CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Toelichting

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem15.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2

Nut en noodzaak initiatief Liander voorziet de komende 10 jaar een verdubbeling van de energievraag in de regio Rivierenland; waarna deze in de jaren erna naar verwachting nog eens verdubbeld. Groei van de glastuinbouw en bedrijventerreinen liggen hieraan ten grondslag. Daarnaast voorziet Liander de komende 10 jaar een verviervoudiging van de energielevering (duurzame opwek) in de regio Rivierenland; waarna deze in de jaren erna mogelijk nog eens verdubbeld. In de hele regio Rivierenland is Liander bezig met de planvorming voor uitbreiding van het energienet om voorgaand beschreven ontwikkelingen te kunnen faciliteren. In Zaltbommel – Zuilichem loopt het energienet van Liander nu al tegen haar grenzen aan. Liander heeft reeds beperkingen afgegeven voor de situatie op transformatorstation Zaltbommel. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de energietransitie en de economische ontwikkelingen. In onderstaande figuur zijn de diverse elektriciteitsstations van Liander en TenneT in de Bommelerwaard weergegeven. TenneT beheert het hoogspanningsnet in Nederland. TenneT transporteert elektriciteit op 110.000 Volt (110 kV) en hoger. Liander is in dit gebied de regionale netbeheerder voor midden- en laagspanning.

Het 150/20/10kV-onderstation Zaltbommel (150kV-deel TenneT, 20kV- en 10kV-deel Liander) is blauw gemarkeerd en in rood zijn de verschillende schakel- en verdeelstation weergegeven op middenspanningsniveau. Deze stations voorzien het gebied nu van energie.

Figuur 4.1: Elektriciteitsstations in de regio Bommelerwaard Er is onvoldoende vermogen beschikbaar op diverse stations in het gebied om te kunnen voorzien in de toenemende vraag en teruglevering van energie de komende 15 jaar. Het huidige middenspanningsnetwerk kan deze grote vraag naar en teruglevering van elektrisch vermogen niet aan. Inmiddels is de maximale capaciteit op de verdeelstations Zuilichem, Poederoijen, Leuven, Neerijnen, Velddriel en De Epen bereikt. Om de netstructuur van deze regio geschikt te maken voor de groeiende vermogensvraag, te blad 27 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

voldoen aan de wettelijke aansluitplicht en eventuele verdere uitbreiding in de toekomst zijn onder andere de volgende werkzaamheden nodig: het leggen van een dubbele 150kV-kabelverbinding tussen onderstation Zaltbommel en toekomstig onderstation Zuilichem. Voorliggend plan gaat in op het gedeelte van de ondergrondse kabelverbinding gelegen in de gemeente Maasdriel. Met deze oplossing ontstaat dichtbij de vermogensvraag een robuust netwerk, dat gerealiseerd kan worden tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

4.3

Toekomstige situatie De kabelverbinding komt te liggen in het rivierengebied tussen de rivieren de Maas en de Waal. De kabelverbinding is voorzien in twee verschillende gemeenten. De kabelverbinding is gesitueerd tussen het regelstation Zuilichem (westelijk gelegen) en het onderstation Zaltbommel (oostelijk gelegen). Voorliggend plan gaat in op het gedeelte gelegen in de gemeente Maasdriel. Binnen de gemeente Maasdriel komt de kabelverbinding te liggen in agrarisch gebied. Het tracé binnen de gemeente Maasdriel heeft een lengte van circa 1,2 kilometer. De kabelverbinding komt grotendeels parallel aan de provinciale weg (N322) te liggen. De dubbel aan te leggen 150kV-kabelverbinding wordt grotendeels in open ontgraving aangelegd. Daarnaast zijn er diverse kruisingen (provinciale wegen, spoor, water) voorzien, die worden uitgevoerd middels een horizontaal gestuurde (HDD) boring of een zinker (bij kleinere watergangen).

Figuur 4.2: Ligging tracé met deel dat via HDD boringen wordt aangelegd in rood weergegeven Het uitgangspunt is dat in eerste instantie twee circuits (2x 3 kabels) worden gerealiseerd en dat zoveel als mogelijk rekening gehouden wordt dat een derde circuit in de toekomst parallel aan de twee circuits kan worden aangelegd. Voor het 3e circuit van de kabelverbinding (zijnde een mogelijke derde 150kV-verbinding tussen het 150kV-station Zuilichem en het bestaande 150kV-station Zaltbommel) geldt dat niet zeker is dat deze verbinding moet worden gerealiseerd. Daarom wordt de derde 150kV-verbinding niet bestemd, maar waar mogelijk wordt het feitelijk niet onmogelijk gemaakt om eventueel op termijn een derde kabelverbinding aan te leggen parallel aan de twee circuits. Zakelijk recht blad 28 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

overeenkomsten voor de derde 150kV-kabelverbinding worden nu ook niet gesloten. Om aan de zogenaamde Netcode te voldoen wordt de kabelverbinding dubbel (2 circuits) uitgevoerd. Een circuit bestaat uit 3 kabels (3 fasen) die bij de open ontgravingen doorgaans op een diepte van circa 1,80 m-maaiveld in agrarisch gebied en op een diepte van 1,20 m-maaiveld in stedelijk gebied worden gelegd. De totale sleufbreedte bij twee circuits gaat bij open ontgraving circa 7 à 8 meter bedragen. Zie ook onderstaand figuur. Het totale ruimtebeslag tijdens de aanlegfase bedraagt ongeveer 30 meter aan werkstrook. Deze werkstrook omvat niet alleen de kabelsleuf, maar ook de werkweg en de ruimte voor de tijdelijke opslag van de grond en het materiaal. Na aanleg wordt de 150kV-kabelverbinding overgedragen aan TenneT. Het totale ruimtebeslag na aanleg van 2 circuits bedraagt circa 8,2 meter bij het deel in open ontgraving en 16 meter bij de gestuurde boringen. Hierbij wordt uitgegaan van een breedte van het kabelbed (1 circuit bestaande uit 3 kabels) van iets meer dan 1 meter, een breedte voor de beschermingszone van 3 meter aan weerszijden bij open ontgravingen en een breedte van 5 meter aan weerszijden bij boringen.

Figuur 4.3: Sleufprofiel bij aanleg 2 circuits in driehoek (exclusief werkstrook) in agrarisch gebied

blad 29 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Figuur 4.4: Sleufprofiel bij aanleg 2 circuits middels een gestuurde boring

blad 30 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Hoofdstuk 5

Milieu- en andere deelaspecten Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). De onderzoeken zijn vanuit het beleidskader (hoofdstuk 3), wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk.

5.1

Milieu-effectrapportage

5.1.1

Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.

projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.

het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsleiding van 150kV of meer is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 24.2). De drempelwaarde van 5 kilometer in gevoelig gebied wordt niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan.

5.1.2

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldingsnotitie. Op basis van de aanmeldingsnotitie zal het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeenster en wethouders, een belissing nemen inzake de mer-plicht. Dit besluit wordt genomen, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan.

5.2

Archeologie en cultuurhistorie In het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding (waar voorliggend plan toe behoort) is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). De resultaten van dit onderzoek, voor zover relevant voor het gedeelte in de gemeente Maasdriel, worden hieronder beschreven.

5.2.1

Onderzoek Archeologie Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en doorsnijdt verschillende stroomgordels. De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet gezocht worden op deze hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen: voor deze

blad 31 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

gebieden geldt dan ook een hoge archeologische verwachting. Voor de komgebieden geldt een lage archeologische verwachting. Deze gebieden waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse bekende vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd. Op de KLIC-kaart is te zien dat er in de directe nabijheid van de 150kV-kabelverbinding kabels en leidingen aanwezig zijn. Het onderhavige onderzoek loopt echter over het algemeen niet door een bestaand tracé en is gelegen in de rand van de weilanden.

Daarnaast zullen de te ontgraven breedte en diepte over het algemeen omvangrijker zijn dan de werkzaamheden die reeds in de omgeving van het plangebied hebben plaatsgevonden. Selectieadvies Geadviseerd wordt om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar stroomgordels worden verwacht (bedding en oeverafzettingen). Hierbij zijn de archeologische beleidskaarten en de doorvertaling hiervan in de bestemmingsplannen van de gemeente Maasdriel leidend. De basis voor deze kaarten vormen de stroomgordels die in het gebied te vinden zijn. Zones waar stroomgordels worden doorkruist, worden beschouwd als een advieszone. Het advies is in eerste instantie om in deze zones een karterend booronderzoek uit te voeren. Gebieden waar geen sprake is van stroomgordels en gebieden waar de werkzaamheden door middel van gestuurde boringen plaats zullen vinden worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Een karterend archeologisch booronderzoek bestaat voor vlakken uit een 20 x 25 m-grid en voor tracé-onderzoeken uit één boring op elke 25 m van het tracé. De boringen worden minimaal tot de verstoringsdiepte doorgezet en waar nodig wat dieper om de stroomgordels beter in kaart te brengen. In de karterende fase dient het onderzoek om vindplaatsen op te sporen, waarbij de verkennende fase van onderzoek wordt overgeslagen.

De aanwezigheid van de stroomgordels binnen verstoringsdiepte is immers bekend: de onderzoeksvraag betreft daarom of zich binnen het tracé archeologische vindplaatsen (kunnen) bevinden. De gemeentelijke verwachtingskaart van Maasdriel is in 2013 door RAAP opgesteld. Het gedeelte van het tracé dat binnen de grens van deze gemeente valt heeft een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5. Onder deze categorie vallen gebieden met een (zeer) hoge archeologische verwachting. In deze gebieden wordt de hoogste dichtheid aan archeologische vindplaatsen verwacht. De hoge verwachting is voornamelijk gebaseerd op de aanwezigheid van diverse stroomgordels en bijhorende crevasses in de ondergrond. Hierbij geldt dat dat archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte groter dan 1000 m2 en een grotere diepte dan 0,3 m-mv. Dit geldt ook voor het aanbrengen van ondergrondse leidingen. Circa 975 m van het tracé in open ontgraving is gelegen op gronden met deze dubbelbestemming. Geadviseerd wordt om nader af te stemmen met de archeologisch adviseur van de gemeente Maasdriel. Voorafgaand aan het booronderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld. Cultuurhistorie In het plangebied liggen geen belangrijke cultuurhistorische waarden. Er zijn geen blad 32 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

beschermde Rijks- en/of gemeentelijke monumenten of werelderfgoed aanwezig. In het plangebied zijn geen karakteristieke panden aanwezig. De 150kV kabelverbinding wordt ondergronds aangelegd, waarbij na aanleg de situatie in de oorspronkelijke staat worden hersteld. De aanleg van de leiding ondervindt geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie.

5.2.2

Conclusie De gebieden waarvan is aangegeven dat vervolgonderzoek nodig is, hebben reeds een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Hiermee is sprake van voldoende bescherming van de eventueel aanwezige waarden. Het vervolgonderzoek zal uitgevoerd worden. Indien daadwerkelijk archeologische resten worden aangetroffen, worden daarvoor passende maatregelen getroffen. Archeologie staat daarmee de uitvoerbaarheid van dit ruimtelijk besluit niet in de weg. De realisatie van het plan heeft geen invloed op cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie is derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Onderzoek Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10 ).

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase van de kabelverbinding. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is dermate laag (circa 13 mvt per etmaal) dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. De kabelverbinding betreft geen ontwikkelingen die leidt tot een substantiële toename van het verkeer.

blad 33 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

5.3.2

Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

5.4

Bodemkwaliteit

5.4.1

Onderzoek In het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding (waar voorliggend plan toe behoort) is een historisch vooronderzoek milieu uitgevoerd, zie bijlage 3. Ook is een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Doel van dit onderzoek is om te bepalen of er vanuit de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk sprake is van belemmeringen voor de voorgenomen aanleg van de hoogspanningsverbinding. Inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden mogelijk te maken.

5.4.2

Conclusie Op basis van de verzamelde informatie in het vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Het onderzoekstracé kruist gedempte watergangen. De watergangen zijn na 1960 gedempt met ongespecificeerd materiaal en zijn verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen gerelateerd aan het dempingsmateriaal (zware metalen, PAK, minerale olie en asbest); Het onderzoekstracé in open ontgraving kruist bestaande watergangen. De kwaliteit van de waterbodem is onbekend en er is geen waterbodemkwaliteitskaart voor dit gebied beschikbaar. Voor werkzaamheden in de watergangen, waarbij slib en/of vaste waterbodem vrijkomt, dient een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden. Het verrichte vooronderzoek geeft geen aanleiding om te vermoeden dat de voorgenomen werkzaamheden worden uitgevoerd binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek wordt vooralsnog geconcludeerd dat, met uitzondering van de slootdempingen, de locatie niet als verdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt, omdat er uit de beschikbare gegevens geen directe aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen. Tevens is het, op basis van de verkregen informatie, niet de verwachting om antropogene lagen aan te treffen ter plaatse van het voorgenomen werkgebied.

Op basis van de verzamelde informatie wordt niet verwacht dat de activiteiten op omliggende percelen de bodemkwaliteit ter plaatse van de voorgenomen onderzoekslocatie negatief hebben beïnvloed. Tevens worden op basis van de bekende onderzoeksgegevens geen (mobiele) verontreinigingen uit de directe omgeving op de onderzoekslocatie verwacht. Conform het advies uit het historisch bodemonderzoek zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd voor het gedeelte binnen de gemeente Maasdriel: Gedempte watergangen: deze deellocaties zijn verdacht op het voorkomen van bodemvreemd materiaal dat bij demping mogelijk is toegepast. Op deze locaties dient bodemonderzoek (maatwerk) plaats te vinden gebaseerd op de NEN 5740+A1 met mogelijk opschaling naar onderzoek conform de NEN 5707+C2 en NEN5897+C2; Kruisingen bestaande watergangen: indien graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in de watergangen, dient voorafgaand een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5720:2017. Een verkennend bodemonderzoek op de verdachte locaties langs het onderzoekstracé is

blad 34 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

uitgevoerd. De resultaten van deze bodemonderzoeken geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek en vormen geen belemmering voor de uit te voeren werkzaamheden. Voor de werkzaamheden zijn conform de CROW400 veiligheidsmaatregelen conform de veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ van toepassing. Ter plaatse van de overige (onverdachte) locaties kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van de bodemkwaliteitskaarten van de Regio Rivierenland. Ten tijde van uitvoering zal afstemming plaatsvinden tussen uitvoerende partij en de provincie en met de Omgevingsdienst. Bij het aantreffen van nieuwe verontreinigingen wordt gehandeld conform wettelijke verplichtingen en beleid van bevoegde gezagen. Tevens heeft de uitvoerder de plicht om zijn werknemers in een veilige situatie te laten werken volgens de Arbowet. Daarbij dient ook de bodemsituatie bekend te zijn. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten opzichte van de bodemkwaliteit.

5.5

Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het wettelijk geregeld dat in alle ruimtelijke plannen een watertoets dient te worden uitgevoerd. Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en "water" mee te laten wegen in het planproces. Het resultaat van de Watertoets is deze waterparagraaf.

5.5.1

Onderzoek De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Een legger is een aanvulling op de Keur. Een keur is een stelsel van gebods- en verbodsbepalingen voor het in stand houden van de waterkeringen, waterhuishouding en wegen. In de Legger zijn de watergangen opgenomen, waarop de keur van toepassing is. In het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding is een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 8). Daarna is er overleg geweest met het waterschap Rivierenland. Om constructietechnische- en cultuurtechnische redenen dienen de uit te voeren werkzaamheden in droge werkputten en sleuven plaats te vinden. In verband met de heersende grondwaterstanden op de locatie moet daartoe bemaling worden toegepast. Dit kan een tijdelijk effect hebben op de waterhuishouding in de directe omgeving.

Als de ondergrondse kabelverbinding eenmaal is aangelegd en de waterhuishouding de kans heeft gehad zich te herstellen, zal er geen sprake zijn van een structureel effect. De kabelverbinding leidt niet tot een toename van verhard oppervlak. Ook worden bestaande watergangen niet gedempt of aangepast.

5.5.2

Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is advies gevraagd aan het waterschap Rivierenland. Het advies van het waterschap is positief. In het kader van de vergunningverlening wordt verder met het waterschap Rivierenland afgestemd over de uitvoering.

blad 35 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

5.6

Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (hierna CE) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding is onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7).

5.6.1

Bureauonderzoek Het doel van het vooronderzoek is om aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een zo genuanceerd mogelijk beeld met betrekking tot het onderzoeksgebied in de Tweede Wereldoorlog te verkrijgen. Aan de hand van deze gegevens wordt een antwoord gegeven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van CE. Er wordt daarnaast ingegaan op de te verwachten soort(en) CE, de verschijningsvorm en de mogelijke hoeveelheid. Het onderzoek resulteert in een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied door middel van GIS kaartmateriaal en het advies om de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden uit te voeren, of om vervolgstappen te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een (projectgebonden) risicoanalyse of direct een detectieonderzoek. Binnen het plangebied komen een aantal verdachte gebieden voor ter plaatse of in de nabijheid van het voorgenomen kabeltracé. Dit betreffen verdachte gebieden op infanteriemunitie en verschoten geschutmunitie. In bijlage 7 is opgenomen in welke omvang deze verdachte gebieden (indicaties) zijn afgebakend.

5.6.2

Conclusie Op basis van de inventarisatie explosieven binnen het onderzoeksgebied kan worden vastgesteld, dat een deel van het onderzoeksgebied als verdacht op het aantreffen van explosieven kan worden aangemerkt. Een verticale afbakening is niet bekend. Er kan worden aangehouden, dat minimaal tot de sleufdiepte van 2,05 m-mv. als verdacht kan worden aangemerkt. Voor die delen van het onderzoeksgebied waarvoor op basis van het gehanteerde bronnenmateriaal geen feitelijke of herleidbare gegevens omtrent een mogelijk risico op het aantreffen van conventionele explosieven zijn aangetroffen, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden (ook in niet verdachte bodemlagen) het uitvoerend personeel altijd te instrueren. De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen.

5.7

Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Het doel van de uitgevoerde natuurtoets, dat in het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding is uitgevoerd, is het opsporen van (eventuele) strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland en om te bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk en eventueel vervolgonderzoek nodig is (zie bijlage 5). Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

blad 36 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

5.7.1

Onderzoek De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit is gedaan op basis van een Natuurtoets. De conclusies hiervan zijn hieronder uiteengezet. Gebiedsbescherming In het plangebied en de directe omgeving is NNN-gebied aanwezig. Binnen de gemeente Maasdriel is er geen overlap met NNN-gebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN geen sprake. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op circa 800 m afstand van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding. Effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De effectbepaling van stikstofdepositie dient plaats te vinden op basis van een berekening met behulp van Aerius Calculator, zie ook onderstaande tabel. Het stikstofdepositieonderzoek is integraal uitgevoerd ten behoeve van de werkzaamheden waar voorliggend plan deel van uitmaakt (zie hieronder).

Soortenbescherming Uit de bureaustudie is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels (JRB) – ooievaar en soort onbekend (nesten waargenomen); Amfibieën; Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Op 15 en 30 juni 2020 zijn aanvullende nestinspecties uitgevoerd, waarna op 18-03-2021 en 15-04-2021 de potentiële jaarrond beschermde nesten inclusief het ooievaarsnest blad 37 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

geïnspecteerd zijn. Uit de nestinspecties blijkt dat ten aanzien van het tracé binnen de gemeente Maasdriel er geen belemmeringen zijn geconstateerd mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt of mitigerende maatregelen genomen worden. Stikstofonderzoek In het kader van de ontwikkeling van de 150kV-kabelverbinding en de twee stations in de gemeente Zaltbommel is integraal een stikstofonderzoek uitgevoerd met de AERIUS Calculator (versie 2020). Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 6. Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat als gevolg van de werkzaamheden een stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol N/ha/j plaatsvindt. Het betreft in dit geval tijdelijke deposities, van maximaal 0,05 mol N/ha/j gedurende 1 jaar in Natura 2000-gebied Rijntakken. De provincie Gelderland hanteert een waarde van 0,05 mol N/ha/j als drempelwaarde voor vergunningplicht voor tijdelijke projecten. Hieruit volgt dat er geen overschrijding van de genoemde drempelwaarde optreedt.

5.7.2

Conclusie Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.

5.8

Milieuzonering

5.8.1

Onderzoek Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.

Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. De ondergrondse 150kV-kabelverbinding is geen milieugevoelige of een belastende functie. Een onderzoek naar milieuzonering is daarom niet noodzakelijk.

5.8.2

Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering voor wat betreft geluid, geur, gevaar en stof.

blad 38 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

5.9

Externe veiligheid

5.9.1

Bureauonderzoek Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 5.1 zijn deze bronnen zichtbaar. De ondergrondse 150kV-kabelverbinding kruist een tweetal leidingen, waarvan de hieronder genoemde leidingen ad 1 en ad 2 aardgasleidingen betreft. 1. Naam W-531-04, diameter 168 mm, wanddikte 5 mm, maximale werkdruk 40 bar. 2. Naam W-531-10, diameter 219 mm, wanddikte 6 mm, maximale werkdruk 40 bar. De aanwezigheid van de aardgasleiding brengt risico's met zich mee. In paragraaf 5.11 wordt hier verder op ingegaan.

Figuur 5.1: Uitsnede risicokaart (Paarse contour: globale ligging kabelverbinding gemeente Maasdriel)

5.9.2

Conclusie De ondergrondse 150kV-kabelverbinding valt zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron, echter kan de aanleg wel gevolgen hebben voor de kans op een ongeval. In het kader van de aanleg wordt voor begin van de werkzaamheden een KLIC-melding gegaan. In paragraaf 5.11 is verder beschreven hoe omgegaan wordt met de kruisingen van de bovengenoemde aardgasleidingen en de risico's daarbij. De realisatie van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.

blad 39 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

5.10

Geluid Het wettelijk kader voor geluid is grotendeels geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Hierin is een normering opgenomen voor wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Tot laatstgenoemde behoort de geluidsbelasting als gevolg van industrieterreinen waarop inrichtingen zijn gevestigd, die bij Algemene Maatregel van Bestuur zijn aangemerkt als een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken'.

5.10.1

Onderzoek De ondergrondse 150kV-kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

5.10.2

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van voorliggend plan ten aanzien van het aspect geluid.

5.11

Kabels en leidingen Bij de aanleg van een ondergrondse 150kV-kabelverbinding is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed door de ondergrondse 150kV-kabelverbinding. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de gemeente. Kruisingen worden uitgevoerd door middel van een boring en vormen daarmee in principe geen belemmering. Bij het kruisen van gasleidingen door middel van boringen wordt een afstand van 5 meter boven of onder de gasleiding aangehouden. Er wordt gewerkt volgens de Gasunie Velin voorwaarden. De ondergrondse 150kV-kabelverbinding kruist diverse (gas)leidingen. Er zijn beïnvloedingsberekeningen gedaan. Dit is besproken en goedgekeurd met de betrokken beheerders. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen.

Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd. Door adviesbureau Petersburg zijn daarnaast diverse beïnvloedingsberekeningen gemaakt waarmee is aangetoond dat de 150kV-kabelverbinding geen (negatieve) invloeden heeft op andere kabels en leidingen of spoor. De berekeningen zijn afgestemd met de betrokken kabel en leiding beheerders.

5.12

Elektrische- en magnetische velden In 2005 heeft het voormalige ministerie van VROM, thans Ministerie van I&M, een advies over hoogspanningslijnen en hun magneetveld uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op stations, ondergrondse kabelverbindingen en kabelovergangsgebieden (overgangen tussen gestuurde boring en open ontgraving) en opstijgpunten. Het zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden van nieuwe gevoelige bestemmingen of bebouwing is dan ook geen traceringsuitgangspunt voor ondergrondse verbindingen, echter gelet op andere traceringsuitgangspunten verdient het aanbeveling zo veel als redelijkerwijs mogelijk afstand te bewaren tot de gebouwde omgeving.

blad 40 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

blad 41 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

blad 42 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische bestuurlijke aspecten Inleiding In de planopzet is aansluiting gezocht bij de recente uitgave "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen", kortweg SVBP 2012. De van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels worden - voor zo ver nodig geacht - van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De regels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er mag worden gebouwd. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.

6.2

Toelichting op de planregels

6.2.1

Opzet van de planregels Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is. Er is daarom gekozen voor een zogenaamde facetregeling. Dat betekent dat de onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden voor zover dit niet in strijd komt met de regeling uit dit bestemmingsplan. Er wordt als het ware alleen een dubbelbestemming overheen gelegd. De planregels van dit bestemmingsplan zijn als volgt opgezet: In Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

6.2.2

Bestemmingsregels Artikel 3: Leiding - Hoogspanning In de diverse vigerende bestemmingsplannen van de gemeente is reeds een bestemming voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Deze bestemming blijft zo gelden. Voor de nieuwe leiding wordt de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' opgenomen. In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming opgenomen voor het totale ruimtebeslag na aanleg van de kabel. Het totale ruimtebeslag tijdens de aanlegfase bedraagt ongeveer 30 meter. Deze werkstrook omvat niet alleen de kabelsleuf, maar ook de werkweg en de ruimte voor de tijdelijke opslag van de grond en het materiaal. Het totale ruimtebeslag na aanleg van twee circuits bedraagt circa 8,2 meter bij het deel in open ontgraving en 16 meter bij de gestuurde boringen. Hierbij wordt uitgegaan van een breedte van het kabelbed (1 circuit bestaande uit 3 kabels) van iets meer dan 1 meter, een breedte voor de belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden bij open ontgravingen en een breedte van 5 meter aan weerszijden bij boringen. In het kader van de dubbelbestemming is uitgegaan van een breedte van 8,2 meter (open ontgraving) tot 16 meter (boringen). Ter plaatse van de gronden met deze dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt dat er bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding.

Voor bepaalde werken en werkzaamheden is een vergunningenstelsel opgenomen. In de regels is opgenomen, dat een vergunning voor die werken en werkzaamheden uitsluitend kan worden verleend, indien de belangen van de kabel niet onevenredig worden geschaad. Via een afwijking van de bouwregels kan, mits de veiligheid van de kabel niet onevenredig

blad 43 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

wordt geschaad en na overleg en instemming met de netbeheerder, op of in de belemmeringenstrook worden gebouwd of kunnen gronden worden gebruikt ten behoeve van de geldende enkelbestemming. Wel is bij de tracering rekening gehouden met een strook van circa 30 meter ten behoeve van de aanleg. Tijdens de aanlegfase zullen tijdelijke werkzaamheden verricht worden. Het kan hier gaan om werkzaamheden zoals bemalen, tijdelijke opslag en tijdelijke wegen ten behoeve van de aanleg. Deze werkzaamheden zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor zover deze werken niet vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd (Besluit omgevingsrecht, bijlage 2, artikel 2 onder 18) kan hiervoor een tijdelijke vergunning worden verleend. Op grond van artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto bijlage II artikel 4 van het Besluit Omgevingsrecht (kruimelgevallen) kan een tijdelijke omgevingsvergunning worden gegeven voor afwijkend planologisch gebruik. Hiervoor geldt de reguliere procedure (8 weken). Artikel 4: Leiding - Hoogspanning toepassingsbereik en partiële herziening In dit artikel is aangegeven op welke wijze dit plan doorwerkt in relatie met de vigerende bestemmingsplannen. Met dit artikel wordt ten eerste aan de vigerende bestemmingsplannen een dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning toegevoegd, waarvan de regels in artikel 3 zijn opgenomen.

Dit maakt de aanleg van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding mogelijk. De onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden. Daarnaast voegt het bestemmingsplan aan het bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2016' een regel toe, zodat bij de aanleg van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding geen omgevingsvergunningen nodig zijn die in verschillende bestemmingen in het geldende bestemmingsplan zijn opgenomen: 1.

6.2.3

Aan de bestaande regels van artikel 4 'Agrarisch met waarden' wordt in lid 4.6.3 een nieuw sub d toegevoegd die als volgt luidt : "d. welke betreffen de aanleg van een ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding en de daarbij horende constructies, installaties en apparatuur". Het geldende bestemmingsplan vereist een omgevingsvergunning (aanlegvergunning) voor het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden, en het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. Deze kan worden verleend als door de uitvoering van de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden als uiteengezet in lid 4.1, sub i en j, waaronder begrepen de openheid en/of functies die het plan beoogt te beschermen, en als door de uitvoering geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersafwikkeling. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat de landschaps- en natuurwaarden en cultuurhistorische waarden, met name in de vorm van rust, openheid, graslandareaal en relatief hoge grondwaterstanden niet worden aangetast. Waar nodig zijn gepaste maatregelen genomen.

Overige regels Inleidende regels In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen. In dit artikel wordt uitgelegd wat onder bepaalde begrippen moet worden verstaan, die in de regels worden gebruikt. Algemene regels In artikel 5 is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Via de anti-dubbeltelregeling wordt voorkomen dat eenzelfde terrein twee keer wordt ‘meegenomen’ bij de beoordeling van een bouwaanvraag. Grond die al eerder moest worden meegeteld bij de beoordeling van een bouwplan mag niet nog eens worden meegeteld bij een nieuwe bouwaanvraag.

blad 44 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels. Artikel 9: Overgangsrecht. Hierin wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is conform het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Artikel 10 Slotregel: dit artikel haalt de naam aan van het bestemmingsplan.

blad 45 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

blad 46 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Het moet gaan om een bouwplan, omdat de effectuering van het kostenverhaal op grond van het exploitatieplan altijd gekoppeld is aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (Art. 6.2.1 Bro): de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor kantoor- of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 (was 1.000 m2 ) bedraagt;' de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 .

Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Uiteraard is een exploitatieplan ook niet noodzakelijk, als realisering van het bouwplan geen kosten vergt van de overheid. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk. De gemeentelijke kosten voor de procedure worden geregeld door het opstellen van een anterieure overeenkomst tussen Liander en de gemeente.

7.2

Kosten van aanleg en instandhouding De kosten van de aanleg en instandhouding van de ontwikkeling worden gedragen door de netbeheerder. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van de netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet 1998. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kan de netbeheerder de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

blad 47 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

7.3

Vestiging zakelijk recht Voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoogspanningsverbinding moet de netbeheerder gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook sluit Liander een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) af met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van de netbeheerder zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. De netbeheerder hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent.

Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. Belemmeringenwet Privaatrecht De netbeheerder tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de hoogspanningsverbinding door middel van het vestigen van een zakelijk recht. In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de Minister van IenW aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd. In artikel 20 van de Elektriciteitswet 1998 is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten als hier aan de orde.

blad 48 van 49

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Hoofdstuk 8 8.1

Inspraak en vooroverleg Communicatie Ter voorbereiding hebben de betrokken gemeenten met de netbeheerder samengewerkt om het bestemmingsplan vorm te geven. De netbeheerder heeft bovendien uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd met de grondeigenaren waar de kabel wordt aangelegd. De directe omgeving is geinformeerd middels een informatieavond en zal voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan en vlak voor de uitvoering opnieuw worden geinformeerd.

8.2

Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties.

8.3

Zienswijzenprocedure P.M.

8.4

Vaststelling P.M.

blad 49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732130/1