CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp BP Velddriel Voorstraat 70-72 (Toelichting, regels en verbeelding)

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bestemmingsplan Velddriel, herziening 2022, Voorstraat 70-7216.965 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

‐ 32 ‐

2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); deze gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan7 blijkt, dat het projectgebied geen deel uitmaakt van een natuurgebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland of Bijzondere Provinciale Landschappen. Deze natuurgebieden liggen op een dusdanige afstand van het projectgebied, dat negatieve effecten door de beoogde transformatie niet worden verwacht. Dit geldt ook voor eventuele negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Uit een uitgevoerde stikstofberekening8 blijkt, dat het beoogde bouwplan in zowel de aanleg- als de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,0 mol/ha/jr. Effecten op Natura 2000-gebieden kunnen dan ook worden uitgesloten.

Soortbescherming Ook het aspect ’soortbescherming’ vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet Natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar deze zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen:  strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn;  alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. Uit de eerder aangehaalde quickscan blijkt, dat in (de directe omgeving van) het projectgebied diverse (strikt beschermde) diersoorten te verwachten zijn. De beoogde werkzaamheden leiden echter niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming, omdat (strikt) beschermde soorten en/of hun potentiele verblijfplaatsen niet worden aangetast en/of verstoord. Ook is geen oppervlakteverlies of andere effecten te verwachten. Conclusie Op basis van de conclusies uit de quickscan wordt gesteld, dat het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet aan de orde is. Ook het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Wel blijft ten allen tijde de zorgplicht van kracht. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied.

4.10

Duurzaamheid Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het begrip duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw.

7 Inventarium Flora en Fauna, Quickscan Voorstraat 70 Velddriel, augustus 2021, documentnummer QS50385. 8 Ecofect, Stikstofonderzoek Voorstraat Velddriel; Toelichting en stikstofberekening AERIUS‐calculator, april 2023,

projectnummer SO 50237.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting

‐ 33 ‐

Duurzaamheid is een speerpunt van de gemeente Maasdriel. Het duurzaamheidsprogramma 2017-2020 is in juli 2017 door de gemeenteraad vastgesteld en is leidend voor de uitvoering van duurzaamheid binnen de gemeente. Centraal in deze visie staat de gemeentelijke duurzaamheidsambitie voor de periode 2017 tot en met 2020. De focus hierbij ligt op energiebesparing, duurzaam energiegebruik en de opwekking van duurzame energie. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma zijn per ambitie projecten benoemd die de komende jaren uitgevoerd worden om bij te dragen aan het behalen van de ambities. Het beoogde bouwplan draagt bij aan de gemeentelijke duurzaamheidambities. De beoogde woningen worden namelijk gebouwd conform het op dat moment geldende Bouwbesluit. Dit betekent, dat de woningen in ieder geval moeten voldoen aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. Hierdoor wordt ten opzichte van de oorspronkelijke bebouwing minder CO2 uitgestoten. De beoogde patiowoningen worden daarnaast gasloos (all-electric) uitgevoerd en voorzien van een warmtepomp, zonnepanelen en groen dak. Het is verder aan de eindgebruikers van de woningen om deze naar eigen wens zo energiezuinig mogelijk in te richten, bijvoorbeeld door het toepassen van waterbesparende kranen, het gebruik van ledverlichting, door extra zonnepanelen aan te brengen en/of de gevels en daken te vergroenen.

Ook de beoogde functiewijziging van het plangebied kan gezien worden als een duurzame ontwikkeling. Door de transformatie vindt een bredere differentiatie plaats wat betreft het gebruik en is ook een langere levensduur van het pand mogelijk. Daarnaast wordt door de beoogde ontwikkeling het plangebied vergroend, waardoor vermindering van hittestress optreedt.

4.11

Parkeren De gemeente Maasdriel heeft op 12 januari 2021 de nota ‘Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel’ vastgesteld. In deze nota zijn de parkeernormen vastgelegd, gebaseerd op de CROW-kencijfers. Voor het gehele grondgebied van Maasdriel wordt uitgegaan van de categorie ‘niet stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. Daarnaast heeft de gemeente ervoor gekozen om geen onderscheid te maken in type en/of prijsklasse van woningen. Dit betekent, dat voor een woningbouwontwikkeling een parkeernorm geldt van 2,3 parkeerplaatsen per woning (pp/w). Deze norm bestaat uit een bewonersdeel (2,0 pp/w) en een bezoekersdeel (0,3 pp/w). Op basis van de geldende parkeernormen leidt de beoogde ontwikkeling tot een parkeervraag van 20,7 parkeerplaatsen (9*2,3). Het bewonersdeel betreft hierbij 18 parkeerplaatsen en het bezoekersdeel 2,7 parkeerplekken. Zoals in § 3.2 is aangegeven, voorziet het plan in de aanleg van een parkeerkoffer bestaande uit 8 parkeerplaatsen. Daarnaast worden aan de voorzijde van het perceel twee parkeerplaatsen aangelegd en in de centrale groenruimte bevinden zich vier parkeerplaatsen (2 aan de zuidzijde en 2 voor de levensloopbestendige woningen). De beoogde woningen beschikken over één parkeerplaats op eigen terrein. Deze parkeermogelijkheid mag met een factor 0,8 worden meegeteld, zodat sprake is van 4,8 parkeerplaatsen.

In totaal zijn in het plan daarmee 8+2+4+4,8=18,8 parkeerplaatsen opgenomen. Dit betekent, dat op eigen terrein een tekort is van 20,7-18,8 = 1,9 parkeerplaatsen (afgrond 2). Op grond van het gemeentelijk parkeerbeleid is het mogelijk om het tekort in de openbare ruimte op te vangen, mits hier voldoende restcapaciteit aanwezig is. Uit een uitgevoerd

‐ 34 ‐

parkeeronderzoek9 blijkt, dat in de openbare ruimte binnen een straal van 100 meter rondom de projectlocatie sprake is van een overcapaciteit is van twee parkeerplaatsen. Deze kunnen ingezet worden om het tekort op eigen terrein op te vangen. Daarmee is sprake van een gesloten parkeerbalans. Geconcludeerd wordt, dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor dit ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r(beoordelings)plichtig is, te weten:  D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het beoogde bouwplan behelst de bouw van 9 woningen, binnen de bestaande dorpskern van Velddriel.

Het perceel is reeds voor stedelijke activiteiten bestemd, waardoor de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een nieuw ruimtebeslag. Het bebouwd oppervlak neemt juist af (zie §4.1) geclaimd. Vandaar dat wordt gesteld, dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling en het nemen van een formeel m.e.r.-beoordelingsbesluit is daardoor niet nodig.

9

VAGN, Parkeeronderzoek omgeving Voorstraat 70-72 Velddriel, juni 2022, projectcode GE-2205A.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting

‐ 35 ‐

‐ 36 ‐

5.

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:  Inleidende regels;  Bestemmingsregels;  Algemene regels;  Overgangs- en slotregels.

5.2.1

Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc.

5.2.2

Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Enkelbestemmingen Artikel 3 Verkeer Artikel 4 Wonen

Dubbelbestemmingen Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie

Onderstaand wordt per bestemming een toelichting gegeven. Artikel 3 Verkeer De gronden die aan de gemeente worden overgedragen, hebben de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. Naast deze verkeerskundige voorzieningen zijn de gronden ook bestemd voor groen-, speel-, verblijfs-, nutsen waterhuishoudkundige voorzieningen. De bouwmogelijkheden op deze gronden zijn beperkt. Alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de bestemming mogen worden opgericht. Hierbij dient voldaan te worden aan de gestelde hoogtematen.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting

‐ 37 ‐

Artikel 4 Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor het wonen, alsmede voor de daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen en erven. Ook mogen de gronden gebruikt worden voor waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Op de gronden mogen alleen in de bestemming passende bouwwerken worden opgericht. Woningen dienen daarbij binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd te worden, waarbij het aantal woningen per bouwvlak niet meer mag bedragen dan het met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal. Ook de toegestane gooten/of bouwhoogte is op de verbeelding vastgelegd. Bij de woning behorende bouwwerken mogen alleen worden opgericht, binnen het op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlak ‘bijgebouwen’. Hierbij dient voldaan te worden aan de gestelde oppervlakte- en hoogtematen. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn enkele bouwregels opgesteld. Dergelijke bouwwerken mogen overal binnen het bestemmingsvlak worden opgericht. In de gebruiksregels is bepaald, welk gebruik van de gronden als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Tevens is een bepaling opgenomen onder welke voorwaarden een aan huis verbonden beroep is toegestaan. Voor het toestaan van een aan huis verbonden beroep is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Tevens is in de gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, dat de nieuw te bouwen woningen op het achterterrein pas in gebruik genomen mogen worden, nadat het bestemmingsplangebied is ingericht conform het als bijlage 3 bij de regels gevoegde inrichtingsplan. Deze inrichting dient ten alle tijden duurzaam in stand gehouden te worden. Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de dubbelbestemming “Waarde Archeologie 3”. Uitgangspunt voor deze bestemming is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem die een oppervlak hebben van meer dan 500 m2 en die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld, dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie De dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorie” is van toepassing op het aanwezige gemeentelijke monument. Uitgangspunt voor deze bestemming is dat potentiële aanwezige cultuurhistorisch waarden beschermd dienen te worden. 5.2.3

Algemene regels Dit hoofdstuk bevat zes algemene regels. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

‐ 38 ‐

Artikel 8 Algemene bouwregels Met dit artikel is geregeld, dat afwijkende maten van bestaande bouwwerken als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar moeten worden gehouden. Bij herbouw is deze regeling alleen van toepassing als dit op dezelfde plaats geschied. Daarnaast is in dit artikel bepaald, dat ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing mogen worden gelaten, indien deze bouwdelen het bouwvlak en/of de bestemmingsgrens voor niet meer dan 0,5 meter overschrijden. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel is bepaald dat het verboden is om de gronden te gebruiken die strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming. Tevens is aangegeven welk gebruik als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om middels een omgevingsvergunning voor verschillende zaken af te wijken van de eerder opgenomen regels. In de betreffende afwijkingsregels zijn voorwaarden opgenomen, waaraan voldaan moet worden. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan op onderdelen te kunnen wijzigen. Het gaat hierbij om het wijzigen van bestemmingsgrenzen voor een betere realisering van bestemmingen en/of bouwwerken.

Artikel 12 Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen inzake de toetsing aan de geldende parkeernormen. Hiervan kan onder de genoemde voorwaarden van afgeweken worden. Dit artikel bevat ook een regeling waardoor burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen ten aanzien van de hoogte van het maaiveld en peilhoogte. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning pas verleend mag worden, als blijkt dat de realisatie van de benodigde watercompensatie in voldoende mate is aangetoond (bijvoorbeeld als onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag), dan wel al is gerealiseerd. De wijze waarop de watercompensatie is gerealiseerd, dient ten alle tijden duurzaam in stand gehouden te worden. 5.2.4

Overgangs- en slotregels In artikel 13 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting

‐ 39 ‐

‐ 40 ‐

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De initiatiefnemer ontwikkelt voor eigen rekening en risico de nieuwe woningen. Tussen de gemeente Maasdriel en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten over de grondexploitatie. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens is een overeenkomst betreffende planschade afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gezien de ligging binnen het bestaand bebouwd gebied van Velddriel en de kleinschaligheid van het project, heeft het vooroverleg niet plaatsgevonden. De vooroverlegpartners krijgen de gelegenheid om tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan te reageren.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting

‐ 41 ‐

‐ 42 ‐

II.

REGELS

‐ 44 ‐

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ....................................................................................... 47 Artikel 1 – Begrippen............................................................................................ 47 Artikel 2 – Wijze van meten ................................................................................... 52

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS .................................................................................... 53 Artikel 3 – Verkeer .............................................................................................. 53 Artikel 4 – Wonen................................................................................................ 54 Artikel 5 – Waarde - Archeologie 3 ........................................................................... 57 Artikel 6 – Waarde - Cultuurhistorie.......................................................................... 61

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ........................................................................................ 63 Artikel 7 – Antidubbeltelregel ................................................................................. 63 Artikel 8 – Algemene bouwregels ............................................................................. 63 Artikel 9 – Algemene gebruiksregels ......................................................................... 63 Artikel 10 – Algemene afwijkingsregels ...................................................................... 64 Artikel 11 – Algemene wijzigingsregels ...................................................................... 65 Artikel 12 – Overige regels ..................................................................................... 65

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ...................................................................... 67 Artikel 13 – Overgangsrecht ................................................................................... 67 Artikel 14 – Slotregel ........................................................................................... 67

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 45 ‐

‐ 46 ‐

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 – Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan: het bestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70-72” met identificatienummer NL.IMRO.0263.BP1273-ON01 van de gemeente Maasdriel. 1.2 Bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3 Aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.4 Aan huis verbonden beroep: het uitoefenen van een beroep of het bedrijfsmatig verlenen van diensten in de woning met de daarbij behorende bijgebouwen, bijvoorbeeld op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch of ontwerptechnisch gebied, waarvan de omvang dusdanig is dat de activiteit in een woning en/of daarbij behorende andere gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.5 Aan- of uitbouw: een ruimte die aan het hoofdgebouw is gebouwd, die functioneel één geheel vormt met het hoofdgebouw, maar die ruimtelijk een ondergeschikte aanvulling vormt op het hoofdgebouw.

1.6 Aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar – ingevolge de regels – regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 Aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft. 1.8 Achtergevel de gevel achter de voorgevel, meestal evenwijdig daaraan, zoals deze oorspronkelijk bij de bouw is gerealiseerd. 1.9 Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 47 ‐

1.10 Bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een primair toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, met dien verstande dat a. ondergeschikt zakelijk verblijf ook is toegestaan mits: 1. maximaal één persoon per kamer is toegestaan; 2. zakelijk verblijf alleen kan plaatsvinden op doordeweekse dagen. 1.11 Bedrijf: een inrichting, waarbinnen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden vergelijkbaar met of zoals opgenomen in bijlage 1 Staat van inrichtingen. 1.12 Begane grond: de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.13 Bestaand:  

bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit plan; bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.

1.14 Bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. 1.16 Bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw;. 1.17 Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats 1.18 Bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.19 Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap.

‐ 48 ‐

1.20 Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 Bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 1.22 Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.23 Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24 Bouwwerk, geen gebouw zijnde: een bouwwerk, niet zijnde een gebouw. 1.25 Detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.26 Dienstverlening: dienstverlening met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publiekaantrekkende functie zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, hypotheekverstrekker, postkantoor, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopierservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, alsmede door naar aard en uitstraling overeenkomstige activiteiten.

1.27 Evenement: activiteit gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.28 Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 Hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.30 Huishouden: een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 49 ‐

1.31 Kelder een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 1.32 Kinderdagverblijf: opvang van kinderen in een crèche of daarmee vergelijkbaar verblijf, gedurende één of meer dagdelen per week, het hele jaar door; 1.33 Maatschappelijk: voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur, religie, verenigingsleven, cultuur, onderwijs, opvoeding, gezondheidszorg en openbare dienstverlening. 1.34 (Openbare) nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.35 Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.36 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand. 1.37 Portiek overdekte ruimte voor de ingang van een gebouw of leidend naar de ingang van een gebouw.

1.38 Seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.39 Serre: een overwegend uit glas bestaande overdekte gesloten uitbouw, die tenminste aan twee zijden transparant van karakter is. 1.40 Vloeroppervlak: totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de bijbehorende aan- en uitbouwen. 1.41 Voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de meest gezichtsbepalende gevel.

‐ 50 ‐

1.42 Voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan. 1.43 Waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etcetera. 1.44 Wonen: het huisvesten van een huishouden in een woning/wooneenheid. 1.45 Woning: een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 51 ‐

Artikel 2 – Wijze van meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1

Het bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd.

2.2

De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

De dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.4

De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, niet zijnde een goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van een dakkapel.

2.5

De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6

De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7

De diepte van een woning de buitenwerks gemeten afstand tussen de voorgevel en de achtergevel van het hoofdgebouw van een woning.

2.8

Het peil

a. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang van de woning; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein dat aansluit op het plangebied.

‐ 52 ‐

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 – Verkeer 3.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wegen, voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. verblijfsvoorzieningen in de vorm van pleinen e.d.; f. nutsvoorzieningen, waaronder begrepen leidingen en bijbehorende voorzieningen; g. kunstobjecten; h. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie; i. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 3.2

Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming mogen worden gebouwd; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan hieronder is aangegeven: Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bewegwijzeringen Licht- en andere masten Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van spelen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Maximale hoogte (m) 8 8 6 4

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 53 ‐

Artikel 4 – Wonen 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wonen; b. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie; c. parkeervoorzieningen; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, nutsvoorzieningen en overige verhardingen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ten dienste van de bestemming; b. bijgebouwen en aan- en uitbouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het bouwvlak; b. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal; c. de goot-/bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' dan wel de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; b. op de gronden die zijn gelegen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens, mag bij elke woning ten hoogste één aan- of uitbouw (portiek of serre) worden gebouwd. Voor deze aan- of uitbouw geldt een oppervlakte van maximaal 6 m² en een hoogte van maximaal 3 m; c.

de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en aan- en uitbouwen per woning, voorzover gelegen binnen de aanduiding 'bijgebouwen', mag niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande dat de volgende bebouwingspercentages niet mogen worden overschreden: 1. 30% voor vrijstaande woningen; 2. 40% voor twee-aaneengebouwde woningen; 3. 50% voor aaneengebouwde woningen;

‐ 54 ‐

4. 70% voor nulttreden woningen; d. van aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen en aan- en uitbouwen: 1. mag de goothoogte niet meer bedragen dan 0,3 meter boven de bovenzijde van de verdiepingsvloer met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,25 m; 2. mogen liften en of trappen ten behoeve van de bereikbaarheid van de woning maximaal 1 meter boven de maximale toegestane bouwhoogte van het aangrenzende hoofdgebouw uitsteken; 3. mogen plat of met een kap worden afgedekt. In het laatste geval bedraagt de dakhelling minimaal 30° en maximaal 65°; e. van vrijstaande bijgebouwen bedraagt de goot- en nokhoogte respectievelijk niet meer dan 3 m en 5 m. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. overkappingen en pergola's: 1. worden gebouwd op en/of achter de denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw: 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van overkappingen per bouwperceel maximaal 50 m² mag bedragen, met dien verstande dat het in 4.2.3 onder c. bedoelde bebouwingspercentage niet mag worden overschreden; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen en/of terreinafscheidingen gelegen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens of in het verlengde daarvan mag niet meer bedragen dan 1 m; c.

de bouwhoogte van overige erfafscheidingen en/of terreinafscheidingen alsmede overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde vlaggenmasten, mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Strijdig gebruik Het is verboden de binnen de bestemming 'Wonen' gelegen gronden en opstallen te gebruiken, te doen gebruiken of te laten gebruiken in strijd met de bestemming. Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen: a. voor detailhandel, dienstverlening, horeca of maatschappelijk; b. voor bedrijfsactiviteiten, waaronder ook een aan huis verbonden bedrijf. 4.3.3 Aan huis verbonden beroep Gebruik van ruimten binnen de woning, met inbegrip van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, is toegestaan, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 55 ‐

a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van gerealiseerde aanen uitbouwen en bijgebouwen, tot ten hoogste 45 m² mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep; b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd. 4.3.3 Voorwaardelijke verplichting ingebruikname nieuwe woningen Nieuw te bouwen woningen mogen pas in gebruik worden genomen, nadat afdoende is verzekerd dat wordt voorzien de landschappelijke inpassing overeenkomstig het in bijlage 3 opgenomen inrichtingsplan. Deze landschappelijke inpassing dient in ieder geval binnen 1 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning(en) te zijn aangelegd. De landschappelijke inpassing dient na realisatie duurzaam in stand gehouden te worden. 4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1 Aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 4.3.1 onder b ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken voor een aan huis verbonden bedrijf, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het betreft bedrijfsactiviteiten die vallen onder categorie 1 of 2 als genoemd in de Staat van Inrichtingen (bijlage 1), dan wel uit een oogpunt van invloed op het woon- en leefmilieu vergelijkbaar zijn met de bedrijven; b. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen, tot ten hoogste 50 m² mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden bedrijf; c. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd; e. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; f. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit.

‐ 56 ‐

Artikel 5 – Waarde - Archeologie 3 5.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Eén en ander onder de navolgende voorwaarden en regels.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 30 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld én waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Geen onderzoeksplicht naar archeologische waarden geldt in het geval van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. c.

Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 5.2.2 Uitzondering Het in lid 5.2.1 genoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien de genoemde omgevingsvergunning de bouw van een kas betreft waarbij, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige: a. de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm minder dan 10% van de oppervlakte van de te realiseren kas bedraagt; b. en voorts de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm niet meer dan 500 m2 betreft. 5.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 57 ‐

c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.3 Bouwverbod Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 5.2.3 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan kan de vergunning worden geweigerd. 5.3

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige.

5.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; b. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; e. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; f.

het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; g. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; h. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; i. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 centimeter; waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 500 m² of meer bedraagt.

‐ 58 ‐

5.4.2 Uitzonderingen a. Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; b. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden op grond van bestemmingsplan, inpassingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit kan slechts worden verleend, indien door de in lid 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.

5.4.4 Voorwaarden Voor zover de in lid 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

waardoor

2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4.5 Onderzoeksplicht De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.4.6 Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 59 ‐

5.5

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

‐ 60 ‐

Artikel 6 – Waarde - Cultuurhistorie 6.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de instandhouding en versterking van cultuurhistorisch waardevolle elementen.

6.2

Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in 6.1, met daarop beschermde rijksmonumenten, aangewezen ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet, en gemeentelijke monumenten, aangewezen ingevolge de gemeentelijke monumentenverordening, mag uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor inrichting en/of behoud en/of herstel van bestaande bebouwing, met dien verstande, dat:

a. de gevels in de aangegeven bouwgrenzen zullen worden gebouwd; b. geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in de aangegeven kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling, zulks met inbegrip van waardevolle details als erkers, dakkapellen, kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen, zoals vastgelegd in de aanwijzing tot beschermd monument ex artikel 6 van de Monumentenwet, dan wel op grond van de gemeentelijke monumentenverordening. 6.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen van het in de onderliggende bestemmingen bepaalde ten aanzien van het aantal te realiseren woningen in rijks- en gemeentelijke monumenten, ten behoeve van het splitsen van woningen, mits:

a. dit noodzakelijk is voor het herstel of de verbetering van de architectonische en cultuurhistorische waarden van het monument; b. de woningen/wooneenheden na splitsing ieder afzonderlijk over een woonoppervlak van ten minste 100 m² beschikken. 6.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

6.4.1 Uit te voeren werken of werkzaamheden Het is verboden op of in de tot 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de op de gronden aanwezige rijksmonumenten en/of gemeentelijke monumenten geheel of gedeeltelijk te slopen. 6.4.2 Uitsluiting werken of werkzaamheden Het in 6.4.1 bepaalde is niet van toepassing voor sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 61 ‐

‐ 62 ‐

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 – Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 – Algemene bouwregels 8.1

Bestaande bouwwerken In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en / of oppervlakten, van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op de dag van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

8.2

Herbouw In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 8.1 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

8.3

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' of de aanduiding 'bestemmingsvlak' worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en reclame-uitingen, buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,50 m wordt overschreden.

Artikel 9 – Algemene gebruiksregels 9.1

Verboden gebruik gronden en opstallen Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

a. een seksinrichting; b. zelfstandige bewoning, waar het betreft vrijstaande bijgebouwen; c. het huisvesten van tijdelijke werknemers, uitgezonderd bestaande (op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan) vormen van huisvesting van tijdelijke werknemers, welke mogen worden voortgezet, met dien verstande dat na beëindiging van het gebruik voor huisvesting van tijdelijke werknemers, waaronder begrepen wordt dat gedurende 2 jaar deze functie daadwerkelijk niet meer is uitgeoefend, de bestemming onomkeerbaar uitgaat van alleen de overige in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; d. het uitoefenen van een bed & breakfast; e. het houden van evenementen;

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 63 ‐

f. voor het uitoefenen van een kinderdagverblijf; g. als opslag-, stort- en of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Artikel 10 – Algemene afwijkingsregels 10.1 Algemene afwijking tot 10% Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling van deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend, omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. 10.2 Algemene afwijking openbare nutsvoorzieningen, openbaar vervoer of wegverkeer Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het oprichten van een gebouw ten behoeve van een openbare nutsvoorziening, het openbaar vervoer of het weg- en railverkeer, mits de bebouwde oppervlakte niet meer dan 25 m² en de hoogte niet meer dan 5 m bedraagt. 10.3 Afwijken huisvesting tijdelijke arbeidskrachten a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het in 9.1 sub c vervatte verbod ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten, niet zijnde geconcentreerde huisvesting, mits één en ander past binnen de gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten die zijn gesteld in het 'Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2019' dat op 16 april 2020 is vastgesteld of de rechtsopvolger van deze beleidsregel. b.

Bij de beslissing omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning kan het college van burgemeester en wethouders voorwaarden stellen met betrekking tot de situering en maatvoering van bebouwing, indien en voor zover dit noodzakelijk is: 1. om de ruimtelijke samenhang met de overige bebouwing veilig te stellen; 2. om een milieuhygiënisch verantwoorde situering te bevorderen; 3. om een onevenredige inbreuk op het aanwezige woon- en leefmilieu te voorkomen; 4. om een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende terreinen te voorkomen. 10.4 Afwijken bed & breakfast Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het in 9.1 sub d vervatte verbod ten behoeve van het uitoefenen van een bed & breakfast, mits: a. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd blijft, waarbij de oppervlakte die wordt gebruikt voor bed & breakfast maximaal 40% van het vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning of het aangebouwde bijgebouw bedraagt, met een maximum van 50 m²; b. de bed & breakfast binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden wordt gerealiseerd; c. ten behoeve van de bed & breakfast in voldoende bergingsmogelijkheden op het eigen perceel wordt voorzien;

parkeergelegenheid

en

d. er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan.

‐ 64 ‐

10.5 Afwijken evenementen Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het in 9.2 sub e vervatte verbod ten behoeve van het toestaan van evenementen, onder de volgende voorwaarden: a. het evenement duurt maximaal 7 dagen, inclusief opbouwen, inrichten, afbreken en opruimen; b. er mogen niet meer dan 5 evenementen per jaar plaatsvinden; c. er vindt geen horeca ter plaatse plaats, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement; d. er vindt geen detailhandel ter plaatse plaats, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; e. er treden geen onomkeerbare gevolgen voor het landschap op; f. de belangen van de betreffende bestemmingen worden niet onevenredig aangetast; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; h. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische of natuurwaarden; j. de belangen van in de nabijheid gelegen functies verzetten zich niet tegen het gebruik van de betreffende bestemmingen voor het evenement.

Artikel 11 – Algemene wijzigingsregels 11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, het plan te wijzigen bij het in geringe mate overschrijden van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de kaart, ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee beoogd wordt een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken, mits daardoor geen belangen van derden onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Artikel 12 – Overige regels 12.1 Waarborging voldoende parkeergelegenheid Ten behoeve van het voorzien in voldoende parkeergelegenheid gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt slechts verleend nadat afdoende is verzekerd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de onder a. bedoelde omgevingsvergunning betrekking heeft, is slechts toegestaan wanneer voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden; c. onder voldoende parkeergelegenheid als genoemd onder a. en b. wordt verstaan dat wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 2.

Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Regels

‐ 65 ‐

12.2 Waarborging voldoende waterberging Ten behoeve van het voorzien in voldoende waterberging gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt slechts verleend nadat afdoende is verzekerd dat wordt voorzien in voldoende waterberging; b. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de onder a. bedoelde omgevingsvergunning betrekking heeft, is slechts toegestaan wanneer voldoende waterberging in stand wordt gehouden; c. onder voldoende parkeergelegenheid als genoemd onder a. en b. wordt verstaan dat wordt voldaan aan het hemelwaterbeleid genoemd in het op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan geldende WRP. 12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen ten aanzien van de hoogte van het maaiveld en peilhoogte indien dit voor een goede inrichting en afwatering van de gronden en aangrenzende percelen noodzakelijk is.

‐ 66 ‐

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 – Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. het bepaalde in artikel 13.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13227916/1