B6. MER (inclusief adviezen Cie. mer en aanvullingen)
Tekst van het document
Aanvankelijk was het idee om de Vonkerplas zowel aan de zuid- als de noord- of oostzijde te verondiepen, maar in het DO1.99 is enkel voorzien in gedeeltelijke verondieping van de Vonkerplas aan de zuidzijde om hiermee extra areaal ondiep water en stranglengte te kunnen creëren en landschappelijke en ecologische waarden aan de oostzijde van de Vonkerplas te handhaven. Tijdens de toetsing van het DO1.99 intensiveerde de maatschappelijke discussie over het wel of niet verondiepen van voormalige zandwinplassen. Het aanvankelijke initiatief om de zuidzijde van de Vonkerplas gedeeltelijk te verondiepen met gebiedseigen materiaal (voor zover dat voldoet aan het Besluit bodemkwaliteit, Bbk) dat vrijkomt bij het graven van de geulen is losgelaten. Vanwege gebrek aan draagvlak en onvoldoende feitelijke kennis over de huidige ecologische waarde van de plas is besloten om af te zien van verondieping en de Vonkerplas buiten de scope van het plan te houden. Al het al het materiaal wordt afgevoerd, en deze variant is daarmee komen te vervallen. Resumerend Op grond van het bovenstaande zijn er thans geen varianten meer in beeld voor het voorstel voor het DO2.0.
5.5
Wijze van aanleg De initiatiefnemer is voornemens dit project als geïntegreerd contract conform (UAV-GC) aan te besteden. Hiervoor is gekozen om inschrijvende marktpartijen maximaal uit te dagen om onder andere het werk op een zo omgevingsvriendelijk mogelijke wijze uit te voeren. Bij de gunning voor de te selecteren marktpartij zal dit naar verwachting een van de beoordelingscriteria zijn. Dit heeft tot gevolg dat in deze fase van de planvorming nog weinig zekerheid bestaat over de wijze van uitvoering.
75
Op voorhand is enkel als randvoorwaarde gesteld dat het af te voeren bodemmateriaal enkel per schip mag worden afgevoerd. Ook benodigde materialen dienen per schip te worden aangevoerd. Dit zal als contractverplichting in de aanbestedingsdocumenten worden opgenomen. Op basis van de resultaten van de toetsing van het voorstel voor het DO2.0aan de verschillende milieueffecten in dit MER kunnen mogelijk nog aanvullende maatregelen nodig blijken die aan het contract dienen te worden toegevoegd. Elders in dit MER wordt hier nader op ingegaan. Op deze manier wordt het milieubelang geborgd in de wijze van aanleg. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het nemen van extra maatregelen ter bescherming van aanwezige natuurwaarden zoals het werken buiten bepaalde broedperiodes.
76
6
SAMENVATTING MILIEUEFFECTEN In onderstaande tabellen is de samenvattende effectbeoordeling voor elk van de in tabel 3.1 genoemde thema’s nogmaals weergegeven. Voor een nadere toelichting op deze effectscores wordt verwezen naar deel B van dit MER. Tabel 8.1
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘Water’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen
Rivierkunde Effecten op waterstanden in de Waal Sedimentatie in de Waal Sedimentatie in de geulen / strangen Dwarsstroming Verandering inundatiefrequentie Verandering in sedimentatie rivierslib en herverontreiniging Waterkeringen Beïnvloeding waterkeringen (stabiliteit en piping) Grondwater Effect op kwel en grondwaterstanden Gevolgen verondiepen Vonkerplas op grondwaterstromingen Effect op grondwaterkwaliteit Risico op verspreiding van verontreinigingen vanuit puntbronnen Oppervlaktewater Effect op oppervlaktewatersysteem Effect op kwaliteit oppervlaktewater Effect hergebruik vrijkomende grond Risico op blauwalg
0
0
Niet van toepassing
0
--
Niet van toepassing (zie onder)
0
0
Niet van toepassing
0 0
0 0/-
Niet van toepassing Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
0
Aanbrengen kleilagen (onderdeel voorstel DO2.0)
0
0/-
0
n.v.t.
Aanbrengen kleilagen, aanleggen waterberging Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
++
Niet van toepassing
0
++
Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
0/+
Niet van toepassing
77
Tabel 8.2
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘natuur’ Referentie Voorstel situatie DO2.0 Beschermde gebieden Effect op Natura20000 0 gebieden - aanlegfase Effect op Natura2000gebieden - gebruiksfase Effect op overige beschermde gebieden Beschermde soorten Effect op beschermde soorten Kans op het ontstaan van nieuwe stikstofgevoelige habitats Ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden
Tabel8.3
0
++
Opstellen van en werken volgens ecologisch werkprotocol, uitwerking beheerplan Rijntakken Niet van toepassing
0
++
Niet van toepassing
0
0
0
+
Opstellen van en werken volgens ecologisch werkprotocol Niet van toepassing
0
++
Niet van toepassing
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘bodem’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen
Bodemkwaliteit Effect op waterbodemkwaliteit Locaties verontreinigd sediment Verwerkingswijze verontreinigd materiaal Aardkundige waarden Effect op geologische waarden Beïnvloeding bodemsamenstelling toplaag Grondverzet Omvang grondstromen Wijze van hergebruik grondstromen
78
Aandachtspunten / extra maatregelen
0
+
0
n.v.t.
Niet van toepassing. Nog niet volledig onderzocht (leemte) Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
+
Niet van toepassing
0 0
n.v.t.. -
Niet van toepassing Niet van toepassing
Tabel 8.4
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘landschap, cultuurhistorie en archeologie’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen
Landschap Effect op landschappelijke waarden Effect op visuele kwaliteit Cultuurhistorie Beïnvloeding cultuurhistorische waarden Archeologie Archeologische verwachtingswaarde Beschermde archeologische monumenten
0
0/+
Niet van toepassing
0
0
Niet van toepassing
0
0/+
Niet van toepassing
0
0/-
0
0/-
Uitvoering onder archeologische begeleiding Uitvoering onder archeologische begeleiding
Tabel 8.5
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘woon en leefmilieu’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen Wonen en werken Gevolgen woonfunctie 0 0 Niet van toepassing Gevolgen leefbaarheid 0 0 Niet van toepassing 0 Niet van toepassing Ontwikkelingsmogelijkhe 0 den bedrijven Recreatie Bestaande recreatieve 0 0 Niet van toepassing functies 0 Niet van toepassing Mogelijkheden recreatief 0 medegebruik Verstoring Kans op verstoring door 0 + Niet van toepassing, aandacht voor ongewenst gebruik handhaving gevraagd Verkeer Verkeersafwikkeling 0 0 Niet van toepassing Verkeersveiligheid 0 0 Niet van toepassing Effect vitale infrastructuur 0 0 Niet van toepassing Bereikbaarheid 0 0 Niet van toepassing hulpdiensten
79
Tabel 8.6
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘landbouw’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen Verandering areaal 0 0/Niet van toepassing landbouwgrond Bereikbaarheid percelen 0 0 Niet van toepassing Effect op kwaliteit 0 0 Niet van toepassing agrarische grond Effect op ontwikkelings0 0 Niet van toepassing mogelijkheden agrarische bedrijven Mogelijkheden voor 0 PM Nader overleg over natuurbeheer door agrarisch natuurbeheer agrariërs
Tabel 8.7
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘overige aspecten’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen Effect op kabels en 0 0/Niet van toepassing leidingen Effect op externe 0 0 Niet van toepassing veiligheid
Tabel 8.8
Samenvattende effectbeoordeling thema ‘effecten in de aanlegfase’ Referentie Voorstel Aandachtspunten / extra situatie DO2.0 maatregelen Hinder tijdens de 0 0/Hinderbeperkende maatregelen in aanlegfase aanbestedingsdocument opnemen, en onderdeel van gunningscriteria 0 Geen Wnb vergunning nodig want Stikstofdepositie tijdens aanlegfase opgenomen in beheerplan [47]. Recreatieve voorzieningen worden all electric aangelegd
80
7
BEOORDELING VAN HET DOELBEREIK
7.1
Algemeen Bij de start van het ontwerptraject waren (in de vraagspecificatie) drie hoofddoelen voor het project geformuleerd. Deze zijn beschreven in paragraaf 2.2.1 van voorliggend milieueffectrapport. Samengevat kwamen deze neer op de aanleg en inrichting van 2 km meestromende nevengeul, 5,3 km aangetakte strang (drie stuks) en 260 ha. nieuwe natuur. Dit alles bedoeld om het uiteindelijk beoogd projectresultaat te realiseren, zijnde de realisatie van een zo goed mogelijk samenhangend, riviergebonden natuurgebied als hoogwaardige schakel binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) waardoor een zo hoog mogelijke ecologische kwaliteit kan ontwikkelen die zo duurzaam mogelijk beheerd kan worden. Met dit laatste wordt bedoeld dat de beoogde natuurontwikkeling zo min mogelijk afhankelijk is van periodieke grootschalige interventies zoals maaien, maar er wordt uitgegaan van integrale begrazing in grote eenheden. Gedurende het ontwerpproces zijn deze hoofddoelen door het technisch ontwerpteam aan zowel opdrachtgevers- als opdrachtnemerszijde gezamenlijk doorvertaald en gespecificeerd in een aantal technische en functionele projectdoelen en eisen. Hierin zijn tevens ambities geformuleerd voor de doelsoorten die zich hier kunnen ontwikkelen.
Om vanuit de functionele eisen te komen tot een consistent en samenhangend ontwerp, zijn uitgangspunten voor ontwikkeling, beheer en inrichting geformuleerd. Deze zijn weergegeven in het eisenregister en toegelicht in de ontwerponderbouwing die als separate documenten zijn opgeleverd. Zoals in hoofdstuk 2 is toegelicht, is tijdens het planvormingsproces besloten om de drie bovenstaande initiële projectdoelstellingen als volgt te herdefiniëren: 1) 5,3 km meestromende nevengeul t (KRW-maatregel Y3007). 2) 4,7 km meestromende nevengeul (KRW-maatregel Y3006 en surplus, in te zetten als omwisselmaatregel voor KRW-doelen in andere uiterwaarden). 3) 54,8 ha. uiterwaardverlaging overstroomgebied (surplus). 4) 130 ha. Natura 2000-inrichting (GNN). 5) 141 ha. NURG inrichting. De eerste twee doelen kunnen daarbij in gezamenlijkheid wordt beschouwd aangezien het onderscheid enkel wordt bepaald of deze doelen als onderdeel van de tweede of de derde tranche van de Kaderrichtlijn Water worden gerealiseerd. Gezamenlijk is dus sprake van een projectdoelstelling van tien kilometer meestromende nevengeul. In dit hoofdstuk wordt de toets op doelbereik uitgevoerd voor de geherdefinieerde projectdoelen. De verificatie van de nadien uitgewerkte projecteisen en vertaling in de natuurdoeltypen is separaat uitgevoerd en opgenomen in de ontwerponderbouwing [55].
7.2
Toetsing van het voorstel voor het DO2.0 Beoogd projectresultaat Door de realisering van het voorstel voor het DO2.0 wordt het beoogd projectresultaat (zijnde de realisatie van een zo goedmogelijk samenhangend, riviergebonden natuurgebied als hoogwaardige schakel binnen het GNN waardoor een zo hoog mogelijke ecologische kwaliteit kan ontwikkelen die zo duurzaam mogelijk beheerd kan worden) behaald. In het voorstel voor het DO2.0 is een balans gecreëerd tussen de doelen van de KRW, Natura 2000 en GNN/NURG. Dit betekent dat invulling van het ene doel een effect kan hebben op een van de andere doelen.
81
Als voorbeeld: het creëren van minder KRW doel zoals bijvoorbeeld minder lengtegeulen kan effect hebben op de rivierkundige aspecten binnen het project (peil verhoging of verlaging van de Waal als gevolg van het project) en dus minder beheerruimte (ruwheid). Om de effecten op rivierkunde te mitigeren is aanpassing van ruwheden binnen het project nodig en heeft gevolgen voor het GNN/NURG doel. Vanuit de projectopgave dient de hoogst haalbare ecologische kwaliteit behaald te worden voor de doelen KRW, N2000, GNN/NURG. Deze opgave heeft geresulteerd in samenspraak met de initiatiefnemer is gesteld dat dit het hoogst haalbare ontwerp is. Het hoogst haalbare ontwerp is het resultaat van de afweging tussen onder andere ecologie, rivierkunde, gebruik, landschap, beheer, etc. Dit heeft geresulteerd in de ecologische kwaliteit: KRW: circa 10 km (ruim 9,5 km) nevengeul GNN: circa 263 ha. nieuwe natuur in aanvulling op 192 ha. bestaande natuur maakt totaal ca. 455 ha. NURG: ca. 135 ha
Afbeelding 7.1
Berekening areaalnatuurontwikkeling in het voorstel voor het DO2.0
Lengte geulen Het voorstel voor het DO2.0 voorziet in de aanleg van vijf meestromende nevengeulen. Van noordoost naar zuidwest betreft het: Nevengeul Wamel: circa 1,6 km Nevengeul Tielse Plaat: circa 1,8 km Nevengeul Dreumel: circa 2,3 km Nevengeul Varikse Plaat: circa 2,0 km Nevengeul Heerewaarden: circa 1,9 km. Binnen de beschikbare ruimte zijn ecologisch optimale meestromende nevengeulen ontworpen. De gezamenlijke lengte van de geulen bedraagt circa 10 km (meer dan 9,5 km) op basis waarvan is geconcludeerd dat afgerond aan de eerste twee projectdoelen is voldaan. Het doel wordt weliswaar niet volledig behaald, maar dit is acceptabel bevonden omdat dit gegeven het plangebied de optimale vormgeving met maximale ecologische kwaliteit is. Uiterwaardverlaging overstroomgebied In het voorstel voor het DO2.0 is een aantal overstroomgebieden aangewezen om langer water vast te houden tijdens hoogwater. Dit betreft twee ongestuurde uiterwaardverlagingen op het deelgebied direct ten noorden van Bato’s erf (zie afbeelding 7.2). Daarnaast is in het zuidelijk deel van het plangebied een gestuurde overstromingsvlakte gepland bij het voormalige eiland van De Voorn (vlakte 1a en 1b in afbeelding 7.3) en bij het (voormalige) eiland van Heerewaarden (vlakte 2a en 2b in afbeelding 7.3). Samengevat gaat het om:
82
(ongestuurde) uiterwaardverlaging overstroomgebied noordoost: 2,8 ha (ongestuurde) uiterwaardverlaging overstroomgebied zuidwest: 7,6 ha (gestuurde) overstromingsvlakte De Voorn 1A: 23,7 ha (gestuurde) overstromingsvlakte De Voorn 1B: 4,2 ha (gestuurde) overstromingsvlakte Heerewaarden 2A: 2,5 ha (gestuurde) overstromingsvlakte Heerewaarden 2B: 14,0 ha. Totaal is daarmee sprake van het realiseren van 54,8 ha. aan overstromingsvlakte. Het derde projectdoel (te wetende realisering van 54,8 ha. uiterwaardverlaging overstroomgebied) wordt daarmee behaald.
Afbeelding 7.2
Ligging uiterwaardverlaging ongestuurde overstromingsvlakte
Afbeelding 7.3
Ligging van de gestuurde overstromingsvlaktes
83
Areaal natuurontwikkeling Binnen de begrenzing van voorstel voor het DO2.0 is voorzien in de realisering van circa 263 hectare nieuwe natuur, in aanvulling op de circa 192 ha. reeds ingerichte natuur binnen dit gebied zodat in de eindsituatie een nieuw natuurgebied van in totaal circa 455 ha. ontstaat. Hiermee wordt voldaan aan het beoogde eindresultaat van het project. Het totale natuurgebied zal de gewenste omvang behalen, maar een iets groter gedeelte dient te worden aangemerkt als reeds ingerichte natuur, zodat het areaal nieuw in te richten natuur uitkomt op 263 ha. Vergeleken met de eerdere toetsing van het basisontwerp is dus sprake van een afname van het areaal nieuw in te richten natuur. Dit wordt veroorzaakt doordat de begrenzing van het basisontwerp verschilt van die van het DO 1.5. Zo is bijvoorbeeld het gebied rondom De Hul en het depot aan de zuidzijde van de Vonkerplas in het DO1.99 en in het voorstel voor het DO2.0 vanwege de eigendomssituatie buiten de begrenzing van het ontwerp gelaten en zijn andere percelen aan het ontwerp toegevoegd (bij Heerewaarden). Met het voorstel voor het DO2.0 wordt voldaan aan de doelstellingen 4 en 5 (130 ha. Natura 2000-inrichting (GNN) respectievelijk 141 ha. NURG inrichting).
84
8
VOORKEURSALTERNATIEF (DO2.1) Vaak worden in een (ontwerpend) MER verschillende alternatieven en varianten voor een planvoornemen beschreven en afgewogen en worden op basis daarvan de gunstige elementen daaruit samengebracht in een voorkeursalternatief (VKA) van de initiatiefnemer(s). Dit voorkeursalternatief wordt vervolgens planologisch verankerd en de benodigde hoofdvergunningen worden aangevraagd. Zoals eerder in dit MER is aangegeven, is in dit planproces daarentegen sprake van één ontwerp voor het plangebied dat in een aantal ontwerprondes steeds is doorontwikkeld. Gedurende dit ontwerpproces zijn voor onderdelen verschillende varianten uitgewerkt en afgewogen op meerdere argumenten, waaronder milieuoverwegingen (zie ook paragraaf 3.2). Dit heeft geleid tot een voorstel voor het DO2.0 (het planvoornemen ofwel de voorgenomen activiteit) dat in deel B van dit MER voor alle beoordelingscriteria uit de NRD is getoetst en beoordeeld op de effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van deze effectbeschrijvingen is beoordeeld of deze aanleiding geven tot het nemen van aanvullende mitigerende of compenserende maatregelen en/of om het voorstel voor het DO2.0 aan te passen. Dit is enkel voor het aspect geohydrologie het geval gebleken.
Door het op een aantal plaatsen aanbrengen van de kleilagen in delen van de geulen worden ongewenste hydrologische effecten grotendeels gemitigeerd binnen de toelaatbare bandbreedte. Deze maatregelen maken onderdeel uit van het voorstel voor het DO2.0 dat getoetst is, en daarom is een beperkt negatief effect aan dit criterium toegekend. Om dit effect verder te beperken, is geadviseerd om ter hoogte van Bato’s Erf een binnendijkse waterberging te realiseren in het definitieve DO2.1. Om te voorkomen dat verontreinigd grondwater vanuit het depot aan de zuidzijde van de Vonkerplas via de geul Dreumel in het oppervlaktewater terecht komt, is als extra preventieve maatregel voorgesteld om de bodem van de geul hier van klei te voorzien. Daar waar in de stromende nevengeulen een kleilaag wordt aangebracht, wordt deze kleilaag bedekt met een voldoende dikke zandlaag als substraat voor reofiele soorten. Daarnaast hebben de initiatiefnemers gedurende het planvormingstraject waarin het voorstel voor het DO2.0 werd getoetst enkele percelen minnelijk kunnen verwerven. Dit leidt niet tot een ander ontwerp van de nevengeulen of overstromingsvlaktes, maar deze percelen worden wel anders beheerd en toegevoegd aan het areaal natuurgebied. Hierdoor valt de toets op doelbereik van het definitieve DO2.1 nog wat hoger uit dan is omschreven in paragraaf 7.2 van dit MER.
Het planvoornemen (voorstel voor het DO2.0) ging uit van de realisering van 263 ha nieuwe natuur in aanvulling op de 192 ha reeds ingerichte GNN natuur zodat een totaal natuurgebied van 455 ha ontstaat. Het Definitieve DO2.1 gaat uit van de realisering van 287 ha nieuwe natuur in aanvulling op de 207 ha reeds ingerichte GNN natuur zodat een totaal natuurgebied ontstaat van 494 ha.
Afbeelding 8.1
Berekening areaalnatuurontwikkeling in het Definitief Ontwerp DO2.1.
85
Verder is het voorkeursalternatief (VKA) van de initiatiefnemers op hoofdlijnen gelijk aan het planvoornemen zoals omschreven in hoofdstuk 5 van dit MER. In afbeelding 8.2 is de presentatietekening van het DO2.1 opgenomen. Om de robuustheid van het natuurgebied weer te geven, zijn ook bestaande bos- en natuurgebieden van de initiatiefnemers in de omgeving hierop aangegeven. Een meer gedetailleerde versie van deze tekening is in bijlage B6 opgenomen.
86
Afbeelding 8.2
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
87
Afbeelding 8.2 (vervolg)
88
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
Afbeelding 8.2 (vervolg)
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
89
Afbeelding 8.2 (vervolg)
90
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
Afbeelding 8.2 (vervolg)
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
91
Afbeelding 8.2 (vervolg)
92
Het voorkeursalternatief (DO2.1)
9
LEEMTEN IN KENNIS EN INFORMATIE EN EVALUATIE
9.1
Algemeen In dit hoofdstuk worden de gesignaleerde leemten in kennis en informatie beschreven (paragraaf 9.2). Indien relevant, wordt daarbij tevens vermeld in hoeverre deze leemten invloed hebben gehad op de effectbeschrijving en of zij van belang zijn bij de uiteindelijke besluitvorming over de voorgenomen herontwikkeling van de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden. Deze leemten in kennis en informatie zullen zo nodig worden betrokken bij het uitwerken van de uitvoeringswijze en in het concept- evaluatieprogramma (paragraaf 9.3) dat ten behoeve van de inventarisatie, analyse en beoordeling van de daadwerkelijk opgetreden milieugevolgen van de ontwikkeling zal worden opgesteld.
9.2
Leemten in kennis en informatie Bij de beschrijving van de leemten in kennis en informatie is onderscheid te maken in de voorgenomen activiteiten en in de diverse relevante milieuaspecten. Tevens is vermeld in hoeverre deze leemten invloed hebben gehad op de effectbeschrijving en of ze van belang zijn bij de uiteindelijke besluitvorming over de voorgenomen herontwikkeling van de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden (UWDH). Daarbij is de volgende indeling gehanteerd: (+) = belangrijk voor de besluitvorming; (0) = minder belangrijk voor de besluitvorming; (-) = niet of nauwelijks belangrijk voor de besluitvorming. Mogelijke oorzaken van leemten in kennis en informatie kunnen zijn:
Het ontbreken van gebiedsinformatie; Het ontbreken van voldoende detailinformatie over (onderdelen van) de voorgenomen activiteiten, waardoor effectvoorspellingen slechts in algemene zin kunnen plaatsvinden;
Onvoldoende informatie omtrent ingreep-effectrelaties; Onzekerheid over autonome ontwikkelingen. Op dit moment zijnde volgende leemten gesignaleerd: Archeologie. In het archeologisch bureauonderzoek is aanbevolen om aanvullend onderzoek te verrichten in de delen waar nieuwe geulen of duikers worden gegraven en waar maaiveldverlaging dieper zal plaatsvinden dan het oorspronkelijk maaiveldniveau. Daarbij is aangegeven dat dit onderzoek te zijner tijd pas hoeft plaats te vinden in de vorm van archeologische begeleiding tijdens de uitvoeringsfase (-). Explosieven. Uit het bureauonderzoek explosieven is een aantal verdachte locaties aangemerkt. Deze delen van het plangebied zijn thans nog niet onderzocht en vrijgegeven. Deze uitvoeringsverplichting zal bij de inschrijvende aannemer worden gelegd (-). Bodemkwaliteit. In aanvulling op het vlakdekkende vooronderzoek is op een aantal plekken waar graafwerkzaamheden gepland zijn, verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd (booronderzoek). Vanwege de scopewijziging en het herontwerp van eind 2019 (waarbij de eenzijdig aangetakte strangen zijn doorontwikkeld tot meestromende nevengeulen) zal op een aantal andere en extra plaatsen worden gegraven dan eerder was gepland. Voor deze extra locaties zal te zijner tijd aanvullend bodemonderzoek worden uitgevoerd door de aannemende partij.
Tevens is de geldigheidsduur (in ieder geval voor een deel van de onderzochte gebieden) overschreden. Ook zal nog aanvullend onderzoek naar PFAS nodig zijn, plaatselijk inkadering van sterk verontreinigde
93
-
9.3
waterbodem (NT) moeten plaatsvinden en het vooronderzoek geactualiseerd moeten worden. De uitgevoerde onderzoeken voldoen niet zonder meer als milieuhygiënische verklaring om de vrijkomende waterbodem elders toe te mogen passen onder het Besluit bodemkwaliteit of af te voeren naar een erkend verwerker (-). Natuur. Voorafgaand aan het ecologisch werkprotocol dat de inschrijvende aannemer dient uit te werken, dient aanvullend veldonderzoek te worden (-).
Concept-evaluatieprogramma Er bestaat in het kader van de milieueffectrapportage de wettelijke verplichting om een evaluatieonderzoek uit te voeren. Hierin wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het uiteindelijk gekozen en daadwerkelijk te realiseren alternatief. In deze evaluatie worden de werkelijke milieueffecten tijdens en na uitvoering van de voorgenomen activiteiten onderzocht. Op deze manier kan worden gecontroleerd of de voorspelde en gewenste ontwikkelingen ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. In deze paragraaf wordt een eerste aanzet gegeven voor een dergelijk evaluatieprogramma. Het evaluatieprogramma zal in een later stadium worden vastgesteld door de bevoegde gezagen. Bij deze nadere uitwerking komen onder andere de volgende aspecten aan de orde:
-
Voortgaande studie naar de vastgestelde leemten in kennis en informatie; Toetsing van daadwerkelijk optredende effecten ten opzichte van de in dit MER (en de daartoe opgestelde diverse specialistische onderzoeken) voorspelde effecten; Beschrijving van eventuele externe ontwikkelingen die leiden tot veranderende inzichten in de aard en omvang van de milieueffecten; Bepaling van de noodzaak van aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen; Eventuele discussiepunten bij de uiteindelijke besluitvorming.
In tabel 9.1 is een eerste aanzet gegeven voor het evaluatieprogramma van de herontwikkeling van de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden. Dit programma zal, nadat de besluitvorming over de bestemmingsplan en de hoofdvergunningen heeft plaatsgevonden, nader worden uitgewerkt. De bij de leemten in kennis en informatie beschreven nadere onderzoekswerkzaamheden spelen daarbij tevens een rol. Het verdient aanbeveling om in het kader van het evaluatieprogramma aandacht te besteden aan een goede onderlinge afstemming en coördinatie van de door de diverse partijen te nemen maatregelen. Het evaluatieprogramma zal bestaan uit een aantal monitorings- en mitigatieprogramma’s en een aantal regelmatig uit te brengen rapportages. Feitelijke effecten in de praktijk zouden anders kunnen zijn dan vooraf is gedacht. Door de toestemming van overheden in de vorm van vergunde maatregelen ter mitigatie om eventuele ontstane effecten op te vangen, wil de initiatiefnemer met een pro-actieve werkwijze eventuele negatieve effecten zo spoedig mogelijk minimaliseren.
94
Tabel 9.1 Eerste aanzet voor het evaluatieprogramma Milieuaspect Effect Methode Grond- en - Beïnvloeding - Monitoringssysteem oppervlaktewater grondwaterstanden met peilbuizen en binnendijkse kwel
Tijdstip
-
Continue meting, periodieke uitlezing
-
Beïnvloeding waterkering
-
Visuele inspectie
-
Jaarlijks
-
Beïnvloeding aanzanding op de Waal
-
monitoringssysteem op basis van trajectstudie
-
Continue meting Rijkswaterstaat
-
Erosie en sedimentatie van geulen
-
Visuele inspectie op basis van een nader op te stellen plan.
-
Jaarlijks
-
Uitsluiten grondwaterstroming voormalig depot zuidzijde Vonkerplas in oppervlaktewater
-
Peilbuizen nabij geul Dreumel
-
Continue
Bodem
-
Voorkomen verspreiding Japanse Duizendknoop
-
Reinigen/zeven vrijkomende grond voor hergebruik
-
Tijdens uitvoering
Natuur
-
Invloed op beschermde flora en fauna
-
Nadere inventarisaties
-
Voorafgaand aan opstellen ecologisch werkprotocol door de uitvoerende part
-
Vernietiging of verstoring van ecologische waarden tijdens uitvoering
-
Werken cf ecologisch werkprotocol
-
Tijdens aanlegfase
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
-
Beïnvloeding archeologische waarden
-
Uitvoering onder archeologische begeleiding
-
Tijdens aanleg
Woon en leefmilieu en overige aspecten
-
Aantasting door explosieven
-
Aanvullend detectie / opsporingsonderzoek
-
Voorafgaand aan graafwerkzaamheden
-
Stabiliteit van/ schade aan omliggende percelen en objecten Hinder door recreatie en ongeoorloofd gebruik (o.a. parkeerdruk, motorcrossen)
-
Bouwkundige opname
-
Voorafgaand, tijdens en na afloop uitvoering
-
handhaving
-
Tijdens gebruiksfase en na klachten omgeving door SBB en gemeente
hinder door stof en waaivuil
-
Monitoren
-
Continue tijdens aanleg
-
-
95