CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 quick scan en nader onderzoek ecologie

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2020, Defensie Pijpleiding12.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

10 Advies Zorgvuldig werken (zorgplicht) Voor alle aanwezige soorten, ook die niet beschermd zijn via de Wnb, geldt altijd de zorgplicht (artikel 1.11). In de zorgplicht wordt gesteld dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit betekent dat tijdens de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van diverse algemene soorten. Aanwezige dieren dienen de gelegenheid te krijgen om het terrein zelfstandig te verlaten. Indien deze dieren het terrein niet zelfstandig kunnen verlaten, dienen deze te worden verplaatst naar geschikt habitat buiten de ingreep. De voorkeur gaat uit naar het uitvoeren van werkzaamheden in de minst kwetsbare periode. Bescherming bomen en struweel Ten tijde van de werkzaamheden dienen de bomen en struweel nabij het tracé voldoende te worden beschermd middels een afzetting. Op deze manier wordt voorkomen dat het plangebied na afloop van de werkzaamheden minder geschikt is voor beschermde soorten door een afname van schuil mogelijkheden. Alleen binnen werkterrein De werkzaamheden dienen alleen uitgevoerd te worden binnen het aangewezen werkterrein. Het stallen van materiaal en materieel is ook alleen binnen het werkterrein toegestaan. Hiermee wordt voorkomen dat het omliggende gebied verstoord wordt.

Terreinen waar een verbod tot betreding geldt, moeten zichtbaar worden gemarkeerd om aan te geven dat betreding niet is toegestaan. Vleermuizen Om de mogelijk aanwezige, foeragerende en langs vliegende vleermuizen binnen het gehele plangebied niet te verstoren dient in de periode april tot en met november enkel tussen zonsopkomst en –ondergang te worden gewerkt. 10.1

Geldigheid onderzoeksgegevens

Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert over het algemeen de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”

37/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Overzicht bijlagen Bijlage 1 Literatuur Bijlage 2 Wetgeving en beleid Bijlage 3 Kaart regionale ligging Bijlage 4 Impressie plangebied

38/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Bijlage 1 Literatuur Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006, De Dagvlinders van Nederland, Odonata, KNNV, Utrecht. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. 2016, Atlas van de Nederlandse zoogdieren, KNNV Uitgeverij, Utrecht. BIJ12 2017a, Kennisdocument Bever (Castor fiber) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017b, Kennisdocument Das (Meles meles) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017c, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017d, Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017e, Kennisdocument Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017f, Kennisdocument Ruige dwervleermuis (Pipistrellus nathusii) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017g, Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017h, Kennisdocument Kamsalamander (Triturus cristatus) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017i, Kennisdocument Poelkikker (Pelophylax lessonae) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017j, Kennisdocument Buizerd (Buteo buteo) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017k, Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht.

39/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

BIJ12 2017l, Kennisdocument Roek (Corvus frugilegus) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. BIJ12 2017m, Kennisdocument Steenuil (Athene noctua) versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht. Creemers, R.C.M., & Delft, J.J.C.W. van, (RAVON) (redactie) 2009, De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorische Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Kleijn, D. (2008). Effecten van geluid op wilde soorten – implicaties voor soorten betrokken bij de aanwijzing van Natura 2000 gebieden. Wageningen, Alterra- rapport 1705. 41 blz.;2 tab.; 70 ref.

NDFF, 2018, Bekende verspreidingsgegevens van soorten ten opzichte van het plangebied, levering vanuit https://ndff-ecogrid.nl/ Provincie Gelderland, 2017, Besluit van Provinciale Staten van Gelderland van 25 januari 2017, inzake het vaststellen van de wijziging omgevingsverordening Wet natuurbescherming Gelderland 2017. Provincie Noord-Brabant, 2016, Provinciaalblad nummer 6933 verschenen op 29 december 2016, Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch Provincie Noord-Brabant, 2019, Interim Omgevingsverordening, Provincie Noord-Brabant, ‘sHertogenbosch RAVON, 2016, Ravon no. 63, bijlage, Waarnemingenoverzicht 2015, RAVON, Nijmegen. RAVON, 2017, Verspreidingsgegevens van reptielen en amfibieën via www.ravon.nl Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017 Vleermuisprotocol 2017. Internetbronnen: www.mijn.rvo.nl www.pdokviewer.pdok.nl/ www.ravon.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx www.vleermuis.net, 2018 www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl, 2018

40/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Bijlage 2 Wetgeving en beleid Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt vanaf 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet en voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wnb richt zich in basis op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De wet geeft ook invulling aan de in het bestuursakkoord natuur gemaakte afspraken over decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies.

De instrumenten en begrippenkaders van de Wnb zijn zo goed mogelijk afgestemd op andere onderdelen van het omgevingsrecht, in het bijzonder de toekomstige Omgevingswet. In de Wnb zijn, behalve meer algemene bepalingen over bevoegdheden, natuur- en landschapsbeleid, beleidsmonitoring en instrumenten ter bescherming van natuur en landschap ook specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzonder natuurwaarden. Het gaat dan in het bijzonder om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang (Natura 2000gebieden) en de bescherming van soorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen die een specifieke bescherming behoeven. Deze onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. Zorgplicht Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: Dergelijke handelingen achterwege laat dan wel Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (mitigatie).

41/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Gebiedsbescherming In de Wnb zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Voor plannen of projecten met mogelijke schadelijke handelingen is in de Wnb een vergunningensysteem opgenomen. Hieraan gekoppeld kan het bevoegd gezag preventieve dwingende maatregelen opleggen om schadelijke effecten te voorkomen. Op basis van de Wnb wordt alleen nog bescherming geboden aan de zogenaamde Natura 2000-gebieden, welke onderdeel zijn van het Europese netwerk van natuurgebieden. De eerder nationaal beschermde natuurmonumenten worden niet meer beschermd op grond van nationale wetgeving. Wel kunnen provincies ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en bijzondere provinciale landschappen’ aanwijzen. Provincies kunnen eventueel zelf regelgeving opstellen voor deze gebieden. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van aangewezen habitats en soorten binnen de gebieden. Significant negatieve effecten op het beschermde gebied zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, er geen alternatieven voorhanden zijn en alle schade wordt gecompenseerd.

De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 2000-gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden komen de uitvoeringsbevoegdheden voor het overgrote deel bij de provincies te liggen, met uitzondering van het aanwijzen van Natura 2000-gebieden en het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van de uitvoering is de provincie waarin een ingreep plaatsvindt, bevoegd. Voor rijkswateren blijft de rijksoverheid bevoegd. Soortenbescherming De in de Wnb gestelde regels ter bescherming van soorten voorzien in voorschriften ter bescherming van de van nature in het wild levende planten- en diersoorten. In dit deel staan de verplichte instrumenten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern, Bonn en het biodiversiteitsverdrag centraal. Het is erop gericht om voor de beschermde soorten een gunstige staat van instandhouding te bereiken of te herstellen. Verbodsbepalingen De verboden, afwijkingsmogelijkheden en andere beschermingsmiddelen zijn direct overgenomen uit deze richtlijnen en verdragen en worden in de Wnb opgedeeld in drie beschermingsregimes.

Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime.

42/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Vogelrichtlijnsoorten: De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (artikel 3.1; zie bijlage 1). Voor deze soorten gelden de volgende verboden: lid 1: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijnsoorten: De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU (zie bijlage 1) op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en soorten van de Conventie van Bern Appendix II en de Conventie van Bonn Appendix I (art. 3.5; zie bijlage 1).

Voor deze soorten zijn in de Wnb de volgende verboden opgenomen: lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten: De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wnb (art. 3.10; zie bijlage 2).

Voor deze soorten is onverminderd artikel 3.5 eerste, vierde en vijfde lid het verboden om: lid 1a: In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. lid 1b: De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. lid 1c: Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

43/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in de bijlage van artikel 3.10 geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege ecologische redenen of de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Houtopstanden Het doel van in de Wnb opgenomen de regels ten aanzien van houtopstanden blijft de blijft de instandhouding van het bosareaal. De kern wordt gevormd door een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze regels vloeien als zodanig niet onmiddellijk voort uit internationale verplichtingen, maar is van wezenlijk belang in het licht van nationale en internationale natuur-, landschaps- en milieudoelstellingen. De regels met betrekking tot houtopstanden zijn van toepassing op alle bossen en houtopstanden buiten de ‘bebouwde kom Wnb’ groter dan 1.000 m2 en rijbeplantingen van meer dan 20 bomen. De wet verplicht om de grond waarop het bos heeft gestaan binnen 3 jaar opnieuw in te planten met bomen. Indien mogelijk is herplanting door natuurlijke verjonging ook toegestaan.

Waar natuurlijke verjonging niet mogelijk of te verwachten is, bijvoorbeeld bij lintbeplantingen minder dan 30 meter breed, moet geplant worden met boomsoorten die aansluiten bij de groeiplaats. De begrenzing ‘bebouwde kom Wnb’ wordt door de gemeente vastgesteld, maar hoeft niet samen te vallen met de bebouwde kom in het kader van de wegenverkeerswet. In geval een boom/bomen of andere houtopstanden binnen de bebouwde kom worden gekapt, dan kan een gemeentelijke (omgevings-)vergunning nodig zijn. Dit zal specifiek bij de betreffende gemeente moeten worden nagegaan. Struikbeplantingen groter dan 1.000 m2 vallen onder de wet, met uitzondering van éénrijige geschoren meidoornheggen die als zodanig zijn aangelegd en worden beheerd. Spontane bosopslag langs sloten, op natuurterreinen en braakliggende terreinen valt onder de Boswet, zodra sprake is van een bedekkings-percentage van 60% en een opslag van vijf jaar of ouder. De Boswet is niet van toepassing op: erven en tuinen, windschermen van bomen langs boomgaarden, éénrijige beplanting van populier of wilg op of langs landbouwgronden, Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg, vruchtbomen, kerstsparren en kweekgoed. Ook bevat de Wnb een basis om regels te stellen ter uitvoering van Europese regels die beogen te verzekeren dat in internationaal verband verhandeld hout en verhandelde houtproducten duurzaam zijn.

Nesten De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat erom of er een broedgeval is. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken.

44/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb. U heeft voor deze soorten geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. En ook niet als u maatregelen treft die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitzonderingen op. Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Deze categorieën zijn terug te vinden in de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’. Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten De aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten is indicatief en niet uitputtend. Als aanvulling op de vorige lijst zijn ook vogelsoorten opgenomen met niet jaarrond beschermde nesten. De soorten uit bovenstaande categorie 5 vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen

45/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Bijlage 3 Kaart regionale ligging

Locatie van het plangebied (rood omcirkeld; bron: pdok.nl)

46/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Bijlage 4 Impressie plangebied

Maisland in deelgebied een één

Grens grasland en mais in deelgebied één

Zicht vanaf de Maasdijk op deelgebied één

Zicht vanaf de Maasdijk op deelgebied één

Bomen in deelgebied één

Bomen in deelgebied één

Bomen in deelgebied één

Bomen in deelgebied één

47/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Grasland en zachthoutooibos, deelgebied één

Grasland en zachthoutooibos, deelgebied één

Maisland en zachthoutooibos in deelgebied één

Maisland in deelgebied twee

Begrazing in deelgebied één

Maasdijk in deelgebied twee met maisland aan weerszijden

Maisland en Maas in deelgebied twee

Maisland en Maas in deelgebied twee

48/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Zicht op deelgebied drie vanaf deelgebied twee

Zicht op deelgebied drie vanaf deelgebied twee

Grasland in deelgebied drie

Akkerland in deelgebied drie

Grasland in deelgebied drie

Grasland in deelgebied drie

Maisland in deelgebied drie

49/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

Bomenvierkant in deelgebied drie

Bomenvierkant in deelgebied drie

Bomenvierkant in deelgebied drie

Wilgen langs de Maas in deelgebied drie

Bokhovense Maasdijk in deelgebied drie

Bokhovense Maasdijk in deelgebied drie

Bokhovense Maasdijk in deelgebied drie

Zicht op deelgebied twee vanuit deelgebied drie

Uitzicht op de Maas vanaf deelgebied drie

50/50 — DPRO-51.RAPO001.QSe Quickscan ecologie DPO Bokhoven 20 april 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086992/1