Buitengebied herziening 2022, Ammerzodenseweg 34-36 vastgesteld 1 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Pagina | 2
AM21579
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie ...................................................................................................................................................... 11
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 11
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 12
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Maasdriel ....................................................................................... 12
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 12
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 13 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 13
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 13
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 14
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 15 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 15
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 16
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 17 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 17
5.2
Grondmengmonsters asbest ................................................................................................................................................................... 17
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 17
5.4
Grondwatermonster ................................................................................................................................................................................... 19
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 20
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 21
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster Provincie Gelderland omgevingsrapportage en bodeminformatie omgevingsdienst Rivierenland
Pagina | 3
AM21579
1.
INLEIDING
In opdracht van Mts. van Zeelst heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Ammerzodenseweg 34-36 Hedel
Gemeente
: Maasdriel
Kadastrale registratie
: Hedel, sectie L, nrs. 895, 896 (ged.) en 933
Oppervlakte
: circa 5.900 m2
Huidig gebruik van de locatie
: agrarisch met twee bedrijfswoningen
Toekomstig gebruik
: bestemmingswijziging naar wonen en bedrijf (t.b.v. nieuwbouw opslagloods)
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel (veldwerk en analyses).
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een voorgenomen herontwikkeling van de locatie ten behoeve van een opslagbedrijf. Na sloop van de bedrijfsgebouwen wordt ter plaatse een nieuwbouw gerealiseerd. De woningen blijven behouden.
Doel Het doel van een verkennend bodemonderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari 2022. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM21579
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Maasdriel;
•
omgevingsdienst Rivierenland;
•
provincie Gelderland;
•
het dinoloket;
•
het bodemloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt in het buitengebied aan de Ammerzodenseweg 34-36 te Hedel. Dit is de verbindingsweg tussen Hedel (oostelijk) en Ammerzoden (westelijk). Kadastraal is de locatie bekend als Hedel, sectie L, nrs. 895, 896 (ged.) en 933. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 144.615 / Y = 417.825. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart en de topografische situatie. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Pagina | 5
AM21579
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK-viewer)
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot omstreeks 1967 onbebouwd was en in gebruik als akkerland. Op de kaart uit 1956 is te zien dat ten zuidwesten en oosten van de onderzoekslocatie bebouwing is gerealiseerd. De kaarten vanaf 1978 laten zien dat ten westen glastuinbouw plaatsvindt. Omstreeks 1990-1999 is de bebouwing bestaande uit een woning en bijgebouw binnen het perceel gewijzigd naar de huidige planinvulling met twee woningen. De bebouwing en verharding blijft ongewijzigd tot omstreeks 2009-2010 waarbij de woningen vernieuwd zijn met een heraanleg van de tuin bij de woning. Voorts is het tuinbouwbedrijf oostelijk verder gegroeid in noordelijke richting. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is de grote stal achter huisnummer 36 in 1959 in gebruik genomen. Deze loods is vervolgens verder uitgebreid zoals ook blijkt uit de historische kaarten. Het woonhuis nr. 34 dateert van 1990 net als woonhuis nr. 36 maar deze is in 2008 herbouwd.
Pagina | 6
AM21579
1875
1956
1967
1978
1998
2009
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten en luchtfoto (Bron: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de omgevingsdienst Rivierenland is na aanvraag op 7 januari 2022 een adviesnotitie bodeminformatie ontvangen van de locatie en directe omgeving. Tevens is via de website van de provincie Gelderland op 18 februari 2022 bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Beide documenten zijn opgenomen in bijlage 9. De relevante bodeminformatie is hieronder samengevat. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 7 januari 2022 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Via de omgevingsdienst zijn op 20 en 27 januari 2022 stukken digitaal aan Aeres Milieu aangeleverd. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Datum
Vergunning
Opmerkingen
20-06-2005
Verzoek om toestemming plaatsing tijdelijke woonruimte
Ammerzodenseweg 36 Geen opmerkingen m.b.t. het aspect bodem
13-12-2006
Herbouw bedrijfswoning uit 1990
Ammerzodenseweg 36 Geen opmerkingen m.b.t. het aspect bodem Pagina | 7
AM21579
Datum
Vergunning
Opmerkingen
25-06-2007
Lichte bouwvergunning (vernieuwen tussenportaal) woning
Ammerzodenseweg 36 Geen opmerkingen m.b.t. het aspect bodem
Tabel 2.1.: Overzicht aangeleverde (relevante) bouwvergunningen
Ter plaatse van het plangebied vindt geen (glas)tuinbouw plaats. Oostelijk bevindt zich wel een glastuinbouwbedrijf (nr. 2830). Op en nabij de locatie zijn volgens de notitie van de omgevingsdienst bouwwerken met asbestverdachte daken aanwezig, hieronder in paars weergegeven. Verder is bekend dat op de Ammerzodenseweg 30 in 2021 asbestverwijdering in bebouwing heeft plaatsgevonden.
Afbeelding 3: bouwwerken met asbestverdachte daken (Bron: omgevingsdienst Rivierenland)
Ter plaatse was van 1963 tot 2003 een melkveebedrijf aanwezig. Het huidig gebruik is een opslagbedrijf voor diverse goederen. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen en -inspecties geraadpleegd. Datum
Vergunning
Opmerkingen
03-04-2001
Revisievergunning Wet milieubeheer
Ammerzodenseweg 36
01-05-2002
Controle Wet milieubeheer
De vloer bij de bovengrondse olietank is niet vloeistofdicht en dient in een vloeistofdichte lekbak geplaatst te zijn. Er dient geen hemelwater in de lekbak terecht te komen.
16-09-2002
Hercontrole naar aanleiding van controle op
De tekortkomingen m.b.t. de bovengrondse opslag van dieselolie
01-05-2002
en tankplaats zijn opgeheven.
06-12-2006
Besluit landbouw milieubeheer
Ammerzodenseweg 36
10-04-2007
Controle Wet milieubeheer
De 1.200 liter bovengrondse dieselolietank is momenteel leeg, bij geen gebruik dient deze uiterlijk op 01-06-2011 buiten gebruik gesteld te worden. Bij herconctrole op 18 juli 2007 blijkt deze nog in gebruik en is een brandblusmiddel aanwezig.
16-07-2007
Besluit landbouw milieubeheer
Ammerzodenseweg 36
Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen en -inspecties Pagina | 8
AM21579
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Diverse bodemonderzoeken
Ten zuiden van de onderzoekslocatie.
(1996, 1996, 1996, 1997)
Het betreft een benzinepompinstallatie en houtverwerkende industrie. Saneringsevaluatie: sanering
Ammerzodenseweg 27 Hedel
afgerond, geen restverontreiniging achtergebleven.
Nulsituatie-bodemonderzoek
Ten oosten van de onderzoekslocatie.
voor het tuinbouwbedrijf
Aanleiding tot het uitvoeren van een nulsituatie-bodemonderzoek bij het tuinbouwbedrijf is het van
gelegen: Ammerzodenseweg
kracht worden van het ‘Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer’.
30 te Hedel, Agro Milieu,
Grond
kenmerk: 15856,
Locatie B: Dieseltank (2.000 l., bovengronds) Ter plaatse van de dieseltank blijkt de bovengrond sterk
d.d.: 15-10-1999
verontreinigd met minerale olie. Grondwater Locatie B: Dieseltank (2.000 l., bovengronds) In het grondwater ter plaatse van de dieseltank wordt een concentratie minerale olie aangetroffen die het criterium voor nader onderzoek overschrijdt. Er is sprake van een matige verontreiniging van het grondwater met minerale olie. De concentraties aan vluchtige aromaten en naftaleen zijn niet verhoogd. Mogelijk is de aangetoonde verontreiniging van de grond en het grondwater ernstig. Op basis van dit nulsituatie-bodemonderzoek kan echter geen uitspraak gedaan worden over de mogelijke omvang of ernst van de verontreiniging. Het verdient aanbeveling een nader bodemonderzoek uit te voeren teneinde in deze duidelijkheid te verkrijgen. Op basis van dit nader onderzoek kan al dan niet besloten worden sanerende maatregelen te treffen.
Nader bodemonderzoek
Ten oosten van de onderzoekslocatie.
Ammerzodenseweg 30 Hedel,
Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van eerder nulsituatie-
Verhoeven Milieutechniek,
bodemonderzoek (Agro Milieu, oktober 1999, projectnummer: 15856).
kenmerk: B02.1729,
Geconcludeerd kan worden, dat het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in de bovengrond en het
d.d.: 15-08-2002
matig verhoogde gehalte aan minerale olie in het grondwater middels dit nader bodemonderzoek horizontaal en verticaal zijn afgeperkt. De omvang van de sterke grondverontreiniging met minerale olie is minder dan 25 m³ bodemvolume, waardoor geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Verdergaand nader bodemonderzoek is derhalve niet noodzakelijk geacht en is er geen saneringsnoodzaak.
Verkennend bodemonderzoek
Ten oosten van de onderzoekslocatie.
Ammerzodenseweg 30 Hedel,
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop van het
Verhoeven Milieutechniek,
betreffende perceel.
kenmerk: B03.1926,
In de grondmengmonsters van de boven- en ondergrond en in het grondwater zijn lichte verhogingen
d.d.: 06-06-2003
aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk geacht. Vanwege de lichte mate van verontreiniging zijn de risico’s voor de volksgezondheid en het milieu verwaarloosbaar. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen de voorgenomen verkoop van het onderzochte perceel.
Aanvullend en nulsituatie
Ten oosten van de onderzoekslocatie.
bodemonderzoek
Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van het verkennend
Ammerzodenseweg 28 Hedel,
bodemonderzoek (Verhoeven Milieutechniek B.V projectnr.: B03.1926, 6 juni 2003) en de brief van de
Verhoeven Milieutechniek,
gemeente Maasdriel (9 december 2003, kenmerk: GGZ/B&M/ ).
Kenmerk: B03.2067/briefrpp/, Pagina | 9
AM21579
Kenmerk
Bijzonderheden
d.d.: 20-01-2004
Het aanvullend bodemonderzoek heeft tot doel het onderzoeken van het bovengrond mengmonster MM1 op chloorbenzenen, polychloorbifenylen (PCB’s), organopesticiden (OCB’s). Het nulsituatie-onderzoek is uitgevoerd in het kader van de wettelijke verplichting tot bodemonderzoek, welke is opgenomen in het “Besluit glastuinbouw”. Het nulsituatie bodemonderzoek heeft tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de opslag en aanmaakplaats voor kunstmeststoffen en bestrijdingsmiddelen. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat er lichte verontreinigingen met zware metalen en bestrijdingsmiddelen in de bovengrond op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. In het grondwater zijn geen verontreinigingen met zware metalen en bestrijdingsmiddelen aangetoond. Het betreffen overschrijding van de streefwaarden. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Met het uitgevoerde aanvullend bodemonderzoek is, ons inziens, het verhoogde EOX-gehalte dat in het verkennend bodemonderzoek (Verhoeven Milieutechniek B.V., B03.1926) is aangetoond, in voldoende mate onderzocht.
Met het uitgevoerde nulsituatie bodemonderzoek is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee de nulsituatie, ter plaatse van de aanmaak- en opslagplaats, op het perceel gelegen aan de Ammerzodenseweg 28 te Hedel in voldoende mate vastgesteld.
Verkennend bodemonderzoek
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bouwplannen.
Ammerzodenseweg 36 Hedel,
Uit de resultaten blijkt dat in de bovengrond een lichte verontreiniging met zink en PAK is aangetoond.
Verhoeven milieutechniek,
In de ondergrond is een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. In het grondwater zijn geen van de
kenmerk: B06.2852,
onderzochte stoffen aangetoond in gehalten boven de streefwaarde of detectiegrens.
d.d.: 16-08-2006
Er bestaan op grond van de huidige verstrekte informatie geen milieuhygiënische bezwaren tegen de voorgenomen bouwplannen.
Partijkeuring conform BRL
De partij grond heeft een volume van circa 1.109 m³ (± 1.775 ton) en is in depot gelegen ter plaatse van
SIKB protocol 1001
het perceel Ammerzodenseweg 36 te Hedel. De onderliggende bodem is niet in de partijkeuring
Ammerzodenseweg 36 Hedel,
meegenomen. De partij is vrijgekomen bij de reconstructie van de Korenstraat te Hedel.
NIPA, kenmerk: N219765,
Uit de resultaten van de partijkeuring blijkt dat de partij voldoet aan de Achtergrondwaarde uit het Besluit
d.d.: 10-11-2021
en de Regeling bodemkwaliteit. Aangezien de grond voldoet aan de Achtergrondwaarden, is deze vrij toepasbaar. Er hoeft dan ook niet getoetst te worden aan de bodemfunctieklassen en bodemkwaliteitsklassen op plaats van toepassing alvorens de grond wordt toegepast. Op basis van de korrelverdeling is het zand geschikt voor zand in aanvulling of ophoging.
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie is zover bekend nog een bovengrondse opslag van oliehoudende producten aanwezig (1.200 liter dieselolietank in lekbak). Voorts zijn in de nabije omgeving op de volgende adressen tanks aanwezig (geweest): Ammerzodenseweg 25, Ammerzodenseweg 25A-27 en Ammerzodenseweg 30. Op de Ammerzodenseweg 30 heeft in november 2020 een woningbrand plaatsgevonden waarbij de woning geheel uitgebrand is. Het pand is vervolgens gesloopt. Het is niet bekend of hierdoor lokaal de bodem verontreinigd is geraakt. Gezien de recente brand is hierbij naar verwachting geen PFAS-houdend blusschuim toegepast. De bedrijfsactiviteit binnen de onderzoekslocatie (melkveebedrijf) wordt niet als een verdachte bronlocatie voor een verhoogd voorkomen van PFAS beschouwd.
Pagina | 10
AM21579
Op circa 420 meter afstand ten zuidwesten van de locatie is een voormalige stortplaats aanwezig (geweest). Het is onbekend in hoeverre deze activiteit van invloed is (geweest) op de onderhavige locatie. Voor zover bekend hebben er op de locatie behoudens de panden en aangebrachte verharding geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een stroomrug of stroomgordel. Ter plaatse is een kalkhoudende poldervaaggrond te verwachten (lichte klei). De verwachte bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 4,3
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
4,3 – 5,3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
5,3 – 14,3
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B45A0310)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 3,2 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1 m-mv of 2 m +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 1 februari 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandpunten zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. Op de onderzoekslocatie aan de Ammerzodenseweg zijn twee woonhuizen aanwezig. Beiden zijn voorzien van een dakpannen bedekking. De oostelijke woning betreft Ammerzodenseweg nr. 34, westelijk hiervan ligt een beklinkerde oprit (foto 1) met langs de overige zijden van het woonhuis een ingerichte tuin met voornamelijk gras (foto’s 2, 3 en 4). Noordelijk van de tuin ligt een begroeide wal grond (foto 5) en achterliggend een open loods bestaande uit stalen dakplaten (foto’s 6 en 7). Inpandig is geen verharding aanwezig. De klinkerverharding gaat over in grote betonplaten (foto’s 8 en 10) met op het achterterrein oude voerplaten welke voorzien zijn van betonnen scheidingswanden (foto 9). Dit deel van het perceel is modderig (foto’s 11 en 12). Ter plaatse zijn net als in de grote stal diverse (bouw)materialen opgeslagen en vindt stalling van onder meer wagens en boten plaats (foto’s 13, 14, 17, 18 en 19). De voormalige stalinrichting is niet meer aanwezig en de mestkelders zijn leeg.
Noordwestelijk in deze stal is een bovengrondse dieselolietank in een lekbak aanwezig (foto’s 15 en 16). Tijdens de veldinspectie is visueel op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grote dubbele stal op de onderzoekslocatie bestaat behoudens een latere noordelijke aanbouw uit een asbestverdachte golfplatendakbedekking. Pagina | 11
AM21579
Oostelijk en centraal is de stal voorzien van een deugdelijke gootconstructie. Westelijk aan de stal is geen gootconstructie of onderliggende verharding aanwezig. Ter plaatse is recent de begroeiing verwijdert (foto 20). Het oudste, zuidwestelijk deel van de stal is voorzien van een dakpannen bedekking (foto 21). Zuidelijk van de stal bevindt zich het woonhuis nr. 36. Westelijk hiervan is de grond in gebruik als gazon (foto 22, 23). Zuidelijk van de woning is ingericht als voortuin met grind en groen (foto 24). Oostelijk van woonhuis nr. 36 ligt een oprit bestaande uit betonklinkers en gras met vooraan nabij de weg een slootje (foto’s 25 en 26). Behoudens de genoemde dieselopslagtank zijn er ter plaatse geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de voerkuilen en agrarisch bouwland, aan de oostzijde door een woning en glastuinbouw, aan de zuidzijde door de Ammerzodenseweg en aan de westzijde door een tuin.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Maasdriel
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Maasdriel blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Achtergrondwaarde’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Overig’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van zware metalen en minerale olie. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt verwacht ter plaatse van de erfverharding en centrale stal (verdacht).
Pagina | 12
AM21579
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Ter plaatse van de bovengrondse 1.200 liter dieselolietank zal conform de strategie ‘VEP’ de verdachte bovengrond onderzocht worden op het voorkomen van minerale olie. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 5.900
15
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 3 1
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (inc l. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 13
AM21579
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Op basis van de beschikbare informatie wordt het centrale deel van de onderzoekslocatie ter plaatse van de aanwezige bebouwing en erfverharding (oppervlakte ca. 3900 m2) als verdacht beschouwd op de aanwezigheid van asbest. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. locatie
3900
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
12
12
2
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 14
AM21579
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 1 en 2 februari 2022 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer L. Koomen, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het licht bewolkt weer met af en toe een bui. Ter plaatse is ca. 50% bebouwd, 30% verhard en ca. 20 % onverhard terrein. Hierdoor is de inspectie van de onbedekte bodem beperkt. Tijdens de inspectie zijn op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in totaal 15 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (1-15). De meeste zijn doorgezet tot in de onverdachte ondergrond. Ter plaatse van inspectiegat 12 is in het inspectiegat een hemelwaterleiding aangetroffen. De boringen voor het milieukundig bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De huidige tanklocatie is inpandig in de stal. Direct noordelijk nabij de bovengrondse dieselolietank is door de opdrachtgever een stelconbetonplaat verwijdert voor het plaatsen van boorpunt 03.
Gezien een voormalige tanklocatie met een sterke verhoging met minerale olie in de bovengrond is oostelijk nabij de perceelsgrens ter verificatie van boorpunt 9 geplaatst. Bij beide boringen is een olie-waterpanproef uitgevoerd.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie tabel 4.2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 17. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen op een situatietekening.
Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Pagina | 15
AM21579
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,12 – 0,17
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
2
Diepte boring (m -mv) 0,70
Zand
Uiterst menggranulaat, matig zandhoudend
3
1,00
0,12 – 0,40
Zand
Zwakke olie-water reactie
4
1,00
0,00 – 0,50
Klei
Sporen baksteen, sporen asfalt, sporen glas
8
1,00
0,35 – 0,50
Klei
Sporen beton, zwak baksteenhoudend
17
3,10
0,08 – 0,50
Klei
Sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 8 februari 2022 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 17
Filterdiepte (m-mv.) 2,10 – 3,10
Grondwaterstand (m-mv. 1,05
pH (-) 7,20
Ec (µS/cm) High (>4000)
Troebelheid (NTU) 112
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
Bij de grondwatermonstername is een hoge geleidbaarheid (opgeloste zouten) gemeten. Een oorzaak is een natuurlijk of door het agrarisch gebruik verhoogd voorkomen. Een bronlocatie is niet eenduidig aanwijsbaar. Voorts is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is geen enkele organische parameter matig of sterk verhoogd aangetroffen, zie hoofdstuk 5.3. Een eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 16
AM21579
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest
Uit het uitkomende bodemmateriaal van de asbestinspectiegaten zijn in de grove fractie visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn van vergelijkbare bodemlagen grond(meng)monsters samengesteld van minimaal 10 kg. Een mengmonster is genomen door per asbestinspectiegat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van de genomen grond(meng)monsters weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
1/4/9/10/13
0,00 - 0,50
Plaatselijk spoor baksteen
oost- en noordelijk
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse Ja
en asfalt
terreindeel ABM2
5/7
0,00 - 0,10
--
Nee
Ja
2/3/12/14
0,08 - 0,50
--
Nee
Ja
6/8/11
0,08 - 0,40
--
Nee
Nee
Druipzone ouder gedeelte stal westelijk ABM3 Zandlaag onder bestrating ABM4 Zone onder goot en verharding stal oostelijk Tabel 5.1: Schema samengestelde en onderzochte grond(meng)monsters
Bij de uitgevoerde asbest in grond analyses, zie bijlage 6 voor het analyserapport, zijn geen verhoogde gehalten aan asbest aangetroffen.
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Pagina | 17
AM21579
Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1 (bovengrond stal)
Traject (m -mv) 0,00 – 0,50
4-1, 8-2, 17-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2 (bovengrond oostelijk)
0,00 – 0,50
1-1, 5-1, 7-1, 10-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3 (bovengrond westelijk)
0,00 – 0,50
9-1, 15-1, 16-1, 19-1
Standaardpakket incl. lu/os
M4 (nabij dieselolietank)
0,12 – 0,40
3-1
Minerale olie incl. lu/os
MM5 (ondergrond)
0,45 – 1,50
1-3, 2-3, 3-3, 4-2, 8-3, 10-3, 14-2, 15-3, 17-3
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.2: Samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. (Meng)monster MM1 (bovengrond
Traject (m -mv) 0,00 – 0,50
stal)
Zintuiglijke waarnemingen Sporen baksteen, zwak
Verhoogde component Kobalt
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 15,1 *
baksteenhoudend, sporen asfalt,
Som PCB
0,06
*
PAK 10-VROM
1,75
*
---
---
---
sporen glas, sporen beton MM2 (bovengrond
0,00 – 0,50
oostelijk) MM3 (bovengrond
bijzonderheden 0,00 – 0,50
westelijk) M4 (nabij
Geen bijmengingen /
Geen bijmengingen / bijzonderheden
0,12 – 0,40
Zwakke olie-water reactie
Minerale olie
1150
*
0,45 – 1,50
Geen bijmengingen /
Nikkel
41,6
*
dieselolietank) MM5 (ondergrond)
bijzonderheden Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) licht verhoogd is met kobalt en som Polychloorbifenylen (som PCB). Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) is licht verhoogd met Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM). In grondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Pagina | 18
AM21579
Grondmonster M4 (boring 3 nabij de dieseltank; dieptetraject 0,12 – 0,40 m-mv.) is licht verhoogd met minerale olie. In ondergrondmengmonster MM5 (dieptetraject 0,45 – 1,50 m-mv.) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten ten opzichte van de achtergrondwaarde.
De aangetoonde licht verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan het agrarisch gebruik van de locatie en de aanwezige bovengrondse tank (mogelijk morsen bij tanken).
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.
In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
5.4
Grondwatermonster
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde. Pagina | 19
AM21579
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor het analyserapport.
Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing
17
2,10 – 3,10
1,05
Barium Nikkel Xylenen Naftaleen
200 29 0,28 0,53
* * * *
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 van de onderzochte componenten licht verhoogd is met de componenten barium, nikkel, xylenen en naftaleen ten opzichte van de streefwaarde.
Nikkel is in de ondergrond licht verhoogd aangetroffen en barium kan van nature uit verhoogd voorkomen. De licht verhoogde gehalten met xylenen en naftaleen worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan barium, nikkel, xylenen en naftaleen.
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de boven- en ondergrond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Ten aanzien van asbest in de bodem blijkt dat de resultaten in tegenstelling zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. Bij het verkennend asbest in bodemonderzoek zijn in de grove fractie en analytisch geen verhoogde gehalten aan asbest aangetroffen. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.
Pagina | 20
AM21579
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie is visueel op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grote dubbele stal op de onderzoekslocatie bestaat behoudens een latere noordelijke aanbouw uit een asbestverdachte golfplatendakbedekking. Behoudens de genoemde dieselopslagtank zijn er ter plaatse geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. In het uitkomende bodemmateriaal is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wel zijn zintuiglijk enkele bijmengingen waargenomen waaronder een zeer dun laagje menggranulaat bij boring 2 en plaatselijk sporen baksteen, asfalt, glas of beton in de bovengrond. Ter plaatse van boring 3 bij de bovengrondse dieselolietank is in de bovengrond een zwakke olie-water reactie waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (plaatselijk) licht verhoogd is met kobalt, som PCB en PAK (10-VROM). Ter plaatse van de bovengrondse olietank blijkt de bovengrond licht verhoogd met minerale olie. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Het freatisch grondwater blijkt licht verhoogd met barium, nikkel, xylenen en naftaleen. Bij de uitgevoerde asbest in grond analyses zijn geen verhoogde gehalten aan asbest aangetroffen.
De resultaten van dit verkennend bodem- en asbestonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw van een opslagloods.
Na sloop van het pand kan een aanvullend bodemonderzoek vereist worden. De kans is aanwezig dat door sloopwerkzaamheden een nieuwe bodemverontreiniging ontstaat, of dat na sloop sloopafval achterblijft in de bovengrond. Asbest is hierbij een aandachtspunt gezien de toepassing hiervan als bouwmateriaal.
Verder dient men erop bedacht te zijn dat verontreinigingen met asbest in de bodem door menselijk handelen worden veroorzaakt en daardoor zeer heterogeen in de bodem kunnen voorkomen. Ondanks de zorgvuldigheid van het onderzoek kan dan ook niet worden uitgesloten dat in het gebied stortgaten met asbesthoudend materiaal aanwezig zijn.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond afgevoerd wordt, kan deze grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders toegepast worden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader PFAS van toepassing en kan een AP04-keuring vereist worden.
Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 21
AM21579
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM21579
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21579
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Hedel L 896
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 7 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21579
AM21579
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21579
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM21579
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM21579
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
AM21579
Foto 25
Foto 26
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
AM21579