Bijlage 1. Ontwerp BP Velddriel Voorstraat 70-72 (Toelichting, regels en verbeelding)
Tekst van het document
ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN VELDDRIEL HERZIENING 2022, VOORSTRAAT 70-72 IMRO-nummer: NL.IMRO.0263.BP1273-ON01
30 juni 2023
ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN VELDDRIEL HERZIENING 2022, VOORSTRAAT 70-72
ontwerp vaststelling
30 juni 2023
INHOUDSOPGAVE I.
TOELICHTING
II.
REGELS
III.
BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)
IV.
VERBEELDING
I.
TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.
2.
3.
4.
INLEIDING .......................................................................................................................................... 11 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................................ 11
1.2
Ligging en begrenzing ........................................................................................................................ 11
1.3
Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................................... 11
1.4
Gekozen planopzet ............................................................................................................................ 12
BELEIDSKADER .................................................................................................................................. 13 2.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................................... 13
2.2
Provinciaal beleid............................................................................................................................... 14
2.3
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................... 15
BESCHRIJVING VAN HET PLAN ........................................................................................................ 19 3.1
Omgeving en huidig gebruik ............................................................................................................. 19
3.2
De beoogde ontwikkeling .................................................................................................................. 20
TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN........................................................................................... 23 4.1
Water.................................................................................................................................................... 23
4.2
Milieuzonering..................................................................................................................................... 26
4.3
Geurhinder .......................................................................................................................................... 26
4.4
Geluid ................................................................................................................................................... 27
4.5
Luchtkwaliteit ..................................................................................................................................... 28
4.6
Externe veiligheid .............................................................................................................................. 29
4.7
Bodem .................................................................................................................................................. 30
4.8
Archeologie en cultuurhistorie......................................................................................................... 31
4.9
Ecologie................................................................................................................................................ 32
4.10 Duurzaamheid ..................................................................................................................................... 33 4.11 Parkeren .............................................................................................................................................. 34 4.10 Besluit m.e.r. ...................................................................................................................................... 35 5.
6.
JURIDISCHE ASPECTEN .................................................................................................................... 37 5.1
Inleiding ............................................................................................................................................... 37
5.2
De opzet van de planregels .............................................................................................................. 37
UITVOERBAARHEID........................................................................................................................... 41 6.1
Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 41
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................. 41
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐9‐
‐ 10 ‐
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding In het centrum van Velddriel staat op het perceel Voorstraat 70-72 de voormalige RoomsKatholieke jongensschool. Dit inmiddels als gemeentelijk monument aangewezen pand is gebouwd in 1880 naar ontwerp van H.J. van Tulder en bevatte ook een onderwijzerswoning. Het pand wordt echter al zeer lange tijd niet meer voor de onderwijsfunctie gebruikt. De laatste jaren is het gebouw in gebruik geweest als sportschool. Het gebouw en bijbehorend perceel leent zich echter voor een ontwikkeling tot woningbouw. Remiwima BV is voornemens om hier in totaal 9 woningen te realiseren. De geldende beheersverordening “Velddriel” staat de realisatie van de beoogde woningen niet toe. Om de beoogde woningen te kunnen realiseren is een herziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de drie woningen in het voormalig schoolgebouw een separate omgevingsvergunningprocedure is doorlopen. Deze woningen worden in dit bestemmingsplan dan ook als bestaand aangemerkt, waardoor dit bestemmingsplan ziet op de realisatie van 6 nieuwe woningen. De drie bestaande woningen, die met een omgevingsvergunning tot stand zijn gekomen, zijn in dit bestemmingsplan meegenomen, zodat voor alle woningen sprake is van eenzelfde juridisch-planologische regeling.
1.2
Ligging en begrenzing Het plangebied betreft het perceel Voorstraat 70-72, dat zich centraal in de kern Velddriel bevindt. Kadastraal staat dit bekend als Maasdriel, sectie M, nummer 655. Het perceel maakt deel uit van het historische lint langs deze weg en is tot enkele jaren geleden in gebruik geweest als sportschool. De directe omgeving van het plangebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door de woonfunctie, al bevindt zich ten zuidwesten het klompenmuseum.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in Velddriel (links) en directe omgeving (rechts).
1.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel de beheersverordening “Velddriel”. Deze is op 20 april 2017 door de gemeenteraad van Maasdriel vastgesteld. Het perceel Voorstraat 7072 is hierbij voorzien van de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Daarmee is het bestemd voor bedrijven behorende tot milieucategorie 1 en 2 als genoemd in de bij het plan behorende
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 11 ‐
Staat van Inrichtingen. Ook mag het pand gebruikt worden voor de woonfunctie. Eén en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bebouwingszone en het achtererf, waarbij maximaal één (bedrijfs)woning is toegestaan. De goothoogte is gemaximeerd op respectievelijk 4 meter en de bouwhoogte op 10 meter (alleen voor achtererf). Tevens is bepaald dat het bouwperceel voor maximaal 40% bebouwd mag worden. Ook is het pand aan de voorzijde van het perceel voorzien van de aanduiding ‘gemeentelijk monument’.
Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding beheersverordening “Velddriel” (plangebied rood omkaderd).
De beoogde woningbouwontwikkeling past niet binnen het in de beheersverordening vastgelegde juridisch-planologische kader. De van toepassing zijnde bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ staat de bouw van woningen niet toe. De beheersverordening “Velddriel” kent geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheid, waarmee de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt kan worden.
1.4
Gekozen planopzet Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling om de voorziene woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Deze regeling geschiedt door middel van de bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Maasdriel. Wel is het plan met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012) vormgegeven.
‐ 12 ‐
2.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Maasdriel en in het bijzonder die voor dit bestemmingsplan.
2.1
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder de Wro. Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: 1) ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2) verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; 3) sterker en leefbaarder maken van steden en regio’s; 4) toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden. Wel is sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en bestond oorspronkelijk uit drie treden.
Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip ‘actuele regionale behoefte’ vervangen door ‘behoefte’. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast geldt, dat toetsing van de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 van het Bro wordt dit omschreven als een “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Daarnaast heeft het Rijk in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nog diverse nationale belangen vastgelegd, waarmee bij een ruimtelijke procedure rekening gehouden moet worden. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan is erop gericht om binnen het plangebied in totaal 9 woningen te kunnen realiseren. Het betreft hier een lokale ontwikkeling die plaatsvindt in de bebouwde kom van Velddriel. De beoogde woningbouwontwikkeling kan gezien worden als het intensiever gebruiken van een locatie in bestaand dorpsgebied. De in het Barro gestelde ‘doelen van nationaal belang’ worden door de beoogde ontwikkeling niet beïnvloed.
Uit een recente overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) omtrent de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt, dat kleinschalige ontwikkelingen niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Een woningbouwlocatie bestaande uit niet meer dan elf woningen betreft een dergelijke kleinschalige ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling betreft
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 13 ‐
de realisatie van in totaal 9 woningen, waarvan 6 nieuwe eenheden, binnen het bebouwd gebied van Velddriel en dient daardoor aangemerkt te worden als een stedelijke ontwikkeling.
2.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en bijbehorende verordening De omgevingsvisie Gaaf Gelderland is door Provinciale Staten op 9 juli 2014 vastgesteld, op 17 oktober 2014 in werking getreden en is op 19 december 2018 op enkele onderdelen gewijzigd. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; een voortvarend en innovatief circulair beleid; een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Ten aanzien van het aspect ‘wonen’ streeft de provincie ernaar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de regionale woonagenda agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. De provincie is één van de partijen. De agenda gaat onder meer over hoe partijen met elkaar invulling geven aan flexibiliteit, levensloopbestendigheid, betaalbaarheid, het aandeel “huur” en andere kwaliteiten waaraan behoefte is. De provincie maakt op regionale schaal afspraken met gemeenten en woningbouwcorporaties over de woningvoorraad op basis van een recente huishoudenprognose.
De kwantitatieve regionale afspraken worden vastgelegd in het regionaal woonprogramma. Nieuwe woningen moeten inspelen op de toekomstige vraag. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit bestemmingsplan van belang zijn. Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, die vervolgens op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Ook deze is sindsdien op enkele onderdelen gewijzigd; meest recente versie dateert van december 2022.
‐ 14 ‐
Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. De regels en overige voorwaarden uit de verordening hebben onder meer betrekking op (nieuwe) woningbouwlocaties, (nieuwe) bedrijventerreinen, detailhandel, recreatieterreinen, land- en tuinbouw, natuur en landschap (Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones, Waardevol Open Gebied en Nieuwe Hollandse Waterlinie), waterwingebieden en duurzame energie. De Omgevingsverordening bepaalt dat stedelijke ontwikkelingen in beginsel plaats vinden binnen bestaande gebouwen, in bestaand stedelijk gebied of door herstructurering.
Ten aanzien van de ontwikkeling van woningen bepaalt de Omgevingsverordening dat dit plaats mag vinden indien het past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd Kwalitatief Woningbouwprogramma (KWP). Doorwerking plangebied De Omgevingsverordening Gelderland bepaalt, dat stedelijke ontwikkelingen in beginsel plaats vinden in bestaande gebouwen, in bestaand stedelijk gebied of door herstructurering. Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied. Tevens past het beoogde bouwplan binnen het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde woningbouwprogramma Maasdriel (zie §2.3). Het plangebied maakt daarnaast geen onderdeel uit van of heeft een negatieve effect op het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone of Natura 2000-gebieden. Het plan past dan ook binnen de provinciale Omgevingsverordening Gelderland en daarmee ook binnen de provinciale Omgevingsvisie.
2.3
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Bommelerwaard In oktober 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld. Dit betreft een visie over de toekomstige woon- en leefomgeving van de gehele Bommelerwaard en is samen met de gemeente Zaltbommel opgesteld. Voor beide gemeenten fungeert deze visie als het referentiekader voor toekomstige veranderingen en ontwikkelingen. De visie is opgehangen aan 13 kernopgaven; de gemeente Maasdriel heeft ervoor gekozen om daarnaast te werken met zogenaamde ‘leidende principes’: Gezondheid; een gezonde leefomgeving wordt als prettig ervaren en nodigt uit voor gezond gedrag. Voor het bereiken van een gezonde leefomgeving moeten ruimtelijke maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld voor het realiseren van afwisseling in bebouwing/groen, plekken met rust en stilte, maar ook om stikstof, stank en geluid te reduceren. Klimaat; het klimaatbestendig maken van de leefomgeving het verminderen van het energieverbruik, het overstappen naar duurzame energie, het kunnen anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld extreme neerslag) en het versterken van de biodiversiteit heeft impact op de wijze waarop met de beschikbare ruimte omgegaan kan worden.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 15 ‐
Economie & toerisme; de gemeente wil werken aan een toekomstigbestendige bedrijventerreinen voor lokale bedrijvigheid en zich profileren als een gemeente die ruimte biedt aan zelfstandige ondernemers. Daarnaast wil ze inzetten op een waardevol toerisme, zonder daarbij de leefbaarheid van de kernen uit het oog te verliezen. Inclusie; iedereen doet mee in Maasdriel, in een samenleving die voor iedereen toegankelijk is en waar iedereen zich geaccepteerd voelt. Een belangrijke pijler hierbij is dat de openbare ruimte (binnen en buiten de bebouwde kom) toegankelijk en veilig is voor iedereen.
De structuurvisie gaat niet expliciet in op de herontwikkeling het plangebied. Wel wordt Velddriel op de bij de structuurvisie behorende waardenkaart aangeduid als ‘stad/dorp’. Op de visiekaart is daarbij aangegeven dat hier mogelijkheden zijn om de woningbouwopgave te laten landen (kernopgave 9), onder andere door herstructurering. Wel dient nieuwbouw aan te sluiten op de woningbehoefte en autonome bevolkingsgroei van de betreffende kern (bouwen naar behoefte) Hierbij is het van belang om te bouwen naar de vraag vanuit de gemeenschap (bouwen naar behoefte). Ook wordt ruimte geboden aan innovatieve woonconcepten, waaronder compacte woningen. Een goed woonklimaat in de kernen bestaat ook uit het hebben van mogelijkheden tot ontmoeting, sporten en spelen. Bij nieuwe ontwikkelingen worden eisen gesteld aan het aantal en de kwaliteit van de (buiten)ruimte (kernopgave 13) ook in relatie tot klimaatbestendigheid (kernopgave 1). Doorwerking plangebied De met dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling betreft een inbreidingslocatie en sluit daarmee aan op het principe dat inbreiding voorgaat op uitbreiding. Door het realiseren van nieuwe woningen in Velddriel wordt het draagvlak voor de aanwezige voorzieningen vergroot. Tevens leidt deze transformatie niet tot belemmeringen voor bestaande functies (zie § 4.2).
De beoogde woningen in het voormalige schoolgebouw vallen in het segment betaalbare woningen en zijn ook geschikt voor starters; de beoogde patiowoningen zijn levensloopbestendig en daardoor geschikt voor ouderen. De inrichting van het terrein voldoet aan de gemeentelijke normen ten aanzien van hoeveelheid groen en waterberging (zie § 4.1). Daarmee draagt het plan ook bij aan de klimaatbestendigheid van de kern. De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders die volgen uit de gemeentelijke structuurvisie. Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 / Woningbouwprogramma Maasdriel 2021-2030 In de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 geven de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel gezamenlijk hun woonbeleid voor de genoemde jaren weer en vormt daarmee een richtinggevend kader voor het woonbeleid. Centraal in deze visie staat het behouden van de kwaliteiten en groei in juiste balans. Daarbij is het wenselijk woningen te realiseren die toekomstbestendig zijn, zowel met het oog op de energietransitie, leefbaarheid als de veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Ook is het wenselijk om meer variatie in verschijningsvorm en prijsklasse te realiseren, zodat woningen bereikbaar zijn voor jong en oud.
In 2014 is door de provincie naar de Gelderse gemeenten gecommuniceerd, dat het aantal woningen de behoefte van de bevolkingsprognoses overstijgt en daarom de nieuwe woonbehoefte per gemeente geïnventariseerd en getoetst diende te worden. Deze toetsing heeft plaatsgevonden en op grond daarvan is het woningbouwprogramma Maasdriel 2015-2025 opgesteld. Dit woningbouwprogramma is op 14 april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Om de woningbouwproductie in deze periode met een grote woningdruk op stoom te houden
‐ 16 ‐
heeft de gemeenteraad op 10 december 2020 het Woningbouwprogramma 2021-2030 vastgesteld. De woningbouwopgave waaraan met het woningbouwprogramma 2021-2030 invulling wordt gegeven, komt voort uit de Regionale Woonagenda Rivierenland 2021-2030. Doorwerking plangebied In het woningbouwprogramma Maasdriel 2021-2030 is de locatie van het perceel Voorstraat 70-72 tot woningbouwlocatie niet opgenomen. Desondanks wordt deze transformatie als passend binnen het woonbeleid aangemerkt. Immers blijkt uit de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 dat momenteel sprake is van een onbalans tussen vraag en aanbod. De komende vijf jaar is het dan ook wenselijk om nieuwbouw te versnellen; zo is het wenselijk om in de gemeente Maasdriel zo’n 140 woningen per jaar te realiseren. In Velddriel is er behoefte aan koopwoningen, zowel in de goedkope, middeldure als dure categorie en middeldure huurwoningen voor senioren. De beoogde woningen zijn gezien de omvang geschikt voor (alleenstaande) starters en/of ouderen en vallen binnen het segment ‘middelduur’. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de wens uit de gemeentelijke woonvisie om meer woningen voor deze doelgroepen te realiseren. De beoogde ontwikkeling past dan ook binnen de doelstellingen uit de Woonvisie en binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma en sluit aan op het recent uitgevoerde woningbehoefte-onderzoek.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 17 ‐
‐ 18 ‐
3.
BESCHRIJVING VAN HET PLAN In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de beoogde ontwikkeling. Alvorens hierop in te gaan, wordt eerst een beschrijving gegeven van de huidige situatie in (de directe omgeving van) het plangebied.
3.1
Omgeving en huidig gebruik Het dorp Velddriel heeft zich ontwikkeld als een “dubbel-lint” langs de Voorstraat en de huidige Provincialeweg. Van oudsher waren rondom de kerk de belangrijkste functies gesitueerd, zoals het postkantoor en de pastorie. Tot op de dag van vandaag is de lintstructuur van Velddriel in stand gebleven. Wel is het lint langs de Voorstraat steeds verder verdicht, terwijl het lint langs de Provincialeweg vrij open is gebleven. In de laatste decennia van de vorige eeuw zijn naast de verdere verdichting van de bebouwingslinten twee kleinschalige uitbreidingen gerealiseerd die afwijken van de van oudsher aanwezige lintstructuur. De Voorstraat is dus een historische lijn, met een grote diversiteit in bebouwing bestaande uit vrijstaande en halfvrijstaande bebouwing. De bebouwing is hierbij dicht op de straat gesitueerd of beschikt over een kleine voortuin. Omdat de meeste bebouwing onder een hoek langs de weg staat en de straat licht slingert, ontstaat een continue wisselend bebouwingsbeeld. Aan de zuidzijde van de Voorstraat is vaak sprake van smalle, diepe kavels die overlopen in het aangrenzende agrarische buitengebied. Aan de noordzijde is overwegend sprake van ondiepere kavels. De gebouwen hebben over het algemeen één bouwlaag met een kap, hoewel ook gebouwen met twee bouwlagen en een kap geen uitzondering zijn.
Er is een grote verscheidenheid aan kapvormen te vinden. Zowel langs- en dwarskappen als schilddaken komen voor. Rondom het plein voor de kerk is grotere en forsere bebouwing te vinden, zoals de supermarkt met bovenwoningen, de voormalige pastorie en de kerk zelf.
Afbeelding 3: Het voormalige schoolgebouw aan de Voorstraat.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 19 ‐
Centraal in Velddriel bevindt zich op het adres Voorstraat 70-72 in het historische lint langs deze weg een voormalig schoolgebouw met onderwijzerswoning. Deze voormalige RoomsKatholieke jongensschool is in 1880 gebouwd naar ontwerp van H.J. van Tulder met gekoppelde vensters met wenkbrauwbogen, een lijst van siermetselwerk en een kleine topgevel boven de ingang. Het pand is in een latere fase wit geschilderd en zowel in 1909 als in 1933 zijn enkele toevoegingen gedaan. Het pand bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak en heeft recentelijk dienst gedaan als sportschool. Momenteel wordt dit voormalige schoolgebouw omgebouwd tot drie grondgebonden woningen. De eerder aanwezige aangebouwde loods is hiervoor gesloopt. Achterop het perceel staat nog een losstaande schuur; deze wordt momenteel nog gebruikt voor de opslag van meubels. De onbebouwde gronden zijn in gebruik als parkeervoorziening en stoep. De directe omgeving van dit voormalige schoolgebouw betreft een gebied waar overwegend de woonfunctie aanwezig. Het betreffen hier voornamelijk vrijstaande woningen, waarbij sprake is van een erg divers straatbeeld. Zo worden voormalige boerderijen bestaande uit één bouwlaag met kap afgewisseld door meer recentere woningen die weer uit twee bouwlagen met kap bestaan. Ook de nokrichting varieert per woning; dan weer evenwijdig aan de Voorstraat en dan weer haaks.
Schuin tegenover het voormalige schoolgebouw bevindt zich een klompenmakerij annex –museum. Hier bevindt zich ook de toegangsweg naar de nog in ontwikkeling zijnde nieuwbouwbuurt rondom de Essenstraat. Wat verder naar het westen bevinden zich op korte loopafstand langs de Voorstraat een speelgoedwinkel, een huisartsenpraktijk en dorpshuis De Boxhof.
3.2
De beoogde ontwikkeling Door het vertrek van de sportschool stond het voormalige schoolgebouw leeg, al werd het tijdelijk gebruikt voor de opslag van meubels. Het gebouw, inclusief het overige deel van het perceel, leent zich voor een ontwikkeling tot woningbouw. Remiwima BV is voornemens om op het perceel in totaal 9 woningen te realiseren. Dit zal gefaseerd plaats gaan vinden: Fase 1 betreft de ombouw van het voormalige schoolgebouw en onderwijzerswoning naar drie grondgebonden woningen. Fase 2 betreft de bouw van 6 levensloopbestendige woningen op het noordelijk deel van het perceel. Voor de ombouw van het voormalige schoolgebouw en onderwijzerswoning naar drie grondgebonden woningen is een aparte omgevingsvergunningprocedure doorlopen. De verbouw vindt momenteel plaats; deze woningen worden daarom als bestaand aangemerkt. Op het achtererf worden de nog aanwezige opstallen gesloopt, zodat ruimte ontstaat voor de bouw van zes levensloopbestendige woningen. Deze woningen zijn gepositioneerd aan en kijken uit op een centrale groenruimte, alwaar de thema’s ‘ontmoeten’ en ‘gemeenschapszin’ centraal staan. De woningen zelf bestaan uit één bouwlaag en zijn plat afgedekt, waardoor de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt. De woningen worden gasloos uitgevoerd en voorzien van een groen dak. Elke woning beschikt over eigen buitenruimte en een eigen parkeermogelijkheid.
Aan de oostzijde van het plangebied, tussen de achtertuin van de woning in voormalige schoolgebouw en de meest zuidelijke levensloopbestendige woning, zijn de bergruimten van de woningen voorzien. De toegang toch de achterliggende woningen is voorzien ter plaatse van de huidige inrit aan de westzijde van het voormalig schoolgebouw en komt uit op een centrale L-vormige
‐ 20 ‐
parkeerkoffer. Waar mogelijk wordt deze koffer groen ingepakt. Onderstaande afbeelding geeft een schematische weergave van het beoogde bouwplan weer.
Afbeelding 4: Schematische weergave beoogde bouwplan (bron: Sloven Architectuur).
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 21 ‐
‐ 22 ‐
4.
TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. Ten aanzien van onderstaande paragrafen moet opgemerkt worden, dat uitgegaan wordt van de realisatie van in totaal 9 woningen. In werkelijkheid maakt dit bestemmingsplan slechts 6 nieuwe woningen mogelijk, aangezien voor 3 woningen een omgevingsvergunningprocedure is doorlopen. Deze 3 woningen zijn in dit bestemmingsplan meegenomen, zodat voor alle woningen uiteindelijk sprake is van eenzelfde juridisch-planologische regeling.
4.1
Water De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rivierenland. Beleidskader Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid; dit is vastgelegd in Watervisie 2050. In dit beleidsdocument beschrijft het waterschap haar de lange termijn visie en hoe om te gaan met onzekere trends en ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en extreem weer, verlies aan biodiversiteit, circulaire economie, energietransitie, transitie van de landbouw, groei van de bevolking en de veranderende rol van de overheid. De visie wordt opgehangen aan zeven principes: 1) De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt. 2) Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3) We zijn zuinig op water en grondstoffen.
4) Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5) We pakken uitdagingen op binnen de huidige generatie en wentelen niet af. 6) Door maatschappelijk verantwoorde keuzes komen we tot waterbeheer van de toekomst. 7) We doen het met elkaar, dus samen met andere overheden, bedrijven en inwoners. Waar de watervisie de lange termijn schetst, maakt het waterbeheerprogramma 2022-2027 de vertaling naar de praktijk. In dit programma is de visie uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn (de komende 6 jaar). Met dit programma wordt de lijn van het vorige waterbeheerplan doorgezet en blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Het waterschap speelt bij het waterbeheer in op veranderingen in de omgeving, zoals klimaatverandering. Daarnaast
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 23 ‐
beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater Het waterschap Rivierenland maakt voor wat betreft de oppervlaktewateren onderscheid in een A-, B- en C-status: A-wateren: van primair belang voor het waterbeheer en worden door het waterschap onderhouden; B-wateren: van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden; C-wateren: wateren die van tertiair belang zijn voor het waterbeheer en waarvoor geen jaarlijkse onderhoudsplicht geldt. In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. De dichtstbijzijnde A-watergang bevindt zich op circa 50 meter ten noorden van het plangebied; er is geen directe verbinding met het plangebied aanwezig. Dit bestemmingsplan is erop gericht binnen het plangebied in totaal 9 woningen te kunnen realiseren. Uit een uitgevoerde watertoets1 blijkt, dat deze herontwikkeling leidt niet tot een toename van het verhard oppervlak, maar juist tot een afname. In de huidige situatie is dit perceel, met een omvang van zo’n 2.200 m2, namelijk geheel verhard (bebouwing en verharding).
Na realisatie is sprake van een verhard oppervlak van ongeveer 1.615 m2. Dit oppervlak is als volgt onder te verdelen: grondoppervlak bestaande en beoogde woningen (inclusief tuinen): 835 m2; bestrating (parkeerplaatsen, verkeersruimte): 780 m2. De afname van het verhard oppervlak bedraagt daarmee circa 585 m2. Op grond van de beleidsregels van het waterschap Rivierenland is het treffen van compenserende maatregelen daardoor niet noodzakelijk. Op grond van het gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 en het bijbehorende Hemelwaterbeleid dienen nieuwbouw- en grootschalige verbouwingsprojecten het eigen hemelwater op te vangen en vast te houden. Dit geldt ook voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. Bij het bepalen van de benodigde bergingscapaciteit mogen groene daken als ‘onverhard’ meegeteld worden en halfverharding wordt voor 50% in de berekening meegenomen. Het verhard oppervlak waarvoor de bergingscapaciteit bepaald wordt bedraagt daardoor 933 m2. Uitgaande van een bergingseis van 43,6 mm leidt de beoogde ontwikkeling tot een bergingsopgave van 40,9 m3. Binnen het plangebied is ruimte aanwezig voor het aanbrengen van een wadi, echter wordt de beoogde centrale groenruimte als een ontmoetingsplek voor de toekomstige bewoners wordt ingericht. Momenteel wordt onderzocht of deze functie te combineren is met de noodzakelijke hemelwaterberging.
Een andere oplossing voor de compensatieopgave is het aanleggen van infiltratiekratten. Uitgaande van een capaciteit van 405 liter per krat, zijn in totaal 105 kratten nodig. Onder de beoogde parkeervoorziening is ruimte voor zo’n 160 kratten. Aan de gemeentelijke bergingseis kan voldaan worden. Om te waarborgen dat voldoende hemelwaterberging in het
1
‐ 24 ‐
Geofoxx, Watertoets inclusief beknopte rapportage; Voorstraat 70 te Velddriel, juni 2023, documentkenmerk 20220935_a3RAP.
plangebied wordt aangebracht is hiervoor in artike 12.2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Grondwater Uit de eerder aangehaalde watertoets blijkt, dat de grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket globaal zuidelijk is gericht. De grondwaterstroming wordt beïnvloed door de Maas die ten zuiden van het plangebied ligt. Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO en grondwatermeetnet Gelderland, het verwachtte stromingspatroon en de metingen in de nabijheid van het plangebied zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden te verwachten: gemiddeld hoogste grondwaterstand: 2,0 m+NAP; gemiddelde grondwaterstand: 1,4 m+NAP; gemiddeld laagste grondwaterstand: 1,0 m+NAP. Riolering Ter plaatse van het plangebied is sprake van een gemengd rioolstelsel. Dit betekent, dat het hemelwater en het huishoudelijk afvalwater gezamenlijk naar de zuivering worden getransporteerd. De toekomstige woningen zullen worden uitgevoerd met een gescheiden systeem en worden aangesloten op het huidige rioolstelsel. Om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen, is het voor de nieuwe bebouwing van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen. Zink, lood, koper en PAK´s-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating.
Waterkeringen Afbeelding 5 laat zien dat in de directe omgeving van het projectgebied geen waterkering ligt. Het dichtstbijzijnde dijklichaam bevindt zich aan de oostzijde van Kerkdriel op zo’n 2,3 kilometer afstand. De bij deze primaire waterkering behorende kern- en beschermingszone reiken dan ook niet tot aan het projectgebied. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve invloed op de waterkerende functie van dit dijklichaam.
Afbeelding 5: Aanwezige waterkering in omgeving van plangebied (rode stip).
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 25 ‐
Overleg met de waterbeheerder(s) De gemeente Maasdriel werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets. In dit kader is de waterbeheerder betrokken bij het wettelijk vooroverleg in het kader van dit bestemmingsplan.
4.2
Milieuzonering De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in de uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” een handreiking geboden voor het toepassen van milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (bijv. bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies (bijv. woningen) krijgen en dat milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, gevaar en stof. Daarnaast is milieuzonering gericht op nieuwe ontwikkelingen. Het is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties waarbij gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op minder dan de richtafstand van elkaar staan. Met de handreiking kan worden bepaald wat de gewenste richtafstand is tussen de verschillende functies. De beoogde ontwikkeling voorziet in de oprichting van nieuwe woningen binnen een bestaand woongebied. Op grond van de geldende bestemmingsplannen is in de omgeving van het projectgebied een aantal hindervolle activiteiten toegestaan die mogelijk voor hinder kunnen zorgen. Het gaat hierbij om (agrarische) bedrijvigheid, horeca en maatschappelijke voorzieningen.
In alle gevallen gaat het om inrichtingen die in de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" worden aangemerkt tot milieucategorie 1 of 2. De grootste hinderafstand bedraagt dan ook 30 meter. Vanwege de toegestane mix aan functies, alsook vanwege de ligging in de nabijheid van hoofdinfrastructuur (N831), mag de omgeving van het plangebied op grond van de VNGuitgave aangemerkt worden als een ‘gemengd gebied’. Hierdoor is het toegestaan om de hinderafstand met één afstandsstap te verkleinen. Voor inrichtingen behorende tot milieucategorie 1 betekent dit, dat de hindercontour wordt verkleind van 10 naar 0 meter. Voor milieucategorie 2-inrichtingen bedraagt de contour dan 10 in plaats van 30 meter. Aan de genoemde hinderafstanden kan worden voldaan. Op grond van de VNG-uitgave wordt gesteld, dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de vergunde rechten van de aanwezige bedrijven niet ingeperkt. Tevens wordt opgemerkt, dat met de beoogde ontwikkeling een bedrijfsbestemming komt te verdwijnen. Dit heeft een positief gevolg voor het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. Het thema 'milieuzonering' leidt niet tot belemmeringen voor de herontwikkeling van het projectgebied.
4.3
Geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste
‐ 26 ‐
afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken moet wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Hierbij moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De gemeente Maasdriel heeft in 2011 een geurverordening vastgesteld. Voor de gehele gemeente Maasdriel wordt, in afwijking van artikel 4, eerste lid van de Wet geurhinder en veehouderij, voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom een afstandseis van 50 meter gehanteerd. Binnen deze zone rondom het plangebied zijn geen veehouderijen aanwezig.
Uit de kaart ‘achtergrondbelasting maximale toekomstige situatie’ behorende bij het gemeentelijk geurbeleid blijkt, dat de achtergrondbelasting gekwalificeerd kan worden als ‘goed tot zeer goed’. Gesteld wordt, dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de beoogde herontwikkeling van het perceel Voorstraat 70-72.
4.4
Geluid Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Het beoogde ontwikkeling leidt tot de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten, namelijk woningen. Omdat deze woningen binnen de toetsingszone van enkele zoneplichtige wegen liggen, is een akoestisch onderzoek2 uitgevoerd. De rekenresultaten worden hieronder uiteengezet. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de toetsingszone van de volgende wegen: Provincialeweg (N381) en Wordenseweg. Vandaar dat een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Hieruit blijkt, dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt namelijk 43 dB ter plaatse van de beoogde woningen; voor de centrale groene buitenruimte is een maximale geluidbelasting van 44 dB berekend. In de omgeving van het plangebied zijn ook nog enkele 30 km/h-wegen gelegen, zoals de Voorstraat.
Deze weg valt buiten het aandachtsgebied van de Wet geluidhinder, waardoor toetsing aan de in deze wet opgenomen normen voor wegverkeerslawaai niet noodzakelijk is. 2
Kraaij Akoestisch Adviesbureau, Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Voorstraat 70-72 te Velddriel, februari 2023, projectnummer VL.2215.R01.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 27 ‐
Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening berekend wat de geluidsbelasting van de Voorstraat is. Dit blijkt een maximale geluidbelasting van 31 dB te zijn. Wanneer deze belasting wordt vergeleken met de normen uit de Wet geluidhinder ligt de berekende geluidsbelasting ruim onder de in deze wet opgenomen richtwaarde van 48 dB. Gesteld wordt dat de 30 km/h-wegen niet leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Overige geluidsbronnen Het projectgebied ligt niet binnen de geluidscontouren van een gezoneerd industrieterrein of van een luchthaven. Ook de toetsingszones van een gezoneerde spoorweg reiken niet tot aan het projectgebied. Vandaar dat een nadere beschouwing van deze geluidsbronnen niet aan de orde is. Conclusie De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer over de gezoneerde wegen overschrijdt de voorkeursgrenswaarde niet. Het treffen van geluidsreducerende maatregelen en het verkrijgen van een ontheffing van de Wet geluidhinder is daardoor niet aan de orde. Het aspect ‘geluid’ staat realisatie van de beoogde woningen niet in de weg.
4.5
Luchtkwaliteit Voor een aantal stoffen in de lucht gelden wettelijke grenswaarden die zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (de zogenaamde Wet luchtkwaliteit). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. De luchtkwaliteit dient in zijn algemeenheid, met uitzondering van de werkplek, bepaald te worden. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De gemeente toetst daartoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen expliciet aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit. Is de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot overschrijding van de normen, dan wordt naar een zodanig (technisch en/of planologisch) alternatief gezocht dat wordt voldaan aan de normen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen worden uitgevoerd. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de grens van 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof en stikstofdioxide niet wordt overschreden. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.
Ten aanzien van een woningbouwlocatie is in de regeling gesteld, dat de volgende situaties niet in betekenende mate bijdragen: Netto niet meer dan 1.500 woningen in geval van één ontsluitingsweg. Netto niet meer dan 3.000 woningen in geval van twee ontsluitingswegen met gelijkmatige verkeersverdeling. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 6 nieuwe woningen mogelijk. De beoogde ontwikkeling valt daarmee ruimschoots binnen de categorie ontwikkelingen die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen. Omdat binnen een straal van 1.000 meter vanaf het plangebied geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden die voor de verkeersontsluiting gebruik maken van dezelfde wegen als de beoogde ontwikkeling, is geen sprake van een gezamenlijke ontsluitingsweg. De anticumulatieregeling is daardoor niet van toepassing. De beoogde ontwikkeling wordt dan ook als niet in betekenende mate beschouwd. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk en het plan voldoet aan de Wet luchtkwaliteit.
‐ 28 ‐
Uit de monitoringstool van het NSL blijkt, dat de huidige NO2-concentratie (jaar 2020) ter hoogte van de dichtstbijzijnde rekenpunten (Provincialeweg) lager is dan 35 μg/m3. Dit geldt ook voor de PM10-concentratie. Gesteld wordt, dat ter plaatse van het beoogde bouwplan sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
4.6
Externe veiligheid Binnen het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico zegt iets over de theoretische kans op overlijden op een bepaalde plaats voor een persoon die een jaar lang op die plaats zou staan. Hiervoor geldt dat een kans groter dan 1 op de miljoen per jaar (10-6/jaar) onacceptabel wordt geacht. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico, dat in één getal kan worden uitgedrukt, wordt het groepsrisico door een (grafiek)lijn weergegeven. Naarmate de groep mogelijke slachtoffers groter wordt, moet de kans op zo’n ongeval kleiner zijn. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt het 1% letaliteitsgebied. De normen voor het groepsrisico weerspiegelen geen grenswaarde maar een oriënterende waarde. Dit houdt in dat bij de beoordeling van het groepsrisico het lokaal en regionaal bevoegd gezag de mogelijkheid geboden wordt om gemotiveerd van de oriënterende waarde af te wijken.
Afbeelding 6: Uitsnede risicokaart (plangebied betreft rode stip).
Afbeelding 6 betreft een uitsnede van de risicokaart. Hieruit valt op te maken dat de dichtstbijzijnde risicobronnen op ruime afstand van het plangebied liggen. De kortste afstand tussen het plangebied en een stationaire risicobron bedraagt namelijk ruim 930 meter, terwijl de dichtstbijzijnde transportroute op ruim 2.200 meter bevindt. Gesteld wordt, dat alle bijbehorende 10-6 plaatsgebonden risicocontouren en eventuele plasbrandaandachtsgebieden zich niet over het plangebied uitstrekken. Uit een advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid3 blijkt, dat het plangebied alleen binnen het invloedsgebied van het spoortraject Meteren - ’s-Hertogenbosch ligt. Omdat de afstand tussen deze transportroute en het plangebied meer dan 200 meter bedraagt, is op grond van artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes geen groepsrisicoberekening noodzakelijk. Wel is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht, waarbij de 3
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, Zaaknummer 2023-002847 Advies bestemmingsplan Voorstraat 70-72 Velddriel, april 2023, kenmerk 2023-002847.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 29 ‐
aspecten ‘bestrijdbaarheid’ en ‘zelfredzaamheid’ beschouwt moeten worden. In het advies van de Veiligheidsregio is hierop ingegaan; hiernaar wordt dan ook verwezen. Hoewel vanuit planologisch perspectief geen beperkingen aanwezig zijn, adviseert de Veiligheidsregio om enkele maatregelen te treffen, zodat het aantal (dodelijke) slachtoffers bij een eventuele ramp zo laag mogelijk is. Hierbij wordt gedacht aan het toepassen van afsluitbare deuren, ramen en ventilatieopeningen in combinatie met een met één druk op de knop uit te schakelen ventilatiesysteem. Bovendien kan worden ingezet op goede voorlichting en instructie om toekomstige bewoners voor te bereiden op een eventuele ramp. Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.7
Bodem Het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en ernst van bodemverontreiniging wordt gevormd door de Wet bodembescherming (Wbb). Op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater wordt bepaald of, conform de Wbb, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico’s voor mens en ecosystemen vervolgens onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Als een sanering spoedeisend is, dient hiermee binnen vier jaar aangevangen te worden. Wanneer geen sprake is van een spoedeisende sanering, kan deze worden uitgesteld totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Op de bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland (ontgravingskaart) is de bovengrond (0 tot 0,5 meter beneden maaiveld) ter plaatse van het plangebied aangemerkt als klasse ‘wonen’. Dit geldt ook voor de ondergrond (0,5 tot 2,0 m-mv). Dit betekent, dat ten hoogste lichte verontreinigingen te verwachten zijn. Ter plaatse van het plangebied is een bodemonderzoek uitgevoerd4. Uit het vooronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied diverse bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden.
Vandaar dat wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof’. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden in de periode april t/m juli 2022, waarbij in het onderzoeksgebied in totaal 29 boringen zijn verricht. De diepte varieert van circa 0,5 tot 2,0 meter beneden maaiveld (m-mv). Drie boringen zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de bemonstering van het grondwater. Uit de analyseresultaten blijkt, dat het grondwater en de bodem over het algemeen licht verontreinigd is. Rondom één boorpunt is een sterke verontreiniging met nikkel en zink aangetroffen. Deze is met een nader onderzoek tot aan de perceelgrens in beeld gebracht. Het blijkt te gaan om een ernstige verontreiniging die enkel uitpandig in de bovengrond (tot 0,5 m-mv) aanwezig is. Het oppervlak bedraagt zo’n 70 m2, waardoor de omvang van de verontreiniging zo’n 35 m3 bedraagt. In het onderzoeksgebied is geen sprake van een asbestverontreiniging. Asbest is zowel zintuigelijk als analytisch niet aangetroffen.
4
‐ 30 ‐
Verhoeven Milieutechniek, Diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken Voorstraat 70-72 te Velddriel, augustus 2022, projectnummer B22.8524.
Vanwege de aanwezige ernstige verontreiniging is het terrein vooralsnog niet geschikt voor de beoogde nieuwbouwontwikkeling. Een sanering van deze verontreiniging is noodzakelijk om het terrein geschikt te maken. Deze sanering vindt plaats voorafgaand aan de bouwactiviteiten. Hiervoor zijn financiële middelen beschikbaar zijn. De gehalten PFAS bevinden zich onder de toepassingsnorm voor de functieklasse ‘landbouw/natuur’, waardoor voor de afvoer van (de sterk verontreinigde) grond naar een erkend verwerker geen bezwaren bestaan. Het aspect ‘bodem’ staat de beoogde herontwikkeling niet in de weg.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WaMZ) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. Zo verplicht de WaMZ om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij afwijking daarvan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van regels in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Maasdriel heeft in 2013 het als onderdeel van het gemeentelijk archeologiebeleid een archeologische beleidskaart opgesteld. Op deze kaart is nagenoeg het gehele plangebied aangemerkt als ‘waarde-archeologie 3’ (zie onderstaande afbeelding). Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voorafgaand aan het uitvoeren van bodemverstorende werkzaamheden is noodzakelijk, mits deze werkzaamheden een oppervlak beslaan van 500 m2 of meer én dieper gaan dan 30 centimeter beneden huidig maaiveld.
Afbeelding 7: Uitsnede archeologische beleidskaart (plangebied rood omkaderd).
Omdat door de beoogde ontwikkeling de genoemde grenswaarden overschreden zullen worden, is een verkennend archeologisch onderzoek5 uitgevoerd. Op grond van dit onderzoek kan de hoge archeologische verwachtingswaarde bevestigd worden. Er is vanaf een diepte van 50 cm, onder een laag modern ophoogzand een oude cultuurlaag aanwezig die zich op intacte oever en beddingafzettingen van de Velddriel stroomrug bevindt. Deze cultuurlaag (oude woongrond) hangt mogelijk samen met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats c.q. nederzettingsterrein uit de periode Romeinse tijd-Late Middeleeuwen. Ten noorden van 5 Transect, Velddriel, Voorstraat 70‐72; Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek,
verkennende en karterende fase, mei 2023, rapportnummer 4496.
Ontwerpbestemmingsplan “Velddriel herziening 2022, Voorstraat 70‐72” – Toelichting
‐ 31 ‐
het plangebied strekt zich namelijk ook een cultuurlaag uit die periode uit. Resten uit de IJzertijd kunnen echter ook aanwezig zijn, in de cultuurlaag of in de top van de oeverafzettingen. Aangezien de cultuurlaag en de daaronder gelegen oeverafzettingen op een diepte tot circa 100 cm -mv voor kan komen, is het ook niet uitgesloten dat deze onder de bebouwing in het plangebied ook nog deels intact aanwezig zijn. Uit de Nieuwe tijd zijn in principe ook sporen te verwachten, maar deze betreffen waarschijnlijk hoofdzakelijk die van landgebruik. Op grond van het uitgevoerde verkennende archeologisch onderzoek wordt geadviseerd om, na sloop van de aanwezige opstallen, een nader onderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen wordt tevens geadviseerd om in dit bestemmingsplan aan het gehele plangebied een archeologische dubbelbestemming toe te kennen. Vandaar dat het hele plangebied is voorzien van de bestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Cultuurhistorie Het voormalig schoolgebouw is aangemerkt als gemeentelijk monument. Uit een uitgevoerd bouwhistorisch onderzoek6 blijkt, dat het pand diverse cultuurhistorische waarden heeft. Zo maakt het onderdeel uit van het historisch ensemble van rooms-katholieke gebouwen in het dorp. Ook is het schoolgebouw een belangrijk onderdeel van de rooms-katholieke aanwezigheid in het dorp.
Ondanks door allerlei opeenvolgende verbouwingen beschikt het pand nog architectuurhistorische details en heeft het gebouw bouwhistorische waarde vanwege het gebruikte siermetselwerk en het toegepast natuursteen. Ook de kap is van bouwhistorische betekenis, aangezien deze sinds de bouw in 1883 onveranderd is gebleven. De voorgevel en de houten kapconstructie worden dan ook als ‘hoge monumentwaarde’ aangemerkt. Ook is sprake van diverse positieve monumentwaarde. Zo bepalen de zijgevels en het zichtbare deel van de achtergevel mede de hoofdopzet van de school. Ook de indeling van de onderwijzerswoning met kelder en middengang heeft een positieve monumentwaarde als voorbeeld van een eenvoudige woning bij een school. Een ook de aanwezige trap heeft een dergelijke monumentale waarde. Voor de transformatie van dit schoolgebouw naar 3 grondgebonden woningen is het noodzakelijk om enkele (gevel)aanpassingen door te voeren. Voor deze transformatie is inmiddels een omgevingsvergunning afgegeven, waarbij door de monumentencommissie een positief advies is afgegeven. De aanwezige cultuurhistorische waarden worden door de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt niet verder beïnvloed. Daarnaast heeft de beoogde transformatie juist tot gevolg gehad, dat aan het monumentale pand een toekomstbestendige functie wordt toegekend, waardoor behoud gewaarborgd is.
4.9
Ecologie De Nederlandse natuurbescherming soortbescherming.
kent
twee
aspecten,
te
weten
gebieds-
en
Gebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet Natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 6 Dook Erfgoedwerk, Bouwhistorisch onderzoek Voorstraat 70/72 Velddriel, november 2021.