CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33 Toelichting

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33’11.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Toelichting

Kerkdriel herziening 2020 Teisterbandstraat 33 Gemeente Maasdriel

BESTEMMINGSPLAN Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33 Gemeente Maasdriel

Inhoud

: Toelichting

IDN-nummer

: NL.IMRO.0263.BP1219.ON01

Projectnummer

: 022236

Profitmanagernr.

: P153174.003

Opdrachtgever

: Bouwkundig buro Cees Vogel

Opsteller

: ir. Leander van Berkel

Status

: Ontwep

Datum

: 9 oktober 2020

Pouderoyen Compagnons vormgeving van stad en land is een handelsnaam van Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ NIJMEGEN tel: 024-3224579 fax: 024-3241240 e-mail: info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.nl IBAN NL29 RABO 0154 8198 75 KVK 14 06 66 14 BTW NL 8104.81.996 B01

Pouderoyen Compagnons

INHOUD

BLZ

1.

INLEIDING .................................................................................... 3

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Aanleiding en doelstelling............................................................... 3 Plangebied ..................................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan............................................................. 4 Beleidsoverweging ......................................................................... 5 Leeswijzer ...................................................................................... 6

2.

PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING ................................. 7

2.1. 2.2.

Ruimtelijke en functionele structuur ............................................... 7 Beschrijving planontwikkeling ........................................................ 8

3.

BELEIDSKADER ........................................................................ 10

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Europees- en Rijksbeleid ............................................................. 10 Provinciaal beleid ......................................................................... 14 Beleid Waterschap ....................................................................... 17 Gemeentelijk beleid ...................................................................... 18

4.

MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN ........................................ 20

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7.

Archeologie en cultuurhistorie ...................................................... 20 Leidingen ...................................................................................... 22 Milieu ............................................................................................ 23 Natuur ........................................................................................... 30 MER beoordeling .......................................................................... 31 Verkeer en parkeren..................................................................... 33 Waterhuishouding ........................................................................ 33

5.

TOELICHTING OP DE JURIDISCHE REGELS......................... 39

5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

Algemeen ..................................................................................... 39 Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) ..... 39 Regels .......................................................................................... 39 Bestemmingsregeling ................................................................... 40

6. ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE AANVAARDBAARHEID.................................................................... 41 6.1. 6.2.

Economische uitvoerbaarheid ...................................................... 41 Maatschappelijke aanvaardbaarheid ........................................... 41

7.

HANDHAVING ............................................................................ 42

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

1

Pouderoyen Compagnons

7.1. 7.2. 7.3.

Duidelijke regelingen voor duidelijke doelen ................................ 42 Handhaving binnen het kader van het bestemmingsplan ............ 42 Afwijking van de bouwregels; overgangsrecht ............................. 42

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Archeologisch onderzoek Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek quickscan stikstof Watertoets

Uitsnede luchtfoto (Bingmaps) met planlocatie in wit kader

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

2

Pouderoyen Compagnons

1.

INLEIDING

1.1. Aanleiding en doelstelling Bij raadsbesluit van 30 september 2004 is besloten tot het samenvoegen van drie brandweerposten van destijds te Kerkdriel, Rossum en Heerewaarden tot één brandweerpost Maasdriel-Oost. De brandweerkazerne Teisterbandstraat 33 te Kerkdriel is daardoor buiten gebruik gesteld. Dit is aanleiding geweest om de locatie te gaan herbestemmen naar 5 grondgebonden rijwoningen, parkeerboxen en parkeerplaatsen. E.e.a. is in 2016 in een bestemmingsplan vastgelegd. Inmiddels is de wens ontstaan om het gebouw met 5 woningen aan te gaan passen en daar één woning van af te halen en de bestaande aangrenzende tussenwoning met een aanbouw te verruimen. Daarnaast is het wenselijk de woontitel die van het woongebouw wordt afgesplitst als vrijstaande woning te herbouwen, binnen het zelfde plangebied. De gemeente Maasdriel ziet aanknopingspunten in het ruimtelijk beleid voor deze herinvulling en heeft het bouwplan dat daarvoor is uitgewerkt, voor zowel de vrijstaande woning als het aangepaste woongebouw goedgekeurd. Voorliggend document voorziet in de vereiste toelichting die hoort bij deze planologische wijziging van de bestemmingen, die dienen te worden aangepast aan de beoogde nieuwe ruimtelijke opzet.

1.2. Plangebied Het projectgebied is gelegen aan de Teisterband 33 te Kerkdriel. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie K, nummers 4469 (perceel beoogde vrijstaande woning), 4470, 4473, 4474, 4480, 4481, 4482 en 4483. Binnen het projectgebied is in de huidige situatie een (voormalige) brandweerkazerne gelegen met daarin 5 aaneen gebouwde woningen. Aan de achterzijde van deze voormalige kazerne zijn tuinen bij de woningen, parkeerruimte en een aantal garageboxen gerealiseerd. De locatie waar de nieuwe vrijstaande woning is voorzien, is onbebouwd.

Projectgebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

3

Pouderoyen Compagnons

Planlocatie

1.3. Geldend bestemmingsplan Voor de locatie geldt bestemmingsplan "Kerkdriel herziening 2016, Teisterbandstraat 33”, gemeente Maasdriel, onherroepelijk en vastgesteld op 16 november 2016. Het perceel heeft de woonbestemming ‘met een regeling gericht op 5 woningen binnen één woongebouw en een regeling voor de garageboxen op het achterterrein. Daarnaast liggen in de nabijheid de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Gemengd’ (overzijde van de weg) en ‘Detailhandel’ (zuidzijde). Het realiseren van één vrijstaande woning in ruil voor één woontitel uit het woongebouw is in strijd met het bestemmingsplan, omdat daarvoor een aangepaste woonbestemming nodig is. Het beoogde plan kan gerealiseerd worden met een herziening van het bestemmingsplan.

Bestemmingen projectgebied (oplichtend) en omgeving (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

4

Pouderoyen Compagnons

Daarnaast is de nieuwe parkeerregeling 2018 van kracht geworden na de vaststelling van voornoemd bestemmingsplan, alsmede een regeling die de opsplitsing van woningen in meerdere appartementen reguleert. Ook deze zijn verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.

1.4. Beleidsoverweging Initiatiefnemer is niet van plan het pand in vergelijkbare staat en vergelijkbaar gebruik terug te herstellen, nadat de noordelijke woning is verwijderd en dan de (nu) tussenwoning weer is aangeheeld tot hoekwoning. Op de vrije noordelijke ruimte wordt daarbij een nieuwe vrijstaande woning gebouwd. Het voorliggende plan bevat daartoe passende, voldoende ruime ontwikkelingsmogelijkheden. Er kan daarom, binnen acceptabele kaders, meegewerkt worden aan een nieuwe invulling die niet direct past in het huidige bestemmingsplan. Deze kaders dienen ervoor te zorgen dat er een acceptabel straatbeeld en haalbare inrichting ontstaat. Bovenal zal een herbestemming naar één vrijstaande en 4 aaneen gebouwde woningen leiden tot een goede ruimtelijke en verbeterde functionele inpassing op deze locatie. De Omgevingsdienst Rivierenland heeft de plannen getoetst en heeft in haar eindbeoordeling (brief van 17 maart 2020) de volgende voor het bestemmingsplan relevante eindconclusies getrokken, die in voorliggend plan zijn verwerkt: Het vooroverleg is ter goedkeuring voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit tijdens de vergadering van dinsdag 10 maart 2020. Het vooroverleg voldoet aan redelijke eisen van welstand mits; “De definitieve materiaalkeuze dient bij de vergunning nog nader overlegt te worden.

De voorkeur van de commissie gaat uit naar een roodbruin genuanceerde gevelsteen, bij voorkeur niet te donker maar passend in het bestaande straatbeeld.”

Positief beoordeeld bouwplan (bron: bb Cees Vogel)

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

5

Pouderoyen Compagnons

Op basis daarvan kan een afwijkingsprocedure of wijziging bestemmingsplan worden doorlopen. Voor dit laatste is gekozen, waarbij de omgevingsdienst aangeeft dat de benodigde onderzoeken, waaronder stikstof, dienen aan te tonen dat de plannen uitvoerbaar zijn. Aldus is dit aspect en het aspect wegverkeerslawaai in het kader van voorliggend bestemmingsplan onderzocht, De andere aspecten zijn reeds afdoende onderzocht in het kader van het bestemmingsplan dat in 2016 is vastgesteld.

1.5. Leeswijzer In voorliggende toelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk twee het ruimtelijk plan beschreven. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. In hoofdstuk vier wordt de haalbaarheid van het plan getoetst aan de hand van thema’s als archeologie, verkeer en parkeren, milieu, etc. In hoofdstuk vijf is een toelichting op de juridische regels opgenomen. In hoofdstuk zes komen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Tenslotte is in hoofdstuk 7 beschreven hoe het bestemmingsplan gehandhaafd wordt.

Locatie beoogde vrijstaande woning en te slopen aanbouw woongebouw

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

6

Pouderoyen Compagnons

2.

PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING

2.1. Ruimtelijke en functionele structuur De locatie bevindt zich nabij het centrum van Kerkdriel, in het oostelijke deel van de kern. Het projectgebied ligt aan de Teisterbandstraat en noordelijk van het plangebied ligt het Jeneverdammetje. Het Jeneverdammetje is een langzaamverkeersverbinding die de Teisterbandstraat met de Hintham verbindt. Deze is voor autoverkeer doodlopend. In het projectgebied is het tot 5 woningen vebouwde gebouw van de voormalige brandweerkazerne gelegen. De bebouwing in de omgeving van het terrein is kleinschalig in veelal één of twee bouwlagen met kap. Meerdere panden in de directe omgeving hebben cultuurhistorische waarden. De straatwand van de Teisterbandstraat is gevarieerd van opbouw met diepe en ondiepe voortuinen, smalle en soms zeer brede zijtuinen.

Variabel straatbeeld Teisterbandstraat (zuidelijk van planlocatie) De Hintham vormt de oostelijke rand van de kern. Bebouwing is hier met de achterzijde naar de planlocatie gericht. Tussen deze bebouwde percelen en onderhavige planlocatie ligt een onbebouwde strook waar geparkeerd wordt.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

7

Pouderoyen Compagnons

2.2. Beschrijving planontwikkeling Programma Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, is het wenselijk om het stedenbouwkundige beeld aan te passen waarbij het aantal woningen gelijk zal blijven. Door de verbouwing van het bestaande woongebouw, zal de bestaande lage aanbouw aan de noordzijde vervallen en zal het gebouw aan deze zijde aangepast worden, conform onderstaande beelden (bestaande en toekomstige situatie vooraanzicht).

Voorgevel woongebouw, bouwplan (bron: bb Cees Vogel) Gezien de mogelijkheden die de locatie biedt en de woningmarkt van dit moment, is de herinvulling met een woongebouw van 4 woningen en één vrijstaande woning mogelijk. Daarbij zal de karakteristiek van het woongebouw, de voormalige brandweerkazerne, behouden blijven, zoals die nu ook al aanwezig is. In afstemming met welstand is ervoor gekozen om de te realiseren vrijstaande woningen een eigen vorm en gebaar te geven en ook afwijkende kleurstellingen en materialisering, e.e.a. aansluitend bij het individuele karakter van woningen elders in de Teisterbandstraat. Voor parkeren geldt de gemeentelijke parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, Aldus biedt het plan voor de 5 woningen op eigen terrein ruimte aan 10 parkeerplaatsen. Aan de straatzijde zijn enkele bezoekersparkeerplaatsen die behouden blijven. Ruimtelijk Op de locatie wordt het bestaande gebouw (in beginsel een gymzaal, later brandweerkazerne) verbouwd, leidend tot eenzelfde bouwmassa en een architectuur die verwijst naar de voormalige functie en gebouwindeling.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

8

Pouderoyen Compagnons

Om aan te sluiten bij de bebouwingskarakteristieken van het gebouw, maar ook de (woon-)omgeving is het industriële gevelbeeld met de indeling van de grotere roldeuren van de voormalige kazerne in het ontwerp aangepast en gevoegd naar het beeld van een woongebouw. Dit aangepaste beeld blijft het uitgangspunt voor de nu door te voeren aanpassingen in het noordelijke gebouwdeel. Daarbij zal de vorm en eenduidige gevelindeling met herkenbare repetitie van vormen (zoals ook bij de kazerne het geval is), behoud blijven en zal het gebouw deels zijn bijzondere en – t.o.v. traditionele woningen – afwijkende vorm blijven tonen. De vrijstaande woning wordt uitgevoerd als traditionele, dorpse woning met een straatgerichte topgevel en een rijzig zadeldak, Als aangegeven en besproken met welstand, zal er een traditionele materiaaltoepassing worden gekozen van in hoofdzaak baksteen en pannen, met zorgvuldig uitgewerkte gevelopeningen en details.

Voor- en zijgevel vrijstaande woning (bron: bb Cees Vogel)

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

9

Pouderoyen Compagnons

3.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor de planlocatie. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten nader aan bod.

3.1. Europees- en Rijksbeleid EU kaderrichtlijn Water De EU Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn uit 2000. De richtlijn heeft tot doel om op Europese schaal water en de daarvan afhankelijke ecosystemen te beschermen tegen verontreiniging, duurzaam gebruik van water te bevorderen, de toestand van het aquatisch milieu te verbeteren en de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte te verminderen. De richtlijn stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater en grondwater. De uitvoering van de Richtlijn ligt in handen van de regionale waterbeheerders. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op binnenstedelijke verbouw van een bestaand pand en de nieuwbouw van een vrijstaande woning, waarbij de woonfunctie behouden blijft. Daarmee is o.a. het belang van de waterkwaliteit (grondwater) geborgd. Het voornemen leidt niet tot strijdigheid met de EU kaderrichtlijn Water. Vogel- en habitatrichtlijn De belangrijkste internationale verplichtingen op het gebied van natuurbescherming zijn neergelegd in twee richtlijnen van de Europese Unie: de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992), gezamenlijk aangeduid als de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Lidstaten van de Europese Unie hebben zich verplicht alle nodige maatregelen te nemen om voorkomende populaties op een ecologisch verantwoord peil te houden. In Nederland wordt deze taakstelling verder uitgewerkt in de begrenzing van Natura-2000 gebieden met bijbehorende beheersplannen. De planlocatie ligt binnenstedelijk en is nagenoeg onbeplant. Er komen geen beschermde plantensoorten voor. Ook is er geen bebouwing aanwezig die van ecologische betekenis zou kunnen zijn. De planlocatie ligt op circa 3 km afstand van het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken, deelgebied Uiterwaarden Waal’. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op het verbouwen van een bestaand pand en realisatie van één vrijstaande woning. Dit betreft een kleinschalige ingreep, die niet leidt tot een significant negatief effect op het Natura2000 gebied, zie ook par. 4.4.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

10

Pouderoyen Compagnons

Nationale omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, wordt momenteel de Nationale Omveringsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. De voorgestane transformatie waarbij een woontitel wordt verschoven van een woongebouw naar een vrijstaande woning, is van lokaal belang en niet in strijd met de rijksdoestellingen. Vooralsnog is totdat de NOVI van kracht wordt, het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden.

In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap (waaronder het beleid voor Nationale Landschappen) laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het Rijk borgt dat het rivierensysteem ruimte houdt om water over Rijntakken en Maas veilig af te voeren, ook voor de lange termijn, mede ter bescherming van het binnendijkse plangebied. Het belang van bescherming van de buisleidingen is in een aparte structuurvisie vastgelegd.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

11

Pouderoyen Compagnons

Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer de Ecologische Hoofdstructuur en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan. Bro; ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.

Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling die binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. De behoefte aan deze ontwikkeling is in deze onderbouwing toegelicht. Er komen per saldo niet meer woningen bij omdat er een woontitel wordt verschoven binnen het plan. Het plan is door zijn omvang dan ook niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ aan te merken, als bedoeld in de laddertoets.

Geconcludeerd wordt dat aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

12

Pouderoyen Compagnons

Wet natuurbescherming In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000- gebieden en bijzondere nationale gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) vastgesteld met afwegingskader. Het doel van het afwegingskader is om het netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in het natuurnetwerk kan plaatsvinden. Omdat het hier evenwel niet gaat om een grootschalige uitbreiding, maar een binnenstedelijke kleine bouwopgave, waar reeds bijgebouwen zijn toegestaan, kan worden geconcludeerd dat het hier om een nieuwe kleinschalige ontwikkeling gaat, die de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, op geen enkele wijze zal aantasten of wijzigen.

Het is gezien de lokale aard van de plannen en de afstand tot beschermde gebieden redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten tot gevolg zullen hebben op Natura 2000gebieden en/of het NNN. Soorten – flora en fauna De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn, §3.1 wn;

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

13

Pouderoyen Compagnons

2.

3.

Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt, §3.2 wn; ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, §3.3 wn.

De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. In het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling dient gedeeltelijke sloop van een nog recentelijk opgeknapt bestaand woongebouw plaats te vinden en wordt een deel van de tuin bebouwd.

Gebouw en tuin hebben geen beschermde ecologische waarde en bieden geen plaats aan diersoorten die bescherming genieten. Omdat er ook geen verwijdering van beschermde beplanting (zie ook paragraaf 4.4. van deze toelichting) zal plaatsvinden, behoeft dit aspect niet nader onderzocht te worden.

3.2. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de nieuwe omgevingsvisie van de provincie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een structuurplan van de provincie Gelderland, met als doel een gaaf Gelderland te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Daarbij staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

14

Pouderoyen Compagnons

In de omgevingsvisie is een zevental ambities opgenomen. Deze omvatten, in grote lijnen, de volgende onderwerpen:       

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

De provincie Gelderland geeft invulling aan voorgenoemde ambities door de zogenoemde 'DOE-principes':  Doen: Er wordt breed gekeken en consequent gewerkt vanuit het perspectief van duurzaam én verbonden én economisch krachtig. Waar nodig worden regels en kaders gesteld;  Laten: zaken die niet aansluiten op de omgevingsvisie worden niet gestimuleerd;  Zelf: het goede voorbeeld wordt zelf gegeven, de nodige verantwoordelijkheid wordt genomen, en er is voldoende doorzettingsvermogen;  Samen: er wordt met open vizier gewerkt en gebouwd aan gezamenlijke agenda's met partners, en er worden kansen voor innovatie en kennisdeling gestimuleerd. Ruimtelijk beleid Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuuren landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden.

Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

15

Pouderoyen Compagnons

Het voornemen leidt tot een passende herontwikkeling met woningbouw binnen een historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur en past daarmee in de Omgevingsvisie. De wijziging van één woongebouw met 5 woningen naar een woongebouw met 4 woningen en een vrijstaande woning, met behoud van ruimtelijke kwaliteit, past binnen de regionale behoefte en sluit aan bij de provinciale uitgangspunten. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland is door Provinciale Staten op 24 september 2014 vastgesteld ter vervanging van de Ruimtelijke Verordening Gelderland en op 18 oktober 2014 in werking getreden. De omgevingsverordening is meermaals geactualiseerd (laatstelijk december 2018). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.

Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De planlocatie is niet gelegen in het Gelderse natuurnetwerk, een waardevol open gebied of Nationaal landschap.

Uitsnede Omgevingsverordening, kaart natuur

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

16

Pouderoyen Compagnons

Voor het plangebied zijn derhalve uitsluitend de sectorale bepaling met betrekking tot nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) van belang. Nieuwe woonlocaties kunnen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. KWP Het initiatief behoeft niet getoetst te worden aan het geldende regionale kwaliteitsprogramma voor wonen (KWP) omdat er door dit plan geen extra woontitels worden toegevoegd, maar alleen een vervangende woning wordt gerealiseerd. De ontwikkeling binnen de bestaande woonlocatie past binnen het regionale woningbouwprogramma en leidt daarmee niet tot strijdigheid met de Omgevingsverordening.

3.3. Beleid Waterschap Waterbeheerprogramma 2016-2021 Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 20162021 “Koers houden, kansen benutten” bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Zo is het van belang dat er bij nieuwe ruimtelijke plannen voldoende waterberging wordt gecreëerd om wateroverlast bij hevige regenval te voorkomen. De benodigde ruimte voor compenserende waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging. Keur waterkeringen en wateren Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Het initiatief heeft betrekking op een beperkte wijziging met sloop en nieuwbouw van één woningen en verbouw van een bestaand pand en leidt tot een iets vergroot verhard oppervlak. Daarnaast wordt het belang van de bescherming van de rivierdijk niet aangetast. Het voornemen leidt niet tot negatieve effecten voor de waterhuishouding, zie ook paragraaf 4.7.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

17

Pouderoyen Compagnons

3.4. Gemeentelijk beleid Structuurvisie en plan-MER Maasdriel Op 20 oktober 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel de 'Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel vastgesteld. Deze structuurvisie is de ruimtelijke vertaling van de 'Visie Maasdriel 2020+. De structuurvisie is een kaderstellend plan, dat duidelijkheid geeft over de plannen en beleidsstukken, die voor de gemeente Maasdriel van belang zijn. Het uiteindelijke ruimtelijke beleid van de gemeente Maasdriel wordt de komende jaren ingevuld door het uitvoeren en uitwerken van tientallen projecten. Hierbij gaat het om woningbouw (in alle segmenten en prijscategorieën), ontwikkeling van bedrijventerreinen en concentratiegebieden voor glastuinbouw en paddenstoelenteelt. Ook aan recreatieve initiatieven en landschap- en natuurontwikkeling wordt aandacht besteed. Voorliggend project bestaat uit het gedeeltelijk vervangen van de bestaande bebouwing met een gelijkblijvend aantal woningen. In de Structuurvisie en plan-MER Maasdriel is het volgende bepaald ten aanzien van deze ontwikkeling: “Nieuwe woningbouwlocaties kunnen worden gevonden zowel binnen als buiten de bebouwingscontour. Kwaliteit staat hierbij voorop, meer dan het strakke keurslijf van de bebouwingscontouren”. Uit de kaart Bebouwingscontouren van de Structuurvisie blijkt dat de locatie binnen de bebouwingscontouren is gelegen.

Fragment kaartbeeld Bebouwingscontouren Structuurvisie en plan-MER Maasdriel Voorliggend initiatief voorziet in het oprichten van een nieuwe woning en de sloop van een woning binnen een woongebouw. Dit alles in het centrumgebied van de kern Kerkdriel. Dee ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

18

Pouderoyen Compagnons

Actualisatie herijking Maasdriel Woningbouwprogramma tot 2025 Het gemeentelijke woningbouwprogramma 2015-2025 is recentelijk door de gemeente geactualiseerd vastgesteld. Omdat evenwel met dit plan geen extra woontitels worden gecreëerd, is toetsing aan dit beleid niet noodzakelijk.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

19

Pouderoyen Compagnons

4.

MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN

4.1. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het beleid met betrekking tot archeologische waarden dient er op gericht te zijn archeologisch belangrijke terreinen zoveel mogelijk te ontzien. In het geval dat dit niet mogelijk is, dient voldoende ruimte te zijn voor het uitvoeren van verantwoord archeologisch onderzoek, zodat de informatie in het deel van het bodemarchief dat verloren gaat, ook verantwoord kan worden vastgelegd. Het gemeentelijke archeologiebeleid dat in april 2013 is vastgesteld door de raad, dient daarom in het bestemmingsplan te worden vertaald. De gemeentelijke beleidskaart bepaalt de norm c.q. het vrijstellingsregime. De locatie maakt onderdeel uit van een stroomrug, waar de archeologische verwachtingswaarden middelhoog (waarde – archeologie 3) zijn. Voor dergelijke gebieden geldt een beleid dat vroegtijdig in de planvorming onderzoek dient te worden verricht om verstoring van mogelijke archeologische waarden te voorkomen. Het gaat dan om een plangebied groter dan 500 m2 en waarbij voorzien is dat ingrepen dieper dan 30 cm zullen plaatsvinden. De zone waarvoor deze onderzoeksplicht geldt, is met een dubbelbestemming in het vigerende bestemmingsplan vastgelegd. Omdat het voornemen leidt tot een mogelijke bodemverstoring van betekenis, is nader vooronderzoek in het kader van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Dit onderzoek is uitgevoerd en als bijlage 1 integraal opgenomen bij deze plantoelichting. In de rapportage zijn de volgende conclusie, evaluatie en aanbevelingen opgenomen: “Over de dieper gelegen vindplaats kunnen aan de hand van het onderhavige onderzoek geen uitspraken worden gedaan. We moeten ervan uitgaan dat de hoge verwachting voor middeleeuwse sporen onder het laatmiddeleeuwse overstromingspakket onverminderd van toepassing zijn. De voorgenomen ontwikkeling van het terrein rondom de brandweerkazerne zullen deze sporen niet aantasten. De verwachting van een omgrachte woonplaats kan worden bijgesteld. Van een dergelijke vindplaats is geen sprake, het terrein is vanaf de Late Middeleeuwen tot ver in de 20e eeuw waarschijnlijk alleen in gebruik geweest als akker, tuin of grasland. Vondsten worden geïnterpreteerd als verspreid nederzettingsmateriaal afkomstig uit de nabije omgeving en de enige sporen die zijn aangetroffen hangen samen met de gebruik van het terrein: te weten sloten en eventueel kuilen.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

20

Pouderoyen Compagnons

Met de afronding van dit onderzoek is de bovenste 80 cm van het terrein vrijgegeven voor bouwactiviteiten. Voor de diepere ondergrond geldt dat vanaf ca. 90 cm -mv (ca. 3,5-3,7 m +NAP) vondsten en sporen uit de Middeleeuwen, tot en met de 14e eeuw kunnen worden aangetroffen.” Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Het bouwpeil zal voor de nieuw te realiseren woning nog iets verhoogd worden, waardoor fundament, leidingen etc. voor de nieuwe woning binnen de vrijgegeven diepte worden aangelegd. Evenwel blijft de archeologische dubbelbestemming uit het vigerende plan van toepassing, voor toetsing van mogelijke toekomstige ingrepen die wel dieper zouden zijn. Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is het Bro (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Teisterbandstraat maakt deel uit van het historisch bepaalde stratenpatroon in de kern van Kerkdriel.

De Teisterbandstraat is een verbindende straat door het centrum die deels parallel loopt aan de dijk. Onderstaande uitsnede van de topografische kaart rond 1850 toont de structuur. De planlocatie ligt op enige afstand ten zuiden van de kruising met de Kerkstraat; de hoofdroute in oostwest-richting vanaf de dijk door het centrum naar Velddriel.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

21

Pouderoyen Compagnons

Onderhavig planvoornemen voorziet in het plangebied in de verbouw van het bestaande hoofdgebouw en daarnaast beperkte nieuwbouw waarbij de karakteristieken van het historische centrumgebied van Kerkdriel niet wijzigen. Een vanuit het recente verleden typerend onderdeel van een dorpskern – de eigen brandweerkazerne – wordt als bouwvolume behouden en in architectuur herkenbaar verbouwd. Daarmee voegt het pand zich naar de karakteristiek van individuele panden met een traditionele uitstraling. Met onderhavig initiatief vindt geen aantasting plaats van het historisch wegprofiel alsmede overige historische waarden. Ten noorden van het projectgebied liggen enkele rijksmonumenten. Het pand is gelegen in de nabijheid van de rijksmonumenten Teisterbandstraat 27, 20, 22 en 24. Op nummer 27, dus dicht bij het te verbouwen pand en de nieuwe woning, staat het 15e eeuwse huis Teisterbant, een belangrijk rijksmonument. Ook de gemeentelijke \ monumenten op nummer 3, 5, 16, 40 en 47 van deze straat mogen niet onvermeld blijven. Onderhavig plan zal hierop geen ruimtelijke invloed hebben. Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan en dat in het plan rekening wordt gehouden met herstel en versterking van historisch bepaalde structuren en kenmerken.

4.2. Leidingen Door het plangebied lopen geen bijzonder boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Wel ligt aan de noordrand van het plangebied een riolering, maar daar wordt niet gebouwd. Ter plaatse zijn de gronden in het vigerende bestemmingsplan wel primair bestemd voor een onverstoorde instandhouding van het radarverstoringsgebied Volkel. Op en in de gronden mag de bouwhoogte van nieuw op te richten bouwwerken niet boven de 65 m NAP uitkomen. Dit is voor voorliggende bouwplan geen beperking. De regeling wordt wel overgenomen in het bestemmingsplan. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Te zijner tijd zal bij het bouw contact moeten worden opgenomen met de leidingbeheerders ivm de aansluiting op de diverse netten. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het plan.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

22

Pouderoyen Compagnons

4.3. Milieu 4.3.1. Bedrijven en milieuzonering In de ruimtelijke ordeningspraktijk geldt de VNG-brochure ‘bedrijven en milieuzonering’ als belangrijkste en – volgens vaste jurisprudentie – maatgevende handreiking voor het bepalen van de milieueffecten van een activiteit op zijn omgeving. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling kwetsbaar is voor hinder en/of bestaande functies belemmert in hun bedrijfsvoering. Woningen als veroorzaker De beoogde woning is geen bron van milieuhinder en zal als zodanig geen negatieve invloed hebben op functies in de omgeving. Ook zal, gezien de gemengde woonomgeving waarin de locatie is gelegen, de omgeving en de aanwezige milieuruimte niet worden verengd door de nieuwe woningen. Woning als gevoelig object De VNG heeft een handreiking voor de ruimtelijke ordeningspraktijk ontwikkeld, waardoor rekening kan worden gehouden met de effecten van voorgenomen of bestaande activiteiten: de VNG brochure ‘bedrijven en milieuzonering’. De brochure maakt een onderscheid tussen locaties waar functiescheiding feitelijk aanwezig en/of beleidsmatig gewenst is (bijv.

bedrijventerrein ten opzichte van woonwijk) en locaties waar functiemenging feitelijk aanwezig en/of beleidsmatig gewenst is (bijv. een dorpskern). Dit laatste is in het centrumgebied van Kerkdriel aan de orde. Op onderhavige locatie en de omgeving daarvan is er sprake van het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Hierin mogen de richtafstanden ten opzichte van een ‘rustige woonwijk’ met één afstandsstap verkleind worden, maar blijft functiescheiding het uitgangspunt. Binnen de planlocatie is al eerder, in 2016, de bestemming ‘Bedrijven’ opgeheven. Deze zal aldus verder buiten beschouwing worden gelaten.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

23

Pouderoyen Compagnons

Bestemmingen en functies projectgebied (oplichtend) en omgeving (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Aan de overzijde van de Teisterbandstraat en op de aangrenzende percelen naast en achter de planlocatie is reeds een woonbestemming toegekend. Ook deze bestemmingen leiden niet tot milieueffecten op de planlocatie. Zuidelijk van de planlocatie is aan de Teisterbandstraat 37 een detailhandelsbestemming toegekend. Deze grenst direct aan de bestaande woning Teisterbandstraat 35. Ter plaatse is een fietsenspeciaalzaak gevestigd (zie volgend beeld). Deze reeds bestemde situatie blijft ongewijzigd.

Teisterbandstraat 37 Noordwestelijk van de planlocatie (Teisterbandstraat 30 e.o.) is de enkelbestemming ‘Gemengd- voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing’ toegekend.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

24

Pouderoyen Compagnons

Daarbinnen is een functiecombinatie toegestaan van recreatie; dagrecreatie, voorzieningen; maatschappelijke voorzieningen, werken; dienstverlening, werken; niet zijnde dienstverlening, wonen. Noordelijk van de planlocatie (Teisterbandstraat 27-29) is de bestemming ‘Bedrijven’ toegekend. Daarbinnen zijn bedrijven in categorie 1 of 2 als genoemd in de Staat van Inrichtingen (bijlage bij het vigerende bestemmingsplan), alsmede bestaande bedrijven in categorie 3 als genoemd in de Staat van Inrichtingen toegestaan. De genoemde toegestane functies detailhandel, dienstverlening, (dag-)recreatie, maatschappelijke voorzieningen en lichte vormen van bedrijvigheid (categorie 1 en 2) kennen, uitgaande van gemengd gebied, een richtafstand van 0 en 10 meter en betreffen functies die in een woongebied regulier kunnen voorkomen, zonder dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt aangetast. Dit betekent dat deze allen geen onacceptabel milieueffect hebben op de omgeving. Dit is in onderhavige situatie het geval, daar onderhavig woongebouw en de toe te voegen woning vrijstaand zullen zijn en de nieuwe woning op voldoende afstand van omliggende functies wordt gesitueerd. Tussen onderhavige planlocatie voor de toe te voegen woning en genoemde bedrijfsplocaties en inrichtingen zijn altijd reeds één of meer bestaande burgerwoningen aanwezig. 4.3.2.

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het plan voorziet in een woongebouw van nu nog 5 woningen, om te vormen naar 4 woningen en toevoeging van een vrijstaande woning binnen de bestaande woonbestemming. Om inzicht te krijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is een verkennend onderzoek uitgevoerd, voor het bestemmingsplan dat in 2016 is vastgesteld. De rapportage van het onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd. In het “Verkennend bodemonderzoek, Teisterbandstraat 33 te Kerkdriel” (Verhoeven Milieutechniek BV, 24 november 2015, Kenmerk : B15.6203/11fi pp-01/C S) zijn de volgende onderzoeksbevindingen opgenomen. Voor de algemene bodemkwaliteit werd de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging, aangezien lichte verontreinigingen werden verwacht voor de parameters van een standaard NEN- pakket.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

25

Pouderoyen Compagnons

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond. Voor de (oorspronkelijke) teeltlaag ter plaatse van een gedeelte van de locatie werd, in verband met een naastgelegen voormalige boomgaard, de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging aangezien sterke verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen (OCB) werden verwacht. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de verdachte hypothese verworpen. In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verontreinigingen met OCB aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarde(n). Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Tijdens de veldwerkzaamheden (maaiveldinspectie en zintuiglijke beoordeling van de opgeboorde grond) zijn geen puinbijmengingen en/of asbestverdachte materialen (in de fractie >16 mm) aangetroffen. Op basis hiervan kan definitief worden gesteld dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van asbest in de bodem en derhalve is het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest definitief niet noodzakelijk.

Met het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van Teisterbandstraat 33 te Kerkdriel in voldoende mate geactualiseerd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en/of bestemmingsplanwijziging. Omdat er daarna geen wezenlijke wijzigingen hebben plaatsgevonden op het terrein en er ook met zekerheid geen vervuilende activiteiten hebben plaatsgevonden, is voldoende aangetoond dat binnen de bestaande woonbestemming een nieuwe vrijstaande woning kan worden opgericht. Omdat er reeds een woonbestemming geldt, neemt ook de gevoeligheid van de bestemming niet toe. Ter plaatse van de nieuw te bouwen woning geldt geen hogere verwachting voor PFAS in de bodem. De brandweeroefeningen bij de voormalige kazerne hebben altijd plaatsgevonden achter de kazerne (achter de bestaande woningen) en niet op de voormalige oprit, waar nu de nieuwe woning wordt voorzien. Er is dus ook geen grond voor een hogere verdenking van PFAS-waarden daar waar de woning komt, dan elders in de regio geldt. Als eerder geconstateerd, geldt geen saneringsopgave, dus de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is niet in het geding.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

26

Pouderoyen Compagnons

Zo nodig zal dit aspect worden beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. 4.3.3.

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid (is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico’s van industriële activiteiten met opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat er te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. De risiconormen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in het BEVI. In dit besluit zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. De bij het besluit behorende ministeriële regeling “Regeling externe veiligheid inrichtingen” (REVI) werkt de afstanden, de referentiepunten en de wijze van berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico verder uit ter uitvoering van het BEVI. Het BEVI verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het besluit zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico (PR) In het BEVI zijn normen opgenomen voor de kans dat één persoon buiten het inrichtingsterrein overlijdt als gevolg van een calamiteit bij het bedrijf (plaatsgebonden risico).

Groepsrisico (GR) In het BEVI zijn tevens normen opgenomen voor de kans dat meerdere personen buiten het inrichtingsterrein overlijden als gevolg van een calamiteit bij het bedrijf (groepsrisico). Voor het groepsrisico wordt een oriëntatiewaarde gegeven en geldt voor nieuwe situaties een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in activiteiten waarin sprake is van veiligheidsrisico’s voor de omgeving. De locatie is formeel aan te merken als een kwetsbaar object (woningen), conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Derhalve is de provinciale risicokaart geraadpleegd. In navolgende afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

27

Pouderoyen Compagnons

Uitsnede risicokaart Alle risicobronnen bevinden zich op geruime afstand van de projectlocatie. Op 1,2 km bevindt zich weliswaar de opslag van AGIB (leverancier voor melkveehouderijsector), dit is echter buiten het invloedsgebied van deze inrichting. De projectlocatie bevindt zich tevens buiten de risicosfeer van overige risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig initiatief. Het veiligheidsaspect in relatie tot overstromingsrisico’s is eveneens op de risicokaart weergegeven. Dit aspect komt in de watertoets aan de orde. 4.3.4.

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient er, op basis van de Wet geluidhinder, onderzocht te worden of er sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. Het plangebied is niet gelegen in de akoestische milieuzone van een spoorbaan of bedrijf. Ten behoeve van het plan is een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai op de nieuwe vrijstaande woning door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 3. Hierin zijn de volgende conclusies opgenomen. Wet geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder is geconcludeerd dat op geen enkele gevel in het bouwplan de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

28

Pouderoyen Compagnons

Cumulatie Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Teisterbandstraat, bedraagt 51 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk’ en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. 4.3.5.

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. In dit artikel is opgenomen dat er bij het wijzigen van het bestemmingsplan altijd sprake is van een project. Derhalve is bekeken of de luchtkwaliteit onderzocht moet worden. De Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) kent voor woningbouw de volgende criteria waaronder de verslechtering van de luchtkwaliteit per definitie ‘niet in betekenende mate’ is: NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling, < 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. 3

De wijziging van het plan voorziet in het realiseren van een vervangende (vrijstaande) woning van slechts 5 woningen waar deze voorheen in een woongebouw was bestemd en voldoet derhalve ruimschoots aan de NIBM-grens.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

29

Pouderoyen Compagnons

Op basis hiervan, kan dan ook gesteld worden dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast geldt in het kader van het aspect luchtkwaliteit het Besluit gevoelige bestemmingen. Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is om die reden niet op onderhavig bouwplan van toepassing. Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

4.4. Natuur Gebieden –Wet natuurbescherming en EHS, GNN en GO Het plangebied bevindt zich niet in of direct nabij Natura-2000 gebieden, Wetlands of Beschermde- of Staatsnatuurmonumenten. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS), door de provincie vertaald naar GNN en GO. Als gevolg van het project wordt een binnenstedelijke locatie herontwikkeld. Door de beëindiging van de bedrijfsfunctie en herinvulling met woningen is er geen sprake van mogelijke externe werking of negatieve effecten op de instandhouding van deze beschermde gebieden. E.e.a. blijkt uit de ‘Notitie beoordeling stikstof’ (zie bijlage 4, Project : P153174.003, gedateerd 29 september 2020). Het bouwplan (tijdelijke realisatiefase en de gebruiksfase) leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Soorten – flora en fauna De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten.

Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en /of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. De wet is bedoeld om soorten te beschermen, niet individuele planten of dieren. Het gaat erom dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. Er zullen in de huidige situatie geen beschermde soorten aanwezig zijn. Het betreft namelijk het slopen van een nieuw gebouwdeel zonder naden en kieren.

Kerkdriel herziening 2020, Teisterbandstraat 33

30

Pouderoyen Compagnons

Hier zijn geen beschermde soorten aanwezig. Het nieuw te bouwen huis zal ook gedeeltelijk worden gebouwd op de plek waar de aanbouw wordt gesloopt en gedeeltelijk op de plaats van bestrating. Ook hier zijn geen beschermde soorten aanwezig.

4.5. MER beoordeling Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). De activiteit die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is.

De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Met onderhavig bestemmingsplan wordt woningbouw (van 1 vrijstaande woning en verkleining van het bestaande woongebouw van 5 naar 4 woningen) mogelijk gemaakt. Gezien de kenmerken van onderhavig plan, betreft dit geen ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ in het kader van het Besluit milieueffectrapportage, omdat: • het plangebied in de kern van Kerkdriel ligt en het niet bouwen van woningen in het buitengebied betreft; • het plangebied al is bestemd als ‘Wonen’; • Het plangebied momenteel al een bouwvlak heeft dat voor onderhavig plan niet significant vergroot wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9820965/1