Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33 Toelichting
Tekst van het document
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
31
Pouderoyen Compagnons
Er is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden is. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd kan (maar niet hoeft te) worden. In bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectenbeoordeling is een aantal beoordelingscriteria opgenomen. Planbeoordeling (conform bijlage III EEG-richtlijn) Kenmerken van het project De realisatie van de woning en aanpassing van een bestaand pand is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een zeer kleine gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen. Plaats van het project De gronden zijn gelegen in een bestaand historisch centrumgebied, binnen de bebouwde kom van Kerkdriel. De gronden waren reeds bebouwd en verhard. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Realisatie van het plan heeft geen relevante / significante effecten op waterhuishouding, verkeersaantrekkende werking luchtkwaliteit, bedrijfshinder en externe veiligheid. Dit geldt ook voor het aspect flora en fauna (stikstoftoets bijlage 4). Dit blijkt uit de vorenstaande verantwoording die in dit bestemmingsplan is vervat. Het plangebied ligt op voldoende afstand van Natura 2000 (Uiterwaarden Waal) en het Gelders NatuurNetwerk en zal geen relevante / significante invloed op deze gebieden hebben. De resultaten uit de milieuonderzoeken leveren geen belemmering op voor de beoogde woningbouw.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
32
Pouderoyen Compagnons
Conclusie De impact van de vervanging van 1 woning uit het bestaande woongebouw door een vrijstaande woning in een centrumgebied binnen de bebouwde kom is zeer gering en betreft geen stedelijke ontwikkeling. Een voortoets als bedoeld in de natuurbeschermingswet wordt daarmee niet noodzakelijk geacht. Tevens wordt op grond van de voor dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), geconcludeerd dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
4.6. Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Ten aanzien van de verkeersstructuur kan worden gesteld dat het planvoornemen niet leidt tot een wijziging ten opzichte van de bestaande situatie. De nieuwe woning zal via 1 inrit ontsloten worden. De bestaande woningen in het woongebouw blijven vanaf de Teisterbandstraat en het Jeneverdammetje ontsloten. Ten aanzien van parkeren kan worden gesteld dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op eigen terrein om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm ( 2,0 parkeerplaatsen per burgerwoning, ofwel in onderhavige situatie 10 plaatsen op eigen terrein). T.a.v. van de norm van 0,4 parkeerplaatsen in openbaar gebied wordt voorzien door behoud van de aan de voorzijde (straatzijde) openbaar te gebruiken parkeerplaatsen. Kortom, het aspect verkeer en parkeren vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.7. Waterhuishouding Algemeen Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
33
Pouderoyen Compagnons
Huidige situatie Bodemopbouw In de Bommelerwaard is een circa 5 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slecht doorlatende laag waarvan de sedimenten behoren tot de Nuenen Groep en het Holoceen. De deklaag bestaat hoofdzakelijk uit klei met plaatselijk zand- of veenlagen. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 65 meter dik en bestaat voornamelijk uit uiterst grove tot middel grove zanden (Formaties van Veghel en Sterksel). Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een 40 à 50 meter dik slecht doorlatend pakket slibhoudende zanden en kleien (voornamelijk bestaande uit de formatie van Kedichem en de formatie van Tegelen). Geohydrologie De standen van het grondwater en het oppervlaktewater worden in dit gebied kunstmatig beheerst. Langs de Maas is plaatselijk een nauwe relatie aanwezig tussen de standen van het rivierwater en het grondwater. Of kwel of inzijging optreedt is sterk afhankelijk van de waterstand van de nabij gelegen Maas. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is gelegen tussen de dan 0,4-0,8 mmv en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is groter dan 1,2 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt globaal in een west tot zuidwestelijke richting. De afzettingen van de Maas onderscheiden zich van die van de Waal.
De stroomruggronden in het sedimentatiegebied van de Maas zijn nagenoeg kalkarm. Deze stroomruggronden zijn over het algemeen te beschouwen als infiltratiegebieden. Binnen of nabij de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Het centrumgebied van Kerkdriel ligt op een stroomrug met relatief lage grondwaterstanden en relatief goede doorlatendheid van de bodem. Hemelwater Het hemelwater ter plaatse van de op te richten woning wordt momenteel nog via het rioolstelsel afgevoerd. De gronden ter plaatse zijn vrijwel volledig bebouwd en verhard. Afvalwater Het perceel is voor (huishoudelijk en bedrijfs-) afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
34
Pouderoyen Compagnons
Natuurwaarden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur respectievelijk het Gelderse natuurnetwerk en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. Toekomstige situatie Nieuwe ontwikkeling De planvorming bestaat uit verbouw van bestaande bebouwing en nieuwbouw van een vrijstaande woning. Ook zal een beperkt deel van de bestaande verharding worden vervangen door nieuwe verharding en bebouwing, die dienst zal doen als oprit en parkeerruimte. Per saldo blijft daardoor de oppervlakte bebouwing en terreinverharding nagenoeg ongewijzigd en is er een kleine toename (er wordt namelijk ook bebouwing gesloopt).
Gevolgen voor de waterhuishouding Wateroverlast Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en het voorkomen van schade aan de volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten. Zo nodig dient de drooglegging of ontwatering te worden verbeterd (bijvoorbeeld bij lage ligging plangebied of hoge grondwaterstanden). Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlakte waterpeil ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Ter plaatse ligt de grondwaterstand voldoende diep onder het maaiveld. Hiermee is er afdoende ontwateringsdiepte, waarmee aan de normen met betrekking tot drooglegging kan worden voldaan. Bovendien wordt het bouwpeil van de woning iets boven bestaand maaiveld aangelegd. Afkoppeling en waterberging Op basis van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen dient te worden voorkomen dat door bebouwing en verharding een versnelde waterafvoer plaatsvindt. De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden.
Het hemelwater dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel en op eigen terrein worden verwerkt.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
35
Pouderoyen Compagnons
Indien dit niet mogelijk is kan in overleg met het waterschap worden bekeken in hoeverre vertraagde afvoer naar het oppervlakte water mogelijk is. Een toename van het verhard oppervlak als gevolg van het bouwplan is op grond van het waterschapsbeleid compensatieplichtig. Dit betekent dat dan de aanleg van een extra waterbergingsvoorziening noodzakelijk is. De benodigde ruimte voor compenserende waterberging dient in dat geval te worden verantwoord. Voorliggend initiatief leidt tot een in omvang zeer gering toenemend verhard oppervlak en is derhalve, conform het beleid van het waterschap niet compensatie-plichtig in het kader van waterberging. In deze binnenstedelijke situatie is het ook niet reëel om regenwater op eigen terrein te bergen en infiltreren. Afvoer schoon- en vuilwater In het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water is het beleid van de gemeente en het waterschap erop gericht om schoon hemelwater af te koppelen van het gemengde rioolstelsel (of niet aan te koppelen). Hemelwater dat van de daken af stroomt is aan te merken als schoon. Zuivering van dit water is dan ook niet noodzakelijk. Het (schone) hemelwater van het nieuwe woongebouw zal worden afgekoppeld en gescheiden worden aangeboden op de perceelsgrens, zo mogelijk bovengronds. Hierdoor is er in de toekomst de mogelijkheid om de schone stroom aan te sluiten op een hemelwaterriool.
Vooralsnog zal de schone en vuile stroom worden aangesloten op het aanwezige gemengde stelsel. Het vuilwater wordt gescheiden afgevoerd. De droogweerafvoer zal vanuit de nieuwe woningen aangesloten worden op het bestaande rioolsysteem. De inhoudelijke afstemming hierover zal plaatsvinden in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Waterkwaliteit - Duurzaam waterbeheer De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem en/of het oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken dient primair te worden voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen (zoals bv lood, koper en zink). Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Het water wordt opgevangen en via de rioolpersleiding afgevoerd. Vervuiling van grondwater is niet aan de orde.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
36
Pouderoyen Compagnons
Natuurwaarden Vanuit natuuroogpunt is in het plangebied geen sprake van bijzondere waarden ter plaatse. Er behoeven in dit kader geen maatregelen te worden getroffen.
Watertoets Voor onderhavig plan is de watertoets uitgevoerd. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. Het ruimtelijk plan zal in het kader van vooroverleg voor de watertoets toegestuurd worden aan Waterschap Rivierenland. Bij de nadere uitwerking van het ruimtelijk plan kan voor de uitvoering van het plan nog wel een watervergunning of melding bij het waterschap vereist zijn, waarin nadere technische eisen kunnen worden gesteld aan het plan. Het aangegeven plangebied ligt in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering Maasbandijk. In deze buitenbeschermingszone zijn de volgende zaken niet toegestaan zonder vergunning; afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar en explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Onder de noemer afgravingen worden diepe ontgravingen verstaan en daaronder valt ook ondergronds bouwen.
Uitgangspunt hierbij is dat de ontgrondingen geen nadelige invloed mogen hebben op de functie van de waterkering, alsmede de waterhuishouding. Het waterschap verzoekt de buitenbeschermingszone aan te duiden middels een algemene aanduidingsregel: Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. De rapportage digitale watertoets is als bijlage 5 opgenomen bij deze toelichting. Conclusie Vorenstaande houdt in dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor realisering van het initiatief. De regeling voor de buitenbeschermingszone is conform de vigerende regeling overgenomen in voorliggend plan.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
37
Pouderoyen Compagnons
Het waterschap heeft per brief d.d. 3 maart 2016 laten weten akkoord te gaan met de waterparagraaf zoals die was opgenomen in het in 2016 voor deze locatie vastgestelde bestemmingsplan. De watergerelateerde beschermingen uit dat plan zijn in voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd overgenomen. De watertoets is in juni 2020 opnieuw uitgevoerd. Hieruit volgen gelijke richtlijnen en aanbevelingen als destijds bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2016.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
38
Pouderoyen Compagnons
5.
TOELICHTING OP DE JURIDISCHE REGELS
5.1. Algemeen Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie. Om inzicht te geven in de juridische opzet zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de verbeelding. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze de regels in algemene zin zijn opgebouwd en de bestemmingsartikelen in het bijzonder. Daarna wordt ingegaan op een aantal toetsingsaspecten.
5.2. Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro), alsmede het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht dat een nieuw bestemmingsplan in digitale vorm wordt vastgesteld. Dit moet gebeuren volgens de RO-standaarden, RO Standaarden en regels 2012. Voor het digitaliseren c.q. standaardiseren van bestemmingsplannen is de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Ook moet van het plan een analoge versie worden vastgesteld. De inhoud van het digitale bestemmingsplan is hierbij van doorslaggevende betekenis.
5.3. Regels Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opbouw is als volgt: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en bepalingen over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels; Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen; Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels; Hoofdstuk 4 tenslotte bevat het overgangsrecht en de slotregel met daarin de titel van het bestemmingsplan.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
39
Pouderoyen Compagnons
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden opgebouwd (voor zover relevant voor het betreffende artikel): Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
5.4. Bestemmingsregeling In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: ‘Verkeer’, gelijk aan de regeling in bestemmingsplan “Kerkdriel herziening 2016, Teisterbandstraat 33”. ‘Wonen’, met een nadere regeling voor de situering van het woongebouw (binnen een bouwvlak) waarbinnen maximaal 4 woningen zijn toegestaan en een vrijstaande woning. Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’, conform de gemeentelijke standaardregels. Gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – radar’ en ‘vrijwaringszone dijk 2’, conform de gemeentelijke standaardregels. Daarnaast is de nieuwe parkeerregeling 2018 van kracht geworden na de vaststelling van voornoemd bestemmingsplan, alsmede een regeling die de opsplitsing van woningen in meerdere appartementen reguleert. Ook deze zijn verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
40
Pouderoyen Compagnons
6.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE AANVAARDBAARHEID
6.1. Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. Ingevolge artikel 6.12 Wro is het opstellen van een exploitatieplan verplicht indien een bestemmingsplan de realisatie van een bouwplan mogelijk maakt. Hetzelfde artikel bepaalt verder dat deze verplichting niet geldt indien het verhaal van de kosten, genoemd in de artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro, op een andere wijze is geregeld en het stellen van locatie-eisen niet noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk. Dit bouwplan betreft de realisatie van 1 vrijstaande woning en de aanpassing van het bestaande woongebouw, waarbij één woning wordt weggenomen. De kosten voor opstelling van deze herziening van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. In het kader van onderhavige planprocedure is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten betreffende verhaal van exploitatiekosten en dat eventuele planschade wordt afgewend op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Omdat de gemeente in voorliggende situatie een anterieure overeenkomst sluit met initiatiefnemer, is het ingevolge artikel 6.12 Wro niet nodig om een exploitatieplan op te stellen.
Het plan heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.
6.2. Maatschappelijke aanvaardbaarheid Na het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder vervolgens de mogelijkheid om te reageren op dit plan. Nadat de gemeenteraad van Maasdriel het bestemmingsplan heeft vastgesteld, staat het bestemmingsplan open voor het instellen van beroep bij de Raad van State.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
41
Pouderoyen Compagnons
7.
HANDHAVING
7.1. Duidelijke regelingen voor duidelijke doelen Om in de toekomst adequaat handhavend te kunnen optreden zijn duidelijke regelingen voor duidelijke doelen noodzakelijk. De uitgangspunten van het plan moeten op een heldere en goed traceerbare wijze zijn vertaald in de juridische opzet van het plan. Van elke regel moet het oorspronkelijke doel traceerbaar zijn. Door de in dit plan gemaakte keuze voor een systematische planopzet, uitgesplitst naar diverse aspecten, die corresponderen met de bestemming, kan op eenvoudige wijze de vertaling van toelichting naar bebouwing- en gebruiksregels worden gevolgd. Het doel van de opgenomen regelingen is steeds duidelijk.
7.2. Handhaving binnen het kader van het bestemmingsplan Na het van kracht worden van dit bestemmingsplan moet toegezien worden op handhaving van de volgende regelingen: - Gebruiksregels voor gronden en opstallen: opgetreden moet worden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving en gebruiksregels voor gronden en opstallen; - De bouwregels: opgetreden moet worden tegen illegale bouwsels, dat wil zeggen bouwsels die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning worden gebouwd en afwijken.
7.3. Afwijking van de bouwregels; overgangsrecht De regelingen in het overgangsrecht zijn in de Wro vastgelegd. De gemeente zal zich aan de standaard overgangsregels, zoals vastgelegd in paragraaf 3.2 van het Bro, conformeren. Daarbij is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan als toetsingsmoment van belang. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de handhaafbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
42
Pouderoyen Compagnons
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Archeologisch onderzoek Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Onderzoek stikstof Watertoets
Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33
43