de radarverstoringsgebieden van radarstation Herwijnen (zoals weergegeven in de wijziging van het Rarro per 1 juli 2016, bijlage 9). Als gevolg van het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen geldt een maximale hoogtemaat van 90 meter voor de tippen van de wieken van op te richten windturbines. In het onderhavige plan worden geen windturbines of andere bouwwerken met een dergelijke hoogte mogelijk gemaakt.
Situering radarverstoringsgebieden radarstations. Het plangebied ligt ter hoogte van de rode ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Conclusie De maximaal toegestane bouwhoogtes vanuit de radarverstoringsgebieden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
25
genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.
Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 185 woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen.
b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied kent thans in hoofdzaak een agrarische bestemming. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor bedrijven met een agrarische bedrijfsvoering. Burgerbewoning is niet toegestaan. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 185 woningen mogelijk. Op basis van het onherroepelijke deel van het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" en het bestemmingsplan "Buitengebied, binnendijks deel" is het niet mogelijk om binnen het onderhavige plangebied een samenhangend nieuw woongebied te ontwikkelen. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag
Gemeente Maasdriel
26
op de ruimte plaats. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen.
c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.
Kwantitatieve behoefte Uit jurisprudentie blijkt dat de behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Regionale woningbouwafspraken zijn neergeschreven in de notitie 'regionale woningbouwprogrammering Rivierenland', met daaraan ten grondslag het regionaal woningbehoefteonderzoek (2013). Het regionale woningbouwprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest actuele programmering stamt uit oktober 2018. De 'kwantitatieve opgave wonen' voor Regio Rivierenland is in het regionale woningbouwprogramma vastgesteld op 10.500 woningen voor de periode 2015-2025. Op basis van deze kwantitatieve opgave is er in regio Rivierenland behoefte aan gemiddeld 1.050 woningen per jaar. In onderstaande tabel is de kwantitatieve opgave uitgesplitst per gemeente op basis van een verdeling van de nieuwbouwproductie over de gemeenten uit het regionale woningbehoeftenonderzoek (WBO). Hieruit blijkt dat aan de gemeente Maasdriel tot 2025 een productie wordt toegekend van 1.100 woningen.
Kwantitatieve opgave uitgesplitst per gemeente. Bron: regionale woningbouwprogrammering Rivierenland, 2018.
Bij de kwantitatieve opgave wonen is nog geen rekening gehouden met arbeidsmigranten. Voor een deel van de arbeidsmigranten in regio Rivierenland is reguliere woonruimte noodzakelijk. Het gaat dan om de groep die het grootste deel van het jaar in Nederland woont en degenen die zich hier permanent vestigen. Deze laatste groep maakt deel uit van de 'doelgroep volkshuisvesting'. In de woningbehoefteraming is deze groep echter nog niet meegenomen, hetgeen betekent dat de
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
27
kwantitatieve behoefte aan woningen nog hoger kan uitvallen. Het regionale woningbouwprogramma betreft een optelsom van de gemeentelijke programma's. Het gemeentelijke programma betreft voor Maasdriel het 'Woningbouwprogramma 2015-2025', vastgesteld door de raad op 16 april 2016 en geactualiseerd in oktober 2017. Het woningbouwprogramma bevat een overzicht van alle concrete woningbouwprojecten die binnen de gemeente spelen en wijst daar een woningbouwcontingent aan toe. Het woningbouwprogramma omvat in totaal bruto 1.129 woningen. Netto (na sloop van bestaande woningen) wordt daarbij onder de productie van 1.100 woningen gebleven zoals toegekend aan Maasdriel in de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland. Aan de gehele kern Kerkdriel wordt een voorraad toegekend van 312 woningen, waarvan aan onderhavig initiatief, in het woningbouwprogramma 'Kerkdriel-Noord, oostelijk deel' genoemd, een voorraad van 150 woningen. Dit laatste cijfer is tot stand gekomen op basis van de toenmalige plannen voor onderhavig plangebied, waarvoor thans geldt dat het programma enigszins is verhoogd. Desalniettemin pas het overgrote deel van de kwantitatieve behoefte aan onderhavige 185 woningen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma. Ten aanzien van het surplus van 35 woningen geldt dat hierbij wordt ingespeeld op de recente krapte op de woningmarkt.
Vanwege deze krapte is er een overloop uit de randstad en nabijgelegen steden als 's-Hertogenbosch. Bovendien past dit surplus binnen de aan Maasdriel toegekende 1.100 woningen uit de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland, welke cijfers tevens recenter zijn. Tot slot geldt dat het maximaal toegestane aantal woningen van 180 uit de Kersenbuurt niet volledig gerealiseerd wordt, derhalve dat deze planologische restcapaciteit ten gunste komt aan onderhavig planvoornemen. In december 2018 heeft de gemeente Maasdriel een woningbehoefte-onderzoek laten uitvoeren. Dit heeft geleid tot het rapport 'Woningbehoefte-onderzoek' van 11 december 2018 (Companen, Arnhem: 2018). Uit het woningbehoefte-onderzoek blijkt dat het aantal inwoners van de gemeente Maasdriel met ruim 730 inwoners is gegroeid in de afgelopen tien jaar (+3%). Deze groei zet zich naar verwachting voort: op basis van de meest actuele Primos Bevolkings- en huishoudensprognose (2017) groeit de bevolking van Maasdriel de komende 20 jaar met ongeveer 1.040 huishoudens (+10%). Het grootste deel van die groei vindt in de eerstkomende tien jaar (2018-2028) plaats (+630 huishoudens). Deze groei wordt vooral veroorzaakt door het hoge geboortesaldo, waaruit weer jonge huishoudens voortkomen (hierdoor blijft het aantal jonge huishoudens ondanks een vertrekoverschot op peil) en de toegenomen leeftijdsverwachting.
Het sterkst groeit de groep de 75-plussers. Het aantal kleine huishoudens tot 55 jaar en de gezinnen nemen iets in omvang af. Deze autonome groei wordt in de rapportage aangeduid als 'basisscenario'.
Omvang verwachte huishoudensontwikkeling per gemeente 2018-2028, uitgesplitst in twee scenario's. Bron: woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.
Naast het basisscenario, wordt ook een groeiscenario geformuleerd. Op basis van dit groeiscenario wordt een verdere bevolkingsgroei in Maasdriel voorspeld, veroorzaakt door drie ontwikkelingen: 1. De sterk groeiende economische ontwikkeling rondom de A2; 2. Het inlopen van het reeds bestaande woningtekort; 3. Instroom van arbeidsmigranten.
Gemeente Maasdriel
28
De drie benoemde factoren (economische activiteiten A2, woningtekort, arbeidsmigranten) leiden tot een hogere woningvraag dan in het basisscenario. In de gemeente Maasdriel leidt dit tot een maximale behoefte van 1.080 woningen tot 2028, hetgeen nagenoeg overeenkomt met de aan Maasdriel toegekende 1.100 woningen uit de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland. Navolgend is deze behoefte in beide scenario's verdeeld over de gemeentelijke kernen. Vanwege de reeds aanwezige voorzieningen in Kerkdriel en de ligging van Kerkdriel nabij de A2, profiteert deze kern verhoudingsgewijs meer van de voorziene groei dan andere kernen in de gemeente. Aan Kerkdriel wordt in het groeiscenario een behoefte aan 305 woningen toegekend. Dit cijfer komt nagenoeg overeen met de gemeentelijke woningbouwprogrammering, welke uitgaat van een bruto voorraad van 312 woningen.
Kwantitatieve woningbehoefte per kern woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.
2018-2028
(in
twee
scenario's).
Bron:
Gelet op het regionale woningbouwprogramma, het gemeentelijke woningbouwprogramma alsook het woningbehoefte-onderzoek in Maasdriel, kan worden gesteld dat het onderhavige planvoornemen past binnen de kwantitatieve behoefte aan woningen in Kerkdriel.
Kwalitatieve behoefte In het voornoemde 'Woningbehoefte-onderzoek' van 11 december 2018 (Companen, Arnhem: 2018)' is op basis van de demografische trends, de verhuisbewegingen uit het recente verleden en de woonwensen voor de toekomst de kwalitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Maasdriel in beeld gebracht. De behoefte per woningtypologie is gevisualiseerd in de navolgende afbeelding.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
29
Kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.
Maasdriel
(in
twee
scenario's).
Bron:
De verhuisbewegingen in de afgelopen jaren laten zien dat in Maasdriel sprake is van een sterke kooporiëntatie. Met name de groep jonge doorstromers en gezinnen met kinderen zijn relatief vaak naar een grondgebonden koopwoning verhuisd. Bij jonge huishoudens tot 23 jaar en ouderen (65+) is er wel een groot aandeel verhuizingen naar een (sociale) huurwoning. De woningbehoefte voor de komende jaren laat op een aantal punten andere accenten zien. De sterke kooporiëntatie blijft: in vergelijking met afgelopen jaren oriënteren starters zich meer op koopwoningen en gezinnen op ruime grondgebonden koopwoningen. Dit lijkt een gevolg te zijn van de aantrekkende economie en huizenmarkt. Voor de komende jaren ligt er vooral een opgave om het aanbod aan middeldure koopwoningen uit te breiden (€170.000 - €350.000). In Maasdriel is daarbij tevens nog meer vraag naar duurdere koopwoningen (> €350.000). In de sociale huur ligt er in Maasdriel vooral een opgave om het aantal eengezinswoningen te vergroten. Zoals de kwalitatieve woningbouwopgave voor de gehele gemeente Maasdriel is onderzocht, is deze ook enkel voor de kern Kerkdriel in beeld gebracht. Ook voor Kerkdriel geldt dat er vooral een opgave is om het aanbod aan middeldure koopwoningen uit te breiden en te voorzien in meer sociale huurwoningen. Navolgende afbeelding vat de cijfers samen:
Kwalitatieve woningbehoefte in de kern woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.
Gemeente Maasdriel
Kekrdriel
(in
twee
scenario's).
Bron:
30
Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de volgende woningtypen: Woningtypologie
Aantal woningen
Aaneengebouwd (sociale huur)
17
Gestapeld (sociale huur)
27
Aaneengebouwd
63
Twee-aaneengebouwd
36
Vrijstaand
34
Totaal
177
Het onderhavige bestemmingsplan vormt een juridisch-planologische vertaling van het stedenbouwkundige plan. Het bestemmingsplan voorziet hoofdzakelijk in grondgebonden koopwoningen in de middeldure sector. Daarnaast wordt voorzien in 44 sociale huurwoningen. Blijkens het woningbehoefte-onderzoek is naar deze type woningen de meeste vraag in de gemeente Maasdriel. Om adequaat in te spelen op de specifieke vraag naar woningen is in onderhavig bestemmingsplan bovendien flexibiliteit aangebracht in de toegestane woningbouwtypologie en een reservecapaciteit van 8 woningen. Tot slot wordt ook voorzien in sociale huurwoningen, waarmee wordt ingespeeld op de in het woningbehoefte-onderzoek gesignaleerde behoefte aan dit type woning. Het planvoornemen past daarmee tevens binnen de kwalitatieve behoefte aan woningen in Maasdriel.
d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat indien de 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' buiten 'bestaand stedelijk gebied' is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro wordt onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd. Het voorgaande bestemmingsplan maakt binnen een gedeelte van het plangebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing en, infrastructuur en groen mogelijk. Het betreft de woonbestemmingen in het zuiden van het plangebied met ten noorden en daaromheen de bestemming 'Groen' en 'Verkeer'. Evenwel geldt ten noorden van deze woonbestemming en ten zuiden van de Veersteeg dat sprake is van een agrarische bestemming met overeenkomstig een agrarisch gebruik. Voor deze gronden geldt dat het voorgaande bestemmingsplan geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk maakt, maar enkel agrarische bedrijfsvoering.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
31
Gelet daarop is het onderhavige plangebied (gedeeltelijk) gelegen buiten het 'bestaand stedelijk gebied' van Kerkdriel.
e. Is het mogelijk de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Realisatie van de woningen door inbreiding binnen de gemeentegrenzen van Maasdriel, maar buiten Kerkdriel, ligt niet voor de hand. Middels onderhavig initiatief wordt immers in de kwantitatieve behoefte naar woningen in Kerkdriel voorzien. Blijkens het woningbehoefte-onderzoek is in deze kern de grootste vraag naar nieuwe woningen. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkdriel is concreet gezocht naar inbreidingslocaties. Het bestaand stedelijk gebied van Kerkdriel is vrij intensief bebouwd. Recent is aan de Empelenhof gestart met de bouw van een kleinschalig woongebied en worden ook de woningen in de Kersenbuurt opgeleverd. Voor het overige is er geen locatie binnen het bestaand stedelijk gebied dat plaats biedt aan meerdere woningen, vergelijkbaar met het aantal zoals in onderhavig plan opgenomen. Gelet op het ontbreken van inbreidingslocaties, kan het aantal woningen in Kerkdriel enkel worden uitgebreid buiten bestaand stedelijk gebied.
Daarbij geldt dat onderhavige locatie hiervoor als meest geschikt wordt aangemerkt, gelet op het feit dat deze reeds gedeeltelijk is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, ten westen daarvan reeds een woningbouwlocatie (de Kersenbuurt) ligt en dat deze laatste - na ontwikkeling van onderhavig planvoornemen - samen met onderhavig plangebied deel gaat uitmaken van de kern Kerkdriel.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte aan woningen in Kerkdriel die niet kan worden ingevuld binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkdriel.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Toetsingskader Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van de provincie Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer;
Gemeente Maasdriel
32
Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Ten aanzien van dit laatste punt gaat de provincie in gesprek met de Gelderse regio’s en maakt zij regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag naar en het aanbod van woningen. Daarvoor is specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken. Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden.
Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft.
Beoordeling De voorliggende ontwikkeling maakt de bouw van woningen mogelijk. De herontwikkeling van het gebied zorgt er voor dat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt verbeterd. Het bouwplan is niet in strijd met het beleid uit de Omgevingsvisie. Wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Aan de westzijde van het plangebied is een watergang gelegen. Deze is volgens de kaart van het omgevingsvisiedeel aangeduid als 'Oppervlaktewaterlichamen'. De ambitie is om uiterlijk in 2027 alle Gelderse oppervlaktewateren aan de gestelde ecologische en chemische doelen van de KRW (Europese Kaderrichtlijn Water) te laten voldoen. De provincie Gelderland streeft naar herstel en behoud van de kwaliteit van het oppervlaktewater in Gelderland. Hierbij wil de provincie minimaal voldoen aan de normen van de KRW. Daarnaast wil de provincie vissoorten beschermen en oppervlaktewateren met een bijzonder ecologische kwaliteit herstellen en behouden. De watergang wordt in stand gehouden, verbreed en als zodanig opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect water binnen het plangebied. Daarin wordt aangetoond dat onderhavig plan geen nadelige effecten zal hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Voor het overige doet de Omgevingsvisie verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling.
Conclusie Het onderhavige plan is passend binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt"
33
3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
Toetsingskader Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van de provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, waarna deze op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Sindsdien is de omgevingsverordening diverse malen geactualiseerd. De laatste actualisatie is vastgesteld op 19 december 2018. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem.
De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Beoordeling Met betrekking tot het plangebied gelden de regels uit artikel 2.24 (overig glastuinbouw) en artikel 2.27 (tijdelijk verbod glastuinbouw). Voor het noordelijke deel geldt tevens artikel 2.31 (Plussenbeleid). In het artikel 'overig glastuinbouw' worden de mogelijkheden voor uitbreiding van glastuinbouw beperkt. In het artikel 'tijdelijk verbod glastuinbouw' is bepaald dat, totdat een bestemmingsplan in werking treedt waarin de meest actuele versie van de omgevingsverordening is meegenomen, de nieuwvestiging, uitbreiding of hervestiging van glastuinbouw verboden is. In het artikel 'Plussenbeleid' worden de mogelijkheden voor uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen beperkt. Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een woongebied. Binnen het plangebied is geen glastuinbouw of veehouderij voorzien. Dit sluit dus aan bij hetgeen in de Omgevingsverordening Gelderland is bepaald ter plaatse van het plangebied. Enkel artikel 2.1 en 2.2 (regionale woonagenda) is van toepassing. Hierin is bepaald dat regionale afstemming plaats dient te vinden omtrent woningbouwplannen. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. De verantwoordelijkheid om een regionale woonagenda op te stellen, ligt bij de regio’s.