Bijlage 2 - De mogelijkheden om voetbalvelden in de gemeente Maasdriel efficiënter te gebruiken
Tekst van het document
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen
Over de mogelijkheden om voetbalvelden in de gemeente Maasdriel efficiënter te gebruiken
Rutger de Kwaasteniet Amilia Aarnink
© Mulier Instituut Utrecht, juni 2023
Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut
1.
Inleiding
4
2. 2.1 2.2 2.3
Aanbod versus gebruik Heden Toekomst Conclusie
6 6 8 11
3. 3.1 3.2 3.3
Veldgebruik in context Voetbal-specifieke ontwikkelingen Maatschappelijke ontwikkelingen Conclusie
12 12 13 17
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Accommodatiegebruik en -behoefte Hedel HRC’14 Alem Jan van Arckel DSC Conclusie
19 19 19 20 21 22 23
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Draagvlak voor efficiënter veldengebruik Hedel HRC’14 Alem Jan van Arckel DSC Conclusie
25 25 26 26 27 27 28
6.
Conclusie
30
7. 7.1 7.2
Aanbevelingen Efficiënter veldengebruik (Proces tot) sportvoorzieningenbeleid
33 33 34
Literatuurlijst
36
Bijlage 1 Respondenten interviews
37
Bijlage 2 Leidraad interviews
38
Bijlage 3 Codeboom interviews
41
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
3
Sportvoorzieningen maken het mogelijk om sport te beoefenen en hebben daarom een prominente plek in sportbeleid van gemeenten. Binnen de gemeente Maasdriel is dat niet anders. De gemeente Maasdriel ontwikkelt een nieuw beleid over haar sportvoorzieningen. Die voorzieningen zo efficiënt mogelijk gebruiken is daarbij een uitgangspunt: een zo hoog mogelijke bezetting tegen zo laag mogelijke kosten. Momenteel liggen er zestien voetbalvelden in de gemeente Maasdriel. Ze vormen daarmee een aanzienlijk deel van het gemeentelijk sportvastgoed. De gemeente veronderstelt dat Maasdrielse voetbalverenigingen over meer velden beschikken dan ze nu en in de toekomst nodig hebben. Een andere veronderstelling is dat voetbalvelden efficiënter te gebruiken zijn als verenigingen velden samen gebruiken, of als verenigingen samenvoegen of fuseren: • Samengebruiken betekent dat voetbalverenigingen elkaars velden onderling gebruiken. • Samenvoegen betekent dat meerdere verenigingen als aparte entiteiten blijven voortbestaan, maar zich samenvoegen op één accommodatie. • Fuseren betekent dat meerdere verenigingen opgaan in één nieuwe entiteit én zich samenvoegen op één accommodatie.
De gemeente Maasdriel wil weten of en in welke mate beide veronderstellingen kloppen. Ze heeft het Mulier Instituut gevraagd onderzoek uit te voeren naar de volgende centrale vraag: Hoe zijn voetbalvelden in Maasdriel efficiënter te gebruiken en welk draagvlak hebben verenigingen daarvoor via het samen gebruiken van velden, samenvoegen en fuseren? Het Mulier Instituut en de gemeente stemden af dat het antwoord op deze vraag voortkomt uit antwoorden op de volgende deelvragen: 1. Wat is nu en in de toekomst de verhouding tussen het aanbod aan voetbalvelden en de vraag van Maasdrielse voetbalverenigingen naar die voetbalvelden? 2. Welke ontwikkelingen in het voetbal en de maatschappij kunnen het gebruik van voetbalvelden in Maasdriel beïnvloeden? 3. Hoe gebruiken Maasdrielse voetbalverenigingen velden en accommodaties nu en in de toekomst, en welke accommodatiebehoefte gaat daarmee gepaard? 4. Welk draagvlak bestaat onder Maasdrielse verenigingen voor het efficiënter benutten van voetbalvelden via het samen gebruiken van velden, samenvoegen en fuseren?
We beantwoorden onderzoeksvraag 1 in hoofdstuk 2. Ons antwoord is gebaseerd op secundaire analyses. We brachten het aanbod aan voetbalvelden in Maasdriel in kaart vanuit de Database SportAanbod (DSA). Het Mulier Instituut beheert de DSA. De vraag naar voetbalvelden brachten we in beeld door de ledenaantallen van verenigingen te relateren aan richtlijnen van de KNVB over het gebruiken van velden. We berekenden de toekomstige vraag naar voetbalvelden aan de hand van bevolkingsprognoses en prognoses over de ontwikkeling van het ledenaantal van Maasdrielse voetbalverenigingen. We beantwoorden onderzoeksvraag 2 in hoofdstuk 3. Ons antwoord is gebaseerd op bureauonderzoek en interviews met bestuurders. We bestudeerden literatuur die we verzamelden via de (online) kennisbank van het Mulier Instituut en via het openbare internet. In interviews vroegen we bestuurders in welke mate ontwikkelingen in de maatschappij en in het verenigingsvoetbal zich voordoen bij verenigingen. In hoofdstuk 4 beantwoorden we onderzoeksvraag 3. We interviewden bestuurders van vijf Maasdrielse voetbalverenigingen.
4
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Hoofdstuk 5 gaat over onderzoeksvraag 4. We gaan vanuit interviews in op hoe verenigingen aankijken tegen efficiënter gebruik van velden via scenario’s van velden samen gebruiken, samenvoegen en fuseren.1 We beantwoorden de centrale vraag in hoofdstuk 6 door de antwoorden op de deelvragen te verbinden. Hoofdstuk 7 gaat over de aanbevelingen die voortkomen uit onze conclusies, de resultaten en het onderzoeksproces. Het rapport bevat drie bijlagen. Hierin presenteren we een overzicht van de interviewrespondenten, de leidraad voor de interviews en de codeboom die volgt uit de interviews.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
5
Deelvraag 1 staat centraal in dit hoofdstuk. Die deelvraag luidt: wat is nu en in de toekomst de verhouding tussen het aanbod aan voetbalvelden en de vraag van Maasdrielse voetbalverenigingen naar die voetbalvelden? We gaan in paragraaf 2.1 in op de verhouding tussen het aanbod aan en de huidige vraag naar voetbalvelden. Paragraaf 2.2 gaat over hoe deze verhouding eruitziet in de toekomst. Onze cijfers van de toekomstige vraag naar voetbalvelden zijn gebaseerd op prognoses van het bevolkingsaantal en prognoses van het aantal leden van voetbalverenigingen in Maasdriel. De conclusies van dit hoofdstuk geven we weer in paragraaf 2.3.
De gemeente Maasdriel telt acht voetbalverenigingen: VV HRC’14, VV Alem, RKVSC, VV DSC, VV Hedel, VV Jan van Arckel, WSV Well en SV Heerewaarden. Deze verenigingen zijn gevestigd op sportparken in de vijf CBS wijken van de gemeente Maasdriel (zie kaart 2.1): Heerewaarden, Rossum, Kerkdriel, Hedel en Ammerzoden.
6
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Het merendeel van de voetbalteams van de verenigingen in Maasdriel speelt hun wedstrijden op zaterdag (73%). SV Heerewaarden en RKVSC zijn zondagclubs. De jeugdspelers van deze verenigingen spelen samen met Alem en HRC’14. WSV Well is een zaterdagvereniging. De rest van de verengingen is actief op zaterdag en zondag. Daar voetballen senioren op zaterdag of zondag en jeugdteams alleen op zaterdag. Het merendeel van de leden van Maasdrielse voetbalverenigingen woont in de dorpskern waarin de vereniging gevestigd is (zie tabel 2.1). Het verzorgingsgebied van de verenigingen is grotendeels het eigen dorp. De leden van HRC’14 zijn afkomstig uit twee dorpen. HRC’14 is in 2014 opgericht uit een fusie tussen de voetbalclubs van de buurtdorpen Hurwenen en Rossum. Tabel 2.1 gaat, net als andere figuren en teksten in dit rapport, over vijf voetbalverenigingen. Deze verenigingen gaven de KNVB toestemming om ledendata met het Mulier Instituut te delen. Daarnaast waren ze bereid om ons te woord te staan in een interview.
De sportparken waarop Maasdrielse voetbalverenigingen gevestigd zijn, tellen in totaal zestien volwaardige wedstrijdvelden. Het gaat dan dus om de velden bij alle acht de verenigingen en niet alleen bij de vijf verenigingen die deelnamen aan ons onderzoek. Het aantal velden per 25.000 inwoners in Maasdriel is daarmee 16,7. Dat is meer dan gemiddeld in referentiegemeenten en in heel Nederland (zie tabel 2.2). De gemeente Maasdriel maakt onderdeel uit van de VSG-regio Gelderland-Zuid. Het aantal velden in Maasdriel is lager dan in Gelderland-Zuid. 27 procent van de voetbalvelden in de gemeente Maasdriel is van kunstgras. Dat percentage is iets hoger dan in Nederland en in referentiegemeenten, en beduidend hoger dan in de VSG-regio Gelderland-Zuid (zie tabel 2.2). Maasdriel telt veel voetbalvelden. In lijn daarmee is de voetbaldeelname (9,8%) ook hoog. De resulterende velddruk is vergelijkbaar met vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde (tabel 2.2).
A) De gemeente Maasdriel is onderdeel van VSG-regio Gelderland Zuid. B) De referentiegemeenten zijn gemeenten die qua bevolkingsomvang en stedelijkheid vergelijkbaar zijn met de gemeente Maasdriel. De referentiegemeenten zijn Buren, Neder-Betuwe, Borger-
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
7
Odoorn, Aa en Hunze, Ooststellingwerf, Eijsden-Margraten, Tytsjerksteradiel, Opsterland en Maasgouw. Toelichting: De velddruk berekenen we door het aantal inwoners dat lid is van een voetbalvereniging te delen door het aantal velden in de gemeente.
De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) heeft een richtlijn ontwikkeld waarmee is te berekenen hoeveel wedstrijdvelden een voetbalvereniging nodig heeft. De KNVB gaat daarbij uit van het aantal in competitie spelende teams, uitgesplitst naar mannen, vrouwen en g-teams en in zaterdag-, zondag- en doordeweekse teams. We hebben deze richtlijn toegepast op het aantal velden en teams van Maasdrielse voetbalverenigingen. Tabel 2.3 is daarvan de uitkomst. We gaan uit van de huidige situatie, met de teamverdeling over zaterdag en zondag zoals die in seizoen 2022-2023 was. De behoefte zou groter kunnen uitvallen, omdat in deze analyse alleen teams zijn meegenomen die staan ingeschreven bij de KNVB. Onze analyse laat zien dat voetbalverenigingen Alem en RKVSC beide een overschot van één veld hebben. Bij de rest van de verenigingen ligt de behoefte in lijn met het aanbod. In theorie heeft de gemeente Maasdriel een half trainingsveld te weinig. De KNVB heeft als richtlijn dat verenigingen kunnen trainen op een trainingsveld en een kunstgrasveld. In praktijk vinden trainingen ook plaats op wedstrijdvelden van natuurgras. Hierdoor ontstaat in de praktijk geen tekort, maar worden de natuurgrasvelden mogelijk overbelast.
Gemeente Maasdriel
A) Verenigingen gebruiken natuurgrasvelden in de praktijk ook voor trainingen. Toelichting: Verenigingen benutten kunstgrasvelden voor trainingen en wedstrijden. Wedstrijden vinden alleen plaats op natuurgrasvelden. Een behoefte van 0,3 velden betekent dat een voetbalveld 30% van de tijd in gebruik zou zijn.
We analyseerden hoe het aanbod aan en de vraag naar voetbalvelden zich tot elkaar verhouden in 2030, 2035 en 2040. We pasten opnieuw de KNVB-richtlijn over het aantal teams per veld toe. Daarnaast namen we twee andere variabelen mee in onze analyse.
8
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Ten eerste keken we naar de prognose van het bevolkingsaantal in de gemeente Maasdriel. Er woonden ruim 25.500 inwoners in de gemeente in 2022. In de toekomst stijgt het aantal inwoners licht. De prognose is dat de gemeente Maasdriel in 2030 26.000 inwoners heeft, in 2035 26.200 en in 2040 26.300. In de toekomst neemt het aantal inwoners tussen de 0 en 14 jaar en van 65 jaar of ouder toe, zowel absoluut als relatief. Deze relatieve toename is te zien in figuur 2.1 Het aantal inwoners tussen de 15 en 64 jaar neemt af in zowel absolute als relatieve zin.
30.000 25.000 20%
25%
27%
28%
30%
26%
24%
23%
10.000
24%
24%
23%
23%
5.000
11%
10%
9%
9%
15%
16%
17%
17%
2022
2030
2035
2040
20.000 15.000
0
0 t/m 14 jaar
15 t/m 24 jaar
25 t/m 44 jaar
45 t/m 64 jaar
65 jaar of ouder
Ten tweede keken we naar de ontwikkeling van het ledenpercentage van Maasdrielse voetbalverenigingen in de afgelopen vijf jaar. Het ledenpercentage is het aantal mensen dat een lidmaatschap heeft bij een voetbalvereniging, afgezet tegen het aantal inwoners. De ontwikkeling van het ledenaantal in de voorbije vijf jaar is te zien in figuur 2.2. Het aantal junioren bij een voetbalvereniging is ten opzichte van 2018 met 18 procent afgenomen. Het aantal senioren is juist toegenomen (+10,5%). Het aantal inwoners in de leeftijdscategorie van een junior (6 t/m 17 jaar) is in de afgelopen vijf jaar met 10 procent gedaald. Het aantal inwoners in de leeftijdscategorie van een senior (18 t/m 54 jaar) is met 7 procent toegenomen. Uit de ontwikkeling van het ledenaantal en de bevolking in de afgelopen vijf jaar leiden we voor de voetbalverenigingen samen een groeifactor af. Deze geeft aan in welke mate het ledenpercentage is toegenomen. De groeifactor van Maasdrielse voetbalverenigingen bij de junioren is 1,00. Bij de senioren is de groeifactor 0,99. Deze factor gebruiken we om het te verwachten ledenaantal van Maasdrielse voetbalverenigingen te berekenen in 2030, 2035 en 2040.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
9
15 10 5 0 2018/’19
2019/’20
2020/’21
2021/’22
2022/’23
-5 -10 -15 -20 Junioren
Senioren
Totaal
Bron: Ledencijfers voetbalverenigingen Alem, DSC, Hedel, HRC’14 en Jan van Arckel, 2018-2023. Tabel 2.4 gaat over de behoefte aan wedstrijd- en trainingsvelden in de toekomst. We gaan uit van twee ontwikkelingen. Ten eerste dat de bevolking zich ontwikkelt volgens de prognose die we weergaven in paragraaf 2.1. Ten tweede dat het ledenpercentage van de voetbalverenigingen gelijk blijft. Vanuit deze ontwikkelingen neemt de behoefte aan wedstrijdvelden het sterkst toe op zaterdag: van +0,6 veld in 2030 tot +1,5 veld in 2040. De behoefte aan wedstrijdvelden op zondag neemt eerst af richting 2030 (-0,3), maar neemt daarna toe tot +1,1 in 2040. De behoefte aan trainingsvelden neemt ook toe. Deze bedraagt in 2040 +1,3 veld. In de gemeente Maasdriel is in theorie voldoende capaciteit voor de extra leden beschikbaar.
* De verhouding tussen zaterdag- en zondagteams is hetzelfde als in seizoen 2022-2023. De afgelopen vijf jaar nam het aantal voetballeden in de gemeente Maasdriel licht af (zie figuur 2.2). We gaan er in tabel 2.5 van uit dat die ontwikkeling zich doorzet en dat de bevolking zich ontwikkelt volgens de prognose (zie figuur 2.1). De behoefte aan wedstrijdvelden neemt dan het sterkst toe op zaterdag: van +0,4 veld in 2030 tot +1,0 veld in 2040. De behoefte aan wedstrijdvelden op zondag neemt eerst af richting 2030 (-0,5), maar daarna toe tot +0,5 in 2040. De behoefte aan trainingsvelden neemt ook toe. Deze bedraagt in 2040 +0,8 veld. In de gemeente Maasdriel is in theorie voldoende capaciteit beschikbaar voor de extra leden.
10
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
* De verhouding tussen zaterdag- en zondagteams is hetzelfde als in seizoen 2022-2023. In vergelijking met het eerste scenario neemt de behoefte in het tweede scenario minder toe. Een verklaring hiervoor is de lichte afname van het aantal voetballeden in Maasdriel.
We gingen in dit hoofdstuk in op wat nu en in de toekomst de verhouding is tussen het aanbod aan en het gebruik van voetbalvelden in de gemeente Maasdriel. Op dit moment heeft geen enkele voetbalvereniging een tekort aan wedstrijdvelden. Bij elkaar genomen hebben de verenigingen een overschot van twee velden. Bij zes van de acht verenigingen komt het aanbod overeen met de gebruikersbehoefte van de leden. Ook voor trainingen hebben verenigingen in Maasdriel voldoende velden. Deze conclusie is gebaseerd op de praktijk, waarin verenigingen zowel op kunstgrasvelden en trainingsvelden als op natuurgraswedstrijdvelden trainen. Dit wijkt af van de KNVB-richtlijn, die ervan uitgaat dat trainen alleen kan op kunstgrasvelden en trainingsvelden. De bevolking in Maasdriel neemt licht toe in de toekomst. Die bevolkingsgroei beïnvloedt de verhouding tussen het aanbod en de behoefte aan voetbalvelden. De invloed op zaterdag is groter dan die op zondag. Op zaterdag is in 2040 behoefte aan 1,5 veld meer dan nu; op zondag gaat het om 1,1 veld. Het huidige overschot aan voetbalvelden voorziet in deze toenemende gebruikersbehoefte. De afgelopen vijf jaar nam het aantal voetballeden in de gemeente Maasdriel licht af. De verhouding tussen aanbod en gebruikersvraag is anders wanneer we ervan uitgaan dat die afname en de lichte bevolkingstoename doorzetten.
De verenigingen hebben dan in 2040 op zaterdag behoefte aan 1,0 veld meer dan nu; op zondag gaat het om 0,5 veld. Het huidige overschot van velden voorziet in die toenemende gebruikersbehoefte. Deze behoefteanalyse is gebaseerd op de richtlijn van de KNVB. Die richtlijn heeft bepaalde uitgangspunten (bijvoorbeeld het aantal trainingsuren van teams). We hebben niet getoetst in hoeverre deze uitgangspunten aansluiten bij de situatie bij de verenigingen in Maasdriel. De richtlijn kijkt alleen naar het aantal velden dat nodig is voor de teams die ingeschreven staan bij de KNVB. Deze houdt dus geen rekening met trainingsteams die niet ingeschreven staan bij de sportbond of die interne competitie spelen. Daarnaast zijn velden soms niet volledig beschikbaar doordat andere gebruikers ze benutten.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
11
We beantwoorden de tweede deelvraag in dit hoofdstuk. Deze luidt: welke ontwikkelingen in het voetbal en de maatschappij kunnen het gebruik van voetbalvelden in Maasdriel beïnvloeden?
De toename van het ledenaantal van de KNVB kwam de voorbije seizoenen enkel en alleen op het conto van dat meer meiden en vrouwen gingen voetballen. De popularisering van meiden- en vrouwenvoetbal begon in de jaren zeventig en versnelde in de jaren negentig (Romijn & Elling, 2017). Waarschijnlijk zet deze popularisering zich in meer of mindere mate door in de komende decennia (idem). Deze toename van de instroom van meiden en vrouwen vraagt om accommodatieaanpassingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om gescheiden kleedkamers en (bijbehorende) sanitaire voorzieningen voor vrouwen en mannen. Van de verenigingen die deelnamen aan ons onderzoek, heeft alleen Jan van Arckel momenteel geen meiden- en vrouwenvoetbal. Wel verkent deze vereniging of het mogelijk is om op dit vlak met Well samen te werken. Het aantal jongeren tot en met 14 jaar neemt in Maasdriel toe met 444 tussen nu en 2040. Dit is een relevant gegeven, want de deelname aan sport is het hoogst onder kinderen van basisschoolleeftijd. Zij sporten relatief vaak in verenigingsverband. In de pubertijd neemt de sportdeelname van kinderen af (Visser et al., 2014). 444 kinderen vormen 25 procent van het huidige ledenaantal van alle voetbalverenigingen in Maasdriel. Voor de Maasdrielse voetbalverenigingen biedt de toename van het aantal jonge kinderen daarmee kans op ledengroei.
Het is te verwachten dat die ledengroei voor een deel op het conto komt van meidenvoetbal. De vraag naar voetbalvelden zal dus eerder toe- dan afnemen.
De KNVB stelt dat vrijdagavondvoetbal populariseert. Vrijdagavondvoetbal voor mannen is er in de leeftijdscategorie van 35- en 45-plus (KNVB, 2023). Vrouwen kunnen uitkomen in de leeftijdscategorie 18en 30-plus (idem). De verenigingen die deelnamen aan het onderzoek, bieden op dit moment geen vrijdagavondvoetbal aan, maar zien daar wel potentie in. De ontwikkeling van vrijdagavondvoetbal is dus een kans voor Maasdrielse verenigingen om het ledenaantal en de veldbezetting toe te laten nemen. Dit gaat in beginsel niet gepaard met een toenemende vraag naar voetbalvelden, omdat de velden op vrijdagavond niet bezet zijn.
Zaterdagvoetbal is een traditie in Nederland. Vooral in gemeenten die van oudsher protestants-christelijk zijn, spelen verenigingen op zaterdag. In die gemeenten is zondagsrust belangrijk (Van de Vooren, 2017, p. 36). Door ontkerkelijking en ontzuiling zijn religieuze verschillen tussen voetbalverenigingen nu minder belangrijk dan vroeger. Toch neemt zaterdagvoetbal in populariteit toe ten opzichte van zondagvoetbal. Leden van voetbalverenigingen houden de zondag liever vrij voor gezinsactiviteiten (idem). De druk op voetbalvelden neemt toe door de populariteit van zaterdagvoetbal. Het is onwaarschijnlijk dat Maasdrielse voetbalverenigingen meer leden krijgen door de popularisering van zaterdagvoetbal. Momenteel komen alleen RKVSC en Heerewaarden niet op zaterdag uit. Als zij alleen op zaterdag gaan voetballen, zullen niet ineens beduidend meer mensen in Maasdriel komen voetballen. Mensen die op zaterdag voetballen, kunnen immers al bij de andere verenigingen terecht.
12
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
We gaan in op maatschappelijke ontwikkelingen vanuit een zogeheten DESTEP-analyse. Daarin staan Demografische (D), Economische (E), Sociaal-culturele (S), Technologische (T), Ecologische (E), en Politiek-Juridische (P) ontwikkelingen centraal.
Het aantal hoogopgeleiden in Nederland neemt toe. In 2003 was 20 procent van de Nederlandse bevolking hoger opgeleid. In 2017 was dat 29 procent (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Hoger opgeleiden sporten vaker dan lager opgeleiden (idem). Als het aandeel hoger opgeleiden in Nederland toeneemt, is het te verwachten dat ook de Maasdrielse bevolking in de toekomst meer hoger opgeleiden telt. Deze ontwikkeling leidt eerder tot meer dan tot minder vraag naar voetbalvelden. Dubbele vergrijzing is de tweede relevante demografische ontwikkeling. Dat betekent dat de leeftijd van mensen in Maasdriel en Nederland toeneemt én dat het relatieve aandeel ouderen onder de bevolking in Maasdriel en Nederland toeneemt. In 2030 is ongeveer een kwart van de bevolking 65 jaar en ouder (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018, p. 37). Verreweg de sterkste toename van de bevolking in Maasdriel doet zich tussen nu en 2040 voor onder 65-plussers. In de regel is het zo dat hoe ouder mensen zijn, hoe minder zij sporten (Wezenberg-Hoenderkamp & Hoekman, 2016, p. 313). Dubbele vergrijzing heeft dus eerder minder dan meer vraag naar voetbalvelden in Maasdriel tot gevolg. Tegenover dubbele vergrijzing staat de maatschappelijke ontwikkeling van ontgroening. Het relatieve aandeel kinderen in de samenleving neemt af (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018).
In Maasdriel doet ontgroening zich niet voor in het leeftijdscohort tot en met 14 jaar. We gaven in paragraaf 3.1 aan dat dit eerder leidt tot meer dan tot minder vraag naar voetbalvelden. Niet-stedelijke gebieden hebben vaak te maken met bevolkingskrimp. Eén op de drie gemeenten telt in 2040 minder inwoners dan nu (Kooiman et al., in Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Vooral jongeren en jongvolwassenen trekken naar de stad. Dit is een vorm van ontgroening die zich ook in de gemeente Maasdriel voordoet. Het aandeel 15- tot en met 24-jarigen neemt namelijk af (zie hoofdstuk 2). Door deze ontgroening neemt het aandeel ouderen in Nederland toe. Ouderen hebben minder behoefte aan verenigingssport (Wezenberg-Hoenderkamp & Hoekman, 2016). Maasdriel is een niet-stedelijk gebied, waardoor bevolkingskrimp, ontgroening en de lagere behoefte van ouderen aan verenigingssport eerder voor minder dan voor meer vraag naar voetbalvelden zorgt. Migranten vestigen zich in toenemende mate in Nederland. Maar in niet-stedelijke gebieden is de instroom van migranten beperkt (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Maasdriel is een niet-stedelijk gebied. Mochten migranten door geopolitieke ontwikkelingen wel meer instromen in de gemeente Maasdriel dan verwacht, dan is het niet te verwachten dat de vraag naar voetbalvelden alsnog toeneemt.
De sport- en beweegdeelname van migranten ligt doorgaans lager dan die van mensen die in Nederland geboren zijn (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Migranten hebben meestal minder belangstelling voor (verenigings)sporten die in Nederland traditioneel veel beoefenaars kennen. Dit komt doordat zij in hun land van herkomst minder zijn gesocialiseerd in het beoefenen van (verenigings)sport (idem). Een kanttekening is dat hoe langer migranten in Nederland wonen, hoe vaker zij sporten. Dit geldt in het bijzonder voor de tweede-generatie-migranten. Hun sportdeelname is hoger dan die van migranten die behoren tot de eerste generatie. Tweede-generatie-migranten beoefenen vaker nieuwe sporten dan ‘traditioneel’ veel beoefende sporten in Nederland (Vogels, 2014; Synergia, in Visser et al., 2014). Het is te verwachten dat de verscheidenheid van de beoefening van sport toeneemt als zich in Nederland meer
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
13
migranten vestigen. De vraag naar ruimte voor sport diversifieert daardoor. Het is niet te verwachten dat dit meer vraag naar voetbalvelden in Maasdriel met zich meebrengt.
De Nederlandse economie ging de voorbije jaren een recessie door en herstelt daar momenteel van (De Nederlandsche Bank, z.d.). De recessie had als gevolg dat de armoede toenam. De kans op armoede is het grootst bij eenoudergezinnen, alleenstaanden, lager opgeleide kostwinners, niet-westerse huishoudens en bijstandontvangers (Visser et al., 2014). Sportbezuinigingen vinden vaker plaats in huishoudens met een relatief laag inkomen. In die huishoudens is de deelname aan sport überhaupt al relatief laag (Hover & Van Eldert, 2023). Het is te verwachten dat mensen met relatief lage inkomens in Maasdriel minder vaak lid zijn van voetbalverenigingen dan mensen met relatief hoge inkomens. De toename van de armoede in Nederland heeft daarom niet per se tot gevolg dat de vraag naar voetbalvelden in de gemeente afneemt. De ontwikkeling van de contributies bij sportverenigingen liep de afgelopen jaren in de pas met de inflatie (Hover & Van Eldert, 2023). Door inflatie kunnen mensen mogelijk minder geld besteden aan sport. Ook hierbij is het belangrijk om verschillen op te tekenen tussen groepen mensen. Inflatie raakt mensen die behoren tot hogere inkomensgroepen minder vaak in hun portemonnee. Zij sporten relatief vaak, waardoor in Nederland en in Maasdriel de vraag naar voetbalvelden en andersoortige sportvoorzieningen niet per se afneemt.
De economische recessie hangt samen met de coronacrisis die zich de voorbije jaren voordeed. Minder Nederlanders gingen door de coronacrisis sporten, en mensen die bleven sporten of gingen sporten, deden dat op een andere manier dan voor de crisis. Een deel van de sportvraag is daarom weggevallen of verschoven (Pulles et al., 2022). Het ‘traditionele’ sporten in team- en competitieverband, zeker binnen, staat onder druk. Dat geldt ook voor de organisatie van dat aanbod door vrijwilligers. De groei zit in flexibelere en individuelere vormen van sportbeoefening (idem). Bijvoorbeeld ongeorganiseerd hardlopen of racefietsen: sporten die mensen vaak buiten beoefenen vanuit een gezondheids- of recreatiemotief. De coronacrisis heeft de vraag naar sport eerder doen afnemen dan toenemen. Maar de crisis heeft vooral voor een andersoortige vraag naar sport gezorgd. Een belangrijke kanttekening is dat sportverenigingen in niet-stedelijke gebieden vaker een gemeenschapsfunctie vervullen dan in stedelijke gebieden. Ter illustratie: bijna 10 procent van de bevolking in Maasdriel is lid van een voetbalvereniging, tegenover 6,5 procent in Nederland. De relatief belangrijke gemeenschapsfunctie van verenigingen in niet-stedelijke gebieden als Maasdriel komt onder andere voort uit dat in niet-stedelijke gebieden doorgaans minder vrijetijdsvoorzieningen aanwezig zijn.
We kunnen daarom aannemen dat de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel eerder gelijk blijft of toeneemt dan afneemt.
Individualisering en informalisering zijn belangrijke sociaal-culturele ontwikkelingen. Mensen hebben door individualisering meer autonomie om hun leven naar eigen wens in te richten (Schnabel, in Visser et al., 2014). Informalisering leidt tot een toenemend belang van virtuele netwerken boven traditionele organisaties als verenigingen (idem). Het aantal mensen dat ongeorganiseerd sport is toegenomen door individualisering en informalisering. De vraag naar ruimte voor sport en bewegen verandert daardoor. Volgens de gemeente Maasdriel staan sportverenigingen in dorpskernen bijvoorbeeld onder druk door individualisering (Gemeente Maasdriel, 2021a). Het is één van de redenen voor de gemeente om ook in te zetten het sport- en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte om de sport- en beweegdeelname van inwoners te verhogen (Gemeente Maasdriel, 2021a, 2021b). Legio andere
14
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
gemeenten doen hetzelfde (RIVM, 2022a). Vooral in (zeer) sterk stedelijke gebieden zetten gemeenten in op het sport- en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte (idem). De deelname aan sport binnen verenigingen ontwikkelt zich de laatste jaren stabiel, ondanks de individualisering en informalisering (RIVM, 2022b). Wel zullen verenigingen zich tot op bepaalde hoogte moeten aanpassen aan de veranderende vraag naar sport. Aan de andere kant vervullen verenigingen juist een belangrijke gemeenschapsfunctie in een informelere en individuelere samenleving (Pulles & TiessenRaaphorst, 2018). In de gemeente Maasdriel geldt dat voor voetbalverenigingen. Het relatieve aantal inwoners dat lid is van voetbalclubs, is immers relatief hoog (zie hoofdstuk 2, subparagraaf over economische ontwikkelingen). De gemeente Maasdriel zet vanuit haar sport- en beweegbeleid nadrukkelijk in op dat verenigingen in voetbal en andere takken van sport een gemeenschapsfunctie vervullen (Gemeente Maasdriel, 2021b). De gemeenschapsfunctie van voetbalverenigingen doet vermoeden dat individualisering en informalisering een minimaal effect hebben op de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel. Hedonistische waarden staan steeds vaker centraal in de identiteit en leefstijl van mensen. Genieten, plezier maken en beleven passen daarbij.
Vooral jongere generaties streven hedonistische waarden na (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018, p. 37). Een toenemend aantal jongeren hecht bijvoorbeeld waarde aan weinig verplichtingen en veel flexibiliteit bij het beoefenen van sport. Dat zijn aspecten waar een ‘traditioneel’ verenigingslidmaatschap vaak niet bij aansluit. Door het toenemende belang van hedonistische waarden neemt de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel eerder af dan toe. Ook gezondheid staat vaker centraal in de leefstijl van mensen. De gevolgen van de obesogene samenleving werden de voorbije jaren duidelijker (Visser et al., 2014). Het aantal mensen met beweegarmoede en overgewicht steeg. Sporten en bewegen kan een integraal onderdeel zijn van een gezonde leefstijl. Steeds meer mensen zijn door die ontwikkeling gaan sporten en bewegen (idem). Verschillen doen zich voor tussen groepen mensen. Mensen die behoren tot hogere inkomens- en opleidingsgroepen sporten en bewegen vaker omwille van een gezonde leefstijl dan mensen uit lagere inkomens- en opleidingsgroepen (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Volgens de gemeente zijn een gezonde leefstijl en minder overgewicht in de gemeente Maasdriel minder goed zichtbaar (Gemeente Maasdriel, 2021a, 2021b, 2021c). Daarom zet zij in op het stimuleren van de sport- en beweegdeelname onder de lokale bevolking.
Vanuit de verbinding tussen het sportakkoord en preventieakkoord is ten aanzien van gezondheid ook beleidsaandacht voor onder andere gezonde sportkantines, rookvrije sportvelden, minder alcoholgebruik op verenigingsaccommodaties, en een samenwerking tussen organisaties bij het aanpakken van overgewicht (Gemeente Maasdriel, 2021a). Het belang van een gezonde leefstijl en de gemeentelijke inzet daarop, gaat waarschijnlijk gepaard met meer sport- en beweegdeelname, en dus eerder meer dan minder vraag naar voetbalvelden in Maasdriel. Aan de andere kant kan het belang van een gezonde leefstijl er, in combinatie met bijvoorbeeld individualisering, voor zorgen dat mensen andere vormen van sport gaan beoefenen dan verenigingssport. Dat zou eerder leiden tot minder dan tot meer vraag naar voetbalvelden.
Jongeren internetten in toenemende mate. Daardoor sporten zij minder (Van Den Dool, in Visser et al., 2014). Dat is niet zonder gevolgen, want jongeren vormen een groep die naar verhouding relatief vaak sport. De toename van internetgebruik onder jongeren leidt daardoor in Maasdriel eerder tot minder dan tot meer vraag naar voetbalvelden.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
15
Nieuwe media maken het makkelijker om (tijdelijke) gemeenschappen op sportgebied te organiseren. Dit heeft invloed op het organiseren van sport. Het belang van sportverenigingen neemt waarschijnlijk eerder af dan toe. Voor individuele sporters ontstaan meer mogelijkheden om hun prestaties en gezondheid te monitoren. Bijvoorbeeld via een applicatie als Strava. De populariteit van deze en andere apps gaat gepaard met een toename van het aantal individuele en ongeorganiseerde sporters (Visser et al., 2014). De vraag naar voetbalvelden neemt door deze ontwikkeling eerder af dan toe. Informatisering verwijst naar de toename van informatie- en communicatietechnologie in de samenleving (Visser et al., 2014). Door informatisering bewegen mensen minder op een werkdag. Beroepen waarin fysieke arbeid centraal staat, nemen af. Het zitgedrag neemt toe. Om aan de beweegnorm te voldoen, moeten meer mensen sporten en bewegen in hun vrije tijd. In het kader van een gezonde leefstijl hechten steeds meer mensen daar belang aan (idem). Informatisering en het belang van een gezonde leefstijl kunnen samen resulteren in meer vraag naar verenigingssport en dus voetbalvelden. Het is ook mogelijk dat er juist meer vraag ontstaat naar andere vormen van sport dan verenigingssport.
De sport- en beweegvriendelijkheid van de openbare ruimte in buurten en wijken neemt toe. Dat is nodig, want veel omgevingen nodigden nog steeds uit tot een ongezonde levensstijl en onvoldoende bewegen (Visser et al., 2014). Het gaat dan bijvoorbeeld om het verkopen van ongezond eten op scholen, roltrappen in openbare gebouwen en het verplaatsen van sportvoorzieningen naar randen van gemeenten (ze liggen dan niet meer op loop- en fietsafstand). Als bij het inrichten van buurten en wijken oog is voor gezondheid, sporten en bewegen, neemt de vraag naar ruimte voor sport en bewegen eerder toe dan af. De gemeente Maasdriel heeft daar oog voor (Gemeente Maasdriel, 2021 a, 2021b). Wel nodigt een sporten beweegvriendelijke omgeving in beginsel eerder uit tot deelname aan sport buiten verenigingen dan daarbinnen. Het is aannemelijk dat daardoor in Maasdriel minder vraag naar voetbalvelden ontstaat. Beschikbare ruimte wordt in Nederland steeds schaarser. Sportvoorzieningen dingen mee om die schaarse beschikbare ruimte, vooral in steden (Pulles & Tiessen-Raaphorst, 2018). Hoe schaarser de ruimte, hoe minder groot de kans is dat gemeenten sportvoorzieningen realiseren, en hoe groter de kans is dat zij sportvoorzieningen naar de randen van gemeenten verplaatsen. Die afstand gaat eerder gepaard met meer dan met minder vraag naar velden van sportverenigingen.
In de gemeente Maasdriel zal het effect hiervan beperkt zijn, omdat de meeste verenigingen in of vlak bij een dorpskern liggen (zie hoofdstuk 2).
Het voeren van sportbeleid is geen wettelijke verplichting voor gemeenten. Als gemeenten zich voor bezuinigingen gesteld zien, kan sport daarom (een) kind van de rekening zijn. Tegelijkertijd zijn in de afgelopen decennia veel sportaccommodaties geprivatiseerd. Ze zijn dan overgedragen aan verenigingen of andere particuliere bezitters. Recessie en bezuinigingen die daar mogelijk op volgen, hebben daardoor niet noodzakelijkerwijs invloed op het aanbod van sportvoorzieningen in een gemeente. Als de gemeente Maasdriel zich voor bezuinigingen gesteld ziet in de toekomst, is het niet onwaarschijnlijk dat die bezuinigingen sport treffen. Verenigingslidmaatschap hangt samen met tevredenheid over sportvoorzieningen (RIVM, 2022b). Bezuinigingen op sport kunnen resulteren in mindere kwaliteit van voorzieningen. Het kan meer vragen van leden van verenigingen, in de vorm van een hogere contributie en een toenemende vraag naar vrijwilligers. Mogelijk overwegen meer mensen daardoor hun clublidmaatschap op te zeggen. Als die ontwikkeling zich voordoet, slinkt de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel. Het woord ‘als’ geeft al het onzeker is of de ontwikkeling plaatsvindt. Te meer omdat de gemeente Maasdriel nadrukkelijk inzet op het verbeteren en zo hoog mogelijk houden van de kwaliteit van sportvoorzieningen (Gemeente Maasdriel, 2021a).
16
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
De richtlijn van twee lesuren beweegonderwijs per week is recent omgezet naar een wettelijke verplichting (PO Raad, z.d.). Bewegingsonderwijs hoeft niet per se plaats te vinden in binnensportaccommodaties. Meer bewegingsonderwijs gaat eerder gepaard met meer dan met minder vraag naar voetbalvelden in de gemeente Maasdriel.
We gingen in dit hoofdstuk in op ontwikkelingen in het voetbal en in de maatschappij die de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel (kunnen) beïnvloeden. We besteedden in feite aandacht aan kansen en bedreigingen. Per saldo tekenden we meer bedreigingen dan kansen op. Kansen voor een toename van de vraag naar voetbalvelden zijn: • de popularisering van meiden- en vrouwenvoetbal; • een toename van het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking; • een toename van het aantal kinderen in Maasdriel tot en met 14 jaar; • de gemeenschapsfunctie van Maasdrielse voetbalverenigingen in tijden van informalisering; • de toename van het aantal uren bewegingsonderwijs. Bedreigingen voor het gebruik van voetbalvelden zijn: • dubbele vergrijzing; • ontgroening onder jongeren en jongvolwassenen; • de eventuele toename van het aantal migranten in Maasdriel en het overwegend ontbreken van hun belangstelling voor verenigingsvoetbal; • het toenemende belang van een hedonistische levensstijl; • de toename van internetgebruik onder jongeren; • informatisering; • het sport- en beweegvriendelijker inrichten van de openbare ruimte in relatie tot individualisering en informalisering; • eventuele gemeentelijke bezuinigingen in combinatie met het ontbreken van een sportwet. Het effect van andere ontwikkelingen op de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel is lastiger te voorspellen.
Het gaat dan om: • de popularisering van vrijdagavondvoetbal: op die avonden gebruiken de clubs velden vooralsnog niet; • de popularisering van zaterdagvoetbal: zaterdagvoetbal is al mogelijk bij de meeste verenigingen in de gemeente; • armoede en inflatie: treffen vooral lagere inkomens- en opleidingsgroepen, die überhaupt al relatief weinig verenigingssport beoefenen; • individualisering en informalisering – mede versterkt door de coronacrisis: in Maasdriel hebben verenigingen juist een belangrijke gemeenschapsfunctie doordat er minder vrijetijdsvoorzieningen zijn dan in stedelijke gebieden; • het verkassen van clubs naar de randen van gemeenten: in Maasdriel liggen verenigingen juist in de dorpskern. Meer bedreigingen dan kansen doet vermoeden dat de vraag naar voetbalvelden in Maasdriel eerder afdan toeneemt. Een kanttekening is dat er aan de kant van de bedreigingen meer ontwikkelingen zijn waarvan het effect in Maasdriel onzeker is: • Het sport- en beweegvriendelijker inrichten van de omgeving is meer aan de orde in steden, door de schaarse beschikbare ruimte.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
17
• • •
Het is de vraag of het toenemende belang van een gezonde leefstijl zich vertaalt naar meer behoefte aan verenigingssport of andere vormen van sport. Migranten stromen verhoudingsgewijs minder in niet-stedelijke gemeenten als Maasdriel in. Voetbalverenigingen in de gemeente Maasdriel hebben juist een belangrijke gemeenschapsfunctie die tegenwerking biedt aan een individuele, informele en hedonistische levensstijl.
Vooral die gemeenschapsfunctie doet er in niet-stedelijke omgevingen toe. Juist doordat in die omgevingen relatief weinig andere vrijetijdsvoorzieningen zijn, hebben verenigingen een belangrijke sociale en integrerende werking. Dat geldt in het bijzonder voor voetbalverenigingen. Voetbal is in Nederland de ‘nationale sport.’ In geen enkele andere sport zijn er zoveel verenigingen als in voetbal. Als we rekening houden met de onzekerheid van het effect van bepaalde ‘bedreigingen’ in Maasdriel, valt te verwachten dat de vraag naar voetbalverenigingen stabiliseert of licht afneemt.
18
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
We gaan in dit hoofdstuk in op hoe Maasdrielse voetbalverenigingen velden en accommodaties gebruiken, nu en in de toekomst. We zoomen daarbij in op de accommodatiebehoefte van verenigingen. De resultaten die we presenteren zijn gebaseerd op interviews met bestuurders van vijf van de acht verenigingen in de gemeente: HRC’14, Alem, Hedel, Jan van Arckel en DSC. We gaan in de afzonderlijke paragrafen van dit hoofdstuk op deze verenigingen in. Well, Heerwaarden en RKVSC waren niet bereid om ons te woord te staan in een interview.
Scholen gebruiken de velden bij Hedel geregeld op woensdagmiddag. Verder vinden op die velden uitsluitend voetbalactiviteiten plaats. Om maandag tot en met donderdag gaat het vooral om trainingen. Hedel gebruikt haar accommodatie niet of nauwelijks op vrijdagavond, maar verkent wel of er dan aanbod is te organiseren. Wedstrijden vinden bij Hedel overdag plaats op zaterdag en zondag. Hedel wil een ‘open sportpark’ zijn. Dat is een sportpark waar leden en niet-leden overdag en in de avond velden kunnen gebruiken. In de praktijk is het lastig om een open sportpark te zijn, omdat het ontbreekt aan vrijwillige mankracht om toezicht te houden op het gebruik van de velden. Het bestuur van Hedel vindt dat ledengroei niet mogelijk is, omdat de vereniging een wedstrijdveld tekort komt. Een wachtlijst kan volgens het bestuur binnen afzienbare tijd realistisch zijn. Hedel zet in op voetbalplezier, maar vindt ledenbehoud en -groei ook belangrijk. Daarom werkt de vereniging samen met een voetbalschool. Onze capaciteitsanalyse laat zien dat het aantal velden bij Hedel nu precies voorziet in de behoefte van leden. De afgelopen vijf jaar nam het ledenaantal van Hedel soms toe en soms af. Ledengroei en daarmee behoefte aan meer velden is daarom niet uitgesloten. Wat accommodatie betreft vindt de vereniging verder dat de opstallen verouderd zijn.
Vooral de capaciteit aan kleedkamers laat te wensen over. Soms gebruiken meerdere teams één kleedkamer. De vereniging vindt dat niet wenselijk. Hedel heeft behoefte aan modernisering van haar kleedkamers. Het is wenselijk dat er minimaal twee en maximaal zes nieuwe kleedkamers bij komen. Hedel is eigenaar van haar eigen opstallen en is voornemens die modernisering te realiseren. Verder staat Hedel ervoor open haar accommodatie meer maatschappelijk te benutten. Volgens de voorzitter is die maatschappelijke benutting kansrijk, omdat Hedel de enige voetbalvereniging is in dit dorp (zie kaart 2.1).
HRC’14 typeert zichzelf als een familiaire dorpsclub. HRC’14 is een fusieclub van een voormalige voetbalverenigingen uit Rossum en Hurwenen. De velden bij HRC’14 zijn iedere doordeweekse dag in gebruik voor trainingen. Op vrijdag is dat niet het geval en is de accommodatie onderbezet. De vereniging benut de accommodatie niet voor maatschappelijke doeleinden. In de toekomst verandert dat mogelijk, want HRC’14 is bezig met concretiseren van een samenwerking met een buitenschoolse opvang en een fysiotherapeut. Een samenwerking met scholen is niet uitgesloten. Men verwacht erin te slagen de accommodatie meer maatschappelijk te benutten. Daardoor gebruiken ze de accommodatie in de toekomst intensiever. Wel vindt HRC’14 het belangrijk om een familiaire dorpsclub te blijven. Het meer maatschappelijk benutten van de accommodatie mag die identiteit niet in de weg staan.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
19
HRC’14 gaat uit van ledengroei in de toekomst. Gezien het schommelende ledenaantal van de afgelopen vijf jaar is dat niet uitgesloten, maar ook niet erg waarschijnlijk. HRC’14 stelt bij ledengroei behoefte te hebben aan half veld extra. Het huidig aantal velden is dan volgens het bestuur te krap (twee velden waarvan één kunstgrasveld). Onze capaciteitsanalyses laten zien dat HRC’14 momenteel op zaterdag voldoende velden heeft en op zondag een overschot kent van één veld (zie hoofdstuk 2). Bij ledengroei op zaterdag kan een extra veldbehoefte ontstaan. Andere verenigingen gebruiken de velden van HRC’14 incidenteel. Andersom is dat ook het geval. Onderling gebruik van velden vindt alleen plaats als het aantal teams dat thuis speelt niet is te huisvesten op de eigen accommodatie. HRC’14 stimuleert dat het voetbal verspreid over de zaterdag en zondag plaatsvindt, juist omdat er volgens de vereniging alleen op zaterdag onvoldoende capaciteit is. De jeugd krijgt op zaterdag voorrang bij HRC’14. Seniorenteams spelen overwegend op zondag. De kleedkamers van HRC’14 zijn relatief oud en volgens het bestuur aan vervanging toe. De gebouwen zijn eigen bezit. HRC’14 investeert relatief weinig in het moderniseren van gebouwen. De reden is dat men bezig is met het realiseren van een nieuwe verenigingskantine op de voormalige accommodatie van een voetbalverenging in Rossum.
De kantine op die accommodatie ging door brand in rook op. De nieuwe kantine gaat een dorpshuisfunctie vervullen. Dit betekent dat HRC’14 de kantine benut voor maatschappelijke doeleinden. HRC’14 is met de gemeente in conclaaf voor het realiseren van de nieuwe kantine. Vooralsnog is geen startsein gegeven voor de bouw.
Alem beschikt over twee voetbalvelden en één trainingsveld. Dat veldenaantal is voldoende om wedstrijden en trainingen te organiseren. Sterker nog: Alem ervaart een overschot aan velden. Die perceptie komt overeen met de cijfers die we eerder presenteerden (zie hoofdstuk 2). Alem is niet in staat zelfstandig jeugdteams op de been te brengen. Om toch in jeugdcompetities uit te komen, werkt Alem samen met HRC’14, Heerewaarden en RKVSC. Alem is kartrekker van de samenwerking. De jeugdteams die onder de vlag van Alem uitkomen, spelen om de week een thuiswedstrijd op zaterdag. Daardoor gebruikt Alem de accommodatie om de week op zaterdag. Incidenteel maakt een jeugdwerker gebruik van de accommodatie van Alem. Maatschappelijke benutting van de accommodatie en de velden vindt verder dus niet plaats. Alem beschikt over vier kleedkamers en dat is op zaterdag en zondag voldoende. De verenigingsaccommodatie is recent verduurzaamd. Alem is daar tevreden over. Het bestuurslid dat we interviewden stelt verder dat de vereniging financieel gezond is en dat er onder invloed van een nieuw bestuur verfrissende toekomstideeën zijn. Dit biedt vertrouwen met het oog op de toekomst. Het ledenaantal van Alem nam de voorbije jaren af. Volgens het bestuur zorgde de instroom van vrouwenteams ervoor dat er geen sterke ledenafname ontstond.
Het teruglopende ledenaantal van de voorbije jaren baart het verenigingsbestuur zorgen. Vooral het aantal jongeren daalt. Dat komt volgens het bestuur mede doordat het vrijetijdspatroon van jongeren verandert. Maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering en informalisering zijn daar volgens het bestuur niet los van te zien (zie hoofdstuk 3).
20
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Vrijdagavond- en zaterdagvoetbal populariseren (zie hoofdstuk 3). Bij Alem is dat niet te merken en willen teams juist op zondag blijven voetballen. De animo om op vrijdagavond of zaterdag te voetballen neemt niet of nauwelijks toe. Het overschot aan velden dat Alem ervaart komt overeen met onze capaciteitsanalyse (zie hoofdstuk 2). De vereniging heeft geen veldbehoefte. Een accommodatiebehoefte op het gebied van gebouwen heeft ze ook niet. De vier kleedkamers waarover de vereniging beschikt, bieden voldoende ruimte en zijn toekomstbestendig.
Plezier en zo goed mogelijk presteren met selectieteams staan voorop bij Jan van Arckel. De vereniging hecht waarde aan haar lokale functie en ziet het ledenbestand het liefst bestaan uit direct omwonenden. Jan van Arckel stelt financieel gezond te zijn. Het bestuurslid dat we interviewden onderschreef dat door te stellen dat ze ernaar streven de contributie de komende tien jaar niet te verhogen. Jan van Arckel gebruikt haar accommodatie alleen voor voetbalactiviteiten. Van maandag tot en met donderdag vinden trainingen plaats. Op vrijdag is de accommodatie onderbezet. Net als andere verenigingen ziet Jan van Arckel kansen in de popularisering van vrijdagavondvoetbal. De vereniging werkt met Well samen op het gebied van enkele jeugdteams. De verenigingen hebben twee gezamenlijke jeugdteams. Een samenwerking op het gebied van senioren kwam niet van de grond. Jan van Arckel is er op dit moment niet mee bezig of naar op zoek om haar accommodatie maatschappelijk te benutten. Men is tevreden met het huidige aantal en de huidige staat van de gebouwen. Het bestuur van de vereniging verwacht dat het veldenaantal volgend jaar tekortschiet. Die verwachting is gebaseerd op veronderstelde ledengroei en op dat de vereniging volledig overstapt naar zaterdag. Jan van Arckel ziet wat ledengroei betreft vooral potentie in het starten van vrouwenvoetbal op vrijdagavond.
Momenteel heeft de vereniging geen meiden- en vrouwenteams. De vereniging heeft plannen om een vrouwenvoetbal-samenwerking op te zetten met Well. Het bestuur merkt dat de animo om op zondag te spelen afneemt en dat voor zaterdag het tegenovergestelde geldt (zie hoofdstuk 3). Dat is vooral onder jeugdleden en leden met gezinnen het geval. Als alle verenigingsactiviteiten op één weekenddag plaatsvinden, hoeven leden minder reisbewegingen te maken en dat is duurzamer. De vereniging vindt het daarnaast duurzamer dat leden water en elektriciteit maar gedurende één weekenddag gebruiken. Bij Jan van Arckel zijn momenteel twee selectieteams op zondag actief. Zij spelen doorgaans op vaste speeltijden. Als zij op zaterdag gaan voetballen, is de vereniging minder flexibel bij het inplannen van wedstrijden. Dat kan knellend zijn voor het inplannen van wedstijden op zaterdag. Op zaterdag hebben leden namelijk de twee velden nodig die nu voorhanden zijn. Maar het lijkt te stellig om aan de overstap van twee teams naar de zaterdag direct een behoefte van een extra veld te verbinden. Bij ledengroei is het niet uitgesloten dat er behoefte ontstaat aan een extra veld. Toch is die ledengroei niet waarschijnlijk, gezien de afname van het ledenaantal in de afgelopen vijf jaar. Een probleem doet zich voor als er één veld bijkomt op de accommodatie van Jan van Arckel.
De vereniging heeft op haar terrein namelijk nauwelijks mogelijkheden om het veldenaantal uit te breiden. Het bestuur heeft zich gebogen over de mogelijkheden op dat gebied, maar ziet geen oplossing. De huidige parkeerplaats en weilanden rondom de accommodatie benutten is niet mogelijk. Wellicht is het mogelijk om twee velden te realiseren achter het kasteel dat grenst aan het complex. Daarnaast is het mogelijk een weg rondom de accommodatie te verleggen, waardoor een trainingsveld is te vervangen door
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
21
een wedstrijdveld. De vereniging heeft behoefte om deze scenario’s binnenkort met de gemeente en een wethouder te bespreken. Dan ligt ook de optie op tafel om een natuurgrasveld te vervangen door een kunstgrasveld. Gesprekken met de gemeente over veldenuitbreiding of het realiseren van kunstgras zijn nog niet gestart. De vereniging is tevreden over de staat van de huidige gebouwen. Accommodatiebehoeften doen zich verder vooral voor op het gebied van verduurzaming van de gebouwen. Bijvoorbeeld door een warmtepomp en vloerverwarming te realiseren. Jan van Arckel wil eerst de contouren van het nieuwe sportvoorzieningenbeleid van de gemeente afwachten voordat zij daarin investeert. De vereniging veronderstelt dat dit mogelijk kansen biedt om de accommodatie te moderniseren.
DSC ligt in de dorpskern van Kerkdriel en gebruikt haar accommodatie voor zowel voetbalactiviteiten als andere maatschappelijke doeleinden. Van maandag tot en met donderdag trainen teams. In de periode van april tot en met oktober gebruiken scholen de velden voor bewegingsonderwijs. Het gaat in totaal om ongeveer 800 leerlingen. Verder is er een samenwerking net een buitenschoolse opvang en Connect 2 Jeugd. Deze laatstgenoemde organisatie richt zich op kansarme jongeren en gebruikt de accommodatie van DSC om activiteiten te organiseren. De maatschappelijke activiteiten die bij DSC plaatsvinden, komen voort uit een proactieve houding van het verenigingsbestuur. DSC probeert zich als een dorpscentrum te positioneren en zoekt op eigen initiatief de verbinding met relevante maatschappelijke partners. DSC beschikt over één grasveld en 2,5 kunstgrasveld. Het is volgens het bestuur nodig om anderhalf veld ‘acuut’ te vervangen. De gemeente heeft het veld eerst hersteld door het ‘op te lappen’, maar die situatie is onhoudbaar. Wat accommodatiebehoefte betreft kijkt DSC vooral naar het moderniseren van gebouwen. De huidige gebouwen zijn zestig jaar oud en behoeven modernisering. Het gebouw is volgens bestuurders niet duurzaam en toekomstbestendig. Een betere isolatie is onder meer nodig. De gemeente heeft de vereniging eerder niet geholpen bij het isoleren van de gebouwen.
Tien jaar geleden is de kleedkamercapaciteit uitgebreid met drie noodkleedkamers en één kleedkamer voor scheidsrechters. Volgens de vereniging zijn die nodig, want de acht kleedkamers die de vereniging eigenlijk bezit, schieten tekort. De wens is daarom om tot twaalf gemoderniseerde kleedkamers te komen. De BSO die gebruik maakt van de accommodatie van DSC, is gehuisvest in het deel van de kantine waar de bar operationeel is. Als de BSO en de vereniging tegelijk activiteiten organiseren, is het volgens het bestuur ‘proppen om dat gedaan te krijgen.’ Dat geeft aan dat de accommodatie vooral tekortschiet als het gaat om ruimte in gebouwen. De grond waarop DSC is gevestigd, is van de gemeente. De gemeente kan daar in theorie gaan bouwen. DSC ging daarover met de gemeente in gesprek en begreep toen dat er geen bouwplannen zijn. Dit biedt DSC de mogelijkheid om nieuwe gebouwen te realiseren. Het concrete plan is om een zogeheten gestapeld verenigingsgebouw te realiseren, met beneden kleedkamers, boven een kantine en aan de zijkant van het gebouw een tribune. Als er nieuwe kleedkamers komen, dan gaat DSC de huidige noodkleedkamers niet meer gebruiken. De kleedkamers kunnen nog wel dienst doen voor de school die tegenover DSC gevestigd is. Ze worden dan verplaatst naar het parkeerterrein van DSC. De school gaat in de toekomst verbouwen en zoekt tijdelijk andere huisvesting.
22
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
DSC had in het verleden meer leden dan nu. Het is volgens de vereniging aannemelijk dat het ledenaantal toeneemt in de nabije toekomst. Als het ledenaantal stijgt tot 800 of meer, is het volgens bestuurders nodig om een natuurgrasveld om te turnen tot een kunstgrasveld. De behoefte aan meer en gemoderniseerde kleedkamers zal toenemen. DSC verwacht overigens geen ledengroei uit de popularisering van zaterdagvoetbal. Het bestuur constateert een ‘tegendraadse beweging’: sommige teams, vooral in de jeugd, willen liever op zondag dan op zaterdag spelen. Dat is een prettige constatering voor de vereniging, want de capaciteit van kleedkamers is op zaterdagen krap. Senioren spelen bij DSC vooral op zondag en zijn voornemens dat te blijven doen. Behoefte aan extra velden is volgens het bestuur niet aan de orde. Dit is een reëel perspectief, want de vereniging beschikt momenteel over voldoende velden op zaterdag en een overschot van één veld op zondag. DSC vind het in de toekomst verder vooral belangrijk om haar opleidingsfunctie te behouden en een ‘gezellige dorpsclub’ te blijven. Een samenwerking met de naastgelegen tennisvereniging is niet uitgesloten. Juist omdat verschillende leden van de voetbalclub in de zomerstop tennissen of dat naar verluidt willen gaan doen.
Verder hoopt DSC een zogeheten open sportpark te kunnen zijn, waar mensen op en af kunnen en waar veel ruimte is voor groen. Het bestuur verkent landelijke stimuleringsregelingen om dat te bevorderen.
De vraag die centraal stond in dit hoofdstuk is hoe Maasdrielse verenigingen hun accommodatie nu en in de toekomst gebruiken. We gingen ook in op de accommodatiebehoeften van verenigingen. Vrijwel alle verenigingen gebruiken hun accommodatie enkel en alleen om voetbalactiviteiten te organiseren. DSC is op dit moment de enige vereniging die haar accommodatie maatschappelijk benut. Die maatschappelijke benutting komt voort uit een proactieve houding van het bestuur. DSC onderscheidt zich van andere verenigingen op maatschappelijk gebied. De verenigingen willen hun accommodatie in de toekomst overwegend blijven gebruiken om trainingen en wedstrijden te organiseren. HRC’14 verkent of en hoe zij maatschappelijk van betekenis kan zijn. Hedel staat daar open voor, maar is nog niet met verkennen begonnen. Accommodatiebehoeften hebben de verenigingen vooral op het gebied van het moderniseren van gebouwen en andere opstallen. Het gaat dan om het moderniseren van kleedkamers (Hedel), verduurzaming (Jan van Arckel) en het bouwen van nieuwe centrale verenigingsgebouwen met onder andere een kleedkamer- en kantinefunctie (DSC en HRC’14). Gebouwen en andere opstallen zijn naar verluidt, en in tegenstelling tot de velden, bezit van de verenigingen.
We schrijven ‘naar verluidt’ omdat wij en de bestuurders die we interviewden niet (precies) weten hoe het bij de individuele verenigingen met eigendomsverhoudingen is gesteld. Het beantwoorden van die vraag was geen doelstelling van dit onderzoek. Als de verenigingen hun opstallen willen moderniseren, zijn zij daar dus mogelijk zelf verantwoordelijk voor. Dat is een implicatie die de gemeente moet doordenken als zij het aantal voetbalaccommodaties terug wil brengen door fuseren of samenvoegen. Alem en DSC veronderstellen momenteel over voldoende velden te beschikken. Dit is een reële veronderstelling, want volgens ons capaciteitsonderzoek beschikken zij nu over voldoende of een overschot aan velden. Wel is het volgens het bestuur van DSC nodig om anderhalf veld te moderniseren.
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
23
De veronderstelling van Hedel dat zij bij eventuele ledengroei behoefte heeft aan één extra veld, is realistisch. De behoefte van Jan van Arckel aan een extra veld is twijfelachtig. Ledengroei is onwaarschijnlijk wanneer we kijken naar de ledenontwikkeling in de afgelopen vijf jaar. Wel is te bezien of het in de nabije toekomst uitkomt om selectieteams op vaste speeltijden op zaterdag in te plannen. Bij HRC’14 kan de behoefte aan een half veld extra reëel zijn wanneer ledengroei zich op zaterdag voordoet. Of die ledengroei zich voordoet is lastig te voorspellen vanuit het schommelende ledenaantal in de afgelopen vijf jaar.
24
Velden samen gebruiken kansrijker dan fuseren en samenvoegen | Mulier Instituut
Voetbalvelden zijn efficiënt te gebruiken als verenigingen ze zo vaak mogelijk bespelen tegen zo laag mogelijke kosten. Velden zijn onder meer efficiënter te gebruiken door samenvoegen en fuseren. Samenvoegen betekent dat meerdere verenigingen als aparte entiteiten blijven voortbestaan, maar zich samenvoegen op één accommodatie; fuseren betekent dat meerdere verenigingen opgaan in één nieuwe entiteit én zich samenvoegen op één accommodatie. Het aantal leden van de KNVB nam de voorbije jaren toe, maar zij zijn lid van een afnemend aantal verenigingen. De grootte van de gemiddelde voetbalvereniging neemt daardoor toe (Van de Vooren, 2017, p. 14). De toekomstbestendigheid of vitaliteit van sommige verenigingen is twijfelachtig. Redenen daarvoor zijn bijvoorbeeld een afnemend ledenaantal en een weinig rooskleurige financiële uitgangspositie. Verenigingen die weinig toekomstperspectief (veronderstellen te) hebben, bundelen hun krachten geregeld met andere verenigingen (idem). Het gaat dan om samenvoegen en fuseren. Verenigingen én gemeenten veronderstellen dat de vitaliteit of toekomstbestendigheid van verenigingen daardoor toeneemt. Vooral in stedelijke gebieden doen samenvoegingen en fusies van verenigingen zich voor, omdat de druk op voetbalvelden daar hoger is.