Bijlage 2 Bijlagenboek
Tekst van het document
2e fase (aanvullende onderzoeken) 6 april 2022 Verhoeven Milieutechniek B.V. 28 april 2022
Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker
Protocol BRL SIKB
De heer M.A.H. van Baal De heer C.C.G. van Rossum
2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
De heer M.A.H. van Baal De heer J.B. Koppelman De heer C.C.G. van Rossum
2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2018 (v. 6)
De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2001/2018 onderzocht. Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
14 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 18 boringen (B01 t/m B18) geplaatst. De boringen B08, B09 en PB10 zijn ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank gesitueerd, waarbij boring PB10 dieper is doorgezet en afgewerkt is als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. Tevens is boring PB04 dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek voor de algemene bodemkwaliteit. Boringen B02 en B03 zijn in de asfaltverharding geplaatst en gestaakt op een betonlaag op circa 0,6 m-mv. Aangezien alle overige boringen wel tot einddiepte zijn gezet, komt ons inziens de representatief van dit onderzoek hierdoor niet in het geding. Ten behoeve van het aanvullend onderzoek naar de verontreiniging met minerale olie in de grond zijn tijdens de 2e fase in totaal 9 aanvullende boringen (B201 t/m B209) geplaatst. Boring B201 is gesitueerd ter plaatse van de vermoedelijke kern (boring PB10) en is doorgezet tot 4,3 m-mv. De overige boringen (B202 t/m B209) zijn hieromheen in 2 ringen (zowel in- als uitpandig) geplaatst tot circa 3,0 m-mv. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Onderdeel/ deellocatie Algemene kwaliteit (1e fase)
Boringen tot circa 1,0 m-mv B01, B02*, B03*, B05 t/m B07, B11, B13 t/m B18 B09
Boringen tot circa 2,0 m-mv B12
Voormalige B08# bovengrondse tank (1e fase) Aanvullend onderzoek (2e fase) * Gestaakt; Geen boring/peilbuis tot genoemde diepte; # Gecombineerd met de algemene kwaliteit.
Boringen/peilbuizen Boringen tot Boringen tot circa 3,0 m-mv circa 4,3 m-mv -
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB04 (2,50 - 3,50)
-
-
PB10 (2,60 - 3,60)
B202 t/m B209
B201
-
Grondwater Het grondwater uit peilbuizen PB04 en PB10 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 22 februari 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend en aanvullend onderzoek naar asbest Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspecties uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie grotendeels is verhard of bedekt met vegetatie (90 %). Er heeft derhalve geen efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn totaal 15 proefgaten (B01, B02, B05 t/m B09, B11 t/m B18) van minimaal 0,3 m x 0,3 m / diameter van 35 cm tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten zijn verdeeld over het terrein, waarbij rekening is gehouden met de (voormalige) asbesthoudende dakbedekking. Daarnaast zijn proefgaten B01, B02, B11 en B12 in de puinverharding/grond onder het asfalt/beton zijn geplaatst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
15 Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het veld zijn totaal 4 grond- en puinmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond-/puinmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. Aanvullend onderzoek naar asbest In verband met de resultaten van het verkennend onderzoek naar asbest, is aanvullend in een tweede fase, aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd om de verontreiniging met asbest te verifiëren en verder in beeld te brengen. Ten behoeve van het aanvullend onderzoek naar asbest zijn ter verificatie, ter plaatse van proefgaten B14 en B17, twee nieuwe proefgaten (AB101 en AB107) gegraven met een omvang van 0,3 x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven, met in de actuele contactlaag (bovenste 10 cm) een omvang van 1,0 x 1,0 m ter verificatie.
Hieromheen zijn 7 aanvullende proefgaten (AB102 t/m AB106, AB108 en AB109) gegraven een omvang van 0,3 x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven, met in de actuele contactlaag (bovenste 10 cm) een omvang van 1,0 x 1,0 m, ter eventuele horizontale afperking. Omdat uit de aanvullende analyses is gebleken dat in de grondlaag van 0,1 tot 0,5 m-mv uit proefgat AB101 een ernstige asbestverontreiniging is aangetroffen, is in een later stadium hier een proefgat dieper doorgezet tot 1,0 m-mv. Aangezien hierbij zintuiglijk asbestverdacht plaatmateriaal (> 20 mm) is aangetroffen in de onderliggende grondlaag (0,5-1,0 m-mv), is het proefgat direct dieper doorgezet tot 1,5 m-mv middels een boring met brede diameter (20 cm). Het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal is in het veld direct dubbel verpakt en gecodeerd voor analyse op de aanwezigheid van asbest in plaatmateriaal. In de ter verticale afperking bemonsterde ondergrond (1,0-1,5 m-mv), is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. De beschrijvingen en hoeveelheid aangetroffen materiaal is weergegeven in de tabel met zintuiglijke waarnemingen in tabel 8.1 van hoofdstuk 8 en op de veldwerkformulieren, welke is bijgevoegd in bijlage 7. In totaal zijn, na zeving, in het veld 13 aanvullende asbestmengmonsters (< 20 mm) samengesteld.
Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.7 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6. Asfaltonderzoek Conform de CROW 210 zijn er 2 asfaltboringen (B02 en B03) geplaatst in de asfaltverharding. De asfaltkernen zijn eerst aan het laboratorium aangeboden voor een laagdiktebepaling en PAK marker en vervolgens ingezet op een analytisch onderzoek naar PAK. Indicatief herbruikbaarheidsonderzoek Op de onderzoekslocatie zijn diverse puinlagen aangetroffen onder de verhardingen. Van de puinlagen is één indicatief mengmonster samengesteld. Het mengmonster is aan het laboratorium aangeboden voor analytisch onderzoek naar PAK, minerale olie, PCB, metalen en anionen (samenstellings- en uitloogonderzoek). De situatieschets met de geplaatste (kern)boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
16 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
17 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [6] tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd. In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
18 7.3.
Asfalt
De teerhoudendheid van het asfalt kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehalten in de asfaltkern aan de maximale samenstellingswaarde voor asfalt/bitumenproducten uit het Besluit bodemkwaliteit (PAK: 75 mg/kg d.s.). Middels een PAK-detector kan indicatief het gehalte aan PAK in een asfaltkern worden vastgesteld. Bij verkleuring is het gehalte voor PAK groter dan 250 mg/kg d.s. en indien er geen verkleuring optreedt, is het gehalte kleiner dan 250 mg/kg d.s. Bij de afwezigheid van een verkleuring, moet middels aanvullend analytisch onderzoek worden aangetoond of het gehalte aan PAK kleiner is dat 75 mg/kg d.s.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
19 8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot circa een 0,5 m-mv over het algemeen uit matig tot uiterst fijn, zwak tot matig siltig, plaatselijk kleiig, zand (plaatselijk matig humeus). Hieronder bestaat de bodem uit sterk zandig tot sterk siltige klei tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,6 m-mv. Plaatselijk (B14 en B17) is in de bovengrond (tot 0,5 m-mv) matig siltige, matig humeuze klei aangetroffen. Onder de asfaltverharding ter plaatse van boringen B02 en B03 en onder de klinkerverharding (en laag straatzand/stabilisatiezand) ter plaatse van boringen B05 en B06 is een puinfundering aangetroffen tot circa 0,5 à 0,6 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn, naast de hierboven beschreven bodemvreemde lagen, zintuiglijk meer diverse bijmengingen waargenomen. Tevens is zintuiglijke olie waargenomen in de ondergrond (2,2-3,6 m-mv) ter plaatse van boring PB10 en de aanvullende boringen B201, B203, B205, B207 en B209. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring
Proefgat
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Verkennende onderzoeken B01 Ja B02 Ja B03 Nee PB04 Nee
1,00 0,60 0,60 3,50
B05
Ja
1,00
B06
Ja
1,00
B07
Ja
1,00
B08
Ja
2,00
B09
Ja
1,00
PB10
Nee
3,60
B11 B12 B13
Ja Ja Ja
1,00 2,00 1,00
B14 B15 B16 B17 B18
Ja Ja Ja Ja Ja
1,00 1,00 1,00 1,00 1,00
0,50 - 1,00 0,15 - 0,60 0,15 - 0,60 0,00 - 0,50 0,50 - 1,50 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,20 - 0,50 0,50 - 0,80 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,10 - 0,40 0,40 - 1,00 0,10 - 0,40 0,40 - 1,00 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 2,20 - 2,50 2,50 - 3,60 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Klei + + Zand Klei + Klei + Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Klei Klei Klei Klei Zand Klei Klei Klei Klei Klei Zand Klei
sporen baksteen volledig puin volledig puin sporen baksteen sporen baksteen volledig puin sporen baksteen volledig puin sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sterke olie-water reactie zwakke olie-water reactie sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, Ca. 160 gr. asbestverdacht materiaal > 20 mm. sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen
Aanvullende onderzoeken Ja AB101
1,50
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Klei Klei
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand Klei Klei Zand Klei Klei Klei Klei
AB102 AB103 AB104 AB105 AB106 AB107 AB108 AB109
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
20 Vervolg tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring
Proefgat
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Aanvullende onderzoeken B201 Nee
4,30
B202 B203 B204 B205 B206 B207
3,00 3,00 3,00 3,00 3,00 3,00
0,15 - 0,20 0,50 - 1,00 2,20 - 2,25 2,25 - 2.50 2,50 - 4,00 0,30 - 0,50 0,15 - 0,50 0,30 - 1,00 0,20 - 0,50 0,30 - 0,50 0,20 - 0,30 0,30 - 2,50 0,20 - 0,50
Zand Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Zand Klei Klei
uiterst baksteenhoudend zwakke oliegeur zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie, matige oliegeur zwakke olie-water reactie zwak baksteenhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend uiterst baksteenhoudend zwakke oliegeur zwak baksteenhoudend
Nee Nee Nee Nee Nee Nee
B209 Nee 3,00 Toelichting bij de tabel 8.1: + Betreft geen bodem (≥ 50 % bodemvreemd materiaal); Sporen < 1 %; Volledig ≥ 50 % bodemvreemd materiaal.
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of zijn er overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. / SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater, asbest, asfalt en uitloging). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond, de maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin en de maximale emissie- en samenstellingswaarden voor de uitloogparameters en PAK in asfalt/bitumenproducten zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Opgemerkt wordt dat tijdens de aanvullende onderzoeken een verkeerd projectnummer is aangemaakt (B22.8413NO) in de veldwerkcomputer. Dit is te laat opgemerkt, waardoor de resultaten van de aanvullende onderzoeken in de bijlagen 3, 4 en 5 het projectnummer B22.8413NO hebben behouden. In tabel 8.2 op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
21 Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13621171
Monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MM01, MM04
Diverse individuele PAK
Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
13621173
MMOCB03
HCB, dieldrin
Aangezien de gehalten voor de som parameter voor PAK de index van 0,5 niet overschrijden in de betreffende monsters, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien voor de betreffende (som) OCB parameters de index van 0,5 niet wordt overschreden in het betreffende monster, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
MMASB110, MMASB113
Asbest in grond
Na droging resteert minder dan de in NEN 5898 (hoofdstuk 5) aangegeven minimale monsterhoeveelheid. In het laboratorium is meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5 1 mm en 1 2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald.
Er is, in verband met het lage droge stofgehalte, minder dan 10 kg droge stof aan monstermateriaal aangeleverd, waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien in de betreffende monsters slechts geringe gehalten voor asbest zijn aangetoond, welke ondergeschikt zijn aan de reeds aangetoond de sterk verontreiniging, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed
Asbest 13662622
PAK HCB
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM); Hexachloorbenzeen.
Grond Verkennend en aanvullend onderzoek (Wbb) Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met het zintuiglijk aantreffen van olie in de ondergrond van boring PB10, is aanvullend een (ongeroerd) steekbusmonster genomen voor analyse op minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN). Op basis van de resultaten uit de verkennend fase zijn van de aanvullend geplaatste boringen tijdens de 2e fase, grondmonsters genomen voor analyse op minerale olie om een eventuele olieverontreiniging in beeld te brengen. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit (1e fase) MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM02
Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen
MM03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM04
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
> AW < I
B01 (0,15 - 0,50) B06 (0,10 - 0,20) B11 (0,15 - 0,50) B15 (0,10 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) PB04 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B01 (0,50 - 1,00) B05 (0,50 - 1,00) B06 (0,50 - 0,80) B07 (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) B14 (0,50 - 1,00) B16 (0,50 - 1,00) B18 (0,50 - 1,00) B06 (0,80 - 1,00) B12 (1,00 - 1,50) PB04 (1,50 - 2,00)
NEN
-
-
NEN
Pb, Zn
-
NEN
Zn
-
NEN
Cd
-
NEN
-
-
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
Resultaten >I
22 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Voormalige bovengrondse dieseltank (1e fase) MM06 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen M07 Ondergrond, klei (steekbus) Zintuiglijk: sterk olie-water reactie Teeltlaagonderzoek (1e fase) MMOCB01 Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen MMOCB02
MMOCB03
Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Aanvullende onderzoek naar minerale olie (2e fase) B201-4 Ondergrond, klei Zintuiglijk: uiterst baksteenhoudend B201-10 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwakke olie-water reactie B201-13 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B202-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B202-6 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B203-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B203-6 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwakke oliegeur B204-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B204-7 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B205-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B205-7 Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen B205-8 Ondergrond, zand Zintuiglijk: B206-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B206-8 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B207-2 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B207-8 Ondergrond, klei Zintuiglijk: uiterst baksteenhoudend B208-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B208-7 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B209-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B209-7 Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analyse-pakket
B08 (0,10 - 0,40) B09 (0,10 - 0,40) PB10 (0,10 - 0,50) PB10 (2,20 - 2,40)
MO
MO
-
MO, BTEXN
MO*
-
B05 (0,50 - 0,80) B06 (0,50 - 0,80) B07 (0,50 - 0,80) PB04 (0,50 - 0,80) B08 (0,40 - 0,70) B13 (0,50 - 0,80) B15 (0,50 - 0,80) B18 (0,50 - 0,80) B14 (0,00 - 0,30) B17 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
OCB
-
-
OCB
DDE, DDT, DDD
-
B201 (0,50 - 1,00)
MO
-
-
B201 (2,50 - 3,00)
MO
-
-
B201 (4,00 - 4,30)
MO
-
-
B202 (0,20 - 0,30)
MO
-
-
B202 (1,80 - 2,30)
MO
-
-
B203 (0,08 - 0,15)
MO
-
-
B203 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
B204 (0,20 - 0,30)
MO
-
-
B204 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
B205 (0,10 - 0,20)
MO
-
-
B205 (2,00 - 2,50)
MO
MO
-
B205 (2,50 - 3,00)
MO
-
-
B206 (0,20 - 0,30)
MO
MO
-
B206 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
B207 (0,20 - 0,30)
MO
MO
-
B207 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
B208 (0,15 - 0,30)
MO
-
-
B208 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
B209 (0,10 - 0,20)
MO
-
-
B209 (2,00 - 2,50)
MO
-
-
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
> AW < I
Resultaten >I
23 Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); MO Minerale olie, inclusief organische stof (humus); BTEXN De vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); DDE/DDT/DDD Dichloordifenyldichloorethyleen/Dichloordifenyltrichloorethaan/Dichloordifenyldichloorethaan; 1 Door een verhoogde rapportagens, ligt voor divers OCB-parameters de detectiegrens boven de betreffende achtergrondwaarde. Aangezien hiervoor de index op 0 ligt, en ondergeschikt zijn aan de gehalten voor DDE, zijn deze parameters niet opgenomen in de tabel; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Gehalte benadert/is gelijk aan de index van 0,5; Niets waargenomen/aangetoond.
Aanvullend onderzoek naar PFAS Aanvullend is een monster geanalyseerd op PFAS. Het grondmonster met bijbehorende analyses en toetsingsresultaten is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4 Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Boring / proefgat (traject in m -mv)
MPFAS01
Analysepakket
Resultaten* > landbouw/natuur > Wonen/industrie (> AW) PFOA -
Grond, klei AB101 (0,00 - 0,50) PFAS Zintuiglijk: sporen baksteen (ernstig verontreinigd met asbest) Toelichting bij tabel 8.4: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS en GenX: < 1,4 µg/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 µg/kg d.s.; Niets aangetroffen/waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid AnalyseResultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) pakket >S<I >I PB04 2,50 - 3,50 1,97 7,6 1011 9,53 NEN Ba, Mo, xylenen PB10 2,60 - 3,60 2,02 7,4 680 17,64 MO+BTEXN Toelichting bij de tabel 8.5: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); MO+BTEXN Minerale olie en de vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB10 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater).
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
24 Asbest Verkennend onderzoek Op het maaiveld zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Op basis de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn vier grond- en puinmonsters samengesteld, waarvan conform de onderzoeksopzet er drie zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). Op basis van de tussentijdse resultaten is mengmonster MMASB04, van de sporen baksteenhoudende bovengrond uit proefgaten B14 en B17 nabij de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking, aanvullend geanalyseerd op respirabele vezels middels stereo elektronen microscopie (SEM, < 0,5 mm). Aanvullend onderzoek Tijdens het aanvullend onderzoek is in ondergrond (0,5-1,0 m-mv)van proefgat AB101 asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) waargenomen (1 type). Het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal is in het veld direct dubbel verpakt, gecodeerd en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal).
De resultaten zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Proefgat (traject in m-mv)
Monstercode
Massa (gram)
Materiaal
Hechtgebonden
Type*
Schatting gewichtspercentage (%)
Gemiddeld gewichtspercentage (%) 12,5
AB101 (0,5-1,0) ASB-A 160,3 Dunne plaat Ja Chrysotiel 10-15 Toelichting bij tabel 8.6: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn tijdens het verkennend onderzoek (1e fase) in totaal 4 monsters samengesteld (1 puin en 3 grondmonsters) waarvan er 3 aan het lab zijn aangeboden voor analyse op asbest (< 20 mm). Op basis van de tussentijdse resultaten is mengmonster MMASB04, van de sporen baksteenhoudende bovengrond uit proefgaten B14 en B17, aanvullend geanalyseerd op respirabele vezels middels stereo elektronen microscopie (SEM, < 0,5 mm) en is aanvullend het monster van de onderliggende grondlaag (MMASB04) geanalyseerd op asbest conform NEN 5898:2015. Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek naar asbest, waarin in mengmonster MMASB04 respirabele vezels zijn aangetroffen in een gehalte boven het criterium voor spoedeisendheid van (> 10 mg/kg d.s.), zijn tijdens het aanvullend onderzoek naar asbest van de aanvullende proefgaten gegraven extra mengmonsters samengesteld (fase 2). Hierbij zijn proefgaten B14 en B17 opnieuw gegraven (AB101 en AB107) en separaat bemonsterd voor analyse op asbest (< mm 20 mm) aangevuld met respirabele vezels (< 0,5 mm) middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse, ter verificatie. Naar aanleiding van de tussentijdse resultaten van het aanvullend onderzoek naar asbest zijn aanvullende werkzaamheden uitgevoerd ter verdere afperking van de verontreiniging met asbest.
De samenstelling van de onderzochte mengmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.7, op de volgende pagina, weergegeven.
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
25 Tabel 8.7: Samenstelling monsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen Traject (m -mv)
Soort
Analysepakket
Verkennend onderzoek (1e fase) MMASB01 B02, B05, B06 MMASB02 B01, B11, B12, B15, B16 MMASB03 B07, B08, B09, B18 MMASB04 B14, B17
Volledig puin Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen
0,15-0,50 0,10-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50
Puin Grond Grond Grond
Asbest in puin (> 25 kg)1 Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 + SEM-analyse respirabele vezels
Aanvullend onderzoek (2e fase) MMASB101 AB107
Sporen baksteen
0,00-0,10
Grond
MMASB102 MMASB103 MMASB104 MMASB105 MMASB106
Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen
0,10-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,10
Grond Grond Grond Grond Grond
Asbest in grond (> 10 kg)1 + SEM-analyse respirabele vezels Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 + SEM-analyse respirabele vezels Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1
AB107 AB108, AB109 AB106 AB103, AB104 AB101
MMASB107 AB101 Sporen baksteen 0,10-0,50 Grond MMASB108 AB102 Sporen baksteen 0,00-0,10 Grond MMASB109 AB102 Sporen baksteen 0,10-0,50 Grond MMASB110 AB105 Sporen baksteen 0,00-0,10 Grond MMASB111 AB105 Sporen baksteen 0,10-0,50 Grond MMASB112 AB101 Ca. 160 gr. Asbest > 20 mm 0,50-1,00 Grond MMASB113 AB101 1,00-1,50 Grond Toelichting bij de tabel 8.7: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm; SEM Stereo Elektronen Microscoop.
De resultaten van de geanalyseerde monsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.8. Tabel 8.8: Overzicht onderzochte monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
Hechtgebonden
Type*
Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.)
Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.)
Nee Nee
< 2,0 1,1 1,4 0,2 0,3 440 3,3
< 2,0 4,8
Nee Nee Nee
Chrysotiel Chrysotiel Crocidoliet Chrysotiel Chrysotiel Chrysotiel
Nee
Amosiet
6,4
Nee Nee
Amosiet Chrysotiel
0,39 0,4
3,9 0,4
Grond met bundels Vezels chrysotiel (< 0,5 mm) Vezels amosiet (< 0,5 mm) Bundels Chrysotiel Golfplaat
Nee Nee
Chrysotiel Chrysotiel
1.400 2,6
1.4522
Nee
Amosiet
3,7
Nee Ja
Grond met bundels Isolatie Grond met bundels Grond met bundels -
Nee Nee Nee Nee -
Chrysotiel Chrysotiel & Amosiet Chrysotiel Chrysotiel Chrysotiel Chrysotiel -
156,7# 4,9 0,4 34,4 3,8 1.285# 12,3 <2
Verkennend onderzoek (1e fase) MMASB01 MMASB03 Bundels Chrysotiel Verweerde golfplaat Verweerde plaat Grond met bundels Vezels chrysotiel (< 0,5 mm) Vezels amosiet (< 0,5 mm) Aanvullend onderzoek (2e fase) MMASB101 Vezels amosiest MMASB105 Bundels Chrysotiel MMASB04
MMASB106
MMASB107
MMASB108 MMASB110 MMASB113
Diverse (bodem)onderzoeken, Koningin Wilhelminastraat 49-51 te Hedel Rapportnr.: B21.8413 versie: 02 datum: 16 mei 2022
5031
2043
1.285 12,3 <2