CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2027 Werkzaak

Gemeenteraad 11 juni 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Begroting Werkzaak22.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.491.900

7.454.700

8.076.100

8.076.100

8.076.100

Rijksvergoeding totaal

55.193.400

57.672.600 68.630.400 68.630.400

68.630.400

68.630.400

Saldo BUIG

2.557.700

2.880.100

3.174.400

3.174.400

3.174.400

3.174.400

-2.880.100

-3.174.400

-3.174.400

-3.174.400

-3.174.400

-

-

-

-

-

Stelpost BUIG Resultaat BUIG

2.557.700

8.076.100

Voor de meerjarenraming hebben we de raming van de baten en lasten gelijk gehouden aan de raming voor 2027. De rijksvergoeding kent als grondslag t-2. Dit betekent dat de bijdrage voor 2027 is gebaseerd op de aantallen van 2025. De aantallen voor de loonkostensubsidies zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2025. Voor Beschut verwachten we een stijging met twee personen per maand. Tabel 4.5.5 Inkomensvoorziening “Aantal loonkostensubsidie”

Aantallen loonkostensubsidies Begroting Begroting

Meerjarenraming

2026

2027

2028

2029

2030

Participatiewet

94

91

92

93

95

Beschut

174

200

224

248

272

Loonkostensubsidie Participatiewet

300

345

348

352

357

Totaal

568

636

664

693

724

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

29

4.6 Overhead Wat willen we bereiken? Met de inzet van overhead ondersteunen en versterken we de uitvoering van de bestaande programma’s. We zorgen voor duidelijke sturing, deskundig advies en goede beheersing. Dit doen we door het opstellen van beleid en begroting, het adviseren over keuzes in applicaties en inrichting van processen, en het uitvoeren van interne controles. Zo borgen we dat Werkzaak doelmatig, rechtmatig en efficiënt werkt en dat publieke middelen verantwoord worden ingezet. Wat gaan we daarvoor doen? We richten onze ondersteunende dienstverlening zo in dat deze aansluit bij de behoeften van werkzoekenden, werkgevers en gemeenten. Daarbij staat continu verbeteren van de dienstverlening centraal. We maken gebruik van kennis en ervaring van professionals, deskundigen, en van wetenschappelijke inzichten. We werken methodisch: we passen toe wat aantoonbaar werkt. Daarnaast blijven we investeren in onze medewerkers. Dit versterkt de kwaliteit en continuïteit van ons werk. Wat leidt tot betere resultaten voor alle betrokken partijen. Welke relevante marktontwikkelingen zijn er te verwachten? In 2027 richten we ons in de ondersteuning en sturing vooral op: •  Versterken van werkzoekenden We stimuleren een mensgerichte werkwijze, gebaseerd op vertrouwen en een methodische aanpak die leidt tot duurzame resultaten.

•  Bouwen aan een inclusieve arbeidsmarkt We faciliteren samenwerking met werkgevers die inclusie en duurzaamheid structureel onderdeel maken van hun organisatie. •  Versterken van de samenwerking met gemeenten We ondersteunen gezamenlijke aanpakken rond bestaanszekerheid en integrale dienstverlening, zodat inwoners tijdig en samenhangend worden geholpen. Relevante ontwikkelingen Bij de inrichting van de overhead houden we rekening met ontwikkelingen die van invloed zijn op onze strategie en uitvoering. Technologische ontwikkelingen en innovatie Technologie verandert de manier van werken. Werk verdwijnt, verandert of ontstaat opnieuw. De snelle opkomst van artificial intelligence (AI) vraagt om nieuwe kennis en een zorgvuldige inzet, op plekken waar het bijdraagt aan onze missie en dienstverlening. Ondernemerschap en innovaties blijven noodzakelijk om passend werk te creëren, om onze doelgroep te ondersteunen en om de uitvoering van de Participatiewet en sociale werkvoorziening betaalbaar te houden. Demografische ontwikkelingen De arbeidsmarkt blijft krap. Dat biedt kansen voor mensen die ondersteuning nodig hebben om aan werk te komen. Tegelijkertijd leidt mondiale onrust tot een blijvende instroom van statushouders, wat extra inzet vraagt op begeleiding en integratie.

30

Daarnaast leidt een krappe arbeidsmarkt helaas niet vanzelf tot meer inclusie. Het vraagt om een werkgeversbenadering die nieuwe kansen en banen creëert voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. Economische ontwikkelingen De ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren zorgt voor nieuwe vormen van werk, zoals demontage- en sorteeractiviteiten. Daar liggen kansen, ook met onze samenwerkingspartners zoals de Avri. Tegelijkertijd zet de aanhoudende inflatie de bestaanszekerheid van mensen met een laag inkomen of uitkering onder druk. Sociale ontwikkelingen Psychische problematiek neemt toe en is zichtbaarder aanwezig. Daarnaast groeit de groep mensen die niet goed binnen de bestaande systemen past. Dit vraagt om meer maatwerk en samenhang in ondersteuning. Wet- en regelgeving en financiën De stapsgewijze invoering van de Participatiewet in Balans brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. De nadruk komt meer te liggen op vertrouwen, eenvoud en de menselijke maat. Tegelijkertijd neemt financiële druk toe door lagere Rijksbijdragen. Dat vraagt om verdere uitwerking van businesscases, zodat kosten en baten goed kunnen worden afgewogen. Ook is meer ondernemerschap nodig om meer mensen naar werk te begeleiden en om verdienmodellen te ontwikkelen voor bestaande en nieuwe innovaties. Wat mag het kosten? Tabel 4.6.1 Overhead “Wat mag het kosten?”

Overhead (in €) Rekening 2025

Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Lasten

11.374.200 11.488.100 11.452.200 11.758.700 11.771.000 11.778.000

Baten

20.071.300 20.678.900 20.558.800 20.903.800 21.055.200 21.253.500

Saldo van baten en lasten

8.697.100

9.190.800 9.106.600 9.145.100

9.284.200

9.475.500

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

12.300

84.400

40.400

40.400

40.400

40.400

Mutatie reserves

12.300

84.400

40.400

40.400

40.400

40.400

9.275.200 9.147.000 9.185.500

9.324.600

9.515.900

Totaal

8.709.400

Uitgangspunten De materiële kosten en de totale salarissen voor 2027 zijn geïndexeerd volgens de kaderbrief 2027. Sinds de begroting 2026 is er een structurele dekking vanuit de ESF-subsidie voor de salariskosten van de werkcoaches. We hebben deze subsidie, net als in eerder jaren, opnieuw aangevraagd en verwachten ook nu deze weer te ontvangen. Besparingsscenario’s Tijdens de algemeen bestuursvergadering van 10 juli 2025 is gevraagd om met ingang van 2027 een besparing van 2,25% (472.500 euro) te realiseren op basis van de begroting 2025.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

31

De uitsplitsing van de wijze hoe deze besparingen in de begroting 2027 zijn verwerkt. •  Een stijging van de omzet •  Een daling van de huisvestingskosten Tiel •  Een daling van de salariskosten door de inzet van AI

Totaal

300.000 euro 90.000 euro 100.000 euro 490.000 euro

Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) zijn beleidsindicatoren vastgesteld. Deze moeten verplicht opgenomen worden in programma’s en programmaverantwoordingen. De wettelijke verplichte beleidsindicatoren op bedrijfsvoering zijn: Tabel 4.6.2 Overhead indicatoren

Beleidsindicatoren Indicator

Omschrijving

Toelichting

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

1

Formatie

FTE per 1.000 inwoners

0,92

1,04

1,08

2

Bezetting

FTE per 1.000 inwoners

0,91

1,04

1,08

3

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 114,39

€ 120,85

€ 123,16

4

Externe inhuur

Kosten als % van de totale

9,98%

0%

0%

5

Overhead

loonsom + totale kosten inhuur

9,12%

9,52%

8,19%

32

4.7 Algemene dekkingsmiddelen Dit onderdeel gaat over schatkistbankieren (treasury). Uitgangspunt is dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De hoogte van de opbrengsten wordt bepaald door de hoogte van de rente. Deze wordt door het Rijk vastgesteld. Tabel 4.7.1 Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen (in €) Rekening 2025

Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Lasten

48.100

46.500

46.500

46.500

46.500

46.500

Baten

349.600

346.500

346.500

346.500

346.500

346.500

Saldo van baten en lasten

301.500

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

-

-

-

-

-

-

Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

301.500

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

Totaal

Met de juiste begeleiding kan iemand elke dag kleine stappen zetten. Die stappen maken uiteindelijk het grote verschil

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

33

Nihat en Hacer maakten een nieuwe start

34

Na een indrukwekkende loopbaan in Turkije moest de 47-jarige Nihat* vluchten vanwege zijn politieke ideeën. “We verloren in een dag 20 jaar aan ervaring.” In Nederland maakte hij een nieuwe start. Eerst alleen, maar gelukkig al snel met zijn gezin. Hier pakken ze de draad weer op. Sinds januari 2023 woont Nihat in Asperen. Werkcoach Martijn van Werkzaak Rivierenland herinnert zich hun eerste afspraak: “Nihat had bijna twintig online certificaten gehaald. Hij wist goed wat hij wilde. Hij was ook bezig om zijn gezin naar Nederland halen.” Nihat zegt: “Ik deed ander werk in Turkije. Dat ging hier niet meer. Toen we moesten vluchten, verloren we in een dag 20 jaar aan ervaring. Dus koos ik om te leren over IT. Als kind vond ik computers al leuk.” Martijn zegt: “We startten met Nederlandse les. Goed Nederlands spreken is belangrijk. Daarmee vind je makkelijker je plek.” Hacer* is 41 jaar. Ze kwam eind maart 2023 met haar dochter naar Nederland. Ze heeft twee diploma’s en ervaring in de IT. Ze wilde snel weer gaan werken. Hacer: “Maar ik wist niet hoe het op het werk gaat in Nederland. Door Martijn leerden we onze werkgevers kennen. Ook kwamen we in contact met We’RHERE.” De eerste stappen in Nederland We’RHERE betekent ‘We are High Educated Refugee Employee’. Het is een groep voor vluchtelingen uit Turkije die hoogopgeleid zijn.

In april 2024 begonnen ze met een traject van We’RHERE. Dat heet VIT (Voorbereiding op werken in de IT). Ze volgden basiscursussen over IT. Ook kregen ze trainingen over hoe je in Nederland een baan zoekt en hoe je werkt in een bedrijf.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

Nihat en Hacer vinden de hulp van Werkzaak belangrijk om mensen en organisaties te leren kennen. “Een netwerk is heel belangrijk in Nederland. Nu hebben we veel contacten en collega’s. In de cursus leerden we ook hoe je samenwerkt of praat op het werk. Ik ben soms verlegen, maar nu voel ik me zekerder.” Samen bouwen aan een toekomst in IT In oktober 2024 begon Nihat als trainee bij Conclusion. Hij leerde in elf maanden werken in de IT. Nu gaat hij werken bij een van de bedrijven die bij Conclusion horen. Hacer werd als trainee gekozen voor de Capgemini Academy. “Op de eerste dag zeiden zij: jij bent geen trainee, je bent onze collega. Ik voelde me meteen deel van het bedrijf. Later kreeg ik een baan als dataconsultant.” Senior Consultant Oscar Phefferkorn van Capgemini hielp Hacer dit jaar. “Ze wil graag leren en leert ook heel snel. Ze begon als ontwikkelaar van een best moeilijke technologie. Dat ging heel goed. We hebben soms weinig tijd om iemand alles uit te leggen. Dan moet iemand flexibel zijn. En dat deed ze heel goed.” Goede ervaringen delen Hacer en Nihat willen iets terugdoen voor de samenleving. Nihat: “We hadden een goede baan in Turkije. We hielpen daar ook altijd andere mensen.” Hacer geeft nu vrijwillig les bij We’RHERE. Ook nodigden Nihat en Hacer hun buren uit voor een maaltijd tijdens de Ramadan. “Zo leren zij ons beter kennen.

En we kunnen iets van onze cultuur laten zien. We moeten open zijn naar elkaar, met elkaar praten, en goede ervaringen delen.”

35

5 Financiële begroting Tabel 5.1 Programma overzicht

Programma overzicht (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

106.100

124.400

137.000

137.000

137.000

137.000

Lasten Bestuur en beleid Participatie

10.310.700

9.439.700 10.060.400

9.843.700

9.891.000

9.928.700

Wet sociale werkvoorziening

25.067.300

26.322.900 25.483.000 24.354.400

23.247.400

22.206.700

Beschutregeling

3.563.900

4.003.900

4.753.500

5.136.600

5.523.900

Inkomensvoorziening

62.162.000

67.204.700 78.721.800 78.598.600

78.598.600

78.598.600

46.500

46.500

46.500

11.488.100 11.452.200 11.758.700

11.771.000

11.778.000

44.000

44.000

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

48.100 11.374.200

Onvoorzien

-

Totaal lasten

46.500 44.000

4.409.200 46.500 44.000

44.000

112.632.300 118.674.200 130.354.100 129.536.400 128.872.100 128.263.400

Baten Bestuur en beleid

-

-

-

-

-

-

Participatie

8.563.300

8.042.100

9.565.400

9.624.200

9.797.400

9.893.500

Wet sociale werkvoorziening

27.033.200

27.000.400 26.175.600 24.997.900

23.890.900

22.850.200

Beschutregeling

3.594.300

3.354.000

3.906.100

4.044.000

4.203.000

Inkomensvoorziening

54.406.500

59.302.600 70.406.600 70.406.600

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

20.071.300

Onvoorzien Totaal baten

349.600 -

*

3.930.000

70.406.600

70.406.600

346.500

346.500

346.500

20.544.200 20.558.800 20.903.800

21.055.200

21.253.500

-

-

346.500 -

346.500 -

-

114.018.200 118.589.800 130.982.900 130.185.100 129.540.600 128.953.300

Saldo van baten en lasten

1.385.900

-84.400

628.800

648.700

668.500

689.900

Toevoeging aan reserves

626.000

-

669.200

689.100

708.900

730.300

Onttrekking aan reserves

52.200

84.400

40.400

40.400

40.400

40.400

Mutatie reserves

-573.800

84.400

-628.800

-648.700

-668.500

-689.900

Resultaat

812.100

-

-

-

-

-

36

5.1 Uitgangspunten begroting Bij het opstellen van de financiële begroting 2027 zijn de volgende uitgangspunten belangrijk: formatie, indexatie, loonkostenontwikkeling, salariskosten, indexering salarissen, prijsindexering goederen en diensten, bijdrage bedrijfsvoering, verdeelsystematiek, salariskosten, projectfinanciering, bestandsontwikkeling, weerstandsvermogen en de post onvoorzien. Hieronder gaan we dieper in op deze uitgangspunten. Formatie Uitgangspunt voor de begroting 2027 is dat de formatie wordt bepaald op basis van de actuele personele formatie in februari 2026 en wetsontwikkelingen. Voor een groot deel is de formatie vastgesteld op basis van de benodigde intensiteit van de dienstverlening en de caseload. Indexatie De gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in de regio Rivierenland hebben op 8 oktober 2025, samen met de controllers van de gemeenten, afspraken gemaakt over de wijze waarop lonen en prijzen worden geïndexeerd. Net als in voorgaande jaren volgen we hiervoor de loonvoet sector overheid en de Prijsindex Materiële Overheidsconsumptie (IMOC). Deze afspraken zorgen ervoor dat verwachtte stijgingen en dalingen van prijzen en salarissen op een eenduidige manier in de begroting worden verwerkt. We gebruiken hiervoor de CPB-indexcijfers zoals vermeld in de septembercirculaire 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

We onderscheiden de indexcijfers: •  Loonkostenontwikkeling •  Prijsindexering goederen en diensten Loonkostenontwikkeling We voldoen aan de eisen van de cao’s en volgen de prijsontwikkeling binnen het Wettelijk Minimumloon (WML). Het WML stijgt per 1 januari 2026 van 14,40 euro per uur naar 14,71 euro per uur. Dit is een stijging van 2,16 %. Deze verhoging werkt door in de cao SW en cao Aan de Slag, voor zover de salarissen daarin niet boven het WML zitten. Salariskosten De personele kosten berekenen we op basis van het maximum van de (salaris)schaal. De financiële ruimte die daardoor ontstaat, bepaalt het inhuurbudget. Er is daarom geen apart inhuurbudget.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

37

Indexering salarissen Voor de lonen gebruiken we de laatst bekende cao als uitgangspunt. De huidige cao’s voor gemeenten en Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) lopen tot en met 31 maart 2027. Omdat deze cao’s niet gelden voor heel 2027, volgen we vanaf 1 april 2027 de door het CPB geschatte loonstijging (loonvoet sector overheid) voor de resterende negen maanden, met een maximum gelijk aan deze CPB-inschatting. Voor 2026 sluiten we volledig aan bij de huidige cao’s voor gemeenten en SGO. Hierdoor passen we voor dat jaar een correctie toe. Tabel 5.1.1 Loonkostenindexering

Loonkostenindexering 2027 Correctie 2026 Loonindex begroting 2026 (volgens kaderbrief 2026)

3,80%

CAO SGO 2025 - 2027 (gemiddeld)

1,95%

Correctie prijsindex 2026

-1,85%

Index 2027 CAO SGO 2025 - 2027

1,60%

Loonvoet sector overheid (septembercirculaire 2025)

3,50%

Totale prijsindex 2027

3,25%

Prijsindexering goederen en diensten De prijsindexering wordt uitgevoerd op basis van de cijfers van het CPB, specifiek de IMOC, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2025. Om de budgetten op het niveau van 2027 te brengen, is het nodig om ook de cijfers van het jaar 2026 aan te passen. Tabel 5.1.2 Prijsindexering

Prijsindex 2027 Correctie 2026 Prijsindex begroting 2026 (volgens kaderbrief 2026)

2,20%

Prijs overheidsconsumptie 2026 (IMOC)

2,40%

Correctie prijsindex 2026

0,20%

Prijsindex 2027 Prijs overheidsconsumptie 2027 (IMOC)

2,20%

Totale prijsindex 2027

2,40%

Raming boekjaar 2026 Doordat de begroting 2027 wordt opgesteld voordat de jaarrekening 2025 is vastgesteld en de begroting 2026 (tussentijds) is bijgesteld, wordt voor het boekjaar 2027 de primaire begroting 2026 gehanteerd.

38

Bijdrage bedrijfsvoering Door de loon- en prijsindexatie stijgt de bijdrage bedrijfsvoering. Gemeenten worden voor deze stijging gecompenseerd via het gemeentefonds. Werkzaak werkt binnen de middelen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld en binnen de bestuurlijke afspraken. De rijksbijdrage wordt al enkele jaren niet verhoogd met de ontwikkeling van de algemene uitkering die de gemeenten ontvangen. Het verschil tussen de ontvangst van de gemeenten en het bedrag dat zij aan Werkzaak doorgeven, groeit daarmee. De gemeenten hebben Werkzaak gevraagd om te besparen op de gemeentelijke bijdrage. Het AB wordt daarom meegenomen in de mogelijkheden om deze besparing te realiseren en de gevolgen voor onze taken en het niveau van dienstverlening dat we willen bieden. Het niet of anders uitvoeren van taken heeft effect op andere begrotingsposten en op de doelstellingen die in onze begroting zijn opgenomen. Verdeelsystematiek De kosten verdelen we volgens bestuurlijke afspraken. Op 10 juli 2025 is vanuit het AB de vraag gesteld om naar de systematiek van de stelpost BUIG te kijken, die in de begroting opgenomen word. We gebruiken deze systematiek sinds 2022. We hebben dit verzoek samen met financials van de gemeenten opgepakt. Om tot een goede analyse en beoordeling te komen, is Berenschot gevraagd hierover mee te denken.

De besluitvorming in het AB zal half 2026 plaatsvinden; dit is te laat om het een plek te geven in de begroting 2027. Projectfinanciering We ontvangen (externe) projectfinancieringen voor projecten die bijdragen aan onze doelen en missie. Met deze projectfinancieringen kunnen we tijdelijk extra personeel inhuren en benodigde middelen inkopen. Dit heeft in principe geen invloed op het resultaat van de bedrijfsvoering. Bestandsontwikkeling We schatten het aantal werkzoekenden dat we begeleiden in door te kijken naar de Macro Economische Verkenning (MEV) en de regionale ontwikkelingen. Hierdoor kunnen we nauwkeuriger voorspellen en volgen we niet altijd de cijfers van het CPB. De financiële gevolgen vertalen we naar het op dit moment meest haalbare scenario. Bij afwijkingen kunnen we snel de financiële impact inzichtelijk maken. Weerstandsvermogen Op dit moment zijn de gewogen risico’s voor bedrijfsvoering gelijk aan de algemene reserve van Werkzaak (ratio 1,00). Door zowel de risico’s (de benodigde weerstandscapaciteit) als de vrije reserves (de beschikbare weerstandscapaciteit) regelmatig te actualiseren, weten we steeds wat het benodigde weerstandsvermogen is. Dat wil zeggen de mate waarin de organisatie in staat is tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast.

Beleidsrisico’s uit de begroting en jaarrekening moeten door de gemeenten worden meegenomen in de risico-inventarisatie. Onvoorzien In de begroting houden we rekening met een post onvoorzien van 44.000 euro.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

39

5.2 Vennootschapsbelasting Met ingang van de begroting 2017 werd de vennootschapsbelasting apart opgenomen in het overzicht van baten en lasten. Volgens de huidige verwachtingen wordt er de komende jaren geen vennootschapsbelastingheffing geheven.

5.3 Onvoorzien De Gemeentewet schrijft voor dat een bedrag voor onvoorzien wordt genoemd in de begroting. In lijn met voorgaande jaren en volgens de uitgangspunten uit de kadernota 2027 is hiervoor een bedrag van 44.000 euro geraamd. Tabel 5.3.1 Onvoorzien

Onvoorzien (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Lasten

44.000

44.000

44.000

44.000

44.000

44.000

Baten

-

-

-

-

-

-

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

-44.000

Saldo van baten en lasten

Totaal

40

5.4 Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans laat zien hoe de balansposten veranderen tijdens de periode van de meerjarenbegroting. Tabel 5.4.1 Geprognosticeerde balans

Geprognosticeerde balans per 31 december (bedragen * € 1.000) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Materiële vaste activa

6.568

6.213

6.241

5.875

5.458

5.119

Financiële vaste activa

636

636

636

636

636

636

Activa

Totaal vaste activa

7.204

6.849

6.877

6.511

6.094

5.755

Uitzettingen

13.570

13.261

13.886

14.977

16.130

17.135

Liquide middelen

771

771

771

771

771

771

Overlopende activa

5.371

5.371

5.371

5.371

5.371

5.371

Totaal vlottende activa

19.712

19.403

20.028

21.119

22.272

23.277

Totaal activa

26.916

26.252

26.905

27.630

28.366

29.032

Reserves

5.316

5.516

6.151

6.806

7.481

8.177

Saldo van de rekening

812

Voorzieningen

780

833

956

1.131

1.297

1.372

Vaste schulden

3.255

3.150

3.045

2.940

2.835

2.730

Totaal vaste passiva

10.163

9.499

10.152

10.877

11.613

12.279

Vlottende schuld

2.771

2.771

2.771

2.771

2.771

2.771

Overlopende passiva

13.982

13.982

13.982

13.982

13.982

13.982

Totaal vlottende passiva

16.753

16.753

16.753

16.753

16.753

16.753

Totaal passiva

26.916

26.252

26.905

27.630

28.366

29.032

Passiva

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

41

5.5 Reserves en voorzieningen Tabel 5.5.1 Reserves en voorzieningen

Reserves & Voorziening per 31 december (bedragen * € 1.000) Rekening

Meerjarenraming

Begroting Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Reserve innovatiefonds

248

248

248

248

248

248

Reserve personeel

199

-

-

-

-

-

Reserve afschrijvingen

821

787

753

719

685

651

Reserve projecten

222

-

-

-

-

-

Reserve ontw. Infrastructuur soc. Ontw. Bedrijf

1.326

1.981

2.650

3.339

4.048

4.778

Totaal Reserves

5.316

5.516

6.151

6.806

7.481

8.177

Voorziening Personeel

228

95

95

95

95

95

Verlies Cirtex

-

-

-

-

-

-

Verlofsparen

233

233

233

233

233

233

Onderhoud pand

319

505

628

803

969

1.044

Totaal Voorzieningen

780

833

956

1.131

1.297

1.372

Totaal Reserves en Voorzieningen

6.096

6.349

7.107

7.937

8.778

9.549

Reserves Algemene reserve

Voorzieningen

Toelichting reserves en voorzieningen Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is gekoppeld aan het benodigde weerstandsvermogen. Op basis van de ingeschatte risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen is een algemene reserve nodig van 2,5 miljoen euro. Reserve innovatiefonds Het Innovatiefonds is een bestemmingsreserve die bedoeld is voor de ontwikkeling van innovaties en daarmee gepaard gaande incidentele, toekomstgerichte investeringen. Het fonds wordt gebruikt voor grotere innovatieprojecten, doorontwikkeling en opschaling van innovaties. Het fonds heeft een revolverend karakter, dit wil zeggen dat gerealiseerde opbrengsten vanuit ontwikkelde innovaties (bijvoorbeeld het commercieel vermarkten van Diwi) terugvloeien in het innovatiefonds. Reserve personeel Op basis van de huidige inzichten kan de reserve personeel vrijvallen bij de jaarrekening 2026. De reserve komt daarmee te vervallen. De reserve kent geen concreet bestedingsdoel. Reserve afschrijvingen De reserve is bedoeld ter dekking van de afschrijving van (een deel van) het krediet voor het Leerlab en het dak van het gebouw aan de Poppenbouwing. De omvang van de reserve is gebaseerd op een raming. De realisatie lag uiteindelijk hoger, waardoor al een aantal jaren een deel van de afschrijvingskosten vanuit de bestemmingsreserve wordt gedekt en het resterende deel uit de bedrijfsvoeringskosten.

42

Reserve projecten De reserve is in het verleden bij jaarrekening gevormd om middelen beschikbaar te houden voor de afronding van projecten. Inmiddels zijn deze projecten afgerond. Bij de jaarrekening 2026 vallen deze middelen vrij, zodat de reserve vervolgens kan komen te vervallen. Reserve ontwikkeling infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf Met ingang van 2025 ontvangen de gemeenten een bijdrage van het Rijk voor de ontwikkeling van de infrastructuur voor een sociaal ontwikkelbedrijf. In het AB van 17 november 2025 is besproken op welke wijze Werkzaak daaraan invulling geeft. In afwachting van de resultaten van de pilots worden de middelen in een bestemmingsreserve geplaatst. Deze middelen worden ingezet op basis van separate voorstellen of bij tussentijdse rapportages. Hiermee wordt de betrokkenheid van het AB en de raden vormgegeven. Voorziening personeel De omvang van de voorziening is in overeenstemming met de verplichtingen die hier tegenover staan. De voorziening wordt beëindigd als aan verplichtingen is voldaan. Voorziening verlofsparen De voorziening verlofsparen wordt jaarlijks bij de jaarrekening geactualiseerd. De raming in de begroting 2027 is afgeleid van de stand in de jaarrekening per 31 december 2025. Voorziening onderhoud pand In 2025 is het onderhoudsplan gebouwen geactualiseerd. Op basis hiervan is een jaarlijkse dotatie aan de voorziening bepaald.

De voorziening kende per 31 december 2025 nog een omvang van 319.000 euro. Deze middelen blijven beschikbaar, waardoor structurele toevoeging aan de voorziening lager is dan eerder voorzien. Het onderhoudsplan wordt 5-jaarlijks geactualiseerd. Op dat moment wordt ook de omvang van de voorziening opnieuw tegen het licht gehouden.

5.6 Meerjareninvesteringsoverzicht De volgende nieuwe en vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Tabel 5.6.1 Meerjareninvesteringsoverzicht

Meerjareninvesteringsoverzicht Nieuwe en vervangingsinvesteringen

Afschrijvingstermijn

2027

2028

2029

2030

Hardware

5

358.500

73.300

35.000

120.300

Telefonie

3

120.300

-

-

-

478.800

73.300

35.000

120.300

Automatisering

-

111.800

118.800

142.860

Afschrijvingen nieuwe investeringen

-

111.800

118.800

142.860

Investeringen

Totaal investeringen Afschrijvingen

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

43

5.7 Incidentele baten en lasten In augustus 2021 hebben de provincies een richtlijn voor incidentele baten en lasten gepubliceerd. Op basis van deze richtlijn is de definitie aangescherpt. Het uitgangspunt is dat in principe alle baten en lasten structureel zijn. De onderbouwing van incidentele baten en lasten is hierbij belangrijk. Ze moeten van tijdelijke aard zijn, een duidelijk einde hebben en van materiële omvang zijn. Tabel 5.7.1 Incidentele baten en lasten en mutatie reserves

Incidentele baten en lasten

2027 Lasten

Baten

0

0

Programma Bestuur en beleid Incidentele baten en lasten Inzet reserves

0

0

Totaal programma Bestuur en beleid

0

0

Incidentele baten en lasten

0

0

Inzet reserves

0

0

Totaal programma Beschutregeling

0

0

Incidentele baten en lasten

0

0

Inzet reserves

0

0

Totaal programma Inkomensvoorziening

0

0

Incidentele baten en lasten

0

0

Inzet reserves

0

0

Totaal programma Overhead

0

0

0

0

759.100

364.900

0

0

Programma Beschutregeling

Programma Inkomensvoorziening

Programma Overhead

Programma Participatie Incidentele baten en lasten Projecten lasten en bijdragen derden/subsidies Inzet reserves Reserve sociaal ontwikkelbedrijf

669.200

669.200

Totaal programma Participatie

1.428.300

1.034.100

Incidentele baten en lasten

0

0

Inzet reserves

0

0

Totaal programma Sociale Werkvoorziening

0

0

Incidentele baten en lasten

0

0

Inzet reserves

0

0

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen

0

0

1.428.300

1.034.100

Programma Sociale Werkvoorziening

Programma Algemene dekkingsmiddelen

Totaal Saldo

-394.200

Totaal Begrotingssaldo Structureel rekeningsaldo 44

0 -

394.200

Toelichting incidentele baten en lasten De begroting 2027 kent met uitzondering van mutaties op de reserves en op het programma participatie geen incidentele baten en lasten. De mutaties op de reserve betreft de dotatie aan de reserve sociaal ontwikkelbedrijf. Deze wordt gevoed vanuit de bijdrage van het rijk. Deze bijdrage is in principe tijdelijk. De raming aan de baten- en lastenkant bestaat uit onderstaande posten: Tabel 5.7.2 Incidentele baten en lasten en mutatie reserves

Incidentele baten en lasten

2027

Project

Lasten

Baten

Innovatieprojecten

100.000

-

Programma Technologie & Inclusie

41.200

42.500

Sterk door Werk

37.400

37.400

Regionaal verbinder statushouders

360.100

-

ESF Leerlab

65.300

67.400

ESF 3

155.100

217.600

Totaal

759.100

364.900

Met de juiste steun kan iemand een nieuwe start maken. Soms is dat genoeg om weer toekomst te zien

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

45

Tom leert elke dag bij als vrachtwagenchauffeur

Tom werkt als vrachtwagenchauffeur bij Simon Loos in Geldermalsen. Hij rijdt elke dag door het hele land om vracht voor Albert Heijn te bezorgen. Het is een baan waar hij trots op is, want dit was al sinds zijn jeugd zijn droom. “Als kind keek ik altijd naar vrachtwagens. Ik wilde dat zelf ook,” vertelt hij. Tom begon niet meteen als chauffeur. Hij werkte eerst in het magazijn van Werkzaak Rivierenland. Daar had hij het naar zijn zin, maar hij wilde meer. Met zijn werkcoach en praktijkbegeleider keek hij welke stap bij hem paste. Toen duidelijk werd dat Tom echt wilde rijden, mocht hij bij Simon Loos een dagje meelopen. Dat klikte meteen. Om chauffeur te worden moest Tom zijn vrachtwagenrijbewijs halen. Dat ging niet vanzelf. Vooral de theorie was lastig. Toch zette hij door: hij volgde cursussen,

46

oefende veel en kreeg onderweg goede begeleiding. Uiteindelijk haalde hij zijn rijbewijs. Een jaar geleden begon Tom zelfstandig te rijden. In het begin vond hij dat spannend, maar inmiddels voelt hij zich zeker achter het stuur. Hij geniet van de afwisseling van routes en het contact met collega’s. Zijn werkgevers zien zijn inzet en zijn groei. Tom blijft ambitieus. In de toekomst wil hij graag rijden met een LZV, een extra lange vrachtwagen. “Daar heb je ervaring voor nodig, maar dat wil ik graag leren,” zegt hij. Tom is dankbaar voor de kans die hij kreeg. “Ik ben blij dat mensen in mij geloofden. Dat heeft mij echt geholpen.”

6 Paragrafen 6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een duiding van het risicoprofiel, de risico’s en het gewenste weerstandsvermogen. 6.1.1 Risicoprofiel De risico’s waarvoor geen speciale maatregelen zijn genomen en de mogelijkheden om de geraamde kosten op te vangen bepalen de hoogte van het weerstandsvermogen (BBV art. 11). De risico’s dekt Werkzaak zoveel mogelijk af door verzekeringen af te sluiten, reserves en voorzieningen op te bouwen, interne controle en door het optimaal inrichten van de administratieve organisatie. Wij vinden het noodzakelijk om de risico’s voor de bedrijfsvoering duidelijk te maken en daarvoor de mogelijke beheersmaatregelen te treffen. Door inzicht in de actuele risico’s kunnen wij op een verantwoorde manier besluiten nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s van toekomstige investeringen passen bij onze vermogenspositie. Bij de jaarrekening en begroting presenteren we de geactualiseerde risico’s. In 2027 werken we vanuit ons meerjarenbeleidsplan 2024-2027, gaan we verder met het optimaliseren van onze bedrijfsprocessen en het invoeren van innovaties en nieuwe wet- en regelgeving. Risico’s zijn complex en hangen met elkaar samen. Een datalek heeft bijvoorbeeld financiële gevolgen en gevolgen voor de bedrijfsvoering en de reputatie.

Maar ook het niet halen van de omzetdoelstelling kan een relatie hebben met het risico op bedrijfsonderbreking of krapte op de arbeidsmarkt. Het is daarom cruciaal dat organisaties risico’s multidisciplinair te lijf gaan. En ook nieuwe manieren onderzoeken om deze risico’s goed aan te pakken. Werkzaak wil het kansen- en risicomanagement opnemen in de dagelijkse gang van zaken. Bedrijfsrisico’s Een risico is de kans op een onzekere gebeurtenis met een effect op het behalen van je doelstellingen. Vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering zijn risico’s vastgesteld die gevolgen kunnen hebben voor de bedrijfsvoering en voor beleid. De belangrijkste risico’s staan in de tabel. Het netto risico is het bruto risico min de ingeschatte effecten van de beheersmaatregelen. Alle bedragen zijn een zo goed mogelijke inschatting van het management. Tabel 6.1.1.1 Risicomatrix

Risicomatrix (bedragen * € 1.000) Omschrijving

Bruto-risico

Netto-risico

Beleid

Bedrijfsvoering

1. Verandering van rijkswetgeving en beleid

900

900

900

0

2. Conjunctuurgevoeligheid (BUIG-budget)

1.500

0

0

0

3. Robotisering en digitalisering

800

200

0

200

1.200

800

0

800

650

300

0

300

1.200

600

400

200

700

400

0

400

8. Bedrijfsonderbreking

1.000

600

0

600

Totaal

7.950

3.800

1.300

2.500

4. Kwetsbaarheid rondom ICT infrastructuur 5. Toename problematiek en meer multiproblematiek bij de doelgroep 6. Omzetdoelstelling niet gehaald 7. Krapte op de arbeidsmarkt

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

47

1. Verandering van (Rijks)wetgeving en/of verandering beleid van gemeenten. Toelichting Er komen veel nieuwe wetten of wetswijzigingen aan. Het gaat bijvoorbeeld om het wetsvoorstel Participatiewet in balans, Wet handhaving sociale zekerheid, arbeidsrecht en het verder uitbouwen van een regionaal Werkcentrum. De uitwerking van het regeerakkoord kan ook leiden tot aanpassingen die relevant zijn voor onze organisatie of mensen die ondersteuning nodig hebben. Ook komt er veel nieuwe wetgeving aan op het gebied van gebruik van data en AI (zoals NIS2/BIO2 en de AI-verordening). We weten nog niet wat hiervan de gevolgen voor de uitvoering zijn. Daarnaast is het afwachten op welke wijze het regeerakkoord van het kabinet Jetten I vorm krijgt en zich vertaalt naar onze medewerkers en organisatie. We zien dat wetgevingen steeds meer met elkaar samenhangen. Daardoor wordt Werkzaak steeds meer onderdeel van netwerken en van samenwerkingen binnen deze netwerken. Het risico dat we dragen voor uitvoering of resultaten delen we daardoor met andere partijen. Daarnaast lopen we door (rijks)beleid financieringsrisico’s, juridische en compliance risico’s. Dit vergroot het risico op onjuiste uitvoering van taken en het niet behalen van doelstellingen. Bruto risico 900.000 euro Maatregelen Ontwikkelingen volgen en daarop flexibel reageren.

De eigen bedrijfsvoering op orde hebben voor een goed imago. Goede resultaten op strategische doelstellingen laten zien en die zo efficiënt mogelijk halen. De juridische risico’s zijn verzekerd voor zover dat mogelijk is. Netto risico 900.000 euro

2. Conjunctuurgevoeligheid (BUIG-budget) Toelichting Gevoeligheid voor onzekere economische en demografische ontwikkelingen. Werkgevers haken af bij laagconjunctuur. Het vertrek van grotere werkgevers in combinatie met economische ontwikkelingen maakt het plaatsen van werknemers moelijker. Historisch gezien kampen wij in onze regio met een na-ijleffect. Geopolitieke ontwikkelingen leiden tot onzekerheden en beïnvloeden de prijzen. Dit leidt tot een toenemende inflatie die zowel werk, bedrijfskosten (energie) als investeringen fors duurder maken. Bruto risico 1.500.000 euro Maatregelen Tijdens hoogconjunctuur ook maatregelen treffen voor laagconjunctuur. Bij laagconjunctuur wel durven investeren en de vangnet- en springplankfunctie in stand houden. Zorg voor voldoende spreiding over meerdere werkgevers en bedrijven die werk voor de hallen leveren. Beperk het aantal werknemers per bedrijf. Bekijk of er verbeteringen mogelijk zijn in de contractvoorwaarden en het prijsbeleid. Zet in op het mobiliteitscentrum. Werk met scenario’s. Voorbereiden op compensatie via BUIG-gelden en loon- en prijsindexatie. Inzetten op extra financiering door bijvoorbeeld subsidies. Volgen van de ontwikkeling van het aantal deelnemers. Verder werken we met een stelpost voor het verwacht positief resultaat op de BUIG-gelden. Netto risico 0 euro

48

3. Robotisering en digitalisering (disruptieve technologie) Toelichting Veranderingen van werkprocessen, ontwikkelingen van AI en meer behoefte aan hoger opgeleid personeel, waardoor onze doelgroep minder plaatsbaar is. Dit kan sneller dan verwacht gebeuren. Mede doordat werken op afstand steeds gebruikelijker is geworden. Bruto risico 800.000 euro Maatregelen Strategische keuze maken bij accountmanagement: categorisering werkgevers en inzetten op sociaal ondernemerschap. (Intern) opleiden en ontwikkelen. Onder meer door over te stappen naar meer duurzame werkgevers zoals beschreven bij arbeidsmarktbeleid (strategisch partnership). Programma technologie en inclusie (zoals AI, virtual reality en augmented reality) inzetten om werkzoekenden op te leiden voor de toekomst. We spelen in op de krapper wordende arbeidsmarkt. Netto risico 200.000 euro

4. Kwetsbaarheid rondom ICT-infrastructuur/cybersecurity Toelichting Computercriminaliteit is één van de grootste risico’s geworden. Veilige en betrouwbare ICT is essentieel voor onze organisatie. Een moedwillige of een onopzettelijke verstoring door technische, menselijke of natuurlijke oorzaken kan leiden tot uitval van de ICT-infrastructuur. Kans op grote financiële verliezen. Bruto risico 1.200.000 euro Maatregelen Onze ICT-infrastructuur is ondergebracht in een extern datacentrum bij een professionele ICT-dienstverlener met een gecertificeerd uitwijk- en backupsysteem. Wij voldoen aan DigiD- en Suwinet-audits. Er is een periodieke bewustwordingscampagne over informatiebeveiliging voor de medewerkers. Met ICT-leveranciers dekken we informatiebeveiliging af in contracten en bijbehorende SLA’s. Onze (mobiele) hardware voorzien we van beveiligingsinstellingen en updates volgens standaarden. Acties voor informatiebeveiliging en privacy staan in jaarplannen. Deze sluiten aan op het Informatiebeleidsplan (versie 2024) en het informatiebeveiligings- en privacybeleid (versie 2025). Deze documenten zijn allebei vastgesteld door het DB. Wij werken aan rolgebaseerde autorisaties. Netto risico 800.000 euro

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

49

5. Toename problematiek en meer multiproblematiek bij de doelgroep Toelichting De eisen van de werkgevers nemen toe en de huidige doelgroep heeft multiproblematiek. Dit vraagt veel tijd van onze organisatie, mede doordat we goed moeten afstemmen met andere organisaties. Steeds meer mensen hebben psychische klachten en de ernst van deze klachten neemt toe. Door het dalende bestand Wet sociale werkvoorziening (Wsw) raken we de opgebouwde sociale productie-infrastructuur voor Wsw kwijt. Steeds meer niet-uitkeringsgerechtigden en vso-pro-jongeren van vso en pro maken gebruik van de dienstverlening van Werkzaak. Voor deze mensen is de financiering niet voldoende. Ook verwachten wij steeds meer mensen (zoals voormalig Wajongers) die met hogere loonwaarde kunnen werken als er duurzaam begeleiding is. De verwachte groeiende schuldenproblematiek maakt het voor mensen moelijker om aan het werk te gaan. En het kan binnen Werkzaak voor meer kosten zorgen, bijvoorbeeld door loonbeslag. Bruto risico 650.000 euro Maatregelen Goede opleidingen en de inzet van effectieve instrumenten die de kansen van deze groep vergroten. Instrumentarium voor begeleiden werkzoekenden aanpassen (Keuzehulp instrumenten Eva) en regie zoveel mogelijk in eigen hand houden (onder andere door monitoring ontwikkeling caseload).

Om als sociaal ontwikkelbedrijf even effectief te blijven, moet de sociale productie-infrastructuur vanuit de Wsw blijven. Hier is extra geld voor beschikbaar en wij onderzoeken samen met de gemeenten hoe we dat kunnen inzetten voor het moderniseren van de infrastructuur. De inzet van het participatiebudget monitoren en bijsturen. De groei van niet-uitkeringsgerechtigden en vso-pro-jongeren in kaart brengen en beter inrichten. De (financiële) businesscase met gemeenten bespreken. Netto risico 250.000 euro

6. Omzetdoelstelling wordt niet gehaald onder meer door de actualisering prijsbeleid. Toelichting Wij zetten in op een reële prijs om een hogere omzet te realiseren. Daardoor zijn we beter voorbereid op de toekomst. Door deze reële, hogere prijs in korte tijd in te voeren (actualisering van het prijsbeleid) lopen we wel het risico dat ondernemers de samenwerking stoppen. Dit is in 2025 gebeurd bij een grote klant. We zijn te afhankelijk van een beperkt aantal grote klanten. Daarnaast lopen we het risico van leegloop in onze hallen. Ook door concurrentie van gevangenissen en dagbesteding die een lagere prijs kunnen bieden. De mogelijkheden om omzet te maken worden kleiner, doordat de afstand tot de arbeidsmarkt van de huidige doelgroep groter toeneemt. Ook het aantal dienstverbanden daalt. Dit zet de kwaliteit van de dienstverlening (groepsdetacheringen en schoonmaak) onder druk. De gecontracteerde diensten kunnen niet geleverd worden. Daardoor daalt de omzet. Ook de stijging van de (loon)kosten kan ervoor zorgen dat leveranciers afhaken. Het productieproces vertraagt door schaarste van grondstoffen. De kans dat onze facturen niet betaald worden, wordt groter doordat het aantal faillissementen groeit. Bruto risico 1.200.000 euro Maatregelen De concurrentiepositie verbeteren. Het geactualiseerde prijsbeleid strenger toepassen.

Effectievere begeleiding zodat de productie efficiënter wordt. Als het nodig is, wijken we af van ons prijsbeleid om leegloop in onze hallen te voorkomen. Innovaties van Technologie en inclusie inzetten, zodat we hoogwaardiger werk aankunnen. De extra toegekende gelden investeren we in achterstallig onderhoud en verdere vervanging van oude machines. Aandacht voor het landelijk project Simpel switchen in de participatieketen.

50

Netto risico

Strategisch partnerschappen aangaan met werkgevers om samen risico’s te spreiden. Het debiteurenbeheer is al aangescherpt. Flexibel kunnen schakelen als grote klanten de samenwerking stoppen. 600.000 euro

7. Krapte op de arbeidsmarkt Toelichting Er blijft een tekort aan personeel, onder meer door meer vergrijzing en ontgroening. Het wordt moeilijker om (ambtelijke) vacatures goed in te vullen en personeel te behouden. We moeten mogelijk langer en vaker personeel inhuren. De kosten van inhuur zijn fors gestegen, bijvoorbeeld door nieuwe wetgeving. Krapte op de markt leidt tot prijsverhoging en concurrentie. Als vacatures niet goed ingevuld kunnen worden, kan dat zorgen voor te hoge werkdruk en meer ziekteverzuim. Bruto risico 700.000 euro Maatregelen We onderscheiden ons met prettige werkbeleving, ontwikkel- en omscholingsmogelijkheden, en onderzoek naar (digitale) kansen en ontwikkelingen. Daarnaast houden we in de gaten hoe salarissen zich ontwikkelen in de markt en zo nodig sturen we bij. Netto risico 350.000 euro

8. Bedrijfsonderbreking Toelichting Door verschillende oorzaken en doordat oorzaken met elkaar verweven zijn, lopen we steeds meer kans op bedrijfsonderbrekingen. We moeten leren leven met een nieuwe werkelijkheid waarvan corona of andere ziekten, cybercrime, rampen, energiecrisis, haperende energie- en watervoorziening, recessie en gevolgen van klimaatveranderingen deel uitmaken. De verliezen die hierdoor kunnen ontstaan, kunnen volgens experts tot 45% meer kosten dan de materiële schade door zulke incidenten. Tegenwoordig zijn de (grondstof)toeleveringsketens van veel bedrijven veel meer geïntegreerd, dus de financiële impact van een bedrijfsonderbreking wordt steeds groter. Bruto risico 1.000.000 euro Maatregelen We blijven de ontwikkelingen volgen en beoordelen welke gevolgen de nieuwe situatie heeft. We zijn alert op andere oorzaken van een bedrijfsonderbreking kunnen. Daar bereiden we ons zoveel mogelijk op voor. Denk aan scenarioanalyses en nadenken over bedrijfscontinuïteitsbeleid en wat het ‘noodpakket’ voor bedrijven is. Dit doen we met behulp van de eerste ESG-rapportage (0-meting) uit 2025. Netto risico 700.000 euro

Naast de genoemde meetbare risico’s zien we andere risico’s, zoals imagoschade. Gezien de aard hiervan verbinden we er geen bedragen aan. De belangrijkste beheersmaatregel is streven naar kwaliteit en transparantie. Onvoorzien Het is wettelijk voorgeschreven dat de begroting een post onvoorzien heeft voor het opvangen van onvermijdbare en niet uit te stellen kosten die tijdens het opstellen van de begroting niet zijn voorzien. De hoogte van deze post is echter niet wettelijk vastgesteld. In de begroting 2027 van Werkzaak is hiervoor een bedrag opgenomen van 44.000 euro per jaar.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

51

Frauderisico Wij zien mogelijke frauderisico’s op verschillende gebieden, zoals cybercrime, inkoop en uitkeringen. Om dit te voorkomen, werken wij met functiescheiding, mandaatregeling en andere relevante normenkaders. Aanvullende maatregelen zijn een zorgvuldig personeelsbeleid en een jaarlijkse gesprekscyclus. Wij verwachten van het management een voorbeeldfunctie. Voor het proces uitkeringen zijn zoveel beheersmaatregelen genomen dat we het frauderisico laag inschatten. Denk aan een GBA-koppeling, ingebouwde proces- en ICT-controles, normeringen, functiescheiding, raadplegen Suwinet en inzet van de sociale recherche. De frauderisicoanalyse is eind 2025 in het MT formeel vastgesteld en wordt periodiek geactualiseerd. Stille reserve Tegenover de risico’s staan stille reserves. Werkzaak heeft geen stille reserves.

6.1.2 Beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Tabel 6.1.2.1 Weerstandsvermogen

Vermogen (bedragen * € 1.000) 2027 Beschikbare weerstandscapaciteit

2.500

Benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

2.500

Ratio weerstandsvermogen

1,00

Door wettelijke voorschriften kan Werkzaak verplicht worden om voorzieningen te vormen voor meetbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Het beleid voor het vormen van het weerstandsvermogen staat in de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Als het resultaat op het Programma bedrijfsvoering het toelaat, mag tot een plafond van 3% van de jaarlijkse exploitatielasten worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen. Op basis van de begrote lasten over 2027 is het plafond bepaald op afgerond 3,9 miljoen euro. Het weerstandsvermogen dat nodig is om de netto risico’s af te dekken is 2,5 miljoen euro. Op de balansdatum is het weerstandsvermogen (algemene reserve) 2,5 miljoen euro. Op de balansdatum is het weerstandsvermogen (algemene reserve) 2,5 miljoen euro. Dit betekent een ratio van 1 ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen als afdekking van de risico’s.

52

6.1.3 Financiële kengetallen Het BBV bepaalt dat een basisset van financiële kengetallen wordt opgenomen in de begroting en jaarrekening. Deze kengetallen geven meer inzicht in onze financiële positie. Het gaat om de volgende kengetallen: Tabel 6.1.3.1 Financiële kengetallen

Financiële Kengetallen Rekening

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Netto schuldquote

0,26%

1,33%

-0,18%

-1,10%

-2,09%

-2,96%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor leningen)

-0,30%

0,64%

-0,67%

-1,59%

-2,58%

-3,46%

Solvabiliteitsratio

22,77%

19,49%

26,35%

28,76%

30,99%

32,95%

Structurele exploitatieruimte

0,75%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Financiële Kengetallen

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

<90%

90%-130%

>130%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor leningen)

<90%

90%-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20%-50%

<20%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0,00%

<0%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van onze schuldenlast tegenover onze eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, maken wij bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid tussen het kengetal inclusief en exclusief de doorgeleende gelden. Dat maakt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan wij het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Ons eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (algemene- en bestemmingsreserve) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting onderscheiden we structurele en incidentele lasten.

De structurele exploitatieruimte wordt uitgedrukt in een percentage. Het bestaat uit het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten.

Conclusie Onze netto schuldquote, als kengetal voor de leningen, is ruim voldoende. De eigen middelen zijn hoger dan de schuldenlast. Voor solvabiliteit is het percentage laag (gezond is minimaal vijftig procent) vanwege een lage reservepositie in verhouding tot het balanstotaal.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

53

6.2 Financiering Algemene ontwikkelingen Werkzaak Rivierenland hanteert een gedegen en verantwoord financieel beleid. We bewaken onze financiële situatie goed en nemen geen onnodige risico’s. Net zoals een huishouden zijn uitgaven plant, beheren wij onze begroting met focus op stabiliteit en efficiëntie. De treasuryfunctie van Werkzaak valt onder wettelijke regels, zoals de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het verplicht schatkistbankieren. Uitvoering financieel beheer Volgens de financiële regels van 2025 blijft Werkzaak de geldstromen zorgvuldig beheren. We zetten middelen slim in en houden onze uitgaven scherp in de gaten. Ons beleid richt zich op: • optimalisatie van interne financieringsmiddelen; • beperking van externe financieringsrisico’s; • handhaving van een solide liquiditeitspositie; • korte termijn liquiditeitsplanning met een looptijd tot één jaar. Externe ontwikkelingen Economische veranderingen en wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen invloed hebben op onze financiële situatie. We volgen deze ontwikkelingen goed en spelen hier proactief op in. Door de bestaande langlopende huisvestingslening heeft Werkzaak geen aparte rentevisie. Risicobeheer Werkzaak werkt aan financiële stabiliteit en transparantie.

Onze kasgeldlimiet zorgt ervoor dat we niet afhankelijk worden van kortlopende leningen. Ook houden we de risico’s van rentewijzigingen goed in de gaten. Kasgeldlimiet • Percentage voor 2026: 8,5% van de begroting. • Begrotingsomvang: 131.029.000 euro. (Norm: 11.137.465 euro) • Geen gebruik van kasgeldleningen gepland. Renterisico • Renterisiconorm: maximaal 20% van het begrotingstotaal. (Norm: 26.205.800 euro) • Jaarlijkse aflossing op langlopende lening BNG: voorlopig geraamd op 105.000 euro. Tabel 6.2.1 Rente

Renteschema (* € 1) Externe rentelasten Externe rentebaten

2027

2028

2029

2030

46.500

46.500

46.500

46.500

-

-

-

-

46.500

46.500

46.500

46.500

-

-

-

-

46.500

46.500

46.500

46.500

Rente over voorzieningen

-

-

-

-

Rente over eigen vermogen

-

-

-

-

Aan taakveld toe te rekenen rente

-

-

-

-

Renteomslag 0%

-

-

-

-

46.500

46.500

46.500

46.500

Saldo rentebaten en rentelasten Rente van projectfinanciering Taakveld toerekenen externe rente

Totaal

54

Werkzaak blijft de kredietrisico’s minimaliseren door: • voortdurende monitoring van financiële posities; • adequate voorzieningen; • beperking van uitzettingen van geldmiddelen. Frauderisico Het beheersen van frauderisico’s is een belangrijk onderdeel van onze financiële processen. We richten ons vooral op risico’s met bancaire middelen. Onze risicoanalyse kijkt naar kwetsbaarheden zoals: • ongeautoriseerde financiële transacties; • manipulatie van betaalprocessen; • mogelijke interne en externe fraudemechanismen. Om deze risico’s te verkleinen, gebruiken we strikte beheersmaatregelen: • vier-ogenprincipe bij financiële goedkeuringen; • periodieke interne controles en audits; • functiescheiding binnen financiële processen. Dankzij deze maatregelen worden de frauderisico’s als ‘laag’ gekwalificeerd. We blijven elke keer evalueren in onze jaarlijkse actualisatie van de fraudeanalyse en waar nodig onze controlesystemen aanscherpen. Financieringsbehoefte Werkzaak voert een solide en evenwichtige financieringsstrategie. We gebruiken onze eigen reserves zo goed mogelijk en maken alleen gebruik van externe financiering als dat nodig is. Onze vaste activa worden gefinancierd met lang vermogen. Dit gebeurt deels via een langlopende lening bij de BNG en deels met eigen vaste financieringsmiddelen (reserves).

Onze financiële situatie is sterk, en de financieringsverhoudingen op basis van de verwachte balans zijn gezond. Tabel 6.2.2 Lening

Lening portefeuille (bedragen * € 1.000) Oorspr.

Rente

Looptijd

hoofdsom Lening BNG

4.200

Totaal

4.200

Afgelost in

(jaren) 1,40%

40

2056

Stand per

Stand per

31-12-26

31-12-27

3.150

3.045

3.150

3.045

Tabel 6.2.3 Financieringsverhoudingen

Financieringsbehoefte (bedragen * € 1.000) Boekwaarde per 31-12-2026

Boekwaarde per 31-12-2027

6.849

6.877

(reserves en voorzieningen)

6.349

7.107

Langlopende lening (BNG)

3.150

3.045

Totaal financieringsmiddelen

9.499

10.152

Financieringstekort/overschot

2.650

3.275

Totaal te financieren kapitaalgoederen

Eigen vaste financieringsmiddelen

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

55

6.3 Bedrijfsvoering Tabel 6.3.1 Bedrijfsvoering per programma

2027 Bedragen (in €) Totaal

Inkomen

SW

Beschut

SW LKS

Participatie

Overhead

25.398.600

4.731.700

4.684.900

1.437.700

313.800

8.950.500

5.279.900

326.300

25.600

-

-

-

-

300.700

556.800

228.700

-

21.300

Lasten Salarissen Doelgroepprofessionals Huisvesting Poppenbouwing

1.075.900

Materiële kosten

5.107.100

Directe kosten Inkomen Inleenvergoeding Projecten Totaal lasten

549.200

268.900 5.107.100

549.200

3.972.600

2.518.200

1.454.400

-

-

-

-

-

36.429.700

5.306.500

5.241.700

4.184.600

313.800

-

1.813.000

5.167.600

5.646.600

2.118.300

1.135.400

5.646.600

3.931.300

-

10.426.200 10.956.600

Baten Participatiebudget

6.980.600

Netto omzet

8.900.200

Reserve Totaal baten

15.880.800

Saldo van baten en lasten

20.548.900

Verdeling overhead Totaal

0

0

6.303.000

0

5.306.500

-404.900

253.300

313.800

4.123.200 10.956.600

6.938.500

2.678.100

851.500

160.400

75.800 -10.956.600

20.548.900 12.245.000

2.273.200

1.104.800

474.200

4.199.000

0

Organisatievisie We spelen in op veranderingen die zich intern en extern voordoen. Bedrijfsvoering die daarin optimaal ondersteunt, is essentieel. We werken waardegedreven. We verbeteren voortdurend en innoveren om goed op in te kunnen spelen op de toekomst en onze werkwijzen verder te optimaliseren. We verbeteren met ervaringsdeskundigheid, kennis van professionals en wetenschap. We doen wat werkt (methodisch werken) voor werkzoekenden en werkgevers. We realiseren klantwaarde, binnen de rechtmatige kaders en zo efficiënt mogelijk. De administratieve lasten verlagen we zoveel mogelijk, onder meer door standaardisatie van processen. Zo ontstaat meer ruimte voor de persoonlijke benadering van onze klanten. De snelle ontwikkelingen maken organisaties kwetsbaarder. Het vraagt om flexibiliteit en zet druk op competenties van medewerkers. Voor uitvoerders in het sociaal domein zijn specifieke competenties steeds belangrijker om met multiproblematiek bij inwoners om te gaan. Ook de werkgeversdienstverlening vraagt om doorontwikkeling waarbij specifieke competenties nodig zijn. De snelle ontwikkelingen vragen om nieuwe vormen van partnerschappen om onze doelen te realiseren, zoals publiek-private samenwerking. De kosten en de baten van onze dienstverlening borgen we in een goede planning en control cyclus.

56

Interne controle Ook in 2027 voeren we het in het DB vastgestelde controleplan uit. Daarnaast willen we onze interne controle verder verbeteren. Dit doen we door technologie, verbeterde processen en gerichte professionalisering. We gebruiken data om risico’s sneller en nauwkeuriger te herkennen en zetten automatische hulpmiddelen in om processen te controleren. We beschrijven en verbeteren onze processen verder met ons nieuwe procesmanagementsysteem Engage. We gaan onderzoeken hoe we zelf meer kunnen doen op het gebied van controles op IT-gebied. We verwachten dat we hierdoor risico’s in IT-systemen beter en eerder kunnen aanpakken. Onze audits kijken steeds vaker naar hele processen in plaats van losse handelingen. Dit geeft ons meer inzicht en een sterkere manier om te controleren. We letten ook meer op zaken zoals cultuur en (eerlijk) gedrag binnen de organisatie, de zogenaamde ‘soft controls’. Tegelijk zorgen we dat we voldoen aan wetten, klantgericht blijven en efficiënt werken. Zo dragen we bij aan de doelen van de organisatie en aan het kunnen afgegeven van de jaarlijkse rechtmatigheidsverantwoording. Inkoopbeleid In 2027 wordt op basis van de inkoopkalender en nieuwe inkoopbehoeftes, contracten herzien of wordt een nieuwe rechtmatige inkoopprocedure gestart.

Vanuit inkoop wordt niet alleen vanuit noodzaak, doelmatigheid en rechtmatigheid gestuurd maar ook op efficiëntie, partnerschap en gezamenlijke waarde creatie ingezet zodat de inkoop zoveel mogelijk bijdraagt aan onze maatschappelijke doelen zoals sociale werkplekken, de lokale economie en duurzaamheid. Wij benutten actief de samenwerking met onze gemeenten, Cedris en de markt voor inkoopkansen en SROI. Op basis van de inkoopkalender en nieuwe inkoopbehoeftes worden contracten herzien of wordt een nieuwe rechtmatige inkoopprocedure gestart. Vanuit inkoop wordt niet alleen vanuit noodzaak, doelmatigheid en rechtmatigheid gestuurd maar ook op efficiëntie, partnerschap en gezamenlijke waarde creatie ingezet zodat de inkoop zoveel mogelijk bijdraagt aan onze maatschappelijke doelen zoals sociale werkplekken, de lokale economie en duurzaamheid. Privacy en informatiebeveiliging Het beschermen van informatie is heel belangrijk. We zorgen dat gegevens veilig blijven en niet ongewenst worden veranderd of gebruikt. Ook maken we informatie betrouwbaar beschikbaar. Wij hebben de taak om de vertrouwelijke gegevens van onze cliënten goed te beschermen. Daarom werken we voortdurend aan informatieveiligheid, privacy en gegevensbescherming binnen onze organisatie. Cybercriminaliteit neemt toe, zowel in Nederland als daarbuiten.

Dit betekent dat we onze systemen en regels steeds moeten aanpassen en versterken. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de NIS2-richtlijn en het gebruik van AI, vragen om goede controle en verbetering van onze beveiliging. Daarnaast geven we voorlichting aan medewerkers, via bewustwordingscampagnes, zodat zij de risico’s begrijpen en verantwoordelijk omgaan met gegevens.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

57

6.4 Onderhoud kapitaalgoederen Werkzaak heeft twee panden in haar bezit, het bedrijfspand en het Leerlab in Geldermalsen. Beide gebouwen worden onderhouden volgens een meerjarenonderhoudsplan. Het onderhoudsplan wordt 5-jaarlijks geactualiseerd. In 2025 is het onderhoudsplan gebouwen geactualiseerd. Tabel 6.4.1 Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen (bedragen * € 1.000) Begroot 2027 Exploitatie budgetten gebouwen

1.076.000

Storting voorziening gebouwen

214.000

Totaal

1.290.000

6.5 Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) is een wettelijk kader dat sinds 1 mei 2022 invloed uitoefent op het informatiespeelveld. Het actief openbaar maken van informatie, het passief openbaar maken van informatie en de informatiehuishouding op orde brengen staan hierbij centraal. Actieve openbaarmaking Werkzaak maakt alle verplichte informatiecategorieën actief openbaar. Landelijke richtlijnen worden gevolgd voor het steeds verder uitbreiden van de informatiecategorieën die actief gepubliceerd moeten worden. We volgen tevens de landelijk ontwikkelingen op het gebied van publicatie zodat we (mogelijk) kunnen aansluiten bij een landelijk publicatieplatform. Passieve openbaarmaking Binnen ons Document Management System is samen met onze IT-leverancier het Woo-proces ingericht. Informatiehuishouding op orde De verbetering van de informatiehuishouding heeft al langere tijd de aandacht. Er zijn meerdere (langlopende) projecten die hieraan bijdragen. Hierin worden ook de mogelijkheden van technische ontwikkeling meegenomen voor verbetering van onze informatiehuishouding. Werkzaak is aangesloten bij diverse landelijke- en regionale initiatieven om gezamenlijk de Woo ontwikkelingen nauwgezet te volgen, te bespreken en kennis te delen.

58

6.6 Verbonden partijen Stichting Flex & Zeker

Tabel 6.6.1 Stichting Flex & Zeker

Omschrijving Vestigingsplaats

Geldermalsen

Rechtspositie

Stichting

Doel en openbaar belang

Arbeidsbemiddeling

Zeggenschap

Directeur Werkzaak Rivierenland

Bestuurlijk Belang

100% eigenaar

Betrokkene

GR Werkzaak Rivierenland

Risico's

Deze komen voor rekening van GR Werkzaak Rivierenland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16970597/1