Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong Toelichting
Tekst van het document
Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
3 3 3 4 5 5
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Ammerzoden Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
6 6 6 7
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
9 9 10 11 11
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Milieu- en omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Wet geurhinder en veehouderij Geluid (Wet geluidhinder) Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Flora en fauna Erfgoed Water Verkeer en parkeren Besluit milieueffectrapportage
15 15 19 19 21 21 22 24 24 26 28 30 31
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische aspecten Plansystematiek Toelichting op de regels
32 32 32
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
34 34 34
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Procedure en overleg Vooroverleg Inspraak Zienswijzen Beroep
35 35 35 35 35
2
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om aan Uilecotenweg tussen nr. 6 en 8 te Ammerzoden een vrijstaande woning te realiseren. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit weiland. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Ammerzoden' is het voornemen niet bij recht toegestaan. Daarnaast zijn er geen wijzigingsmogelijkheden opgenomen in het plan alsnog mogelijk te maken. Om het plan juridisch-planologisch te verankeren dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend plan voorziet hierin. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader voor de gewenste ontwikkeling.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Ammerzoden en wordt begrensd door een mix aan functies gelegen aan de Uilecotenweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.240 m² en staat kadastraal bekend als gemeente Ammerzoden, sectie M, nummer 732. Op afbeelding 1.1 wordt de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1: Ligging en globale begrenzing plangebied
3
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Bestemmingsplan Ammerzoden Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Ammerzoden'. Dit bestemmingsplan is op 1 maart 2012 vastgesteld door de raad van de gemeente Maasdriel. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch met waarden - landschaps- en cultuurhistorische waarden'. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - landschaps- en cultuurhistorische waarden' is enkel een doelmatig gebruik van agrarische gronden toegestaan en is de realisatie van een (burger)woning niet toegestaan. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - bebouwd gebied'. Afbeelding 1.2 geeft de verbeelding weer van het vigerende bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Paraplubestemmingsplan Parkeren 2018 Op 6 juni 2018 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel een partiële herziening met de naam 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' vastgesteld. In het 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' is bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van functie slechts wordt verleend als vaststaat dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de beleidsregels van het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' wordt gerealiseerd. De toets aan het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' is verder uitgewerkt in paragraaf 4.11 van deze toelichting.
Parapluherziening verkamering woningen 2020
4
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Op 8 oktober 2020 zijn voor alle bebouwde kommen binnen de gemeente Maasdriel een partiële herziening met de naam 'Parapluherziening verkamering woningen 2020' vastgesteld. In het 'Parapluherziening verkamering woningen 2020' is bepaald dat het gebruiken van woningen ten behoeve van huisvesting van meer dan een huishouden strijdig is met het bestemmingsplan. Op deze wijze wordt verkamering niet bij recht mogelijk.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong." bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij toelichting; regels; bijlagen bij regels; verbeelding. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de plansystematiek en de opzet van de regels. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure.
5
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Ammerzoden
Ammerzoden ligt in het zuiden van de Bommelerwaard, ten noorden van de Maas. Rondom het dorp ligt het cultuurlandschap van de Meersloot: een oude Maasarm die onderbroken wordt door de buitengracht van kasteel Ammersoyen. De lagere komgronden bestonden uit onvruchtbare en zware klei en waren lastig begaanbaar. Ze dienden als hooiland en heel soms als weiland of waren in gebruik voor de wilgenteelt. Samen met Kerkdriel was Ammerzoden tot in de twintigste eeuw het centrum van de mandenmakerij in de Bommelerwaard. Van wilgentenen werden manden gevlochten. Andere inkomsten kwamen uit het ‘juin pellen’, uitjes pellen en schoonmaken voordat die werden ingelegd. In de jaren ‘60 en ‘70 van de twintigste eeuw vond ruilverkaveling en bodemverbetering plaats en werden nieuwe wegen aangelegd, waaronder de N831 en de N832. De verbeterde economische situatie, de bevolkingsgroei en infrastructuur zorgde ervoor dat de Ammerzodense industrie en dienstverlening groeide en professionaliseerde.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied betreft een weiland aan de rand van de woonkern Ammerzoden en maakt deel uit van de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied waarin een grote verscheidenheid aan functies is gelegen. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een grasland dat gebruikt wordt ten behoeve van beweiding van rundvee van de rundveehouderij gelegen aan de Heiligenweg 13. Het gebied wordt begrensd door een woonperceel (Uilecotenweg 6), een bedrijfsperceel met bedrijfswoning (Uilecotenweg 8 en 8a) en aan de achterzijde van het plangebied weilanden.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto bestaande situatie
6
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
2.3
Toekomstige situatie plangebied
Het voorliggende plan maakt de ontwikkeling van een vrijstaande woning mogelijk binnen het plangebied. De woning is gelegen op een perceel van circa 2.240 m2 met daarbinnen een bouwvlak van circa 180 m2. De bouwmogelijkheden binnen de bouwkavel sluit aan op de geldende regels uit het bestemmingsplan Ammerzoden (en bijvoorbeeld van toepassing zijn op de naastgelegen woning aan de Uilecotenweg 6). De bouwkavel wordt zorgvuldig ingericht passend bij de bestaande landschapswaarden. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.11. Ten westen van het plangebied, aangeduid met de gele pijl in afbeelding 2.2, is een strook weiland gelegen die vrijgehouden wordt ten behoeve van een mogelijke wijkontsluiting indien Ammerzoden Noord uitgebreid gaat worden. Deze strook valt buiten het voorliggende bestemmingsplan en zal onbebouwd blijven.
Afbeelding 2.2: Beoogde situatie plangebied
7
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Afbeelding 2.3: Impressie beoogde situatie
8
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het van belang zijnde het ruimtelijk rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
9
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt 1 nieuwe woning gerealiseerd. Dit zijn minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet aangetoond hoeft te worden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan.
3.2
Provinciaal beleid
Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; een voortvarend en innovatief circulair beleid; een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Ammerzoden en buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) of Natura 2000-gebieden.
De omgevingsvisie stelt voor de realisatie van nieuwe woningen binnen de kern geen nadere regels. Het plan past daarmee binnen de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland.
10
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale woonagenda
De programmering van de woningbouw vraagt om (sub)regionale afstemming. De provincie Gelderland stelt dit ook als voorwaarde om nieuwe bouwplannen uit te kunnen voeren. In 2015 is een regionale woonagenda opgesteld. Hierin zijn verschillende thema's uitgewerkt tot actiepunten, zijnde een 'agenda' voor de komende jaren. Thema's zijn onder andere een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, goede huisvesting voor arbeidsmigranten en statushouders, verbetering van de bestaande woningvoorraad en zorg gerelateerde woningen. Het regionale woningbehoeftenonderzoek Rivierenland is een van de onderzoeken die als onderlegger dienen voor de regionale woonagenda.
3.3.2
Regionale woningbouwprogrammering 2015-2025
Op 2 september 2016 is de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland woningbouwprogrammering is één van de thema's uit de Woonagenda regio Rivierenland.
verschenen.
De
regionale
De gemeenten van de regio Rivierenland hebben zich ingespannen om gezamenlijk een regionaal woningbouwprogramma 2015 – 2025 op te stellen. Hierbij zijn alle projecten geïnventariseerd en getoetst aan de kwalitatieve afspraken uit de woonagenda's. Het doel van de programmering is om voldoende woningaanbod voor de komende jaren te creëren. In de woningbouwprogrammering is aangegeven dat in de regio Rivierenland een toevoeging van 10.500 woningen nodig is voor de periode 2015-2024. Voor de gemeente Maasdriel is een toevoeging van 1.100 woningen aangegeven in diezelfde periode.
3.3.3
Doorwerking plangebied
Het regionale woonbeleid vormt een kader om sturing te geven aan de bouw van nieuwe woningen. Omdat er met het plan slechts sprake is van het toevoegen van een enkele woning wordt doorverwezen naar het gemeentelijke beleid van de gemeente Maasdriel, hierin is ruimte voor zogenaamde 'niet projectmatige woningen' opgenomen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Maasdriel
De Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel (2011) betreft, zowel inhoudelijk als juridisch-planologisch een actualisatie van de gemeentelijke StructuurvisiePlus 2004-2015. De Structuurvisie voldoet aan de eisen die aan gemeentelijke structuurvisies gesteld worden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en vertaalt de nieuwste beleidsmatige visies en uitgangspunten door in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (het zogenaamde 'ruimtelijk casco'), met bijbehorend uitvoeringsprogramma (het 'projectenplan'). Op basis van het zogenoemde 'projectenplan' heeft het plangebied de specifieke aanduiding 'Uilecoten/Geelrijs'. Op basis van het 'ruimtelijk casco' heeft het plangebied de specifieke aanduiding 'Afweegbaar gebied voor dorpsuitbreiding'. Het plangebied maakt onderdeel uit van de bestaande bebouwde kom en ligt daarmee binnen de bestaande bebouwingscontouren van deze kern. Het bouwinitiatief van één woning dient in maat en schaal te passen bij de bestaande karakteristieken in het bebouwingslint. De nieuwe woning vult een lege plek in het lint in en is daarom inpasbaar. Dit plan voldoet daarom aan de Structuurvisie gemeente Maasdriel.
3.4.2
Woningbouwprogramma 2021-2030
In april 2016 is het Woningbouwprogramma 2015-2025 vastgesteld. Tot 1 januari 2020 is 50% van de 1.063 woningen opgenomen in het woningbouwprogramma gerealiseerd. Om de woningbouwproductie in deze periode met een grote woningdruk op stoom te houden is op 10 december 2020 het Woningbouwprogramma 2021-2030 vastgesteld door de gemeenteraad van Maasdriel. De woningbouwopgave waaraan met het woningbouwprogramma 2021-2030 invulling wordt gegeven, komt voort uit de Regionale Woonagenda Rivierenland 2021-2030. Voor de gemeente Maasdriel is in de regionale woonagenda bepaald dat er een opgave is om tussen de 700 en 1.250 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad, om daarmee te kunnen voorzien in de geprognotiseerde vraag voor de komende tien jaar. Met het woningbouwprogramma 2021-2030 dat voorziet in de realisatie van 988 woningen, kan voor een
11
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningbehoefte voor de komende tien jaar. Een deel hiervan is 'hard', dat wil zeggen dat ze op grond van een vastgesteld bestemmingsplan in voorbereiding zijn om op korte termijn van start te gaan of reeds al in uitvoering. De woningbouwplannen met de status ‘Z’ (zacht) zijn plannen in verschillende fases van voorbereiding. Binnenkomende initiatieven worden getoetst naar wenselijkheid en aan een screening onderworpen. Hierbij wordt gekeken naar de behoefte in de verschillende kernen, naar de ruimtelijke kwaliteit van het plan en naar de toegevoegde waarde van een plan. Planspecifiek In dit plan wordt 1 nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. De toevoeging valt daarom ruim binnen het woningbouwprogramma. Er wordt derhalve voldaan aan het gemeentelijk woningbouwprogramma gemeente Maasdriel.
3.4.3
Woonvisie Bommelerwaard 2021 - 2025
In juli 2021 is de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 vastgesteld. Deze nieuwe visie is de opvolger van de visie die van 2016 tot 2020 van toepassing was, destijds was de visie vooral gerelateerd aan autonome groei. In de afgelopen jaren is de woningmarkt in rap tempo verandert, dit betekent dat ook de koers van de nieuwe Woonvisie anders is. De visie richt zich op 5 thema's die in onderstaande figuur zijn samengevat.
Afbeelding 3.1 De vijf centrale thema's in de Woonvisie 2021-2025
In de visie wordt beschreven dat de in de gemeente Maasdriel de komende 5 jaar circa 700 nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Om de versnelling te realiseren willen de gemeente, naast de plannen die in het woningbouwprogramma zijn opgenomen, ook andere locaties onderzoeken. Deze locaties kunnen bijdragen aan versnelling van de woningbouw. Daarbij stelt de gemeente in haar visie dat woningzoekenden voldoende keuze moeten hebben. Dit betekent een woningbouwopgave in alle kernen van de Bommelerwaard. Daarbij is het wenselijk om wijken en buurten te creëren met verschillende soorten woningen. Zowel wat betreft betaalbaarheid (prijsklasse, huur/koop) als de bewoning (ouderen, gezinnen, starters). Op basis van het woningbehoefte onderzoek in 2018 gaat de gemeente voor de komende jaren uit van het volgende woningbouwprogramma:
12
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Afbeelding 3.2: Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel
Doorwerking bestemmingsplan Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 1 vrijstaande woning. Gesteld kan worden dat het plan niet geheel aan de in de woonvisie gestelde differentiatie voldoet. Er worden geen (30%+15%=45%) sociale huurwoningen of betaalbare koopwoningen gerealiseerd. Gezien de geringen toevoeging van 1 woning is het logisch dat de differenatiatie niet haalbaar is. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende type woningen, de realisatie van 1 vrijstaande woning is een passende aanvulling op het bestaande aanbod.
3.4.4
Duurzaamheidsprogramma 2017-2020
Toetsingskader In het coalitieakkoord staan de ambities van Maasdriel op het gebied van duurzaamheid op hoofdlijnen aangegeven. De ambities zijn nader uitgewerkt in het 'Duurzaamheidsprogramma 2017-2020, dat in juli 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het programma beschrijft de plannen en wensen van het gemeentebestuur. In het programma zijn activiteiten en projecten geformuleerd, waarbij is aangegeven welke capaciteit en financiële middelen nodig zijn om deze uit te voeren in de komende jaren. De notitie geeft een concrete aanpak voor de belangrijkste duurzaamheidsthema's op het gebied van klimaat en energie in gemeente Maasdriel, namelijk; het bevorderen van de opwekking van hernieuwbare energie; het verduurzamen van de woningvoorraad; duurzaam ondernemen; anderen stimuleren; het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie. Beoordeling In dit duurzaamheidsprogramma zijn verschillende maatregelen opgenomen voor de periode 2017-2020. Deze korte termijn maatregelen dragen bij aan de ambities in het bestuursakkoord en maken de weg vrij voor meer maatregelen en meer regionale / intergemeentelijke samenwerking en dragen daarmee uiteindelijk bij aan de lange termijn visie: een duurzamere gemeente, die voldoet aan de wettelijke regelgeving op het terrein van duurzaamheid, waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, nú en in de toekomst.
De gemeente doet wat ze zelf kan en heeft daarbij een voorbeeldfunctie. Maasdriel is voor duurzaamheid. Met de ontwikkeling in onderhavig plangebied wordt een verdere stap gezet naar deze wens. Hieronder de voornaamste duurzame uitgangspunten: de nieuwbouw wordt, conform huidige wetgeving, gasloos gebouwd en de toekomstige bewoners hierdoor reeds aangewezen zijn op het goed isoleren van de woning en het opwekken van duurzame energie uit zonnepanelen of zonneboiler; het hemelwater van het percel en de woning zal in het gebied zelf opgevangen worden en zoveel mogelijk in het gebied infiltreren. Daarbij is sprake van een overschot aan waterbergende voorzieningen; voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). Conclusie Het aspect duurzaamheid is in onderhavig bestemmingsplan gewaarborgd.
13
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
3.4.5
Conclusie
Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat het planvoornemen past binnen de gemeentelijke structuurvisie en het woningbouwprogramma van de gemeente Maasdriel. Het planvoornemen voldoet daarmee aan het ruimtelijke beleid van de gemeente Maasdriel.
14
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
4.1
Bedrijven en milieuzonering
4.1.1
Algemeen
Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'.
4.1.2
VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering"
Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNG-publicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied.
In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn
15
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
4.1.3
Beoordeling
Ten behoeve van het aspect bedrijven en milieuzonering is in september 2021 door Lycens een quickscan uitgevoerd. Hieronder volgt een deel van de quickscan, voor de gehele rapportage wordt verwezen naar Bijlage 1.
Quickscan bedrijven en milieuzonering Type gebied: gemengd gebied De omgeving van het plangebied wordt getypeerd als gemengd gebied doordat er verschillende soorten functies in het gebied zijn. Deze functies worden met het onderhavige plan niet gewijzigd en in de beoogde situatie zal eveneens geen sprake zijn van rustige woonwijk. Om die reden mag richtafstand worden verkleind en wordt de kortste richtafstand aangehouden ten aanzien van milieubelastende activiteiten.
Milieubelastende activiteit of milieuhindergevoelige functie De te realiseren woning betreft geen milieubelastende activiteit. Er hoeft derhalve niet te worden getoetst of omliggende milieugevoelige functies (milieu)last ondervinden van het onderhavige plan. Het onderhavige plan betreft wel een milieuhinder gevoelige functie. Er moet daarom worden beoordeeld of ter plaatse van het plangebied sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat' en of omliggende milieubelastende activiteiten in de bedrijfsvoering worden belemmerd.
Nabijgelegen milieubelastende activiteiten Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat' en of omliggende milieubelastende functies in de bedrijfsvoering worden belemmerd zijn in de navolgende tabel alle nabijgelegen (milieubelastende) activiteiten weergegeven. Deze functies zijn in beeld gebracht op basis van het vigerende bestemmingsplan, luchtfoto's, streetview, kamer van koophandel en indien noodzakelijk vergunningen. In tabel 2 zijn de in de omgeving gelegen activiteiten opgenomen met de feitelijke afstand tussen de betreffende activiteit en onderhavig plan. Daarnaast is de bijbehorende richtafstanden conform de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' ernaast gezet. De bijbehorende categorieën zijn weergegeven in tabel 3.
16
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Uilecotenweg 8 Op basis van het bestemmingsplan zijn bedrijven toegestaan tot maximaal categorie 2 met een bijbehorende milieuafstand van 10 meter (met 1 stap verkleind vanwege 'gemend gebied'), dan wel bestaande bedrijven met een hogere categorie. De afstand vanaf: 1. de bestemming 'Bedrijf' tot aan het bestemmingsvlak 'wonen' van onderhavig plan bedraagt circa 15 meter; 2. de bestemming 'Bedrijf' tot aan het bouwvlak in onderhavig plan bedraagt minimaal 30 meter. 3. het bouwvlak binnen de bestemming 'Bedrijf' tot aan het bouwvlak in onderhavig plan bedraagt circa 50 meter. Aan Uilecotenweg 8 is in de huidige situatie een kiemgroenten kwekerij in de vorm van een taugé kwekerij gevestigd, conform de uitspraak van de RvS inzake het bestemmingsplan Ammerzoden Noord betreft dit een groothandel in groenten en fruit en er worden hobbymatig paarden gehouden. Taugé wordt in gebouwen gekweekt in een donkere omgeving zodat de witte kleur blijft behouden. Een vergelijkbare kweekmethode (kiemgroenten) betreft een witlofkwekerij. De bedrijvenlijst kent voor een dergelijke kweekmethode een grootste afstand van 30 meter voor de milieu-elementen geur en geluid (met één stap verkleind 10 meter) (categorie 2). De bedrijvenlijst kent voor een groothandel in groenten en fruit een met 1 stap verkleinde afstand van 30 meter voor gevaar en van 10 meter voor geur en geluid (categorie 3.1).
De afstand vanaf het bestemmingsvlak 'Bedrijf' tot aan het bouwvlak binnen het plangebied bedraagt minimaal 30 meter waardoor aan de richtafstand wordt voldaan. Afstanden uit het Activiteitenbesluit c.q. Wet milieubeheer (i.c.m. de Wet geurhinder en veehouderij) gelden uitsluitend voor respectievelijk meldingsplichtige en vergunningsplichtige inrichtingen. Van een dergelijke inrichting is sprake indien dierenverblijven voor het houden van 5 paarden of meer aanwezig is. Indien minder dieren worden gehouden is sprake van het hobbymatig houden van dieren. Uilecotenweg beschikt niet over een geaccepteerde melding op grond van het activiteitenbesluit dan wel een milieuvergunning op grond van de Wet milieubeheer. Bovendien is binnen de vigerende bestemming 'Bedrijf' het exploiteren van een agrarische inrichting niet toegestaan. Het betreft derhalve het hobbymatig houden van dieren waardoor de afstanden op grond van het Activiteitenbesluit c.q. Wet milieubeheer niet gelden. In het kader van een goed woon- en leefklimaat kunnen de afstanden uit de VNG-publicatie worden gehanteerd. Voor een paardenfokkerij geldt een grootste richtafstand voor geur van 30 meter (met één stap verkleind vanwege 'gemengd gebied'). De afstand vanaf de grens van het bestemmingsvlak 'Bedrijf' (tevens de grens van de paardenbak) tot aan het bouwvlak in onderhavig plan bedraagt minimaal 30 meter.
De richtafstand wordt derhalve niet overschreden.
Uilecotenweg 7 Op het adres Uilecotenweg 7 is een champignonkwekerij gevestigd. Het is niet bekend of sprake is van een kwekerij met mestfermentatie, daarom wordt uitgegaan van deze bedrijfscategorie. Conform de VNG-publicatie bedragen de richtafstanden (met één stap verkleind vanwege 'gemengd gebied') 50 meter voor geur en 10 meter voor geluid.
Geur
17
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
De afstand voor geur is gebaseerd op de mestfermentatie. Mestfermentatie bij champignonkwekerijen vindt plaats in de bedrijfsbebouwing. De bedrijfsbebouwing mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden geplaatst. Mogelijkheden om nieuwe (bouw)activiteiten buiten dit bouwvlak aan de zijde van de te realiseren woning te ontplooien zijn niet aanwezig omdat dit op basis van het bestemmingsplan niet is toegestaan en omdat nieuwe c.q. uitbreidingsactiviteiten reeds worden belemmerd door woonbestemmingen van derden (woningen aan Uilecotenweg 6 en 9). De afstand tot aan het bouwvlak van onderhavig plan wordt om deze reden niet gemeten vanaf de grens van de bestemming maar vanaf het bouwvlak van de bedrijfsbestemming. Deze afstand bedraagt circa 63 meter. De afstand van bestemming- tot bestemmingsgrens bedraagt daarnaast minimaal 50 meter. De richtafstanden worden derhalve niet overschreden.
Heiligenweg 13 Aan heiligenweg 13 is een melkveehouderij gelegen. Omdat geurafstanden tussen veehouderijbedrijven en gevoelige objecten is geregeld in het Activiteitenbesluit wordt het aspect geur in dit geval niet getoetst aan de VNG-publicatie maar aan de afstanden uit het Activiteitbesluit. De overige afstanden worden wel getoetst aan de VNG-publicatie. Daarnaast heeft de gemeente Maasdriel een Geurverordening voor het eigen grondgebied vastgesteld.
Activiteitenbesluit & Geurverordening De afstand vanaf een dierenverblijf tot aan een geurgevoelig object in de bebouwde kom moet op grond van het Activiteitenbesluit minimaal 100 meter bedragen. Deze afstand is in de gemeentelijke geurverordening verkleind tot 50 meter. Conform het bestemmingsplan mogen gebouwen (en dus dierenverblijven) uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Er dient derhalve te worden gemeten vanaf het bouwvlak. Omdat een deel van de stal reeds buiten het bouwvlak is gelegen dient ook vanaf deze stal te worden gemeten. De afstanden bedragen respectievelijk circa 105 en 113 meter. De afstand op grond Geurverordening wordt niet overschreden. De aan te houden afstanden vanaf de mestsilo's & -platen en voerkuilen bedragen op grond van het Activiteitenbesluit respectievelijk 50 en 25 meter. Deze bouwwerken mogen ook buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. De afstand vanaf de bestemmingsgrens tot aan het bouwvlak in onderhavig plan bedraag circa 65 meter. De minimaal aan te houden afstanden op grond van het Activiteitenbesluit worden derhalve niet overschreden. Eventuele uitbreidingswensen van de veehouder buiten de huidige bestemmingsplan mogelijkheden worden daarnaast reeds belemmerd door het geurgevoelige object (woning) aan Uilecotenweg 6.
VNG-publicatie De grootste afstand van de overige milieuelementen bedraag volgens de VNG-publicatie 10 meter (met één stap verkleind). Deze richtafstand wordt niet overschreden.
Heiligenweg 15, 19 en 21 In tabel 2 is af te lezen dat ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. Daarnaast worden deze bedrijven reeds door gevoelige objecten van derden belemmerd.
4.1.4
Conclusie
Op basis van deze quickscan kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van de in de nabijheid gelegen milieubelastende activiteiten aan de richtafstanden kan worden voldaan. Het uitvoeren van nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Ter plaatse van onderhavig plan kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en onderhavig plan vormt geen belemmering voor de bedrijfsvoering van omliggende milieubelastende activiteiten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavig plan.
18
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
4.2
Wet geurhinder en veehouderij
4.2.1
Algemeen
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit per 1 januari 2013 zijn veel veehouderijen onder de werkingssfeer van dit besluit komen te vallen. In het Activiteitenbesluit is voor geurhinder van veehouderijen hetzelfde beoordelingskader opgenomen als in de Wgv. Op basis van de Wgv is de gemeente bevoegd af te wijken van de reguliere normen van de Wgv en voor het eigen grondgebied afwijkende geurnormen vast te stellen. De gemeente Maasdriel heeft hier gebruik van gemaakt door een eigen geurverordening vast te stellen.
4.2.2
Beoordeling
De woning in het plangebied betreft een geurgevoelig object als bedoeld in de Wgv. Er dient derhalve beoordeeld te worden of in de omgeving aanwezige agrarische bedrijven niet belemmerd worden als gevolg van de nieuwe woning. Andersom dient ook beoordeeld te worden of ter plaatse van de nieuwe woning een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Binnen een straal van 1 km van het plangebied zijn diverse agrarische bedrijven aanwezig. Omdat rondom het plangebied reeds andere geurgevoelige objecten zijn gelegen die belemmerend werken op omliggende agrarische bedrijven vormen de nieuwe woning geen belemmering voor deze bedrijven. Andersom is ook gebleken dat ter plaatse van de nieuwe woning een goed 'woon- en leefklimaat' gerealiseerd kan worden. Hiervoor is het agrarische bedrijf aan Heiligenweg 13 bepalend, deze is in paragraaf 4.1.3 nader toegelicht. In die toelichting staat aangegeven dat er voldoende ruimte aanwezig is tussen de woning en het agrarische bedrijf waardoor een goed 'woon- en leefklimaat' gerealiseerd kan worden.
4.2.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.3
Geluid (Wet geluidhinder)
4.3.1
Wet geluidhinder
Wanneer in een plan nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, stelt de Wet geluidhinder (Wgh) de verplichting de geluidsbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van omliggende wegen in beeld te brengen. Deze geluidsbelasting mag de voorkeursgrenswaarde niet overschrijden. In artikel 76 Wgh is aangegeven dat bij woningen binnen een geluidzone van een weg moet worden aangetoond of wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. In artikel 100a Wgh is aangegeven dat voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde kan worden vastgesteld met een maximale verhoging van 5 dB. In de Wgh zijn regelingen opgenomen ten behoeve van geluid in de omgeving afkomstig van de drie geluidsbronnen wegen (met uitzondering van rijkswegen), spoorwegen (met uitzondering van hoofdspoorwegen) en industrielawaai. Deze geluidsbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidszones een geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidsgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst. Voor voorliggend plan is alleen de geluidsbron wegverkeerslawaai relevant.
19
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) liggen rond diverse wegen (met uitzondering van Rijkswegen) geluidszones. Deze geluidszones liggen in ieder geval boven en onder de wegen en in de volgende stroken langs de wegen: Aantal rijstroken Weg binnen stedelijk gebied Weg buiten stedelijk gebied of auto (snel)weg 1 of 2 200 meter 250 meter 3 of 4 350 meter 400 meter 5 of meer 350 meter 600 meter De afstand wordt gemeten aan weerszijde van de weg vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste strook. Wegen in een woonerf of waarvoor een maximale snelheid geldt van 30 km/uur hebben geen geluidzone.
4.3.2
Beoordeling
4.3.2.1
Wegverkeerslawaai
Het plangebied is gelegen aan een 30 km/uur-wegen, die volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geen zone heeft. Om die reden is een onderzoek niet noodzakelijk. Echter wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidsbelasting ten gevolge van die 30 km/ uur-weg berekend. De resultaten worden getoetst aan de grenswaarde uit de Wgh. Ten behoeve van wegverkeerslawaai is er tweemaal door Akoestisch buro Tideman een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieronder volgt een deel van de onderzoeken, voor de gehele rapportage wordt verwezen naar Bijlage 2 en Bijlage 3. Akoestisch onderzoek Het bouwblok valt buiten de hinderzones van omliggende bedrijven. De Uilecotenweg zelf betreft een weg met een 30 km/u regime en heeft geen zone zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder. De geluidbelasting op het plan wordt voornamelijk bepaald door het komen en gaan van verkeer van en naar het bedrijf Champoord waar de beide locaties zich aan weerszijden van het plan bevinden. De geluidbelasting is opgenomen als gevolg van het verkeer over alle wegen samen. De geluidbelasting bedraagt maximaal 53 dB zonder 5 dB aftrek ex artikel 110G. Met een standaardgeluidwering zoals deze wordt vereist in het Bouwbesluit van Ga;k=20 dB wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB. De geluidbelasting op het plan is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet Geluidhinder. Het aspect geluid is geen beletsel voor het wijzigen van de bestemming tot een woonfunctie. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan.
4.3.2.2
Railverkeerslawaai
In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig, het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de wettelijke geluidszone een spoorweg. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering.
4.3.2.3
Industrielawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein. Ook ligt het niet binnen een hinder contour van een omliggend bedrijf (zie paragraaf 4.1 Bedrijven en milieuzonering). Het aspect industrielawaai vormt dan ook geen belemmering.
4.3.3
Conclusie
De Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. De gemeten geluidsbelasting zal geen belemmeringen vormen voor de binnenwaarde gezien deze conform het bouwbesluit al voldoen aan het minimum. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
20
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
4.4
Bodem
4.4.1
Algemeen
Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit (de grond is als agrarische grond in gebruik geweest) past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bovendien dient op basis van het bouwbesluit altijd een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien een woning wordt gerealiseerd. Omdat in onderhavig plan een woning wordt gerealiseerd en de bestemming wordt gewijzigd van agrarisch naar een gevoeliger woonbestemming is het noodzakelijk om aan te ronden dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de toekomstige woonfunctie. Ten behoeve van onderhavig plan is dan ook een bodemonderzoek uitgevoerd. In deze paragraaf is de conclusie van het onderzoek weergegeven. De gehele rapportage is als bijlage opgenomen.
4.4.2
Beoordeling
Ten behoeve van het onderhavige plan is gedurende november 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Lycens BV. Hieronder volgt een deel van de quickscan, voor de gehele rapportage wordt verwezen naar Bijlage 4. Conclusie verkennend bodemonderzoek De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. De gestelde hypothese dat de locatie als "onverdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bovendien vormt de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie. De gestelde hypothese dat de locatie als "verdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van bestrijdingsmiddelen in de toplaag is niet juist gebleken.
Uit de chemische analyse blijkt dat in de toplaag van de onderzoekslocatie geen parameters van bestrijdingsmiddelen verhoogd zijn aangetoond.
4.4.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Algemeen
De 'Wet milieubeheer' is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde);
21
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling; < 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
4.5.2
Beoordeling
Met de realisatie van 1 woning wordt bovenstaande norm niet overschreden. De luchtkwaliteit wordt 'niet in betekende mate' verslechterd. Daarmee voldoet het plan aan de gestelde eisen uit de 'Wet luchtkwaliteit'.
4.5.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1
Algemeen
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
22
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
4.6.2
Beoordeling
Met behulp van de risicokaart is beoordeeld of er risicobronnen in en rond het plangebied aanwezig zijn. In figuur 4.2 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.
Afbeelding 4.2: plangebied (aangeduid met een ster) in de Risicokaart (www.risicokaart.nl) In de omgeving van het plangebied zijn 2 mogelijke risicobronnen aanwezig, namelijk: Op circa 550 meter van het plangebied bevindt zich een opslag van gevaarlijke stoffen. Dit betreft het bedrijf Alabastine Holland wat een handelsbedrijf in klusmaterialen is. Gezien de grote afstand tussen het plangebied en dit bedrijf behoeft deze risicobron geen nadere aandacht. Op circa 720 meter is een pijpleiding gelegen met een diameter van 168,3 mm en een werkdruk van 80 bar. Voor deze leiding gelden de afstanden 70 meter met betrekking tot de 100% letaliteitsgrens en 95 meter tot de 1% letaliteitsgrens. Gezien de grote afstand tussen het plangebied en dit bedrijf behoeft deze risicobron geen nadere aandacht. Bij elk van deze externe factoren ligt het plangebied ruimschoots buiten de betreffende veiligheidscontour of het invloed gebied.
4.6.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.
23
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
4.7
Kabels en leidingen
4.7.1
Algemeen
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden.
4.7.2
Onderzoek
Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen vormen geen belemmeringen voor dit plan. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen. Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd.
4.7.3
Conclusie
In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
4.8
Flora en fauna
4.8.1
Algemeen
Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien
24
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2022, Uilecotenweg ong.
het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden. In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd.