CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kerkdriel Ipperakkeren 17-87a Toelichting en regels - wijzigingen gemarkeerd

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kerkdriel herziening 2021, Ipperakkeren 17 -87a19.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN KERKDRIEL HERZIENING 2022, IPPERAKKEREN 17-87A

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Woningstichting Maasdriel VKL 192 6 juli 2023

krruit.en

BESTEMMINGSPLAN KERKDRIEL HERZIENING 2022, IPPERAKKEREN 17-87A

Opdrachtgever:

Woningstichting Maasdriel

Projectnr:

VKL 192

Rapportnr:

230706 VKL 192

Status

vast te stellen

Datum:

6 juli 2023

T 088-3366 333 F088-3366 099 E info@kragten. n I

2

Inhoudsopgave Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en kadastrale begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan

9 9 9 11

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse 2.1 Bebouwing en functies 2.2 Ontsluiting 2.3 Groen en water

13 13 14 14

Hoofdstuk 3 Plan 3.1 Bebouwing en functies 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Groen en water 3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving

15 15 16 19 19

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Nationaal niveau 4.2 Provinciaal niveau 4.3 Regionaal niveau 4.4 Gemeentelijk niveau

21 21 22 23 24

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten paragrafen 5.1 Bodemkwaliteit 5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.3 Externe veiligheid 5.4 Geurhinder veehouderijen 5.5 Geluid 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Volksgezondheid 5.8 Archeologie 5.9 Cultuurhistorie 5.10 Natuurwaarden 5.11 Waterparagraaf 5.12 Beperkingen in verband met militair vliegveld Volkel 5.13 Milieueffectrapportage

27 27 27 28 31 32 33 34 35 36 36 38 40 41

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Financieel

45 45

3

4

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten 7.1 Algemeen 7.2 Afstemming met andere regelgeving 7.3 Planregels

47 47 47 47

Hoofdstuk 8 Procedure 8.1 Omgevingsdialoog 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 8.4 Vaststelling door gemeenteraad 8.5 Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan

49 49 49 49 49 49

Bijlagen toelichting

51

Bijlage 1

Inrichtingsschets

51

Bijlage 2

Parkeeronderzoek

51

Bijlage 3

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem

51

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek verkeerslawaai

51

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

51

Bijlage 6

Stikstofdepositie-onderzoek

51

Bijlage 7

Ecologisch nader onderzoek

51

Bijlage 8

Watertoets incl. aanvulling

51

Bijlage 9

Verslag omgevingsdialoog

51

Regels

53

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

55 55 59

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde - Archeologie 6

61 61 62 65

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Artikel 10 Algemene procedureregels Artikel 11 Overige regels

67 67 67 67 68 68 68

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

71 71 71

Bijlagen regels

73

Bijlage 1

Staat van inrichtingen

73

Bijlage 2

Stikstofdepositie-onderzoek

73

5

6

Toelichting

7

8

Hoofdstuk 1 Inleiding Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Kerkdriel herziening 2022, Ipperakkeren 17-87a" van de gemeente Maasdriel.

1.1 Aanleiding en doel Op de locatie aan de Ipperakkeren 17 – 87a zijn thans 3 galerijflats met in totaal 36 woningen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens om de huidige bebouwing te slopen en te vervangen door 3 woongebouwen bestaande uit:  4 benedenwoningen;  8 bovenwoningen, en;  36 appartementen, en;  voor alle woningen bergingen. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Kerkdriel en Hoenzadriel 2013', omdat niet meer dan het bestaande aantal woningen mag worden gerealiseerd, de nieuwe bebouwing buiten het bestaande bouwvlak ligt en deels binnen de bestemming 'Groen' is geprojecteerd waarbinnen geen woningbouw mogelijk is. Middels een herziening van het bestemmingsplan kan voorliggend initiatief mogelijk worden gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en de regels voor het slopen van 3 galerijflats en het bouwen van 48 huurwoningen op het adres Ipperakkeren 17 t/m 87 in Kerkdriel.

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

9

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan middels rode omlijning ingetekend.

KADASTRALE SITUATIE

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Maasdriel, sectie N, nummers 925, 3183, 3271 (gedeeltelijk) en 3455 (gedeeltelijk). De totale oppervlakte van het plangebied, bebouwd en onbebouwd bedraagt circa 4.850 m². De gronden zijn particulier in eigendom.

10

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Kerkdriel en Hoenzadriel 2013', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 30 januari 2014.; Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van de plangebieddelen is middels rode omlijning aangeduid.

UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

De gronden in het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Wonen' en 'Groen'. Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' zijn de gronden onder meer aangewezen voor woondoeleinden en aan huis verbonden beroepen. Ter plaatse van 'Groen' zijn de gronden onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, paden en inritten, speelvoorzieningen en kunstwerken. Daarnaast geldt voor een klein deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. De gronden hier zijn mede bestemd voor bescherming en veiligstellen van de op en/of in deze gronden voorkomende te verwachten archeologische waarden. Ter plaatse van de bouwvlakken geldt een maximum goothoogte van 12 m en is aangeduid als 'gestapeld'. Daarnaast heeft het meest zuidelijke bouwvlak een functieaanduiding 'Specifieke vorm van wonen - omroep'.

11

Conclusie

Het initiatief betreft het slopen van 3 galerijflats en het bouwen van 48 huurwoningen inclusief berging, bestaande uit 4 benedenwoningen, 8 bovenwoningen, en 36 appartementen, op het adres Ipperakkeren 17 t/m 87 in Kerkdriel. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Kerkdriel en Hoenzadriel 2013', omdat voorliggende ontwikkeling meer woningen dan in de bestaande situatie voorstaat, deels binnen de bestemming 'Groen' is geprojecteerd waarbinnen geen woningbouw mogelijk is en het voorliggende plan appartementen omvat. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.

12

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de bestaande toestand van de directe omgeving en plangebied weer.

PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING

2.1 Bebouwing en functies Kerkdriel wordt getypeerd als dorp in het rivierengebied aan de Maas. Het dorp is ontstaan in de vroege middeleeuwen op een stroomrug van de maas. In de Middeleeuwen werd begonnen met de aanleg van een continue bedijking van de Maas. Deze dijken verbonden de aan de Maas gelegen dorpen Kerkdriel en Hoenzadriel. Later ontstond ook lintbebouwing aan de dijk of langs de uitvalswegen naar de op hogere stroomruggen gelegen kernen. Kerkdriel behoort tot de Gelderse gemeente Maasdriel en is de hoofdplaats van de gemeente. In Kerkdriel is sprake van geconcentreerde bewoning in de vorm van een gestrekt dorp. In de kern wordt de overheersende woonfunctie van Kerkdriel afgewisseld door een scala aan bedrijven, winkels en voorzieningen. Het plangebied ligt aan de straat Ipperakkeren ten zuidwesten van de kern van Kerkdriel. Ter hoogte van het plangebied zijn overwegend woningen gelegen. Deze woningen bestaan uit verschillende type woningen, zoals vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen. Aan de overzijde van de straat Ipperakkeren, tegenover het plangebied is een openbaar plein gelegen.

13

De drie te slopen galerijflats zijn gebouwd in 1970-1971, in het kader van het uitbreidingsplan De Grote Ipperakkeren uit de jaren zestig van de vorige eeuw, en gelegen aan de oostzijde van de Ipperakkeren, tussen de Nederlandstraat en de Edelmanstraat. Binnen dat uitbreidingsplan vormden de bouwblokken tussen de Ipperakkeren, Nederlandstraat, Koninkrijkstraat en de Edelmanstraat een sterk samenhangend geheel, karakteristiek voor de (late) wederopbouwperiode waarin de wijk werd aangelegd.

2.2 Ontsluiting Het plangebied ligt direct aan de straat de Ipperakkeren. De Ipperakkeren is een lange straat die het noordoosten van Kerkdriel met het zuidoosten van het dorp verbindt. De Ipperakkeren straat wordt enerzijds ontsloten op de Kromsteeg en anderszijds op de Paterstraat. Aangezien er een relatief brede groenstrook is gelegen ter hoogte van een deel van het plangebied is er ter plaatse van deze groenstrook sprake van een vertakking van de Ipperakkeren. Middels deze vertakking zijn twee van de drie flats, behorende tot het plangebied, bereikbaar. Daar waar de groenstrook eindigt, houdt de vertakking van de Ipperakkeren op en loopt de Ipperakkeren weer als één straat door tot aan de Paterstraat.

2.3 Groen en water Het plangebied aan de straat Ipperakkeren is functioneel ingericht met 3 flats en is voor het overgrote deel bebouwd. Slechts aan de achterzijde van de 3 galerijflats is een strook ingericht als 'groen', bestaande uit gras, groene haagjes en enkele bomen. Het plangebied bevat geen oppervlaktewater. Aan de overzijde van de straat Ipperakkeren, tegenover het plangebied, is een openbaar plein gelegen, dat deels voorzien is van groen in de vorm van een grasveld en enkele bomen.

14

Hoofdstuk 3 Plan In dit hoofdstuk is het initiatief beschreven. Aan de orde komen de bebouwing en functies, verkeer en parkeren, groen en water en duurzame en gezonde leefomgeving. Onderstaande afbeelding geeft de toekomstige inrichting van het plangebied weer, zie ook bijlage 1.

INDICATIEVE INRICHTINGSSCHETS

3.1 Bebouwing en functies Het plan betreft de sloop van 3 galerijflats en de bouw van 48 nieuwe woningen, inclusief berging, ter vervanging van deze flats op het adres Ipperakkeren 17 t/m 87 in Kerkdriel. De drie woongebouwen hebben zowel een wisselende hoogte als lengte en bestaan uit 4 benedenwoningen, 8 bovenwoningen en 36 appartementen. Het meest noordelijke woongebouw is minder hoog, maar wel langer dan de twee andere woongebouwen. Het gebouw bestaat uit 3 verdiepingen, waarbij op de begane grond 4 gelijkvloerse benedenwoningen worden gerealiseerd, met aansluitend een kleine tuin aan de achterkant van het gebouw. Boven de gelijkvloerse woningen worden 8 bovenwoningen gerealiseerd. Deze bovenwoningen zijn voorzien van een balkon aan de voorgevel (westzijde) op de eerste verdieping van het gebouw. De twee andere woongebouwen bestaan elk uit 18 appartementen en zijn met 4 verdiepingen hoger, maar wel minder lang dan het meest noordelijke woongebouw. De begane grond bestaat uit 3 appartementen en 18 bergruimtes. De eerste tot en met de derde verdieping bestaan uit 5 appartementen per verdieping. Daarnaast zijn de appartementen voorzien van een balkon aan de voorgevels van de twee woongebouwen en hebben ze galerijen aan de achtergevels van de woongebouwen.

De bouwvlakken schuiven naar achteren ten opzichte van de Ipperakkeren, aangezien aan de voorzijde van de 3 woongebouwen parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

15

Onderstaande afbeeldingen geven een uitsnede van de gevelbeelden die volgens het voorlopig schetsontwerp zullen worden gerealiseerd.

GEVELAANZICH TEN MEEST NOORDELIJKE WOONGEBOUW

GEVELAANZICH TEN TWEE ZUIDELIJKE WOONGEBOUWEN

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1 Verkeersgeneratie De sloop van de 3 galerijflats en de bouw van 48 huurwoningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2021'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Maasdriel wordt aangeduid als 'niet stedelijk gebied', waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Maasdriel tot de 'rest van de bebouwde kom' behoort.

Huidige situatie Om het aantal verkeersbewegingen in de bestaande situatie van het plangebied te bepalen, worden zowel de appartementen als de beneden- en bovenwoningen in de galerijflats aangeduid als 'Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)'. De beneden- en bovenwoning worden hierbij als appartement gerekend. In de tabel hieronder is de berekening van de verkeersgeneratie per etmaal uiteengezet voor dit onderdeel.

16

Onderdeel Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Totaal

Verkeersgeneratie 3,7 - 4,5 per appartement

Aantal 36 appartementen

Totaal 133,2 -162,0

133,2 -162,0

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de huidige situatie, in een worst-case scenario, zorgt voor 162 verkeersbewegingen per etmaal.

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie worden de 3 galerijflats gesloopt en ter vervanging 48 huurwoningen gerealiseerd. De appartementen en de beneden- en bovenwoningen vallen, om de verkeersgeneratie te bepalen, onder het onderdeel 'Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)'. De beneden- en bovenwoning worden hierbij als appartement gerekend. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Totaal

Verkeersgeneratie 3,7 - 4,5 per appartement

Aantal 48 appartementen

Totaal 177,6 - 216,0

177,6 - 216,0

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de nieuwe situatie, in een worst-case scenario, zorgt voor 197 verkeersbewegingen per etmaal. Dit zijn 35 verkeersbewegingen extra ten opzichte van de huidige situatie.

Conclusie

De verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan neemt met 35 verkeersbewegingen per etmaal toe. Dit betekent een relatief geringe toename van het verkeer op de straat Ipperakkeren. De capaciteit van de Ipperakkeren en omliggende straten is voldoende om het verkeer te kunnen verwerken.

3.2.2 Ontsluiting Het voorliggende plan zorgt niet voor een extra ontsluiting op de doorgaande weg Ipperakkeren, aangezien de huidige verkeerssituatie niet wijzigt. Wel worden aan de ventweg van de Ipperakkeren extra parkeerplaatsen gesitueerd. Aangezien dit de ventweg betreft, zorgt dit niet voor verstoring van de doorstroming.

3.2.3 Parkeren Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor goed functioneren van het plangebied en voorkomt overlast voor de omgeving. De gemeente Maasdriel heeft het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' vastgesteld. Van toepassing zijnde normen die gehanteerd worden in het gemeentelijke mobiliteitsplan. De parkeerbehoefte neemt, gerekend conform het mobiliteitsplan, gevolg van de toename van het aantal woningen toe van 83 parkeerplaatsen (36 * 2,3) naar 110 parkeerplaatsen (48 * 2,3). Dat betekent een toename van de parkeerbehoefte van 27 parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie.

De initiatiefnemer geeft aan dat deze parkeernorm voor dergelijke sociale huurwoningen hoog is. Op basis van een door de initiatiefnemer uitgevoerde ondervraging van de huidige bewoners, wordt het autobezit geschat op gemiddeld 1,2 personenauto's per huishouden. Rekening houdend met een aandeel bezoekerparkeren van 0,3 per woning, zou dat een parkeernorm van 1,5 per woning betekenen. Ten behoeve van een worst-case benadering wordt in voorliggende paragraaf is gerekend met de gemeentelijke parkeernorm van 2,3 per woning. Om een beeld te krijgen van de parkeersituatie in de omgeving van het plangebied heeft Kragten een parkeeronderzoek uitgevoerd: rapport 'Parkeeronderzoek bestemmingsplan Ipperakkeren (Kerkdriel) (VKL192;30 juni 2022). Het parkeeronderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd.

17

Bestaande parkeersituatie Op basis van het parkeeronderzoek concludeert Kragten dat op het drukste moment de parkeerdruk in het totale onderzoeksgebied laag is. Deze lage parkeerdruk wordt mede veroorzaakt door het feit dat de parkeerterreinen langs de Kerkstraat (sectie A en B) in de avond nauwelijks worden gebruikt. Wanneer deze secties buiten beschouwing worden gelaten, is de parkeerdruk nog steeds laag. Er is nog relatief veel restcapaciteit beschikbaar in de verschillende woonstraten, alvorens er een parkeerprobleem ontstaat. Nieuwe parkeersituatie Zoals in onderstaande schets zichtbaar is gemaakt is er bij realisatie van toekomstscenario 1 een toename van 66 parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

Wanneer rekening wordt gehouden met de wijzigende parkeersituatie als gevolg van de ontwikkelingen van het bestemmingsplan Ipperakkeren, dan blijft de parkeerdruk acceptabel omdat in toekomstscenario 1 de toename van het aantal parkeerplaatsen 66 bedraagt en de toename aan parkeerbehoefte 27 parkeerplaatsen. Er worden voldoende extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Ook wanneer wordt gekozen voor het alternatieve inrichtingsplan waarbij circa 25 parkeerplaatsen minder worden gerealiseerd ten behoeve van bijvoorbeeld meer groen in het gebied. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot een parkeerknelpunt in de omgeving.

Conclusie

De bewoners van de drie woongebouwen zijn aangewezen op openbare parkeerplekken. Ondanks de toename van het aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie, kan deze toename van benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte opgevangen worden zonder dat dit tot parkeerproblematiek zal leiden.

18

3.3 Groen en water Zowel in de bestaande als in de huidige situatie is er geen oppervlaktewater aanwezig. De appartementen op de begane grond van het meest noordelijke woongebouw worden voorzien van een eigen tuin, die individueel wordt ingericht. Daarnaast wordt de omheining rondom de 3 woongebouwen voorzien van groene haagbeplanting en worden de stroken aan de zijkant en de achterkant van de gebouwen voorzien van een groene inrichting. In de openbare ruimte wordt geen watervoorziening toegevoegd. De gebouwen worden wel voorzien van een sedumdak ten behoeve van de waterberging.

3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid. De gemeente Maasdriel wil duurzaam ontwikkelen. Met als doel een energieneutraal, CO²-arm en klimaatbestendig gemeente Maasdriel in 2050.

3.4.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Voorliggend plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:  de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd;  de woningen worden volgens het BENG-principe gebouwd.  de oriëntatie van de woningen is geoptimaliseerd voor zonne-energie, zodat zonnepanelen kunnen worden toegepast;  er wordt gebruik gemaakt van verwarming en warmteopwekking middels wamrtepompen.

3.4.2 Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet hier op de volgende wijze in:  waterberging zal op eigen terrein plaatsvinden: 1. water stroomt via het maaiveld naar aanpalend groen; 2. waterberging op de daken (groene daken)  voor de parkeervakken wordt gebruik gemaakt van halfverharding, in de vorm van grasbetontegels.

19

20

Hoofdstuk 4 Beleid In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:  nationaal niveau;  provinciaal niveau;  gemeentelijk niveau.

4.1 Nationaal niveau 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en inmiddels in werking treden. In de NOVI benoemt het Rijk benoemt 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de maatschappelijke opgaven en de rol van het Rijk in het uitvoeren van deze opgaven. De maatschappelijke opgaven zijn in vier prioriteiten samengevat:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovendien is de druk op de fysieke leefomgeving in Nederland groot, waardoor verschillende belangen betreft ruimtelijke ontwikkelingen nu en dan botsen. Hoewel wordt gestreefd het implementeren van de diverse belangen, is dit niet altijd mogelijk. Soms dienen scherpe keuzes gemaakt worden en moeten belangen afgewogen worden.

Om dit te bewerkstelligen omvat de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinatie van functies gaan vóór enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit binnen de kern van Kerkdriel en draagt daarmee bij aan een goede woon- en leefomgeving in Kerkdriel. Het initiatief draagt onder meer bij aan de energietransitie en de klimaatadaptieve aanpak en sluit aan bij het beleid omtrent 'Sterke en gezonde steden en regio's'.

Conclusie

Het plan geeft invulling aan het beleid, zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De in de SVIR opgenomen nationale belangen krijgen een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Het plangebied ligt op minder dan 75 km van het militaire vliegveld Volkel. Hiervoor gelden bepaalde hoogtebeperkingen. In paragraaf 5.12 vindt hiervan een nadere uitwerking plaats. Daaruit wordt geconcludeerd dat het bouwplan ruim onder de maximaal toegestane hoogte blijft. Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang "Militaire terreinen en objecten".

Conclusie Het project vormt geen belemmering voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn.

21

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro.

In de literatuur wordt bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542, r.o. 8.2.). Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2329, r.o. 6.3).

Betekenis voor het plangebied

Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 48 huurwoningen. Aangezien het plangebied al bestemd is als woningbouwlocatie (36 woningen) ten behoeve van sociale huurwoningen, betreft voorliggende ontwikkeling een toename van 12 nieuwe woningen. Het planvoornemen valt onder de definitie van 'stedelijke ontwikkeling'.

Verantwoording

De toevoeging van extra woningen sluit aan bij de toenemende vraag naar woningen in de regio. Voor de gemeente Maasdriel ligt een actuele vraag naar appartementen voor verschillende doelgroepen. Met de toevoeging van 12 extra huurwoningen en de vergroting van de diversiteit van de woningen voldoet het bestemmingsplan aan de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 4.4.3). Daarnaast betreft het een herontwikkeling van reeds bestaande woongebouwen binnen het stedelijke gebied.

Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

4.2 Provinciaal niveau Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:  Omgevingsvisie Gelderland;  Interim Omgevingsverordening Gelderland. Het plan wordt aan deze nota's getoetst.

4.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' bestaat uit een visie en verdiepingsdeel en bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen zes regio's. De gemeente Maasdriel behoort tot de regio Rivierenland. In de omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn:  een duurzame economische structuurversterking;  het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

22

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. De provincie probeert het fysieke aspect met het sociale aspect te combineren en zet hiermee onder meer in op duurzame verstedelijking.

Analyse

Het initiatief betreft het slopen van 3 galerijflats en de bouw van 48 nieuwe woningen in 3 woongebouwen, inclusief berging, ter vervanging van deze flats op het adres Ipperakkeren 17 t/m 87 in Kerkdriel. Aangezien de 3 nieuwe woongebouwen worden gebouwd ter vervanging van de 3 verouderde gallerijflats, heeft het initiatief een positief effect op een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de leefomgeving. Daarnaast wordt middels deze ontwikkeling rekening gehouden met de bestaande structuren wat betreft de kwaliteit van de natuur, water en landschap.

Conclusie

Het plan past binnen de Omgevingsvisie Gelderland.

4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie per 1 februari 2022) stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Ten aanzien van het aspect wonen is het volgende voorschrift (artikel 2.2) opgenomen: 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Verwezen wordt naar paragrafen 4.1.3, 4.3.1 en 4.4.3. Hieruit volgt dat wordt voldaan aan de vastgestelde kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor de betreffende regio.

Voor het overige zijn in de omgevingsverordening ter plaatse van het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen die van invloed zijn op voorliggend plan.

Conclusie

Het plan voldoet aan de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3 Regionaal niveau 4.3.1 Regionale woonagenda rivierenland 2020-2030 De colleges van de acht gemeenten van Regio Rivierenland hebben ingestemd met de Regionale woonagenda Rivierenland 2020-2030. De regio Rivierenland heeft de afgelopen jaren actief samengewerkt op het beleidsveld wonen. Deze Regionale Woonagenda Rivierenland 2020–2030 is de opvolger van de ‘Woonagenda regio Rivierenland: Samen werken aan wonen’ uit 2015 en vormt een belangrijk kader voor de samenwerking in de regio Rivierenland op het beleidsveldwonen. In de woonagenda zijn vijf prioritaire thema’s benoemd waarop de acht regiogemeenten de komende jaren willen samenwerken. De meeste van deze thema’s staan al langer op de (regionale) woonagenda. Per thema zijn in de regionale woonagenda de ambities van de komende jaren beschreven en hoe deze ambitites lokaal gerealiseerd kunnen worden.

23

In de regionale woonagenda zijn de volgende thema's opgenomen: 1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3. Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzame woningvoorraad Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.2.1.1 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema's worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties.

Analyse

Het initiatief betreft het realiseren van 48 woningen. Dit betreft een toename van 12 woningen ten opzicht van de huidige situatie, waarbij er sprake is van 36 woningen. Uit het regionaal woningbouwprogramma blijkt dat er Rivierenland in de periode 2020-2030 tussen 7.900 en 12.550 woningen nodig zijn. Meer specifiek voor de gemeente Maasdriel is en in deze periode behoefte aan 700-1.250 woningen. Bij de prognose van het kwantitatieve regionale woningbouwprogramma is een bandbreedte gehanteerd. De bandbreedte is gebaseerd op de Primos basis prognose 2020, waarbij ook rekening wordt gehouden met het inlopen van het huidige woningtekort en lokale omstandigheden.

Conclusie Met het toevoegen van 12 woningen ten behoeve van voorliggende ontwikkeling, draagt het initiatief bij aan het regionaal woningbouwprogramma Rivierenland.

4.4 Gemeentelijk niveau 4.4.1 Structuurvisie en plan-MER Maasdriel Op 20 oktober 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel de 'Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel vastgesteld. Deze structuurvisie is de actualisering van de Structuurvisie Plus Maasdriel 2004-2014 en is daarnaast de ruimtelijke vertaling van de 'Visie Maasdriel 2020+. Deze structuurvisie vertaalt de beleidsmatige visie en uitgangspunten door in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (het zogenaamde "ruimtelijke casco"), met bijbehorend uitvoeringsprogramma. In de Structuurvisie zijn wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden per dorpskern alleen algemene handvatten gegeven.

Analyse

Uit onderstaande uitsnede van de Structuurvisie blijkt dat het plangebied binnen de bebouwingscontouren en de bestaande kern is gelegen. Vanuit milieuoptiek dienen tot 2020 bij voorkeur eerst de woningbouwprojecten binnen de bebouwingscontouren van de kernen Hedel, Ammerzoden, Kerkdriel en Velddriel te worden gerealiseerd. Herstructurerings- en intensiveringsprocessen zijn in beginsel niet overal mogelijk, maar kunnen uitsluitend plaatsvinden op hiervoor geschikte locaties. De duidelijke structuur en de variatie van verschillende buurten en wijken dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Waardevolle open plekken dienen vrij te blijven van bebouwing. Er dient rekening gehouden te worden met karakteristieke doorkijken naar het landschap, de aanwezigheid van monumenten en de structuur van het rivierenlandschap. Wonen is mogelijk in de kernen en linten. Hierbij zijn gestapelde woningen van beperkte omvang in beginsel overal in het woongebied mogelijk, mits passend in de stedenbouwkundige structuur. Voorliggend plan bestaat uit de sloop van 3 galerijflats en de bouw van 48 nieuwe woningen, ter vervanging van deze flats op het adres Ipperakkeren 17 t/m 87 in Kerkdriel. Het voornemen is te typeren als een herontwikkeling van een inbreidingslocatie en is niet in strijd met het beleid uit de structuurvisie.

24

UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE

Conclusie

Het initiatief past binnen de 'Structuurvisie en plan MER-Maasdriel'.

4.4.2 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 Op 30 juli is de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 in werking getreden. De Woonvisie vormt de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals met name Duurzaamheid, Leefbaarheid en Wonen&Zorg, en vormt het kader van gemeentelijke beleidsuitgangspunten voor initiatiefnemers. De regio Rivierenland is aantrekkelijk vanwege de centrale ligging, goede verbindingen en afwisseling aan woonmilieus met groen, ruimte en een relatief betaalbare woningvoorraad. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. Dit wordt ook binnen Bommelerwaard ervaren. Het is van belang de kernwaarden en identiteit van onze gemeenten en kernen in stand te houden. Er wordt gezocht naar de juiste balans tussen het bieden van een passend woonperspectief voor onze inwoners, voorzien in de woonbehoefte van elders en behoud van de ruimtelijke kwaliteiten van de Bommelerwaard.

25

In de woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 komen vijf centrale thema's naar voren: Snel voldoende woningen:  De woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Maasdriel uit ca. 1.250. Vanwege de onbalans tussen vraag en aanbod worden nieuwbouw voor de komende 5 jaar versneld.  Meer variatie: Tegelijkertijd wordt gezorgd voor de juiste woningen voor de juiste prijs op de juiste plek. Voor alle woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen wordt een differentiatie gehanteerd, waarmee alle doelgroepen passend bediend kunnen worden. Starters, doorstromers en met name ook senioren, die naar een passende woning willen doorstromen. Woningen in verschillende typologieën, huur en koop, in verschillende prijsklassen.  Duurzame woningvoorraad: De eerste stap op weg naar een energie- en CO2-neutrale Bommelerwaard is het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.  Wonen en zorg: De realisatie van een breed palet van woningen en woonvormen voor senioren wordt gestimuleerd. Woonvormen, waarbij een passende vorm van zorg geboden kan worden.  Leefbaarheid: burgers worden ondersteund om de kracht uit de samenleving te benutten om onze kernen aantrekkelijk te houden en mensen zich er thuis te laten voelen en verbonden te laten zijn met elkaar.

Analyse

Het initiatief betreft het realiseren van 48 woningen. Dit betreft een toename van 12 woningen ten opzicht van de huidige situatie, waarbij er sprake is van 36 woningen. Het slopen van de 3 galerijflats en de bouw van 48 nieuwe woningen draagt bij aan het creëren van een leefbare en aantrekkelijke plek in de kern. Daarnaast worden de woningen aardgasvrij gebouwd, volgens het BENG-principe. Tevens draagt het toevoegen van 12 woningen ten behoeve van voorliggende ontwikkeling, bij aan de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar in Maasdriel van ca. 1.2.50 woningen.

Conclusie

Het initiatief past binnen de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 .

4.4.3 Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030 In april 2016 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2015-2025 vastgesteld. Tot 1 januari 2020 zijn 489 woningen van de 1063 woningen die in diverse plannen in dit woningbouwprogramma waren opgenomen, gerealiseerd. Deze productie is tussen 2015 en 2019 gestaag toegenomen en daarmee is de afgelopen 5 jaar bijna 50% van de opgave gerealiseerd. Ondanks dat daarmee voldaan wordt aan de gemiddelde woningbouwopgave, is de druk op de woningmarkt alleen maar hoger geworden. Om de voortgang van de woningbouwproductie juist nu op gang te houden en waar mogelijk nog te versnellen, is het woningbouwprogramma 2021-2030 opgesteld. Met het woningbouwprogramma 2021-2030, d.d. 10 december 2020, dat voorziet in de realisatie van 988 woningen, kan voor een substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningbehoefte voor de komende tien jaar. De geprognotiseerde woningbehoefte, de bandbreedte van 700 tot 1250 woningen, is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 en vormt daarmee de onderbouwing voor de Ladder voor duurzame verstedelijking, die vereist is voor het in procedure brengen van bestemmingsplannen.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het oprichten van 48 woningen op een binnenstedelijke locatie. Dit betreft een toename van 12 woningen ten opzicht van de huidige situatie, waarbij er sprake is van 36 woningen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het uitbreiden van de woningvoorraad en wordt het plan passend geacht binnen het gemeentelijke beleid.

Conclusie Het project past binnen de 'Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030'.

26

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten paragrafen 5.1 Bodemkwaliteit 5.1.1 Inleiding Het uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.2 Analyse Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Rotterdam een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Ipperakkeren, Kerkdriel" (21 juli 2021; 16275.001). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat het voorkomen van wisselende gehalten aan verontreinigde stoffen verspreid over de locatie worden verwacht. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn bestrijdingsmiddelen, metalen, PAK, minerale olie en asbest. Deze verwachte verontreinigende stoffen zijn voornamelijk niet mobiel. De te verwachte verontreiniging met minerale olie komt voort uit verhoogde waarden aangetroffen onder de weg, ook hierbij wordt verwacht dat het een niet-mobiele verontreiniging betreft. Een eventuele sterke verontreiniging en daaraan gerelateerde sanering zal betrekking hebben op de (boven)grond. Hierbij wordt wel opgemerkt dat mogelijk verontreinigingen reeds verwijderd zijn tijdens de realisatie van de huidige bebouwing. Econsultancy concludeert dat op basis van de resultaten uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL).

Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt.

5.1.3 Conclusie Verwacht wordt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Dit zal nog vastgesteld worden middels een verkennend onderzoek. Eventuele aanvullende kosten voor vervolgonderzoek en een eventuele sanering zijn naar verwachting beperkt en worden gedragen door de initiatiefnemer. Gezien de aanwezigheid van de huidige bebouwing is het logisch een onderzoek pas uit te voeren na sloop van de bebouwing. Dit is tevens in overeenstemming met de bouwverordening van de gemeente.

5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen. In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand dan in een rustige woonwijk worden aangehouden. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandstap' worden teruggebracht.

27

5.2.2 Analyse Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slecht van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer.

Invloed plan op de omgeving

Het plan betreft woningbouw. Er is daarom geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

Invloed omliggende inrichtingen op plan

Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf

SBI-code

categorie

Hogebankweg 1: cafetaria Hogebankweg 3a: slagerij Hogebankweg 3b: bakkerij Hogebankweg 5a: kledingwinkel Dreef 1: kinderdagverblijf

561 4722 4724 4771 8891

1 1 1 1 2

richtafstand 10 m 10 m 10 m 10 m 30 m

werkelijke afstand 60 m 90 m 100 m 110 m 160 m

Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.2.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.3 Externe veiligheid 5.3.1 Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.

5.3.2 Beoordelingskader Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:  Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.

28

Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Transportroutes (Bevt)

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

29

5.3.3 Analyse De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten ten opzichte van het plangebied (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes). Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Risicokaart.

UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND

Inrichtingen Op circa 700 meter van het plangebied, bevindt zich de terreingrens van de inrichting 'PGS 15 - Agib' waar gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. Het plangebied ligt hiermee buiten het invloedsgebied van 200 meter. Vanuit de ligging van het plangebied ten opzichte van de inrichting 'PGS 15 - Agib' bestaan er kortom geen belemmeringen. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

30

Buisleidingen

Eventuele risico's van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan. Een de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat binnen een afstand van 580 meter rondom het plangebied geen hogedruk aardgasleidingen aanwezig zijn. Het aspect transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen leveren geen belemmering op voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

Transportroutes  Transport over het water: Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Het maximale invloedsgebied van een waterweg bedraagt maximaal 1.070 meter. Binnen deze afstand zijn geen waterwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.  Transport over de weg Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Het plangebied ligt niet langs een weg die deel uit maakt van de routering van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen een afstand van 4 km rondom het plangebied zijn geen relevante wegen aanwezig. Het aspect transport van gevaarlijke stoffen over de weg levert geen belemmering op voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

 Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op een afstand van circa 4000 meter is de spoorlijn 's-Hertogenbosch - Utrecht gelegen. Over dit traject vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormen kortom geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

5.3.4 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.4 Geurhinder veehouderijen 5.4.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woonen leefklimaat ter plaatse van het plan.

5.4.2 Analyse De gemeente Maasdriel heeft in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij eigen geurbeleid vastgesteld: 'Gebiedsvisie Geurhinder en veehouderij'. De verordening is op 3 maart 2011 in werking getreden. In afwijking van de waarden (afstanden), genoemd in artikel 4, eerste lid onder a Wet geurhinder en veehouderij gelden:  voor een geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom: 50 meter  voor een geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom: 25 meter.

31

Woningen die voortkomen uit het VAB-beleid worden geschaard onder artikel 3 lid 2 van de Wgv, waardoor deze woningen, ten aanzien van het aspect geur, gelijk worden gesteld aan bedrijfswoningen. De afstanden worden gemeten tussen het meest nabijgelegen emissiepunt en de gevels van de omliggende geurgevoelige objecten. De maximaal toegestane geurbelasting ten gevolge van een intensieve veehouderij ter plaatse van geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging van het geurgevoelig object in een concentratiegebied of een niet concentratiegebied. De gemeente Maasdriel is gelegen in een zogenaamd niet-concentratiegebied. Voor niet-concentratiegebieden geldt als standaard norm 2 OU/m³ voor locaties binnen de bebouwde kom en 8 OU/m³ voor locaties buiten de bebouwde kom. Indien de berekende geur belasting lager is dan de van toepassing zijnde norm, staat dit de realisatie van een nieuw geurgevoelig object niet in de weg. In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen relevante veehouderijen gelegen. Ter hoogte van het plangebied wordt voldaan aan de norm van 2 OU/m³.

5.4.3 Conclusie Het aspect 'geurhinder veehouderijen' vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.5 Geluid 5.5.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

5.5.2 Analyse Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten.

Verkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de Kerkstraat, die slechts deels gezoneerd is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen in het onderzoek betrokken. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Onderzoek wegverkeerslawaai Ipperakkeren te Kerkdriel" (13 mei 2022, 16275.004 D2). Het onderzoeksrapport is als bijlage 4 bijgevoegd. Econsultancy concludeert dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig is. Voor de Edelmanstraat en de Ipperakkeren kan vanwege het ontbreken van een zone formeel geen hogere waarde worden vastgesteld. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wenselijk. Hiermee wordt een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.

5.5.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen planologische belemmering voor het plan.

32

5.6 Luchtkwaliteit 5.6.1 Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.6.2 Analyse Effecten plan op luchtkwaliteit

In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Voorliggend plan omvat 48 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2 in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig.

Goed woon- en leefklimaat In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10 en PM2,5 ) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing:  40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2;  40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10;  25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5;  35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10. Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. In de Wet milieubeheer (Wm)zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving, aangezien uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor PM10, PM2,5 en NO2 kunnen optreden.

Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De monitoringstool die in het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt 'R ,i; 15558945. Categorie jaargemiddelde concentratie NO2 jaargemiddelde concentratie PM10 jaargemiddelde concentratie PM2.5 overschrijdingsdagen per jaar- gemiddelde concentratie PM10

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ 25 µg/m³ 35

2019 20,9 18,9 11,4 6,8

2020 19,8 18,8 11,7 6,7

2030 13,4 16,1 9,2 6,0

Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

5.6.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen planologische belemmering voor het plan.

33

5.7 Volksgezondheid 5.7.1 Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor bij de ontwikkeling van of in de buurt van boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

5.7.2 Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 - die bedoeld is bij de nieuwvestiging of verandering van veehouderijen - biedt een stappenplan dat ook deels geschikt is voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van veehouderijen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een giftig effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. Conform stap 5 van het stappenplan moet de ligging van het initiatief ten opzichte van veehouderijen worden beoordeeld. Bij een afstand van meer dan 1 kilometer tot pluimveehouderijen en van meer dan 250 meter tot overige veehouderijen (behoudens geitenhouderijen) is er geen gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van endotoxinen. Het Bestand Veehouderijbedrijven biedt de benodigde gegevens van de veehouderijen.

Analyse

Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 1000 meter rondom het plangebied zijn geen pluimveeveehouderijen actief. Bovendien liggen er geen overige veehouderijen binnen 250 meter van het plangebied. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden. Er is sprake van een gezonde leefomgeving ten aanzien van endotoxinen. Geitenhouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12793597/1