Bijlage 1 Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied Herziening 2021, 150kV ZaltbommelZuilichem Gemeente Maasdriel ontwerp Projectnr. 0456452.100 Revisie 00 Datum 07-07-2021
Auteur(s): R. Michiels S. Hammink
datum vrijgave
beschrijving revisie ontwerp
goedkeuring L. de Jong-van Twisk
vrijgave A. de Jong
Copyright © 2014 Antea Nederland B.V. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Inhoudsopgave Toelichting
blad 3 van 49
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende ruimtelijke plannen Leeswijzer Begrippenlijst
7 7 8 8 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
De huidige situatie Huidige situatie Ontwikkelingen in de omgeving
11 11 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Beleidskader Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Beleid waterschap Gemeentelijk beleid Conclusie
13 13 14 20 25 25 26
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Planbeschrijving Algemeen Nut en noodzaak initiatief Toekomstige situatie
27 27 27 28
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Milieu- en andere deelaspecten Milieu-effectrapportage Archeologie en cultuurhistorie Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Waterhuishouding Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Ecologie Milieuzonering Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Elektrische- en magnetische velden
31 31 31 33 34 35 36 36 38 39 40 40 40
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Juridische bestuurlijke aspecten Inleiding Toelichting op de planregels
43 43 43
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Kosten van aanleg en instandhouding Vestiging zakelijk recht
47 47 47 48
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Inspraak en vooroverleg Communicatie Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Zienswijzenprocedure
49 49 49 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
8.4
blad 4 van 49
Vaststelling
49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Toelichting
blad 5 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
blad 6 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding Aanleiding In 2018 heeft Liander een studie gedaan naar de toekomstige vermogensontwikkelingen in de Bommelerwaard. Uit deze analyse blijkt, dat de elektriciteitsvraag sterk toeneemt in de komende 15 jaar en er rekening wordt gehouden met toekomstige grootschalige opwek. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de economische ontwikkelingen en de energietransitie. Om de netstructuur van deze regio geschikt te maken voor de groeiende vermogensvraag, te voldoen aan de wettelijke aansluitplicht en eventuele verdere toekomstige uitbreiding zijn de volgende werkzaamheden nodig: 1. 2.
het realiseren van een nieuw 150/20kV-onderstation in Zuilichem; het leggen van een dubbele 150kV-kabelverbinding tussen onderstation Zaltbommel en toekomstig onderstation Zuilichem met een lengte van circa 12 km; 3. uitbreiding van onderstation Zaltbommel. De werkzaamheden zijn noodzakelijk binnen de gemeentegrens van twee gemeenten, te weten Zaltbommel en Maasdriel en kunnen op basis van de vigerende bestemmingsplannen niet worden gerealiseerd. De bestemmingsplannen worden daarom herzien. Voorliggend plan betreft het gedeelte van de kabelverbinding dat is gelegen binnen de grenzen van de gemeente Maasdriel.
Figuur 1.1: Overzichtskaart 150kV-kabelverbinding en onderstations luchtfoto
blad 7 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in de provincie Gelderland, aan de noordwestelijke grens van de gemeente Maasdriel (zie Figuur 1.2). Het plangebied grenst ten westen en noorden direct aan de gemeente Zaltbommel waar de kabelverbinding verder gaat. In figuur 1.2 is de ligging van de ondergronde 150kV-kabelverbinding in gemeente Maasdriel te zien. Een deel van de kabelverbinding wordt aangelegd via horizontaal gestuurd boren, ook wel horizontal directional drilling genoemd (HDD). Dit wordt gedaan om het spoor, de Veilingweg en de N322 te kruisen.
Figuur 1.2: Ligging 150kV-kabelverbinding gemeente Maasdriel
1.3
Geldende ruimtelijke plannen De percelen van het huidige en het toekomstige tracé van de kabelverbinding liggen in de volgende gemeentelijke ruimtelijke plannen: Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2016 (vastgesteld op 26-6-2019) Bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan parkeren 2018 (vastgesteld op 6-6-2018) De vigerende bestemmingsplannen regelen het huidige gebruik in het plangebied. Dit huidige gebruik is met name agrarisch of betreft een berm of grond naast een weg of watergang. De bestemmingsplannen staan de ontwikkeling niet toe. De planologische regeling wordt geregeld door middel van dit bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt de huidige situatie weergegeven. In hoofdstuk drie komt het relevante beleidskader op verschillende niveaus aan de orde. Hoofdstuk vier beschrijft het plan. Hoofdstuk vijf bevat een onderbouwing van de haalbaarheid van de ontwikkeling in relatie tot verschillende sectorale aspecten. Hoofdstuk zes bevat een toelichting op de juridische planopzet en hoofdstuk zeven en acht zien op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
blad 8 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
1.5
Begrippenlijst In het bestemmingsplan worden in de toelichting verschillende begrippen gebruikt, die vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in voltampère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. Hoogspanning Hoogspanning is een verzamelnaam voor de hoogste spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning boven de 25 kV (25.000 Volt). De kabelverbinding tussen Zaltbommel en Zuilichem krijgt een spanning van 150kV. Middenspanning Middenspanning (doorgaans distributie) is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1 kV en lager dan 25 kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1 kV (1.000 Volt)kV. De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Hoogspanningsverbinding Een hoogspanningsverbinding is een lijn met hoogspanningsmasten (bovengronds) of kabel (ondergronds) om elektriciteit met een hoge spanning te transporteren van het ene onderstation naar het andere onderstation.
Transformatorstation/Onderstation Op een onderstation, ook wel elektriciteitsstation, transformatorstation, regelstation of verdeelstation genoemd, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. Een onderstation is een groot elektriciteitsstation die dient om de hoge spanning (hoogspanning) die van de hoogspanningsmasten komt naar een lagere (midden)spanning te veranderen en te verdelen in de omgeving. Er gebeuren drie dingen: De hoge spanning komt met een aantal kabels of ondergrondse lijnen binnen in de schakeltuin en wordt verdeeld over de transformatoren. De hoge spanning wordt door de transformatoren veranderd (getransformeerd) naar een lagere (midden)spanning. De lagere (midden)spanning wordt door de middenspanningsinstallatie verdeeld en met kabels verdeeld in de omgeving.
blad 9 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
blad 10 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige situatie Huidige situatie Het gebied van de nieuwe kabelverbinding ligt in het buitengebied van Rossum (zie Figuur 2.1). Het ligt parallel aan de noordelijk gelegen N322. Het gebied is agrarisch in gebruik. Ten zuiden van het plangebied is bebouwing aanwezig behorende bij het agrarische gebruik. De kabelverbinding doorkruist een bomenrij, watergangen en een weg. Omdat de kabelverbinding geheel ondergronds komt te liggen verandert er landschappelijk niets aan de omgeving.
Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied
2.2
Ontwikkelingen in de omgeving De kabelverbindingkomt te liggen in de gemeente Maasdriel. Het maakt deel uit van een verbinding dat eveneens door de gemeente Zaltbommel gaat. Verder zijn er geen relevante ontwikkelingen aan de orde.
blad 11 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
blad 12 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Europees beleid
3.1.1
Kaderrichtlijn Water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering waarbij voor Nederland de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems van belang zijn. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie vanaf 2015 in 'goede chemische toestand' en een 'goede ecologische toestand' moet verkeren. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, waarmee de uiterste datum op 2027 komt. De KRW is in 2005 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en al vanaf 2000 in Europa van kracht. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de Europese eisen voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De ondergrondse kabelverbinding leidt verder niet tot effecten op het grondwater. Het deel van de kabelverbinding dat met gestuurde boringen, persingen en open ontgravingen onder de grond wordt aangelegd leidt niet tot extra verhard oppervlak op maaiveld. Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is er overleg geweest met het waterschap Rivierenland. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten aanzien van voorliggend plan.
3.1.2
Verdrag van Valletta (verdrag van Malta 1992) Het Verdrag van Malta dateert van 1992 en wordt ook wel Verdrag van Valletta genoemd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat dus om archeologische resten als nederzettingen, grafvelden, en gebruiksvoorwerpen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw te beperken, wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. In oktober 2003 is een voorstel voor de wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten naar de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee werden de principes van het Verdrag van Malta doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Op 4 april 2006 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer goedgekeurd en in december van dat jaar gaf de Eerste Kamer ook zijn goedkeuring. Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet, zie paragraaf 3.2.11.
Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het voorliggend plan (zie ook paragraaf 5.2). Uit het onderzoek volgt dat voor een aantal deelgebieden vervolgonderzoek nodig is. Deze gronden hebben reeds een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Hiermee is sprake van voldoende bescherming van de eventueel aanwezige
blad 13 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
waarden. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in het verdrag is opgenomen.
3.1.3
Vogel- en Habitatrichtlijn De belangrijkste internationale verplichtingen op het gebied van natuurbescherming zijn neergelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen zijn gericht op instandhouding van soorten en hun leefgebieden. Het streven is gericht op de vorming van een Europees ecologisch netwerk (Natura 2000 netwerk). Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt, dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten. Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie echter wel voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Relevantie bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten.
In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan. Daarin is beschreven dat er voor voorliggend plan een natuurtoets is uitgevoerd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden, dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote 'puntbronnen' (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Relevantie bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het nationale belang 'realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur' uit de NOVI. De nieuwe ondergrondse kabelverbinding is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch
blad 14 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Op grond van artikel 2.3 van de Wro wordt de rijksstructuurvisie niet vastgesteld door de Tweede Kamer maar door de Minister of de betrokken Ministers. De vastgestelde NOVI is op 11 september 2020 door de minister toegezonden aan de Tweede Kamer en is nog niet in werking getreden.
3.2.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Rijk zet in de SVIR uiteen welke nationale belangen het heeft in het ruimtelijke en mobiliteitsdomein en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Ten aanzien van energievoorziening is aangegeven dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. Deze is in Nederland van hoog niveau in vergelijking met andere Europese landen. De komende decennia groeit de vraag naar elektriciteit en gas in Nederland nog gestaag. Het opvangen van deze groei en het handhaven van het huidige hoge niveau van leveringszekerheid vragen om uitbreiding van het productievermogen (waaronder het decentrale vermogen) en de energienetwerken. Met de SVIR wordt een andere koers ingezet in het nationale ruimtelijk beleid. Er is nu vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale benadering met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven en laat dan ook meer over aan provincies en gemeenten.
De SVIR gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Dit betekent dat het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen, waarvoor het verantwoordelijk is en resultaat wil boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Relevantie bestemmingsplan Ten aanzien van voorliggend plan is aangegeven in de SVIR dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. De nieuwe ondergrondse kabelverbinding is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Voorliggend plan ondervindt geen belemmeringen vanuit de SVIR.
blad 15 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen, zoals beschreven in de SVIR, die juridisch moeten doorwerken in ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro). Het Barro is in 2011 gedeeltelijk inwerking getreden. In het Barro zijn de onderwerpen mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken reeds opgenomen. Op 1 oktober 2012 is een aantal onderwerpen aan het Barro toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Relevantie bestemmingsplan Het Barro is niet van toepassing voor kabelverbindingen van 150kV. Artikel 2.8 van het Barro geeft bepalingen ten aanzien van de elektriciteitsvoorziening als het gaat het om: 1.
Hoogspanningsnet: net met een spanning van ten minste 220kV en de daarin aanwezige schakel- en onderstations en andere hulpmiddelen. 2. Hoogspanningsverbinding: verbinding met een spanning van ten minste 220kV en de daarmee verbonden schakel- en onderstations en andere hulpmiddelen. Ten aanzien van de hier genoemde onderdelen zijn bindende regels geformuleerd om de realisatie en instandhouding hiervan te borgen. Het bestemmingsplan valt niet in een categorie elektriciteitsvoorziening, zoals hierboven beschreven. In het Barro is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) als nationaal belang genoemd. Via het Barro werkt het rijksbeleid door in de provinciale ruimtelijke verordeningen, zie paragraaf 3.3.2. In paragraaf 5.7 wordt nader ingegaan op het voorliggend plan in relatie tot het NNN door middel van de uitgevoerde natuurtoets. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van gebiedsbescherming (waaronder NNN) uitvoerbaar is. Het plan in relatie tot de waterhuishouding is in paragraaf 5.5 nader toegelicht. Voorliggend plan ligt niet in een primaire waterkering of rivier. Naast voorgaande onderwerpen is de inhoud van het Barro niet relevant voor dit plan.
3.2.4
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Relevantie bestemmingsplan Het plangebied valt niet binnen de vrij te houden ruimte zoals opgenomen in de Structuurvisie.
blad 16 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
3.2.5
Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) De ruimtebehoefte voor de elektriciteitsvoorziening is op 22 juni 2009 vastgesteld en vastgelegd in een aparte nota: het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (hierna: SEV III). SEV III heeft de status van nationale structuurvisie. Een nationale structuurvisie is niet bindend voor lagere overheden, maar wel voor de rijksoverheid zelf. Voor lagere overheden is de structuurvisie richtinggevend. In het SEV III worden de locaties aangewezen voor elektriciteitsproductie vanaf 500 megawatt en hoger en voor nieuwe hoogspanningsvoorzieningen vanaf 220kV en hoger. Relevantie bestemmingsplan Het plan valt niet in de categorie hoogspanningsvoorzieningen zoals hierboven beschreven. De SEVIII vormt geen belemmering ten aanzien van het plan.
3.2.6
Deltaprogramma Het Deltaprogramma bevat een aantal deltabeslissingen. Deze deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting. Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering. De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook heeft hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voorgesteld, deze zijn inmiddels in de wet verankerd. De gewijzigde Waterwet met de nieuwe normen is op 1 januari 2017 in werking getreden. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen geldt een hoger beschermingsniveau: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen en dat in 2020 afspraken zijn gemaakt hoe te komen tot een hoger beschermingsniveau daar waar dat vereist is.
Assets van de netbeheerder zijn in het Deltaprogramma aangemerkt als vitale infrastructuur. Netbeheerders zullen in nauw overleg met de betrokken ministeries en het Deltaprogramma de volgende stap zetten: het omzetten van studies en analyses naar ambitiebepaling en uitvoering. Daarbij spelen naast technische afwegingen, ook maatschappelijke argumenten met betrekking tot risico’s en kosten een rol. Relevantie bestemmingsplan Bij realisatie van nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen is het momenteel niet aan de orde om rekening te houden met de hoge waterstanden. Bij een overstroming zijn er daarom geen nadelige gevolgen op de ondergrondse hoogspanningsverbinding te verwachten. Verder ligt het plan niet in een beschermingszone van een waterkering. Voorliggend plan is niet in strijd met het Deltaprogramma.
3.2.7
Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn:
blad 17 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, met als eerste insteek het vasthouden van water. Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Voor glastuinbouw geldt een norm van T=50 (bui die eens in de 50 jaar voorkomt). En voor akkerbouw en grasland geldt respectievelijk T=25 en T=10. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het Nationaal Bestuursakkoord Water. Dit is nader beschreven in paragraaf 5.5.
3.2.8
Nationaal Waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het aspect water. Dit is nader beschreven in paragraaf 5.5
3.2.9
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Organisatie waterbeheer De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het Rijk, als de beheerder van de Rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatste is daarmee ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties: de openbare drinkwaterwinning, ondergrondse energieopslag en industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar. Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is
blad 18 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. Waterwet in Europees verband Nederland maakt deel uit van vier Europese stroomgebieden: de Rijn, de Eems, de Schelde en de Maas. De Waterwet sluit hierop aan. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen Rijkswateren en niet-Rijkswateren (regionale wateren). Voor beide categorieën worden via het nationale waterplan respectievelijk de regionale waterplannen, strategische structuurvisies vastgesteld, waarin de hoofdlijnen van het waterbeleid en de maatregelenprogramma's zijn vastgelegd. Deze zijn richtinggevend voor het ruimtelijke ordeningsbeleid en zorgen zo voor een versterking van de relatie tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening. De plannen worden één keer per zes jaar herzien. De waterschappen en de diensten van Rijkswaterstaat stellen vervolgens operationele waterbeheerplannen vast, waarin wordt aangegeven welke maatregelen zij in de komende periode zullen uitvoeren. Relevantie bestemmingsplan De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De relatie tussen voorliggend plan en de Waterwet is nader beschreven in paragraaf 5.5.
3.2.10
Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten (zie paragraaf 3.1.3). Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Dit is een uitwerking van internationaal beleid (zie paragraaf 3.1.3). Relevantie bestemmingsplan De wijzigingen die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten. Uit de conclusie in paragraaf 5.7 blijkt dat voorliggend plan niet in Natura 2000-gebied gelegen is en niet strijdig is met de Wet natuurbescherming.
3.2.11
Erfgoedwet Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Modernisering Monumentenzorg en de Visie Erfgoed en Ruimte. In 2009 is door het rijk een nieuwe visie op de monumentenzorg geformuleerd genaamd Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Eén van de pijlers in deze visie is het belang laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hierbij zal een verschuiving plaatsvinden van
blad 19 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak. In het verlengde van deze pijler is een ander doel in de visie geformuleerd, namelijk het opstellen van een visie op erfgoed. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen. De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Zie ook paragraaf 5.2.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Aanleiding voor deze visie is de gedetailleerdheid van de bestaande visie (er moet duidelijker worden aangegeven wat echt van belang is voor de provincie) en tegelijkertijd is sprake van nieuwe ontwikkelingen met impact. De provincie heeft geconcludeerd dat een Omgevingsvisie en -verordening nodig is die hier de aandacht op vestigt, maar die ook ruimte biedt om snel en passend te reageren. Een Omgevingsvisie die focus aanbrengt op hetgeen waar het uiteindelijk om gaat, op wat voor de provincie van belang is en waar zij een doorslaggevende rol in heeft gezien haar taken en verantwoordelijkheden. De nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland geeft de richtlijnen voor de ruimtelijke, fysieke en economische inrichting van de provincie. Gemeentelijke plannen en initiatieven van ondernemers, burgers en instellingen kunnen aan dit beleid getoetst worden. De nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent een aantal nieuwe beleidsthema's (ambities) en een aantal aanpassingen van het beleid op bestaande thema's. Het beleid is meer strategisch van karakter. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gelderland bevindt zich op een cruciaal punt in de tijd.
De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering en internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt gedaan door het nastreven van zeven met elkaar samenhangende ambities: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit; 5. bereikbaarheid; 6. vestigingsklimaat; 7. woon- en leefomgeving. Ad 1) Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig energieneutraal is. Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind,
blad 20 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht. Ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën wordt gestimuleerd. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de ambitie worden gehaald. In de bodem wordt gezocht naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten. Ad 2) Het veranderend klimaat raakt alle facetten van de omgeving, zoals de Gelderse Natuur, maar ook de gezondheid en veiligheid. In 2050 moet Gelderland optimaal beschermd zijn tegen en kunnen meebewegen met het veranderende klimaat. Ad 3) Minder afval en meer kringloop, recycling en hergebruik is nodig om Gelderland schoon en groen te houden. Zoveel mogelijk gebruik van duurzame materialen en hergebruik daarvan. Ad 4) Gestreefd wordt naar een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit. De provincie ziet de meeste kansen door veehouderij, land- en tuinbouw en natuur slimmer te verbinden. De provincie werkt met betrokken partijen aan een betere balans tussen de intensieve veehouderij, natuurwaarden, lucht- en bodemkwaliteit en het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en fruitteelt.
Ad 5) Bereikbaarheid is een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige, duurzame Gelderse economie. Gestreefd wordt naar een efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. Ad 6) De provincie streeft naar een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij de voorkeur boven versnippering. Het ombouwen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties heeft de voorkeur boven de aanleg van nieuwe terreinen. Ad 7) Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Het benutten van bestaande gebouwen heeft de voorkeur. Gestreefd wordt naar concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, is uitbreiding aan de randen van de steden of dorpen in beeld.
Bij de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop. Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut. In 2050 zijn alle woningen klimaatneutraal. In verband met de planfiguren zijn sinds de Omgevingsvisie 2014 gebieden en functies aangewezen, die blijven voortbestaan onder deze nieuwe omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten. Wat de provincie blijft doen: Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vindt de provincie het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie van 2014 en de actualisatie van belang. Dat beleid wordt voortgezet. Ditzelfde geldt voor het waterbeleid, milieubeleid, natuur- en blad 21 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
landschapsbeleid en verkeers en vervoersbeleid. Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Onze klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht (zie themakaart) en onze natuuren landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet.
Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgebonden landbouw hanteert de provincie het ‘plussenbeleid’. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden. De gebieden waar de opwek van zonne- en windenergie mogelijk is, zijn aangegeven op de themakaart Ruimtelijk beleid. Het plangebied op de themakaart Ruimtelijk beleid is aangeduid met 'grote zonneparken mogelijk', 'windenergie mogelijk' en 'Windenergie aandachtsgebied'. Dit beleid is niet relevant voor dit bestemmingsplan. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe bebouwing zet de provincie het instrument 'ladder voor duurzame verstedelijking' in. In ieder bestemmingsplan, dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder de locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland.
De ladder voor duurzame verstedelijking is op voorliggend plan niet van toepassing, omdat de aanleg van een ondergrondse 150kV kabelverbinding volgens jurisprudentie niet worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling (zie uitspraken van de ABRvS met betrekking tot een hoogspanningsverbinding (uitspraak van 24 februari, 2016, 201504697/1/R6) en een transformatorstation (uitspraak van 26 april 2017, 201603059/1/A1). Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening.
Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones blad 22 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Vanuit de themakaart Waterbeleid geldt er specifiek provinciaal beleid voor een deel van het plangebied, dat is aangeduid als intrekgebied, waarbij in de omgevigsverordening verordening wordt gesteld dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt. Dat is niet aan de orde. In paragraaf 3.3.2 is de watertoets beschreven. Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes.
Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen. Er wordt voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. Vooral in het stedelijk gebied kunnen de gevolgen hiervan van invloed zijn op de gezondheid. De provincie streeft naar een op gezondheid gericht benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Vanuit de themakaart Milieubeleid geldt er geen specifiek provinciaal beleid voor het plangebied. In hoofdstuk 5 is het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevingsen milieuaspecten. Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang.
Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. De Natura-2000 gebieden en de bijzonder natuurgebieden zijn aangegeven op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid. Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO of andere vanuit natuur en landschap relevante thema's.
Een nadere beoordeling van het plan met betrekking tot natuur is beschreven in paragraaf 5.7. Verkeers- en vervoerbeleid blad 23 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit onderdeel is voor voorliggend plan niet relevant. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.3.2). Relevantie bestemmingsplan Uit bovenstaande blijkt dat voorliggend plan aansluit bij de ambities uit de omgevingsvisie. Ambitie 1 streeft naar een Gelderland dat in 2050 volledig energieneutraal is. Voorliggend plan zorgt ervoor dat de energielevering in de toekomst gegarandeerd blijft. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de sterk toenemende elektriciteitsvraag (vermogensvraag) in de komende 15 jaar en er rekening gehouden moet worden met toekomstige grootschalige opwek. Daarnaast blijkt dat voorliggend plan aansluit bij het ruimtelijk beleid vanuit de omgevingsvisie. Ook voldoet het aan het waterbeleid uit de visie doordat het voorliggend plan dat gelegen is in intrekgebied geen winning van fossiele energie mogelijk maakt. Het milieubeleid uit de omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidsregels ten aanzien van voorliggend plan. Het thema milieu is in hoofdstuk 5 het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevings- en milieuaspecten. Het natuur- en landschapsbeleid geeft aandachtspunten ten aanzien van het bestemmingsplan.
Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO. Als laatste is naar het verkeers- en vervoersbeleid gekeken. Dit onderdeel is niet relevant voor voorliggend plan aangezien het hierbij niet gaat om een aanpassing van vervoersmogelijkheden. Uit bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een juridisch instrument om doorwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De verordening heeft de status van ruimtelijke verordening, verkeersverordening, milieuverordening en waterverordening. Op 24 september 2014 is de omgevingsverordening vastgesteld. Deze is daarna enkele keren op onderdelen gewijzigd. Het bestemmingsplan is getoetst aan de vastgestelde versie (maart 2021) waarin de wijzigingen integraal zijn opgenomen. In de Omgevingsverordening zijn de volgende aspecten relevant. Het plangebied is voor een beperkt deel aangeduid als: "Functies van water": De verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen Functies van water op verzoek afgeweken kan worden van de waterfuncties Beschermingszone natte landnatuur, Natte landnatuur, Water als verbinder, Hoogst ecologisch niveau wateren en Specifiek ecologische doelstelling wateren, zoals is aangegeven op de themakaart waterbeleid bij de omgevingsvisie Gaaf Gelderland, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de afwijking is noodzakelijk voor het uitvoeren van een project gericht op het realiseren van waterfuncties en wordt uitgevoerd door de uitvoeringspartners in het landelijk gebied, op basis van een ondertekende overeenkomst met de provincie Gelderland; b. de afwijking is van ondergeschikt belang in verhouding tot de omvang van functies die in het project worden gerealiseerd; c. de afwijking heeft voldoende draagvlak zoals blijkt uit overleg met betrokken partijen; d. de haalbaarheid van de voorgeschreven functie is in het geding. Relevantie bestemmingsplan Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Ook bij voorliggend plan is rekening gehouden met de relevante beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening, i.c. natuur blad 24 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
en water. De geldende bestemmingen blijven met dit plan gehandhaafd. Er is onderzoek gedaan naar de waterhuishouding (zie paragraaf 5.5). Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is advies gevraagd aan het waterschap Rivierenland. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn. Voorliggend plan past in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.4
Beleid waterschap
3.4.1
Keur en legger Het waterschap stelt regels op om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Dat is noodzakelijk om het rivierenland te beschermen tegen overstromingen. Deze regels worden aangeduid als de Keur. Op de Legger staan de oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn bij het waterschap en waarop de Keur van toepassing is. Relevantie bestemmingsplan Doordat het plangebied gelegen is tussen de rivieren de Maas en de Waal zijn er diverse waterkeringen in het plangebied. De ondergrondse hoogspanningsverbinding kruist geen waterkeringen. Er worden echter wel diverse wateren gekruist. Liander heeft rekening gehouden met de regels uit de Keur en de Legger en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 5.5. Het waterschap is akkoord met voorliggend plan.
3.4.2
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel Koers houden, kansen benutten. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma beweegt het Waterschap mee met veranderingen om het Waterschap heen en benut het kansen die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het Waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe het dat wil doen. Het Waterbeheerprogramma is ingegaan op 22 december 2015 en heeft een looptijd van zes jaar. Relevantie bestemmingsplan In het Waterbeheerprogramma is bijvoorbeeld opgenomen welke waterkeringen aan de norm voldoen (op basis van de derde toetsing van primaire waterkeringen). In het plangebied worden er geen waterkeringen gekruisd. Verder staat er beleid uitgeschreven rondom grondwaterbescherming en natuurbescherming. Liander heeft zoveel als mogelijk rekening gehouden met het Waterbeheerprogramma en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 5.5. Het waterschap is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling.
3.5
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Maasdriel Deze Structuurvisie (vastgesteld 20-10-2011) is een actualisatie van de gemeentelijke StructuurvisiePlus 2004-2015. De Structuurvisie moet fungeren als een document op hoofdlijnen, dat kaderstellend is voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Maasdriel. De Structuurvisie vertaalt de nieuwste beleidsmatige visies en uitgangspunten door in ruimtelijk beeld (het zogenaamde ‘ruimtelijk casco’), met bijbehorend uitvoeringsprogramma (het ‘projectenplan’).
blad 25 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Het uiteindelijke, ruimtelijke beeld van de gemeente Maasdriel wordt de komende jaren ingevuld door het uitvoeren en uitwerken van tientallen projecten. Hierbij gaat het zowel om woningbouw (in alle segmenten en prijscategorieën) en ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouwconcentratiegebieden, als om recreatieve initiatieven en landschaps- en natuurontwikkeling. Naast de verschillende plannen en projecten die al ‘op de plank liggen’, biedt de Structuurvisie ruim baan voor tal van nieuwe initiatieven, van particulier tot publiek en van individueel en op perceelsniveau tot integraal en gebiedsoverstijgend. Relevantie bestemmingsplan Volgens de Structuurvisie (zie figuur 3.1) ligt het tracé binnen de gronden die aangemerkt zijn als 'komgronden'. De komgronden bestaan uit kleigronden. Het landschap is er grootschalig en open van karakter en wordt bepaald door het moderne agrarische productielandschap. Losse boerderijen en uitgestrekte akkers en weilanden bepalen het beeld van het landschap.
Figuur 3.1: Uitsnede ruimtelijk casco Structuurvisie Maasdriel (rode contour: globale ligging tracé) In de Structuurvisie staat verder beschreven hoe rekening moet worden gehouden met cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Met deze waarden is rekening mee gehouden, zie hoofdstuk 5.
3.6
Conclusie In dit hoofdstuk is het relevantie beleidskader van Europa, het Rijk, provincie Gelderland en de gemeente Maasdriel beschouwd ten aanzien van voorliggend plan. Uit deze beschouwing blijkt dat er ten aanzien van het beleid geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van voorliggend plan. Er zijn echter wel meerdere aspecten naar voren gekomen die aandacht verdienen bij voorliggend plan, dat zijn de (milieu)aspecten natuur, bodem, landschap, water, archeologie en cultuurhistorie. Ten aanzien van deze aspecten is uit onderzoek gebleken dat er geen belemmeringen zijn. Deze onderzoeken zijn verder toegelicht in hoofdstuk 4 "Omgevingsaspecten".
blad 26 van 49
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving Algemeen In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het initiatief. Er wordt eerst ingegaan op de nut en noodzaak van het initiatief. Vervolgens wordt ingegaan op het initiatief en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie na realisatie van het initiatief eruit gaat zien.