CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b vastgesteld 1 Toelichting

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b16.039 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN HURWENEN HERZIENING 2020, GROENESTRAAT 2A EN 2B NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

vastgesteld

Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer toelichting

3 3 3 6 8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied 2.2 Toekomstige situatie plangebied

9 9 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 14 16

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Milieu 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Flora en Fauna 4.5 Verkeer en parkeren

21 21 31 34 37 38

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Plansystematiek 6.2 Bestemmingen

43 43 43

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

2 - 45

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel Groenestraat 2a en 2b te Hurwenen staat een agrarisch bedrijf met een vrijstaande bedrijfswoning. Het agrarisch bedrijf betreft een champignonkwekerij. Initiatiefnemer heeft bij de gemeente Maasdriel een verzoek ingediend voor de realisatie van zes tot acht camperloften en 16 camperkampeerplaatsen op het perceel. De camperloften zijn bedoeld voor mensen die een groot deel van het jaar op reis zijn met hun camper, maar de wel een thuisbasis willen hebben waar zij ook de camper kunnen stallen. Naast de camperloften is verzocht om op het terrein 16 camperkampeerplaatsen met voorzieningen te mogen realiseren. Op de locatie is een champignonteeltbedrijf aanwezig dat zal worden beeindigd. In de huidige situatie is al sprake van 10 camperkampeerplaatsen. De gemeente Maasdriel heeft in september 2014 besloten om onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen het verzoek, doch met een maximum van (het bestaande aantal van) 10 camperkampeerplaatsen. Het geldende bestemmingsplan voor het plangebied betreft het bestemmingsplan 'Rossum en Hurwenen', vastgesteld op 27 januari 2011. Ter plaatse geldt de een enkelbestemming 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' en een dubbelbestemming 'Waarde – beschermd dorpsgezicht' op grond waarvan geen bewoning door derden, en recreatie is toegestaan.

De voorgestane ontwikkeling dient derhalve mogelijk gemaakt te worden door middel van een nieuwe juridisch-planologische procedure. Voorliggende bestemmingsplan maakt in overeenstemming met het collegebesluit 10 camperkampeerkam met daarbij behorende parkeervoorzieningen, 8 camperloften en een burgerwoning ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning mogelijk.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied betreft een perceel aan de Groenestraat, in de bebouwde kom van de kern Hurwenen, gemeente Maasdriel. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern. Het plangebied valt samen met de huidige bestemming 'Agrarisch-Agrarisch bedrijf' en volgt daarmee de grenzen van het kadastraal perceel bekend gemeente Rossum, sectie D, perceelsnummer 16. Het perceel bekend gemeente Rossum, sectie D, perceelsnummer 21 is in eigendom van het waterschap. Voor een gedeelte daarvan is in het huidige bestemmingsplan een bouwvlak toegekend.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

3 - 45

Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door het woonperceel Waaldijk 69 en aan de oostzijde woonperceel Waaldijk 67. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Waaldijk en aan de zuidzijde door de Groenestraat. Het plangebied heeft een omvang van 8640 m². Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied in groter verband weergegeven.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

4 - 45

Daarnaast is onderstaand een gedetailleerder luchtfoto afgebeeld waarop de ligging van het plangebied in zijn nabije omgeving te zien is.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

5 - 45

1.3 Vigerend(e) bestemmingsplan(nen) Het bestemmingsplan voor het plangebied betreft 'Rossum en Hurwenen', vastgesteld op 27 januari 2011 en 'paraplubestemmingsplan Parkeren 2018', vastgesteld 6 juni 2018. Op grond van het eerstgenoemde bestemmingsplan geldt ter plaatse de bestemming 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf'. Binnen de bestemming is maximaal één bedrijfswoning en de champignoncel toegestaan. Het plangebied kent een dubbelbestemming 'Waarde – Beschermd dorpsgezicht'. Dit betekent dat de grond primair bestemd is voor de instandhouding en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van de historische dorpskern. Daarnaast zijn de gronden van het gehele plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – bebouwd gebied’ en heeft een gedeelte van het plangebied (de zone rond en in het verlengde van de bestemming ‘Water’) de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’. Ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – bebouwd gebied’ is uitbreiding van de bebouwing toegestaan conform de provinciale structuurvisie Streekplan Gelderland 2005. Woningen zijn echter alleen binnen de bouwvlakken van de bestemming Wonen toegestaan.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

6 - 45

Het plan om de voormalige bedrijfswoning te om te zetten tot burgerwoning kan mogelijk worden gemaakt met de wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.5.4 van het bestemmingsplan, waarbij de bestemming 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' wordt omgezet naar de bestemming 'Wonen'. Om daarnaast acht camperloften en tien camperparkeerplaatsen te realiseren kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid naar bestemming 'Gemengd – Voormalig (agrarisch) bedrijfsbebouwing', omdat niet wordt voldaan aan sub e van artikel 4.7.1. Dit artikel geeft namelijk aan dat alleen recreatieve activiteiten zonder overnachtingsmogelijkheden zijn toegestaan. Het plan betreft echter zelfstandige campers waar campereigenaren mogen wonen. Het plan past niet volledig binnen het geldende bestemmingsplan en er kan geen gebruik worden gemaakt van een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid, daarom moet een apart bestemmingsplan worden opgesteld. Gemeente Maasdriel heeft toegezegd om onder voorwaarden medewerking te verlenen. De medewerking is verleend om kleinschalige recreatie binnen de gemeente, en specifiek campercamping, te stimuleren. De voorwaarden zijn: de camperloften betreffen zelfstandige wooneenheden waar alleen de campereigenaren mogen wonen. De campers moeten in de loften worden gestald.

In het bestemmingsplan, middels een voorwaardelijke verplichting, moet worden vastgelegd dat alleen de campereigenaren in de loften mogen wonen en dat de loften niet verhuurd mogen worden aan derden; bij de woningen worden geen beroepen aan huis en andere extra's worden toegestaan; per woning (loft) geldt er binnen de gemeente een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen; de plannen mogen geen significante effecten hebben op het nabijgelegen Natura 2000 gebied en het beschermde natuurmonument, Hurwenensche Kil. Met voorliggende plantoelichting wordt onderbouwd dat aan de voorwaarden uit de principemedewerking wordt voldaan. Het bestemmingsplan is echter niet het juiste instrument om te borgen dat verhuur aan derden niet is toegelaten, omdat ruimtelijk niet relevant is wie er woont, mits het woongebruik maar in overeenstemming is met de in het bestemmingsplan toegelaten gebruiksfunctie (met dien verstande dat een verhuurbedrijf is uitgesloten).

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

7 - 45

1.4 Leeswijzer toelichting In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied. Daarbij komen zowel de ruimtelijke als functionele opbouw aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het aanwezige beleidskader behandeld. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de sectorale aspecten en volgen de randvoorwaarden die voortkomen uit planologische en milieuaspecten. In hoofdstuk 5 wordt ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan behandeld.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

8 - 45

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied Hurwenen is gelegen aan de (uiterwaarden) van de Waal. Vooral aan de noordzijde zijn achter de dijk brede uiterwaarden gelegen tussen de Waal en Hurwenen. De ligging nabij de rivier is bepalend geweest voor de vorming van het land. De oorspronkelijke nederzettingsstructuur bestond uit de Dorpstraat, de Waaldijk en een andere weg die vanuit het noordoosten naar het zuidwesten liep. Een deel van de Groenestraat ligt min of meer op de plaats van deze weg. Door de langgerekte wegstructuren wordt Hurwenen tot het gestrekte dorpstype gerekend. Hurwenen heeft zich als een kleine compacte kern ontwikkeld op een rivieroeverwal aan de winterdijk van de Waal. De historische straten (Dorpsstraat en Waaldijk) worden met nieuwbouwgebieden verbonden door de Groenestraat en Wielewaallaan. De kern heeft een grote historische waarde en is daarom aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In het noorden wordt het dorp duidelijk begrensd door de dijk. Aan de overige zijden is de begrenzing van de kern minder hard, omdat hier in het buitengebied veelal lintbebouwing en verspreid liggende agrarische bebouwing voorkomt. Hurwenen heeft overwegend een woonfunctie. Toch komen ook enkele andere functies voor, te weten agrarische bedrijven en maatschappelijke voorzieningen.

Binnen de rode contour liggen aan de zuidzijde van de Wielewaallaan bouwmogelijkheden voor een beperkt aantal woningen. Ook ter hoogte van de kruising van de H.W. van Heelstraat en de Groenestraat zijn mogelijkheden voor enkele nieuwe woningen. Het plangebied ligt aan de rand van de dorpskern Hurwenen in de gemeente Maasdriel, tussen de Groenestraat en de Waaldijk. De Groenestraat is een doorgaande weg door Hurwenen en verbindt de Dorpsstraat met de Waaldijk. De woningen in de nabijheid (aan de Groenestraat) zijn vrijstaande woningen, met een ruime stedenbouwkundige opzet.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

9 - 45

De overzijde van de Waaldijk bestaat voornamelijk uit onbebouwde akkerlanden. Het plangebied bestaat uit een perceel van en champignonteeltbedrijf met een inpandig voor bewoning in gebruik genomen gedeelte, en een bestaande vrijstaande bedrijfswoning.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

10 - 45

De champignoncel bestaat uit twee, parallel aan elkaar gebouwde schuren welke (deels) gedekt zijn met golfplaten. Direct ten zuiden van de champignoncel is een bedrijfswoning inpandig gerealiseerd.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

11 - 45

Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en tuinbeplanting.

2.2 Toekomstige situatie plangebied Het onderhavige bestemmingsplan biedt ruimte aan maximaal één reguliere woning ter vervanging van de bestaande vrijstaande bedrijfswoning, 10 camperkampeerplaatsen volgens de bestaande situatie en 8 camperloften in de bestaande champignoncellen. Zie Bijlage 3 voor de situatietekening. De camperloften worden nieuw gerealiseerd in de champignoncellen. De toegang vindt plaats via de meest zuidelijk aanwezige bestaande inrit. De bestaande vrijstaande bedrijfswoning wordt herbestemd zodat reguliere burgerbewoning planologisch mogelijk wordt. Iedere camperloft heeft behalve ruimte voor de camper ook inpandig nog ruimte voor een auto. Daarnaast worden aan beide zijden van de inrit nog extra parkeervoorzieningen gerealiseerd. De camperkampeerplaatsen worden bereikt via de zuidelijke inrit (via het gebouw met camperloften). Tussen de camperkampeerplaatsen en de camperloftwoningen wordt een keerlus gerealiseerd voor zowel bezoekers, bewoners als hulpdiensten. De bestaande groenvoorziening op en rondom het perceel blijft behouden.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

12 - 45

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk komen alle relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten aan de orde. Per beleidsdocument worden de relevante aspecten behandeld.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Conclusie De onderhavige ontwikkeling betreft de ontwikkeling van 8 camperloften in de kern Hurwenen, gemeente Maasdriel, de omzetting van een bestaande berijfswoning voor reguliere bewoning en het realiseren van camperkampeerplaatsen. Het gebied buitendijks vormt onderdeel van het rivierbed van de Waal. Dit vormt evenwel geen onderdeel van het plangebied. De ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken; het plangebied heeft geen directe relatie met één van de thema’s of bepalingen die zijn opgenomen in de NOVI. Het initiatief past dan ook binnen de beleidskader van de NOVI.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), geactualiseerd in juni 2017. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de (bestaande) ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. De ladder duurzame verstedelijking is van toepassing bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op basis van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro verstaan: "Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Ten aanzien van het vorenstaande wordt opgemerkt dat de Raad van State in diverse uitspraken richting heeft gegeven

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

13 - 45

aan wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden verstaan. In een uitspraak van 24 december 2014 (201405237/1/R2) heeft de Raad van State geoordeeld dat een woningbouwontwikkeling van 8 woningen buiten de bebouwde kom niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Om die reden werd de ontwikkeling van 8 woningen buiten de bebouwde kom niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Ook in het Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is aangegeven dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. 3.1.2.1 Conclusie Toetsing aan de ladder is niet nodig wanneer het plan klein van omvang is (zie onder meer de Raad van State uitspraak 201405237/1/R2). Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 augustus 2015 in zaak nr.

201500276/1/R2) voorziet een plan dat geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan toestaat, niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Ook wanneer het plan ten opzichte van het vorige plan niet voorziet in uitbreiding van de bebouwing maar uitsluitend in uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden daarvan, geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro derhalve niet van toepassing. Het bouwplan is kleinschalig en betreft een herstructurering van bestaand stedelijk gebied, door uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van bestaande bebouwing. Binnen de kern Hurwenen wordt er een agrarisch bedrijf met de bijbehorende (milieu)hinder en verkeersbelasting gesaneerd. Vervolgens wordt er een uniek woonmilieu aangeboden en wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van het recreatief aanbod binnen de gemeente. De “camperaars” willen een woning in Nederland hebben om een uitvalsbasis te hebben als zij in Nederland zijn. Daarnaast hebben zij een adres nodig waar zij zich in kunnen schrijven, zonder anderen daar mee in een lastige situatie te brengen. De camperloften zijn geschikt voor een specifieke doelgroep, maar het zijn wel degelijk woningen. Dit past binnen gemeentelijk (woon)beleid.

De vraag naar woonruimte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied voegt slechts enkele woningen toe aan het bestaande hoeveelheid woningen in het plangebied, binnen bestaande bebouwing en voldoet daarmee aan de doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gelderland en de bijbehorende Omgevingsverordening Gelderland. De Omgevingsvisie en -verordening, vastgesteld in 2014, worden tweemaal per jaar geactualiseerd.

3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland Op 9 juli 2014 is de huidige Omgevingsvisie Gelderland door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. In de Omgevingsvisie 'Gelderland anders' zijn doelen benoemd met betrekking tot de versterking van de economische structuur en het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. In januari 2019 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie (inclusief de actualisaties) gepubliceerd. Naast de Omgevingsvisie is een Omgevingsverordening opgesteld, waarin de beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn vertaald in concrete regels. In de Omgevingsvisie wordt niet langer strikt vastgelegd wat wel en wat niet mag, maar is ruimte voor initiatieven in een veranderende omgeving. De hoofdthema's zijn: Dynamisch: economische structuurversterking, duurzaamheid, innovatie, bereikbaarheid; Mooi: natuur, landschap, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit; Divers: regionale diversiteit, andere werkwijze. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Gelderland in de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

14 - 45

initiatieven. In de Omgevingsvisie wordt een sterker accent gelegd op de stedelijke netwerken als economische kerngebieden van Gelderland. Zowel in de stedelijke gebieden als op het vitaal platteland ligt de focus voornamelijk op de kwaliteit van het bestaande. De regionale afspraken over wonen en werken blijven het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Bij nieuwbouw in het landelijk en stedelijk gebied is daarbij per geval een goede afweging van belang. De provincie wil en durft hierin te variëren: grote ontwikkelingen dienen in principe in of dichtbij stedelijke gebieden plaatsvinden, maar kleinschaligere ontwikkelingen zijn ook in het landelijk gebied mogelijk, mits de ontwikkeling iets toevoegt ('een plus is'). De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik is een belangrijk hulpmiddel om tot een goede locatiekeuze te komen. Deze ladder is gebaseerd op de rijksladder voor duurzame verstedelijking en is een richtinggevend instrument om te komen tot goed gemotiveerde ruimtelijke keuzes. In de Omgevingsverordening, vastgesteld op 24 september 2014, is vastgelegd dat in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt aangegeven dat er sprake is van een actuele behoefte waarin wordt voorzien. Vervolgens geldt de volgende voorkeursvolgorde: 1.

opvang van de behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio door hergebruik van bestaande gebouwen, herstructurering of transformatie; 2. opvang van de behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio door nieuwbouw op beschikbare gronden; 3. opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio door hergebruik van bestaande gebouwen, herstructurering of transformatie; 4. opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio op een locatie aansluitend aan het stedelijk gebied, die passend is of wordt ontsloten; 5. opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio op een locatie die niet aansluit aan het stedelijk gebied, maar die passend is of wordt ontsloten. 3.2.1.1 Doorwerking planvoornemen De realisatie van 8 camperloften in het bebouwd gebied, binnen bestaande bebouwing, past bij de doelstellingen van de omgevingsvisie Gelderland.

3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Een omgevingsverordening is een juridische vastlegging van de provinciale omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening Gelderland van 16 oktober 2014, vastgesteld naar aanleiding van de omgevingsvisie, en geactualiseerd in december 2017, staan de regels die de provincie Gelderland stelt aan de bestemmingsplannen van gemeenten. In januari 2019 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening (inclusief de actualisaties) gepubliceerd. De regels in een omgevingsverordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied of delen daarvan. In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels over onderwerpen die van provinciaal belang zijn: verstedelijking wonen detailhandel recreatiewoningen en -parken glastuinbouw waterwingebied grondwaterbeschermingsgebied oppervlaktewater voor drinkwatervoorziening ecologische hoofdstructuur waardevol open gebied nationaal landschap. Al deze kwaliteiten wil de provincie behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken, zonder de leefbaarheid van het gebied aan te tasten. Alleen door een goed samenspel tussen grondgebruikers en overheden kan een duurzaam landgebruik en een aantrekkelijk landschap worden gerealiseerd.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

15 - 45

3.2.2.1 Doorwerking planvoornemen Voor het plangebied zijn geen specifieke waarden aangewezen. In de Omgevingsverordening zijn evenmin specifieke regels opgenomen voor functiewijziging. Er worden 8 woningen toegevoegd met voorliggend bestemmingsplan. Het college stelt in het meest actuele woningbouwprogramma (2015-2025) het belangrijk te vinden dat er permanent kan worden teruggevallen op een soort van buffer (contingent) ten behoeve van kleine planinitiatieven, omdat deze in een duidelijke behoefte voorzien. Te denken valt hierbij aan de VAB-regeling (vrijkomende agrarische bebouwing). In de Woonvisie geeft gemeente Maasdriel aan te streven naar voldoende betaalbare woningen voor specifieke doelgroepen. In casu is sprake van een specifieke doelgroep. De realisatie van een 8 camperloftwoningen in ruil voor de beeindiging van een champignonteeltbedrijf, door transformatie van bedrijfsgebouwen, past derhalve in het meest actuele woningbouwprogramma van gemeente Maasdriel en de regionale afspraken over regio totalen.

3.2.3 Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 De Regionale Woonagenda Rivierenland 2020–2030 is een gezamenlijk product van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, NederBetuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. De Regionale Woonagenda 2020-2030 heeft een looptijd van 10 jaar die start in 2020. In de Woonagenda is het regionaal kwantitatief woningbouwprogramma gepresenteerd naast de primos prognose 2020 en de prognose van het Planbureau voor de Leefomgeving (hoge variant). De daadwerkelijke realisatie van nieuwbouwwoningen en de ontwikkeling van de plancapaciteit per gemeente worden jaarlijks gemonitord in de regionale woningbouwmonitor. Dit maakt het mogelijk ontwikkelingen nauwkeurig te volgen en indien nodig bij te sturen. Voorliggend plan is in de regionale woningbouwmonitor meegenomen, wat betekent dat het regionaal is afgestemd.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie en Plan-MER Maasdriel De Structuurvisie Plus, die is vastgesteld op 8 april 2004, geeft de gemeentelijke kaders voor het beheer en de ontwikkeling van stedelijk en landelijk gebied in de periode 2004-2014. Op 20 oktober 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel de 'Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel vastgesteld. Deze structuurvisie is de actualisering van de Structuurvisie Plus Maasdriel 2004-2014 en is daarnaast de ruimtelijke vertaling van de 'Visie Maasdriel 2020+. Deze structuurvisie vertaalt de beleidsmatige visie en uitgangspunten door in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (het zogenaamde "ruimtelijke casco"), met bijbehorende uitvoeringsprogramma. In de Structuurvisie zijn wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden per dorpskern alleen algemene handvatten gegeven. Voor wat betreft de mogelijkheden nieuwe woningen te realiseren zijn de analyse en visie per dorpskern uit de Structuurvisie Plus uit 2004 en de zoekgebieden voor toekomstige woningbouw (de zogenoemde "rode contour") als uitgangspunt gehanteerd. Het plangebied is aangeduid als 'bestaand stedelijk gebied'. Uitgangspunt voor de bestaande kernen en linten is inbreiden voor uitbreiden.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

16 - 45

Herstructurerings- en intensiveringsprocessen zijn in beginsel niet overal binnen de bestaande kernen en linten mogelijk, maar kunnen uitsluitend plaatsvinden op hiervoor geschikte locaties. Uiteraard moet hierbij worden aangesloten op de kwaliteiten en mogelijkheden van de betreffende kern of het lint en de omgeving. De duidelijke structuur en de variatie van verschillende buurten en wijken in de kernen dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Waardevolle open plekken (bijvoorbeeld groengebieden binnen de bebouwde kom) dienen vrij te blijven van bebouwing. Er dient rekening gehouden te worden met karakteristieke doorkijken naar het landschap, de aanwezigheid van monumenten en de structuur van het rivierenlandschap. De nabijheid van het plangebied is aangeduid als recreatieve knoop. Op plaatsen waar recreatieve aanleidingen aanwezig zijn kunnen nieuwe knopen worden ontwikkeld. Bij de ontwikkeling van recreatie en toerisme staan faciliteiten voor de eigen inwoners centraal. Daarnaast wil de gemeente Maasdriel kleinschalig toerisme stimuleren. De ontwikkeling van recreatieve knopen draagt bij aan het mozaïek aan functies in het buitengebied die met elkaar verbonden zijn door routes.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

17 - 45

3.3.1.1 Doorwerking planvoornemen Het initiatief past binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie. De ontwikkellocatie maakt geen bebouwing mogelijk en heeft derhalve geen substantiele invloed op het (rivier)landschap. Dit planvoornemen doet recht aan de gewenste ontwikkelingsrichting ('recreatieve knoop') door het realiseren van een kleinschalige verblijfsrecreatie functie.

3.3.2 Welstandsnota Vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen, is het welstandsbeleid opgesteld. De gemeente Maasdriel heeft het ontwikkelde welstandsbeleid beschreven in de 'Welstandsnota Maasdriel', die in 2004 is vastgesteld. Er zijn zowel algemene als gebiedsgerichte welstandscriteria geformuleerd. De gebiedsgerichte welstandscriteria geven aan hoe een bouwwerk 'zich moet gedragen' om in zijn omgeving te passen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De criteria zijn dan ook gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. De gebiedsgerichte criteria wordt gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur.

Elke nieuwe bouwaanvraag wordt getoetst aan de volgende beoordelingsaspecten Plaatsing/situering gebouw: verkavelingstype, positie onderling, afstand onderling, plaatsing op kavel, bouwrichting, herhaling/ritmiek; Massa en vorm gebouw: hoofdmassa, profiel ruimte, samenstelling massa, kapvorm- en richting, relatieve omvang, vorm behandeling; Gevelkarakteristiek: gerichtheid en oriëntatie, geleding, indeling en plasticiteit; Detaillering, kleur en materiaal: gaafheid/oorspronkelijkheid, materiaal gebruik, kleurtoon en toepassing, decoraties en ornamenten. Maasdriel is opgesplitst in elf deelgebieden, met elk hun eigen karakteristieke kenmerken en dus hun eigen gebiedsgerichte criteria. Ammerzoden behoort tot het gebied 'Maasdorpskernen'. Voor Maasdorpskernen is Welstandsniveau 1 vastgesteld, dit betekent dat het een zeer waardevol welstandsgebied is. Een zeer waardevol welstandsgebied heeft zeer hoge cultuurhistorische en architectonische en/of stedenbouwkundige kwaliteiten en het gebied wordt gezien als cruciale betekenis voor het landschap.

De specifieke welstandscriteria voor Maasdorpskernen zijn: Algemeen Behouden van de cultuurhistorische waarde van de historische dorpskernen; Interpreteren van het individuele karakter en de herkenbaarheid van bebouwing binnen het samenhangende dorpsbeeld; Interpreteren van de aanwezige relatie (openheid, contrast, doorzichten en dergelijke) tussen dorpskernen en het omliggende landschap; Naast de onderstaande welstandscriteria gelden voor de in deze gebieden voorkomende T-boerderijen ook de desbetreffende objectgerichte criteria. Plaatsing (bestemmingsplan is maatgevend) Interpreteren van de aanwezige variatie in positie en oriëntatie van de bebouwing op de kavel; Behouden van de oorspronkelijke positie en oriëntatie bij renovatie en (vervangende) nieuwbouw. Massa en vorm Interpreteren van de karakteristiek van een eenvoudige hoofdmassa afgedekt met een kap; Interpreteren van de aanwezige samenhang of variatie in kapvorm- en richting Streven naar afstemming van bouwmassa's op de belendingen wat betreft maat en schaal. Gevelkarakteristiek Interpreteren van de oorspronkelijke bouwstijl bij renovatie of verbouwing; Behouden van de oorspronkelijke gevelkenmerken, gevelgeleding en gevelopbouw bij renovatie of verbouwen; Een zorgvuldige behandeling van achter- en zijgevels zichtbaar vanaf de openbare weg is wenselijk.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

18 - 45

Detaillering, kleur en materiaal Detaillering uitvoeren in harmonie met gebouw en omgeving; Behouden van authentieke gevelversieringen, detaillering, vensterindeling en kozijnprofielen; Interpreteren van de oorspronkelijke materialiseren bij renovatie of verbouwing; Uitsluiten van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. In de Welstandsnota Maasdriel wordt de huidige bebouwing in Hurwenen als volg beschreven: Het dorp Hurwenen is een landelijke woonkern die is ontstaan op de hoger gelegen stroomrug langs de Waal. Hurwenen ligt aan de voet van de winterdijk. De oude dorpskern is ontstaan rondom de kerk onder aan de dijk en is verder opgebouwd lanngs d haaks op de dijk liggende dorpsstraat met diverse monumentale panden en een tweede kerkgebouw. De kern heeft een rustieke dorpskarakteristiek door de kleinschalige bebouwing, de vele groenvoorzieningen en de sterke zichtrelaties met het omliggende agrarisch gebied. Opvallende elementen in het noordoosten van de kern zijn de molen en de bewaarde resten en schoorsteen van de oude steenfabriek. De dorpskern bestaat uit een aantal historische bebouwingslinten met op enkele plaatsen latere inbreidingen. De historische bebouwing is voornamelijk opgebouwd uit één bouwlaag met een zadeldak, met of zonder wolfseinden, afwisselend in de lanngs- en dwarsrichtingen gedekt met gebakken pannen.

Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel, er is gebruik gemaakt van baksteen in aardetinten en hout. De gevelversiering en detailleringen zijn gevarieerd, met brede daklijsten, horizontale bakstenen banden, lijst en om raam- en deuropeningen, luiken en natuurstenen plinten. Het is van belang binnen het samenhangende dorpsbeeld de individuele herkenbaarheid van de onderlinge panden, kenmerkend voor de karakteristiek van het dorpsbeeld, te respecteren en zoveel mogelijk te behouden. Nieuwere dorpsinvullingen sluiten aan bij het kenmerkende individuele bebouwingskarakter van de dorpskern en vertegenwoordigen daarbij teven het tijdbeeld waarin de panden zijn gebouwd. Detaillering van bebouwing wordt uitgevoerd in harmonie met gebouw en omgeving. Sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen worden uitgesloten. 3.3.2.1 Doorwerking planvoornemen Het planvoornemen maakt geen extra bebouwing mogelijk. Het bestaande pand wordt wel getransformeerd ten behoeve van een nieuwe functie waardoor het exterieur wordt aangepast. Hierom is een beeldkwaliteitplan (zie bijlage Bijlage 4 Beeldkwaliteit) gemaakt dat besproken is met de welstandcommissie en commissie ruimtelijke kwaliteit. Er is positief geadviseerd over het plan, maar het plan dient in de volgende fase weer terug te keren in de commissie ruimtelijke kwaliteit als aanvraag omgevingsvergunning.

3.3.3 Woningbouwprogramma 2015-2025 Op 16 april 2016 is het nieuwe woningbouwprogramma voor de gemeente Maasdriel vastgesteld. In 2014 is door Provincie Gelderland gecommuniceerd naar de Gelderse gemeenten dat het aantal woningen de behoefte van de bevolkingsprognoses overstijgt en daarom de nieuwe woonbehoefte per gemeente geïnventariseerd dient te worden en getoetst. Deze toetsing heeft plaatsgevonden en op grond daarvan is het woningbouwprogramma Maasdriel 2015-2025 opgesteld. 3.3.3.1 Doorwerking planvoornemen Er wordt er een uniek woonmilieu aangeboden. De “camperaars” willen een woning in Nederland hebben om een uitvalsbasis te hebben als zij in Nederland zijn. Daarnaast hebben zij een adres nodig waar zij zich in kunnen schrijven, zonder anderen daar mee in een lastige situatie te brengen. De camperloften zijn geschikt voor een specifieke doelgroep, maar het zijn wel woningen. In het Woningbouwprogramma 2015-2025 zijn in de periode tot 2024 110 nieuwe woningen als gevolg van diverse particuliere initiatieven voorzien. De ontwikkeling van voorliggend plan is hierin meegenomen. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt met onderhavig initiatief aan het Woningbouwprogramma Maasdriel 2015-2025.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

19 - 45

3.3.4 Woonvisie Bommelerwaard De resultaten van het woningbehoefteonderzoek zijn verwerkt in de "Woonvisie Bommelerwaard", die in april 2016 is vastgesteld. In deze visie trekken de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel waar mogelijk gezamenlijk op en stemmen de woonbehoeften op elkaar af. De centrale doelstellingen van deze woonvisie zijn: Behouden en versterken van de kwaliteit van de bestaande woningen Passende woningvoorraad de aansluit bij de lokale vraag Voldoende woningen voor lage- en middeninkomens en starters; in het bijzonder aandacht hebben voor de woonbehoefte van specifieke doelgroepen Afstemming tussen de vraag en aanbod van woningen met zorg, ontmoeting en de bereikbaarheid van ondersteuning en voorzieningen Kwaliteit van de woon- en leefomgeving; faciliteren initiatieven vanuit de lokale gemeenschappen en bieden van maatwerk In de woonvisie hebben de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel de intentie uitgesproken om de woningbouwplannen af te stemmen op de concrete behoefte van de burger. De gemeente Maasdriel heeft daarbij de ambitie om de huidige bewoners beter vast te houden en de aantrekkingskracht van Kerkdriel/Velddriel en Hedel/Ammerzoden op gezinnen van buitenaf optimaal te benutten aan de hand van woningbouw.

3.3.4.1 Doorwerking planvoornemen Het plan tot realisatie van 8 camperloften heeft vanwege het specifieke woonmilieu geen invloed op het woningbouwprogramma. Het plan draagt bij aan de doelstelling om te voorzien in de woonbehoefte van specifieke doelgroepen.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

20 - 45

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

4.1 Milieu 4.1.1 Geurhinder 4.1.1.1 Wettelijk kader De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn in artikel 3 grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object. Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter (ouE/m³). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen of buiten concentratiegebieden en de bebouwde kom. Verder worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object in de Wet geurhinder en veehouderij. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste eisen opgenomen. minimale afstand tot veehouderij [m] geurgevoelig object geurgevoelig object binnen buiten bebouwde kom bebouwde kom geurgevoelig object van andere of (voormalige) 100 50 veehouderij (art. 3 lid 2, Wgv) veehouderij met een diercategorie waarvoor bij 100 50 ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld (art. 4 lid 1, Wgv) 50 buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van 25 een geurgevoelig object (art. 5 lid 1, Wgv) Op basis van artikel 3 en 6 van de Wet geurhinder en veehouderij gelden de in tabel 2 weergegeven wettelijke waarden (norm) voor de geurbelasting en bijbehorende bandbreedtes voor een gemeentelijke verordening.

Geurbelasting [ouE/m3] concentratiegebied niet-concentratiegebied

binnen bebouwde kom min norm max

buiten bebouwde kom min norm

max

0,1 0,1

3 2

35 20

3 2

14 8

14 8

De maximaal toegestane geurbelasting ten gevolge van een intensieve veehouderij ter plaatse van geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging van het geurgevoelig object in een concentratie gebied of een niet concentratie gebeid. De gemeente Maasdriel is gelegen in een zogenaamd niet-concentratiegebied. Voor niet-concentratiegebieden geldt als standaard norm 2 OU/m3 voor locaties binnen de bebouwde kom en 8 OU/m3 voor locaties buiten de bebouwde kom. Indien de berekende geur belasting lager is dan de van toepassing zijnde norm, staat dit de realisatie van een nieuw geurgevoelig object niet in de weg. De gemeente Maasdriel is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen buiten een concentratiegebied. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom, waardoor conform artikel 3, lid 1b van de Wgv een geurbelasting van 2 odour units (ouE/m³) op een gevoelig object is toegestaan. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). Op 16 december 2010 heeft de gemeenteraad van Maasdriel een gebiedsvisie en vervolgens de geurverordening vastgesteld, zoals bedoeld in de Wgv. De verordening is op 3 maart 2011 in werking getreden. Het plan is niet binnen de afgebakende kernen gelegen, er gelden geen afwijkende geurnormen. Voor het plan geldt

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

21 - 45

derhalve een maximale geurbelasting van 2 ouE/m³. In afwijking van de waarden (afstanden), genoemd in artikel 4, eerste lid onder a Wet geurhinder en veehouderij gelden: voor een geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom: 50 meter voor een geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom: 25 meter. De afstanden worden gemeten tussen het meest nabijgelegen emissiepunt voor veehouderijen met een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld en de gevels van de omliggende geurgevoelige objecten. 4.1.1.2 Onderzoek De geurhinder die feitelijk in een bepaald gebied op kan treden wordt bepaald door zowel de achtergrondbelasting als de voorgrondbelasting in dat gebied. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Voorgrondbelasting De camperloften en de voormalige bedrijfswoning, die nu wordt bestemd voor Wonen, zijn geurgevoelig objecten. Ten aanzien van het aspect geur treden voor de bestaande woning geen veranderingen op. De camperloften moeten minimaal 50 meter afstand zijn gelegen van een emissiepunt en gevel van enig dierenverblijf. Binnen de afstand van 50 meter rondom het plangebied zijn geen veehouderijen aanwezig. Achtergrondbelasting De provincie Gelderland beheert middels het Web-BVB alle relevante gegevens van veehouderijen.

Op basis van de geregistreerde gegevens zijn binnen de gemeente Maasdriel alle veehouderijen geselecteerd binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied. Adres Molenstraat 20 Hurwenen Molenstraat 33 Hurwenen Molenstraat 32 Hurwenen HC de Jonghweg 20 Rossum Waalbandijk 102 Neerijnen

Afstand tot plan (emissiepunt) 485m 873m 960m 1251m 1828m

Diercategorie (datum beschikking) melkrundvee (2003) paarden (2015) melkrundvee (2004) melkrundvee (2008) melkrundvee (2015)

Op circa 485 m afstand ligt de dichtstbijzijnde veehouderij aan de Molenstraat 20 te Hurwenen. Deze afstand is groter dan de minimale afstand die geldt vanuit de wetgeving (Wet geurhinder en veehouderij of Activiteitenbesluit milieubeheer), alsmede de geurverordeningen. De maximale afstand vanuit deze wetgeving en de geurverordening van Maasdriel is, zoals in 4.1.1.1 aangegeven, 50 meter. Voor diercategorieën met een geuremissiefactor dient binnen een straat van 2 kilometer rond het plangebied beoordeeld worden. In de omgeving van de planlocatie zijn de volgende veehouderijen met diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld: Adres Molenstraat 34 Hurwenen Molenstraat 37 Hurwenen HC de Jonghweg 12 Rossum HC de Jonghweg 18a Rossum Burchstraat 11 Rossum Kerklaan 21 Neerijnen

Afstand tot plan (emissiepunt) 998m 999m 1078m 1102m 1391m 1797m

Diercategorie (datum beschikking) gemengd hobbymatig (2014) geiten (2007) varkens (1979) geiten (2009) stieren (2007) gemengd hobbymatig (1992)

Op een afstand van 998 meter is het dichtstbijzijnde bedrijf gevestigd aan de Molenstraat 34 te Hurwenen. De vaste afstand die voor deze veehouderij geldt bedraagt 100 meter. De planlocatie ligt op voldoende afstand van de in de tabel aangegeven veehouderijen met diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Voor wat de

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

22 - 45

voorgrondbelasting betreft is het aannemelijk dat, gelet de bedrijfsomvang van enkele bedrijven en de afstand tot het plangebied, dat de geldende normen voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten niet overschreden wordt en dat dus de belangen van de omliggende veehouderijen niet geschaad worden. Eind 2017 heeft de Omgevingsdienst Rivierenland voor het gebied een geurbelastingsonderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de concentratie van veehouderijen in de omgeving van de Molenstraat en H.C. de Jonghweg. Uit dat onderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de voorgrondbelasting aan de norm voldoet. In de onderhavige situatie geldt, op basis van de kaarten “achtergrond belasting, huidige situatie geur” en “Achtergrond belasting , maximaal toekomstige situatie” (d.d. 16 december 2010) uit de “Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij Gemeente Maasdriel”, voor de planlocatie in de huidige situatie een redelijk goed leefklimaat (milieukwaliteit) op basis van de achtergrondbelasting.

Fragment kaart “achtergrond belasting huidige situatie” (Bron: Gebiedsvisie Maasdriel) Aangezien de gemeentelijke geurverordening en de daaraan ten grondslag liggende berekeningen een aantal jaren geleden zijn uitgewerkt, is het van belang om na te gaan of de situatie ook op dit moment nog dusdanig is, dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat ten opzichte van het onderzoek in de gemeentelijke geurverordening zich op het aspect geur geen verslechtering heeft kunnen voordoen. Uit de inventarisatie van veehouderijen met diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld is gebeleken dat uitgezonderd het bedrijf aan de Molenstraat 34 geen enkel bedrijf heeft uitgebreid; de beschikkingen dateren van vóór de geurverordening. Omdat het bedrijf aan de Molenstraat 34 een zeer beperkte omvang heeft, kan aangenomen worden dat dit bedrijf geen relevant bijdraagt aan verslechtering van het woon- en leefklimaat .

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

23 - 45

4.1.1.3 Conclusie Gelet de bedrijfsomvang van enkele veehouderijen en de afstand tot het plangebied kan worden gesteld dat de geldende normen voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten niet overschreden wordt en dat dus de belangen van de omliggende veehouderijen niet geschaad worden. Aan de vaste afstanden kan ruimschoots worden voldaan. Voor de planlocatie geldt in de huidige situatie een redelijk goed leefklimaat (milieukwaliteit) op basis van de achtergrondbelasting. Gesteld kan worden dat ten aanzien van de bewoning van de panden aan de Groenestraat 2a en 2b een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Het aspect geur vormt geen belemmering.

4.1.2 Geluid 4.1.2.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Voor geluidgevoelige functies zoals woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor spoorwegverkeer. Bij de bouw van de woning dient de gevelisolatie van de betrokken woning zodanig te worden ontworpen, dat voor de binnenwaarde kan worden voldaan aan de eisen uit het bouwbesluit. Hierin staat geregeld dat de binnenwaarde maximaal 33 dB mag bedragen. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan kan door bevoegd gezag (Burgemeester en wethouders) een hogere grenswaarde worden vastgesteld, voor woningen.

in het buiten stedelijk gebied (buiten bebouwde kom) geldt een maximum te verlenen ontheffingwaarde Lden van 53 dB(A) (wgh art. 83, lid 1). 4.1.2.2 Onderzoek De bestaande bedrijfswoning is reeds een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wgh en vormt als zodanig geen nieuwe situatie. De camperloften zijn nieuwe geluidgevoelige objecten (woonbestemmingen) en zijn gelegen binnen de zone (akoestisch aandachtsgebied) van de Groenestraat (en in verlengde daarvan gelegen Hendrik Walterus van Heelstraat) en de Waaldijk. NIPA milieutechniek b.v. heeft daarom een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie Bijlage 2), Doel van het onderzoek is aan de hand van een prognoseberekening de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige woonbestemmingen tengevolge van het wegverkeerslawaai te bepalen. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woonbestemming de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer op de Groenestraat ten hoogste 41 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt in geen van de waarneempunten overschreden. Er wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. 4.1.2.3 Conclusie Met de berekende geluidbelastingen tot ten hoogste 46 dB wordt ruim voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. Het woon- en leefklimaat in de geluidgevoelige ruimten van de woning en in de camperloften is gewaarborgd.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

24 - 45

4.1.3 Bodem 4.1.3.1 Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat een omgevingsvergunning, voor het bouwen op een vermoeden van ernstig verontreinigde grond, pas in werking treedt nadat: er is vastgesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan; er een melding is gedaan van een voornemen tot saneren. Wet bodembescherming Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wet Bodembescherming (Wbb). In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde “spoed- of risicolocaties”)).n dat geval dient voorafgaand aan ontwikkelingen een saneringsplan opgesteld te worden dat goedgekeurd moet worden door de Omgevingsdienst zijnde het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe bouwprojecten, zoals woningen en wegen. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd.

In het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. 4.1.3.2 Onderzoek Aangezien sprake is van functiewijziging is verkennend bodemonderzoek voor dit bestemmingsplan noodzakelijk. In opdracht van Camperloft B.V. heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN-5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. 4.1.3.3 Conclusie Gehele locatie Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met cadmium en kobalt. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Verdachte deellocatie (voormalige bovengrondse brandstoftank) De ondergrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse brandstoftank (dieptetraject 1,7 – 2,1 m-mv.) is licht

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

25 - 45

verontreinigd met minerale olie. Het grondwater ter plaatse van de voormalige bovengrondse brandstoftank is plaatselijk (ter plaatse van de peilbuizen 24 en 25) sterk verontreinigd met minerale olie. Om de omvang van de grondwaterverontreiniging in het verticale vlak vast te stellen is een extra peilbuis nabij de verontreinigingskern geplaatst. De grondwaterverontreiniging wordt in het horizontale vlak in westelijke richting begrensd door peilbuis 23. In noordelijke richting wordt de grondwaterverontreiniging begrensd door peilbuis 22 en de bestaande peilbuis 5. In oostelijke richting wordt de grondwaterverontreiniging begrensd door de bestaande peilbuizen 53 en 54. Aangenomen wordt dat de grondwaterverontreiniging aan de zuidzijde wordt begrensd door de aanwezige sloot. In het verticale vlak wordt de grondwaterverontreiniging begrensd door peilbuis 26. Op basis van de beschikbare informatie wordt de omvang van de grondwaterverontreiniging geraamd op circa 500 m3. De milieuhygiënische conditie van de bodem ter plaatse van deze deellocatie vormt momenteel een belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Volgens de Wet bodembescherming is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ bodemvolume in het geval van grond- of sedimentverontreiniging, of minimaal 100 m³ poriënverzadigd bodemvolume in het geval van grondwaterverontreinigingen, hoger is dan de interventiewaarde. Gezien de verontreinigingssituatie is er ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie. Voor de voorgenomen herontwikkeling (bestemmingswijziging en nieuwbouwplan) van het terrein dienen sanerende maatregelen genomen te worden. Voorafgaand aan het nemen van sanerende maatregelen dient het bevoegd gezag (Provincie Gelderland) middels een BUS melding of een saneringsplan (zie Bijlage 7 Saneringsplan) hiervan in kennis gesteld te worden. Algemeen De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

4.1.4 Externe veiligheid 4.1.4.1 Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb).

Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. 4.1.4.2 Onderzoek Risicovolle bedrijven Binnen de beoogde bestemmingen “Wonen” en “Recreatie - Verblijfsrecreatie” passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. De vestiging van een Bevi-inrichting binnen het plangebied is daarmee uitgesloten.

(vastgesteld) Hurwenen herziening 2020, Groenestraat 2a en 2b NL.IMRO.0263.BP1198-VG01

26 - 45

Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: - de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en - de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen.

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 8 augustus 2018 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "bijzonder kwetsbare object", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10762721/1