CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Onderzoeksrapportage ETHOS Light Telonderzoek Meierij en Bommelerwaard okt 2023 definitief

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Woonzorgvisie Bommelerwaard 202425.851 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

47

Gezondheid Van de 219 dak- en thuisloze jongeren in de regio is er bij 31 jongeren geen (vermoeden van) gezondheidsproblemen (14%). Bij 93 jongeren is er sprake van (vermoedelijke) psychische of psychiatrische problemen (43%). Bij een kwart van de jongeren is er sprake van (vermoedelijke) verslaving (55 jongeren, 25%), en bij 18% van de jongeren is er sprake van een (vermoedelijke) verstandelijke beperking (40 jongeren). Daarnaast is er bij 20 jongeren sprake van (vermoedelijke) langdurige lichamelijke problemen (9%). Bij een kwart van de jongeren is onbekend of er sprake is van gezondheidsproblemen (55 jongeren, 25%). Inkomstenbronnen Ruim een kwart van de getelde dak- en thuisloze jongeren heeft inkomen uit vast of tijdelijk werk (57 jongeren, 26%), een vijfde van de jongeren heeft een bijstandsuitkering (44 jongeren, 20%). 26 dak- of thuisloze jongeren hebben geen inkomen (12%). Voor een derde van de jongeren is het inkomen onbekend (69 jongeren, 32%). Briefadres 48% van de getelde dak- en thuisloze jongeren heeft een briefadres (106 jongeren). 28% van de jongeren heeft geen briefadres (62 jongeren). Voor 18% van de dak- en thuisloze jongeren is het onbekend of zij een briefadres hebben (28%). Actieve begeleiding 63% van de jongeren (138 jongeren) werden actief begeleid door één of meerdere organisaties in de maand voor de telling.

18% van de jongeren ontving geen begeleiding (40 jongeren). Bij 19% van de dak- en thuisloze jongeren is onbekend of ze begeleiding ontvingen. Duur van dak- en thuisloosheid Van de dak- en thuisloze jongeren is op het moment van de telling 45% korter dan 1 jaar dak- en thuisloos. 45 jongeren zijn korter dan 4 maanden dak- en thuisloos (21%) en 52 personen zijn 4 tot 1 jaar dak- en thuisloos (24%). Daarnaast is ruim een kwart van de jongeren langer dan 1 jaar dak- en thuisloos: 29 jongeren zijn 1 tot 2 jaar dak- en thuisloos (13%) en nog eens 29 jongeren zijn langer dan 2 jaar dak- en thuisloos (13%). 9 jongeren hebben nog huisvesting op het moment van de telling (4%). Bij een kwart van de jongeren is de duur van dak- of thuisloosheid op het moment van de telling onbekend (43 jongeren, 25%). Aanleidingen verlies woonzekerheid9 De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid voor de getelde groep dak- en thuisloze jongeren zijn: conflict met familie/huisgenoten (70 jongeren, 32%), psychische problematiek (38 jongeren, 17%), ontslag uit een instelling (34 jongeren, 16%), verslaving (31 jongeren, 14%), (huiselijk)geweld (26 jongeren, 12%), huisuitzetting wegens overlast (24 jongeren, 11%) en financiële problemen (22 jongeren, 10%). Bij 23 van de jongeren was de aanleiding voor het verlies van de woonzekerheid niet bekend (11%).

9 Een aanleiding voor het verlies van woonzekerheid is niet hetzelfde als de oorzaak van dak- of thuisloosheid. Zie voor een

toelichting hierop het kader onder paragraaf 3.2.10.

48

4.4 Dak- en thuisloze vrouwen In totaal zijn er 225 dak- en thuisloze vrouwen geteld. Dit is 29% van het totaal aantal getelde volwassenen. In onderstaande analyse van de verblijfssituatie en de profielkenmerken van de getelde vrouwen zetten we de resultaten af tegen de resultaten van de getelde dak- en thuisloze mannen. Verblijfssituatie dak- en thuisloze vrouwen op 15-16 mei Tabel 26 laat zien dat de getelde dak- en thuisloze vrouwen in de nacht van 15-16 mei in bijna alle verblijfscategorieën verblijven. Een uitzondering hierop vormt de openbare ruimte: in de nacht van 15-16 mei verbleven er geen vrouwen in de openbare ruimte (in vergelijking tot 6% van de dak- en thuisloze mannen). In de periode van 2-16 mei verbleven in totaal 9 vrouwen in de openbare ruimte in regio Meierij en Bommelerwaard. De openbare ruimte is dus wel degelijk ook een verblijfplaats voor dak- en thuisloze vrouwen. In de nacht van 15-16 mei verbleven relatief veel vrouwen bij familie, vrienden of derden (40% van de vrouwen in vergelijking tot 33% van de mannen). Daarmee is verblijf bij familie, vrienden of derde de belangrijkste verblijfscategorie voor vrouwen in deze telling. De verdeling van dak- en thuisloze vrouwen en mannen in de tijdelijke opvang, in een instelling, in niet-conventionele woonruimten en in een woning met dreigende huisuitzetting is ongeveer gelijk. Tabel 26.

Verblijfplaats dak- en thuisloze vrouwen en mannen op 15-16 mei Aantal vrouwen

%

Aantal mannen

%

-

-

32

6%

1

In de openbare ruimte

2

In noodopvang

-

-

-

-

3

In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

61

27%

145

26%

4

In instelling

22

10%

72

13%

5

In niet-conventionele woonruimte

31

14%

80

15%

6

Bij familie/vrienden/derden

89

40%

184

33%

+

In woning met dreigende uithuiszetting

12

5%

12

2%

Onbekend

10

4%

26

5%

Totaal

225

100%

551

100%

Profielkenmerken van dak- en thuisloze vrouwen Leeftijd Tabel 27 geeft een weergave van de verdeling van de dak- en thuisloze mannen en vrouwen per leeftijdscategorie. Van de getelde dak- en thuisloze vrouwen is een relatief grotere groep 18 t/m 27 jaar oud (36% van de vrouwen in vergelijking tot 25% van de mannen). In de leeftijdscategorieën boven de 27 jaar zijn er relatief gezien minder dak- en thuisloze vrouwen dan mannen. 63 vrouwen zijn 28 t/m 39 jaar (28% tegenover 31% van de mannen), 42 vrouwen zijn 40 t/m 49 jaar (19% tegenover 22% van de mannen) en 23 vrouwen zijn 50 t/m 59 jaar (10% tegenover 15% van de mannen). In de leeftijdscategorieën vanaf 60 jaar zijn de leeftijdscategorieën vrij gelijk verdeeld. In de leeftijdscategorie van 60 t/m 69 jaar is 4% vrouw (9 vrouwen) en 6% man (31 mannen) en van de personen ouder dan 70 is 3% vrouw (7 vrouwen) en 2% man (9 mannen).

49

Tabel 27. Verdeling van de volwassen dak- en thuisloze mannen en vrouwen per leeftijdscategorie Leeftijdscategorie

Vrouw

%

Man

%

18 t/m 27 jaar

80

36%

136

25%

28 t/m 39 jaar

63

28%

171

31%

40 t/m 49 jaar

42

19%

119

22%

50 t/m 59 jaar

23

10%

84

15%

60 t/m 69 jaar

9

4%

31

6%

70 jaar en ouder

7

3%

9

2%

Onbekend

1

<1%

1

<1%

Totaal

225

100%*

551

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot >100% in plaats van 100%.

Nationaliteit In verhouding hebben dak- en thuisloze vrouwen ten opzichte van dak- en thuisloze mannen minder vaak de Nederlandse nationaliteit. 62% van de dak- en thuisloze vrouwen (139 vrouwen) heeft de Nederlandse nationaliteit (t.o.v. 70% van de mannen) en 28% (64 vrouwen) heeft een niet-Nederlandse nationaliteit (t.o.v. 21% van de mannen). Van 8% van de mannen is de nationaliteit onbekend of staatloos. Samenstelling van het huishouden Het percentage alleenstaande vrouwen en mannen is vrij evenredig: 69% van de getelde dak- en thuisloze vrouwen is alleenstaand (155 vrouwen) en 71% van de dak- en thuisloze mannen is alleenstaand (391 mannen). Relatief zijn er meer alleenstaande vrouwen dan mannen met één of meerdere direct betrokken kinderen: 37% van de alleenstaande vrouwen heeft één of meerdere direct betrokken kinderen (58 vrouwen) ten opzichte van 8% van de mannen (31 mannen). Er zijn relatief minder vrouwen dan mannen met indirect betrokken kinderen. 28 getelde dak- en thuisloze vrouwen hebben indirect betrokken kind(eren) (12%) tegenover 92 mannen (17%). Daarnaast verblijven vrouwen relatief iets vaker dan mannen met partner (10% van de vrouwen, ten opzichte van 6% van de mannen). Een gelijk percentage vrouwen en mannen verblijft met partner en direct betrokken kind(eren): 3% van de vrouwen (7 vrouwen) en 2% van de mannen (10 mannen).

Het percentage vrouwen en mannen dat met ouders in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijft is ook vrijwel gelijk (4% van de vrouwen (10 vrouwen) en 3% van de mannen (16 mannen)). Gezondheid In vergelijking is er relatief vaker sprake van (vermoeden van) psychische/psychiatrische problemen bij de getelde vrouwen (112 vrouwen, 50%) dan bij de getelde mannen (238 mannen, 43%). Ook zijn er relatief meer vrouwen zonder gezondheidsproblemen dan mannen (13% van de vrouwen (30 vrouwen) ten opzichte van 9% van de mannen (52 mannen)). Daarentegen zijn er relatief meer dak- en thuisloze mannen met een (vermoeden van) verslaving (195 mannen, 35%) dan vrouwen (38 vrouwen, 17%). Een kleiner verschil is zichtbaar bij (het vermoeden van) een verstandelijke beperking (11% van de vrouwen (25 vrouwen) ten opzichte van 15% van de mannen (83 mannen)), bij fysieke beperking (5% van de vrouwen (11 vrouwen) ten opzichte van 9% van de mannen (47 mannen)) en langdurige lichamelijke klachten (14% van de mannen (77 vrouwen) in vergelijking tot 17% van de vrouwen (38 vrouwen)). Inkomstenbronnen Bij de getelde dak- en thuisloze vrouwen zijn de meest voorkomende vormen van inkomen een bijstandsuitkering (50 vrouwen, 22%), vast of tijdelijk werk (42 vrouwen, 19%) en een ziekte of arbeidsongeschiktheidsuitkering (23 vrouwen, 10%). Daarnaast heeft 3% van de vrouwen (6 vrouwen) een informeel inkomen.

Voor de getelde dak- en thuisloze mannen geldt een relatief gelijke verdeling van de belangrijkste inkomstenbronnen met ongeveer dezelfde percentages. Een uitzondering hierop vormen illegale activiteiten. 5% van de mannen (28 mannen) ontvangt inkomen uit illegale activiteiten, voor vrouwen is dit minder dan 1%. 50

Briefadres 45% van de getelde dak- en thuisloze vrouwen heeft een briefadres (102 vrouwen). Dit is vergelijkbaar voor de getelde dak- en thuisloze mannen: 46% van de mannen heeft een briefadres (252 mannen). Ook het percentage vrouwen en mannen zonder briefadres is evenredig: 36% van de vrouwen (81 vrouwen) en 35% van de mannen (192 mannen) hebben geen briefadres. Bij 16% van de vrouwen en 14% van de mannen is onbekend of zij een briefadres hebben. Actieve begeleiding Van de getelde vrouwen ontving 65% (146 vrouwen) actieve begeleiding in de maand voor de teldag. Dat is een iets hoger percentage dan dat van de mannen: 59% van de mannen ontving actieve begeleiding. Van een relatief lager aantal vrouwen is bekend dat ze geen actieve begeleiding ontvangen: 13% van de vrouwen (29 vrouwen) ten opzichte van 21% van de mannen (113 mannen). Daartegenover is het percentage dak- en thuisloze vrouwen waarbij onbekend is of zij actieve begeleiding ontvangen iets hoger dan dat van de dak- en thuisloze mannen: 20% van de vrouwen (45 vrouwen) tegenover 16% van de mannen (87 mannen). Duur van dak- en thuisloosheid Iets minder dan de helft van de vrouwen is korter dan 1 jaar dak- en thuisloos (107 vrouwen, 48%). Dit is een hoger percentage dan het percentage mannen dat korter dan 1 jaar dak- en thuisloos is (176 mannen, 32%).

20% van de vrouwen is korter dan 4 maanden dak- en thuisloos (44 vrouwen) ten opzichte van 11% van de mannen (60 mannen). 28% van de vrouwen is tussen de 4 maanden tot 1 jaar dak- en thuisloos (63 vrouwen) ten opzichte van 21% van de mannen (116 mannen). Relatief minder vrouwen dan mannen zijn langer dan 1 jaar dak- en thuisloos op het moment van de telling. 10% van de groep dak- en thuisloze vrouwen is 1 tot 2 jaar dak- en thuisloos (23 vrouwen) ten opzichte van 15% van de mannen (81 mannen). 15% van de vrouwen is langer dan 2 jaar dak- en thuisloos (34 vrouwen) ten opzichte van 26% van de mannen (144 mannen). Voor een gelijk percentage (20%) van de vrouwen en mannen is de informatie over de duur van de situatie van dak- of thuisloosheid onbekend. Aanleidingen verlies woonzekerheid10 Binnen de groep dak- en thuisloze vrouwen is aanzienlijk vaker dan bij mannen sprake van een relatiebreuk (31% van de vrouwen (69 vrouwen) t.o.v. 17% van de mannen (96 mannen)) of huiselijk geweld (24% van de vrouwen (55 vrouwen) t.o.v. 6% van de mannen (34 mannen)) als aanleiding voor het verlies van woonzekerheid.

Andere belangrijke aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid voor vrouwen zijn: psychische problematiek (15% bij vrouwen (34 vrouwen), 15% bij mannen (82 mannen)), conflict met familie/huisgenoten (14% bij vrouwen (31 vrouwen), 16% bij mannen (89 mannen)), verslaving (10% bij vrouwen (23 vrouwen), 14% bij mannen (75 mannen)), financiële problemen (12% bij vrouwen (26 vrouwen), 14% bij mannen (79 mannen)) en huisuitzetting vanwege overlast (11% bij vrouwen (25 vrouwen), 11% bij mannen (65 mannen)). Daar tegenover is voor vrouwen minder vaak dan voor mannen ontslag uit een instelling (7% van de vrouwen (15 vrouwen) t.o.v. 11% van de mannen (60 mannen)) aanleiding voor het verlies van woonzekerheid.

10 Een aanleiding voor het verlies van woonzekerheid is niet hetzelfde als de oorzaak van dak- of thuisloosheid. Zie voor een

toelichting hierop het kader onder paragraaf 3.2.10.

51

4.5 Personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn In totaal zijn er op 15-16 mei 178 dak- en thuisloze personen geteld die op dat moment twee jaar of langer dak- of thuisloos waren. Deze groep vormt 23% van het totaal aantal getelde dak- en thuisloze personen. Daarnaast zijn er 39 kinderen direct betrokken bij een of meerdere ouders die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn. Verblijfssituatie van personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn Tabel 28 geeft de verblijfplaats weer van de personen die op 15-16 mei langer dan 2 jaar dak- of thuisloos waren. De grootste groep mensen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn verbleef op de teldag bij familie, vrienden of derden (65 personen, 37%). 55 personen verbleven een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (31%), 34 personen verbleven in een niet-conventionele woonruimte (19%), 11 personen verbleven in de openbare ruimte (6%) en 9 personen in een instelling (5%). Tabel 28. Verblijfplaats van personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn op 15-16 mei 2023 Aantal personen

%

1

In de openbare ruimte

11

6%

2

In noodopvang

-

-

3

In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

55

31%

4

In een instelling

9

5%

5

In niet-conventionele woonruimte

34

19%

6

Bij familie / vrienden / derden

65

37%

+

In woning met dreigende uithuiszetting

-

-

Onbekend

4

2%

Totaal

178

100%

Profielkenmerken van de groep personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn Geslacht 81% van de getelde dak- en thuisloze personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn is man (144 personen) en 19% is vrouw (34 personen). Leeftijd De helft van de groep personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos is, heeft een leeftijd van 28 t/m 49 jaar (51%): 51 personen zijn 28 t/m 39 jaar (29%) en 39 personen zijn 40 t/m 49 jaar (22%). Daarnaast is 16% van de personen 18 t/m 27 jaar (29 personen), zijn 32 personen 50 t/m 59 jaar oud (18%). 16% is tussen de 60 en 79 jaar: 17 personen zijn 60 t/m 69 jaar (10%) en 10 personen zijn 70 t/m 79 jaar (6%). Nationaliteit 78% van de personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos is, heeft de Nederlandse nationaliteit (138 personen). Daarnaast heeft 21% van de personen een andere nationaliteit (37 personen). Samenstelling van huishouden 83% van de personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn op de teldag is alleenstaand (148 mensen), waarvan 15 personen alleenstaand met direct betrokken kind(eren) (8%). Daarnaast verblijven 15 personen samen met een partner (8%) in een situatie van dak- en thuisloosheid, waarvan 6 personen met partner en direct betrokken kind(eren) (3%). 7 personen verblijven met een ander familieverband (bv. met een oom of zus) in een situatie van dak- of thuisloosheid (4%).

Bij 7 personen is de samenstelling van het huishouden onbekend (4%). Gezondheid Van de 178 personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn is er bij 62% sprake van vermoedelijke 52

psychische/psychiatrische problemen (110 personen). Bij 40% van de personen is er sprake van vermoedelijke verslaving (72 personen) en bij 30% van de personen is er sprake van een vermoedelijke langdurige lichamelijke problemen (53 personen). Daarnaast is er bij 16% van de personen sprake van vermoedelijke verstandelijke beperking (29 personen) en hebben 24 personen een fysieke beperking (14%). Van de 178 personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn is er bij 15 personen geen (vermoeden van) gezondheidsproblemen (8%). Bij 17 personen in deze groep is onbekend of er sprake is van gezondheidsproblemen (10%). Inkomstenbronnen Bijna een derde van de getelde personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn ontvangt een bijstandsuitkering (55 personen, 31%). 27 personen ontvangen een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (15%), 25 personen inkomen uit vast of tijdelijk werk (14%) en hebben 24 personen geen inkomen (13%). 14 personen hebben een informeel inkomen (8%) en 8 personen een pensioen of AOW-uitkering (4%). Bij 24 personen is het inkomen onbekend (13%). Briefadres 56% van de personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn heeft een briefadres (100 personen). 40% van de personen heeft geen briefadres (71 personen). Voor 4% van de personen is het onbekend of zij een briefadres hebben (7 personen).

Actieve begeleiding 67% van de personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn werden actief begeleid door één of meerdere organisaties in de maand voor de telling (120 personen). 26% van de personen ontving geen begeleiding (47 personen). Bij 6% van de personen die langer dan 2 jaar dak- en thuisloos zijn is onbekend of ze begeleiding ontvingen (11 personen). Aanleidingen verlies woonzekerheid11 De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid voor de getelde personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn, zijn: psychische problematiek (46 personen, 26%), verslaving (41 personen, 23%), een relatiebreuk (36 personen, 20%), financiële problemen (35 personen, 20%), conflict met familie of huisgenoten (33 personen, 19%), huisuitzetting vanwege overlast (21 personen, 12%), werkloosheid (17 personen, 10%), ontslag uit een instelling (17 personen, 10%), huisuitzetting vangwege huurschuld (17 personen, 10%) en illegaliteit (15 personen, 8%).

11 Een aanleiding voor het verlies van woonzekerheid is niet hetzelfde als de oorzaak van dak- of thuisloosheid. Zie voor een

toelichting hierop het kader onder paragraaf 3.2.10.

53

4.6 Dak- en thuisloze personen van 65 jaar en ouder In totaal zijn er 32 dak- en thuisloze personen van 65 jaar of ouder geteld op 15-16 mei. Dit is 3% van het totaal aantal getelde dak- en thuisloze personen. Verblijfssituatie van de groep dak- en thuisloze personen van 65 jaar en ouder Tabel 29 geeft weer op welke verblijfplaatsen de getelde dak- en thuisloze personen van 65 jaar en ouder in de nacht van 15-16 mei verbleven. De grootste groep personen van 65 jaar en ouder verbleef bij familie, vrienden of derden (10 personen, 31%). Daarnaast verbleef een kwart van de personen in een nietconventionele woonruimte (8 personen, 25%), 5 personen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (16%), 3 personen in een instelling (9%) en 2 personen in de openbare ruimte (6%). Bij 4 personen (13%) is de verblijfplaats op 15-16 mei onbekend, maar is wel bevestigd dat zij op dat moment dak- of thuisloos waren. Tabel 29. Aantal dak- en thuisloze personen van 65 jaar of ouder per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023 Aantal personen % 1 2 3 4 5 6 +

In de openbare ruimte In noodopvang In tijdelijke opvang voor dakloze mensen In instelling In niet-conventionele woonruimte Bij familie / vrienden / derden In woning met dreigende uithuiszetting Onbekend Totaal

2 5 3 8 10 4 32

6% 16% 9% 25% 31% 13% 100%

Om de anonimiteit van deze personen te waarborgen, wordt in deze rapportage niet verder ingegaan op hun profielkenmerken.

54

Hoofdstuk 5 Samenvatting en conclusies > 5.1 Samenvatting > 5.2 Conclusies > 5.3 Terugblik op een goed verlopen telling

55

Hoo fdstuk 5

Samenvatting en co nclusies

Dit rapport beschrijft de resultaten van de ETHOS-Light telling in regio Meierij en Bommelerwaard. Dit hoofdstuk vat de resultaten samen, geeft de belangrijkste conclusies weer en blikt terug op de telling.

5.1 Samenvatting 5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio Meierij en Bommelerwaard in beeld. Daarbij is gebruik gemaakt van een nieuwe telmethode en een voor Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen. Voor het eerst zijn ook kinderen, dak- en thuisloze mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid meegeteld. De telling geeft inzicht in daadwerkelijke aantallen dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Meer dan de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld.

5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio Meierij en Bommelerwaard Dak- en thuisloosheid is in dit onderzoek gedefinieerd aan de hand van de ETHOS-Light classificatie, een internationaal gevalideerd instrument voor het meten van dak- en thuisloosheid. 44 organisaties telden op 16 mei 2023 in regio Meierij en Bommelerwaard 1008 dak- en thuisloze personen: 785 volwassenen en 223 kinderen. ETHOS-Light deelt dak- en thuisloosheid op in zes verschillende categorieën (zie Tabel 30), waaraan de onderzoekers in navolging van het onderzoeksteam van Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie toevoegden, namelijk personen die uit huis gezet dreigen te worden binnen een maand na de teldag terwijl zij geen passende woonoplossing hebben. Tabel 30. Verblijfplaats van dak- en thuisloze personen op 15-16 mei 2023 Totaal getelde personen

1008

1 2

In de openbare ruimte

Aantal volwassenen 32

In noodopvang

3

In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

4 5 6 +

%

4%

Aantal kinderen -

-

-

-

-

207

26%

71

32%

In instelling

95

12%

16

7%

In niet-conventionele woonruimte

112

14%

28

13%

Bij familie / vrienden / derden

279

36%

94

42%

In woning met dreigende uithuiszetting

24

3%

12

5%

Onbekend

36

5%

2

1%

Totaal

785

100%

223

100%

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

56

%

-

Er bleven 32 volwassenen in de openbare ruimte en 0 kinderen. Geen van de volwassenen en kinderen verbleven in de noodopvang.12 207 volwassenen en 71 kinderen verbleven in tijdelijke opvang voor dakloze mensen. 95 volwassenen en 16 kinderen verbleven langer dan nodig in een instelling vanwege gebrek aan een woonoplossing of moesten binnen 30 dagen na de teldag een instelling verlaten zonder dat zij een woonoplossing hadden. 112 volwassenen en 28 kinderen verbleven in een niet-conventionele ruimte zoals een kraakpand, garage, auto of stacaravan. 279 volwassenen en 94 kinderen verbleven tijdelijk bij familie, vrienden of derden. Verder waren er 24 volwassenen en 12 kinderen in een situatie van dreigende huisuitzetting. In elk van de 5 deelnemende gemeenten werden mensen getroffen door dak- en thuisloosheid. Er werden 577 dak- en thuisloze personen geteld in ‘s-Hertogenbosch, 95 in Meierijstad, 60 in Vught, 56 in Boxtel, 52 in Zaltbommel, 14 in Maasdriel en 7 in Sint-Michielsgestel. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht op basis van bestaande cijfers valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht.

Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven onvoldoende inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is in feite een nulmeting voor de regio.

5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen 70 procent van de getelde dak- en thuisloze volwassenen in de regio is man, 29 procent is vrouw en voor <1 procent wordt het geslacht als anders omschreven. Daarnaast is bij <1 procent van de personen het geslacht onbekend. 22 procent van de personen is minderjarig, 78 procent is meerderjarig. Het aandeel jongeren (1827 jaar) is 22 procent. 68 procent van de mensen heeft de Nederlandse nationaliteit. 58 procent is alleenstaand zonder kinderen, 11 procent is alleenstaand met kinderen en 2 procent heeft een partner en kinderen. 36 procent is korter dan een jaar dak- of thuisloos en 37 procent langer dan twee jaar. 34 procent van de getelde personen ontvangt een inkomen uit een uitkering, 18 procent inkomen uit vast of tijdelijk werk en 13 procent heeft geen enkel inkomen. Bij 30 procent is er (een vermoeden van) een verslaving en bij 45 procent is er sprake van (een vermoeden van) psychische/psychiatrische problematiek.13 De verblijfplaatsen van de getelde dak- en thuisloze mensen blijken niet altijd statisch: een deel van de getelde dak- en thuisloze mensen verbleven in de twee weken voorafgaand aan de telling in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

5.2 Conclusies Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de belangrijkste resultaten van de telling. Op basis van de verzamelde gegevens en de reflecties daarop trekken we de volgende conclusies14:

12

Regio Meierij en Bommelerwaard heeft geen nachtopvang, maar een noodopvang waar mensen 24 uur kunnen verblijven. Binnen dit onderzoek valt deze 24-uursopvang in categorie 3 (tijdelijke opvang). Dit verklaart dat er geen mensen zijn geteld in categorie 2 (noodopvang). 13 Bij een deel van de personen is er sprake van zowel (een vermoeden van) psychische/psychiatrische problematiek als (een vermoeden van) verslaving. Er konden meerdere gezondheidsklachten worden aangegeven per persoon, de percentages tellen dus niet op. 14 De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die omschreven staan in de onderzoeksrapportage van het ETHOS-Light telonderzoek in de regio Brabant Noordoost-Oost dat gelijktijdig heeft plaatsgevonden.

57

5.2.1 Grote diversiteit aan dak- en thuisloze personen De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in regio Meierij en Bommelerwaard zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische- en verslavingsproblematiek. Deze telling haalt dit beeld onderuit. Bijna een derde van de getelde volwassenen is vrouw (29%). Dit percentage is hoger dan percentages die uit bestaande schattingen naar voren komen (CBS, 2023). We telden dak- en thuisloze mensen in de leeftijd van nul tot 86 jaar. Relatief veel dak- en thuisloze personen zijn jong: het aandeel dak- en thuisloze kinderen en jongeren is bij elkaar 44 procent. Bovendien hebben de dak- en thuisloze mensen in de regio 45 verschillende nationaliteiten.

5.2.2 Veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid Uit de telling blijkt dat de grootste groep mensen verblijft in minder zichtbare situaties van dak- en thuisloosheid. De grootste groep mensen (36 procent) verblijft bij vrienden, familie of derden. Ruim een kwart van de mensen 13% van de mensen verblijft in een niet-conventionele woonplek, zoals een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. 12% van de mensen verblijft langer in een instelling vanwege het ontbreken van een passende woonoplossing of verlaat binnen een maand een instelling zonder zicht op een passende woonoplossing. Het percentage mensen dat in de openbare ruimte, in de noodopvang of in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen verblijft is minder dan een derde van het totaal. Dit doorbreekt het dominante beeld van verblijf op straat of in een opvangvoorziening. Het onderzoek laat bovendien zien dat dak- en thuisloosheid niet statisch, maar dynamisch is. Een deel van de mensen die geteld zijn, verbleef in de twee weken voor de teldag in verschillende leefsituaties van dak- of thuisloosheid.

5.2.3 Dak- en thuisloosheid treft veel kinderen De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen treft. In regio Meierij en Bommelerwaard waren 223 kinderen dak- en thuisloos (22 procent van het totale aantal dak- en thuisloze personen). 215 van deze kinderen bevinden zich samen met hun ouders in een situatie van dak- en thuisloosheid, 8 kinderen bevinden zich zonder ouders in een situatie van dak- en thuisloosheid. De meeste kinderen verblijven bij familie, vrienden of derden (94 kinderen), in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (71 kinderen) en in een nietconventionele woonruimte (28 kinderen). Daarnaast is er een nog grotere groep kinderen (248 kinderen in totaal) indirect betrokken bij een situatie van dak- of thuisloosheid, omdat een van hun ouders dak- of thuisloos is. Uit onderzoek weten we dat dak- en thuisloosheid bij kinderen negatieve effecten heeft op de ontwikkeling van kinderen en het risico vergroot dat zij op volwassen leeftijd ook in een situatie van dak- en thuisloosheid terecht komen (Bradley et al., 2018; Murran & Brady, 2022). Uit ervaringsverhalen blijkt dat ook indirecte betrokkenheid bij dak- of thuisloosheid grote impact heeft op kinderen (Hochstenbach, 2022).

5.2.4 Aantal dak- en thuisloze jongeren is hoog Het aantal dak- en thuisloze jongeren (18 tot en met 27 jaar) is hoog ten opzichte van dak- en thuisloze personen in andere leeftijdscategorieën. In regio Meierij en Bommelerwaard zijn er 219 dak- en thuisloze jongeren geteld (22 procent van de totale populatie). Door de deelnemende organisaties en de deelnemende regio’s werd het hoge aantal jongeren als een van de belangrijkste resultaten van de telling gezien. De betrokken professionals signaleerden al dat het aantal dak- en thuisloze jongeren hoog was in de regio. De cijfers bevestigden dit. Net als bij kinderen heeft dak- en thuisloosheid verstrekkende gevolgen voor de ontwikkeling van jongeren (Oppong et al., 2016).

58

5.2.5 Dak- en thuisloosheid komt overal voor Niet alleen in de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch, maar ook in alle zes de regiogemeenten in Meierij en Bommelerwaard zijn dak- en thuisloze mensen geteld. De aantallen per regiogemeente lopen uiteen van 7 tot 95 personen en ook in de regiogemeenten is sprake van een verscheidenheid aan leefsituaties van daken thuisloosheid. Verhoudingsgewijs verblijven in de regiogemeenten minder mensen in de openbare ruimte en in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen. In deze gemeenten verblijven relatief meer mensen in andere leefsituaties van dak- en thuisloosheid, zoals verblijf bij vrienden, familie en derden, in een instelling en in niet-conventionele ruimtes. Lokale verschillen worden verklaard door de aanwezigheid van specifieke (regionale) voorzieningen voor dak- en thuisloze personen, de aanwezigheid van instellingen (bijvoorbeeld Penitentiaire Inrichtingen en GGZ-instellingen) en het aantal organisaties dat aan de telling meewerkte.

5.3 Terugblik op de eerste ETHOS telling in Nederland Aanpassing van de methode naar de Nederlandse context Regio Meierij en Bommelerwaard vervulden samen met Brabant Noordoost-Oost een voortrekkersrol in Nederland door als eerste regio deel te nemen aan de ETHOS telling. Zij zijn de eerste regio’s die op deze manier inzicht verkregen in de problematiek van dak- en thuisloosheid. Omdat het voor het eerst was dat een dergelijke telling in Nederland is uitgevoerd, moest de in België ontwikkelde methode worden aangepast aan de Nederlandse context. De medewerkers van de deelnemende gemeenten, een begeleidingscommissie bestaande uit onderzoekers met expertise op het gebied van dak- en thuisloosheid en een landelijke adviesraad bestaande uit vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport (VWS), brancheorganisatie voor opvanginstellingen Valente, FEANTSA (de Europese Federatie voor organisaties die met dak- en thuisloze mensen werken), het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), het Leger des Heils, mensen met ervaringskennis en professor Koen Hermans, grondlegger van de onderzoeksmethode, leverden hier een bijdrage aan. Het belang van het betrekken van een breed scala aan organisaties 44 organisaties vulden vragenlijsten in op 16 mei 2023 of in de twee weken daarna.

Dit waren niet alleen organisaties die zich specifiek richten op de groep dak- en thuisloze mensen, zoals bemoeizorg en de maatschappelijke opvang. Ook organisaties die zich niet op deze groep richten maar wel met dak- en thuisloze personen in contact komen, zoals welzijnsorganisaties, buurtteams, jeugdhulpverlening, de Nederlandse Spoorwegen (NS), woningcorporaties en instellingen zoals een penitentiaire inrichting en een algemeen ziekenhuis telden mee. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Meer dan de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld. Groot draagvlak voor de telling Het draagvlak voor de telling was vanaf het begin af aan groot: veel organisaties onderkenden het nut en de noodzaak van de telling. De betrokkenheid van een onafhankelijk onderzoeksinstituut (in dit geval Hogeschool Utrecht) was een belangrijke randvoorwaarde om de privacy van de getelde mensen te garanderen. Vanwege de rol die Hogeschool Utrecht speelde in het verzamelen en verwerken van de data waren lokale organisaties bereid gegevens over dak- en thuisloze personen te delen. Het merendeel van de organisaties twijfelde niet om deel te nemen. Het belang van de telling werd breed gedragen.

Sommige organisaties of afdelingen binnen organisaties twijfelden in eerste instantie over deelname, vanwege de hoge werkdruk van medewerkers of omdat zij zich er in eerste instantie niet bewust van waren dat professionals van hun organisatie ook met dak- en thuisloze mensen in contact staan. Vrijwel alle organisaties gingen na een toelichting door de lokale coördinator toch akkoord met deelname.

59

Toenemend bewustzijn van eigen rol in aanpak dak- en thuisloosheid Tijdens de informatiesessies is veel gesproken over stereotype beelden van dak- en thuisloosheid. Ook kwam gedurende het onderzoeksproces regelmatig aan de orde dat zichtbare dakloosheid slechts het topje van de ijsberg is en dat een groot deel van de dak- en thuisloze mensen vaak buiten beeld blijft. Veel deelnemers gaven aan dat zij door deelname aan de informatiesessies en door hun bijdrage aan het onderzoek anders zijn gaan kijken naar dak- en thuisloosheid. Het bewustzijn dat dak- en thuisloosheid heel divers is nam door het onderzoek toe. Veel medewerkers van de betrokken organisaties waren zich voorheen niet bewust van het feit dat zij met dak- en thuisloze personen in contact staan. Door de telling groeide het besef dat de problematiek van dak- en thuisloosheid veel breder is dan vaak wordt gedacht en dat een veelheid aan partijen noodzakelijk is in het signaleren en aanpakken van dak- en thuisloosheid in de regio. Dit is belangrijk, omdat al deze partijen een rol kunnen spelen bij het oplossen van dak- en thuisloosheid.

Aandacht voor andere vormen van precaire huisvesting Tijdens de bijeenkomsten met professionals werden specifieke groepen genoemd die niet geteld zijn, omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden om meegeteld te worden. Het ging hierbij over mensen die wel degelijk in zeer onveilige leefsituaties zitten en een verhoogd risico op dak- en thuisloosheid lopen. Deze informatie is van belang bij het formuleren van preventiebeleid. Opvallende groepen waren mensen in een onveilige thuissituatie, zowel jongeren als volwassenen. Ook arbeidsmigranten werden genoemd als groep met een groot risico op het verlies van huisvesting. De onderzoekers signaleren daarnaast dat er in de regio veel mensen zijn die na een periode van dak- of thuisloosheid gehuisvest worden in een sociale huurwoning met in eerste instantie een tijdelijk huurcontract met bijzondere voorwaarden, zoals het accepteren van begeleiding. Daarin is deze regio niet uniek: dit komt in Nederland veel voor. Vanuit het recht op behoorlijke huisvesting bezien zijn dergelijke constructies problematisch. Dit komt omdat een tijdelijk huurcontract geen rechtsbescherming biedt en mensen kwetsbaar maakt voor het verlies van hun woning.

60

Hoofdstuk 6 Blik op de toekomst > 6.1 Van tellen naar oplossen > 6.2 Tweede telronde (2024)

61

Hoo fdstuk 6

Blik o p de to eko mst

6.1 Van tellen naar oplossen Voor effectief beleid is inzicht in het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielenkenmerken cruciaal. Met de resultaten van deze telling bieden we gemeenten in regio Meierij en Bommelerwaard dit inzicht. De regio kan de resultaten van de telling benutten bij het ontwikkelen van een aanpak gericht op het uitbannen van dakloosheid in 2030, de ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030). De telling brengt bijvoorbeeld groepen in beeld die voorheen voor beleidsmakers onzichtbaar waren, geeft handvatten voor beleid en laat zien waar versterking van een preventieve aanpak nodig is. Dit doen zij in samenspraak met belangrijke lokale partijen die ook betrokken waren bij de telling. Samenwerking tussen lokale partijen versterkt Door het gezamenlijk uitvoeren van deze telling is de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. Dit is een belangrijk resultaat van het onderzoeksproces. De diversiteit aan organisaties die deelnamen aan de telling laat zien dat het oplossen en voorkomen van dakloosheid vraagt om de inzet en samenwerking van een groot aantal partijen. De gemeenten uit de regio zijn nu aan zet om de lokale aanpak van dakloosheid samen met alle betrokken organisaties vorm te geven.

Zij kunnen daarbij voortborduren op de samenwerking die door de organisatie en uitvoering van de telling is ontstaan. Herhaling van de telling De uitgevoerde telling is een belangrijke nulmeting. Effecten van nieuw beleid gebaseerd op deze telling zullen naar verwachting zichtbaar beginnen te worden na een periode van drie tot vier jaar. Een nieuwe telling kan dan een belangrijk middel zijn om na te gaan in hoeverre de getroffen maatregelen effectief zijn.

6.2 Tweede telronde (2024) Het is de ambitie van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om in heel Nederland heldere, betrouwbare en vergelijkbare cijfers van dak- en thuisloosheid te verkrijgen. We vinden het daarom positief dat het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) zich tot doel stelt om alle dak- en thuisloze mensen in beeld te krijgen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. De komende jaren werken wij, in samenwerking met het Rijk en gemeenten, aan een landelijke opschaling van de ETHOS telling. Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we de ETHOS telling uit naar nieuwe regio’s. In navolging van Noordoost-Brabant hebben 55 gemeenten zich aangemeld voor de tweede ronde van de ETHOS telling. Dat betekent dat we in het voorjaar van 2024 een telling uitvoeren in de volgende regio’s: Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, Gelderland-Zuid, Regio Breda, Hart van Brabant en West-Friesland. De resultaten hiervan verwachten we in oktober 2024. Vanaf januari 2024 kunnen gemeenten zich aanmelden bij Kansfonds voor de derde ronde van de ETHOS tellingen die we in 2025 organiseren.

62

Referenties

63

Referenties Akkermans, C. (2020). Dakloosheid van vrouwen blijft onderbelicht. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Verkregen via: http://www.socialevraagstukken.nl/rubrieken/analyse-xl/dakloosheid-van-vrouwenblijft-onderbelicht Al Shamma, S., Van Straatten, B., Boersma, S., Rodenburg, S., Van der Laan, J., Van de Mheen, D. % Wolf, J. (2015). Dakloze mensen in de vier grote steden: veranderingen in 2,5 jaar. Eindrapportage Coda-G4. Rotterdam: Instituut voor Verslavingsonderzoek. Baptista, I., & Marlier, E. (2019). Fighting homelessness and housing exclusion in Europe: A study of national policies. European Social Policy Network (ESPN). European Commission. Bradley, C., McGowan, J. & Michelson, D. (2018). How Does Homelessness Affect Parenting Behaviour? A Systematic Critical Review and Thematic Synthesis of Qualitative Research. Clinical Child and Family Psychology Review 21, 94–108. https://doi.org/10.1007/s10567-017-0244-3 CBS (2023). 26,6 duizend dakloze mensen begin 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek. Verkregen via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/39/26-6-duizend-dakloze-mensen-begin-2022 CBS (2023). Dakloos in Nederland: wat behelst het onderzoek. Verkregen via: https://www.cbs.nl/nlnl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksomschrijvingen/dakloosin-nederland CBS (z.d.). Gemeentelijke monitor Sociaal Domein.

Verkregen via: https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemersenquetes/decentrale-overheden/overzicht/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein De Jonge, A. (2021). Minder daklozen? ‘De opvang zit overvol’. Binnenlands Bestuur. Verkregen via: Minder daklozen? 'De opvang zit overvol' (binnenlandsbestuur.nl) Demaerschalk, E., Italiano, P., Mondelaers, N., Steenssens, K., Schepers, W., Nicaise, I., Van Regenmortel, T., & Hermans, K. (2018). Measuring Homelessness in Belgium - Final Report. Brussels. Belgian Science Policy 2018 – 250 p. (BRAIN-be - (Belgian Research Action through Interdisciplinary Networks) Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226. FEANTSA (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. Verkregen via: www.feantsa.org/download/fea-002-18update-ethos-light-0032417441788687419154.pdf Hermans, K. (2021). Tellingen dak- en thuisloosheid. Globaal rapport. Verkregen via https://media.kbsfrb.be/nl/media/7768/pub2021_3767_dakenthuisloosheid_globaal_nl_def.pdf. Hochstenbach, C. (2022). Uitgewoond. Waarom het hoog tijd is voor een nieuwe woonpolitiek. Amsterdam: Das Mag Uitgevers B.V. Huber, M., Van Doorn, L. & Davelaar, M. (2022). Waar staan we in de aanpak van dakloosheid in Nederland? Sociale Vraagstukken.

Verkregen via: Waar staan we in de aanpak van dakloosheid in Nederland? – Sociale Vraagstukken Mertens, N., Demaerschalk, E., Vermeir, E., Robben, L., & Hermans, K. (2022). Telling Dak- en thuisloosheid: Handleiding voor Lokale Besturen. KU Leuven. Verkregen via: Handleiding Telling dak- en thuisloosheid 2022 (vlaanderen.be) 64

Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid & Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (20232030). Verkregen via: https://open.overheid.nl/documenten/ronlbb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf MPHASIS (Mutual Progress on Homelessness through Advancing and Strengthening Information Systems) (2009). Final Technical Implementation Report. Verkregen via http://www.trp.dundee.ac.uk/research/mphasis/ Murran, S., & Brady, E. (2022). How does family homelessness impact on children's development? A critical review of the literature. Child & Family Social Work, 1–12. https://doi.org/10.1111/cfs.12968 Oostveen, A. (2019). National Strategies to Fight Homelessness and Housing Exclusion in The Netherlands. In: Baptista, I. & E. Marlies, Fighting Homelessness and Housing Exclusion in Europe: a study of national policies. European Social Policy Network, Brussel: European Commission. Oppong Asante, K., Meyer-Weitz, A. & Petersen, I. (2016). Mental Health and Health Risk Behaviours of Homeless Adolescents and Youth: A Mixed Methods Study. Child Youth Care Forum 45, 433–449 https://doi.org/10.1007/s10566-015-9335-9 Raad Volksgezondheid en Samenleving (2020). Herstel begint met een huis: Dakloosheid voorkomen en verminderen.

Den Haag, verkregen via: https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstel-begint-met-een-huisdakloosheid-voorkomen-en-verminderen Rijk en de vier grote steden. (2006). Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang. Den Haag: SDU Uitgevers. Rijksoverheid (z.d.). Kan ik mijzelf laten inschrijven op een briefadres? Verkregen via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gemeenten/vraag-en-antwoord/kan-ik-een-briefadreskrijgen-als-ik-geen-vast-woonadres-heb Schel, S., Wewerinke, D., De Vries, J. % Van Doorn, L. (2023). Nieuwe telling van dak- en thuisloosheid. Sociaal Bestek. Verkregen via: Nieuwe telling van dak- en thuisloosheid (sociaalbestekpremium.nl) Vermeir, E., & Samyn, S. (2021). Telling dak- en thuisloosheid: Lokaal Rapport – Gent. KU Leuven, verkregen via: https://www.kbs-frb.be/nl/Activities/Publications/2021/20210311NT1 VNG (2022). Monitor Dakloosheid als onderdeel van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Aanleverprotocol. Den Haag: VNG Wekker, G., & Lutz, H. (2001). Een hoogvlakte met koude winden. De geschiedenis van het gender-en etniciteitsdenken in Nederland. Caleidoscopische visies. De zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland, 25-49. Wewerinke, D., Schel, S., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Anders tellen geeft een beter beeld van dakloosheid. Sociale Vraagstukken.

Verkregen via: Anders tellen geeft een beter beeld van dakloosheid – Sociale Vraagstukken

65

Bijlagen > Bijlage 1. ETHOS-classificatie > Bijlage 2. ETHOS-Light > Bijlage 3. Diensten en (sub)organisaties die deelnamen aan de telling > Bijlage 4. Verblijfplaatsen dak- en thuisloze personen in kernen Meierijstad

66

Bijlagen Bijlage 1: ETHOS-classificatie

67

Bijlage 2: ETHOS-Light

68

Bijlage 3: Diensten en (sub)organisaties die deelnamen aan de telling 2Live Area Bazalt Wonen Bond Precaire Woonvormen BrabantWonen Buurtzorg Jong Buro3o Cello Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg Charlotte van Beuningen Contour de Twern De Kernen DJI PI Vught FamilySupporters Farent Sociaal Werk (incl. CIT, buurtteam Zuid, KOO Wijkplein) Gemeente Boxtel Gemeente Den Bosch (incl. CTMO, Team Regie, Bureau Nazorg, WeenerXL, Bewindvoeringskantoor gemeente ’s-Hertogenbosch) Gemeente Maasdriel Gemeente Meierijstad Gemeente Sint-Michielsgestel Gemeente Vught Gemeente Zaltbommel GGD Hart van Brabant GGZ Oost-Brabant Jeroen Bosch Ziekenhuis Koraalgroep Labyrint Zorg en Werk Leger des Heils Jeugdbescherming en reclassering MijnGemeenteDichtbij (gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel) MO Den Bosch Mooiland Woningcorporatie Nederlandse Spoorwegen Novadic Kentron Novafarm Grip Onder de Bomen ONS Welzijn Oosterpoort Osperon Poolse Parochie Bisdom ‘s-Hertogenbosch PowerUp073 Protestantse Kerk ’s-Hertogenbosch Reclassering Nederland Regionaal Autisme Centrum Reinier van Arkel 69

SMO Verdihuis Springplank Stichting Barka Stichting Loods Stichting MEE Gelderse Poort Stichting NIDOS Straatpastoraat Den Bosch Veilig Thuis Oost-Brabant Vluchtelingenwerk Welzijn de Meierij Wijk GGD Woonstichting JOOST Woonzorgnet Ypse Zayaz Woningcorporatie Zorg en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

70

Bijlage 4: ETHOS-Light classificatie dak- en thuisloze personen kernen in Meierijstad In Tabel 31 zijn de verblijfplaatsen van de dak- en thuisloze personen op 15-16 mei in Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode (samen gemeente Meierijstad) uitgesplitst op basis van ETHOS-Light.

Tabel 31. Verblijfplaats van volwassen dak- en thuisloze personen in Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode (Meierijstad) op 15-16 mei 2023

In de noodopvang

In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

In een instelling

In niet-conventionele woonruimte

Bij familie/ vrienden/derden

Dreigende huisuitzetting

Situatie onbekend, dak- of thuisloosheid bevestigd

Totaal (+kinderen)

Aandeel per 1000 inwoners

Verblijfplaats nacht 15-16 mei

In de openbare ruimte

Gemeente

Schijndel

-

-

-

-

14

3

-

-

17 (5)

0,08

Veghel

2

-

19

1

2

7

2

-

33 (30)

0,20

Sint-Oedenrode

-

-

-

-

3

3

1

1

8 (2)

0,06

Totaal Meierijstad

2

-

19

1

19

13

3

1

58 (35)

0,14

71

72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14210618/1