CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - MIRT onderzoek IRM Alem St Andries eindrapportage - Concept 2023

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: MIRT-onderzoek Gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries9.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het verplaatsen van de jachthaven is voorwaardelijk voor het kunnen verlagen van de dam. Geen van de maatregelen zit een andere (toekomstige) maatregel in de weg, daarmee zijn ze 'no-regret'. Dat maakt de ontwikkelstrategie robuust, er zijn vrijwel geen dwingende afhankelijkheden tussen de onderdelen. Hierdoor kan er gefaseerd worden gewerkt: een onderdeel kan tot uitvoering komen op het moment dat dit past bij de partij(en) die hiervoor staan. Dit laat onverlet dat het streven is om bij realisatie zoveel mogelijk integraal te werken en ‘werk met werk’ te maken. Deze integraliteit kent verschillende voordelen. Het verlaagt de kosten, door een efficiënte omgang met grondstromen en het bundelen van conditionerende werkzaamheden. Het is duurzamer, doordat het transport van grondstromen minimaliseert. Hiervoor liggen ook kansen buiten het projectgebied, zo zou vanuit de zandwinning in de behoefte voor de nabijgelegen verbreding van de A2 kunnen worden voorzien. Het biedt ook rivierkundige ruimte (vergraving voor zandwinning, rivierverruimende maatregelen) aan buitendijkse ontwikkelingen (verplaatsen jachthaven, dorpsfront Alem, bosontwikkeling). Voor integrale gebiedsontwikkeling met de waterstandsverlagende maatregelen optioneel is er - bij toekenning van de PAGW 3e tranche - zicht op 90% dekking.

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek wordt er geconcludeerd dat deze onderdelen naar verwachting kunnen worden uitgewerkt tot haalbare en uitvoerbare (vergunbare) plannen. Opgemerkt dient te worden dat het nog een opgave is om tot draagvlak te komen bij bewoners en andere stakeholders voor met name het onderdeel delfstofwinning. Met de uitvoering hiervan is er een mooie integrale gebiedsontwikkeling met duurzame delfstofwinning, maatregelen gericht op recreatie en leefbaarheid en natuurontwikkeling. Het zou bij gebleken noodzaak echter zonde zijn om de kansen voor de waterstandsmaatregelen niet te benutten, daarom spreekt waterschap Aa en Maas zich uit om aangesloten te blijven. In het najaar van 2023 is de uitkomst van het uitgestelde besluit i.r.t. de PAGW 3e tranche bekend. Eind 2023 zal de conclusie worden getrokken of de gebiedsontwikkeling als MIRT-verkenning wordt uitgewerkt of dat het als regionale gebiedsontwikkeling (provincie Gelderland-waterschap Aa en Maas-gemeente MaasdrielDekker, eventueel waterschap Rivierenland) wordt uitgewerkt.

7.2 Planning en organisatie Planning Onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad en positieve besluitvorming door de andere betrokken partijen is de planning als volgt. Vanaf het moment van de startbeslissing is uitwerking in een verkenningsfase en een planuitwerkingsfase aan de orde. Het MIRT-onderzoek is al relatief ver uitgewerkt (veel milieu- en omgevingseffecten zijn al in beeld gebracht). Daarom kan de verkenningsfase in circa twee jaar worden doorlopen. In de planuitwerkingsfase zijn naast het uitwerken van de plannen ook de procedures voor de benodigde vergunningen (en bestemmingsplan) aan de orde. Hiervoor wordt ook een doorlooptijd van circa twee jaar voorzien. De realisatie kan starten vanaf 2027/2028. Het grootste deel van de herinrichtingsmaatregelen (zone tussen winterdijk en nieuwe zomerdijk) die samenhangen met de zandwinning kunnen in het eerste jaar van uitvoering worden opgeleverd. De voorziene totale doorlooptijd van de zandwinning is 9 jaar. De maatregelen vanuit recreatie en leefbaarheid kunnen uiterlijk in 2029 zijn gerealiseerd. De bosontwikkeling kan, mede afhankelijk van grondeigendom en te maken afspraken daarover, gefaseerd worden uitgevoerd. Uitvoering van de maatregelen die samenhangen met de PAGW 3e tranche zijn, in lijn met de spelregels hiervoor, vanaf 2030 voorzien.

De waterstandsmaatregelen kunnen uiterlijk in 2029 worden opgeleverd, tijdig voor de planning van de dijkversterking Lith-Bokhoven. 28

MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries

Organisatie van de MIRT-Verkenning De insteek is dat gemeente Maasdriel, provincie Gelderland, waterschap Aa en Maas en Dekker een actieve rol nemen in de verkenningsfase van het MIRT. De gemeente Maasdriel en Dekker zullen in dat geval net als in de onderzoeksfase trekker zijn. Met de andere partijen (Rijkswaterstaat en waterschap Rivierenland) wordt de rol in het vervolg verder besproken. Het ligt voor de hand om dit als IRM-pilot door te zetten. In de verkenning wordt toegewerkt naar een integraal voorkeursalternatief. De formele verantwoordelijkheden voor de besluiten die onderdeel zijn van het voorkeursalternatief blijven bij de afzonderlijke partners. In het MIRT-Startdocument worden de verschillende opgaven van partijen in het plangebied nader uitgewerkt en concreet gemaakt en worden rollen, taken en verantwoordelijkheden van partijen nader omschreven. Er zal rekening worden gehouden dat het vervolg onder de Omgevingswet zal plaatsvinden. Aanpak De MIRT-Verkenning is een proces waarbij vanuit een aantal (2-3) alternatieven tot een één (integraal en adaptief) voorkeursalternatief wordt gekomen. De alternatieven worden gebaseerd op het voorwerk uit de MIRT-onderzoeksfase. Het trechteringsproces verloopt in vier stappen: • Start: Bij aanvang van de MIRT-Verkenning spreken de partijen af hoe er tot een gedragen voorkeursalternatief wordt gekomen.

Een belangrijk onderdeel hierbij is hoe bewoners en andere belanghebbenden worden betrokken. Dit wordt uitgewerkt in een MIRT-Startdocument. • Analyse: In deze fase selecteert de stuurgroep 2 à 3 kansrijke alternatieven. De alternatieven moeten passen bij de doelstellingen. • Beoordeling: In deze fase worden de kansrijke alternatieven nader uitgewerkt en beoordeeld om tot één voorkeursalternatief te komen. • Besluitvorming: Het voorkeursalternatief wordt voorgelegd aan de stuurgroep en vastgesteld. Afspraken over het vervolgproces worden neergelegd in een bestuursovereenkomst. Betrokken partijen, waaronder de gemeenteraad, nemen zelfstandig een besluit over de voortgang naar de volgende fase (planuitwerkingsfase). Benodigde planologische procedures De planologische verankering zal plaatsvinden onder de Omgevingswet, waarschijnlijk in de vorm van een omgevingsplan. Een dergelijk plan zal m.e.r.-plichtig zal zijn. Het MER komt dan in twee delen tot stand: A. een globaal MER tijdens de verkenningsfase ten behoeve van de keuze van het voorkeursalternatief; B. een specifiek MER tijdens de planuitwerkingsfase ten behoeve van het formeel te nemen besluiten (planologie en vergunningen). Uiteindelijk worden het globale MER (deel A) en het specifieke MER (deel B) tot één MER samengevoegd.

Beoordelingskader Aan het begin van de MIRT-Verkenning zal een beoordelingskader worden opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Deze helpt bij het bepalen van het voorkeursalternatief. De in de onderzoeksfase gehanteerde criteria zijn daarbij de basis en worden verder verfijnd. Hierbij vindt ook een beoordeling plaats op criteria zoals de invloed op landbouw, bestaande natuurwaarden en cultuurhistorie. Ook zal aandacht worden besteed aan de aspecten van beheerbaarheid (investeringen en beheerskosten). Participatie en communicatie In de verkenningsfase zal de samenwerking tussen partijen worden doorgezet. In het MIRT-Startdocument wordt met partijen afgesproken op welke wijze participatie en communicatievorm krijgt. Hierbij worden de ervaringen vanuit de MIRT-onderzoeksfase (o.a. het werken met een klankbordgroep) meegenomen.

7.3 Conclusie Het MIRT-Onderzoek van de IRM-pilot Alem – St. Andries heeft een gedetailleerd beeld opgeleverd van de ruimtelijke kenmerken en de (beleids)wensen en kansen in het gebied. Er is door het uitvoeren van een reeks onderzoeken ook al vrij ver ingezoomd op de potentiële vergunbaarheid. Aan de hand daarvan wordt duidelijk dat er een duidelijke potentie is voor een integrale gebiedsontwikkeling met haalbare en uitvoerbare maatregelen die bijdragen aan: 1) herstel en ontwikkeling riviernatuur, 2) versterken leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie, 3) rivierverbetering en 4) duurzame grondstoffenwinning. 29

MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries

Uit de verscheidene analyses, onderzoeken en gesprekken is een gebiedspotentiekaart ontstaan met daarop haalbare en uitvoerbare maatregelen die in samenhang bijdragen aan de verschillende doelstellingen. Zo is er onder andere potentie voor de ontwikkeling van ongeveer 75 ha hardhout- en zachthoutooibos, 30 ha stroomdalgrasland en overstromingsvlakte, 6 km aangetakte en niet-aangetakte (kwel)geulen, 7 km struin- en fietspaden inclusief een fietsverbinding over het water, ruim 8 cm waterstandsdaling en 50 ha grondstoffenwinning. Bovendien passen veel maatregelen in de geest van IRM door elementen toe te voegen die passen in het riviertraject (bijv. geulen) of uniek zijn voor het hele riviersysteem (bijv. grote arealen ooibos). De gebiedspotentiekaart brengt maatregelen samen die passen bij de ambities van ieder van de projectpartners (Rijkswaterstaat, provincies Gelderland en Noord-Brabant, waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, gemeente Maasdriel en Dekker). De samenwerking tussen de partners is goed verlopen en het draagvlak bij deze instanties voor de ontwikkeling is hoog. In de omgeving ligt het draagvlak genuanceerder. Een substantieel deel van de klankbordgroep heeft aangegeven niet tegen een integrale gebiedsontwikkeling te zijn, maar momenteel niks te zien in de grondstoffenwinning die erbij komt kijken.

Het verlies van (landbouw)grond voor water en angst voor schade en overlast zijn daarvoor de voornaamste redenen. Vanuit een voorbeelduitwerking zijn de kosten van het totaal aan maatregelen geraamd. Dit geeft een totale investering van €47,9 miljoen (ex BTW, prijspeil 1 januari 2022). De kostenanalyse en het beeld van de mogelijke financiering laten zien dat de gebiedsontwikkeling ook potentie heeft op dit vlak. Bovendien laat de analyse zien dat de kosten beduidend lager uitvallen bij een integrale aanpak, namelijk 20-25%. Met name de wisselwerking met de grondstoffenwinning kan veel kosten besparen. Op enkele punten moet nog duidelijk worden hoe en of er financiering is. Voor de natuurmaatregelen is een aanvraag voor PAGW-geld gedaan, hierover komt eind 2023 duidelijkheid. Voor de rivierverruimende maatregelen wordt vanuit waterschap Aa en Maas uitgewerkt of en hoe ze kunnen bijdragen aan de dijkversterking Lith-Bokhoven. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de integrale gebiedsontwikkeling genoeg potentie heeft voor een vervolg. Een MIRT-Verkenning kan de logische volgende stap zijn, met de kanttekening dat wanneer de rivierverruimende maatregelen zouden komen te vervallen, het een regionale ontwikkeling zal worden met in ieder geval Provincie Gelderland, Gemeente Maasdriel en Dekker Groep als betrokken partijen.

Bij een MIRTVerkenning zullen dezelfde partijen die nu aan het MIRT-onderzoek hebben samengewerkt betrokken zijn, waarbij Gemeente Maasdriel en Dekker Groep de trekkers blijven. In deze fase wordt gewerkt richting een voorkeursalternatief. Extra aandacht zal uitgaan naar de gevolgen voor landbouw en bestaande natuur, draagvlak en duurzame grondstoffenwinning die zich goed verhoud met de omgeving. In de doorkijk naar realisatie wordt een gefaseerde ontwikkelstrategie voorzien. Hierbij wordt de integraliteit bewaakt door gemeente Maasdriel en kunnen verschillende partijen verschillende pakketten aan maatregelen in verschillend tempo uitvoeren.

30

MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

5. 6.

Gebiedsanalyse en potentiële oplossingsrichtingen eiland van Alem Matrix met potentiële inrichtingsmaatregelen Arcadis - Natuuronderzoek Vooronderzoek milieueffecten, met bijlagen: A. Plan van Aanpak Vooronderzoek B. Informatieblad Rotterdam 6/7 C. RHDHV - Rivierkundige systeembenadering D. Sweco - Stabiliteit Waterkeringen E. Sweco – Geohydrologie F. Arcadis – Quickscan Natuur G. ZLTO-advies – Landbouwonderzoek H. Sweco – Waterkwaliteit I. Visualisaties wateroppervlak J. LBP Sight – Geluidsanalyse K. LBP Sight – Stikstofinventarisatie Mogelijke uitwerking gebiedspotentie eiland van Alem Dossier participatie • Toelichting Dossier Participatie • Verslagen 1-10 kbg • Presentaties 1-10 kbg • Presentatie bij ALV van DR Alem • Enquête door DR Alem + context (onderdeel verslag 10) • Brieven aan Raad door DR Alem (2x) • Brief aan Raad door Dekker • Enquête ‘Eiland van Alem’ over kansen en wensen + toelichting

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13065404/1