Kaderbrief 2024-2027 DEF RAAD
Tekst van het document
Kaderbrief 2024-2027
Inhoudsopgave Inleiding 1 Aandachtspunten 2 Opzet begroting 3 Financieel-technische uitgangspunten 4 Financieel meerjarenperspectief 2024-2027 5 Algemene Uitkering Gemeentefonds 6 Beleidsprioriteiten 7 Oplossingsrichtingen
3 5 7 9 11 13 17 27
Kaderbrief 2024-2027 - 2
Inleiding Met deze brief wordt u geïnformeerd over het kader voor het opstellen van de programmabegroting 2024. Wij informeren u in deze Kaderbrief over de volgende onderwerpen: • Hoofdstuk 1: Aandachtspunten • Hoofdstuk 2: Opzet begroting • Hoofdstuk 3: Financieel-technische uitgangspunten • Hoofdstuk 4: Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds op basis van de Meicirculaire 2023 • Hoofdstuk 5: Financieel meerjarenperspectief 2024-2027 • Hoofdstuk 6: Beleidsprioriteiten • Hoofdstuk 7: Oplossingsrichtingen
Kaderbrief 2024: Voorloper van de Programmabegroting 2024 De kaderbrief is het document waarmee richting wordt gegeven aan het opstellen van de programmabegroting 2024. Wij laten u zien welke beleidsmatige en financiële ontwikkelingen wij wensen en verwachten. Het doel van deze kaderbrief is uw raad te informeren over het totaaloverzicht van de autonome ontwikkelingen, het gewenste beleid en de daaruit volgende financiële positie van de gemeente. Dit jaar is een bijzonder jaar. Door een aantal ontwikkelingen, die vooral te maken hebben met autonome loon- en prijsstijgingen die niet voldoende worden gecompenseerd door het Rijk, is ons financieel beeld zonder interventies negatief. Wij hebben een aantal scenario's in beeld waarmee we het financieel beeld kunnen bijstellen.
Ontwikkelingen in het gemeentefonds Het landelijke beeld is dat de Nederlandse gemeenten moeite hebben om een sluitende begroting voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 op de mat te leggen. Dit komt door de ontwikkelingen in het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Daarin is op termijn een korting van 3 miljard euro opgenomen. Hierover is tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Groningen medio juni 2023 gestemd. Tijdens de ALV stemden leden in met een resolutie van het VNG-bestuur om terughoudend te zijn met nieuwe afspraken met het kabinet, maar koos en masse ook voor twee ingediende moties die een stuk verder gaan. Namelijk: het opzeggen van de samenwerking met het Rijk op tal van beleidsterreinen. Als het Rijk niet nog in september van dit jaar de voor 2026 in het vooruitzicht gestelde opschalingskorting en een andere miljardenbezuiniging op het gemeentefonds schrapt, komen er wat de gemeenten betreft zogeheten teruggeefgesprekken, waarbij een meerderheid van de gemeenten zover wil gaan taken terug te geven aan het Rijk. We houden de ontwikkelingen hieromtrent in de gaten.
Beleidsprioriteiten/bestuursakkoord in relatie tot de financiële positie De autonome ontwikkelingen en de omvang van de algemene uitkering van het gemeentefonds bepalen voor een belangrijk deel de ruimte voor nieuw beleid. Deze ontwikkeling is in het financieel perspectief verwerkt. De beleidsprioriteiten zijn een voorzet van het college aan uw raad. Wij nodigen uw raad graag uit met ons van gedachten te wisselen over de beleidsprioriteiten en het financieel beeld. Aanpassingen naar aanleiding van uw besprekingen in de raad ten aanzien van ambities en het bijbehorende financiële beeld zullen wij dan vertalen in de programmabegroting 2024.
Kaderbrief 2024-2027 - 3
Financieel toezicht door de Provincie Gelderland De Nederlandse gemeenten staan onder toezicht van de provincies. De gemeente Maasdriel streeft naar de lichtste vorm van toezicht, namelijk repressief toezicht. De provincie ziet erop toe dat de gemeente een sluitende begroting heeft voor het komende jaar of een sluitende meerjarenraming uiterlijk in het laatste jaar van de vierjarenbegroting. Repressief toezicht is toezicht achteraf. Bij deze vorm van toezicht is geen goedkeuring van de besluiten door de provincie nodig. De intensiteit van repressief toezicht is laag wanneer: • De gemeente in de begroting voor het aankomende jaar (2024) een evenwicht kent tussen de structurele uitgaven en inkomsten; • Er in de meerjarenbegroting staat dat dit begrotingsevenwicht de komende jaren (2025 en verder) wordt voortgezet. Aan het eerste criterium voldoet de gemeente Maasdriel na de interventies. Uw college kiest ervoor om een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025 aan te bieden. Aan het tweede criterium voldoen we vooralsnog niet, ondanks de interventies die zijn uitgevoerd. Bekeken wordt hoe het Rijk omgaat met de resolutie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Nu aan de slag gaan met een bezuinigingsopgave en snijden in de voorzieningen in de gemeente vinden wij prematuur en vergt meer tijd.
Met deze kaders bieden wij een sluitende begroting aan voor de jaren 2024 en 2025. De kaderbrief wordt uitgewerkt in de programmabegroting 2024 waarover u in november 2023 besluit. Namens het het college van Maasdriel, Anita Sørensen Juni 2023
Kaderbrief 2024-2027 - 4
1 Aandachtspunten Notities Commissie BBV De commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft in notities aan op welke wijze bepaalde onderwerpen in de begroting verwerkt kunnen of moeten worden. Kunnen, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moeten als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBVnotities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Recent zijn er geen nieuwe notities vastgesteld. Er komt een hierziening van de notitie overhead. Deze gaat in bij de begroting 2025.
Begrotingscirculaire provincie Gelderland In april 2023 ontvingen we de jaarlijkse begrotingscirculaire 2024 van de provincie Gelderland. Hiermee informeert de provincie de gemeenten over een aantal onderwerpen die aandacht verdienen met betrekking tot het financieel toezicht op de eerstkomende gemeentebegroting. De toezichthouder schetst een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die het financieel beleid beinvloeden. Daarbij kan gedacht worden aan de oorlog in Oekraine (vluchtelingenstroom, inflatie, schaarste aan materiaal), het naijlen van de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. De toezichthouder vraagt u duidelijk toe te lichten welke keuzes worden gemaakt om onzekerheden te verwerken. In het bijzonder vraagt de toezichthouder dat er realistisch wordt gebudgetteerd in het Sociaal Domein. Er wordt aandacht gevraagd voor een aantal ontwikkelingen uit het BBV. De openbaarheidsparagraaf Wet open Overheid waar al eerder aandacht voor werd gevraagd wordt genoemd en een aanstaande aanpassing van de notitie Grondbeleid. De toezichthouder eindigt de brief met drie onderwerpen die in de Begroting terug moeten keren: • De omgevingswet die per 1 januari 2024 ingaat. Er wordt aandacht gevraagd voor het aantal vergunningen en bijbehorende leges. • Er wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de (realistische) planning van investeringen.
Door krapte op de arbeidsmarkt, door gebrek aan materiaal, oplopende kosten en de toegenomen complexiteit in het realiseren van inversteringen leidt tot doorschuiven van planningen. • Als laatste wordt aandacht besteed aan de Wet Digitale Overheid. Deze gaat in fasen in per juli 2023. De wet legt de basis voor verdere digitalisering, inwoners krijgen electronische identificatiemiddelen die de overheid meer zekerheid geven over iemands identiteit. Naast bovengenoemde ontwikkelingen hebben de onderstaande ontwikkelingen ook invloed op de totstandkoming van de begroting 2024-2027.
Kaderbrief 2024-2027 - 5
Ontwikkeling gemeentefonds In hoofdstuk 4 presenteren we een uitgebreide toelichting op de meicirculaire 2023, de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente.
Hervormingsagenda Jeugd De Algemene ledenvergadering van de VNG stemde tijdens het VNG-congres in met het principeakkoord voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het Rijk erkent de noodzaak van het aanpassen van het ingroeipad. De bedragen voor 2024 en 2025 zijn nu definitief toegekend, waarbij de ingeboekte besparing door het Rijk is bevroren op het niveau 2023. Vanaf 2026 komt de bezuiniging weer volledig in de berekeningen naar boven. Daarmee blijft de bezuinigingsdoelstelling van € 1 miljard op de rijksbegroting overeind, maar erkent het akkoord dat € 650 miljoen onderbouwd en ‘mogelijk haalbaar’ is en € 380 miljoen met onzekerheden omgeven is. Ook op het vlak van risicodeling is het Rijk gemeenten tegemoetgekomen. Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder verantwoordelijkheid van het Rijk. In 2025 toetst een deskundigencommissie, die zwaarwegend advies geeft, wat er nodig is in de toekomst. In onze gemeente gaat het om - oplopend naar 2027 - € 784.000 .
Kaderbrief 2024-2027 - 6
2 Opzet begroting De Gemeentewet schrijft voor dat iedere gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Een goede vergelijkbaarheid van baten en lasten die verbonden zijn aan de verschillende taken van gemeenten is in het belang van de raad, die dergelijke informatie kan benutten voor de eigen sturing op prioriteiten. Daarbij is het van belang dat de informatie van goede kwaliteit is en aansluit op de behoefte van gemeenten. Een brede beschikbaarheid van deze gegevens stelt andere stakeholders in staat zelf vergelijkingen te maken en deel te nemen aan het debat over beleidsprioriteiten. Dit draagt bij aan een grotere transparantie van het proces rond begroting en verantwoording en een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden. Door de informatie primair in te richten naar de informatiebehoefte van de gemeenten en deze te stroomlijnen met de informatiebehoefte van het Rijk, het CBS en Europa wordt het mogelijk om relevante en vergelijkbare financiële informatie te genereren.
Programma's Het eerste gedeelte van de begroting bestaat uit een nadere toelichting op de programma’s. Elk programma begint met een inleidende tekst (wat het doel van het programma is en welke taakvelden onder dit programma vallen) en vervolgens worden de onderstaande onderwerpen per programma toegelicht. We beperken ons daarbij tot wat de bijzonderheden in het nieuwe jaar zijn. • Wat willen we bereiken? De belangrijkste doelen en maatschappelijke effect(en) met bijbehorende effectindicatoren. • Wat gaan we daarvoor doen? Toelichting van activiteiten en prestaties die bij onze doelen horen. Indien mogelijk zijn er ook bijbehorende prestatie-indicatoren geformuleerd. Daarmee maken we het verband tussen de prestatie, het doel en het maatschappelijk effect inzichtelijk. • Wat mag het kosten? We presenteren voor de exploitatie de meerjarige lasten, baten en het saldo. • Relevante nota’s met betrekking tot de verschillende taakvelden. • Betrokken verbonden partijen: van de rechtspersonen waarin we een bestuurlijk en financieel belang hebben, beschrijven we de bijdrage aan onze doelstellingen en actuele ontwikkelingen en risico’s. • BBV-indicatoren: dit is een uniforme basisset van indicatoren die periodiek landelijk beschikbaar zijn. Via de website waarstaatjegemeente.nl zijn de indicatoren beschikbaar.
• Wij streven ernaar om het aantal woorden terug te dringen in de beschrijving van doelen en activiteiten. Ondermeer door teksten in de programma s te beperken tot bijzonderheden in het nieuwe jaar.
Financiële begroting In het tweede gedeelte van de begroting wordt de financiële opbouw van de begroting toegelicht. De financiële begroting begint met een overzicht van de baten en lasten, waarvoor de raad het college autoriseert en waarmee het vastgelegde beleid, dat is opgenomen in de programma’s, wordt uitgevoerd. Vervolgens vindt verdere toelichting plaats over de volgende onderdelen van de financiële begroting: • Algemene uitgangspunten
Kaderbrief 2024-2027 - 7
• Toelichting financiële begroting • Algemene dekkingsmiddelen • Overhead • Vennootschapsbelasting • Onvoorzien • Geprognosticeerde balans • Reserves en voorzieningen • Meerjareninvesteringsbegroting
Paragrafen Het derde gedeelte van de begroting bevat de paragrafen. Hier worden de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. Het BBV schrijft de volgende paragrafen voor: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid • Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) is toegevoegd als verplichte paragraaf. Daarin wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In de memorie van toelichting bij de Woo staat o.a. dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. Daarnaast staat het de gemeente vrij om zelf extra paragrafen toe te voegen. In samenspraak met de raad wordt bepaald of er behoefte is aan dergelijke paragrafen.
Kaderbrief 2024-2027 - 8
3 Financieel-technische uitgangspunten In deze paragraaf worden de financiële technische uitgangspunten weergegeven.
Algemeen • Uitgangspunt is de programmabegroting 2023 met de daarop vastgestelde wijzigingen; • Er wordt onderscheid gemaakt in een stijging voor personele kosten en een stijging voor prijzen; • We stellen de begroting op in constante prijzen. Dit betekent dat elke jaarschijf zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant op prijspeil 2024 is begroot. (het eerste jaar van onze meerjarenbegroting). Indexering vindt plaats op de jaarschijf 2024 conform de percentages die opgenomen zijn in de Meicirculaire. • Maasdriel hanteert voor de bepaling van de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds de methode met constante maatstaven.
Prijsstijgingen en indexaties Onderdeel
Begroting 2024
Salarissen
5,2%
Levering goederen en diensten, huren/pachten en tarieven/leges
3,0%
Verbonden partijen
Begroting GR 2024
Algemene uitkering
Meicirculaire 2023
Rekenrente investeringen
1,5%
Rekenrente bouwgrondexploitatie
1,2%
Personele kosten De Meicirculaire 2023 geeft een prognose voor de ontwikkeling van de loonsommen van 5,2% voor 2024. Voor de jaren 2024 en verder wordt geen verdere loonsverhoging berekend, omdat Maasdriel met constante prijzen rekent.
Prijsstijgingen De Meicirculaire 2023 geeft een prognose voor de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) van 3,0% voor 2023. Deze prijsontwikkeling wordt niet automatisch doorberekend in de budgetten van de begroting 2024. In plaats van het automatisch doorberekenen, nemen wij een stelpost op die in de loop van het jaar 2024 aangewend kan worden.
Rekenrente De gemeente investeert in allerlei projecten en activa die meerdere jaren meegaan. Voor deze investeringen zijn financieringen noodzakelijk en daarvoor worden langlopende geldleningen afgesloten. De financiering van de investeringen geschiedt niet voor elke afzonderlijke investering maar wordt bezien vanuit de totale financieringsbehoefte die de gemeente heeft. In de programmabegroting 2024 wordt een vaste rekenrente van
Kaderbrief 2024-2027 - 9
1,5% gehanteerd, en bij de bouwgronden een rekenrente van 1,2%. De rekenrente is iets anders als de marktrente. De rekenrente is de interne verrekening van de rentelasten over de taakvelden heen. Daardoor komen de rentelasten terecht op de plaats waarop deze betrekking hebben. De marktrente is de rente die op de kapitaalmarkt wordt betaald bij het aangaan van financieringen. Als de marktrente stijgt en de gemeente Maasdriel leningen aantrekt, dan stijgt de interne markt langszaam. Op weg naar de programmabegroting 2024 zal deze worden herrekend en (indien het rentepercentage wijzigt) de financiële effecten verwerkt.
Activa en Meerjarig Investeringsplan In de staat van activa 2024 zijn alle lopende investeringen, de investeringen uit het Meerjaren Investeringsplan en de door de raad geaccordeerde investeringen/kredieten opgenomen. In deze staat worden de kapitaallasten berekend. Uitgegaan wordt van de boekwaarde op 1 januari 2024. De rekenrente wordt berekend over deze boekwaarde en de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordeningen (of in de geest van de financiële verordening) worden gehanteerd. De berekende kapitaallasten komen ten laste van het desbetreffende taakveld. Bij de bouwgronden wordt de daarvoor geldende rekenrente gerekend over de boekwaarde 1 januari 2024.
Reserves en voorzieningen De staat van reserves en voorzieningen bevat alle reserves en voorzieningen die door de raad zijn vastgesteld, conform de door de raad vastgestelde Nota reserves en voorzieningen
Kaderbrief 2024-2027 - 10
4 Financieel meerjarenperspectief 2024-2027 Financieel meerjarenperspectief Het financieel meerjarenperspectief geeft het financieel beeld weer vanaf het moment van vaststelling van de Programmabegroting 2023 tot aan heden. Daarin hebben zich de volgende mutaties voortgedaan: • Raadsbesluiten in de periode tussen vaststelling van de Programabegroting 2023 (november 2022) t/m de raad van 11 mei 2023. • Mutatie als gevolg van de meicirculaire 2023. Deze meicirculaire is afgezet tegenover de meicirculaire van 2022. Maasdriel krijgt extra middelen uit het gemeentefonds. In onderstaande tabel wordt het verloop van het begrotingssaldo weergegeven. Voor de mutaties naar aanleiding van de meicirculaire verwijzen wij naar Hoofdstuk 4: Algemene uitkering Gemeentefonds. De toelichtingen op de overige ontwikkelingen zijn onder de tabel gepresenteerd.
Omschrijving (bedrag x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
A. Saldo programmabegroting (raad november 2022)
536
1917
315
373
Amendementen Begrotingsraad (03-11-22)
-5
-5
0
0
Septembercirculaire 2022 (08-12-22)
-550
-1.930
-328
-328
Legesverordening 2023 (RB 08-12-22)
199
199
199
199
26-01-23)
60
60
60
60
Bijdrage Mobiliteitsfonds (16-02-23)
-27
-27
-27
-27
213
214
219
277
Stand meicirculaire 2023
44.950
45.320
41.652
41.001
Meerjarenbegroting 2024-2027
41.183
42.086
39.251
39.251
Saldo meicirculaire 2023
Aanpassing verordening onroerende-zaakbelasting 2023 (RB
Begrotingssaldo 2024-2027 inclusief vertaling raadsbesluiten periode nov. 2022 - juni 2023
B. Mutatie Meicirculaire 2023
3.767
3.234
2.401
1.750
Taakmutaties
-30
-30
-21
-20
Integratie- en decentralisatieuitkeringen
86
86
86
84
Vrij te besteden middelen na actualisatie circulaire
3.823
3.290
2.466
1.814
Begrotingssaldo 2024-2027 na verwerking meicirculaire 2023
4.036
3.503
2.685
2.091
Kaderbrief 2024-2027 - 11
Omschrijving (bedrag x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
C1: Indexering loonkosten (5,2%) cf meicirculaire 2023
-638
-638
-638
-638
C2: Indexering prijsinflatie (3%) cf meicirculaire 2023
C. Autonome ontwikkelingen
-682
-682
-682
-682
C3: Impact Gemeenschappelijke regelingen
-2.104
-2.365
-2.402
-2.202
C4: Indicatie financieel effect bestuursrapportage 2023
-1.250
-1.250
-1.250
-1.250
-785
-1.030
-1.332
-1.447
70
556
631
784
-5.389
-5.409
-5.674
-5.435
-1.353
-1.905
-2.989
-3.344
-516
-763
-761
-761
-1.869
-2.668
-3.750
-4.105
C5: Treasury gevolgen liquiditeitenplanning C6: Hervormingsagenda jeugd Totaal ontwikkelingen
Begrotingssaldo na autonome ontwikkelingen en meicirculaire 2023
D. Beleidsprioriteiten Totaal beleidsprioriteiten
Eindstand kaderbrief (A+B+C+D)
Toelichting op de autonome ontwikkelingen • De indexering loonkosten en de prijsinflatie zijn opgenomen op basis van de cijfers uit de meicirculaire, repsectievelijk 5,2% voor lonen en 3,0% voor prijzen. De prijsinflatie is opgenomen aan zowel de kosten- als de opbrengstenkant. • De ontwerpbegrotingen en ingediende zienswijzen van de Gemeenschappelijke Regelingen hebben een financieel effect op de begroting 2024. Het financieel effect is het effect als wordt ingestemd met de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. De door de gemeente Maasdriel ingediende zienswijzen zijn hierin niet meegenomen. Als de besturen van de gemeenschappelijke regelingen anders besluiten, wordt dit in de begroting van 2024 vertaald. • De bestuursrapportage laat een nadelig structureel financieel effect zien van ongeveer € 1.250.000. Op het moment van schrijven van de Kaderbrief wordt de bestuursrapportage opgesteld. Het bedrag betreft een indicatie. Onder andere de CAO 2021-2022 en de rentelasten als gevolg van de aangegane en geherfinancierde leningen van respectievelijk € 20 miljoen en € 7 miljoen zijn hierin verwerkt. • De gemeente investeert in de periode 2023 t/m 2026 volgens planning € 65 miljoen euro. Circa 2/3e bestaat uit investeringen/projectbudgetten die in een eerder stadium door de raad zijn vastgesteld.
Het andere deel bevat onderwerpen die nog aan de raad worden voorgelegd, zoals bijvoorbeeld de Zuidelijke Ontsluitingsroute (in afwachting van het vaststellen van het bestemmingsplan). Als investeringen worden gedaan worden daarvoor externe financieringen aangetrokken. Deze externe financieringen leiden tot rentelasten. • De hervormingsagenda jeugd. Op termijn moet de gemeente volgens de hervormingsagenda met minder middelen uit kunnen om de taken op het gebied van jeugd uit te voeren (oplopend naar € 784.000 in 2027). Om te voldoen aan de landelijke doelstellingen uit deze hervormingsagenda jeugd vormen we een bestemmingsreserve bij het opstellen van de programmabegroting 2024. Uit deze reserve bekostigen we alle preventieve investeringen. De hoogte moet nog bepaald worden na analyse van de ontvangen meicirculaires van het gemeentefonds. De verwachting is dat we € 1,5 miljoen nodig hebben.
Kaderbrief 2024-2027 - 12
5 Algemene Uitkering Gemeentefonds Op 31 mei 2023 is de Meicirculaire 2023 gepubliceerd door de Rijksoverheid. In deze Kaderbrief wordt u geïnformeerd over de uitkomsten en de effecten van de Meicirculaire 2023. Het verschil tussen de Meicirculaire 2023 en de Septembercirculaire 2022 zijn voor Maasdriel als volgt:
Omschrijving (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Eindstand Meicirculaire 2023
44.950
45.320
41.652
41.001
MJB 2024-2027
41.183
42.086
39.251
39.251
Verschil
3.767
3.234
2.401
1.750
-30
-30
-21
-20
Waarvan: Taakmutaties (excl. Sociaal Domein) IU/DU Vrij te besteden
86
86
86
84
3.823
3.290
2.466
1.814
Toelichting uitkomsten Meicirculaire 2023 versus Meicirculaire 2022 Hervormingsagenda Jeugd De Algemene ledenvergadering van de VNG stemde tijdens het VNG-congres in met het principeakkoord voor de Hervormingsagenda Jeugd. De bedragen voor 2024 en 2025 zijn nu definitief toegekend, waarbij de ingeboekte besparing door het Rijk is bevroren op het niveau 2023. Vanaf 2026 komt de bezuiniging weer volledig in de berekeningen naar boven. De Hervormingsagenda Jeugd heeft twee doelen die nadrukkelijk aan elkaar zijn gekoppeld: 1. Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is; 2. Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen heeft het kabinet besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing. De Rijksoverheid heeft de verantwoordelijkheid om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen.
Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden. Gemeenten kunnen dan uit met minder middelen uit het gemeentefonds. Deze financiële korting op de uitkering in het gemeentefonds wordt in de
Kaderbrief 2024-2027 - 13
meerjarenbegroting vertaald in de uitvoeringsbudgetten. Dit gebeurt door een taakstelling op te nemen in de budgetten.
Accres ontwikkeling Tot en met 2025 was de trap-op-trap-af systematiek al bevroren, om gemeenten zo meer stabiliteit en zekerheid te geven over de inkomsten uit het gemeentefonds gedurende deze kabinetsperiode. Nu heeft het kabinet besloten om de trap-op-trap-af-methodiek helemaal los te laten vanaf 2027 en de hoogte van het gemeentefonds mee te laten bewegen met de ontwikkeling van het 8-jaarsgemiddelde van het Bruto binnenlands product (BBP). De impact hiervan wordt voor het eerst duidelijk bij de Septembercirculaire 2023 in de jaarschijf 2027. Opschalingskorting Daarnaast wordt de opschalingskorting weer toegepast in 2026. Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Het kabinet heeft de opschalingskorting bevroren tot en met 2025 zodat gemeenten iets van financiële ademruimte kregen. De korting komt in volle omvang terug in 2026. Deze wordt door gemeenten als oneerlijk ervaren, omdat het principe van herindelen van bovenaf is opgelegd. Energietoeslag 2023 - proces Voor 2023 is besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan huishoudens met een laag inkomen uit te keren om hen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Met de Decembercirculaire 2022 heeft het Rijk € 500 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten.
Het resterende bedrag, € 875 miljoen, zal in de Septembercirculaire 2023 via een decentralisatie-uitkering worden verdeeld en niet via de algemene uitkering.
Taakmutaties In de Meicirculaire 2023 wordt een aantal nieuwe taakmutaties genoemd en taakmutaties die verhoogd of verlaagd worden. In de tabel worden de taakmutaties benoemd met een impact groter dan € 5.000 en worden vervolgens toegelicht.
2024
2025
2026
2027
Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag
6
6
6
5
Wet Goed Verhuurderschap
17
17
16
16
Overig
7
7
-1
-1
Totaal
30
30
21
20
Taakmutaties (x € 1.000)
Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Op 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking getreden. Vanaf dit uitkeringsjaar zijn er structurele middelen beschikbaar gesteld voor de financiële gevolgen die de invoering van deze wet met zich meebrengt voor gemeenten. Wet Goed Verhuurderschap In het Coalitieakkoord Rutte IV is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel goed Verhuurderschap. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de
Kaderbrief 2024-2027 - 14
implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld in de Miljoenennota 2023, de verdeling van de middelen is nu bekend. We krijgen geld ter dekking van kosten voor invoering en handhaving van de landelijke regels en het instellen van een meldpunt.
Integratie-, decentralisatie- en specifieke uitkeringen Via circulaires van het Rijk wordt de gemeente geïnformeerd over de bijdragen uit het gemeentefonds, inclusief de zogenaamde integratie uitkeringen (IU) en decentralisatie uitkeringen (DU). Intregratie-uitkering Een integratie-uitkering is bestemd om middelen via het gemeentefonds te verdelen op een manier die afwijkt van de algemene uitkering. De integratie-uitkering wordt vooral gebruikt om te grote herverdeeleffecten op te vangen. Herverdeeleffecten zijn financiële voor- of nadelen voor gemeenten die worden veroorzaakt door een andere verdeling van gelden. Met een integratie-uitkering kan het Rijk dus voor een aantal jaren middelen aan gemeenten verstrekken via het gemeentefonds, zonder gebonden te zijn aan de verdeelsystematiek van de algemene uitkering. Dit maakt voor specifieke taken of beleidsterreinen een gerichte verdeling van het budget mogelijk. Decentralisatie-uitkering Decentralisatie-uitkeringen verschillen slechts op twee punten van integratie-uitkeringen: bij een decentralisatie-uitkering hoeft het tijdstip van overheveling naar de algemene uitkering nog niet bekend te zijn en het is mogelijk om de decentralisatie-uitkering naar een deel van alle gemeenten te verdelen (zoals bijvoorbeeld aan centrumgemeenten).
De decentralisatie-uitkering wordt daarom gebruikt om specifieke uitkeringen over te hevelen naar het gemeentefonds en om de vorming van nieuwe specifieke uitkeringen te voorkomen. Jaarlijks wordt bezien of overgang van decentralisatie-uitkering naar de algemene uitkering mogelijk en wenselijk is of dat de looptijd van het beleid is beëindigd en de decentralisatie-uitkering komt te vervallen. Decentralisatieuitkeringen zijn apart zichtbaar binnen het gemeentefonds. Een gemeente ziet dus hoeveel geld er via decentralisatie-uitkeringen beschikbaar is gesteld. Specifieke uitkering Het feit dat gemeenten middelen ontvangen via een integratie of decentralisatie-uitkering betekent niet dat gemeenten over de besteding ervan verantwoording moeten afleggen aan het Rijk. Dit in tegenstelling tot specifieke uitkeringen. De middelen met betrekking tot de specifieke uitkeringen lopen echter niet via het gemeentefonds. De verantwoording over de besteding van een decentralisatie-uitkering en de integratie-uitkering wordt afgelegd aan de gemeenteraad. Het staat de gemeente vrij deze gelden te bestemmen.
Overzicht uitkeringen gemeentefonds In onderstaand overzicht zijn integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen opgenomen. Onderwerpen met een impact groter dan € 5.000 worden benoemd en toegelicht.
IU/DU (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Brede impuls Combinatiefuncties
-71
-71
-71
-71
Overig
-15
-15
-15
-13
Totaal
-86
-86
-86
-84
Kaderbrief 2024-2027 - 15
Brede impuls Combinatiefuncties. Op 8 februari 2023 is de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel 'Brede SPUK') gepubliceerd. Voor bestaande Brede Regeling Combinatiefuncties betekent dit een wijziging van het type uitkering van een decentralisatieuitkering naar een specifieke uitkering. De inkomsten lopen vanaf 2023 niet meer via het gemeentefonds, maar via de specifieke uitkering.
Kaderbrief 2024-2027 - 16
6 Beleidsprioriteiten 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk doen we u een voorstel voor nieuw beleid vanaf 2024. Op deze manier kunt u in een vroeg stadium nagaan welke wettelijke nieuwe taken we op moeten pakken en afwegen welke nieuwe ontwikkelingen of investeringen noodzakelijk of gewenst zijn. Belangrijkste uitgangspunt voor een beleidsprioriteit is voldoen aan de voorwaarden van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar). Er wordt onderscheid gemaakt in beleidsprioriteiten die wettelijk zijn, een relatie hebben met het bestuursakkoord hebben en wensen betreffen. De eerste lijst betreft autonome ontwikkelingen die onontkomelijk zijn. Deze hebben een wettelijke basis of zijn een gevolg van het bestaande beleid van de gemeente. Vervolgens zijn in lijst 2 beleidsprioriteiten gepresenteerd die aansluiten bij de ambities van de raad. Bij veel van deze onderwerpen is een relatie gelegd met het bestuursakkoord. De laatste en derde lijst zijn overige wensen waarmee het college een voorzet doet met invulling van beleidsprioriteiten richting de komende programmabegroting. 6.2 Toelichting beleidsprioriteiten Nummer Beleidsprioriteiten lijst 1 = reeds toegezegd of wettelijk verplicht
2024
2025
2026
2027
Structureel 1a
Vervangen kunstgrasvelden DSC
0
92
91
90
1b
Dekking huidige kapitaallasten begroting
0
-42
-42
-42
2
Capaciteitsuitbreiding Vergunningverlening APV
55
55
55
55
3
a. Capaciteitsuitbreiding voor klimaat en energiebeleid CDOKE 0
0
0
0
b. Energie Expertiseteam Rivierenland (Energieloket voor bedrijven) 4
Energieloket Maasdriel (t.b.v. woningen) Basisdienstverlening + fysiek spreekuur voortzetten vanuit eigen middelen (Uitgangspunt is dat we de kosten volledig vergoed krijgen)
0
0
0
0
5
Vluchtelingenbeleid (w.o. opvang Oekraïense vluchtelingen)
0
0
0
0
6
Aandachtsdossiers
150
230
230
230
Totaal lijst 1
205
335
334
333
2024
2025
2026
2027
huisartsenpraktijken
60
60
60
60
7b
Dekking reserve
-60
-60
0
0
7c
Dekking taakstelling
0
0
-60
-60
8a
Pilot Gelres End inclusieve dagbesteding / huiskamer
50
25
0
0
8b
Dekking algemene reserve
-50
-25
0
0
9a
(Structurele) dekking doorontwikkeling adviespleinen
275
275
275
275
Nummer Beleidsprioriteiten lijst 2 = in bestuursakkoord Incidenteel 7a
Praktijkondersteuners GGZ-jeugd (POH-GGZ Jeugd) op de
Kaderbrief 2024-2027 - 17
Nummer Beleidsprioriteiten lijst 1 = reeds toegezegd of wettelijk verplicht
2024
2025
2026
2027
9b
Dekking reserve
-275
-150
-75
0
9c
Dekking taakstelling
0
-125
-200
-275
10
Capaciteit innen verblijfsbelasting / overdracht BSR
-
-
-
-
Totaal lijst 2
-
-
-
-
2024
2025
2026
2027
-
-
-
-
2024
2025
2026
2027
Nummer Beleidsprioriteiten lijst 3
Subtotaal beleidsprioriteiten (incidenteel) lijst 3
Nummer Beleidsprioriteiten capaciteit inclusief normatief begroten Structureel 11
Normatief begroten maximum schaal
118
235
235
235
12
Personele uitbreiding team R&B
90
90
90
90
13
Capaciteitsuitbreiding toezicht(eigen toezichthouder Wabo)
77
77
77
77
14
Capaciteitsuitbreiding woningbouwontwikkeling (o.a. projectondersteuning)
26
26
26
26
Subtotaal beleidsprioriteiten (structureel) lijst 3
311
428
428
428
2024
2025
2026
2027
Totaal beleidsprioriteiten
516
763
762
761
-75
-
Inzet nog te vormen reserve Hervormingsagenda Jeugd*
-335
-210
Inzet algemene reserve
-50
-25
Op te nemen taakstelling
-
-125
-260
-335
-385
-360
-335
-335
(*) Om te voldoen aan de landelijke doelstellingen van de hervormingsagenda jeugd vormen we een bestemmingsreserve bij het opstellen van de programmabegroting 2024. Uit deze reserve bekostigen we alle preventieve investeringen. De hoogte moet nog bepaald worden na analyse van de ontvangen meicirculaires van het gemeentefonds. De verwachting is dat we € 1,5 miljoen nodig hebben. 1. Vervangen kunstgrasvelden DSC Bij voetbalvereniging DSC ligt één volledig kunstgrasveld en één pupillenveld kunstgrasveld uit 2010. Kunstgrasvelden moeten als deze 8 jaar oud zijn om de twee jaar gekeurd worden op de gebruikersnorm (NOC*NSF-KNVB). In januari 2022 vond deze keuring weer plaats. Hieruit bleek dat de velden niet meer voldoen aan de gestelde norm. Geadviseerd werd om de doelgebieden te vervangen, dit is gedaan. Door deze te vervangen verbetert de kwaliteit en wordt de levensduur van de kunstgrastoplaag op deze posities verlengd met één of twee jaar tot 2023 of 2024. Er is nu dus redelijke kans dat de velden op korte termijn worden afgekeurd. We willen voldoen aan de gebruikersnorm voor kunstgrasvelden. Daarmee waarborgen we dat er op een veilige en verantwoorde manier gesport kan worden. In de begroting is gedeelteijke dekking voor deze investering.
Kaderbrief 2024-2027 - 18
2. Capaciteitsuitbreiding vergunningverlening Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Er is voor 28 uur per week formatie (0,778 fte) voor de functie van adviseur vergunningverlening APV. In deze formatie moeten alle aanvragen en meldingen behandeld worden die voortvloeien uit de APV en een aantal bijzondere wetten zoals de Alcoholwet. Daarnaast hoort bij de functie ook het adviseren over en het laten vaststellen van beleid zoals de APV, evenementenbeleid, terrassenbeleid, marktbeleid enz. Veel van deze beleidsterreinen zijn er onlangs bijgekomen. Daarnaast geldt dat de eisen met betrekking tot evenementenveiligheid de laatste jaren aangescherpt. Verder zien we een verzwaring van de eisen door de Veiligheidsregio en een toegenomen hoeveelheid regels vanuit het Rijk. Hierdoor worden de werkzaamheden al langere tijd niet meer voldoende kwalitatief uitgevoerd binnen de huidige formatie. Uit benchmark-onderzoek en een rekenmodel is op te maken dat er in Maasdriel 1,45 fte benodigd is. Dat betekent dat een structurele ophoging van 0,667 fte (24 uur per week) aan formatie nodig is. Hiermee voldoen de gemeente aan wet- en regelgeving en wordt de veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd. 3. CDOKE , inclusief Energie Expertise team Rivierenland De Klimaatwet is aanleiding voor deze beleidsprioriteit.
Met de Klimaatwet wordt beoogd om in 2050 nog boven water te kunnen wonen, leven en ondernemen in Maasdriel. Hierbij moet iedereen ook nog toegang hebben tot betaalbare energie en warmte. Het doel is Maasdriel CO2 neutraal (aardgasloos en energieneutraal) in 2050 met voor iedereen betaalbare, zo veel mogelijk lokaal duurzaam opgewekte energie en warmte. Daarvoor moet alles waarvoor nu nog fossiele brandstof wordt gebruikt overschakelen op niet fossiele brandstof. Deze brandstof (en de bijbehorende infrastructuur) is schaars. Daarom moet het energieverbruik sterk worden teruggedrongen. Hiervoor moeten o.a. alle woningen (en andere panden) tijdig maximaal worden geïsoleerd en worden voorzien van een alternatieve verwarmingsbron of worden aangesloten op een collectief warmtenet. De gemeente heeft op grond van de klimaatwet de regie op de energie- en warmtetransitie in de bebouwde omgeving (de wijken, met alles daarin). Naast de Klimaatwet is er andere wet- en regelgeving zoals de Regionale Energie Strategie (RES) en het Gelders Energie Akkoord.
Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid Dit jaar ontvingen we van het Rijk de beschikking 'Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaaten energiebeleid (CDOKE). CDOKE is een tijdelijke SPUK (specifieke uitkering) regeling met het doel om de capaciteit (bemensing) te vergroten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de volgende sectoren: a. gebouwde omgeving; b. elektriciteit; c. mobiliteit; d. industrie e. overig klimaat- en energiebeleid. Tot 2030 komt ruim € 400.000 per jaar beschikbaar voor Maasdriel. Het geld is voor de jaren 2023, 2024 en 2025 al toegekend. De concrete besteding is voor het overgrote deel nog niet bepaald en wordt in de loop van 2023 verder uitgewerkt.
Energie Expertise team Rivierenland (EER) Dit project is in 2021 en 2022 voorbereid en gaat in 2023 van start. Dit project kan, naar alle waarschijnlijkheid, uit de CDOKE gelden worden gefinancierd. Dit is een initiatief van Werkgeversorganisatie VNO-NCW met Energie
Kaderbrief 2024-2027 - 19
Samen Rivierenland om regionaal een Energie Expertise team (denk aan een soort Energieloket voor bedrijven) in te richten. Vanuit dit team worden ondernemers geholpen bij vragen over de noodzakelijke verduurzaming. Alle gemeenten in Rivierenland doen mee. De provincie Gelderland heeft het voortraject gesubsidieerd en geeft ook subsidie voor de opstart. Ondernemers betalen een gereduceerd tarief bij het afnemen van advies en ondersteuning. De gemeentelijke bijdrage is op dit moment € 27.000 per jaar. 4. Duurzaamheid, Energieloket Maasdriel (voortzetten Energieloket voor woningen) Naar 2050 toe wordt het aardgas uitgefaseerd en moeten alle woningen via een andere energiebron worden verwarmd. Momenteel gaat er veel energie verloren door slechte isolatie. De woningen moeten daarom geïsoleerd en klaargemaakt worden voor de nieuwe vorm van verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen. Iedereen moet toegang hebben tot betaalbare energie en warmte. Maasdriel heeft op grond van de Klimaatwet een regierol in de energie- en warmtetransitie in de bebouwde omgeving om alle woningen op tijd en betaalbaar geïsoleerd te hebben en te voorzien van of aangesloten op een andere warmtebron. Huiseigenaren moeten zelf hun woningen isoleren en verduurzamen en daarvoor stelt het Rijk grote bedragen beschikbaar via SPUK en andere regelingen.
Het is de rol van de gemeente om de huiseigenaren te ondersteunen bij die opgave. Het Energieloket is het gezicht, het loket, de vraagbaak van de gemeente voor de verduurzaming van de eigen-woningvoorraad. In 2017 is regionaal een Energieloket opgericht om voor gemeenten het loket te vormen voor vragen van woningeigenaren over de verduurzaming van eigen woningen. Met hulp van eenmalige bijdragen (gemeentefonds, specifieke uitkeringen en subsidies) en ondersteuning van de provincie is het energieloket geprofessionaliseerd en gegroeid. Waar het Energieloket Maasdriel in 2017 enkele vragen per maand van inwoners ontving gaat het inmiddels om honderden vragen. De energiecrisis heeft de vraag naar ondersteuning een enorme boost gegeven. Sinds enkele jaren is de dienst uitgebreid met een fysiek wekelijks spreekuur op het gemeentehuis. In 2022 is de dienstverlening van het Energieloket ook langzaam uitgebreid naar de doelgroep huurders om hen te informeren over de mogelijkheden om de energierekening te verlagen door gedrag en kleine maatregelen. Het aanvankelijke budget van € 1 per inwoner voor enkel het digitale loket is niet meer toereikend. In totaal bedragen de jaarlijkse kosten van het Energieloket Maasdriel nu € 86.000. • Tot 2024 ontvangen we hiervoor van de provincie € 0,50 subsidie per inwoner.
Het is nog niet bekend of deze subsidieregeling wordt voortgezet en zo ja hoe hoog. • Er wordt onderzocht of (een deel van) het benodigde bedrag uit de CDOKE gelden kan worden gefinancierd. • Het uitgangspunt is dat de gemeente de kosten volledig vergoed krijgt. 5. Vluchtelingenbeleid (waaronder opvang van Oekraïense vluchtelingen) Sinds april 2022 vangen we op verzoek van het Rijk in een gemeentelijke opvang locatie Oekrainse vluchtelingen op. Vooralsnog loopt deze opvangmaatregel tot april 2024. Daarnaast is er ook in Nederland de opvang van andere vluchtelingen. Deze toestroom is zodanig groot dat de Rijksoverheid recent een spreidingswet heeft aangenomen waarmee zij een dringend en dwingend beroep op gemeenten kan doen en doet om structurele- en crisis noodopvang plaatsen te bieden. De komst van de spreidingswet en het feit dat er een exitstrategie moet zijn met betrekking tot de opvang van Oekrainse vluchtelingen maakt het ook voor Maasdriel noodzakelijk om van vluchtelingenbeleid een prioriteit te maken. Op basis van het eerdere besluit tot opvang van Oekrainse vluchtelingen en de eventuele komst van meer vluchtelingen is Maasdriel verplicht om beleid te ontwikkelen. Hierbij is het betrekken van inwoners noodzakelijk
Kaderbrief 2024-2027 - 20
voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak. Gelet op de aantallen vluchtelingen is het beleidsdoel om een visie en plan te ontwikkelen dat in een nauwe regionale samenwerking tot stand komt. Een plan dat voorziet in een structurele opvangcapaciteit voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen en/of een structurele opvang van tenminste 200 plaatsen voor vluchtelingen/asielzoekers en een tijelijke crisisnoodopvang voor tenminste 50 vluchtelingen. Hierbij gaat het naast de fysieke locatie ook om zaken als bevolkingszorg, onderwijs en gezondheidszorg. Het doel is dat Maasdriel: • Actief en zichtbaar bijdraagt aan een groot sociaal maatschappelijk probleem; • Bijdraagt aan intergratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving; • Werkt aan een positieve beeldvorming rond vluchtelingen in de samenleving. De kosten die een gemeente maakt worden door het Rijk gecompenseerd en/of door derden uitgevoerd. De politiek is aan zet voor wat betreft het toezien op uitvoering en naleving van deze wet en het informeren en betrekken van inwoners met het oog op maatschappelijk draagvlak.
Planning 2023: Ontwikkeling van visie en plan en besluitvorming. 2024-2027: Realisatie van plan en planning en doorontwikkeling zodat zo flexibel mogelijk de wisselde vraag naar opvang kan worden beantwoord. 6. Aandachtsdossiers Heeft een dossier een complexe juridische structuur en vraagt het buitengewoon veel aandacht van de ambtelijke organisatie? Dan kan het college besluiten dit dossier te benoemen tot een bestuurlijk aandachtdossier. Momenteel lopen er twee langdurige dossiers die aan deze criteria voldoen en ook door het college zijn aangemerkt als aandachtdossier. Het betreft een geitenhouderij in Hurwenen en De Bol in Heerewaarden. Een aandachtsdossier heeft geen vooraf gestelde einddatum en het is ook lastig om het project via mijlpalen in een planning weg te zetten. Algemeen kunnen we stellen dat een aandachtsdossier in ieder geval actueel blijft zolang er zaken lopen die binnen de scope vallen. Denk daarbij onder andere aan vergunningstrajecten en handhavingszaken met bijbehorende bezwaar- en beroepsprocedures. Vanwege de omvattendheid en complexiteit zijn er legio risico´s te benoemen in alle afzonderlijke procedures. Door dit te kenmerken en aan te pakken als aandachtsdossier, met bijbehorend plan van aanpak, beogen we die risico´s te ondervangen door betere afstemming, integrale afweging, duidelijke werkafspraken en een doelmatige aanpak.
In 2024 is er geen budget voor aandachtsdossiers. Tot op heden werden deze kosten achteraf verantwoord in de bestuursrapportage. 7. Praktijkondersteuners GGZ-jeugd (POH-GGZ Jeugd) op de huisartsenpraktijken Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Eén van de wettelijke verwijzers binnen de Jeugdwet zijn de huisartsen. Zij mogen op basis van de Jeugdwet jongeren doorverwijzen naar specialistische jeugdzorg die voor rekening van de gemeente komt. Het aantal verwijzingen door huisartsen is de laatste jaren gemiddeld 40% van het totaal aantal verwijzingen naar jeugdhulp. Met de inzet van de POH-GGZ Jeugd bij de huisartsen proberen we jeugdigen met GGZ-problematiek sneller passende hulp te geven. De huisarts hoeft hierdoor minder
Kaderbrief 2024-2027 - 21
vaak door te verwijzen naar (dure) specialistische zorg. Dat werkt kostenbesparend voor de gemeente, maar voor de jeugdigen is het fijn dat ze sneller en beter geholpen worden. Gedurende de looptijd van de pilot zien we een forse toename van GGZ-problematiek onder jongeren, ook na de coronaperiode, en is de urgentie om de POH-GGZ Jeugd in te zetten alleen maar toegenomen. De samenwerking tussen de POH-GGZ Jeugd en het gebiedsteam is goed. Waar dat past wordt steeds meer verwezen naar voorliggende voorzieningen. Met de inzet van de POH-GGZ Jeugd bij de huisartsen proberen we jeugdigen met GGZ-problematiek sneller, tijdig, laagdrempelig en adequate hulp te geven. Gevolg is daarbij dat huisarts hierdoor minder vaak hoeft door te verwijzen naar (dure) specialistische zorg. De gemeente investeerde de afgelopen jaren in de inzet van praktijkondersteuners GGZ Jeugd (POH-GGZ Jeugd) bij huisartsen. Het betrof in beginsel een pilot met een looptijd van 3 jaar, waarbij jaarlijks een bedrag van € 30.000 beschikbaar is gesteld. Bij de start van de pilot is met de huisartsen afgesproken dat de inzet van de POH-GGZ Jeugd in principe een structureel karakter moet hebben, tenzij de praktijk uitwijst dat de pilot niet succesvol is. Deze pilot is eenmalig verlengd met twee jaar voor de jaren 2022 en 2023.
Gedurende de pilot hebben vier huisartspraktijken gebruik gemaakt van de POH-GGZ Jeugd en momenteel zijn dit er drie. Ons voornemen is om de inzet van de POH-GGZ Jeugd in de komende maanden te evalueren. Gezien de looptijd van de pilot is het tijd om de pilotfase af te ronden en deze bij een goed resultaat te bestendigen. Gelet op de (eerste) ervaringen, ook in andere gemeenten, gaan we er vanuit dat we ook in de toekomst graag willen werken met de inzet van POHGGZ Jeugd op de huisartsenpraktijken in Maasdriel. De uitrol en het bestendigen van de inzet van de POH-GGZ Jeugd vraagt om extra ambtelijke inzet als het gaat om de monitoring en de uitrol/uitbreiding naar meerdere huisartspraktijken. Die inzet past bij onze reguliere werkzaamheden en (beleids)doelen. Op basis van de registratie gaan we monitoren wat het niet doorverwijzen naar specialistische hulp heeft ‘opgeleverd’. Op termijn kan dit betekenen dat de POH-GGZ zich ‘terugverdient’ met niet ingezette jeugdhulp (= inverdieneffect).
Planning 2023/2024/2025: Uitbreiding/dekking naar meer huisartsprakijken in Maasdriel en monitoring van de inzet 8. Huiskamers Welzijn In het najaar van 2022 is in Hedel in dorpshuis Gelre's End de eerste Huiskamer van Welzijn Bommelerwaard geopend. In mei 2023 volgde de opening van de huiskamer in Kerkdriel in de ontmoetingsruimte in De Leyenstein. De huiskamers bieden een veilige, warme en verbindende rol voor inwoners die bijvoorbeeld de eenzaamheid willen tegengaan, voor wie last heeft van verwarring of beginnende dementie maar ook voor wie gezelligheid zoekt. Door de opzet en werkwijze fungeert het als een preventieve voorziening. Tevens is de huiskamer van Welzijn Bommelerwaaes gekoppeld aan het Adviesplein en versterkt deze samenwerking de gezamenlijke doelstelling. De aanleiding voor de opzet van de huiskamers schuilt grotendeels in het succes die deze opzet elders heeft en sluit aan op het algemeen landelijk beleid dat gemeenten meer (moeten) inzetten op preventieve aanpak om met name escalatie van situaties te voorkomen en daarmee duurdere maatwerkoplossingen. Maasdriel 'moet' hierin mee. Preventieve aanpak is gericht op vroegtijdige signalering en leidt aantoonbaar tot voorkoming van verslechtering van de situatie van de betreffende inwoners.
Inwoners die het betreft ervaren dat ze tijdig gezien en gehoord worden en (tijdig) antwoorden/ aandacht/ hulp krijgen waarmee verslechtering van hun situatie wordt voorkomen. De gemeente en ketenpartners binnen het sociaal domein kunnen inzetten op preventie en vroegsignalering. Vroegsignalering vergroot de kans op het inzetten van goedkopere voorzieningen en daarmee
Kaderbrief 2024-2027 - 22
op termijn het realiseren van een kostenvermindering. Daarmee samenhangend worden duurdere maatwerkvoorzieningen voorkomen, hetgeen de kans vergroot om bezuinigingstaakstellingen van het Rijk het hoofd te kunnen bieden. Voor de gemeente levert dit op dat we onze inwoners beter leren kennen, een grote(re) inwonertevredenheid bereiken en een positieve impuls geven aan beter relatiebeheer. De komende jaren zetten we in op doorontwikkeling van het concept en een toename van het aantal ketenpartners dat betrokken wordt bij deze preventieve voorziening. De inzet op de huiskamers, monitoring van de resultaten en de doorontwikkeling vraagt om extra formatie. 9. Adviespleinen Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet. Op basis van deze wetten komen inwoners die dat nodig hebben in aanmerking voor algemene ondersteunende en/of begeleidende voorzieningen (denk aan inkomensondersteuning en hulpmiddelen) en/of maatwerkvoorzieningen. Hierbij geldt dat hoe eerder mensen zich melden, hoe eerder we een diagnose kunnen stellen. Daarmee kan meestal ook eenvoudiger een oplossing worden gevonden. De praktijk leert ook dat deze vroegsignalering maatwerk kan voorkomen en daarmee kosten kan besparen. Om die reden is het belangrijk dat ingezet wordt op een laagdrempelige toegang tot informatie en advies.
Waarbij de mogelijkheid tot anonimiteit ook een factor van belang kan zijn. De aanleiding voor de opzet van de Adviespleinen ontstond door een bezoek aan andere gemeenten en het enthousiasme over de resultaten die dit oplevert voor inwoners waar het gaat om een laagdrempelige toegang tot informatie, advies en wegwijs naar de diensten en producten binnen het sociaal domein. In maart 2023 is het eerste Adviesplein in Hedel geopend. En in juni 2023 volgt de opening van het adviesplein in Kerkdriel in de bibliotheek. De Adviespleinen zijn voor inwoners een laagdrempelige toegang tot informatie en advies over producten en diensten van het sociaal domein in het bijzonder en andere gemeentelijke diensten in het algemeen. Inwoners ervaren dat ze gezien en gehoord worden en (tijdig) antwoorden krijgen op hun vragen om advies, hulp of ondersteuning. De gemeente en ketenpartners binnen het sociaal domein kunnen meer inzetten op preventie en vroegsignalering. Vroegsignalering vergroot de kans op het inzetten van goedkopere voorzieningen en daarmee op termijn het realiseren van een kostenvermindering. De voordelen voor de gemeente en de planning zijn vergelijkbaar met de beleidsprioriteit Huiskamers van Welzijn Bommelerwaard. De inzet op de adviespleinen, monitoring van de resultaten en de doorontwikkeling vraagt om extra formatie.
Door het preventieve karakter worden op termijn kosten bespaard, met name op de inzet van maatwerkvoorzieningen. Voor 2024 wordt er nog geen besparing geboekt maar voor 2025 wordt een besparing geboekt van € 100.000. Deze besparing op het budget Wmo/Jeugd wordt dan vervolgens als taakstelling opgelegd zodat de kosten betaald voor het Adviesplein worden aangevuld vanuit de budgetten Wmo/Jeugd. Voor 2026 gaat het om een besparing van € 175.000 en voor 2027 € 250.000. Op basis van de registratie monitoren we wat het tijdig signaleren en inzetten van algemene voorzieningen i.p.v. maatwerk oplevert en wat de effecten zijn op de kosten. Hierbij is de verwachting dat de taakstellende besparing op uitgaven ruim de kosten zullen dekken voor de preventieve aanpak via o.a. de Adviespleinen (= inverdieneffect).
Kaderbrief 2024-2027 - 23
10. Capaciteit innen verblijfsbelasting / overdracht BSR Het volgende staat in het bestuursakkoord: "We zien erop toe dat alle recreatieondernemers daadwerkelijk
verblijfsbelasting afdragen en betalen voor het gebruik van de openbare ruimte. Een deel van die inkomsten investeren we opnieuw in recreatie en toerisme. We onderzoeken hoe we de individuele dorpskernen mede kunnen laten profiteren van de baten uit recreatie en toerisme om bewonersinitiatieven mede mogelijk te maken.” De opbrengst van de verblijfsbelasting blijft al jaren achter bij de geschatte mogelijke opbrengst als gevolg van een onduidelijk werkproces. Door het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR wordt dat deel geoptimaliseerd. Dit moet leiden tot hogere opbrengsten. Bij de Bestuursrapportage 2022 is budget vrijgemaakt om de basis voor het opleggen van verblijfsbelasting op orde te brengen. Onder andere door hier tijdelijk extra capaciteit op in te zetten. Dit project is gestart met het aanstellen van een projectleider die is begonnen in 2023. Deze heeft inmiddels enkele belangrijke zaken in beeld gebracht, waaronder de mogelijkheid om het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR in Tiel. De gemeenschappelijke regeling BVEB voert het heffen en innen van de verblijfsbelasting nu zelf uit. Het is een (meer bestuurlijke) keuze om het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR.
Dit is mogelijk en als Maasdriel hiervoor kiest moet het algemeen bestuur hier mee instemmen. Voorgesteld wordt dat de gemeente de gegevensverzameling doet voor het basisbestand en dat de BSR het heffen en het innen uitvoert. De begrote kosten om het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR bedragen jaarlijks € 11.000. In 2024 is dit bedrag eenmalig € 5.000 hoger om het belastingsysteem klaar te maken voor het kunnen verwerken van deze heffing. Dit is inclusief het inrichten van een aangifteportaal. In plaats van een bijdrage aan de GR BVEB wordt een bijdrage aan de GR BSR gedaan. De BVEB ontvangt sinds ook verblijfsbelasting wordt geheven zakelijk / arbeidsgerelateerd verblijf (internationale arbeidskrachten) jaarlijks € 30.000 extra. Dat is niet meer nodig als het heffen en innen van verblijfsbelasting in totaliteit wordt overgedragen aan de BSR. Een deel van deze beschikbare middelen kan dan gebruikt worden om de kosten voor de BSR te dekken. 11. Normatief begroten op maximum schaal Het college heeft besloten om vanaf de begroting 2024 over te gaan op normatief begroten en hierbij als norm het maximum van de salarisschalen conform cao Gemeenten te hanteren. Normatief begroten geeft de manager speelruimte om in te kunnen spelen op in- en externe ontwikkelingen.
Normatief begroten creëert een stabielere begrotingsbasis die ook het bestuur een transparante maatstaf geeft. Door normatief te begroten is de gemeentesecretaris verantwoordelijk voor een gebalanceerde inzet van de ruimte die ontstaat bij normatief begroten. Hij heeft hiermee ruimte binnen de begroting om zijn doelstellingen te kunnen behalen en om te kunnen sturen op de uitgaven binnen de organisatie. In de afgelopen jaren is er veel beweging geweest in de in,-door- en uitstroom. De hoeveelheid vacatures en nieuwe instroom laat zien dat de huidige manier van begroten managers weinig ruimte biedt om daarop gedurende het jaar flexibel in te spelen. Bij normatief begroten wordt een stabiele begroting gecreëerd.Bij normatief begroten is er een afwijking tussen de werkelijke bezetting en de begroting. Deze afwijking wordt ook wel de managementopgave genoemd. Deze managementopgave biedt de manager de vrijheid en mogelijkheid om binnen
Kaderbrief 2024-2027 - 24
de norm te bewegen. Middelen die ontstaan door onderuitputting kunnen incidenteel ingezet worden voor bijvoorbeeld een inhuurkracht, vervanging voor langdurig verzuim, extra ondersteuning op complexe dossiers of het aantrekken van een trainee. De afgelopen jaren stappen meer gemeenten over op normatief begroten. Dit heeft er onder andere mee te maken dat steeds meer organisaties begroten op de gewenste situatie en de gewenste toekomst. Normatief begroten biedt mogelijkheden om in de huidige arbeidsmarkt flexibeler in te spelen op het capaciteitsvraagstuk. Normatief begroten maakt het mogelijk om keuzes te maken ten aanzien van flexibel belonen bij moeilijk vervulbare functies/ vacatures of tot het (al dan niet tijdelijk) invullen van extra capaciteit op complexe taken, projecten en/of incidentele vraagstukken. Door te begroten op het maximum van salarisschalen fluctueren de salariskosten alleen nog mee op de ontwikkelingen van de cao en eventuele verkleining of uitbreiding van formatie. Hierdoor zijn de salariskosten stabiel. Met het hanteren van een ingroeimodel worden de bij het normatief begroten behorende meerkosten geleidelijk en in 2 jaar opgevoerd in de begroting. 12.
Personele uitbreiding buitendienst Bij de buitendienst is sprake van een onbalans tussen kwantiteit en kwaliteit van het aanwezige personeel enerzijds en de omvang van het takenpakket binnen de dienst anderzijds. Met de huidige bezetting is de uitvoering van de meldingen en toezicht op uitvoering van onderhoud niet meer naar behoeven te realiseren. Op basis van een inventarisatie van werkzaamheden en benodigde capaciteit, is geconstateerd dat er 1,5 ft bij de buitendienst nodig is om een goede balans tussen werkload en capaciteit te creëren. Volgend jaar gaat een inhuurkracht die al meer dan 15 jaar wordt ingehuurd via de aannemer met pensioen. De inhuur komt oorspronkelijk van Werkzaak en toentertijd heeft de gemeente er voor gekozen hem via een aannemer in te huren. Een tweede reden is de stijgende aantallen meldingen door inwoners, ondernemers en collega’s. Deze moeten door de medewerkers van de buitendienst binnen gestelde tijd worden afgehandeld. Het aantal meldingen stijgt en het te onderhouden areaal breidt zich ieder jaar uit. Het aantal meldingen is dit jaar met 50 per maand (van 270 naar 340 meldingen) gestegen. De tijd van afhandelen loopt daardoor op. De afgesproken afhandelingstijd van twee weken wordt niet gehaald. Door de te hoge werkdruk is er weinig toezicht op aannemers die werk doen binnen de gemeente.
Onvoldoende kwaliteit van een aannemer wordt te laat of niet opgemerkt. Hierdoor worden eventuele correcties laat of niet gemaakt. Accurate en snelle afhandeling van vragen en meldingen en uitvoering van opdrachten zowel de gestelde kaders als wel betere kwaliteit per contract door beter toezicht. 13. Capaciteitsuitbreiding toezicht (eigen toezichthouder Wabo) De gemeente moet in het algemene belang zorgdragen voor een goede naleving van regels en het tegengaan van ondermijnend gedrag. Op 10 november 2022 heeft uw raad de Integrale handhavingsvisie gemeente Maasdriel vastgesteld. Met deze visie benadrukt de raad het belang van handhaving en wordt gestreefd naar een goede taakuitvoering op het gebied van handhaving. Hieraan is door de raad ook de wens gekoppeld om de toezichtsen handhavingscapaciteit te intensiveren. Met de overgang naar de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) is de beschikbare formatie voor toezicht en handhaving, maar nog belangrijker bepaalde specifieke functies, eveneens overgegaan. Voor bijzondere toezichts- en handhavingssituaties (maatwerk) lijkt de fysieke afstand tussen gemeente en de ODR te groot te zijn. Om snel te kunnen schakelen en betere verbanden te kunnen leggen met andere beleidsgebieden, is het beter