CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Maasdriel 2022-2037

Commissie Samenleving en Financiën 27 september 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Maasdriel 2022-2037 (met presentatie)10.535 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2037 Toekomstbestendige onderwijshuisvesting in gemeente Maasdriel

Opdrachtgever Gemeente Maasdriel

Datum 2 maart 2022

Referentienummer 2210003/20220302/WL02

Auteur Onno Damen, Joelle Wijntjens en Leonoor Clemens

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave Inleiding

3

Aanleiding

3

Feiten en cijfers Maasdriel

3

Plan van Aanpak

4

Beleidskaders

6

Visie op onderwijshuisvesting

7

Aanbod en spreiding

7

Samenwerking en KC-vorming

7

Investeren in huisvesting kinderopvang

8

Passend en inclusief onderwijs

8

Duurzaamheid

9

Gezondheid

11

Flexibel ruimtegebruik

12

Type maatregelen binnen IHP

13

Ontwikkeling vraag en aanbod

18

3.1.1

Vraag en aanbod

18

Kansenkaarten en scenario’s

21

Toelichting kansenkaarten

21

Vraagstukken en scenario’s

22

4.2.1

Heerewaarden, Alem en Rossum

23

4.2.2

Kerkdriel en Velddriel

25

4.2.3

Hedel

27

4.2.4

Ammerzoden en Well

29

Financiën

31

Totale investering IHP 2022-2037

31

Uitgangspunten

31

Slotsom en aanbevelingen

33

Slotsom

33

Aanbevelingen

33

De inhoud van deze uitgave is eigendom van Fout! De documentvariabele ontbreekt. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS adviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

2/34

Inleiding Aanleiding De gemeenten Zaltbommel en Maasdriel hebben in 2017 gezamenlijk het IHP 2018-2032 opgesteld. Afgesproken is dat het IHP eens in de 4 jaar geactualiseerd wordt. In het licht van de actualisatie is een IHPkoerscheck uitgevoerd. Dit document vormt een goed vertrekpunt voor het op te starten IHP-proces. Uit de koerscheck is gebleken dat actuele ontwikkelingen vragen om een toegespitste visie en herijking van de afspraken in het IHP. Aangescherpte duurzaamheidseisen, lokaal beleid en het wetswijzigingsvoorstel van de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) maken het noodzakelijk om het meerjarenperspectief voor alle schoolgebouwen aan te passen en hierover nieuwe afspraken te maken. Om dit te realiseren is de wens uitgesproken om, in samenwerking met de schoolbesturen, het IHP voor de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel te actualiseren. Dit geactualiseerde IHP voor de periode 2022-2037, vervangt het IHP 2018-2032 en komt daarmee voor de gemeente Maasdriel te vervallen. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat er in de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet.

Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs die actief zijn binnen het gemeentegebied van Zaltbommel en Maasdriel en vertegenwoordigers van de gemeenten. Het IHP biedt een perspectief voor alle schoollocaties voor het primair onderwijs en voorgezet onderwijs voor de komende zestien jaar.

Feiten en cijfers Maasdriel De gemeente Maasdriel bestaat uit 11 kernen: Alem, Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Hoenzadriel, Hurwenen, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind. In de gemeente zijn 4 schoolbesturen actief in het basisonderwijs. Deze zijn: ▪ ▪ ▪ ▪

Stroomm Stichting Christelijk Onderwijs Bommelerwaard (SCOB) Vereniging voor Christelijk Onderwijs Well Bommelerwijs

www.icsadviseurs.nl

3/34

Primair onderwijs 1. Tweestromenschool 2. St. Odradaschool 3. De Bogerd 4. De Meidoorn 5. Mgr. Zwijsenschool 6. Deken Wehmeijerschool 7. De Lispeltuut 8. De Pollenhof 9. School met de Bijbel 10. De Schakel 11. De Hoeksteen

Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en opvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪

Visie op huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Het afsprakenkader op onderwijs- en opvanghuisvesting is beschreven in hoofdstuk 2: Visie op huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

4/34

▪

Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 3 wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling van vraag en aanbod in de gemeente Maasdriel. De factsheets zijn beschikbaar als bijlage.

▪

Kansenkaarten Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Maasdriel in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per gebied in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. De toelichting op de kansenkaart is weergeven in hoofdstuk 4: Kansenkaart op kernniveau.

▪

Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de kansenkaarten en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. De oplossingsrichtingen zijn financieel onderbouwd. De scenario’s zijn toegelicht in hoofdstuk 4: Kansenkaarten en scenario’s.

▪

Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. Het IHP is een planningsinstrument op basis waarvan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting kunnen worden gemaakt. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 5: Financiën.

▪

Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

5/34

Beleidskaders De volgende documenten zijn belangrijke voeding geweest voor het opstellen van het IHP: ▪ ▪ ▪

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2021 Maasdriel, Pronexus 2021; Integraal Huisvestingsplan 2018 – 2032 gemeenten Zaltbommel en Maasdriel; VNG, Kwaliteitskader huisvesting: Bouwen aan de wereld van morgen (2021).

Verder is bij het opstellen van het IHP voor een aantal brede beleidsthema’s een beschrijving gegeven van de wijze waarop de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties daarmee wensen om te gaan. Deze visie en de daaruit volgende afspraken op onderwijs- en opvanghuisvesting worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.

www.icsadviseurs.nl

6/34

Visie op onderwijshuisvesting In dit hoofdstuk is de visie op onderwijshuisvesting beschreven. De visie vormt het fundament voor de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeenten, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op de onderwijs(huisvesting) in de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. De vraag die centraal staat is: wat is nodig om te komen tot passende en toekomstbestendige huisvesting die een bijdrage levert aan goed onderwijs c.q. aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar? Aan de hand van verschillende thema’s wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag.

Aanbod en spreiding De gemeente Maasdriel bestaat uit verschillende kernen. Op dit moment is in 8 van de 11 kernen één- of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) aanwezig. In de gemeente Maasdriel groeit het aantal leerlingen in het primair onderwijs1. Het uitgangspunt is om de onderwijs- en opvangvoorziening(en) te behouden, mits de kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In kernen waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Schoolbesturen en gemeenten zijn daarmee samen aan zet om te zorgen voor een toekomstbestendig en duurzaam aanbod dat aansluit op de vraag. Om een breed aanbod in onderwijs te behouden is het streven slim gebruik te maken van de ruimten en om voorzieningen te delen, bijvoorbeeld door gezamenlijk huisvesting in kernen waar meerdere scholen zijn. Leegstand kan gebruikt worden voor kindvoorzieningen die de school ondersteunen/versterken.

Naast een aanbod in de kernen en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol. De gemeenten en schoolbesturen streven naar het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes.

Samenwerking en KC-vorming De schoolbesturen en de gemeenten hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te realiseren in kindcentra (KC). In deze kindcentra werken onderwijs en opvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. In een KC werken onderwijs en opvang samen aan een doorlopende lijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. De huisvesting moet uitnodigen tot samenwerking. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid als kindpartner (binnen de gestelde kaders) en vertrouwen tussen de betrokken partners is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. Een gezamenlijke koers slaagt niet wanneer draagvlak bij een van de partners ontbreekt. Dit vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving. Bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend2. Op dat moment wordt ook breder gekeken naar aanvullende behoeften vanuit de wijk. Dit zodat bij nieuwbouw optimaal wordt ingespeeld op ontwikkelingen binnen een kern/wijk (integrale benadering). Voorbeelden hiervan zijn 1 Er zijn scholen die (positief of negatief) afwijken van het algemene beeld van de leerlingontwikkeling.

2 In kleine kernen wordt specifiek gekeken hoe dit bereikt kan worden.

www.icsadviseurs.nl

7/34

zorgvoorziening, gym- en dorpshuisfunctie en bibliotheek die een KC én de gemeenschap versterken. Daarnaast stelt het vroegtijdig maken van (integrale) plannen in staat om het gebouw zodanig in te zetten dat het samenwerking tussen onderwijs en partners faciliteert. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden in het gebouw bekeken, zoals het inzetten van (structurele) leegstand. Op het moment dat er geen mogelijkheden zijn in het gebouw dan dient er maatwerk worden toegepast zoals investeren in huisvesting kinderopvang (zie verdere toelichting paragraaf 2.3). Bovendien krijgt de kwaliteit van scholen een impuls. Het kindcentrum biedt de mogelijkheid accenten te leggen die passen bij de ontwikkelbehoefte van het individuele kind. De maatschappelijke opbrengsten daarvan dragen op de lange termijn bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals participatiebevordering en gezondheidsontwikkeling. In Maasdriel is geen sprake van een voortgezet onderwijsvoorziening. Wel streven de primair schoolbesturen in Maasdriel naar een goede samenwerking met het voortgezet onderwijs in de buurgemeenten. Dit wil zeggen dat de samenwerking onder andere bestaat uit een soepele overdracht van primair naar voortgezet onderwijs om zo een doorgaande leerlijn te realiseren. Daarnaast kan ook sprake zijn van inhoudelijke samenwerking rondom invulling van onderwijs, bijvoorbeeld techniekonderwijs.

Voor de samenwerking is de Lokaal Educatie Agenda (LEA) leidend en ook de afspraken die gemaakt zijn komen daar inhoudelijk aan de orde. In de Lokaal Educatieve Agenda 2022 wordt vastgelegd op welke manier onderwijs, zorgpartners en gemeente samenwerken aan een optimaal ontwikkel- en opgroeiklimaat van jeugdigen.

Investeren in huisvesting kinderopvang Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is huisvesting van kinderopvang ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet (initiatief vanuit onderwijs en kinderopvang gezamenlijk is leidend). Vanuit de kinderopvangorganisaties is het huren van ruimten uitgangspunt. Per situatie wordt gekeken op welke wijze een investering kan plaatsvinden. Dit is in elke situatie maatwerk, waarbij de gemeente in ieder geval voldoende contractuele zekerheden bij de desbetreffende instellingen dient te verwerven. Voor het onderwijs heeft de gemeente een zorgplicht, voor de kinderopvang heeft de gemeente dit niet. De gemeente Maasdriel werkt aan het opstellen van beleidsregels omtrent de verhuur van ruimten in onderwijsgebouwen en haar maatschappelijk vastgoed.

Passend en inclusief onderwijs Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is een school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen in de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Daarnaast is in juli 2016 het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap in werking getreden. Landen moeten zorgdragen voor een inclusieve samenleving, waartoe ook inclusief onderwijs behoort. Schoolbesturen en de gemeenten onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Daarnaast is thuisnabij onderwijs belangrijk. Schoolbesturen en gemeente streven ernaar dit te bewerkstelligen. Samen met thuisnabij onderwijs moet de huisvesting ook inclusie ondersteunen. Vanuit meer inclusief onderwijs worden scholen steeds meer een vind- en werkplek van allerlei (zorg)partners om zo een inclusief/dekkend netwerk rondom het kind (het gezin) te realiseren. Dit heeft effect op de activiteiten die binnen kindcentra plaatsvinden en daarmee ook ruimtelijke consequenties. Bijvoorbeeld

www.icsadviseurs.nl

8/34

ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders en/of begeleiders. Hierin houdt bestaande regelgeving geen rekening mee en worden zowel schoolbesturen als gemeenten niet bekostigd voor het realiseren van meer vierkante meters. Gemeente en schoolbesturen onderkennen de ontwikkelingen die vanuit meer inclusief onderwijs er aan komen, ook in opmaat naar volledig inclusief onderwijs in 2037. Dit betekent ook dat op termijn het onderwijs en de gebouwen er anders uit gaan zien. Gemeente en schoolbesturen gaan wanneer dit zich voordoet actief in gesprek om tot een passende oplossing te komen.

Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. In lijn met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) vraagt dit om een verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen om daarmee de invloed van klimaatverandering op de mens en het milieu zoveel mogelijk beperken. Het thema duurzaamheid is in deze visie uitgewerkt aan de hand van de subthema’s energie, klimaatadaptatie, circulaire economie en natuurinclusief. Energie Per 1 januari 2021 is het Bouwbesluit aangepast en dienen alle nieuwe schoolgebouwen te voldoen aan BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw). Het is daarmee de wettelijke taak om volgens de BENG-normen nieuw te bouwen. In dit IHP geldt het advies om een stap extra te nemen en te bouwen volgens ENG (Energieneutraal Gebouw). De reden hiervoor is dat met een ‘minimale’ investering een grote kwaliteitsslag richting de toekomst kan worden gemaakt door de gebouwgebonden energieverbruik te minimaliseren tot nul. De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG). De stap van BENG naar ENG is te realiseren middels een schoolbestuurlijke bijdrage. Waar dat niet kan of mogelijk is gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek. Bovendien wordt nieuwbouw aardgasloos gebouwd. Voor renovatie geldt dat de ambitie van BENG beargumenteerd benaderd tot het niveau dat te plegen investeringen in verhouding staan tot de opbrengsten.

Voor alle bestaande gebouwen geldt dat deze pas aardgasloos worden zodra vanuit de warmtetransitie zich een kans voordoet bij de spreekwoordelijke voordeur van het gebouw3.

3 De kosten voor het aardgasloos maken van bestaande schoolgebouwen is niet meegenomen in de financiële doorrekening van het IHP

omdat deze kosten te ongewis zijn. Daarnaast is eerst zicht op de warmtetransitie en de vorm van warmteopwekking nodig voordat zinvolle investeringsramingen kunnen worden gemaakt.

www.icsadviseurs.nl

9/34

Wettelijke verplicht BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie zoals smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ ▪ ▪

De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.

Ambitie IHP ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is. Door middel van zonnepanelen kunnen scholen ook energieleverend zijn. Met voldoende dakoppervlak kunnen zonnepanelen worden geplaatst waarmee de school een bijdrage kan leveren aan een energie neutrale wijk. Energienet Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbaarheid van aansluitingen op het energienet. In de praktijk blijkt er nu onvoldoende capaciteit om duurzaamheidsopties te kunnen realiseren. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert doordat de temperatuur op aarde stijgt. Deze klimaatverandering is inmiddels duidelijk waarneembaar, zoals extreme buien, lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving. Klimaatadaptatie is een instrument waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, waardoor klimaatbestendigheid ontstaat. Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids-)velden.

Belangrijke relaties zijn er o.a. met groenvoorziening, gebruik en inrichting van de openbare ruimte, bebouwing, (regen)wateroverlast en droogte. Voor de schoolomgeving is het van belang om te anticiperen op meer groen (daar waar mogelijk met biodiversiteit) en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding, bijvoorbeeld een groen schoolplein of door regenwater zichtbaar op de schoollocatie zelf te bergen. Circulaire economie Een circulaire economie draagt bij aan de afname in het gebruik van fossiele energiedragers als grondstof (zoals aardolie voor plastic). Vanuit milieudoelstellingen kan het een afweging zijn om voor nieuwe en bestaande gebouwen te gaan werken met een registratie in een grondstoffendatabank. Dit bevordert het hergebruik van grondstoffen wat de duurzaamheid ten goede komt. Natuur inclusief Dit is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een gebouw bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuur inclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, de bevordering van sociale (en

www.icsadviseurs.nl

10/34

duurzame) contacten, de bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en het verminderen van de luchtvervuiling in de stad. Een voorbeeld in relatie tot onderwijs- en opvanghuisvesting kan zijn het integreren van nestkasten. Binnen de gemeente Maasdriel is duurzaamheid een belangrijk thema. De gemeente is doordrongen van het belang maar weet ook dat de technische mogelijkheden zich in snel tempo ontwikkelen. Per project zoeken betrokken partijen naar maatwerk om de gezamenlijke ambities te realiseren. Zo kunnen de schoolbesturen inzetten op een duurzamer/beter exploiteerbaar gebouw en kan de gemeente hierin faciliteren ter realisatie van haar gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. De ontwikkelingen rondom de Covid-19 pandemie benadrukken het belang van een goed binnenklimaat. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Hierdoor ontstaat een goed binnenklimaat. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde renovatie) is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. De investeringen die het realiseren van een goed binnenklimaat worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. Gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren. Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen.

Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de opvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. Het investeren in het binnenklimaat is geen gemeentelijke taak. De gemeente volgt hierin de landelijke ontwikkelingen. De gemeente investeert alleen bij natuurlijke momenten (levensduurverlengde renovatie en vervangende nieuwbouw) in binnenklimaat als integraal onderdeel van deze investering op een natuurlijk moment. Indien een situatie zich voordoet, zoals een subsidieregeling, dan gaan gemeente en schoolbesturen in dialoog om samen tot een oplossing te komen. De opvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze.

Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen. Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals renovatie of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt.

www.icsadviseurs.nl

11/34

Flexibel ruimtegebruik Voor de gemeenten en schoolbesturen is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen. Bij zowel groei als krimp is het van belang om hierop te anticiperen met behoud van het onderwijs- en opvangconcept. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪

▪

Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening te houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept te niet doet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijskundige vernieuwing (flexibel) op te vangen. Het gaat erom dat het gebouw geschikt/passend is voor het onderwijs. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij scholen in alle kernen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen of delen daarvan naar een andere functie voor het schoolgebouw 4. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.

Indien een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de juridisch eigenaar van de school5 zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Indien de leegstand (structureel) als probleem wordt ervaren, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige normatieve ruimtebehoeften (aantal leerlingen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld dorpsontwikkelingen). Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van opvangfuncties en/of overige partners. Vanuit de gedachte van KC zijn onderwijs en opvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest in het gebouw. Dit betekent dat bij vraagstukken rond krimp of groei opvang niet vertrekt voor het onderwijs, maar in overleg tussen gemeente, onderwijs en opvang wordt gekeken naar oplossingen. Het gaat om het geheel van onderwijs en opvang.

Deze werkwijze geeft onderwijs- en opvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren, waarbij het uitgangspunt is om de continuïteit te borgen die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. Concreet: de groei van de school mag niet leiden tot het wijken van de opvang. Dit vraagt om afspraken bij aanvragen onderwijshuisvesting hoe een eventuele uitbreiding bekostigd wordt en welke dekking daar tegenover staat.

4 Bijvoorbeeld het betrekken van kindpartners in het gebouw. 5 Het juridisch eigendom ligt doorgaans bij het schoolbestuur.

www.icsadviseurs.nl

12/34

Type maatregelen binnen IHP Voor elke onderwijsvoorziening6 wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt een zestal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vervangende nieuwbouw; Renovatie; Positie herschikking; Amoveren/aan de maat maken In stand houden; Afstoten.

In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt en wat het bijbehorende budget is. Optie

Scenario

1

Nieuwbouw

2

Renovatie

Verantwoordelijkheid uitvoering Gemeente en/of schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur

3

Positie herschikking Amoveren

Gemeente en schoolbestu(u)r(en) Gemeente en schoolbestuur

In stand houden Afstoten7

Schoolbestuur

Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur

Schoolbestuur

n.v.t.

4 5 6

Verantwoordelijkheid budget Gemeente

Budget (bijdrage gemeente) 100 % norm nieuwbouw 70 % norm nieuwbouw PM PM MI-vergoeding n.v.t.

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. Basisfilosofie nieuwbouw en renovatie De basisgedachte is dat nieuwbouw voor een gebruiksduur van 40 jaar wordt gerealiseerd. Na 40 jaar kan een levensduurverlengende renovatie plaatsvinden waardoor het gebouw nog 25 jaar gebruikt kan worden. Deze afweging om levensduurverlengend te renoveren of nieuw te bouwen wordt gemaakt via een businesscase. Nadat een gebouw eerst 40 jaar in gebruik is geweest en vervolgens 25 jaar verlengd is, wordt na 65 jaar nieuwbouw gepleegd (tenzij er beargumenteerd van afgeweken wordt). In de scenario’s van dit IHP wordt voor elk gebouw de uitgangspositie vastgelegd en vervolgens het scenario bepaald. Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moeten zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale 6 Met uitzondering van de scholen die zijn doorgedecentraliseerd.

7 Bij het afstoten van een gebouw wordt het gebouw van de gemeente. Eventuele sloopkosten, indien aan de orde, zijn voor haar rekening.

www.icsadviseurs.nl

13/34

energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Daarnaast wordt nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd. Binnen het IHP is voor nieuwbouw ENG het uitgangspunt. De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG). De stap van BENG naar ENG is te realiseren middels een schoolbestuurlijke bijdrage. Waar dat niet kan of mogelijk is gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek. Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ (Vervangende) Nieuwbouw is aan de orde bij: ─ Het vestigen van een nieuwe school in de gemeente waarvoor geen bestaande accommodatie beschikbaar is; ─ Het bestaande gebouw niet meer voldoet aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van de school mag stellen. Dit is vastgesteld op basis van een onderzoek naar de bouwkundige, ruimtelijke en functionele staat van de huisvesting; ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen.

▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities (stap naar ENG) via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij kunnen onderzoeken. Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. ─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen. ▪ Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. ▪ Een voorwaarde voor een investering door de gemeente is dat schoolbesturen onderzoeken hoeveel zij financieel kunnen bijdragen. Dit alles binnen de geldende wet- en regelgeving. ▪ Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B. ▪ Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar.

▪ Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 2.900 €3.450 per bruto vierkante meter (prijspeil december 2021, inclusief een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2% in de daaropvolgende jaren)8. De bandbreedte is afhankelijk van de schoolgrootte. ▪ Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen (businesscase) wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald. Daarnaast wordt het stichtingskostenbedrag geactualiseerd naar de marktprijzen op dat moment. Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijke van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG.

8 De indexering is bedoeld om gelijke tred te houden met de bouwconjunctuur of in ieder geval te voorkomen dat het prijspeil achter gaat

lopen. Het is een indicatie en in de huidige bouwconjunctuur is het de vraag of deze afdoende is. Indien dat wel het geval is, biedt het percentage tevens een regelruimte om binnen de kapitaallasten eventuele aanpassingen of tegenvallers wellicht te kunnen compenseren. De gemeente Maasdriel beschikt over een ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’ uit 2015. De bedragen die in de verordening worden genoemd zijn niet conform de huidige bouwconjunctuur. Om deze reden zal de verordening in 2023 worden geactualiseerd.

www.icsadviseurs.nl

14/34

Renovatie De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie (levensduurverlengend) als alternatief voor nieuwbouw9. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zo veel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zo veel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen.

Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Technisch staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Ruimtelijke staat; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG). Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair- en voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan). Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten).

De businesscase bestaat ten minste uit inzicht in: ▪ De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; ▪ Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten; ▪ Benodigde investeringen voor verduurzaming; ▪ Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat; ▪ De actuele boekwaarde; ▪ Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Maasdriel. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken.

Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan;

9 Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel voor onderwijshuisvesting, o.a. ook voor renovatie als huisvestingsvoorziening. De

verwachting is dat de nieuwe wet vanaf 2023 vastgesteld wordt. In afwachting daarvan geldt tot die tijd de richtlijnen voor renovatie zoals opgesteld in dit IHP.

www.icsadviseurs.nl

15/34

▪ ▪

▪

▪

▪ ▪

De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor nieuwbouw met een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2% in de daaropvolgende jaren. Het percentage van 70% vormt het kantelpercentage vanaf wanneer nieuwbouw vanuit bedrijfseconomisch oogpunt verantwoorder is. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt10. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie. Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij onderzoeken. Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B). ─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen.

Door het in beeld brengen van de onderhoudsstaat van het bestaande gebouw, middels een gebrekenrapportage voorzien van financiële doorrekening van geconstateerde punten, ontstaat een beeld van de huidige onderhoudsverplichting van het schoolbestuur. De uitkomst vormt de onderbouwing van het tweede deel van de bijdrage die een school levert. Hiervan kan een deel bijdrage worden. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol. Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen.

In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog drie spelregels van toepassing: ▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt. ▪ Aandachtspunt vormt in- of uitbreiden met behoud van concept. Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing, inhuizen, et cetera nodig is. Amoveren/aan de maat maken Dit betreft een activiteit waarbij een onderwijsvoorziening met structurele overmaat aan ruimte aan de maat gemaakt kan worden. Dit kan door ruimten aan de onderwijsbestemming te onttrekken en een andere invulling te geven. Ook is het mogelijk om ruimte te amoveren/slopen en zo het gebouw aan de maat te maken.

10 Voorbeelden van argumenten kunnen zijn: monumentale status, beeldbepalend gebouw, geen alternatieve locatie beschikbaar, hoge

boekwaarde van een gebouw en (kwalitatief) verschillende bouwdelen (met verschillende bouwjaren).

www.icsadviseurs.nl

16/34

In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.

www.icsadviseurs.nl

17/34

Ontwikkeling vraag en aanbod 3.1.1 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2036. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Medegebruik/verhuur, bijvoorbeeld door een opvangorganisatie, is bij het bepalen van het ruimtetekort/overschot niet meegenomen in de berekening. Basisgeneratie De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, 2021) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Pronexus geeft daarbij aan: “In de ramingen van leerlingenaantallen zijn twee ontwikkelingen verwerkt. Dit zijn de trends in de omvang van de basisgeneratie in de afzonderlijke gebieden van de gemeente Maasdriel en de schoolkeuze. Bij de opzet van de prognoses zijn cijfers verwerkt met een uitsplitsing van leerlingen naar herkomstgebied.” De basisgeneratie geeft de omvang weer van de 4- tot en met 11-jarigen plus 30% 12-jarigen voor de berekening van leerlingenprognoses in het primair onderwijs. In onderstaande tabel wordt de basisgeneraties in de gemeente Maasdriel weergeven. Kern

2022

2025

2028

2031

2037

∆ 2022 - 2037

Hedel

488

509

526

521

494

6

Kerkdriel en Hoenzadriel

724

707

698

700

722

-2

Velddriel

120

135

132

137

132

12

Alem

46

40

42

42

48

2

Heerewaarden

124

113

109

104

107

-17

Ammerzoden

263

252

261

261

261

-2

Well

122

114

110

104

103

-19

Rossum

240

278

276

263

259

19

Hurwenen

58

56

61

60

64

6

TOTAAL

2.185

2.204

2.215

2.192

2.190

5

Tabel 1 - Basisgeneratie 4 - 12 jaar gemeente Maasdriel

Woningbouwontwikkelingen De prognose van deze basisgeneratie vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar met name de aannames in groei en trends voor de toekomst. Een belangrijk component daarvan zijn de woningbouwontwikkelingen. In de komende 16 jaar worden in Hedel, Kerkdriel en Ammerzoden de meeste woningen (> 200 woningen) aan de voorraad toegevoegd. Deze woningbouwontwikkelingen en ‘mutaties’ van de woningvoorraad zijn vastgesteld en/of onherroepelijk. Daarmee behoren zij tot de ‘harde’ plancapaciteit en zijn de gevolgen voor de leerlingontwikkeling opgenomen in de prognoses. Een totaaloverzicht de woningvoorraad in de gemeente is opgenomen in onderstaande tabel.

www.icsadviseurs.nl

18/34

Kern

2022

2025

2028

2031

2037

∆ 2022-2037

Hedel

2.094

2.294

2.434

2.494

2.494

400

Kerkdriel en Hoenzadriel

3.348

3.588

3.678

3.738

3.738

390

Velddriel

643

753

753

753

753

110

Alem

255

260

270

285

290

35

Heerewaarden

545

565

565

565

565

20

Ammerzoden

1.503

1.588

1.683

1.713

1.713

210

Well

421

446

446

446

446

25

Rossum

1.163

1.303

1.313

1.313

1.313

150

Hurwenen

295

310

330

330

330

35

TOTAAL

10.267

11.107

11.472

11.637

11.642

1.375

Tabel 2 – Ontwikkeling woningvoorraad gemeente Maasdriel

Leerlingenprognoses Op basis van de basisgeneratie en een belangstellingspercentage is door Pronexus vervolgens de leerlingenprognose per school opgesteld. Deze prognoses worden gehanteerd als uitgangspunt in dit IHP. Tabel 3 geeft een overzicht van de leerlingenprognose per kern. Oktobertelling Prognose → Verschil (%)

Kern

2022

2025

2028

2031

2037

Hedel

410

409

422

418

400

-2%

Kerkdriel en Hoenzadriel

746

717

708

712

733

-2%

Velddriel

77

93

91

95

92

19%

Alem

34

39

41

41

45

32%

Heerewaarden

94

83

80

76

78

-17%

Well

96

85

83

80

79

-18%

Rossum

274

323

326

313

314

15%

Ammerzoden

251

249

257

257

257

2%

TOTAAL

1.982

1.998

2.008

1.992

1.998

1%

Tabel 3 – Oktobertelling en prognoses aantal leerlingen basisonderwijs

Uit de tabellen is op te maken dat volgens de prognose uit 2021 de leerlingenaantallen van het basisonderwijs nagenoeg gelijk blijven. Wel zijn verschillen te zien per kern. Zo lijken de aantallen naar verwachting in de kernen Velddriel, Alem en Rossum toe te nemen, hetzij met relatief kleine aantallen. In de kernen Heerewaarden en Well is de verwachting dat het aantal leerlingen afneemt. De kernen Hedel, Kerkdriel en Ammerzoden zijn relatief stabiel. Dit is opvallend aangezien de grootste woningmutaties plaatsvinden in deze kernen.

www.icsadviseurs.nl

19/34

Capaciteit Het aantal leerlingen op een school bepaalt de benodigde normatieve ruimtebehoefte in vierkante meters. In onderstaande tabel zijn de huidige normatieve ruimtebehoefte en de normatieve ruimtebehoefte in 2036 afgezet tegen de huidige onderwijscapaciteit. Voor de normatieve ruimtebehoefte in 2036 zijn de leerlingenprognoses van Pronexus uit 2021 gebruikt. Kern

beschikbare capaciteit (m² bvo onderwijs)

Hedel

3.504

Kerkdriel en Hoenzadriel

4.232

Velddriel

864

Alem

513

Heerewaarden

697

Well

982

Rossum

2.643

Ammerzoden TOTAAL BO

1.923 15.358

Ruimtebehoefte (m² bvo onderwijs) 2022

2025

2028

2031

2037

2.662

2.657

2.723

2.703

2.612

3.999

4.105

678

663

406

426

587

597

602

597

1.774

1.779

1.493

1.493

12.242

12.272

gemiddeld 24% overschot 4.170

4.024

3.979

gemiddeld 4% overschot 587

668

658

gemiddeld 25% overschot 371

396

406

gemiddeld 22% overschot 677

622

607

gemiddeld 11% overschot 683

628

617

gemiddeld 36% overschot 1.578

1.825

1.840

gemiddeld 33% overschot 1.463

1.452

1.493

gemiddeld 23% overschot 12.192

12.272

12.323

gemiddeld 20% overschot

Tabel 4 - Analyse beschikbare capaciteit versus ruimtebehoefte (inclusief onderwijsachterstandsscore) op type onderwijs en kernniveau

In alle kernen is er sprake van een normatief ruimteoverschot. In het geval een kern meerdere schoollocaties bevat zorgt dit overschot voor uitloopmogelijkheden. Ook wordt in veel gevallen (een deel van) dit overschot opgevuld door onderwijs capaciteit te verhuren aan een of meerdere (opvang)organisaties.

www.icsadviseurs.nl

20/34

Kansenkaarten en scenario’s Toelichting kansenkaarten Aan de hand van alle verzamelde gegevens die verwerkt zijn in de factsheets, is een knelpuntenanalyse gemaakt in de vorm van een zogenoemde kansenkaart. Ieder schoolgebouw is in de kansenkaart beoordeeld op kwaliteit, financiën en vraag & aanbod, hieronder vallen de volgende aspecten: ▪ Kwaliteit – Functionele en technische staat van het gebouw ten behoeve van onderwijs en multifunctioneel gebruik; ▪ Financiën – Onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark; ▪ Vraag & aanbod – Toekomstige (2037) verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognoses (“O” betekent overschot en “T” betekent tekort).

De kleuren in de kansenkaarten geven de noodzaak tot ingrijpen weer. Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een alternatief huisvestingsscenario. Geel geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Rood geeft directe aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Grijs betekent dat de informatie ontbreekt. De kansenkaarten vormen een belangrijke basis en vertrekpunt voor het formuleren van scenario’s en huisvestingsplanning in dit IHP. De weergave van de huidige leerlingenaantallen is gebaseerd op de oktobertelling van 1 oktober 2021.

www.icsadviseurs.nl

21/34

Op het moment dat er een ruimteoverschot ontstaat, bijvoorbeeld door het veranderen van leerlingenaantallen, dan gaan het schoolbestuur en de gemeente met elkaar in gesprek om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Vraagstukken en scenario’s In de kansenkaarten op de volgende pagina’s zijn de beoordelingen van de schoolgebouwen in de gemeente Maasdriel weergegeven. De kansenkaarten, die elk een apart gebied in de gemeente weergeven, geven een indicatie van de status van de gebouwen waarop vervolgens in de toelichting, per locatie, verder wordt ingegaan. Per locatie wordt tevens een beschrijving van het voorgestelde scenario uiteengezet. De scenario’s zijn tot stand gekomen middels scenariokaarten die tijdens gezamenlijk overleg zijn besproken. Definitie groei en krimp leerlingenaantal Bij een verschil van 10% of meer naar boven of naar beneden wordt gesproken over respectievelijk groei of krimp. Indien dit niet aan de orde is, wordt gesproken over stabilisatie van het leerlingenaantal.

www.icsadviseurs.nl

22/34

4.2.1 Heerewaarden, Alem en Rossum In deze kernen zijn drie basisscholen gehuisvest: 1. 2. 3.

Tweestromenschool St. Odrada De Bogerd

Tweestromenschool De Tweestromenschool in Heerewaarden is de enige school in deze kern en valt onder het bestuur van STROOMM. De school maakt onderdeel uit van MFC De Steen waar ook diverse vergaderruimtes, feestzalen, sportzaal, tennisvelden en voetbalvelden zijn gehuisvest. Daarnaast is in de school een ruimte voor peuteropvang (Kinderopvang ’t Veldmuisje).

www.icsadviseurs.nl

23/34

De school huisvest op dit moment 94 leerlingen. De prognose voor deze school laat een daling zien. De verwachting is dat de school in 2037 78 leerlingen heeft. Het schoolbestuur geeft zelf aan een stabiel leerlingenaantal te hebben, ook vanwege de regionale functie van de school. Gekeken naar de normatieve ruimtebehoefte dan is de school passend gehuisvest. Het gebouw van de Tweestromenschool dateert uit 2018. De technische kwaliteit en functionaliteit zijn goed. Wel ervaart de school sinds de bouw ventilatieproblemen, welke aandacht heeft in het vinden van een oplossing. Huisvestingsscenario Het scenario voor de Tweestromenschool is in stand houden. St. Odrada De St. Odradaschool is de enige school in Alem en valt onder het bestuur van Stichting Bommelerwijs. In de school is ook een ruimte voor peuteropvang (Kinderopvang ’t Veldmuisje). Het huidige leerlingenaantal van de school is 34 leerlingen en dit ontwikkelt zich in 2037 naar 45 leerlingen. Daarmee ligt het huidige en het toekomstige leerlingenaantal onder de opheffingsnorm van 79 leerlingen (met uitzondering van Well/Wellseind met 67 leerlingen). Door het schoolbestuur is aangegeven dat de school in stand wordt gehouden op basis van de gemiddelde schoolgrootte. Gekeken naar de normatieve ruimtebehoefte dan is de school passend gehuisvest.

Er is zelf sprake van een overmaat aan ruimte, die gezien het geringe aantal leerlingen kan drukken op de exploitatielasten. Vanuit inhoud, het delen van ruimte en de groene omgeving worden op dit moment gesprekken gevoerd voor het uitbreiden van het kinderopvang aanbod. De school is gehuisvest in een pand dat dateert uit 1962 met een uitbreiding en renovatie in 2013. Deze renovatie is destijds grotendeels bekostigd door het schoolbestuur. Daarmee is de school de komende jaren weer goed in stand te houden. Huisvestingsscenario Het scenario voor de St. Odradaschool is in stand houden. De Bogerd De openbare basisschool De Bogerd van het schoolbestuur STROOMM ligt in de kern Rossum. In de school is ook het bestuurskantoor van STROOMM gehuisvest (op de bovenverdieping) en de peuteropvang (’t Veldmuisje). Daarbij is de wens om het kinderopvang aanbod te verbreden. De school biedt op dit moment huisvesting aan 274 leerlingen. De verwachting is dat het aantal leerlingen zich ontwikkelt richting 314 leerlingen in 2037. Deze groei van het aantal leerlingen is toe te schrijven aan woningbouwplannen in Rossum. Gekeken naar de normatieve ruimtebehoefte afgezet tegen de onderwijscapaciteit dan is de school passend gehuisvest en is zelf sprake van leegstand. De school heeft echter te maken met veel niet-functionele meters.

Afspraak is om de bruto/nuttig verhouding goed in beeld te krijgen zodat het gebruik voor de school inzichtelijk is. Op basis hiervan kan vervolgens worden gekeken naar de groei van het aantal leerlingen en wat dit betekent voor de school en de wens om te ontwikkelen richting een Integraal Kindcentrum. Het schoolgebouw van De Bogerd dateert uit 2001. De functionele en technische kwaliteit zijn goed, met uitzondering van het binnenklimaat. Hier ervaart de school veel koude en warmteproblemen door de natuurlijke ventilatie in het gebouw. Huisvestingsscenario Het scenario voor De Bogerd is in stand houden.

www.icsadviseurs.nl

24/34

4.2.2 Kerkdriel en Velddriel In deze kernen zijn drie basisscholen gehuisvest: 1. 2. 3.

De Meidoorn Mgr. Zwijsenschool Deken Wehmeijer

De Meidoorn De openbare school De Meidoorn ligt in Kerkdriel en valt onder het schoolbestuur STROOMM. De leerlingontwikkeling van De Meidoorn laat een stabiel beeld zien. De school heeft op dit moment 123 leerlingen en de verwachting is dat dit aantal zich ontwikkelt naar 121 leerlingen in 2037. Voor dit leerlingenaantal is de school passend gehuisvest. Binnen de kern Kerkdriel zijn De Meidoorn en de Mgr.

www.icsadviseurs.nl

25/34

Zwijsenschool spreekwoordelijke communicerende vaten. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij investeringen in onderwijshuisvesting in deze kern. De Meidoorn is gehuisvest in een gebouw uit 2015. De technische kwaliteit en functionaliteit voldoen goed. Huisvestingsscenario Het scenario voor De Meidoorn is stand houden. Mgr. Zwijsen De Mgr. Zwijsenschool valt onder schoolbestuur Bommelerwijs. Voor opvang werkt de school samen met lokale opvangorganisaties. De school heeft nu 623 leerlingen. Op termijn worden in 2037 612 leerlingen verwacht. De school heeft 2-3 jaar geleden haar laagste leerlingenaantal gehad en stabiliseert nu. Als sprake is van een groei kan op termijn zich een capaciteitsvraagstuk aandienen. Op basis van de huidige prognose is de school passend gehuisvest. Het schoolgebouw dateert uit 1974 met uitbreidingen in 1979/1980, 1996 en 2004. Het is een oud gebouw dat nog voldoet. Het heeft de mogelijkheden om flexibel te werken. Door de uitgestrekte opzet is er veel ruimte om te segmenteren en dat werkt prettig. In het gebouw worden de betonvloeren 2-jaarlijks gecontroleerd. De school is daarmee veilig. Voor deze school wordt een nader haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd waarbij vervangende nieuwbouw wordt vergeleken met levensduurverlengende renovatie. Binnen de kern Kerkdriel zijn De Meidoorn en de Mgr. Zwijsenschool spreekwoordelijke communicerende vaten.

Hiermee dient rekening gehouden te worden bij investeringen in onderwijshuisvesting in deze kern. Vooralsnog wordt in het IHP uitgegaan van vervangende nieuwbouw. Huisvestingsscenario Het scenario is vervangende nieuwbouw. Dit dient nader te worden onderbouwd in een haalbaarheidsonderzoek. Deken Wehmeijer De Deken Wehmeijerschool valt onder Bommelerwijs. De school is onderdeel van Brede School Velddriel. Voor de opvang werkt de school samen met ’t Veldmuisje. De school heeft op dit moment 77 leerlingen. Het leerlingenaantal groeit naar 92 leerlingen in 2037. De school heeft voldoende capaciteit en is passend gehuisvest. Het schoolgebouw is recent en dateert uit 2012. De school is bedacht als brede school maar veel participanten zijn om economische redenen niet in het gebouw gekomen. De invulling als brede school is daarmee lastig. Vanuit het schoolbestuur wordt nu gekeken naar een alternatieve invulling van de beschikbare capaciteit met onder andere activiteiten voor hoogbegaafden en een impulsklas (executieve vaardigheden). Het scenario voor de school is in stand houden. Huisvestingsscenario Het scenario is in stand houden.

www.icsadviseurs.nl

26/34

4.2.3 Hedel In deze kern zijn drie basisscholen gehuisvest: 1. 2. 3.

De Lispeltuut De Pollenhof School met de Bijbel

De Lispeltuut De Lispeltuut valt onder schoolbestuur STROOMM. Voor de opvang werkt de school samen met Pippi Hedel (binnen het schoolgebouw) en De Vrijbuiter in Hedel. De school heeft op dit moment 125 leerlingen. Het leerlingenaantal daalt naar 99 leerlingen in 2037. De school is daarmee passend gehuisvest.

www.icsadviseurs.nl

27/34

Het schoolgebouw dateert uit 1994 met uitbreidingen in 2003 en 2008. Voor de kern Hedel wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar vervangende nieuwbouw voor de drie basisscholen in Hedel samen met andere maatschappelijke voorzieningen. Het scenario voor De Lispeltuut is vervangende nieuwbouw. Indien uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat de vervangende nieuwbouw geen optie is, dan moet een nieuwe afweging gemaakt worden. Huisvestingsscenario Het scenario is vervangende nieuwbouw. De Pollenhof De Pollenhof valt onder schoolbestuur Bommelerwijs. De voorschoolse en naschoolse opvang wordt aangeboden door De Toverfluit. De peuteropvang wordt aangeboden door ’t Veldmuisje. De school heeft op dit moment 192 leerlingen. Het leerlingenaantal ontwikkelt naar 210 leerlingen in 2037. De school heeft voldoende omvang en is passend gehuisvest voor dit leerlingenaantal. Het schoolgebouw dateert uit 1979 met uitbreidingen in 1994, 1998 en 2007. Vanuit het schoolbestuur is aangegeven dat geen acute noodzaak bestaat voor vervangende nieuwbouw. Zij staat wel open voor de gezamenlijke nieuwbouw en denkt graag mee. Voor de kern Hedel wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar vervangende nieuwbouw voor de drie basisscholen in Hedel samen met andere maatschappelijke voorzieningen. Het scenario voor De Pollenhof is vervangende nieuwbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11807697/1