Bijlage 2 - De mogelijkheden om voetbalvelden in de gemeente Maasdriel efficiënter te gebruiken
Tekst van het document
Die hogere velddruk is niet los te zien van de relatief schaarse beschikbare ruimte in stedelijk gebied (Van de Vooren, 2017). Het is voor verenigingen en gemeenten relevant om naar reistijd te kijken bij het overdenken van scenario’s van samenvoegen en fuseren. Reistijden kunnen door die scenario’s mogelijk toenemen. Het is ook van belang dat op overgebleven accommodaties voldoende ruimte blijft voor groei. Ook velden samen gebruiken biedt potentie voor efficiënter gebruik van voetbalvelden. Verenigingen benutten elkaars velden dan onderling en blijven als aparte entiteiten voortbestaan. De gemeente Maasdriel kijkt over individuele verenigingen heen naar mogelijkheden om velden efficiënter te gebruiken. Daartoe zijn mogelijkheden. Momenteel liggen bij Maasdrielse voetbalverenigingen zestien voetbalvelden. De verenigingen hebben in totaal behoefte aan twaalf van die velden op zaterdag en negen op zondag. Op beide dagen is dus sprake van een veldenoverschot. Het huidige aantal voetbalvelden in Maasdriel voorziet bovendien in de behoefte aan velden in 2040. In de toekomst hebben verenigingen maximaal behoefte aan anderhalf veld meer dan nu. Overigens hebben de individuele verenigingen niet allemaal een overschot (zie hoofdstuk 2).
Voor sommige verenigingen is het niet uitgesloten dat zij in de toekomst behoefte hebben aan meer velden dan waarover ze nu beschikken (zie hoofdstuk 4). We interviewden bestuurders over hoe zij aankijken tegen scenario’s van velden samen gebruiken, samenvoegen en fuseren.
Hedel wil verkennen of zij de handen ineen kan slaan met andere verenigingen om velden samen te gebruiken. Het gaat er dan vooral om dat Hedel gebruikt maakt van de velden en andere faciliteiten van andere verenigingen. Hedel heeft namelijk zelf geen ruimte om teams van andere verenigingen te accommoderen (zie hoofdstuk 2). Het bestuur van Hedel vindt dat de vereniging een veld tekortkomt. Door samen te werken met een club met een overschot aan velden hoeft de gemeente bij Hedel geen nieuw veld aan te leggen. Althans, dat is het idee van het verenigingsbestuur.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
25
Volgens het bestuur is het velden samen gebruiken niet zomaar gerealiseerd. Leden moeten immers bereid zijn om naar een andere vereniging af te reizen en daar te spelen. Het is volgens het bestuur waarschijnlijk dat leden uit selectieteams daar sneller toe bereid zijn dan leden uit niet-selectieteams. Het bestuur van Hedel vindt dat de gemeente aan zet is als het gaat om het verkennen en concretiseren van de mogelijkheden om velden samen te gebruiken. Die taak past volgens hen bij het nieuwe sportvoorzieningenbeleid dat de gemeente ontwikkelt. Hedel ligt relatief dicht bij Jan van Arckel en RKVSC. Het lijkt dan ook het meest logisch om te verkennen of ze velden samen kunnen gebruiken met die verenigingen. Temeer omdat RKVSC (op zaterdag) en Jan van Arckel (op zaterdag en zondag) een overschot aan voetbalvelden hebben. Kanttekening daarbij is wel dat het overschot bij Jan van Arckel zich niet voordoet als we teams gelijk over beide speeldagen verdelen (zie hoofdstuk 2). Daarnaast kan het plannen van het gebruik van de velden bij Jan van Arckel problematisch zijn als twee selectieteams in het vervolg op zaterdag gaan voetballen (zie hoofdstuk 4). Verschillende redenen kunnen samenwerken met RKVSC en Jan van Arckel bemoeilijken.
Ten eerste is er volgens het bestuur van Hedel binnen de vereniging een ‘lage gunfactor.’ Dit betekent dat leden van de vereniging terughoudend zijn als het erom gaat dat Hedel andere verenigingen helpt. Ten tweede is er binnen het verenigingsbestuur van Hedel geen consensus over samenwerken met andere verenigingen. Sommige bestuursleden zien een samenwerking niet zitten, vooral omdat ze de identiteit van de club zoals die nu is willen behouden. Ten derde vraagt het bestuur zich af of de identiteit van Hedel en buurverenigingen voldoende overeenkomen om samen te werken. Sportverenigingen zijn te zien als netwerken waarin gelijkgestemde mensen zich verbinden. Het gaat dan om gelijkgestemdheid qua achtergrondkenmerken en qua waarden, normen en daaraan ontleende opvattingen. Het bestuur van Hedel denkt dat vooral de relatief oude leden (de zogeheten ‘gevestigde orde’) het niet zien zitten om samen te werken. Nieuwe leden uit jongere leeftijdscohorten kijken daar volgens het bestuur vanuit een minder sentimenteel perspectief naar. Scenario’s van samenvoegen en fuseren kwamen niet ter sprake in het interview met een bestuurder van Hedel. Hedel stelt dat er geen noodzaak is om die scenario’s te verkennen.
HRC’14 sprak in het verleden met Alem over samenvoegen of fuseren. Op dat moment bleek daar niet voldoende animo voor te zijn. Inmiddels is dat wellicht anders, vermoedt het bestuur van HRC’14. Het bestuur veronderstelt dat de identiteiten van beide verenigingen samengaan. Een samenwerking met Heerewaarden en RKVSC zou mogelijk zijn gezien de ligging van de verenigingen en de veronderstelde overeenkomsten tussen de identiteiten van de clubs. Deze verenigingen wilden ons niet te woord staan in een interview. Ze gaven aan geen interesse of tijd te hebben om mee te werken aan ons onderzoek. Het interview met bestuurders van DSC bracht aan het licht dat een fusie van die vereniging met RKVSC en Alem voor de hand liggender lijkt (meer daarover in paragraaf 5.5). Het bestuur van HRC’14 onderkent dat. HRC’14 is overigens een fusie van voormalig voetbalverenigingen uit Rossum en Hurwenen. Tussen beide verenigingen was het eerder ‘water en vuur.’ Een fusie was vanuit negatief sentiment ondenkbaar. Toch kwam het zover en verdween het eerdere negatieve sentiment mettertijd. HRC’14 is daarom niet per se tegen een fusie met andere verenigingen. Maar het moderniseren van de accommodatie heeft prioriteit boven het verkennen van samenwerkingsvormen met andere verenigingen (zie hoofdstuk 4).
Voor Alem geldt het tegenovergestelde. De prioriteit van deze vereniging ligt juist bij het verkennen van samenwerkingsvormen. We beschreven al dat Alem zich zorgen maakt over haar toekomst. Het afnemende
26
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
aantal actief voetballende leden is de belangrijkste oorzaak. Daarnaast blijft nieuwbouw in Alem al jaren achterwege en staat die niet gepland voor de (nabije) toekomst. Volgens de bestuurder van Alem die we interviewden is het noodzakelijk dat de vereniging ‘aansluiting zoekt bij andere clubs’. Ze beseffen zich ‘dat ze moeten fuseren of samenwerken’. Sterker nog: het is ‘waarschijnlijk de enige optie’. In eerdere gesprekken lag op tafel dat Alem zich zou aansluiten bij de clubs uit Rossum en Hurwenen die fuseerden tot HRC’14. In die gesprekken was er onenigheid over de ligging van de velden en daarom haakte Alem af voor de fusie. Inmiddels werken Alem en HRC’14 samen op het gebied van enkele jeugdteams. Waar HRC’14 potentie ziet in een verdere samenwerking met Alem (zie paragraaf 5.2), wil Alem haar pijlen richten op het verkennen van een fusie of samenvoeging met DSC en RKVSC. DSC en RKVSC zijn daarvan nog niet op de hoogte.2 Volgens Alem is het voor RKVSC ook nodig om de opties tot samenwerken met andere verenigingen te inventariseren. Het bestuur van Alem vindt het realistisch om in meer detail met RKVSC en DSC te kijken naar of deze verenigingen samen kunnen gaan. Men verwacht dat de jeugd binnen de vereniging dat steunt. Senioren zijn mogelijk tegen een fusie of samenvoeging vanwege sentiment over dat de identiteit van de club verloren dreigt te gaan.
Het bestuur van Jan van Arckel stelt dat samenvoegen of fuseren niet nodig is. Dat neemt niet weg dat een fusie of samenvoeging met Well in de toekomst tot de mogelijkheden kan behoren. Beide verenigingen werken nu al samen op het gebied van jeugdteams (zie hoofdstuk 4). Volgens het bestuur van Jan van Arckel zou de nieuw te ontstane vereniging dan op één en niet op twee accommodaties actief moeten zijn. De wens om in de nabije toekomst een veld te realiseren op de accommodatie van Jan van Arckel zal in het geval van een fusie of samenvoeging nadrukkelijker gaan spelen. Die uitbreiding is niet zomaar te realiseren, gezien de beperkte mogelijkheden daarvoor rondom de accommodatie van Jan van Arckel (zie hoofdstuk 4).
Een samenvoeging of fusie tussen DSC, Alem en RKVSC is drie jaar geleden verkend. De vereniging die daaruit ontstaat, zou dan Samenwerking Oud Maasdriel (S.O.M.) gaan heten. Als de verenigingen samengaan in S.O.M., zouden ze ongeveer 800 leden hebben. Alleen de accommodatie van DSC biedt volgens het verenigingsbestuur voldoende mogelijkheden om dat ledenaantal te huisvesten. Wel is het volgens het bestuur dan nodig de accommodatie te moderniseren in lijn met de behoeften van DSC op dat gebied (zie hoofdstuk 4). Het bestuur van DSC veronderstelt dat zij genoeg velden hebben om een fusievereniging te starten. Wel is het volgens de vereniging nodig om een natuurgrasveld om te turnen tot een kunstgrasveld. Het bestuur van DSC ziet fuseren of samenvoegen met Alem en RKVSC dus bij voorkeur gebeuren op de accommodatie van DSC. Niet alleen omdat die accommodatie over de meeste capaciteit beschikt. De centrale ligging van DSC is voor het bestuur van belang om de bestaande maatschappelijke inzet van de accommodatie te behouden of verder uit te breiden. Voor DSC is dat een belangrijk uitgangspunt. De accommodatie van Alem biedt niet genoeg velden en is in dat opzicht niet uit te breiden vanwege de
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
27
ligging aan de maasoever. De accommodatie van RKVSC ligt aan een drukke weg en minder centraal. Dat bemoeilijkt de maatschappelijke inzet van de accommodatie van de mogelijke nieuwe samenwerkings- of fusieclub. En juist die inzet vindt DSC dus belangrijk. Het bestuur van DSC geeft wel aan dat zij in elk geval wil fuseren of samenvoegen op basis van een ‘warme hand’. Zij begrijpt dat het nodig is om de behoeften van Alem en RKVSC op dat gebied in beeld te brengen. ‘Zaken doen in goed overleg’ moet altijd het uitgangspunt zijn. De bestuurders van DSC stellen dat de identiteit van de vereniging gelijk is aan die van RKVSC en Alem. De leden zijn ‘niet vijandig’ en de jeugd ‘kent elkaar goed’. Dit vergemakkelijkt een mogelijke samenwerking.
Dit hoofdstuk ging over het draagvlak van Maasdrielse voetbalverenigingen voor efficiëntere benutting van voetbalvelden via scenario’s van velden samen gebruiken, samenvoegen en fuseren. We belichtten dat draagvlak vanuit het perspectief van de verenigingen waarvan we bestuurders interviewden. De nood om die scenario’s te verkennen en praktiseren – met name fuseren en samenvoegen – is het hoogst bij Alem. Alem maakt zich van de Maasdrielse voetbalverenigingen het meeste zorgen om haar toekomst. Het bestuur ziet vooralsnog geen ‘beren op de weg’ als het gaat om tegenstand vanuit de vereniging tegen fuseren of samenvoegen. Hedel heeft een gematigde urgentie om het samen gebruiken van velden te verkennen. Het aanbod aan en de vraag naar voetbalvelden zijn bij Hedel precies in evenwicht. Bij niet uit te sluiten ledengroei verandert dat. Fuseren en samenvoegen zijn precaire aangelegenheden. Rationeel en vanaf ‘de tekentafel’ geredeneerd kunnen verenigingen met een overschot van velden en een nabije ligging ten opzichte van elkaar de handen ineenslaan. In de praktijk is dat lastiger, omdat de belangen en identiteiten van individuele verenigingen verschillen. Leden en bestuursleden kunnen gekant zijn tegen fuseren en samenvoegen.
Vanuit het draagvlak van verenigingen geredeneerd zijn er drie scenario’s van fuseren en samenvoegen die het verkennen waard zijn: • De eerste combinatie is die van DSC, Alem en RKVSC in de Samenwerking Oud Maasdriel. We spraken niet met RKVSC. Binnen DSC en Alem is draagvlak voor het verkennen van een fusie of samenvoeging van deze verenigingen. De verenigingen liggen dicht bij elkaar en de identiteiten van de clubs komen volgens bestuurders overeen. • De tweede combinatie is die tussen HRC’14 en Alem. Kanttekening daarbij is dat HRC’14 een fusie of samenvoeging niet noodzakelijk acht en Alem inzet op het verkennen van de Samenwerking Oud Maasdriel met DSC en RKVSC. De combinatie tussen HRC’14 en Alem is daarom ogenschijnlijk niet reëel. • Het samen gebruiken van velden door RKVSC, Jan van Arckel en Hedel is vanuit het perspectief van laatstgenoemde club relevant. Jan van Arckel staat daar niet negatief tegenover, maar heeft momenteel prioriteiten op andere gebieden. Jan van Arckel is eerder geneigd haar samenwerking met Well uit te breiden. Hoe RKVSC hierin staat is onduidelijk, want we spraken deze vereniging niet. Als verenigingen fuseren of samenvoegen op één accommodatie, doet zich een capaciteitsprobleem voor. DSC, Alem en RKVSC hebben samen behoefte aan vijf velden, terwijl de grootste van deze drie verengingen (DSC) over drie velden beschikt.
HRC en Alem hebben beide twee velden en hebben samen
28
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
behoefte aan drie velden. Hedel, Jan van Arckel en RKVSC hebben allemaal twee velden en samen behoefte aan vijf velden. Kortom, fuseren en samenvoegen kan als het aantal velden toeneemt op de accommodaties van één van de verenigingen die fuseren of samenvoegen. Zonder die uitbreiding is fuseren of samenvoegen om capaciteitsredenen onmogelijk.3 Als RKVSC, Hedel en Jan van Arckel velden samen gaan gebruiken, biedt dat mogelijk een betere benutting van een aantal voetbalvelden. De kosten voor het exploiteren nemen niet noodzakelijkerwijs af, omdat het aantal velden intact blijft. Velden samen gebruiken draagt dus deels bij aan efficiëntere benutting van velden.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
29
De centrale vraag in dit rapport is: hoe zijn voetbalvelden in Maasdriel efficiënter te gebruiken en welk draagvlak hebben verenigingen daarvoor via het samen gebruiken van velden, samenvoegen en fuseren? We komen tot de volgende conclusies.
Voetbalvelden zijn in Maasdriel efficiënter te gebruiken. De mate waarin dat kan is uit te drukken aan de hand van de capaciteitsanalyse die we hebben verricht. Momenteel is het overschot aan voetbalvelden op zaterdag drie en op zondag vijf. Vanuit bevolkingsgroei geredeneerd willen verenigingen in 2040 maximaal anderhalf veld meer gebruiken dan nu. Vanuit bevolkingsgroei én de ledenontwikkeling van verenigingen in de afgelopen vijf jaar geredeneerd willen verenigingen in 2040 maximaal één veld meer gebruiken dan nu. Het huidige overschot aan velden voorziet ruimschoots in die toenemende gebruikersbehoefte. De situatie ziet er anders uit als we kijken naar individuele verenigingen. Alem, HRC’14 en DSC kunnen meer ruimte benutten dan nu gebeurt. Alem heeft op zaterdag en zondag een overschot van één veld, HRC’14 heeft op zaterdag een overschot van één veld en DSC heeft een overschot van één veld op zondag. Alle drie de verenigingen komen op zaterdag én zondag uit. Jan van Arckel, RKVSC, Heerwaarden en Well hebben ook overschotten, maar wel op een weekenddag waarop de verenigingen geen competitievoetbal spelen. Jan van Arckel gaat binnenkort over van een zaterdag- en zondagvereniging naar een zaterdagvereniging. Op de weekenddagen dat Jan van Arckel, RKVSC, Heerewaarden en Well hun velden niet gebruiken, kunnen andere verenigingen dat wellicht doen.
De bezetting van de velden bij Jan van Arckel, RKVSC, Heerewaarden en Well kan dan omhoog.
Het is relevant om vanuit het perspectief van Hedel naar het samen gebruiken van velden te bekijken. Teams van Hedel komen op zaterdag en zondag uit. Leden van die teams hebben op beide dagen behoefte aan twee velden, het precieze aantal velden waarover Hedel beschikt. Het bestuur van Hedel gaf aan dat Hedel een zekere urgentie heeft om te verkennen hoe zij de velden van andere verenigingen kunnen gebruiken. Die urgentie is gebaseerd op de veronderstelling van het bestuur van Hedel dat de vereniging ledengroei tegemoet gaat. Hedel wil het samen gebruiken van velden vanuit haar ligging en het sentiment van waaruit men naar andere clubs kijkt, alleen verkennen met Jan van Arckel en RKVSC. Voor de gemeente Maasdriel is het daarom relevant om te kijken of teams van Hedel de velden van Jan van Arckel op zondag en RKVSC op zaterdag kunnen gebruiken. Kanttekening is wel dat de urgentie dus gebaseerd is op de veronderstelde ledengroei van het verenigingsbestuur. Velden samen gebruiken veronderstelt dat leden elkaars velden onderling gebruiken. Maar bij deze optie gaat het er dus alleen om dat Hedel de velden van andere verenigingen gebruikt, en niet andersom. We gaven in hoofdstuk 4 aan dat behoefte aan een half veld extra door ledengroei bij HRC’14 onwaarschijnlijker is dan bij Hedel.
Als die veldbehoefte bij HRC’14 toch ontstaat, kan het een optie zijn dat HRC’14 en RKVSC velden samen gebruiken. Ook is het een optie om dan te kijken naar of HRC’14 gebruik kan maken van velden bij Heerwaarden of Alem. Maar over deze optie werd niet gesproken in onze interviews. Daarnaast wilde Heerewaarden ons niet te woord staan.
Samengebruik tussen HRC’14 en RKVSC kwam tijdens onze interviews niet ter sprake. HRC’14 gaf aan daar geen behoefte aan te hebben en de bestuurders van RKVSC wilden ons niet in een interview te woord staan. Vanaf de tekentafel gezien zou samengebruik kunnen, maar de vraag is of daar voldoende draagvlak
30
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
voor bestaat. Ons onderzoek laat zien dat dit draagvlak niet vanzelfsprekend is. Bestuurders overwegen bij velden samen gebruiken, fuseren en samenvoegen vooral in hoeverre de identiteiten van verschillende verenigingen samen kunnen gaan. De centrale vraag is dan of het ‘soort leden’ van verenigingen overeenkomt.
Vanuit dat draagvlak gezien concluderen we dat er één optie is voor het samenvoegen of fuseren van Maasdrielse voetbalverenigingen. De bestuurders van Alem en DSC die we interviewden, veronderstellen dat deze verenigingen met RKVSC samen kunnen gaan in de Samenwerking Oud Maasdriel (S.O.M). De identiteiten van de verenigingen komen hier overeen. Voor Alem geldt bovendien dat het bestuur denkt dat de vereniging op termijn niet op eigen voet kan blijven bestaan. Het grootste obstakel bij het realiseren van de Samenwerking Oud Maasdriel (S.O.M) is een capaciteitsprobleem. De leden van de verenigingen hebben met elkaar behoefte aan vijf velden. Dat geldt dus ook voor DSC, van de drie verenigingen degene met de meeste velden (drie). De accommodatie van DSC lijkt de meest logische plek voor S.O.M. Niet alleen omdat het veldenaantal daar het grootst is, maar ook omdat deze vereniging maatschappelijk georiënteerd is. De gemeente Maasdriel hecht daar waarde aan. Als de gemeente de S.O.M. verder overdenkt, is de leidende vraag of en in hoeverre de veldencapaciteit bij DSC is uit te breiden. DSC heeft de wens om anderhalf veld toe te voegen en het centrale verenigingsgebouw te moderniseren. Het is zinnig om die wensen mee te nemen bij het overdenken van de S.O.M.
De titel van deze subparagraaf is in één zin de hoofdconclusie van dit onderzoek. Aan efficiëntie winnen door velden samen te gebruiken is realistisch, vooral als we daar vanuit het perspectief van Hedel naar kijken. De S.O.M. is realistisch vanuit draagvlak gezien, maar problematisch vanuit een capaciteitsperspectief.
De laatste conclusie die we trekken is niet direct een antwoord op de hoofdvraag, maar wel vermeldenswaardig. De conclusie is dat er uit maatschappelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen in het voetbal en de accommodatiebehoeften van verenigingen geen sterk toenemende behoefte aan voetbalvelden naar voren komt. Het is waarschijnlijker dat die behoefte licht toeneemt op basis van de bevolkingsgroei in de gemeente.
We willen twee kanttekeningen plaatsen bij de conclusies. De resultaten waarop de conclusies steunen, zijn deels subjectief. Aan de ene kant zijn ze gebaseerd op richtlijnen van de KNVB over het gebruik van velden door leden van voetbalverenigingen. Die richtlijnen gaan uit van een norm die de KNVB redelijk vindt. Aan de andere kant zijn de resultaten gebaseerd op percepties van bestuurders over het accommodatiegebruik van voetbalverenigingen. Deze percepties zijn (deels) gebaseerd op de persoonlijke meningen van die bestuurders. De resultaten zijn vanwege de gedeeltelijke subjectiviteit indicatief. Het is van belang dat de gemeente Maasdriel de resultaten niet verabsoluteert bij het ontwikkelen van beleid. De tweede kanttekening is dat maar vijf van de acht voetbalverenigingen deelnamen aan ons onderzoek. Sommige verenigingsbestuurders deelden hun perspectief op het samen gebruiken van velden en op samenvoegen en fuseren met clubs die niet deelnamen aan ons onderzoek. Mocht de gemeente
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
31
maatregelen nemen om velden efficiënter te gebruiken, dan is het zinnig om eerst na te gaan hoe de clubs die we niet spraken daar tegenaan kijken. Het gaat dan vooral om RKVSC.
32
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Uit ons onderzoek komen aanbevelingen naar voren. Ze gaan over het efficiënter gebruiken van voetbalvelden en over het (proces om te komen tot het) sportvoorzieningenbeleid waarin dat efficiëntere gebruik van voetbalvelden een doelstelling is.
Draagvlak voor velden samen gebruiken, samenvoegen en fuseren is dus niet vanzelfsprekend (zie conclusie). Hoe meer draagvlak er is, hoe kansrijker het voor de gemeente en verengingen is om door een samenwerking tot efficiënter veldengebruik te komen. We adviseren de gemeente om naar het draagvlak dat er wel is ‘toe te bewegen’. Dit betekent concreet dat het raadzaam is om te verkennen of en hoe twee dingen te realiseren zijn. Ten eerste is het raadzaam te verkennen of Hedel, Jan van Arckel en RKVSC velden samen kunnen gebruiken. Daarbij gaat het er door de krapte aan velden die Hedel ervaart in eerste instantie om dat Hedel de velden bij Jan van Arckel en RKVSC gebruikt. Ten tweede is het samenvoegen van Alem, DSC en RKVSC in de Samenwerking Oud Maasdriel (S.O.M.) het verkennen waard. We adviseren om bij het doordenken van de S.O.M. uit te gaan van een samenvoeging op de accommodatie van DSC. Niet alleen omdat deze vereniging maatschappelijk georiënteerd is en de gemeente daar waarde aan hecht, maar ook omdat DSC van de drie verenigingen de meeste velden heeft. Wel beschikt DSC over te weinig velden om in de behoefte van alle drie de verenigingen te voorzien.
We adviseren daarom om de volgende drie vragen leidend te laten zijn bij het doordenken van de S.O.M: • In hoeverre is het op en rond de locatie van DSC mogelijk om het veldenaantal op korte en lange termijn uit te breiden? • Wat betekent een uitbreiding van het aantal velden voor de behoefte van DSC - en wellicht van Alem en RKVSC als het tot de S.O.M. komt - aan modernisering van het centrale verenigingsgebouw? • En als niet in die moderniseringsbehoefte is te voorzien, wat betekent dat dan voor het draagvlak van DSC, Alem en RKVSC voor de S.O.M.? We namen geen interview af met bestuurders van RKVSC. We adviseren de gemeente om op korte termijn met hen in gesprek te gaan over de probleemstelling van dit onderzoek en over de conclusies en onze adviezen over efficiënter veldengebruik. RKVSC is namelijk onderdeel van beide samenwerkingsopties die we beschreven. Verkennen of en hoe samenwerkingen mogelijk zijn kan in de vorm van één of meerdere focusgroepen. Het is zinnig om die focusgroepen toe te spitsen op het bespreken van een verdere uitwerking van bovenstaande samenwerkingsmogelijkheden. We informeerden de gemeente eerder dat het Mulier Instituut ruime kennis over en veel ervaring met het organiseren van focusgroepen heeft.
De andere mogelijkheden tot velden samen gebruiken, fuseren en samenvoegen die in dit rapport naar voren kwamen, zijn naar ons idee op dit moment minder relevant om te verkennen. Voor die mogelijkheden bestaat namelijk minder draagvlak, terwijl draagvlak de kans op efficiënter veldengebruik dus juist vergroot.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
33
De scenario’s van velden samen gebruiken, samenvoegen en fuseren waarover we met bestuurders spraken, zijn allemaal gericht op het anders gebruiken van voetbalvelden. Ons onderzoek bracht aan het licht dat Maasdrielse verenigingen vooral behoefte hebben aan modernisering van verenigingsgebouwen. We raden de gemeente Maasdriel aan om, voor zover dat nog niet gebeurt, het nieuwe sportvoorzieningenbeleid toe te spitsen op voetbalvelden én gebouwen op voetbalaccommodaties. Daardoor ontstaat een integraal beleid dat gaat over alle relevante aspecten van de accommodaties van voetbalverenigingen. Bij het overdenken van het samen gebruiken van velden of het samenvoegen of fuseren van verenigingen, is het zinnig om te kijken naar in hoeverre daarmee ook in de gebouwenbehoefte van verenigingen is te voorzien. We adviseren de gemeente verder om drie vragen te beantwoorden: • Wie is eigenaar van de gebouwen? • Wie is verantwoordelijk voor het exploiteren van de gebouwen? • Wie is verantwoordelijk voor moderniseren van de gebouwen? Als gebouwen voor een deel verenigingsbezit zijn, is de gemeente Maasdriel wellicht onvoorzien (meer) geld kwijt aan het uitkopen van verenigingen als samenvoegen en fuseren aan de orde zijn. De vraag is dan of die uitgave opweegt tegen de kostenbesparing door het efficiëntere gebruik van velden.
De subsidie voor het Bouwen en Onderhouden van Sportaccommodaties (BOSA) biedt voetbalverenigingen in Maasdriel misschien mogelijkheden om geld te verkrijgen voor het moderniseren van gebouwen. Het is voor de gemeente en voetbalverenigingen relevant om te kijken of verenigingen daar samen een beroep op kunnen doen. BOSA-subsidie aanvragen kan ook zinnig zijn als voetbalverenigingen in Maasdriel in de toekomst samenvoegen of fuseren op één accommodatie.
De bestuurders die wij interviewden vinden de gemeente Maasdriel weinig proactief op het gebied van sportvoorzieningenbeleid. Verenigingen hebben behoefte aan uitbreiding van veldencapaciteit en modernisering van gebouwen (zie hoofdstuk 4). Deze behoeften hebben zij in het verleden (soms meermaals) aangekaart bij de gemeente. De verenigingen vinden dat de respons daarop veelal (te) laat komt en/of onvolledig is. Het Mulier Instituut kan niet inschatten in hoeverre dat correct is. In ieder geval creëert de perceptie een afwachtende en terughoudende houding bij verenigingen. Zij willen eerst de kaders van het nieuwe sportvoorzieningenbeleid afwachten. Daarna zetten ze eventueel nieuwe stappen op het gebied van hun accommodaties. We raden de gemeente aan om proactief te zijn door verenigingen mee te nemen in (het proces van) het ontwikkelen van een nieuw sportvoorzieningenbeleid. Dat kan de relatie tussen de verenigingen en de gemeente verbeteren. Dat is belangrijk, want een constructieve samenwerking met verenigingen is nodig om een nieuw sportvoorzieningenbeleid adequaat uit te voeren.
De KNVB heeft verschillende medewerkers die actief zijn in de gemeente Maasdriel en de regio daaromheen, zoals een verenigingsadviseur. Deze verenigingsadviseur ondersteunt verenigingen en gemeenten bij vraagstukken op het gebied van het besturen van verenigingsvoetbal. Verenigingsadviseurs
34
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
van de KNVB hebben kennis over en ervaring met het bedenken en praktiseren van scenario’s van het samen gebruiken van velden en het samenvoegen en fuseren van verenigingen. We raden de gemeente Maasdriel aan om de KNVB te informeren over de stappen die zij zet in het (proces van het) ontwikkelen van een nieuw sportvoorzieningenbeleid. De KNVB heeft ons te kennen gegeven graag betrokken te zijn bij dat proces. We brachten de KNVB met toestemming van de gemeente Maasdriel op de hoogte van ons onderzoek.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
35
De Nederlandsche Bank (z.d.). De stand van onze economie. Geraadpleegd op 10 april 2023, van https://www.dnb.nl/actuele-economische-vraagstukken/de-stand-van-onze-economie/ Gemeente Maasdriel. (2021a). Sportakkoord Maasdriel 2021-2022. Gemeente Maasdriel. (2021b). Sport en Bewegen Maasdrie 2021-2024. Gemeente Maasdriel. (2021c). Maatschappelijk Vastgoedbeleid 2022-2025. Hover, P., & Van Eldert, P. (2023). Kennis- en innovatiescan ‘betaalbaarheid van sport.’ Mulier Instituut. KNVB (2023). 7 redenen om te starten met 7x7 voetbal. Geraadpleegd op 10 april 2023, van https://www.knvb.nl/nieuws/amateurvoetbal/7x7-voetbal/65103/7-redenen-om-te-starten-met-7x7voetbal PO Raad (z.d.). Bewegingsonderwijs. Geraadpleegd op 10 april 2023, van https://www.poraad.nl/kindonderwijs/leergebieden/bewegingsonderwijs Pulles, I., Van Eldert, P., & Van der Poel, H. (Reds.) (2022). Monitor Sport en Corona V. De gevolgen van coronamaatregelen voor de sportsector. Mulier Instituut. Pulles, I., & Tiessen-Raaphorst, A. (2018). Maatschappelijke ontwikkelingen. In H. Van der Poel, R. Hoeijmakers, I. Pulles, & A. Tiessen-Raaphorst (Reds.), Rapportage Sport 2018 (pp. 13-38). Sociaal en Cultureel Planbureau. RIVM (2022a). Beweegvriendelijke omgeving. Geraadpleegd op 10 april 2023, van https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/beweegvriendelijke-omgeving RIVM (2022b). Clublidmaatschap.
Geraadpleegd op 10 april 2023, van https://www.sportenbewegenincijfers.nl/toekomstverkenning/trendscenario/clublidmaatschap Romijn, D., & Elling, A. (2017). ‘Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport': over ontwikkelingen in deelname van meisjes- en vrouwenvoetbal. Mulier Instituut. Van de Vooren, J. (2017). Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Noordhoff Uitgevers. Visser, K., Tiessen-Raaphorst, A., Van Bakel, M., & De Vries, M. (2016). Sport Toekomst Verkenning. De drijvende krachten van sport en bewegen. Een inventarisatie van factoren die het brede veld van sport en bewegen in de toekomst beïnvloeden. SCP/RIVM. Wezenberg-Hoenderkamp, K., & Hoekman, R. (2016). Sportaccommodaties in de toekomst. In H. Van der Poel, K. Wezenberg-Hoenderkamp & R. Hoekman (Reds.), Sportaccommodaties in Nederland, kaarten en kerngetallen (pp. 312-346). Mulier Instituut.
36
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
37
We namen de interviews af aan de hand van de volgende leidraad. De interviews bestonden uit een inleiding, middenstuk en slot. Inleiding • Goedendag. Fijn u vandaag te treffen voor dit interview. Wij zijn Rutger de Kwaasteniet en […]. We zijn werkzaam bij het Mulier Instituut. Het Mulier Instituut houdt zich bezig met wetenschappelijk onderzoek en beleidsonderzoek naar allerlei vraagstukken over sport en bewegen. • We spreken elkaar vandaag over een onderzoek waaraan we werken voor de gemeente Maasdriel. • De gemeente Maasdriel ontwikkelt een nieuw beleid over sportvoorzieningen. • Het efficiënt gebruiken van gemeentelijk sportvastgoed is daarin een belangrijke doelstelling. • Voetbalaccommodaties vormen een aanzienlijk deel van het gemeentelijk sportvastgoed. Het gaat dan preciezer gezegd om de voetbalvelden die eigendom zijn van de gemeente en gelegen zijn bij VV HRC’14, VV Alem, RKVSC, VV DSC, VV Hedel, VV Jan van Arckel, WSV Well en SV Heerewaarden. • Het Mulier Instituut onderzoekt in opdracht van de gemeente Maasdriel hoe voetbalaccommodaties efficiënter te gebruiken zijn, en welk draagvlak onder verenigingen bestaat voor scenario’s waarin dat efficiëntere gebruik gestalte kan krijgen.
• De doelstellingen van dit interview zijn: o Inzicht krijgen in het huidige accommodatiegebruik en de huidige accommodatiebehoefte van uw vereniging o Inzicht krijgen in de toekomstideeën binnen uw vereniging o Inzicht krijgen in de al dan niet veranderende accommodatiebehoefte die gepaard gaat met de toekomstideeën van uw vereniging • Het interview duurt 45 tot 60 minuten. Middenstuk 1. Huidig accommodatiegebruik We willen eerst inzoomen op het huidige accommodatiegebruik. Onze startvraag is: Hoe gebruikt u de voetbalaccommodatie waarop de vereniging gehuisvest is op dit moment? Vervolgvragen: • In hoeverre biedt uw accommodatie op dit moment voldoende ruimte? • In hoeverre wordt uw verenigingsaccommodatie maatschappelijk benut voor andere doelgroepen dan de verenigingsleden? • Hoe ziet uw huidige accommodatiebehoefte er al dan niet uit? • De KNVB hanteert richtlijnen over het gebruiken van voetbalaccommodaties. Als we naar die richtlijnen kijken, dan constateren we dat uw vereniging momenteel een tekort/ overschot heeft aan […] voetbalvelden. Hoe ervaart u dat tekort/ overschot in de praktijk? En hoe gaat u met dat tekort/overschot om? 2. Toekomstideeën We zetten het gesprek graag voort over de toekomstideeën binnen uw vereniging.
Relevante vragen: • Wat zijn de toekomstideeën binnen uw vereniging? • Welke doelstellingen heeft uw vereniging vanuit die ideeën gesteld? • Welke problemen en uitdagingen gaan met die doelstellingen gepaard?
38
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
3. Veranderende accommodatiebehoefte We zetten het gesprek voort over de veranderende accommodatiebehoefte van uw vereniging. Relevante vragen: • Welke veranderende accommodatiebehoefte heeft uw vereniging in het verlengde van de ideeën en doelstellingen die er over de toekomst zijn? • Hoe ziet de accommodatiebehoefte van uw vereniging er precies uit? • In hoeverre verwacht u dat uw vereniging in die accommodatiebehoefte kan voorzien? • Accommodatiegebruik is niet los te zien van het ledenaantal van uw vereniging. Het zijn immers de leden die gebruik maken van de velden, gebouwen en andere faciliteiten die de vereniging aanbiedt. Hoe verwacht u dat het ledenaantal van uw vereniging zich ontwikkelt? En welke veranderende accommodatiebehoefte gaat naar uw verwachting met een veranderend ledenaantal gepaard? • In hoeverre wenst u uw verenigingsaccommodatie in de toekomst meer of anders maatschappelijk te benutten dan nu het geval? En welke veranderende accommodatiebehoefte gaat daarmee gepaard? 4. Relevante ontwikkelingen in relatie tot accommodatiebehoefte We zien verschillende ontwikkelingen bij het gebruiken van voetbalaccommodaties door verenigingen. We krijgen tot slot graag inzicht in hoe uw vereniging zich tot die ontwikkelingen verhoudt. Relevante vragen: • Voetbalaccommodaties worden, al dan niet door toedoen van bezuinigingen bij gemeenten, geregeld herschikt.
Het samen gebruiken van voetbalvelden of het fuseren van verenigingen, wordt dan gestimuleerd. o Het samen gebruiken van velden door verenigingen is een andere mogelijke manier om het gemeentelijk voetbalvastgoed in Maasdriel efficiënter te gebruiken. Hoe kijkt u daar tegenaan? o Welke kansen, uitdagingen en bezwaren gaan volgens u met het samen gebruiken van velden gepaard? o Welk draagvlak schat u in dat er binnen uw vereniging is om velden samen te gebruiken met andere verenigingen? o Welk draagvlak schat u in dat er binnen andere verenigingen is om velden samen te gebruiken met uw vereniging? Mogelijk is het gemeentelijk vastgoed aan voetbalaccommodaties in Maasdriel efficiënter te gebruiken als verenigingen fuseren. Hoe kijkt u tegen het fuseren van voetbalverenigingen in Maasdriel aan? o Welke kansen, uitdagingen en bezwaren gaan volgens u met het faseren van verenigingen gepaard? o Welk draagvlak schat u in dat er binnen uw vereniging is om te fuseren met andere verenigingen? o Welk draagvlak schat u in dat er binnen andere verenigingen is om te fuseren met uw vereniging? Meiden- en vrouwenvoetbal populariseert. In welke mate is die popularisering binnen uw vereniging gaande of gaande geweest? Welke veranderende accommodatiebehoefte gaat daar mee gepaard? Voetballen op zaterdag is een traditie in het Nederlandse verenigingsvoetbal.
Zaterdagvoetbal neemt in populariteit toe doordat leden van voetbalverenigingen zondag liever vrij houden voor gezinsactiviteiten. In hoeverre leeft binnen uw vereniging de wens om van zondag- naar zaterdagvoetbal over te stappen? En in hoeverre gaat daar een veranderende accommodatiebehoefte gaat daar mee gepaard? Hoe ziet die veranderende behoefte eruit? o
• •
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
39
Slot • • • • • •
40
Samenvattende en concluderende opmerkingen Hebben we relevante zaken niet besproken die u wel graag meldt over of gerelateerd aan de accommodatiebehoefte van de vereniging? Veel dank voor uw tijd en aandacht Heeft u vragen of opmerkingen? Het rapport waar dit interview onderdeel van uitmaakt, leveren we op in mei of juni. De gemeente Maasdriel stuurt u het rapport tegen die tijd toe. Als u tussentijds vragen over het onderzoek heeft, dan kunt u die richten aan r.dekwaasteniet@mulierinstituut.nl
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
We presenteren hier de codeboom. Deze geeft per thema weer wat de belangrijkste bevindingen zijn uit de interviews. We schreven de resultatenhoofdstukken en conclusies door de verschillende codes te verbinden. Huidig accommodatiegebruik/ ervaring accommodatie: • Alleen voetbal (H) • Open sportpark (H) • Geen wachtlijst, maar aan capaciteitsgrenzen (H) • Kleedkamers probleem (H) • Te krap complex (HRC) • Verdeeld over 2 locaties (HRC) • 1 kunstgrasveld; krap bij matig weer (HRC) • Vrijdag onderbezet (HRC) • Aanvullende interne activiteiten (HRC) • Geen instrumentalisering (HRC) • Voldoende capaciteit ledengroei (HRC) • Voldoende capaciteit (HRC) • Gematigd investeren (HRC) • Opstanden van de vereniging; mogelijk problematisch voor gemeente bij fuseren/ samenvoegen/ integreren (HRC) • Bezit Alem mogelijk obstakel herindeling (A) • Andere clubs gebruiken velden (HRC) • Incidenteel gebruik velden andere verenigingen (HRC) • Samenwerking jeugdteams op elkaars velden (A); Alem kartrekker samenwerking (A) • Ervaren overschot; stemt overeen met capaciteitsanalyse (A) • Hoofdveld weinig gebruikt (A) • Zaterdag onderbezet (A) • Incidenteel maatschappelijk gebruik (A) • Voldoende kleedruimte (A) • Alleen voetbal (JVA) • Vrijdag locatie onderbezet (JVA) • Geen behoefte instrumentalisering (JVA) • Gebouwen ok (JVA) • Verwacht veldenprobleem (JVA) • Geen uitbreidingsmogelijkheden velden
(JVA) • Wens kunstgrasveld (JVA); Gesprekken met gemeente opstarten (JVA) • Velden uitbreiden problematisch (JVA) • Terughoudend investeren (JVA) • Maatschappelijk benutten accommodatie (DSC) • Acute vervanging 1,5 veld (DSC) • Modernisering accommodatie gewenst (DSC) • Tijdelijke gebouwen (DSC) • Van 8 naar 12 kleedkamers (DSC) • BSO gebruik (DSC) • Spanning: proppen versus ambities (DSC) • Discrepantie richtlijnen en ervaren behoefte (DSC) • Ledengroei randvoorwaardelijk; alleen bij kunstgrasveld en meer kleedkamers (DSC) • Relatief oude accommodatie (DSC)
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
41
• •
Geen duurzaam en toekomstbestendig complex (DSC) Geen hulp verduurzaming (DSC)
Huidige situatie niet accommodatie-specifiek: • Financieel gezond (A) • Verjonging bestuur (A) • Verandering vrijetijdsbestedingspatronen (A) • Geen wachtlijst (H) • Nieuw elan door bestuur (H) • Plezier voorop (H) • Fusieclub (HRC) • Ledengroei laatste jaren (HRC) • Familiaire dorpsclub (HRC) • Verwachte ledengroei (JVA) • Prestatief (JVA) • Lokale functie (JVA) • Gezonde financiële positie (JVA) • Plezier voorop (JVA) • Samenwerking Well jeugd (JVA) • Samenwerking Well senioren moeizaam (JVA) • Maatschappelijke partners: jeugd, muziek en BSO (DSC) • Uitholling Velddriel (DSC) • Maatschappelijke functie door pro-activiteit (DSC) • Maatschappelijk georiënteerd; USP DSC (DSC) Accommodatiebehoefte (=toekomstig accommodatiegebruik): • Groei onmogelijk; veld tekort en verouderde en beperkte opstallen (H) • Behoefte aan extra veld (H) • Behoefte aan minimaal 2 kleedkamers (H) • Open voor meer maatschappelijke benutting (H) • Plannen instrumentalisering (HRC) • Gemoderniseerde accommodatie met maatschappelijke functie doel (HRC) • 0,5 veld extra op nieuwe accommodatie (HRC) • Moderniseringsplannen huidige locatie (DSC); Centrale ligging bevorderend maatschappelijke functie (DSC) • Accommodatiebehoefte: gemoderniseerd en gestapeld gebouw (DSC) • Noodkleedkamers weg op nieuwe accommodatie (DSC) • Verplaatsing parkeerplaatsen mogelijk (DSC) • Verbouwing school: DSC coöperatief en ziet
kans (DSC) • Modernisering accommodatie prioriteit (DSC) • Wens open sportpark (DSC) • Barrières accommodatiebehoefte: • Gemeente nodig voor modernisering gebouwen, maar matig contact (HRC) • Frustrerend contact gemeente (HRC) • Gesprekken nieuw veld gestrand (A) • Verhuizing gedwarsboomd door crisis (DSC); Kunstgrasveld compensatie afgelasten verhuizing (DSC) • Nieuwbouw: DSC afhankelijk van gemeente (DSC) • Gemeente niet doortastend/ proactief; legitimiteit MI (DSC) • Ongelijke verhoudingen (DSC)
42
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Toekomstplannen niet accommodatie-specifiek: • Tussen samenwerkende clubs (H) • Investeren in kleedkamers (H) • Ledengroei beoogd (H) • Samenwerking met voetbalschool voor ledenbehoud (H) • Doel meer jeugd; open voor maatschappelijke verbinding (HRC) • Familiaire dorpsclub blijven (HRC) • Voortbestaan prioriteit (A) • Toekomst: opleidingsfunctie (DSC) • Gezellige dorpsclub (DSC) • Ledengroei geen doel (DSC) • Mogelijke ledengroei (DSC) • Samenwerking tennisvereniging (DSC) • Barrières toekomstplannen: • Contact gemeente en beperkte middelen remmen groei (H) • Moeizaam contact met gemeente (H) • Financieel krap (H) • Aanbeveling: oog voor gebouwen (HRC) Samenwerken, fuseren en integreren: • Samenwerken selecties (H) • Open voor samenwerking; gemeente aan zet (H) • Bereidheid verkennen samenwerken (H) • Samengaan HRC met Alem realistisch (HRC) • Samengaan Heerewaarden met RKVSC en DSC realistisch (HRC) • Fusie Rossum en Hurwenen eerst ondenkbaar; sentiment daarna gesleten (HRC) • Ongerust over toekomst (A); Fuseren/ samenwerken noodzakelijk (A) • Fusie/ samenwerken met RKVSC mogelijk (A) • Samenwerking/ fuseren denkbaar voor garanderen voortbestaan (A) • Fusie met DSC mogelijk (A); nog onbesproken met DSC (A) • Fusie/ samengaan: jeugd ok; senioren terughoudend (A) • Fuseren noodzakelijk (A) • Samenwerking Well jeugd (JVA) • Samenwerking Well senioren moeizaam (JVA) • Fusie wel
mogelijk (JVA) • Geen noodzaak fuseren (JVA) • Samenwerking Oud Maasdriel: fusie/ samenwerking DSC, Alem en RKVSC mogelijk (DSC). Relevante vraag: verschil fusie, overname, integratie en samenwerking? • Samenwerking eerder besproken (DSC) • Ledengroei na samengaan (DSC) • Randvoorwaarden samengaan: modernisering clubgebouw en kunstgrasveld extra (DSC) • Voorkeur samengaan locatie DSC (DSC) • Argument samengaan locatie DSC: centrale ligging (DSC) • Identiteit verenigingen gelijksoortig (DSC) • Fusie/ samengaan met warme hand (DSC) • Fuseren in goed overleg (DSC) • Samengaan met Alem en RKVSC mogelijk uit capaciteits- en identiteitsoogpunt (DSC) • Barrières: o Lage gunfactor (H) o Verdeeldheid samenwerken bestuur (H)
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
43
o o o o
Fuseren lastig vanwege identiteit (H); Fuseren in toekomst – over 10 à 15 jaar – mogelijk (H) Fusie met HRC; onenigheid ligging velden (A) Afgehaakt fusie. (HRC 14 = Rossum en Hurwenen. Rossum nieuwe accommodatie. Hurwenen oude accommodatie) (A). Barrière fusie: ligging onveilig (DSC)
Relevante sportieve ontwikkelingen: • Vrijdagavondvoetbal: o Vrijdagavond voetbal populariseert (H) o Wens vrouwenvoetbal vrijdagavond (JVA) o Vrijdag locatie onderbezet; kans optuigen voetbal (JVA) o Vrijdag onderbezet; kans optuigen voetbal (HRC) • Meiden- en vrouwenvoetbal: o Extra veld nodig voor vrouwenvoetbal (H) o Meiden- en vrouwenvoetbal aanwezig (HRC) o Meiden- en vrouwenvoetbal stabiel (DSC) o Instroom vrouwen wellicht problematisch (DSC) o Lokale functie vrouwenvoetbal (A) o Enkel groei vrouwenvoetbal (A) o Geen vrouwenvoetbal (JVA) o Samenwerking Well vrouwenvoetbal (JVA) • Zondag- naar zaterdagvoetbal: o Zaterdag vol (H) o Wens zaterdagvoetbal (H) o Zaterdag- én zondagvoetbal gestimuleerd wegens krappe capaciteit (HRC) o Jeugd voorrang zaterdag (HRC) o Zondagsvoetbal blijft (A) o Wens volledige overstap zaterdag (JVA) o Tegendraadse beweging (DSC)
44
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
45