CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kerkdriel Noord herziening 2023, Veersteeg Toelichting

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kerkdriel Noord, Veersteeg21.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kerkdriel Noord herziening 2023, Veersteeg

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 6 6 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Bestaande situatie 2.3 Planvoornemen

8 8 9 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Algemeen 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

15 15 15 23 26

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Waterparagraaf 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Natuurgebieden 4.7 Flora en fauna 4.8 Wegverkeerslawaai 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Geurhinder en veehouderij 4.11 Externe veiligheid 4.12 Niet-gesprongen explosieven 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Luchtkwaliteit 4.15 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

36 36 36 38 40 41 44 45 46 48 50 52 54 55 56 58

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van het bestemmingsplan 5.3 Opzet van de regels

61 61 61 61

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding 6.2 Toepassing Grondexploitatiewet 6.3 Economische uitvoerbaarheid 6.4 Handhaving

66 66 66 66 66

Hoofdstuk 7

67

planstatus vastgesteld

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

referentie BP1288 / 220806

pagina 2 van 68

7.1 7.2 7.3

Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen

planstatus vastgesteld

67 67 68

referentie BP1288 / 220806

pagina 3 van 68

Toelichting

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 4 van 68

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

1.1.1

Aanleiding

In 2008 heeft de gemeente Maasdriel de visie 'Maasdriel 2020+' vastgesteld. In deze visie is verwoord dat er, ten behoeve van de leefbaarheid binnen de gemeente, behoefte is aan voldoende goede en betaalbare woningen. Bovendien wil de gemeente de eigen identiteit van de verschillende kernen en de gemeente als geheel versterken en wil ze een kwalitatief goede woonomgeving creëren. Het ontwikkelen van de wijk 'Kerkdriel Noord' is één van de stappen om de hierboven geformuleerde ambitie uit de visie Maasdriel 2020+ te verwezenlijken. Ten behoeve van deze woningbouwlocatie is voor het westelijke deel op 12 november 2015 het herziene bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2015, Kersenbuurt" vastgesteld. Voor het oostelijke deel, genaamd de Paddenstoelenbuurt, is op 14 oktober 2021 het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" vastgesteld (maar is nog niet onherroepelijk). Men is voornemens nu ook het noordelijk gelegen deel van de Paddenstoelenbuurt langs de Veersteeg te herontwikkelen ten behoeve van het wonen en daarmee de Paddenstoelenbuurt af te ronden. De stedenbouwkundige opzet van het planvoornemen is op rationele wijze gebaseerd op de aanknopingspunten en oriëntatie van de ruimtelijke context van de Veersteeg en resp. de Kersenbuurt en Paddenstoelenbuurt.

In 2022 is de omgevingsvisie 'Bommelerwaard' vastgesteld voor de toekomst waarbij men vooruit kijkt naar 2040. Deze visie gaat over de woon- en leefomgeving van Maasdriel en Zaltbommel en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten aansluiten op de omgevingsvisie. Met onderhavig planvoornemen wordt derhalve aangesloten bij de voor Maasdriel relevante thema's en kernopgaven uit de omgevingsvisie, met onder meer aandacht voor klimaat, duurzaamheid en landschap, wonen, milieu, gezondheid en leefbaarheid.

1.1.2

Doel

De beoogde herontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende ruimtelijk regime. Het onderhavige bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2023, Veersteeg" voorziet derhalve in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de herontwikkeling van het noordelijke deel van de Paddenstoelenbuurt binnen de wijk 'Kerkdriel-Noord' mogelijk te maken, zodat de stedenbouwkundige verkaveling zoals opgenomen in paragraaf 2.3 gerealiseerd kan worden. Hierbij geldt het uitgangspunt dat voldoende flexibiliteit in de planologisch-juridische regeling wordt geboden om geringe aanpassingen in die verkaveling te kunnen doorvoeren, zonder dat daarvoor een afzonderlijke planologische procedure hoeft te worden doorlopen. Gelijktijdig wordt met onderhavig bestemmingsplan de huidige agrarische bestemming ter plaatse van Veersteeg 19 planologisch omgezet naar een woonbestemming. De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning. Aan de feitelijke situatie binnen het perceel verandert echter niets. Met deze bestemmingswijziging vindt ten opzichte van de omliggende bestemmingen een logische invulling plaats van dit perceel.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 5 van 68

1.2

Plangebied

Kerkdriel Noord is een woningbouwgebied ten noordwesten van de kern Kerkdriel in de gemeente Maasdriel. De uitvoering van de woningbouw is opgedeeld in verschillende fasen. Allereerst is de westzijde van het woongebied, de Kersenbuurt, gerealiseerd. Daarna zijn de gronden van het oostelijke deel, de Paddenstoelenbuurt, in ontwikkeling gebracht. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden van Kerkdriel Noord, Veersteeg. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 1 ha. en staat kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie N, perceelnummers 1900, 1901, 2398, 2399, 2401, 2586, 3447 en 3770 (gedeeltelijk). Het plangebied wordt begrensd door een bestaande woning aan de westzijde, de Veersteeg aan de noordzijde, de percelen aan de Berm 15 tot en met 19 aan de oostzijde en de ontwikkelingsgronden (woningen en infrastructuur) van de eerste fase van de Paddenstoelenbuurt aan de zuidzijde. De ligging en begrenzing is hieronder afgebeeld.

Satellietfoto plangebied en omgeving. Het plangebied ligt in het rode kader. Bron: Cyclomedia Technology, 2022.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan", vastgesteld d.d. 13 oktober 2022;

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 6 van 68

"Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt", vastgesteld d.d. 14 oktober 2021.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met rood omkaderd het plangebied. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Aan de gronden binnen het plangebied is op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan" de bestemming 'Agrarisch met waarden' met bouwvlak en functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paddenstoelenteelt' toegekend, evenals de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waarde Archeologie 6'. Op basis van het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" kent een deel van de gronden van het plangebied momenteel de bestemming 'Wonen', met dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het vigerend ruimtelijk regime staat, gelet op de toegekende bestemmingen, de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied conform vastgesteld stedenbouwkundig plan niet toe. Het onderhavige nieuwe bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2023, Veersteeg" vervangt de vigerende bestemmingsplannen binnen het plangebied en voorziet in een actuele en flexibele juridisch-planologische regeling die de ontwikkeling van het plangebied tot woongebied mogelijk maakt.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie in het plangebied en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een omschrijving van de vigerende ruimtelijke beleidskaders gegeven, waarna in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische aspecten aan bod komen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven tenslotte respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 7 van 68

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1

Ontstaansgeschiedenis

De kern Kerkdriel heeft zich vanaf de Maasdijk in westelijke richting ontwikkeld, met name vanaf de jaren '80 van de vorig eeuw. Bloksgewijs zijn door de jaren heen steeds nieuwe woon- en werkgebieden aan de bestaande kern toegevoegd. De historische structuren en de oude linten zijn daarbij sturend geweest voor de ontwikkeling van Kerkdriel en zijn nog duidelijk herkenbaar in de huidige structuur van het dorp. Kerkdriel Noord ligt ten noorden van de huidige kerk en betreft het volgende gebied dat in het kader van de voortgaande ontwikkeling van de kern is toegevoegd aan het bebouwde gebied. Het plangebied behoort tot het oude buurtschap Hoorzik, dat zich heeft ontwikkeld als verspreid liggende bebouwing langs de huidige weg Hoorzik, ten zuiden van het plangebied. Het betreft zowel burgerwoningen als (agrarische) bedrijven. In de loop der tijd is ook langs de Veersteeg en de Kloosterstraat bebouwing tot stand gekomen. Voor het overige heeft het plangebied altijd bestaan uit agrarische gronden, genaamd de 'Luttel Ingh'.

Linksboven: het plangebied aan het begin van de 20e eeuw, rechtsboven: het plangebied in 1950, linksonder: het plangebied in 2000, rechtsonder: het plangebied in 2021. Bron: Topotijdreis.nl, 2022.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 8 van 68

2.2

Bestaande situatie

2.2.1

Ruimtelijke analyse

De planlocatie is gelegen langs de Veersteeg aan de rand van het dorp Kerkdriel. Buiten het dorp wordt de omgeving gekenmerkt door agrarische percelen. De bebouwing in de directe omgeving bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen langs de Veersteeg en de Berm. Ten zuiden van het plangebied wordt fase 1 van de Paddenstoelenbuurt ontwikkeld. Daarmee is het plangebied voor het grootste deel omgeven door (toekomstige) bebouwing. 2.2.2

Functionele analyse

Het plangebied wordt op dit moment in functioneel opzicht hoofdzakelijk bepaald door de agrarische functie, bestaande uit paddenstoelenteelt. De aanwezige champignonkwekerij bestaat uit twee schuren. Naast de bebouwing is er ook een groenstrook aanwezig. Verder zijn de delen rondom de bebouwing volledig bestraat. De overige delen van het plangebied betreffen een akkerland, gazon, weide en braakliggend terrein.

2.3

Planvoornemen

2.3.1

Planbeschrijving

Het planvoornemen bestaat uit het in ontwikkeling nemen van de gronden binnen het plangebied ten behoeve van woningbouw. Hiertoe is een stedenbouwkundige studie uitgevoerd. Navolgend stedenbouwkundig model vormt het uitgangspunt voor het bestemmingsplan. Binnen het plangebied is ruimte gereserveerd voor parkeren en openbaar groen. In de beoogde situatie wordt het gebruik ten behoeve van het regulier wonen mogelijk gemaakt.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 9 van 68

Stedenbouwkundig model. Bron: Quadrant architecten, 2024.

Het planvoornemen omvat de realisatie van 31 grondgebonden woningen, bestaande uit een mix van rijwoningen en twee-onder-één-kap woningen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de volgende woningtypen: Woningtypologie

Aantal woningen

Aaneengebouwd (sociale huur)

4

Aaneengebouwd (sociale koop)

5

Aaneengebouwd

14

Twee-aaneengebouwd

8

Totaal

31

De stedenbouwkundige opzet van het ontwerp is op rationele wijze gebaseerd op de aanknopingspunten en oriëntatie van de ruimtelijke context van de Veersteeg en resp. de Kersenbuurt en Paddenstoelenbuurt. Zo worden aan de west- en oostzijde achterkanten van nieuwe woonkavels aan achter- en zijkanten van bestaande woonkavels gesitueerd. Hierdoor worden voorkanten naar de binnenkant van het gebied gericht, waar in het middengebied op geanticipeerd wordt met voorkanten en straatgroen. Zo worden hier twee woonhofjes gecreëerd. Aan de zijde van de Veersteeg wordt één aaneengesloten blok van 9 woningen gerealiseerd met voorkanten gericht op de aanliggende weg. Het bouwblok bestaat uit twee volumes met verschillende goot- en bouwhoogten met tevens een sprong in de rooilijn, hierdoor lijken het twee bouwblokken. De woningen aan de flanken krijgen een dubbele oriëntatie: zowel op de woonhofjes als op de Veersteeg. Dit creëert openheid in het straatbeeld, accentueert de oude route langs de Veersteeg en komt overeen met de bouwrichting van de oorspronkelijke bouwvlakken langs de Veersteeg. Om de openheid in het straatbeeld te bevorderen worden de

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 10 van 68

tuinen op de koppen niet afgeschermd met een schutting. In het noorden worden twee vierkappers op de Veersteeg georiënteerd. Hierdoor krijgt het gebied een gezicht aan het historische lint en wordt een uitnodigend karakter bevorderd. De zuidrand van het gebied grenst aan de noordrand van de Paddenstoelenbuurt. Hier ligt een parkeerstraat achter enkele rijen geschakelde woningen. Omdat deze straat weinig woonkwaliteit biedt is er voor gekozen hier geen nieuwe woningen (direct) op te oriënteren. Echter biedt de -als parkeerstraat ingerichte- weg wel kansen voor de parkeeroplossing van het plan. Tezamen met twee parkeerhofjes aan de Veersteeg vormt deze de (openbare) parkeergelegenheid van het gebied. De twee parkeerhofjes en tevens gebiedsentrees vanuit de Veersteeg zijn gepositioneerd in het verlengde van de twee infrastructurele assen uit de Paddenstoelenbuurt. Hierdoor worden lange zichtassen gecreëerd en wordt het gebied verankerd in haar ruimtelijk contextuele omgeving. In deze centrale assen is een 'knip' voor gemotoriseerd verkeer gemaakt. Deze moet sluipverkeer voorkomen en maakt ruimte voor groenvakken mogelijk. Deze groenvoorzieningen voegen kwaliteit toe in de beide woonhoven. De noordelijke woningen zijn bereikbaar via de Veersteeg. De zuidelijke woningen zijn bereikbaar via de Paddenstoelenbuurt.

Als gevolg van deze stedenbouwkundige compositie ontstaat er in de zuidoosthoek (nabij de haakse bocht) ruimte om een grotere groene ruimte te maken in het plan. Deze kan op verschillende manieren worden ingericht (bijv. spelen, collectieve moestuin, trapveldje). In ieder geval krijgt deze een waterbergende functie. Een variatie van tweekappers en rijwoningen zijn zodanig in het plan gepositioneerd dat garages en opritten van tweekappers met de auto bereikbaar zijn. Daarnaast wordt door de locatie van tweekappers in het midden van het gebied voorkomen dat er extra inritten aan de Veersteeg, of een parallelstraat noodzakelijk is. De nieuwe regeling, zoals opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan "Kerkdriel Noord herziening 2023, Veersteeg" maakt het mogelijk de nieuwe verkaveling tot uitvoer te brengen. De regeling bezit daarbij een bepaalde mate van flexibiliteit om zo eventuele toekomstige kleine aanpassingen op te kunnen vangen. Op die manier wordt voorkomen dat voor elke kleine aanpassing opnieuw een procedure dient te worden doorlopen. Veersteeg 19 De huidige agrarische bestemming ter plaatse van Veersteeg 19 wordt met onderhavig bestemmingsplan planologisch omgezet naar een woonbestemming. De voormalige agrarische vrijstaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning. Aan de feitelijke situatie verandert niets.

Hiermee vindt ten opzichte van de omliggende bestemmingen een logische invulling plaats van dit perceel.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 11 van 68

2.3.2

Beeldkwaliteit

Voor onderhavige ontwikkeling is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste identiteit van het woongebied en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit is verwoord en verbeeld middels een set spelregels. Deze spelregels gaan onder andere over stedenbouwkundige aspecten, bebouwingstypologie, architectonische uitstraling, kapvorm, rooilijn, bouwhoogte, positionering en oriëntatie van de bebouwing, kleurstelling en materiaalgebruik en erfafscheidingen. Het beeldkwaliteitplan is als Bijlage 1 gevoegd bij deze toelichting. Het beeldkwaliteitplan wordt gelijktijdig met dit bestemmingsplan vastgesteld en gaat gelden als toetsingskader voor welstand.

2.3.3

Parkeren

Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Door de gemeente Maasdriel worden in de ‘Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel’ parkeernormen genoemd, onderverdeeld naar functie. Voor de functie 'Woning' geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning, waarvan minimaal 0,3 per woning in het openbaar gebied. Beoordeling Op basis van de ‘Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel’ geldt voor onderhavig planvoornemen met 31 woningen een parkeerbehoefte van (31 x 2,3 =) 71,3 parkeerplaatsen.

In het stedenbouwkundig plan, zoals opgenomen en beschreven in paragraaf 2.3.1, is rekening gehouden met een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning, die zowel in het openbare gebied als op eigen terrein geprojecteerd zijn. In het openbaar gebied wordt voorzien in 61 parkeerplaatsen (54 haaks en 7 langsparkeren) en (8 x 1,3 =) 10,4 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het betreft hier immers 8 garages met lange oprit met een berekeningsaantal van 1,3 (conform de ‘Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel’). In het stedenbouwkundig plan, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1, zijn 28 parkeerplaatsen ingetekend verdeeld over de twee hofjes, 7 langsparkeerplaatsen en 17 haaksparkeerplaatsen aan de zuidkant, en 9 haaksparkeerplaatsen aan de oostkant. In totaal levert dit een parkeercapaciteit van 71,4 parkeerplaatsen. Voor het aandeel bezoekers van 0,3 parkeerplaats per woning dienen in totaal (31 x 0,3 =) 9,3 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd te worden. Hieraan wordt met 61 parkeerplaatsen ruimschoots voldaan. Op basis het stedenbouwkundig plan is derhalve inzichtelijk gemaakt dat kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 12 van 68

activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. In het bestemmingsplan is artikel 14.1 gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Op de locatie Veersteeg 19 vindt tot slot met onderhavige bestemmingswijziging ten aanzien van het parkeren geen verandering plaats. Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.

2.3.4

Verkeer

Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied wordt in de 'Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel' getypeerd als gebiedstype 'rest bebouwde kom'. De kencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Maasdriel 'niet stedelijk' (conform CBS 2021). Onderstaande tabel duidt de maximale verkeersgeneratie die daarbij geldt op basis van de stedenbouwkundige verkaveling: Functie

Max vpe

Aantal woningen

Totaal max vpe

Koop, twee-onder-een-kap

8,2 per woning

8

65,6

Koop, tussen/hoek

7,8 per woning

19

148,2

Huur, huis, sociale huur

6,0 per woning

4

24,0

Totaal

237,8

Het planvoornemen genereert op basis van het verkavelingsplan een maximum aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 237,8. Voor gemiddelde erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 4.000 tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. In het kader van het vastgestelde bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" is in 2020 door Goudappel Coffeng een onderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten die woningbouw in de Paddenstoelenbuurt teweeg zou brengen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek werd reeds geconcludeerd dat de effecten beperkt zijn. In Bijlage 11 is het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgenomen. Het overzicht van verkeersgegevens voor 2033, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.1 in deze rapportage, geeft aan dat voor de Veersteeg sprake is van een etmaalintensiteit van 968 verkeersbewegingen per etmaal. Een dergelijk lage toename aan verkeersbewegingen per etmaal vanwege onderhavig planvoornemen (237,8) vormt derhalve geen probleem ten aanzien van de afwikkeling van verkeersstromen. Bovendien ontsluiten 9 woningen binnen het plangebied niet op de Veersteeg, waardoor dit aantal verkeersbewegingen verminderd dient te worden met (4x8,2) + (5x7,8) = 71,8 vpe. Dit betreft de 5 zuidoostelijk gelegen rijwoningen en de 4 meest zuidelijk gelegen woningen ter hoogte van de 'knip' voor gemotoriseerd verkeer.

Deze woningen worden ontsloten via de Paddenstoelenbuurt. Op de locatie Veersteeg 19 vindt tot slot met onderhavige bestemmingswijziging ten aanzien van

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 13 van 68

de verkeersgeneratie geen verandering plaats.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 14 van 68

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1

Algemeen

De gemeente Maasdriel heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijk beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020

Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 15 van 68

maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt.

Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het Rijksbeleid.

3.2.2 2012

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro),

Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Beoordeling Ten aanzien van het onderhavige plangebied is een regel uit het Barro van toepassing. Dit betreft de regeling met betrekking tot de radarverstoringsgebieden van radarstation Herwijnen (zoals weergegeven in de geconsolideerde versie van het Rarro per 1 december 2020). Rondom dit radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 16 van 68

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. De rode marker toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Conclusie De maximaal toegestane bouwhoogtes vanuit de radarverstoringsgebieden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012

Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 17 van 68

van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.

Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 32 woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen.

b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied kent thans in hoofdzaak een agrarische bestemming. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor bedrijven met een agrarische bedrijfsvoering. Burgerbewoning is niet toegestaan. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 32 woningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen.

c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 18 van 68

ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.

Kwantitatieve behoefte Uit jurisprudentie blijkt dat de behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Regionale woningbouwafspraken zijn neergeschreven in de 'Regionale Woonagenda Rivierenland 2020–2030', met daaraan ten grondslag het 'Woningbehoefteonderzoek Rivierenland' van onderzoeksbureau Rigo (2020), en geldt als opvolger van de ‘Woonagenda regio Rivierenland: Samen werken aan wonen’ uit 2015. Het vormt een belangrijk kader voor de samenwerking in de regio Rivierenland op het beleidsveld wonen. Voor het kwantitatieve regionale woningbouwprogramma wordt een bandbreedte gehanteerd. Deze bandbreedte varieert voor de regio Rivierenland tussen de 7.900 en 12.550 woningen voor de periode 2020-2030. In onderstaande tabel is de kwantitatieve opgave uitgesplitst per gemeente. Hieruit volgt dat aan de gemeente Maasdriel tot 2030 een productie wordt toegekend van 700 tot 1.250 woningen.

Kwantitatieve opgave uitgesplitst per gemeente. Bron: Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030, 2020.

Het regionale woningbouwprogramma betreft een optelsom van de gemeentelijke programma's. Met het in februari 2022 geactualiseerde woningbouwprogramma 2021-2030, dat voorziet in de netto realisatie van 921 woningen, kan voor een substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningbehoefte voor de komende tien jaar. Het totaal aantal woningen in voorbereiding komt uit op circa 1.351 woningen (ca. 108%). Binnen dit woningbouwprogramma is onderhavig plangebied als woningbouwinitiatief aangemerkt, de te realiseren woningen zijn daarmee al meegenomen bij de harde plancapaciteit. Gelet op het regionale woningbouwprogramma en het gemeentelijke woningbouwprogramma kan worden gesteld dat het onderhavige planvoornemen passend is binnen de kwantitatieve

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 19 van 68

woningbehoefte.

Kwalitatieve behoefte In het 'Woningbehoefte-onderzoek' van 11 december 2018 (Companen, 2018) is op basis van de demografische trends, de verhuisbewegingen uit het recente verleden en de woonwensen voor de toekomst de kwalitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Maasdriel in beeld gebracht. De behoefte per woningtypologie is gevisualiseerd in de navolgende afbeelding.

Kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente Maasdriel (in twee scenario's). Bron: woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.

De verhuisbewegingen in de afgelopen jaren laten zien dat in Maasdriel sprake is van een sterke kooporiëntatie. Met name de groep jonge doorstromers en gezinnen met kinderen zijn relatief vaak naar een grondgebonden koopwoning verhuisd. Bij jonge huishoudens tot 23 jaar en ouderen (65+) is er wel een groot aandeel verhuizingen naar een (sociale) huurwoning. De woningbehoefte voor de komende jaren laat op een aantal punten andere accenten zien. De sterke kooporiëntatie blijft: in vergelijking met afgelopen jaren oriënteren starters zich meer op koopwoningen en gezinnen op ruime grondgebonden koopwoningen. Voor de komende jaren ligt er vooral een opgave om het aanbod aan middeldure koopwoningen uit te breiden (€170.000 - €350.000). In Maasdriel is daarbij tevens nog meer vraag naar duurdere koopwoningen (> €350.000). In de sociale huur ligt er in Maasdriel vooral een opgave om het aantal eengezinswoningen te vergroten. Zoals de kwalitatieve woningbouwopgave voor de gehele gemeente Maasdriel is onderzocht, is deze ook enkel voor de kern Kerkdriel in beeld gebracht. Ook voor Kerkdriel geldt dat er vooral een opgave is om het aanbod aan middeldure koopwoningen uit te breiden en te voorzien in meer sociale huurwoningen. Navolgende afbeelding vat de cijfers samen:

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 20 van 68

Kwalitatieve woningbehoefte in de kern Kerkdriel (in twee scenario's). Bron: woningbehoefte-onderzoek, Companen 2018.

Uit de meest recente Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 volgt dat deze kwalitatieve behoefte voor Kerkdriel nog steeds van toepassing is:

Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de volgende woningtypen: Woningtypologie

Aantal woningen

Aaneengebouwd (sociale huur)

4

Aaneengebouwd (sociale koop <€250.000)

5

Aaneengebouwd

14

Twee-aaneengebouwd

8

Totaal

31

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 21 van 68

Het onderhavige bestemmingsplan vormt een juridisch-planologische vertaling van het stedenbouwkundige plan. Het bestemmingsplan voorziet enkel in grondgebonden woningen. Er wordt voorzien in 4 sociale huurwoningen (13%) en 5 sociale koopwoningen (16%). Blijkens de woonvisie is, naast de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in het middeldure en dure segment, naar deze type woningen de meeste vraag in Kerkdriel. Met onderhavig planvoornemen wordt echter qua percentages afgeweken van de percentages uit het vastgestelde woningbouwbeleid. Het plan voldoet niet aan de in de woonvisie gestelde differentiatie. Er worden niet voldoende (30%+15%=45%) sociale huurwoningen of sociale koopwoningen gerealiseerd. Ten behoeve van de financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de planontwikkeling zijn echter tussen initiatiefnemer en gemeente aanvullende afspraken vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Samen met het plangebied van de Paddenstoelenbuurt zijn in de directe omgeving van het plangebied bovendien al meerdere sociale huurwoningen aanwezig (nader toegelicht in paragraaf 3.4.4). Ten aanzien van de regionale Woondeal Rivierenland in relatie tot onderhavig bestemmingsplan is sprake van navolgende afweging. De afspraken in de regionale Woondeals vormen de onderlegger voor gemeentelijke woningbouwprogramma's.

Algemeen gezien is het streven in de Gelderse regionale Woondeal om 28% sociale huur bruto, en in totaal 2/3 betaalbaar te bouwen. In de regionale Woondeal Rivierenland ligt betaalbaarheid in de plannen in totaal op 61%, met het streven dit alsnog te vergroten maar 2/3. Gemeente Maasdriel committeert zich in de regionale Woondeal Rivierenland. Onderhavig planvoornemen betreft echter een gemeentelijk en regionaal afgestemd ‘bestaand’ plan van vóór de in maart 2023 ondertekende regionale Woondeal Rivierenland 2022-2030. Derhalve geldt dat hier geen nadere toetsing aan plaats heeft gevonden. De toetsing ten aanzien van het gemeentelijke woningbouwprogramma is tot slot nader toegelicht in paragraaf 3.4.4 en 3.4.5).

d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Uit de wetstekst en de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat indien de 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' buiten 'bestaand stedelijk gebied' is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro wordt onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd.

Het voorgaande bestemmingsplan maakt binnen een gedeelte van het plangebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk. Het betreft de woonbestemming in het zuidoostelijke deel van het plangebied. Langs de Veersteeg geldt echter dat sprake is van een agrarische bestemming met overeenkomstig een agrarisch gebruik. Voor deze gronden geldt

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 22 van 68

dat het voorgaande bestemmingsplan geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk maakt, maar enkel agrarische bedrijfsvoering. Gelet daarop is het onderhavige plangebied (gedeeltelijk) gelegen buiten het 'bestaand stedelijk gebied' van Kerkdriel.

e.

Is het mogelijk de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

Blijkens het woningbehoefte-onderzoek is binnen de gemeente Maasdriel in de kern Kerkdriel de grootste vraag naar nieuwe woningen. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkdriel is reeds in het kader van het naastgelegen vastgestelde bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" concreet gezocht naar inbreidingslocaties. Hieruit kwam voort dat het bestaand stedelijk gebied van Kerkdriel al vrij intensief bebouwd is en dat er geen locatie binnen het bestaand stedelijk gebied aanwezig is dat plaats kan bieden aan meerdere woningen. Tevens wordt geconstateerd dat er sinds de vaststelling van het bestemmingsplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" tot op heden ook geen locaties zijn bijgekomen die zich hier voor lenen. Gelet op het ontbreken van inbreidingslocaties, kan het aantal woningen in Kerkdriel enkel worden uitgebreid buiten bestaand stedelijk gebied. Daarbij geldt dat onderhavige locatie hiervoor als meest geschikt wordt aangemerkt, gelet op het feit dat deze reeds gedeeltelijk is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en ten zuiden en zuidoosten reeds woningbouwlocaties (de Paddenstoelenbuurt en de Kersenbuurt) gelegen zijn. Samen met onderhavig plangebied maken deze buurten - na ontwikkeling van onderhavig planvoornemen onderdeel uit van de wijk Kerkdriel-Noord.

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden en met onderhavig voornemen de Paddenstoelenbuurt, en daarmee de wijk Kerkdriel-Noord, op een logische wijze kan worden afgerond.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte en kan enkel buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Toetsingskader Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van de provincie Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte,

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 23 van 68

bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Ten aanzien van dit laatste punt gaat de provincie in gesprek met de Gelderse regio’s en maakt zij regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag naar en het aanbod van woningen. Daarvoor is specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken. Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen.

De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft.

Beoordeling De voorliggende ontwikkeling maakt de bouw van 31 woningen mogelijk. De herontwikkeling van het plangebied zorgt er voor dat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verder wordt verbeterd. Gelet op de realisatie van de nabijgelegen Kersenbuurt en de geplande realisatie van de Paddenstoelenbuurt, wordt door middel van onderhavig planvoornemen de vitaliteit van Kerkdriel verder versterkt. Met de sloop van de huidige champignonkwekerij binnen het plangebied en de realisatie van woningen kan gesteld worden dat aangesloten wordt bij deze ontwikkelingen. Het bouwplan is derhalve niet in strijd met het beleid uit de Omgevingsvisie en houdt rekening met de bestaande structuren van het landschap. Wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 24 van 68

Conclusie Het onderhavige plan is passend binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.3.2

OmgevingsverordeningGelderland

Toetsingskader Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van de provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, waarna deze op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Sindsdien is de omgevingsverordening diverse malen geactualiseerd. De laatste geconsolideerde versie is vastgesteld op 21 december 2022. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem.

De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Beoordeling Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van woningen. Derhalve zijn artikel 2.1 en 2.2 (regionale woonagenda) van toepassing. Hierin is bepaald dat regionale afstemming plaats dient te vinden omtrent woningbouwplannen. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3 en paragraaf 3.4.5. De verantwoordelijkheid om een regionale woonagenda op te stellen, ligt bij de regio’s. Eén van de provinciale doelstellingen bij de woonagenda is het energieneutraal en klimaatbestendig maken van nieuwe (en bestaande woningen). Het plan draagt bij aan deze provinciale doelstelling. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4.3. In onderhavig bestemmingsplan is bovendien rekening gehouden met klimaatadaptatie. Uit de Klimaatadaptatieregel (artikel 2.65b) van de Omgevingsverordening volgt dat met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast normen zijn vastgesteld met resultaats- en inspanningsverplichtingen voor de waterschappen. Deze normen zijn vastgelegd in de provinciale waterverordeningen voor de waterschappen (Waterverordening Waterschap Rivierenland, Waterverordening Waterschap Vallei en Veluwe en Waterverordening Waterschap Rijn en IJssel). Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed.

Het is daarom van belang dat hiermee bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden en dat het waterschap hierbij wordt betrokken. Daarnaast vormen de effecten en gevolgen van droogte en hitte een belangrijke problematiek om rekening mee te houden. Ten

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 25 van 68

behoeve van dit plan is een watertoets uitgevoerd en een groen-inpassingsplan gemaakt voor de woonwijk. Maatregelen als compensatie van verharding en waterberging is hierbij aan de orde. Een nadere toelichting is opgenomen in de waterparagraaf in paragraaf 4.3.

Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Omgevingsverordening Gelderland.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Bommelerwaard

Toetsingskader Op 13 oktober 2022 is de omgevingsvisie 'Bommelerwaard' vastgesteld, deze visie gaat over de woon- en leefomgeving van Maasdriel en Zaltbommel en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie is opgesteld na gesprekken met inwoners, organisaties, andere overheden, samenwerkingspartners, betrokken partijen en andere belangstellenden. Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten aansluiten op de omgevingsvisie. De visie is vastgesteld voor de toekomst waarbij men vooruit kijkt naar 2040. De omgevingsvisie Bommelerwaard richt zich op 13 kernopgaven die vallen onder de volgende thema’s: Klimaat, duurzaamheid en landschap Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie Wonen, welzijn en voorzieningen Milieu, gezondheid en leefbaarheid

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 26 van 68

Kernopgaven Maasdriel omgevingsvisie 2040

Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de voor Maasdriel relevante kernopgaven uit de Omgevingsvisie Bommelerwaard: Het plan draagt bij aan het realiseren van woningen voor diverse doelgroepen. Het planvoornemen voorziet immers in de realisatie van 31 grondgebonden woningen, bestaande uit een mix van rijwoningen en twee-onder-één-kap woningen, in een gedifferentieerd woningbouwprogramma van zowel sociale huurwoningen (4), sociale koopwoningen (5) als middeldure en dure koopwoningen in de vrije sector (22). Zowel kwantitatief als kwalitatief vindt daarmee een verantwoorde groei van het woningaanbod plaats. Een en ander wordt nader toegelicht in paragraaf 3.2.3 en 3.4.4. De stedenbouwkundige opzet van het ontwerp is op rationele wijze gebaseerd op de aanknopingspunten en oriëntatie van de ruimtelijke context van de Veersteeg en resp. de Kersenbuurt en Paddenstoelenbuurt. Hiermee worden de landschappelijke en stedenbouwkundige kernkwaliteiten behouden en versterkt. Ten aanzien van de thema's klimaat en duurzaamheid geldt dat onderhavige ontwikkeling zoveel mogelijk klimaatbestendig plaatsvindt. De wijk wordt gasloos en de toekomstige bewoners zijn hierdoor aangewezen op het goed isoleren van de woning en het opwekken van duurzame energie uit zonnepanelen of zonneboiler.

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Met de sanering van de bestaande bedrijfslocatie is bovendien sprake van een duurzame herontwikkeling. De verouderde bebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 27 van 68

toekomstbestendig gebouwd, waarmee verbetering van de ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt en wordt bijgedragen aan een prettige woon- en leefklimaat. Tot slot wordt ruimte gereserveerd voor een groene en klimaatadaptieve openbare ruimte.

Conclusie Het onderhavige Bommelerwaard.

3.4.2

plan

is

passend

binnen

de

kernopgaven

uit

de

Omgevingsvisie

Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel, 2011

Toetsingskader Op 20 oktober 2011 is de 'Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel' door de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel vastgesteld. Deze structuurvisie is de actualisering van de 'StructuurvisiePlus Maasdriel 2004-2014' en is tevens de ruimtelijke vertaling van de 'Visie Maasdriel 2020+' uit 2008. De structuurvisie geeft duidelijkheid over de plannen en beleidsstukken, die voor de gemeente Maasdriel van belang zijn. Het ruimtelijk beleid is uiteindelijk vertaald in tientallen projecten, waaronder woningbouw (in alle segmenten en prijscategorieën), de ontwikkeling van bedrijventerreinen en concentratiegebieden voor glastuinbouw en paddenstoelenteelt. Daarnaast speelt er ook een aantal ontwikkelingen met betrekking tot recreatieve initiatieven, landschap- en natuurontwikkeling. Beoordeling Het onderhavige plangebied is op de kaart 'Ruimtelijk casco' aangeduid als 'afweegbaar gebied voor dorpsuitbreiding'. Daarnaast is Kerkdriel Noord op het kaartbeeld 'Projectenplan' aangemerkt als een uitvoeringsproject voor de bouw van meer dan 51 woningen. De gemeente Maasdriel geeft in de structuurvisie aan dat ze zich wil profileren als een woon- en werkgemeente waarbij gedifferentieerde woonmilieus worden gekoppeld aan kleine kernen. Het behoud van de eigen identiteit en kwaliteit is daarbij van belang.

De gemeente wil een actief huisvestingsbeleid voeren om jongeren en jonge ondernemende huishoudens aan de gemeente te binden. Om aan de benodigde woningen te kunnen voldoen zijn in de structuurvisie gebieden aangeduid als 'afweegbaar gebied voor dorpsuitbreiding'. Dergelijke gebieden kunnen worden getransformeerd van onbebouwd naar bebouwd gebied. Het zijn gebieden die grenzen aan de reeds bestaande bebouwingsgrens en waar niet of nauwelijks duurzame waarden in de ondergrond voorkomen. Het zwaartepunt van de uitbreiding ligt in de kernen Velddriel, Kerkdriel, Hedel en Ammerzoden.

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 28 van 68

Uitsnede kaartbeeld 'ruimtelijk casco' uit de structuurvisie. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode ster, gelegen binnen 'afweegbaar gebied dorpsuitbreiding'.

Uitsnede kaartbeeld 'projectplan' uit de structuurvisie met het plangebied aangeduid met een rode contour liggend in een gebied aangemerkt als een uitvoeringsproject voor de bouw van meer dan 51 woningen.

In de structuurvisie wordt een aantal voorwaarden gesteld ten aanzien van ruimtelijke plannen binnen gebieden die als afweegbaar gebied voor dorpsuitbreiding zijn aangewezen: De ruimtelijke plannen moeten aansluiten bij de bestaande ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de kern of van een dusdanige omvang zijn dat ze min of meer op zichzelf kunnen staan; Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen; Bij de inrichting van het plan dient rekening te worden gehouden met de kwaliteiten en

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 29 van 68

structuren in het gebied en de omgeving. De woningdichtheid zal variëren tussen circa 20 woningen/ha en circa 30 woningen/ha; De natuurlijke ondergrond en de historisch gegroeide structuur van Maasdriel moeten worden meegenomen bij de planvorming. Het is wenselijk dat in uitleggebieden een 'ommetje' kan worden gelopen.

In de structuurvisie heeft de gemeente Maasdriel het project Kerkdriel Noord, waar de Paddenstoelenbuurt onderdeel van uitmaakt, specifiek benoemd als een uitvoeringsproject ten aanzien van het aspect wonen. De opgenomen aantallen zijn inmiddels echter niet meer actueel. Hiervoor wordt verwezen naar het gemeentelijk woningbouwprogramma in paragraaf 3.2.3 en paragraaf 3.4.5. Uit hoofdstuk 2 blijkt dat het plan aansluit bij de bestaande stedenbouwkundige structuur. Ook is rekening gehouden met de woningdichtheid. Dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik is gemotiveerd in paragraaf 3.2.3. Tot slot blijkt uit hoofdstuk 4 dat met de binnen het plangebied en in de nabije omgeving aanwezige omgevingskwaliteiten, natuurlijke ondergrond en (cultuur)historische elementen rekening wordt gehouden.

Conclusie Het onderhavige plan past binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie.

3.4.3

Duurzaamheidsprogramma 2017-2020

Toetsingskader De duurzaamheidsambities van de gemeente Maasdriel zijn uitgewerkt in het 'Duurzaamheidsprogramma 2017-2020, dat in juli 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het programma beschrijft de plannen en wensen van het gemeentebestuur. In het programma zijn activiteiten en projecten geformuleerd, waarbij is aangegeven welke capaciteit en financiële middelen nodig zijn om deze uit te voeren in de komende jaren. De notitie geeft een concrete aanpak voor de belangrijkste duurzaamheidsthema’s op het gebied van klimaat en energie in gemeente Maasdriel, namelijk; het bevorderen van de opwekking van hernieuwbare energie; het verduurzamen van de woningvoorraad; duurzaam ondernemen; anderen stimuleren; het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie.

Beoordeling In dit duurzaamheidsprogramma zijn verschillende maatregelen opgenomen voor de periode 2017-2020. Deze korte termijn maatregelen dragen bij aan de ambities in het bestuursakkoord en maken de weg vrij voor meer maatregelen en meer regionale / intergemeentelijke samenwerking en dragen daarmee uiteindelijk bij aan de lange termijn visie: een duurzamere gemeente, die voldoet aan de wettelijke regelgeving op het terrein van duurzaamheid, waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, nú en in de toekomst. De gemeente doet wat ze zelf kan en heeft daarbij een voorbeeldfunctie. Maasdriel is voor duurzaamheid. Met de ontwikkeling in

planstatus vastgesteld

referentie BP1288 / 220806

pagina 30 van 68

onderhavig plangebied wordt een verdere stap gezet naar deze wens. Hieronder volgen de voornaamste duurzame uitgangspunten: De wijk is zodanig opgezet dat de woningen een goede ligging hebben voor het gebruik maken van zonne-energie. Dit is een goed uitgangspunt om de woningen zo veel mogelijk energieneutraal te realiseren; De inrichting van het openbaar gebied gebeurt zoveel mogelijk met gerecyclede duurzame materialen. De groene inrichting van het gebied is zo natuurlijk mogelijk, duurzaam en onderhoudsarm uitgewerkt waarbij de landschappelijke kenmerken in het terrein zo veel mogelijk houden blijven; Een andere belangrijke keuze is dat de wijk gasloos wordt en de toekomstige bewoners hierdoor reeds aangewezen zijn op het goed isoleren van de woning en het opwekken van duurzame energie uit zonnepanelen of zonneboiler; Het hemelwater van de percelen en woningen zal in het gebied zelf opgevangen worden en zoveel mogelijk in het gebied infiltreren en is dus sprake van een overschot aan waterbergende voorzieningen; Het hemelwater van de percelen wordt oppervlakkig aangeboden.

Het hemelwater wordt binnen het plangebied vervolgens ook overwegend oppervlakkig afgevoerd richting de waterbergingsvoorzieningen; Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14060906/1