Bijlage 1 - MIRT onderzoek IRM Alem St Andries eindrapportage - Concept 2023
Tekst van het document
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
MIRT onderzoek IRM Gebiedsontwikkeling Alem - Sint Andries Eindrapportage
Concept versie 3.0 15 augustus 2023
Auteurs Gaston Graaf Paul Hospers Lars Schothuis
Gemeente Maasdriel Dekker Groep SRO
1
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Inhoud Definities, Figuren en Tabellen ............................................................................................................................... 3 1
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 4 1.1
Achtergrond ........................................................................................................................................... 4
1.2
Aanleiding .............................................................................................................................................. 4
1.3
MIRT en IRM .......................................................................................................................................... 6
1.4
Aanpak en opzet MIRT-onderzoek ........................................................................................................ 6
1.5
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 7
2
GEBIEDSANALYSE ............................................................................................................................................ 9
3
OPGAVEN, WENSEN EN KANSEN .................................................................................................................. 13
4
3.1
Beleidsstudie ....................................................................................................................................... 14
3.2
Wensen uit de omgeving ..................................................................................................................... 14
GEBIEDSPOTENTIE ......................................................................................................................................... 16 4.1
Ideeën en oplossingsrichtingen ........................................................................................................... 16
4.2
Haalbaarheid en uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 18
4.3
Gebiedspotentiekaart .......................................................................................................................... 19
5
DRAAGVLAK EN SAMENWERKING ................................................................................................................ 22
6
KOSTEN EN FINANCIERING ............................................................................................................................ 25
7
6.1
Kosten .................................................................................................................................................. 25
6.2
Financiering ......................................................................................................................................... 26
ONTWIKKELSTRATEGIE EN VERVOLG ............................................................................................................ 28 7.1 Ontwikkelstrategie ...................................................................................................................................... 28 7.2 Planning en organisatie ............................................................................................................................... 28 7.3 Conclusie ..................................................................................................................................................... 29
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................... 31
2
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Definities, Figuren en Tabellen Overzicht Definities Draagvlak Gebiedspotentiekaart
Gebiedsprogramma
Haalbaar en Uitvoerbaar Integrale gebiedsontwikkeling MIRT-Onderzoek
MIRT-Verkenning
Potentiële oplossingsrichtingen
Mate van steun Kaart met potentiële maatregelen. Deze maatregelen passen binnen de gebiedsontwikkeling en lijken haalbaar en uitvoerbaar in de geplande tijd van de ontwikkeling. Programma met geselecteerde en uitgewerkte maatregelen van de gebiedspotentiekaart. De tijd en wijze van uitvoering zijn in het programma verwerkt Kwalificatie van inrichtingsmaatregelen. Op voorhand zijn geen onoverkomelijke praktische (bijv. wettelijke of financiële) bezwaren voorzien. Een gebiedsontwikkeling waarbij meerdere maatregelen samen meerdere doelen bereiken, en waarbij de maatregelen elkaar onderling versterken. Eerste fase voor een project binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). In deze fase worden de potentie voor een project en de scope en aanpak voor een vervolg binnen het MIRT bepaald. Tweede fase voor een project binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). In deze fase wordt er gekomen tot een voorkeursalternatief voor een project. Inrichtingsopties voor een gebied met de focus op één thema.
Overzicht Figuren Figuur 1-1: Ligging van Alem ................................................................................................................................... 4 Figuur 1-2: Plangebied ............................................................................................................................................ 5 Figuur 1-3: Schematische weergave van MIRT-proces ........................................................................................... 6 Figuur 1-4: Schematische weergave hoofddocument. ........................................................................................... 8 Figuur 2-1: Alem en het buitendijks gebied ............................................................................................................ 9 Figuur 2-2: Bestemmingen in het plangebied. ...................................................................................................... 10 Figuur 2-3: Historische topografische kaart van het gebied rond Alem ............................................................... 10 Figuur 2-4: Hoogtekaart van het plangebied ........................................................................................................ 11 Figuur 2-5: Stroming van het water ......................................................................................................................
11 Figuur 2-6: Dagelijkse waterstandsschommelingen bij Alem ............................................................................... 11 Figuur 2-7: Sfeerbeelden uit het projectgebied .................................................................................................... 12 Figuur 3-1: Overzicht beleidsdoelen voor plangebied .......................................................................................... 14 Figuur 3-2: Kaartbeeld van kansen en wensen uit de omgevingsenquête ........................................................... 15 Figuur 4-1: Potentiële oplossingsrichting 'Rivier en waterveiligheid' ................................................................... 16 Figuur 4-2: Potentiële oplossingsrichting 'Natuurontwikkeling en waterkwaliteit' .............................................. 17 Figuur 4-3: Potentiële oplossingsrichting 'Recreatie en leefbaarheid' .................................................................. 17 Figuur 4-4: Gebiedspotentiekaart ......................................................................................................................... 20 Figuur 4-5: Voorbeelduitwerking van gebiedspotentiekaart ................................................................................ 21
Overzicht Tabellen Tabel 4-1: Overzicht van momenteel niet haalbare maatregelen. ....................................................................... 18 Tabel 4-2: Overzicht van haalbare maatregelen ................................................................................................... 19 Tabel 5-1: Overzicht van projectpartners en hun doelstellingen in dit project. ................................................... 22
3
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
1
INLEIDING
1.1
Achtergrond
Nabij het eiland van Alem (Figuur 1-1) raken de rivieren Maas en Waal zich tot op slechts enkele honderden meters. Met name de Maas is voor dit gebied een belangrijke identiteitsdrager, die tot op heden een nadrukkelijke en sturende rol heeft gehad in de transitie en ontwikkeling van het gebied. De Maas heeft het landschap met haar bijbehorende waarden en de fysieke leefomgeving gevormd, maar in de ontwikkeling van het gebied is echter zoveel gebeurd, dat sommige oude Maas-gerelateerde functies en structuren nu niet meer logisch of herkenbaar zijn. De gemeente Maasdriel heeft in haar Masterplan 1 weergegeven hoe zij wil inzetten op landschappelijke verbeteringen en andere maatregelen in het gebied om de toeristisch-recreatieve potenties en de leefbaarheid te verbeteren. Tegelijkertijd zijn er in het gebied op dit moment verschillende opgaven die weer van invloed kunnen zijn op de landschappelijke kwaliteit. Zo is dit gebied al jaren in beeld voor rivierverruimende maatregelen, zijn er mogelijkheden voor aanleg van riviernatuur en ligt er een initiatief voor zandwinning.
Figuur 1-1: Ligging van Alem
In dit MIRT-onderzoek hebben direct betrokken overheden gezamenlijk met een particulier zandwinbedrijf (Dekker) de opgaven in het gebied bekeken. Zij hebben onderzocht of deze zodanig geprogrammeerd kunnen worden dat er sprake is van een samenhangend pakket aan maatregelen die leiden tot een kwaliteitsverbetering van het gebied en bijdragen aan vier benoemde doelen (rivierverbetering, natuurontwikkeling, recreatie en leefbaarheid en grondstoffenwinning). In het voorliggende rapportage zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven.
1.2
Aanleiding
Al jaren is het vizier gericht op de omgeving Alem voor het nemen van rivierverruimende maatregelen. Een MIRTonderzoek Maasoeverpark uit 2018 zou in 2019 leiden tot het opstarten van een MIRT-Verkenning Alem. In deze MIRT-verkenning stonden rivierverruimende maatregelen centraal en zou onderzocht worden in hoeverre andere gebiedsopgaven meegenomen konden worden. In het Bestuurlijk Overleg MIRT in november 2019 is echter geconcludeerd dat er geen zicht was op 75% dekking van de kosten voor de beoogde rivierverruiming Alem. De MIRT-verkenning kon daarmee geen doorgang vinden. In het besluit van het Bestuurlijk Overleg MIRT is aangegeven dat in het kader van het landelijke programma Integraal Riviermanagement (IRM) mogelijk een nieuwe scope kan ontstaan en particulier initiatief tot een doorstart kan leiden.
1
Masterplan Maas, gemeente Maasdriel, 8 oktober 2020 4
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Twee ontwikkelingen hebben in 2019 aanleiding gegeven om het onderzoek naar Alem weer op te pakken. De raad van de gemeente Maasdriel heeft het Masterplan Maas vastgesteld. Dit plan geeft een integrale visie op het benutten van de kwaliteiten die de ligging aan de Maas biedt. Voor de omgeving van Alem is aangegeven dat een gebiedsgerichte aanpak kan leiden tot een meerwaarde voor projecten in deze gebieden. Voorbeelden van gebiedsdoelen voor Alem en Sint Andries zijn de ontwikkeling van dorpsfront Alem, herstel en versterking van kleinschalige rivierlandschap bij Alem en realiseren van een langzaamverkeersverbinding tussen Kerkdriel en Alem. Daarnaast heeft Dekker Groep de gemeente benaderd om gezamenlijk de mogelijkheden van een gebiedsontwikkeling en grondstoffenwinning in het gebied te verkennen. Zij heeft het voornemen om grondstoffenwinning te realiseren en heeft ongeveer 100ha in eigendom. Gemeente en Dekker hebben in 2019 gezamenlijk de mogelijkheden voor een gebiedsgerichte aanpak verkend, waarbij de doelen vanuit het Masterplan in combinatie met de grondstoffenwinning uitgevoerd kunnen worden. Daarbij is nadrukkelijk ook gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met Rijk, provincies Gelderland en Noord-Brabant en de waterschappen Aa en Maas en Rivierenland.
Uit gesprekken met deze partijen is geconcludeerd dat er draagvlak is voor een gezamenlijk onderzoek naar een integrale gebiedsontwikkeling. Een ontwikkeling die meer beoogd dan alleen rivierverruimende maatregelen, zoals destijds met de MIRT Verkenning was voorzien. Ook andere thema’s zullen hier een plek in krijgen. Hiermee is er voor dit MIRT-onderzoek een nieuwe scope ontstaan: • Gericht op integraliteit en de thema’s van het Integraal Riviermanagement (waterveiligheid, scheepvaart, ecologische waterkwaliteit en natuur, beschikbaarheid van zoetwater en regionale en lokale opgaven op het gebied van economie, recreatie en ruimtelijke kwaliteit). • Mede vanuit particulier initiatief: Dekker als grondeigenaar en duurzame grondstofwinner gericht op maatschappelijke meerwaarden. • Gekoppeld aan actuele beleidsontwikkelingen zoals het Masterplan Maas (gemeente Maasdriel) en Programmatische Aanpak Grote Wateren, en aanpak waarmee de Ministeries van IenW en LNV streven naar een kwaliteitsslag in riviernatuur. • In potentie haalbaar en uitvoerbaar: lagere kosten en hogere opbrengsten (oplevering gebiedsdoelen deels vanuit grondstofwinning, kostenbesparing vanuit benutting gebiedseigen grond, grondeigendom bij projectpartners), ontwikkelkracht door publiek-private samenwerking.
Het plangebied van dit MIRT-onderzoek betreft het Eiland van Alem, de zone tussen de oude Maasarm en de N322 en de omgeving van fort Sint Andries (Figuur 1-2).
Figuur 1-2: Plangebied
5
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
1.3
MIRT en IRM
Op 25 november 2020 heeft het Bestuurlijk Overleg MIRT ingestemd met het starten van het onderzoek Gebiedsontwikkeling Alem – Sint Andries. Deze Gebiedsontwikkeling is als een pilot van het landelijke programma voor integraal riviermanagement (IRM) uitgevoerd. Binnen dit programma werken het Rijk en de regionale (water)partners samen aan een vitaal, veilig en aantrekkelijk Maas- en Rijntakkengebied. In het kader van IRM wordt voor dit project het MIRT-proces gevolgd. Het MIRT is het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport en is een investeringsprogramma van het Rijk voor o.a. gebiedsontwikkelingen. Projecten die onderdeel zijn van het MIRT doorlopen een vast traject dat start met het zogenaamde MIRT-onderzoek. Het MIRT-Onderzoek brengt de opgaven, potentie en betrokkenen van een gebied in beeld. Vervolgens komen de MIRT-Verkenning en MIRT-Planuitwerking. De MIRT-Verkenning leidt tot een gewogen besluit over welke elementen onderdeel zijn van het project. De MIRT-Planuitwerking maakt het project concreet tot in detail. Dit proces is in onderstaande figuur (1-3) schematisch weergegeven:
Figuur 1-3: Schematische weergave van MIRT-proces
Conform dit processchema is de eerste stap het uitvoeren van een MIRT-onderzoek. Het MIRT-onderzoek is een voorfase waarbij de potentie voor een gebiedsontwikkeling wordt onderzocht. Op grond van dit MIRT-onderzoek beoordelen de betrokken partijen en de minister of ze voldoende potentie zien om er een vervolg aan te geven. Bij een positief besluit volgt een volgende fase waarin het plan verder wordt uitgewerkt. Bij een negatief besluit stopt de planvorming in het kader van het MIRT. De voorbereidingen voor de ontwikkeling kunnen dan stoppen of doorgang hebben als regionaal initiatief. Bij iedere overgang naar een andere fase zullen de betrokken partijen, waaronder de gemeenteraad, een besluit nemen over de doorgang.
1.4
Aanpak en opzet MIRT-onderzoek
MIRT-onderzoek is uitgevoerd door Gemeente Maasdriel en Dekker Groep als initiatiefnemers (het kernteam), in samenwerking met Rijk, provincies Gelderland en Noord-Brabant, de waterschappen Aa en Maas en Rivierenland en in afstemming met Staatsbosbeheer en de betrokkenen bij de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Deze partijen hebben samen een projectgroep en stuurgroep gevormd. In het MIRT-onderzoek wordt de startbeslissing voorbereid op onder meer de volgende onderdelen: • Doelstellingen, scope en reikwijdte • Financiering • Aanpak, organisatie en planning Doelstelling van dit onderzoek is het in kaart brengen van het gebied en van de inhoudelijke potentie (mogelijkheden) en bestuurlijke potentie (bijv. samenwerking, financiering) van een gebiedsontwikkeling. Als er potentie is, zal het onderzoek het vervolg moeten schetsen. De volgende vragen komen daarvoor in dit MIRTonderzoek aan bod:
Vragen over het gebied zijn beantwoord middels een gebiedsanalyse, beleidsanalyse, gebiedsenquête en gesprekken met projectpartners. • Wat is een goede begrenzing van de integrale gebiedsontwikkeling? • Wat zijn de bestaande waarden en kenmerken? 6
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries •
Wat zijn de wensen en opgaven?
Vragen over de inhoudelijk potentie zijn beantwoord middels bureau- en veldstudies uitgevoerd door het kernteam en relevante onderzoeksbureaus en middels gesprekken met projectpartners en klankbordgroepleden. • Welke ideeën voor inrichtingsmaatregelen kunnen bijdragen aan de initiële doelstellingen? (deze zijn: 1) ontwikkeling riviernatuur, 2) versterken leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie (Masterplan Maas), 3) rivierverbeteringen en 4) duurzame grondstoffenwinning). • Welke inrichtingsmaatregelen worden haalbaar en uitvoerbaar geacht? • Hoe kunnen onderdelen elkaar inhoudelijk versterken? • Kan een integrale gebiedsontwikkeling genoeg meerwaarde creëren? • Past een gebiedsontwikkeling binnen de IRM-denkwijze? Vragen over de bestuurlijke potentie zijn beantwoord middels een kostenanalyse en bijeenkomsten met de projectgroep, klankbordgroep • Hoe verloopt de samenwerking? • Is er draagvlak bij de omgeving en bij overheidspartijen voor een integrale gebiedsontwikkeling? • Hoe kunnen onderdelen elkaar financieel versterken? • Is er zicht op 75% financiële dekking? Vragen over het vervolg zijn beantwoord middels overleg tussen de projectpartners • Hoe kan de financiering verdeeld worden? • Wat is de aanpak voor het uitwerken en realiseren van potentiële maatregelen? • Welke partijen zijn op welke manier betrokken bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling? • Wat is
de planning? • Hoe worden participatie en communicatie vorm gegeven? Dit MIRT-onderzoek is aangewezen als één van de proefgebieden (pilots) van het nationale programma Integraal Riviermanagement (IRM) langs de Maas. Daarom zijn er aanvullende leervragen gesteld over publiek-private samenwerking en een integrale gebiedsontwikkeling zonder vooraf vastgelegde opgaven.
1.5
Leeswijzer
Deze rapportage vormt een weerslag van het uitgevoerde onderzoek en kent de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat de gebiedsanalyse. In hoofdstuk 3 zijn de opgaven, wensen en kansen weergegeven. Hiervoor zijn in hoofdstuk 4 potentiële oplossingsrichtingen beschreven In dit hoofdstuk worden vervolgens doelbereik, haalbaarheid en uitvoerbaarheid beoordeeld en wordt een afweging gemaakt van de te nemen maatregelen. De geselecteerde maatregelen zijn vervolgens uitgewerkt tot een gebiedsprogramma. Vervolgens worden draagvlak en samenwerking uitgewerkt (hoofdstuk 5) en de kosten en financiering (hoofdstuk 6). De rapportage sluit af met de ontwikkelstrategie en het vervolg voor een MIRT verkenning (hoofdstuk 7). Tot deze rapportage behoren onderstaande bijlagen. Op de volgende pagina is dat schematisch weergegeven. • Gebiedsanalyse en potentiële oplossingsrichtingen • Matrix met potentiële maatregelen • Natuuronderzoek • Vooronderzoek milieu- en omgevingseffecten (incl. bijlagen) • Boekje voorbeelduitwerking gebiedspotentiekaart • Dossier participatie
7
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Figuur 1-4: Schematische weergave hoofddocument (voorliggend MIRT onderzoek) en bijbehorende documenten.
8
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
2
GEBIEDSANALYSE
De in dit hoofdstuk behandelde informatie bevat de belangrijkste punten van een uitgevoerde gebiedsanalyse (Bijlage 1). Nadere en uitgebreidere informatie over onderstaande onderwerpen is daarin terug te vinden. Ligging Het plangebied is gelegen op de plek waar Waal en Maas elkaar naderen in de Gelderse gemeente Maasdriel. Het omvat het buitendijkse gebied rond het ‘eiland van Alem’, bestaande uit grofweg zeven deelgebieden (Figuur 2-1). Een dorp (ca. 650 inwoners) dat, omgeven met een dijkring, is gelegen in het buitendijks gebied en middels de ‘Dam van Alem’ (Jan Klingenweg) en een veerverbinding over de Maas wordt ontsloten.
Figuur 2-1: Alem en het buitendijks gebied
Gebruik In de huidige situatie bestaat het overgrote deel van het (buitendijkse) gebied uit agrarische grond met enkele gebieden die zijn aangewezen als natuur (Figuur 2-2). Daarnaast zijn er een aantal locaties met dagrecreatie (golfbaan, jachthaven) en verblijfsrecreatie en is de sportaccommodatie van VV Alem er gelegen (Figuur 2-1).. Verder is er buitendijks nog bedrijvigheid aanwezig in de vorm van een steenfabriek (Rodruza) en een leverancier voor sierbestrating (Stonebase bv) (Figuur 2-1 en 2-2). Deze zijn ontsloten vanaf de N322, die ten zuiden van Rossum de uiterwaarden doorsnijdt. Er ligt een dubbelbestemming archeologie op het gebied. Bijzonder zijn de aanwezige forten ‘Sint Andries’ en ‘Nieuw Sint Andries’ en de gelijknamige sluis die de vaarverbinding vormt tussen Waal en Maas (Figuur 2-1). De kernen Kerkdriel en Rossum kennen voorzieningen waar door bewoners uit Alem gebruik van wordt gemaakt, terwijl het plangebied deels als uitloopgebied fungeert voor Heerewaarden, Rossum en Kerkdriel.
9
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Figuur 2-2: Bestemmingen in het plangebied. De bestemmingen zijn met name agrarisch (lichtgroen) en natuur (donkergroen), met een deel recreatie en sport (felgroen), bedrijvigheid (paars) en cultuur (roze). Tevens zijn archeologische waarden opgenomen in de uiterwaarden..
Historische ontwikkeling Op topografische kaarten is te zien dat Waal en Maas vroeger in open verbinding stonden met elkaar middels brede grillige geulen (Figuur 2-3). De forten Sint Andries en Nieuw Sint Andries nabij Rossum, markeren de strategische betekenis van de plek. De verschillende lopen van de Maas hebben het gebied in eerste instantie gevormd met hoogtes, laagtes, afzettingen en (restanten van) geulen die nu nog te zien zijn. Daarna is het ingrijpen van de mens steeds bepalender geworden voor de huidige verschijningsvorm van het gebied. De ingebruikname van de uiterwaarden voor de landbouw, delfstofwinning en de kanalisatie van de Maas zijn daarin het meest beeldbepalend. Door de kanalisatie van de Maas voortkomend uit de plannen van ingenieur Lely is de geïsoleerde ligging van Alem ontstaan. Bovendien is Alem daarmee onderdeel geworden van de provincie Gelderland, waar het voorheen onderdeel was van Noord-Brabant. De ligging nabij het samenkomen van de rivieren Waal en Maas en een groot stromingsluw deel van de uiterwaarden rond Alem maken het gebied uniek.
Figuur 2-3: Historische topografische kaart van het gebied rond Alem
10
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Reliëf en water De hoogteverschillen in het gebied rond Alem zijn aanzienlijk (Figuur 2-4). De afzettingen van de rivier hebben, bijvoorbeeld in de Piekenwaard, hoogtes gecreëerd van ca. 6,2 m +NAP terwijl net ten noorden daarvan uitgesleten geulen zijn waar de maaiveldhoogte slechts 1,8 m +NAP bedraagt. In de Marensche waard zijn de hoogteverschillen door maaiveldverlaging door kleiwinning nauwelijks meer aanwezig. In de Maasuiterwaarden zijn hoogteverschillen die door de rivier zijn ontstaan nooit aanwezig geweest omdat dit deel van de uiterwaarden tot ca. 1948 tot het binnendijks gebied van Brabant behoorde. Op de hoogtekaart (Figuur 2-4) zijn ook de primaire waterkeringen en de ‘dam van Alem’ (Jan Klingenweg) duidelijk te zien. Deze hoogwatervrije verbinding van Alem naar Rossum en Kerkdriel zorgt ervoor dat een groot deel van de uiterwaarden stromingsluw is (Figuur 2-5) en geen bijdrage levert aan het afvoerend vermogen van de rivier. Hierdoor biedt dit deel van het gebied kansen voor buitendijkse (natuur)ontwikkelingen, omdat deze geen invloed hebben op de doorstroming, maar wel onder invloed staan van de dynamiek van de rivier. De dynamiek van de rivier is in dit deel van de Maas niet beperkt tot hoge en lage waterafvoeren, maar omdat dit het ongestuwde deel van de Maas betreft is er hier ook invloed van de getijden. Per dag schommelt de waterstand dan ook tot ca.
30 cm bij mediane waterstanden (Figuur 2-6).
Figuur 2-5: Stroming van het water
Figuur 2-6: Dagelijkse waterstandsschommelingen bij Alem
Figuur 2-4: Hoogtekaart van het plangebied
Landschappelijke analyse Hieronder zijn puntsgewijs de landschappelijke kenmerken van het gebied rond Alem samengevat, terwijl Figuur 2-7 op de volgende pagina een aantal sfeerbeelden toont. • • • • • •
Samenkomen van het stroomgebied van de Waal en Maas; Alem als binnendijks eiland in het buitendijks gebied als gevolg van de kanalisatie; Voormalige rivierlopen en voormalige komgrond van de Maasuiterwaarden te herkennen; Het uiterwaardengebied is tot stand gekomen door natuurlijke fysische processen als erosie en sedimentatie, maar ook door menselijk toedoen; Ontsluiting in het gebied is overwegend evenwijdig aan de loop van de rivier gelegen. Ook hier is de solitaire ligging van Alem duidelijk te zien. N322 is een barrière in het gebied; De uiterwaarden kent karakteristieke (bakenbomen, maasheggen), maar ook gebiedsvreemde groenelementen (bos Jan Klingenweg, laanbeplanting N322);
11
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries • • •
Steenfabriek is als functie passend in het rivierengebied, maar vraagt in de huidige verschijningsvorm om goede landschappelijke inpassing; Jachthaven is als functie passend aan de Maas, maar de ligging in de voormalige stroomgeul is niet passend; Als onderdeel van de Zuiderwaterlinie en de linie 1629 en met de aanwezigheid van verschillende forten en een luchtwachtpost is het gebied is het een gebied van strategische en cultuurhistorische betekenis.
Figuur 2-7: Sfeerbeelden uit het projectgebied. Linksboven (Lb): uitzicht op de Marensche Waarden vanaf de haven; Rb: uitzicht op de Marensche Waarden vanaf de Veerweg; Lm: de jachthaven; Rm: De dorpskern Lo: Uiterwaard bij St. Andries; Ro: uitzicht op het dorp en bestaande zandwinplas vanaf N322.
12
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
3
DOELEN, WENSEN EN KANSEN
De initiële doelstellingen van de gebiedsontwikkeling zijn in dit hoofdstuk nader uitgewerkt (3.1). Om deze doelen verder handen en voeten te geven en tot concrete maatregelen te komen voor het gebied, zijn een beleidsstudie gedaan (3.2) en omgevingsenquête gehouden (3.3).
3.1
Doelstellingen
Het hoofddoel is een integrale gebiedsontwikkeling met meerdere maatschappelijke doelen. De specifieke maatschappelijke doelen zijn 1) herstel en ontwikkeling riviernatuur; 2) versterken leefbaarheid en toeristischrecreatieve potentie; 3) rivierverbeteringen en 4) grondstoffenwinning. Kansen worden doelen Het hoofddoel is abstract, maar juist dat is de crux van dit project. Waar een project normaliter vanuit één (en in uitzonderlijke gevallen meerdere) opgave wordt gestart en dan soms een integraal benadering meekrijgt, wordt deze gebiedsontwikkeling vanaf de start integraal aangevlogen. In het projectgebied liggen namelijk geen harde opgaven, maar wel grote kansen voor unieke ontwikkelingen. Deze zijn gevat in specifieke maatschappelijke doelen, welke (nog) niet gekwantificeerd zijn. De opdracht voor het MIRT onderzoek2 luidde dan ook om de haalbaarheid van een integrale aanpak na te gaan. Hieronder gaan we verder in op de logica van de doelen. Rondom Alem liggen grote, stromingsluwe uiterwaarden. Dit biedt een unieke kans op grootschalige ooibosontwikkeling, wat op weinig andere plekken in het rivierengebied kan. Daarnaast komen de Waal en Maas elkaar nergens zo dicht bijeen als hier. Dit geeft aanleiding tot het opnemen van een natuurdoel: herstel en ontwikkeling riviernatuur.
Aanvullend biedt het plangebied überhaupt relatief veel ruimte voor riviernatuurontwikkeling, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de (zwakke) getijdeninvloed en de bestaande kwaliteiten in enkele deelgebieden. Ambities met betrekking tot natuur, passend bij het plangebied, komen terug in beleidsstukken/-programma’s zoals de Natuurverkenning Grote Wateren, Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Met relatief kleine ingrepen kan hier een grote rivierverruiming worden behaald. Dit geldt lang niet overal meer langs de Maas. Naar de toekomst toe is ruimte voor hoogwaterstandsdaling zeer welkom met het oog op benodigde ontwikkelruimte (voor bijv. dijken en natuur), grotere piekafvoeren en een stijgende zeespiegel. Dit is aanleiding voor een rivierdoel: rivierverbeteringen. Aanvullend liggen hier oude afgesneden maasmeanders die landschappelijk terug te brengen vallen. Ambities met betrekking tot rivierverbeteringen passend bij het plangebied komen terug in beleidsstukken/-programma’s zoals het Integraal Riviermanagement (IRM), Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas en Panorama Gelderse Rivieren. Maasdriel ligt met haar rug naar de Maas, terwijl ze zich, zoals staat verwoord in haar Masterplan, graag meer op de rivier wil richten. De ligging van Alem als soort schiereiland in de Maas is een unieke plek om dit beter vorm te geven.
Zo kan ook de toeristisch-recreatieve potentie worden versterkt. Dit is aanleiding voor een leefbaarheids- en recreatiedoel: versterken leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie Aanvullend liggen er ook kansen voor betere (voet- en fiets)verbindingen. Ambitie met betrekking tot leefbaarheid en recreatie in het plangebied komt met name naar voren in het Masterplan Maas van gemeente Maasdriel. Terwijl er steeds minder vergunningen voor grondstofwinningen zijn en de behoefte daarnaar in het licht van de woningbouwopgave en dijkversterkingen onverminderd hoog blijft, ligt er een grote, enigszins monotone uiterwaard (Bijlage 1) relatief dichtbij de markt voor deze grondstoffen. Dit biedt een unieke kans voor een winning met zo min mogelijk milieugevolgen. Dit is aanleiding voor een grondstoffendoel: grondstoffenwinning. Lokaal zijn er ook ontwikkelingen en activiteiten, zoals dijkversterkingen, de steenfabriek en de verbreding van de A2, die baat hebben bij deze grondstoffen, terwijl het werk zelf de regionale economie helpt. Het belang van (duurzame) grondstoffenwinning komt terug in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en recente kamerbrieven ‘verzamelbrief bodem en ondergrond’ (19-01-23 en 06-07-23).
2
Zie afsprakenlijst BO MIRT 2020: Afsprakenlijst_2526 nov 2020 13
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Rijksbelang Bovenstaande doelen passen bij enkele rijksbelangen. Zo past het hoofddoel van een integrale gebiedsontwikkeling met meerdere maatschappelijke doelen in het NOVI-principe van het combineren van functies. Het natuurdoel past in het stapsteenidee voor Sint Andries zoals opgetekend in het PAGW. Het rivierdoel past bij mogelijke noodzaak voor rivierverruiming in het IRM en wordt op zijn minst gezien als ‘geenspijtmaatregel’ binnen het IRM en kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het meanderherstel van het rivierdoel en het leefbaarheids- en recreatiedoel passen dan weer in het NOVI-principe van het centraalstellen van de gebiedsidentiteit. Het grondstoffendoel is voorwaardelijk aan enkele rijksopgaves (waaronder woningbouw en dijkversterking), terwijl lokale winning past binnen het NOVI-principe van niet afwentelen. Dat de doelen aansluiten bij het rijksbelang betekent overigens niet dat voor ieder onderdeel rijksfinanciering gevraagd wordt.
3.2
Beleidsstudie
Om voor het gebied rond Alem een integraal en breed gedragen plan te maken waarin zo veel mogelijk belangen worden behartigd is een beleidsstudie gedaan (Bijlage 1). Zo is in beeld gebracht welke ideeën er bij de verschillende partijen leven voor het gebied rond Alem. Hierin zijn Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid behandeld. Dit brede palette aan opgaven, wensen en kansen is het startpunt voor het gebiedsprogramma voor Alem en omgeving. Hieronder staan ze per thema opgesomd (Figuur 3-1). In de geformeerde projectgroep zijn onderstaande punten besproken, aangevuld en aangepast.
Figuur 3-1: Overzicht beleidsdoelen voor plangebied
3.3
Wensen uit de omgeving
Om inzicht te krijgen in de lokale belangen en wensen is er een klankbordgroep geformeerd met personen die lokale organisaties vertegenwoordigen. Gebiedskennis en wensen van de klankbordgroep zijn daarbij ook door een online in te vullen enquête opgehaald. Daarvan is onderstaand kaartbeeld (Figuur 3-2) en puntsgewijze toelichting het resultaat. Hierbij wordt opgemerkt dat er niet door alle partijen uit de klankbordgroep inbreng is geleverd. • • •
Gebied rond Jan Klingenweg: van waarde maar te verbeteren Rodruza: behoud maar aandacht voor inpassing en hinder Haven: belangrijkste recreatieve trekker 14
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries • • • • • • • •
Alemse en Drielsche Waard: behoud maasheggen Maas: meer invloed rivier Marensche waard: te verbeteren (onduidelijk of het gaat om cultuurlijk of natuurlijk) Heerewaarden: fraai natuurgebied (aandacht voor recreatie) Maasarmen: te verbeteren (doorstroming en oevers) Wegen: veiligheid te verbeteren voor gebruiker en fauna Geen windmolens / zonnevelden Toekomstperspectief bieden voor agrariërs
Figuur 3-2: Kaartbeeld van kansen en wensen uit de omgevingsenquête
15
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
4
GEBIEDSPOTENTIE
Centraal in dit MIRT-Onderzoek staat de haalbaarheid van een integrale gebiedsontwikkeling: is er genoeg potentie om met een IRM-gerelateerde gebiedsontwikkeling aan de doelen voor natuurontwikkeling, waterveiligheid, leefbaarheid & recreatie en delfstoffenwinning te voldoen? Dit hoofdstuk gaat in op de inhoudelijke potentie van de gebiedsontwikkeling. Aan het begin zijn alle denkbare ideeën verzameld die passend zijn in het gebied en aansluiten bij een van de genoemde doelstellingen. In een vervolgstap zijn de eerste ideeën gefilterd door te kijken naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid in de komende 10 jaar. Het resultaat is een gebiedspotentiekaart met potentiële inrichtingsmaatregelen die gelden als mogelijk ingrediënten voor een later voorkeursalternatief en ontwerp. Aan de hand van deze gebiedspotentiekaart wordt de potentie voor een integrale gebiedsontwikkeling beschouwd.
4.1
Ideeën en oplossingsrichtingen
De beleidsdoelen, kansen en wensen zijn vertaald naar ideeën voor concrete inrichtingsmaatregelen. Deze inrichtingsmaatregelen zijn opgenomen in 3 verschillende oplossingsrichtingen. Zo is er vanuit een bepaalde doelstelling, zonder al te veel beperkingen, tot een soort ideaalbeeld gekomen. De oplossingsrichtingen zijn: • Rivier en waterveiligheid (Figuur 4-1) • Natuurontwikkeling en waterkwaliteit (Figuur 4-2) • Recreatie en leefbaarheid (Figuur 4-3)
Figuur 4-1: Potentiële oplossingsrichting 'Rivier en waterveiligheid'
16
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Figuur 4-2: Potentiële oplossingsrichting 'Natuurontwikkeling en waterkwaliteit'
Figuur 4-3: Potentiële oplossingsrichting 'Recreatie en leefbaarheid'
17
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Bijlage 2 bevat een overzicht van de inrichtingsmaatregelen, inclusief de link met de doelen. De oplossingsrichtingen zijn door de betrokken partijen becommentarieerd en vervolgens aangepast. Ook is er natuuronderzoek (Bijlage 3) en rivierkundig onderzoek (onderdeel Bijlage 4) gedaan naar de maatregelen en op basis daarvan zijn de maatregelen verder aangescherpt / verfijnd. Grondstoffenwinning is niet opgenomen in 1 van de oplossingsrichtingen, maar wel verder meegenomen aangezien het als apart doel is geformuleerd.
4.2
Haalbaarheid en uitvoerbaarheid
Voorgestelde ideeën voor inrichtingsmaatregelen worden in de MIRT-Verkenning gewogen om tot een voorkeursalternatief te komen. Echter vindt er in deze fase al een eerste schifting plaats, om te voorkomen dat op dit moment onrealistisch geachte inrichtingsmaatregelen uitgebreid worden onderzocht. De inrichtingsmaatregelen worden uitgesplitst aan de hand van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Na de schifting ontstaat een beeld met potentiële inrichtingsmaatregelen: de gebiedspotentiekaart. De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van maatregelen hangen af van vergunningen, financiële dekking en grondeigendom. Wanneer er geen perspectief is voor een van deze zaken, wordt de maatregel als ‘momenteel onrealistisch’ ingeschat (niet binnen 10 jaar realistisch). Voor vergunningen is een inschatting gemaakt van de milieueffecten, waarbij met name het effect op de rivier is bekeken. Wanneer de effecten (ver) buiten het vergunbare lijken te vallen is een maatregel onrealistisch. Het grondeigendom en de financiële dekking zijn in dit stadium samengenomen, waarbij de kosten hoger zijn ingeschat wanneer het grondeigendom niet bij een van de projectpartners ligt. De financiële dekking wordt als ‘momenteel onrealistisch’ beschouwd wanneer de kosten hoger zijn dan de ambitie bij de meest voor de hand liggende partij.
Bijlage 2 bevat een overzicht met de ingeschatte haalbaarheid per inrichtingsmaatregel. Voor iedere afgevallen maatregel wordt hieronder besproken waarom deze is afgevallen (Tabel 4-1). De realistisch geachte maatregelen worden niet apart besproken, behalve de zandwinning, getijdengeul en verplaatsing van de haven (Tabel 4-2), omdat deze qua uitvoerbaarheid specifieke vragen hebben opgeroepen. Daarvoor is apart onderzoek uitgevoerd (Bijlage 4). Tabel 4-1: Overzicht van momenteel niet haalbare maatregelen met daarbij de beredenering waarom ze niet haalbaar worden geacht in dit stadium. Maatregelen Kanoroute Piekenwaard
/
Hoogwatergeul
Doorgang waterverkeer bij Jan Klingenweg/Dam van Alem; Instroom vanaf oude Maasarm Fietsverbinding Alem – Rossum; Verbinding over water Alem – Heerewaarden Bakkenhoek; Wachtplaatsen sluis; Benutten overloopgebied Maatregelen rond Heerewaarden en St. Andries: natuurobservatieroute; herstel fort St Andries; veilige oversteek; benutten kwel horecapunt St. Andries Doorstroom veerstoep verbeteren; Dijkteruglegging
Pipingsmaatregel dijkring Alem
Beredenering Dit type geulen behoeft een bepaald debiet waardoor rivierkundige bezwaren (bijv. aanzanding) ontstaan, wat een vergunning lastig te verkrijgen maakt. Kosten om dit te verhelpen zijn naar inschatting te groot voor de meerwaarde (waterstandsdaling lijkt beperkt). Bij een grote, permanente waterdoorgang waar momenteel de Dam van Alem ligt ontstaan grote rivierkundige bezwaren (bijv. aanzanding), waardoor het verkrijgen van een vergunning als vrijwel onmogelijk wordt geacht. Een grote instroom lijkt op zelfde bezwaren te stuiten. Deze verbindingen hebben relatief hoge kosten, terwijl ze geen duidelijke beleidsmatige inbedding kennen. Deze riviergerelateerde maatregelen zijn door geen van de relevante partijen (Rijkswaterstaat, Waterschappen) aangehaald, waardoor niet wordt verwacht dat een partij de kosten zal dragen. Voor nu lijken hier geen dragers voor. Mogelijk kunnen deze maatregelen onderdeel worden van een natuurverbinding Waal-Maas. Verdiepend onderzoek hiernaar is opgenomen in de PAGW aanvraag. Daarin kan het verder worden opgepakt. Deze waterstandsverruimende maatregelen hebben relatief hoge kosten gecombineerd met een grote ruimtelijke impact voor de te behalen waterstandsdaling, terwijl er geen grote urgentie voor waterstandsdaling lijkt te zijn. Dat deze maatregelen nu afvallen sluit niet uit dat ze in de toekomst haalbaar worden.
Voor de dijkteruglegging blijft de Barro-reservering bestaan. De dijkring voldoet aan de normen i.t.t. een eerdere aanname, zo blijkt uit een recente analyse. Het is dus overbodig en er zal geen drager voor zijn.
18
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Tabel 4-2: Overzicht van haalbare maatregelen waarvoor vooronderzoek is uitgevoerd (Bijlage 4) Maatregelen Zandwinning
Getijdengeul verleggen jachthaven
en
Weerdverlaging; verlaging dam; verbeteringen stroming Heerewaarden
4.3
Beredenering De omgeving heeft veel vragen gesteld over deze ingreep, met name over de milieu- en omgevingseffecten. Wanneer de milieueffecten te groot zijn, is een vergunning voor de zandwinning onrealistisch. Om aan die vragen tegemoet te komen is er vooronderzoek uitgevoerd, onder andere naar grondwater, dijkstabiliteit, geluidshinder, archeologie en stikstof. Daarbij zijn ook uitgangspunten voor de zandwinning geformuleerd. Uit dit vooronderzoek valt te concluderen dat onder bepaalde voorwaarden de zandwinning in principe vergunbaar en dus haalbaar is. De getijdengeul en nieuwe locatie van de jachthaven zijn deels ingetekend binnen de dijkbeschermingszone. Daarom zijn vooraf de effecten van deze maatregelen op de dijkstabiliteit en grondwaterstromen bepaald. De effecten lijken niet onoverkomelijk groot, waardoor de maatregelen vergunbaar en dus haalbaar worden geacht. Deze rivierverruimende maatregelen beïnvloeden in potentie het rivierbeheer. Daarom zijn vooraf de effecten van deze maatregelen op rivierbeheer bepaald. De effecten lijken niet onoverkomelijk groot, waardoor de maatregelen vergunbaar en dus haalbaar worden geacht.
Gebiedspotentiekaart
De gebiedspotentiekaart (Figuur 4-4) bevat de maatregelen die zijn overgebleven na afweging in het vorige hoofdstuk. Er is belang bij het uitvoeren van de maatregel door een gebiedspartij / overheidsorgaan, het draagt bij aan doelen voor het gebied en de maatregel is haalbaar en uitvoerbaar. De precieze uitwerking van de maatregel, en of de maatregel in het uiteindelijk ontwerp komt, is nog van veel aspecten (bijv. omgevingswensen en landschappelijke inpassing) afhankelijk, maar er is op hoofdlijnen een duidelijk beeld bij. De insteek is in deze fase nog vooral ontwikkeling geweest, behoudselementen (zoals op bepaalde stukken natuur of landbouw) krijgen in de volgende fase extra aandacht. Dat wat niet op de gebiedspotentiekaart staat wordt principe niet verder verkend, tenzij een partij tijdens de verkenningfase dat expliciet verzoekt. De gebiedspotentiekaart laat zien dat een gebiedsontwikkeling wezenlijk kan bijdragen aan de doelstellingen. Voor natuur en recreatie en leefbaarheid zijn meerdere kleine en grote maatregelen voorzien. Voor water en delfstofwinning zijn er weliswaar minder maatregelen, maar de maatregelen zijn dusdanig van omvang dat ze een substantieel aan die doelen bijdragen. De combinatie van doelstellingen maakt het een integraal geheel, wat past bij een IRM-pilot. Een nadere beschouwing laat zien hoe deze maatregelen verder passen binnen het IRM.
Daarvoor is als proef (passend binnen de pilotgedachte) een beoordelingskader ontwikkeld met drie ‘IRMelementen’: synergie, unicum in rivierengebied en toepasselijkheid in riviertraject. Ruim driekwart van de potentiële maatregelen voldoet aan minimaal 1 IRM element, en de helft aan minimaal 2 elementen. Bijlage 2 licht deze aanpak verder toe en geeft per maatregel een overzicht. Figuur 4-5 is een voorbeelduitwerking van de gebiedspotentiekaart. Dit vormt een lonkend perspectief en de start voor het overleg over een verdere uitwerking. Het is nog geen definitieve uitwerking, maar wel de input voor de kosteninschatting (Hfst. 6). De voorbeelduitwerking wordt verder toegelicht en uitgewerkt in Bijlage 5.
19
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Figuur 4-4: Gebiedspotentiekaart
20
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Figuur 4-5: Voorbeelduitwerking van gebiedspotentiekaart. Bijlage 5 bevat een nadere uitwerking.
21
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
5
DRAAGVLAK EN SAMENWERKING
Bij de uitvoering van dit onderzoek zijn partners en omgeving intensief betrokken. Dit komt zowel in organisatiestructuur als in proces tot uiting. Projectpartners Aan dit onderzoek hebben meerdere organisaties samengewerkt. In onderstaand overzicht (Tabel 5-1) zijn de organisaties en de belangrijkste doelstellingen weergegeven: Tabel 5-1: Overzicht van projectpartners en hun doelstellingen in dit project.
Organisatie
Doelstelling
Gemeente Maasdriel
Realisatie van de ambities uit het Masterplan Maas. Lokale opgaven op het gebied van leefbaarheid, economie, recreatie en toerisme, en ruimtelijke kwaliteit Duurzame grondstofwinning gericht op maatschappelijke meerwaarden Regionale opgaven op het gebied van leefbaarheid, economie, natuur recreatie en toerisme, waterbeheer en ruimtelijke kwaliteit Waterveiligheid, ecologische waterkwaliteit en natuur Waterveiligheid, scheepvaart, rivierbeheer, ecologische Waterkwaliteit, Programmatische Aanpak Grote Wateren en natuur
Dekker Groep Provincie Gelderland Waterschap Rivierenland Ministerie van IenW/RWS Ministerie van LNV Waterschap Aa en Maas Provincie Noord-Brabant
Programmatische Aanpak Grote Wateren, kwaliteitsslag in Riviernatuur Waterveiligheid Regionale opgaven op het gebied van waterbeheer
Ondanks dat het niet hun grond-/werkgebied is, hebben provincie Noord-Brabant en waterschap Aa en Maas meegewerkt aan het onderzoek. De reden hiervoor is met name dat er een inhoudelijke relatie kan liggen op het punt van hoogwaterveiligheid. Daarnaast ligt het gebied van Alem en Sint Andries op de grens van Noord-Brabant en kan het bijvoorbeeld een rol spelen als aantrekkelijk gebied voor recreanten vanuit 's-Hertogenbosch en omgeving. De betrokkenheid van de ministeries van LNV en IenW verliep via Rijkswaterstaat en het programmateam PAGW. Staatsbosbeheer heeft op projectgroep-niveau meegewerkt aan de uitvoering van het onderzoek. De gemeente Maasdriel en Dekker waren de trekkers en penvoerders van het MIRT-onderzoek en hebben het projectmanagement en het omgevingsmanagement verzorgt. Stakeholders in de omgeving In dit onderzoek is veel waarde gehecht aan inbreng vanuit stakeholders in de omgeving. Door van meet af aan te werken met een brede klankbordgroep en door informatiemomenten in de omgeving is informatie opgehaald en gedeeld. Deelnemers van de klankbordgroep zijn: • • • • • • • •
Dorpsraad Alem Dorpsraad Rossum Dorpsraad Heerewaarden Stichting B.O.O.M. Jachthaven De Maas Voetbalvereniging VV Alem Steenfabriek Rossum/Rodruza De Capreton
• • • • • • •
Stichting Dorp en Landschap Bommelerwaard Natuurwacht Bommelerwaard ZLTO Maasdriel Erfgoedvereniging Alem Bezoekerscentrum Grote Rivieren Coöperatie Bommelerwaar Erfgoedvereniging Alem
Als agendalid: • Hengelsportvereniging de Alver • Rivierenland bureau voor Toerisme • TRIP
Gedurende het gehele onderzoeksproces heeft overleg met de klankbordgroep plaatsgevonden. De klankbordgroep bracht lokale kennis in, kreeg gelegenheid om mee te denken en vragen te stellen en adviseerde gevraagd en ongevraagd de projectgroep. Er is veelvuldig overleg geweest, in totaal hebben er 10 bijeenkomsten
22
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
met de klankbordgroep plaatsgevonden. Daarnaast zijn er veel individuele overleggen geweest met leden van de klankbordgroep. Bij start van het onderzoek is een enquête uitgezet waarin de deelnemers van de klankbordgroep aan konden geven welke ontwikkelingen zij wel en niet zouden willen zien, en welke sterktes en zwaktes het gebied kent. Lokaal draagvlak Een belangrijk aandachtspunt in de besprekingen met de klankbordgroep zijn de zorgen omtrent de zandwinning geweest. Een groot aantal deelnemers van de klankbordgroep heeft aangegeven niet tegen gebiedsontwikkeling te zijn, maar wel tegen zandwinning. Vanuit de achterban is er voor deze activiteit om diverse redenen weinig tot geen draagvlak. De naar voren gebrachte zorgen zijn: • Schade aan woningen (door verzakkingen als gevolg van veronderstelde grondwaterinvloed door de zandwinning) • Verminderde waterveiligheid (doordat het water dichterbij komt en veronderstelde invloed op de dijk en grondwater) • Overlast door langdurige werkzaamheden • Gevolgen voor bestaande natuurwaarden • Verlies aan landbouwareaal Naar aanleiding hiervan zijn er verschillende acties uitgevoerd. Het belang van zandwinning voor de bouw en infra (woningbouw, dijkversterking) in de regio en in Nederland is onderstreept.
De partijen in de klankbordgroep zijn uitgenodigd voor een gebiedsbezoek aan een recent uitgevoerde zandwinning (Hetersche Waarden in Heteren) om in de praktijk te zien hoe dit gaat en lokale ervaringen te horen. Verschillende partijen uit de klankbordgroep hebben hieraan deelgenomen. De klankbordgroep heeft tevens vorm gegeven aan de onderzoeksagenda. De vraag- en zorgpunten (waaronder bovengenoemde) zijn geïnventariseerd. Hier is een onderzoeksaanpak voor geformuleerd (onderzoeksvragen, -methode) die met de klankbordgroep is besproken. De (tussen)resultaten van de onderzoeken zijn op meerdere momenten besproken. De uitkomsten van de onderzoeken zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en bijlage 4. De onderzoeksuitkomsten laten geen relatie tussen zandwinning en schade aan woningen en verminderde waterveiligheid zien. Om overlast van werkzaamheden zo veel mogelijk te beperken zijn uitgangspunten afgesproken: alle afvoer van grondstoffen per schip (niet per vrachtwagen), zandwinning met elektrische installaties (grondwerkmachines op diesel) en gefaseerd werken. Verder worden bestaande natuurwaarden (in de dijkzone) zo veel mogelijk behouden en is er potentie om de natuurwaarden in het gebied juist te versterken. Bovenstaande informatie heeft de weerstand van een aantal deelnemers van de klankbordgroep en in het dorp Alem niet weggenomen.
Dit komt terug in een enquête uitgevoerd door dorpsraad Alem in Alem en een brief van een aantal leden van de klankbordgroep aan de gemeenteraad van 4 mei 2022, waarin bovengenoemde punten naar voren worden gebracht (onderdeel van Bijlage 6). Daarnaast is het verlies aan landbouwareaal en de gevolgen hiervan voor de bedrijven die deze grond nu pachten een onderwerp dat in de verdere uitwerking (MIRT-verkenning) een plek dient te krijgen, zodat hier afgewogen besluitvorming over mogelijk is. Dit geldt uiteraard ook voor de gevolgen van de bredere gebiedsontwikkeling voor de agrarische bedrijven. De verslagen van de overleggen met de klankbordgroep, de (kritische) inbreng vanuit partijen in de klankbordgroep en de enquête gehouden door de dorpsraad in Alem zijn opgenomen in een (openbaar) dossier (Bijlage 6), ook te raadplegen via Gebiedsontwikkeling Alem & Sint Andries (dekkergroep.nl) (onder documenten). Praktijk IRM-leervraag Het project gebiedsontwikkeling Alem en St.Andries is geselecteerd als één van de pilots voor het Programma onder de Omgevingswet (PoW) voor Integraal Rivier Management (IRM). Bij PoW staat een integrale visie op het rivierengebied centraal inclusief hoe samenwerking en integraliteit te realiseren is. Om tot een PoW te komen zijn pilots geselecteerd met bijbehorende leervragen.
De leervragen voor dit project focussen op integrale gebiedsontwikkeling zonder harde opgave en op publiek-private samenwerking. Het project heeft deels gekeken naar het laatste en zal zich in het vervolg nog verder verdiepen in beide leervragen. Een masterstudent Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit heeft, in opdracht van de gemeente Maasdriel en Dekkergroep, zich bezig gehouden met de leervraag over publiek-private samenwerking via de aansluitende onderzoeksvraag: In hoeverre, en op welke wijze is de samenwerkingsvorm rondom gebiedsontwikkeling van invloed op de integrale samenwerking van een gebiedsproces?” Zij concludeert het volgende: “De samenwerkingsvorm PPS (publiek-private samenwerking) creëert een omgeving waarbij integraal kan worden 23
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
samengewerkt. In deze samenwerking is van nature ruimte voor samen ontdekken en definiëren. De samenwerkingsvorm PPA (publiek planvorming met aanbesteding) beperkt de mogelijkheden om samen te ontdekken en te definiëren, omdat dit juridisch niet mogelijk is. Het samen ontdekken en definiëren leidt ertoe dat er meer vertrouwen (onderdeel van intern draagvlak) ontstaat, omdat verwachtingen duidelijk zijn en partijen met dezelfde informatie werken. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat integraal samenwerken versterkt wordt. Daarnaast wordt bij een PPS meer kennis benut omdat partijen eerder bij elkaar zijn dan bij een PPA. Tot slot is er meer sprake van creativiteit bij een PPS dan bij een PPA, omdat bij een PPS publieke partijen mee durven te ontwerpen, aangezien het ontwerp ook onder hun verantwoording valt.
24
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
6
KOSTEN EN FINANCIERING
6.1
Kosten
In hoofdstuk 4 is de gebiedspotentie beschreven. Deze is hier uitgewerkt in onderdelen die geografisch en programmatisch zijn afgebakend. Van elk onderdeel zijn de kosten voor realisatie (grondverwerving cq. grondwaarde, alle conditionerende werkzaamheden, uitvoering) alsmede de plankosten geraamd. Hiervoor is de ‘Standaardsystematiek voor kostenraming’ (SSK) gebruikt. De kostenraming betreft een deterministische raming van de kosten exclusief BTW op prijspeil 1 januari 2022. De ingeschatte variatiecoëfficiënt (betrouwbaarheid) van de kostenraming bedraagt 30%. Dit past bij de fase waarin het onderzoek zich bevindt. Naarmate het verder wordt uitgewerkt zal er nauwkeuriger kunnen worden geraamd. De raming is op twee manieren uitgevoerd. Er is een SSK-raming gemaakt die uitgaat van het per onderdeel separaat realiseren van het totale gebiedsprogramma. Dit geeft de ruimte om zonder onderlinge afhankelijkheden tot realisatie over te gaan. Het laat aan de andere kant mogelijke synergievoordelen onbenut. Vooral de combinatie met de zandwinning biedt deze voordelen. Deze kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een efficiënte omgang met lokale grondstromen en het bundelen van conditionerende werkzaamheden (planuitwerking, vergunningverlening). Daarom is er ook op basis van een integrale benadering met het benutten van samenhang en integraliteit een SSK-kostenraming opgesteld.
De uitkomsten hiervan zijn samengevat in onderstaande tabel. De uitgangspunten en uitwerking zijn opgenomen in een rapportage. Deze rapportage is vertrouwelijk, omdat deze gedetailleerde financiële informatie bevat waarvan openbaarmaking de belangen van betrokken partijen kan schaden. Tabel 6-1: Overzicht van onderdelen en kosten bij een integrale benadering
kosten (integrale benadering)
onderdeel Recreatie, leefbaarheid en delfstofwinning 1
Zandwinning en recreatieve herinrichting Marensche Waarden
2
Verplaatsen jachthaven
3
Fietsbrug en fietspad Alem-Kerkdriel Totaal
€
19.000.000
Totaal
€
26.100.000
Plankosten tm planuitwerkingsfase
€
2.800.000
Totaal
€
47.900.000
Natuurontwikkeling 4
Getijdengeul
5
Bosontwikkeling Pieken-, Alemse Over-, Middelwaard, Rossum
6
Laag dynamische zone tussen Rossum en de van Heemstraweg
7
Onderzoek Fort St. Andries en Maas-Waal verbinding
8
Zelfrealisatie natuurontwikkeling Marensche Waarden
Ook de kosten voor mogelijke waterstandsdalende maatregelen zijn geraamd. Deze zijn bij een integrale benadering als volgt. Tabel 6-2: Overzicht van kosten waterveiligheidsmaatregelen bij een integrale benadering
kosten (integrale benadering)
onderdeel Waterveiligheidsmaatregelen Verlagen dam Alem en realisatie brug Waterstandsmaatregelen Buitenpolder Heerewaarden Maaiveldverlaging Maas incl geulen en de Kil
25
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Totaal
€
23.900.000
Plankosten tm planuitwerkingsfase
€
1.800.000
Totaal
€
25.700.000
De kostenraming geeft een uitkomst voor het gebiedsprogramma (exclusief waterveiligheidsmaatregelen) van €47,9 miljoen indien de maatregelen zo veel mogelijk integraal worden uitgevoerd. Bij een losse benadering zijn de totale kosten 20-25% hoger. Dit komt voor het grootste deel door een combinatie van lokale grondstromen, waardoor bepaalde maatregelen kostenefficiënter uitgevoerd kunnen worden. Er is dus een duidelijk kostenvoordeel om integraal te werken.
6.2
Financiering
De bereidheid van een partij om maatregelen te bekostigen zal afhangen van het belang dat die partij erbij heeft en de mate waarin er budget voor beschikbaar is. Bij het nemen van de startbeslissing dient er voldoende zicht op voldoende mate van financiering te zijn van de onderdelen waarvan wordt voorgesteld om deze verder uit te werken in de verkenningsfase. Dit betekent dat partijen in deze fase nog geen bindende financiële toezeggingen (kunnen) doen, maar zich wel aan een inspanningsverplichting committeren om tot financiering te komen. 90% dekking Momenteel is er zicht op 90% dekking voor alle maatregelen, uitgezonderd de waterveiligheidsmaatregelen. Deze dekking ziet er als volgt uit. Tabel 6-3: Overzicht van waarschijnlijke dekkingsbronnen
Partij Provincie Gelderland PAGW Dekker Te dekken Totaal
Kosten (mio) €6 € 10,1 € 26,7 € 5,1 € 47,9
Voor natuurrealisatie binnen het Gelders Natuur Netwerk (GNN) zijn middelen beschikbaar bij provincie Gelderland. Er is echter maar een klein deel van het gebied aangemerkt als GNN. Er is de bereidheid bij provincie Gelderland om zich in te spannen om een herbegrenzing van het GNN mogelijk te maken. Hierdoor wordt inzet van het subsidiestelsel dat gekoppeld is aan het Natuurbeheerplan mogelijk. Het gaat om een maximale bijdrage van 100% voor aankoop (afwaardering) en 95% van de kosten voor realisatie (tot een maximum van €15.000 per hectare). Het gaat om een totaal bedrag van circa €6 miljoen. Provincie Gelderland heeft voor het Maas-Waal gebied dat grofweg loopt tussen Fort Sint Andries en Fort Voorne een projectvoorstel gedaan aan het Rijk voor herstel en ontwikkeling van riviernatuur (inclusief Maas-Waal verbinding). De besluitvorming voor dit project is verschoven naar najaar 2023 en aanvullende vragen zijn gesteld en beantwoord. De besluitvorming kent grofweg drie mogelijkheden: toekenning, doorschuiven naar de 4e tranche of geen toekenning. Bij toekenning komen de middelen voor uitvoering beschikbaar in de periode 2030 t/m 2033. Het gaat om een totaal bedrag van circa €10 miljoen. Dekker zal de oplevering van een deel van de maatregelen als onderdeel van de zandwinning realiseren, als ‘zelfrealisatie’.
In totaal worden door de combinatie van delfstofwinning, zelfrealisatie, gemeentelijke bijdrage en projectontwikkeling €25 miljoen aan kosten gedekt. Dat is ruim 50% van de totale kosten. Daarnaast maakt de combinatie met delfstofwinning een kostenbesparing mogelijk. Bij Dekker is er belang om tot delfstofwinning te komen. Vanuit dit belang is er de bereidheid om de lokale grondstromen te optimaliseren en vrijkomende toepasbare (schone) grond zonder toepassing van stortkosten te verwerken. Dit maakt de bovenstaand beschreven integrale benadering mogelijk en geeft daarmee die afdekking (besparing) van circa €15 miljoen (bij uitvoering van alle maatregelen, inclusief waterstandsdaling).
26
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
Waterveiligheidsmaatregelen Er zijn drie onderdelen in het gebiedsprogramma opgenomen die voornamelijk gericht zijn op waterveiligheid. Ze kunnen mogelijk een bijdrage geven aan de (opgave voor / consequenties van) de dijkversterking Lith Bokhoven. De planvoorbereiding voor deze dijkversterking kent haar eigen planning, gericht op uitvoering vanaf 2029. Een eerste beeld van de mogelijke samenhang met waterstandsmaatregelen rond Alem geeft nog geen helder beeld, m.n. als het gaat om compensatieruimte voor de dijkversterking. Waterschap Aa en Maas heeft reeds aangegeven bij een eventuele verkenning betrokken te willen zijn, zodat deze maatregelen in beeld blijven en er eventueel synergie kan ontstaan. Ook in het kader van IRM kan er een vraag naar waterstandsdaling op dit traject ontstaan. Dit wordt in de loop van 2026 duidelijk. Hierdoor kan er nu nog niets over de financiering van deze maatregelen worden gezegd, ze blijven echter expliciet in beeld.
27
MIRT-Onderzoek Alem – St. Andries
7
ONTWIKKELSTRATEGIE EN VERVOLG
7.1 Ontwikkelstrategie De ontwikkelstrategie laat zich samenvatten als gefaseerd. Er is een integrale opgave, waarbij de onderdelen inhoudelijk op elkaar afgestemd zijn, complementair zijn en/of in samenhang een meerwaarde creëren. Voor wat betreft de verdere uitwerking en uitvoering wordt opgavegericht gewerkt aan de verschillende onderdelen die straks landen in het totale gebiedsprogramma. Sommige onderdelen zijn al vrij vast omlijnd en kunnen op korte tot middellange termijn worden uitgewerkt en uitgevoerd. Enkele onderdelen zijn voorzien op de langere termijn en/of staan nog niet geheel vast. Hiervoor wordt een adaptieve werkwijze gevolgd waarmee kan worden ingespeeld op de (omvang en urgentie van de) opgave. Er wordt gewerkt vanuit een totale, integrale visie op het gebied. Vanuit deze visie kan worden bewaakt dat alle (ruimtelijke) ontwikkelingen in het gebied passen en hier een bijdrage aan leveren. Gemeente Maasdriel bewaakt de ruimtelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen. Het beoogde gebiedsprogramma is ruimtelijk en inhoudelijk onderverdeeld in onderdelen. De onderverdeling is zo gekozen dat deze vrijwel allemaal afzonderlijk uitgevoerd zouden kunnen worden. Er is alleen een onderlinge afhankelijkheid tussen het verplaatsen van de jachthaven en het verlagen van de dam bij Alem.