7. Onderzoeksrapportage ETHOS Light Telonderzoek Meierij en Bommelerwaard okt 2023 definitief
Tekst van het document
%
Betekend vonnis tot gerechtelijke huisuitzetting
10
42%
Huurcontract loopt af binnen maand na de teldag
3
13%
Sloop / renovatie
2
8%
Verplicht vertrek wegens beslissing onbewoonbaarheidsverklaring
2
8%
Verlopen huurcontract
1
4%
Anders
5
21%
Onbekend
1
4%
Totaal
24
100%
3.1.8 Verblijfplaats 2-16 mei 2023 Naast de verblijfplaats van 15 op 16 mei 2023 werd ook de verblijfplaats tijdens de twee weken voorafgaand aan de teldag in kaart gebracht. Aangezien de verblijfplaats van dak- en thuisloze mensen kan wisselen, kon 23
er per persoon meerdere categorieën worden aangekruist, de percentages tellen daarom niet op tot 100%. Tabel 8 geeft weer hoeveel mensen zich in de periode van 2 – 16 mei 2023 op enig moment op de verschillende verblijfplaatsen bevonden. In de twee weken voorafgaand aan de telling verbleven de getelde personen het vaakst (op enig moment) bij familie, vrienden of derden (322 personen, 41%), in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (213 personen, 27%) en in niet-conventionele woonruimten (171 personen, 22%). Dit zijn dezelfde verblijfplaatsen die in de nacht van 15-16 mei het vaakst geteld zijn. Ook verbleven er 7 personen op enig moment in de noodopvang. De 7 personen die in de twee weken voor de teldag in de noodopvang verbleven, verbleven in een noodopvang buiten de regio. Tabel 8. Verblijfplaats van volwassen dak- en thuisloze personen tussen 2 –16 mei 2023 (n=785) Aantal volwassenen
%
1 2
In de openbare ruimte
80
10%
In noodopvang
7
<1%
3
In tijdelijk opvang voor dakloze mensen
213
27%
4
In een instelling
104
13%
5
In niet-conventionele woonruimte
171
22%
6 +
Bij familie, vrienden of derden
322
41%
In woning met dreigende huisuitzetting
37
5%
De persoon was niet dak- of thuisloos
2
<1%
Onbekend
13
2%
3.1.9 Verblijfsituatie 15-16 mei vergeleken met de verblijfssituatie(s) van 2-16 mei Om de dynamiek van dak- en thuisloosheid nader in kaart te brengen, vergelijken we de verblijfplaats van de getelde dak- en thuisloze mensen op de teldag met hun verblijfplaats(en) in de twee weken daarvoor (periode 2-16 mei). Tabel 9 geeft de resultaten van deze vergelijking weer. In deze tabel wordt per verblijfsplaats in de nacht van 15-16 mei (linker kolom) aangegeven op welke plaatsen de mensen in deze categorieën in de twee weken voor de teldag verbleven (rechter kolommen). In de tabel is te zien dat er in elk van de verblijfscategorieën – uitgezonderd in een woning met dreigende huisuitzetting - personen zijn die in de twee weken voor de teldag ook op andere plekken verbleven. De getallen op de horizontale as tellen niet op tot de originele totalen per verblijfscategorie doordat er meerder verblijfplaatsen konden worden opgegeven. Van de 32 personen die op 15-16 mei in de openbare ruimte verbleven, verbleven er in de twee weken voor de teldag een deel van deze personen in een instelling (1 persoon), niet-conventionele woonruimte (7 personen) en bij familie, vrienden of derden (2 personen). Van 2 personen was de verblijfplaats in de 2 weken voor de teldag onbekend.
Van de 207 personen die op 15-16 mei verbleven in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen, verbleven er in de twee weken voor de teldag ook personen in de openbare ruimte (6 personen), in de noodopvang (1 persoon), in een instelling (7 personen), in een niet-conventionele woonruimte (3 personen) en bij familie, vrienden of derden (17 personen). Van de 95 personen die op 15-16 mei verbleven in een instelling, verbleef een deel van deze mensen in de twee weken voor de teldag ook in de openbare ruimte (7 personen), in de noodopvang (2 personen), in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (6 personen), in een niet-conventionele woonruimte (4 personen) of bij familie, vrienden of derden (10 personen). Daarnaast verbleven er 2 personen in een woning met dreigende huisuitzetting. Eén persoon was in de twee weken voor de teldag nog niet dak- of thuisloos. Van de 112 personen die op 15-16 mei verbleven in een niet-conventionele woonruimte verbleven in de twee weken voor de teldag ook personen in de openbare ruimte (4 personen), tijdelijke opvang voor dakloze 24
mensen (1 persoon), in een instelling (1 persoon), bij familie, vrienden of derden (13 personen) en in een woning met dreigende huisuitzetting (2 personen). Op 15-16 mei verbleven er 279 personen bij familie, vrienden of derden. Van deze personen verbleven er in de twee weken voor de teldag ook personen in de openbare ruimte (20 personen), in de noodopvang (3 personen), in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (3 personen), in een instelling (6 personen), in nietconventionele woonruimten (30 personen) en in een woning met dreigende huisuitzetting (7 personen). 1 persoon was in de twee weken voor de teldag nog niet dak- of thuisloos. Van 11 personen was de verblijfplaats in de 2 weken voor de teldag onbekend. De 24 personen die op 15-16 mei verbleven in een woning met dreigende huisuitzetting, verbleven alle 24 ook in de twee weken voor de teldag in de woning waar zij op de teldag uit dreigen te worden gezet.
In de openbare ruimte
In noodopvang
In tijdelijke opvang voor ldakloze mensen
In een instelling
In niet-conventionele lwoonruimte
Bij familie, vrienden of lderden
In woning met ldreigende huisuitzetting
Persoon was niet dak- of lthuisloos
Onbekend
ll
Tabel 9. Verblijfplaats volwassenen op 2-16 mei 2023 en verblijfplaats op 15-16 mei 2023 (n=785) Verblijfplaats 2-16 mei 2023 Verblijfplaats 15-16 mei 2023
1
In de openbare ruimte
29
-
-
1
7
2
-
-
2
2
In noodopvang
-
-
-
-
-
-
-
-
-
6
1
199
7
3
17
-
-
-
7
2
6
87
4
10
2
1
-
4
In tijdelijke opvang voor dakloze mensen In een instelling
5
In niet-conventionele woonruimte
4
-
1
1
111
13
2
-
-
6
Bij familie, vrienden of derden
20
3
3
6
30
255
7
1
11
+
In woning met dreigende huisuitzetting
-
-
-
-
-
-
24
-
-
Onbekend
14
1
4
2
16
25
2
-
-
3
25
3.1.10 Aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente Tabel 10a geeft het aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente weer op 15-16 mei 2023. De meeste volwassen dak- en thuisloze personen verbleven in ’s-Hertogenbosch (453 personen, 58%), gevolgd door Meierijstad (58 personen, 7%), Vught (54 personen, 7%), Boxtel (4 personen, 6%), Zaltbommel (38 personen, 5%), Maasdriel (10 personen, 1%) en Sint-Michielsgestel (6 personen, 1%). Een groep van 54 mensen (7%) met een link met regio Meierij en Bommelerwaard verbleef in de nacht van 15 op 16 mei in een gemeente buiten de regio. Van de overige 66 personen (8%) is niet bekend in welke gemeente deze personen verbleven, maar is wel vastgesteld dat ze in de regio verbleven. Tabel 10a geeft het aantal dak- en thuisloze personen per gemeente weer. Het aantal kinderen dat (al dan niet met hun ouder(s)) verbleef in een situatie van dak- of thuisloosheid in de nacht van 15-16 mei 2023 was het hoogst in ‘s-Hertogenbosch (124 kinderen, 56%), gevolgd door Meierijstad (37 kinderen, 17%), Zaltbommel (14 kinderen, 6%), Boxtel (10 kinderen, 4%), Vught (6 kinderen, 3%), Maasdriel (4 kinderen, 2%) en Sint-Michielsgestel (1 kind, <1%). 20 kinderen (10%) met een link met de regio verbleven in een gemeente buiten regio Meierij en Bommelerwaard.
Voor de overige 7 kinderen (3%) werd niet gespecificeerd in welke gemeente in de regio zij (met hun ouder(s)) verbleven. Tabel 10a. Aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente op 15-16 mei 2023 Aantal volwassenen 453
58%
Aantal kinderen 124
Meierijstad
56%
Vught
58
7%
37
17%
54
7%
6
3%
Boxtel
46
6%
10
4%
Sint-Michielsgestel
6
1%
1
<1%
Zaltbommel
38
5%
14
6%
Maasdriel
10
1%
4
2%
Andere gemeente
54
7%
20
10%
Onbekend
66
8%
7
3%
Totaal
785
100%
223
100%*
Gemeente ‘s-Hertogenbosch
%
%
* Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%
Tabel 10b geeft per gemeente de verblijfplaats van de getelde personen weer. Bij het lezen van deze resultaten is belangrijk om rekening te houden met enkele kenmerken van de regio. Deze kenmerken zijn: •
•
• •
Regio Meierij en Bommelerwaard heeft geen nachtopvang, maar een noodopvang waar mensen 24 uur per dag kunnen verblijven. Binnen dit onderzoek valt deze 24-uursopvang in categorie 3 (tijdelijke opvang). Dit verklaart dat er geen mensen zijn geteld in categorie 2. In ’s-Hertogenbosch zijn relatief veel voorzieningen en opvangplekken voor dakloze mensen, met ook een regionale functie. Dit kan een verklaring zijn voor de relatief hoge aantallen in ’sHertogenbosch. In gemeente Vught verblijven relatief veel mensen in ETHOS-categorie 4. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van een Penitentiaire Inrichting en diverse GGZ-instellingen in Vught. In de gehele regio waren er onvoldoende mogelijkheden om campings en vakantieparken te betrekken bij de telling.
Voor gemeente Meierijstad is het aantal getelde personen op verzoek van de gemeente uitgesplitst naar de voormalige gemeenten Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode. Deze aantallen zijn te vinden in Bijlage 4. Daarnaast geef Tabel 10b ook het percentage dak- en thuisloze personen (volwassen + kinderen) ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de gemeente weer. In de regio is het aandeel dak- en thuisloze personen het hoogst in ‘s-Hertogenbosch (0,38%), gevolgd door Vught (0,23%), Zaltbommel (0,19%), Boxtel (0,18%), 26
Meierijstad (0,12%), Maasdriel (0,06%) en Sint-Michielsgestel (0,02%).
's-Hertogenbosch
Meierijstad
Boxtel
Sint-Michielsgestel
Vught
Maasdriel
Zaltbommel
Buiten de regio, lwel link met regio
Onbekend
Tabel 10b. Verblijfplaats van volwassen dak- en thuisloze personen per gemeente op 15-16 mei 2023
In de openbare ruimte
23
2
1
-
1
-
1
1
3
In de noodopvang
-
-
-
-
-
-
-
-
-
In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
167
19
8
1
-
-
4
4
4
In een instelling
22
1
12
-
33
-
-
25
2
In niet-conventionele woonruimte (garage, boot…)
38
19
8
-
5
1
16
5
20
Bij familie/ vrienden/derden
171
13
15
4
13
8
12
17
26
Dreigende huisuitzetting
13
3
-
-
2
1
5
-
-
Situatie onbekend, dak- of thuisloosheid bevestigd
19
1
2
1
-
-
-
2
11
Totaal (+kinderen)
453 (124)
58 (37)
46 (10)
6 (1)
54 (6)
10 (4)
38 (14)
54 (20)
66 (7)
% van aantal inwoners in de gemeente
0,38%
0,12%
0,18%
0,02%
0,23%
0,06%
0,19%
ETHOS-Light categorie
27
3.2 De profielkenmerken 3.2.1 Geslacht Van de getelde volwassen dak- en thuisloze mensen zijn er 551 personen man (70%) en 225 personen vrouw (29%). Daarnaast wordt van 5 personen het geslacht omschreven als anders (<1%) en is van 4 personen het geslacht onbekend (<1%) (zie Tabel 11a). Tabel 11a. Geslacht van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen
%
Man
551
70%
Vrouw
225
29%
Anders Onbekend Totaal
5 4 785
<1% <1% 100%
Tabel 11b geeft de verdeling van mannen en vrouwen binnen de verschillende verblijfplaatsen weer. In elk van de verblijfplaatsen vormen mannen de grootste groep, alleen in de categorie personen met een dreigende huisuitzetting is de verhouding mannen en vrouwen precies gelijk. Geen van de vrouwen in dit telonderzoek verbleef in de nacht van 15 op 16 mei in de openbare ruimte. In de twee weken voorafgaand aan de teldag verbleven er wel 9 vrouwen in de openbare ruimte. In hoofdstuk 4 staan de profielkenmerken van de dak- of thuisloze vrouwen beschreven. Tabel 11b. Verdeling volwassen dak- en thuisloze mannen en vrouwen per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023* Aantal Aantal Aantal % % % Verblijfplaats volwassenen mannen vrouwen 1 In de openbare ruimte
32
4%
32
100%
-
-
2 In noodopvang
-
-
-
-
-
-
3 In opvang voor dakloze personen
207
26%
145
70%
61
29%
4 In instelling
95
12%
72
76%
22
23%
5 In niet-conventionele ruimte
112
14%
80
71%
31
28%
6 Bij familie, vrienden of derden
279
36%
184
66%
89
32%
+ Woning met dreigende huisuitzetting
24
3%
12
50%
12
50%
Situatie 16 mei onbekend, dak- of thuisloosheid bevestigd
36
5
26
72%
10
28%
Totaal
785
100%
551
225
* Door tussentijdse afronding tellen de percentages mannen en vrouwen per verblijfscategorie niet altijd precies op tot 100%.
3.2.2 Leeftijd Tabel 12a geeft de leeftijdsverdeling van de getelde volwassenen en kinderen weer. De leeftijd van de daken thuisloze personen in de regio varieert van 0 tot 86 jaar. Opvallend is het hoge percentage kinderen (22%) en jongeren tot 27 jaar (22%). De groep dak- en thuisloze personen in de regio is relatief jong: meer dan twee derde van de getelde personen (67%) is jonger dan 40 jaar. 59 personen zijn ouder dan 60 jaar (6%) en 2 personen zijn ouder dan 80 jaar (<1%). In hoofdstuk 4 wordt de situatie van kinderen, jongeren en personen van 65 jaar en ouder verder uitgelicht.
28
Tabel 12a. Leeftijd van de getelde dak- en thuisloze personen op 15-16 mei 2023 Aantal personen
%
0-17 jaar
223
22%
18-27 jaar
219
22%
28-39 jaar
236
23%
40-49 jaar
163
16%
50-59 jaar
108
11%
60-69 jaar
40
4%
70-79 jaar
14
1%
80+ jaar Onbekend Totaal
2 3 1.008
<1% <1% 100%
Tabel 12b geeft de leeftijdsverdeling van het aantal dak- en thuisloze mensen per verblijfssituatie weer. In de openbare ruimte verbleven voornamelijk mensen in de leeftijdscategorieën 28 t/m 39 jaar (28%), 40 t/m 49 jaar (28%) en 50 t/m 59-jaar (25%). In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen vormen de 18 t/m 27-jarigen (24%) en 28 t/m 39-jarigen (36%) de grootste groepen. Van de groep die in een instelling verblijft geldt dat bijna driekwart van de personen (73%) tussen de 18 en 39 jaar oud is: 42% is 18 t/m 27 jaar en 31% is 28 t/m 39 jaar. In een niet-conventionele woonruimte zijn de 18 t/m 27-jarigen (23%) en de 28 t/m 39-jarigen (27%) de grootste groepen. Bij familie, vrienden of derden verblijven voornamelijk 18-27-jarigen (28%), 28 t/m 39jarigen (28%) en 40 t/m 49-jarigen (22%). In een woning met dreigende huisuitzetting zijn de 18 t/m 27-jarigen (37%), 28 t/m 39-jarigen (25%) en 40 t/m 49-jarigen (25%) de grootste leeftijdscategorieën.
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met dreigende huisuitzetting
%
Tabel 12b. Leeftijdsverdeling per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
18 t/m 27 jaar
4
13
-
-
49
24
40
42
26
23
79
28
9
37
28 t/m 39 jaar
9
28
-
-
74
36
29
31
30
27
79
28
6
25
40 t/m 49 jaar
9
28
-
-
40
19
17
18
21
19
62
22
6
25
50 t/m 59 jaar
8
25
-
-
29
14
5
5
21
19
39
14
2
8
60 t/m 69 jaar
2
6
-
-
10
5
2
2
9
8
14
5
1
4
70 t/m 79 jaar
-
-
-
-
3
1
2
2
5
5
3
1
-
-
80+
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2
<1
-
-
Onbekend
-
-
-
-
2
1
-
-
-
-
1
<1
-
-
Totaal
32
100
-
-
207
100
95
100
112
100*
279
100
24
100*
* Door afronding tellen de percentages op tot 99% of 101% in plaats van 100%
29
3.2.3 Nationaliteit en verblijfsstatus Het merendeel van de getelde dak- en thuisloze personen (530 personen, 68%) heeft de Nederlandse nationaliteit. 23% van de personen heeft een andere nationaliteit (177 personen). In totaal zijn er 45 verschillende niet-Nederlandse nationaliteiten geteld. De meest voorkomende andere nationaliteiten zijn Pools (37 personen, 5%), Syrisch (21 personen, 3%), Marokkaans (18 personen, 3 %), Roemeens (9 personen, 1%) en Somalisch (9 personen, 1 %). Daarnaast zijn 5 personen staatloos (<1%) en van 73 personen is de nationaliteit onbekend (9%). Van de mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit is 36% (63 personen) EUburger. Meer dan de helft van de getelde personen is in Nederland geboren (428 personen, 55%). De vijf meest voorkomende geboortelanden van de getelde personen sluiten aan bij bovengenoemde nationaliteiten. Dit zijn Polen, Syrië, Marokko, Roemenië en Somalië. Tabel 13a. Nationaliteit van de volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen
%
Nederlandse nationaliteit Andere nationaliteit
530
68%
177
23%
Staatloos
5
<1%
Onbekend
73
9%
Totaal
785
100
Tabel 13b geeft de verdeling van nationaliteit van het aantal getelde dak en thuisloze mensen per verblijfssituatie weer. In verhouding verbleven de meeste personen met een niet-Nederlandse nationaliteit op 15-16 mei in de openbare ruimte. 38% van de personen (12 personen) die in de openbare ruimte verbleven, heeft een andere nationaliteit dan de Nederlandse nationaliteit. Van de personen die verbleven in een instelling is dit 28%, bij familie, vrienden en derden is dit 24%, in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen is dit 20%. Om de anonimiteit van de getelde staatloze personen te waarborgen zijn de verbijfssituaties voor deze groepen personen niet verder uitgewerkt.
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met dreigende huisuitzetting
%
Tabel 13b. Verdeling van nationaliteit per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023.
Nederlandse nationaliteit
19
59
-
-
155
75
42
44
85
76
191
68
19
79
Andere nationaliteit
12
38
-
-
42
20
27
28
10
9
67
24
3
13
Onbekend
1
3
-
-
8
4
25
26
17
15
19
7
2
8
Totaal
32
100
-
-
207
100*
95
100*
112
100
279
100*
24
100
* Door afronding tellen de percentages op tot <100% in plaats van 100%.
Van de 182 personen met een niet-Nederlandse nationaliteit of een registratie als staatloos heeft een kwart van de personen een permanent verblijfsrecht (45 personen, 25%). Een groep van 38 personen heeft tijdelijk verblijfsrecht (21%). Daarnaast verblijven 21 personen onwettig in Nederland (12%) en is de verblijfaanvraag van 9 personen is in procedure (5%). Van de 45 personen in de categorie anders is er onder andere voor 5 personen aangegeven dat ze staatloos zijn. Voor 24 personen is de verblijfsstatus onbekend (13%) (zie Tabel 30
14). Tabel 14. Verblijfsstatus van de volwassen niet-Nederlanders en staatloze personen Aantal volwassenen Permanent verblijfsrecht 45 Tijdelijk verblijfsrecht 38 Onwettig verblijf 21 In procedure 9 Anders 45 Onbekend 24 Totaal 182
% 25% 21% 12% 5% 25% 13% 100%*
* Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%.
Om de anonimiteit van de getelde personen met de niet-Nederlandse nationaliteit te waarborgen, splitsen we de verblijfsstatus niet verder op per verblijfscategorie.
3.2.4 Samenstelling huishouden Onder huishouden worden de personen verstaan met wie de dak- of thuisloze persoon samenwoont en/of samenleeft. Het gaat daarbij om private huishoudens. Institutionele huishoudens zoals het samenwonen in een instelling vallen hier niet onder, net als vormen van huishoudens waarbij meerdere personen leven in een woning met gedeelde faciliteiten. Bij de samenstelling van het huishouden gaan we uit van de feitelijke situatie en niet van de eventuele registratie van de relatie tussen personen. Zo worden ongehuwde partners aangeduid als ‘partners’ en een koppel dat uit elkaar is maar nog wettelijk getrouwd is aangeduid als ‘zonder partner’. Binnen de groep minderjarige kinderen die zijn betrokken bij een ouder in een situatie van dak- of thuisloosheid onderscheiden we twee groepen: 1) direct betrokken kinderen (jonger dan 18 jaar) die de verblijfsituatie delen met hun ouder(s) en zelf dus ook dak- of thuisloos zijn; en 2) indirect betrokken kinderen die niet de verblijfsituatie delen met hun ouder(s) maar wel minstens één ouder hebben die dak- of thuisloos is. Bij direct betrokken kinderen gaat het om de kinderen van de persoon zelf en/of de kinderen van diens partner met wie de persoon samenleeft. In Tabel 15a en 15b worden de samenstelling van het huishouden en de verdeling van het huishouden over de verblijfscategorieën weergegeven.
In beide tabellen wordt met ‘kinderen’ enkel gedoeld op de direct betrokken kinderen. Tabel 15a laat zien dat het overgrote deel (543 personen, 69%) van de dak- en thuisloze personen alleenstaand is. Meer dan de helft van de getelde dak- of thuisloze mensen is alleenstaand zonder kinderen (454 personen, 58%). 89 alleenstaande personen die zonder kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven, hebben wel indirect betrokken kinderen (20%). Daarnaast zijn 89 dak- en thuisloze personen alleenstaand met kind(eren) (11%). 7 procent van de volwassenen leeft samen met een partner: 39 personen leven samen met hun partner zonder kinderen (5%) en 18 personen leven samen met partner en kind(eren) (2%). Verder verblijven er 26 personen met ouder(s) (3%) waarvan 8 personen samenleven met hun ouders en direct betrokken kinderen (1%). 16 personen (3%) verblijven in een ander familieverband in een situatie van dak- of thuisloosheid, bijvoorbeeld met een oom of zus. 12 van hen verblijven daar zonder kinderen (2%) en 4 van hen met direct betrokken kinderen (1%). 7 personen verblijven in een andere samenstelling (<1%) en van 17% is de samenstelling van het huishouden onbekend (136 personen).
31
Tabel 15a. Samenstelling huishouden van de volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen
%
Alleenstaand zonder kinderen Alleenstaand met kind(eren) Met partner zonder kinderen Met partner met kind(eren) Met ouder(s) zonder kinderen Met ouder(s) met kind(eren) Ander familieverband zonder kinderen Ander familieverband met kind(eren) Anders Onbekend
454 89 39 18 18 8 12 4 7 136
58% 11% 5% 2% 2% 1% 2% <1% <1% 17%
Totaal
785
100%
Tabel 15b geeft de verdeling van de samenstelling van het huishouden per verblijfssituatie weer. In elk van de verblijfssituaties vormen alleenstaande personen zonder kinderen de grootste groep. In de openbare ruimte en in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen verbleven voornamelijk alleenstaanden zonder kinderen (75% van de personen in de openbare ruimte en 76% van de personen in de tijdelijke opvang). Daarnaast verbleven er in de tijdelijke opvang in verhouding ook veel alleenstaanden met kinderen (19%). In een instelling verbleef meer dan de helft van de personen alleenstaand zonder kinderen (62%) en is de samenstelling van het huishouden voor 25% van de personen onbekend. Van de personen in een nietconventionele woonruimte waren de meest voorkomende huishoudsamenstellingen: alleenstaand (63%, waarvan 50% zonder kinderen en 13% met kinderen) en met partner (16%, waarvan 10% zonder kinderen en 6% met kinderen). In de categorie familie, vrienden of derden is de samenstelling van het huishouden het meest divers en het aantal betrokken kinderen het hoogst. Hier verbleven zowel personen alleenstaand (58%, waarvan 11% met kinderen), met partner (9%, waarvan 3% met kinderen), met ouders (7%, waarvan 2% met kinderen) en in een ander familieverband (4%, waarvan 1% met kinderen).
In een woning met dreigende uithuiszetting verbleven relatief de meeste alleenstaanden met kinderen (25%) en personen met partner zonder kinderen (21%).
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met dreigende huisuitzetting
%
Tabel 15b. Verdeling van de samenstelling van het huishouden per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
Alleenstaand zonder kinderen
24
75
-
-
158
76
59
62
56
50
130
47
10
42
Alleenstaand met kind(eren)
-
-
-
-
40
19
3
3
14
13
31
11
6
25
Met partner zonder kinderen
1
3
-
-
-
-
4
4
11
10
18
6
5
21
Met partner met kind(eren)
-
-
-
-
1
<1
2
2
7
6
7
3
1
4
Met ouders zonder kinderen
-
-
-
-
1
<1
2
2
-
-
14
5
1
4
Met ouders met kind(eren)
-
-
-
-
1
<1
-
-
1
<1
6
2
-
-
Ander familieverband zonder kinderen
2
6
-
-
1
<1
-
-
-
-
8
3
-
-
Ander familieverband met kind(eren)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
4
1
-
-
32
Onbekend
4
13
-
-
5
2
25
26
19
17
60
22
1
4
Anders
1
3
-
-
-
-
-
-
4
4
1
<1
-
-
Totaal
32
100
-
-
207
100
95
100 279 100*
24
100
100* 112
* Door afronding tellen de percentages op tot 99% of >100% in plaats van 100%.
Tabel 16 geeft het aantal direct en indirect betrokken minderjarige kinderen per geteld volwassen persoon weer. De meerderheid van de getelde personen heeft geen direct betrokken kinderen (618 personen, 79%). 16% van de personen heeft minstens één direct betrokken minderjarig kind (125 personen). Bij 42 personen (5%) is onbekend of en hoeveel kinderen er direct betrokken zijn. Driekwart van de getelde personen (596 personen, 76%) heeft daarnaast ook geen indirect betrokken kinderen. 19% van de personen heeft minstens één indirect betrokken kind (147 personen) en bij 42 personen (5%) is onbekend of er indirect betrokken kinderen zijn. De situatie van direct en indirect betrokken kinderen wordt verder uitgelicht in hoofdstuk 4. Tabel 16. Aantal getelde dak- en thuisloze volwassen personen met minderjarige kinderen Aantal personen met direct Aantal personen met indirect betrokken kinderen betrokken kinderen Aantal kinderen Aantal % Aantal % 0
618
79%
596
76%
1
71
9%
78
10%
2
28
4%
46
6%
3
15
2%
13
2%
4
7
<1%
8
1%
5
2
<1%
-
-
6
2
<1%
1
<1%
7
-
-
-
-
8 of meer
-
-
1
<1%
Onbekend
42
5%
42
5%
Totaal
785
100%
785
100%
3.2.5 Gezondheid Tabel 17a geeft aan in welke mate de getelde dak- en thuisloze personen te maken hebben met verschillende gezondheidsproblemen. Vrijwel alle vragenlijsten zijn ingevuld zonder betrokkenheid van de desbetreffende dak- en thuisloze personen. Daarom zijn deze cijfers grotendeels gebaseerd op de professionele inschatting van de medewerkers van de tellende organisaties. Hen werd gevraagd of er sprake was van (een vermoeden van) diverse gezondheidsklachten. Bij een deel van de personen is wellicht bekend bij de professionals dat er sprake is van officiële diagnoses. Bovendien is niet duidelijk of deze gezondheidskenmerken als oorzaak of gevolg kunnen worden gezien in relatie tot (dreigende) dak- en thuisloosheid. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het interpreteren van deze cijfers. In de vragenlijst konden er per persoon meerdere gezondheidsklachten worden opgegeven. De percentages in de tabel tellen daarom niet op tot 100. Voor een kwart van de volwassen dak- en thuisloze personen is de informatie over gezondheidskenmerken niet bekend (188%, 24%). Bij een tiende van de getelde dak- en thuisloze personen is de inschatting dat er geen gezondheidsproblemen zijn (82 personen, 10%). Bij iets minder dan de helft van de personen is er vermoedelijk sprake van psychische of psychiatrische problematiek (354 personen, 45%).
Bij 30% van de personen is er vermoedelijk sprake van verslaving (bv. alcohol, drugs) (234 personen) en bij 15% van de personen is er vermoedelijk sprake van langdurige lichamelijke problemen (116 personen). 14% van de mensen heeft vermoedelijk een verstandelijke beperking (109 personen) en 7% van de personen heeft 33
vermoedelijk een fysieke beperking (58 personen). 25 personen hebben te maken met andere gezondheidsproblemen (3%); tandproblemen en gebrek aan tandzorg zijn hierbij vaak genoemd. Tabel 17a. vermoedelijke gezondheidsproblemen van de volwassen dak- en thuisloze personen (n=785) Aantal volwassenen % Geen gezondheidsproblemen Langdurige lichamelijke problemen
82
10%
116
15%
Fysieke beperking
58
7%
Vermoeden van verstandelijke beperking
109
14%
Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen Vermoeden van verslaving
354
45%
234
30%
Andere gezondheidsproblemen
25
3%
Onbekend
188
24%
Van de 785 getelde volwassen personen is er bij 22% (170 personen) sprake van zowel vermoedelijke psychische/psychiatrische problematiek als van vermoedelijke verslavingsproblematiek. Bij 10% van de personen (75 personen) is er sprake van zowel vermoedelijke psychische/psychiatrische problematiek als van een vermoedelijke verstandelijke beperking. 8% van de personen (59 personen) heeft zowel een vermoedelijke verstandelijke beperking als vermoedelijke verslavingsproblematiek. Bij 6% van de personen (48 personen) is er sprake van zowel een vermoedelijke verstandelijke beperking, psychische of psychiatrische problematiek en verslavingsproblematiek. Tabel 17b geeft de verdeling van vermoedelijke gezondheidsproblemen per verblijfssituatie weer. In verhouding verbleven de meeste personen met langdurige lichamelijke problemen in een niet-conventionele woonruimte (17%), in een woning met dreigende huisuitzetting (17%) en bij familie, vrienden of derden (16%). Personen met een fysieke beperking verbleven op 15-16 mei het meest in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (10%) en in de openbare ruimte (9%). Vermoedelijke psychische/psychiatrische problemen worden bij personen in elk van de verblijfsplaatsen veelvuldig genoemd, maar het vaakst bij personen die verblijven in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (56%) en bij personen in een woning met dreigende huisuitzetting (46%).
Percentages voor vermoedelijke verslavingsproblematiek zijn het hoogst voor personen die verblijven in een woning met dreigende huisuitzetting (46%), in de openbare ruimte (44%) en in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (37%). Verder verbleven er in instellingen verhoudingsgewijs meer personen met een vermoedelijke verstandelijke beperking 24%.
In de openbare ruimte (n=32)
%
In de noodopvang (n=0)
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (n=207)
%
In een instelling (n=95)
%
In een niet-conventionele woonruimte (n=112)
%
Bij familie, vrienden of derden (n=279)
%
In woning met dreigende huisuitzetting (n=24)
%
Tabel 17b. Verdeling van vermoedelijke gezondheidsproblemen per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
Geen gezondheidsproblemen
3
9
-
-
10
48
2
2
9
8
34
12
3
13
Langdurige lichamelijke problemen
3
9
-
-
29
14
13
14
19
17
44
16
4
17
Fysieke beperking
3
9
-
-
21
10
6
6
5
4
22
8
1
4
Vermoeden van verstandelijke beperking
5
16
-
-
35
17
23
24
14
13
26
9
4
17
34
Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen
13
41
-
-
116
56
39
41
21
19
116
42
11
46
Vermoeden van verslaving
14
44
-
-
77
37
23
24
21
19
76
27
11
46
Andere gezondheidsproblemen
1
3
-
-
1
<1
4
4
4
4
9
3
4
17
Onbekend
8
25
-
-
21
10
19
20
34
30
82
29
4
17
3.2.6 Verleden in een instelling Van de getelde dak- en thuisloze personen verbleven 138 personen op enig moment in hun leven in detentie (18%), 99 personen verbleven ooit in een psychiatrische voorziening (13%) en 71 personen verbleven ooit in een jeugdzorgvoorziening (9%). 24% van de mensen (186 personen) verbleef nooit in een van de opgesomde instellingen. Bij 35% van de personen (273 personen) is onbekend of zij op enig moment in een instelling verbleven. Of iemand ooit in een psychiatrische instelling of in een jeugdzorgvoorziening verbleef, is voor het merendeel van de getelde personen onbekend (zie ook Tabel 18). De genoemde percentages zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen dat op enig moment in een instelling verbleef. Tabel 18. Ervaringen met verblijf in instelling van de volwassen dak- en thuisloze personen (n=785) Aantal volwassenen
%
Detentie Ja
138
18%
Nee Onbekend
293 354
37% 45%
Totaal
785
100%
Psychiatrische voorziening Ja
99
13%
Nee
285
36%
Onbekend
401
51%
Totaal
785
100%
Jeugdzorgvoorziening Ja
71
9%
Nee
294
37%
Onbekend
420
54%
Totaal Geen ervaringen in een instelling Instellingsverleden geheel onbekend
785 186 273
100% 24% 35%
Vanwege het hoge aantal personen (45% - 54%) over wie ervaringen met verblijf in een instelling niet bekend is, is het inhoudelijk niet zinvol om deze variabele uit te splitsen naar verblijfscategorie.
3.2.7 Inkomstenbronnen Tabel 19a geeft de verschillende inkomstenbronnen van de getelde dak- en thuisloze personen weer. In de vragenlijst konden er bij de beantwoording van de vraag meerdere inkomstenbronnen worden ingevuld. Daarom tellen de genoemde percentages niet op tot 100%. Van de 559 personen van wie de inkomstenbron bekend is, is een bijstandsuitkering de meest genoemde inkomstenbron. 21% van de getelde volwassen personen leeft (gedeeltelijk) van een bijstandsuitkering (167 35
personen). De andere meest voorkomende inkomstenbronnen zijn inkomen uit vast- of tijdelijk werk (145 personen, 18%) en ziekte- of arbeidsgeschiktheidsuitkeringen (80 personen, 10%). In totaal ontvangt een derde van de personen een inkomen uit een uitkering (264 personen, 34%). 34 personen hebben een informeel inkomen (4%). Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan het verzamelen van blikjes en flesjes met statiegeld. 19 personen hebben een inkomen uit illegale activiteiten (2%). 13% van de getelde dak- en thuisloze personen heeft op het moment van de telling geen inkomen (101 personen). Voor 33 personen wordt aangegeven dat ze (ook) andere inkomensbronnen hebben (4%). Vaak genoemde andere inkomensbronnen zijn: een noodfonds of gift van de gemeente (10 personen), leefgeld vanuit een asielzoekerscentrum (9 personen) en studiefinanciering (7 personen). Tabel 19a. Inkomstenbronnen van de volwassen dak- en thuisloze personen op 15-16 mei 2023 (n=785) Aantal volwassenen % Vast of tijdelijk werk Werkloosheidsuitkering
145
18%
15
2%
Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering
80
10%
Bijstandsuitkering
167
21%
Daklozenuitkering
2
<1%
Pensioen/AOW
13
2%
Informeel inkomen
34
4%
Illegale activiteiten
19
2%
Geen inkomen
101
13%
Anders
33 226
4% 29%
Onbekend
Tabel 19b geeft de verdeling van de inkomstenbronnen weer van de getelde dak- en thuisloze volwassenen verdeeld over de verblijfssituaties. Relatief verbleven er in de openbare ruimte veel mensen zonder inkomen: 28% van de personen in deze groep had op 15-16 mei geen enkele vorm van inkomen (9 personen). In de opvang voor dak- en thuisloze personen verbleven relatief de meeste mensen met een bijstandsuitkering (84 personen, 41%) en inkomen uit werk (50 personen, 24%). In een instelling was een bijstandsuitkering de voornaamste bron van inkomsten (17 personen, 18%) en in niet-conventionele woonruimte zijn de voornaamste inkomensbronnen een bijstandsuitkering (19 personen, 17%) en een ziekte of arbeidsongeschiktheidsuitkering (16 personen, 14%). Bij familie, vrienden en derden verbleven relatief veel mensen met een inkomen uit werk (58 personen, 21%) en mensen zonder enige vorm van inkomen (46 personen, 16%). Ook in een woning met dreigende huisuitzetting heeft de grootste groep personen een inkomen uit werk (5 personen, 21%). Daarna is de groep personen een ziekte of arbeidsongeschiktheidsuitkering het grootst (3 personen, 13%).
36
In de openbare ruimte (n=32)
%
In de noodopvang (n=0)
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (n=207)
%
In een instelling (n=95)
%
In een niet-conventionele woonruimte (n=112)
%
Bij familie, vrienden of derden (n=279)
%
In woning met dreigende huisuitzetting (n=24)
%
Tabel 19b. Verdeling van inkomstenbronnen per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
Vast of tijdelijk werk
2
6
-
-
50
24
2
2
22
20
58
21
5
21
Werkloosheidsuitkering
1
3
-
-
6
3
1
1
2
2
3
1
2
8
Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering
3
9
-
-
29
14
7
7
16
14
20
7
3
13
Bijstandsuitkering
3
9
-
-
84
41
17
18
19
17
38
14
6
25
Daklozenuitkering
-
-
-
-
-
-
-
-
1
<1
-
-
-
-
Pensioen/AOW
2
6
-
-
4
2
-
-
5
5
2
<1
-
-
Informeel inkomen
1
3
-
-
5
2
1
1
4
4
23
8
-
-
Illegale activiteiten
1
3
-
-
1
<1
4
4
5
5
6
2
2
8
Geen inkomen
9
28
-
-
25
12
6
6
10
10
46
16
2
8
Anders
2
6
-
-
2
<1
15
16
2
2
7
3
2
8
Onbekend
10
31
-
-
16
8
46
48
36
32
90
32
4
17
3.2.8 Actieve begeleiding Tabel 20a laat zien of de getelde dak- of thuisloze mensen actieve begeleiding krijgen. Actieve begeleiding is in de vragenlijst gedefinieerd als ‘minimaal één begeleidingscontact in de afgelopen maand’. 60% van de getelde dak- of thuisloze personen werd in de maand voorafgaand aan de telling actief begeleid door één of meerdere organisaties (473 personen). De meest genoemde partijen zijn Maatschappelijke Opvang Den Bosch (158 personen), GGZ-instelling Reinier van Arkel (45 personen), Centrum voor Trajecten Bemoeizorg (44 personen), Farent Sociaal Werk (41 personen) en verslavingszorg Novadic Kentron (31 personen). 144 personen (18%) ontvingen geen actieve begeleiding in de maand voor de teldag. Van 168 personen (21%) is onbekend of zij actief door een instantie of organisatie werden begeleid. Tabel 20a. Ontvangen actieve begeleiding in de maand voorafgaand aan de teldag Aantal volwassenen
%
Actieve begeleiding Geen actieve begeleiding
473 144
60% 18%
Onbekend
168
21%
Totaal
785
100%*
*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%
Tabel 20b laat per verblijfssituatie zien hoeveel mensen actief begeleid worden. Personen die verblijven in een tijdelijke opvang voor dakloze personen ontvangen relatief het vaakst actieve begeleiding (94% van de totale groep), gevolgd door personen in een woning met dreigende huisuitzetting (83%), personen in een 37
instelling (72%) en personen in een niet-conventionele woonruimte (49%). Van de personen die verblijven bij vrienden, familie of derden werd 43% actief begeleid in de maand voorafgaand aan de teldag. De groep mensen in de openbare ruimte ontving de minste actieve begeleiding (22% van de personen).
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met dreigende huisuitzetting
%
Tabel 20b. Mate van actieve begeleiding per verblijfscategorie in de maand voorafgaand aan de telling
Wel actieve begeleiding
7
22
-
-
195
94
68
72
55
49
119
43
20
83
Geen actieve begeleiding
17
53
-
-
10
5
3
3
18
16
87
31
2
8
Onbekend
8
25
-
-
2
<1
24
25
39
35
71
25
2
8
Totaal
32
100
-
-
207
100
95
100
112
100
279
100*
24
100*
*Door afronding tellen beide percentages op tot 99% in plaats van 100%
3.2.9 Briefadres Tabel 21a geeft weer hoeveel van de getelde dak- en thuisloze personen een briefadres5 hebben. Een briefadres (ook wel een postadres genoemd) is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken (Rijksoverheid, z.d.). 359 personen (46%) hebben een briefadres. Van 327 personen is bekend waar zij een briefadres hebben (42%) voor 32 personen is dit niet bekend (4%). De meest genoemde briefadres verstrekkers zijn: maatschappelijke opvang organisatie, de gemeenten uit regio Meierij en Bommelerwaard en familie, vrienden of kennissen. Ruim een derde (35%) van de getelde personen heeft geen briefadres (276 personen) en bij 150 personen (19%) is niet bekend of zij een briefadres hebben. Tabel 21a. Aantal volwassen dak- en thuisloze personen met een briefadres op 15-16 mei 2023 Aantal volwassenen
%
Ja
327
42%
Ja, maar onbekend waar
32
4%
Nee
276
35%
Onbekend
150
19%
Totaal
785
100%
Het aantal personen met een briefadres wordt per verblijfscategorie weergegeven in Tabel 21b. In verhouding hebben personen die op het moment van de telling verbleven in een instelling of nietconventionele woonruimte vaker een briefadres, respectievelijk 55% en 51%. Van de groep personen die verblijft in de openbare ruimte is het percentage personen met een briefadres het laagst, namelijk 26%.
5
Er is niet bekend of mensen die al dan niet beschikken over een briefadres beschikken over een woonadres. Zo zouden mensen die geen briefadres hebben wel ergens een woonadres kunnen hebben waar zij zich kunnen inschrijven (dit is bijvoorbeeld het geval bij mensen met dreigende huisuitzetting).
38
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met dreigende huisuitzetting
%
Tabel 21b. Verdeling van aantal personen met briefadres per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
Heeft een briefadres
4
13
-
-
92
44
54
57
48
43
116
42
-
-
Heeft een briefadres, onbekend waar
4
13
-
-
1
<1
1
1
9
8
17
6
-
-
Heeft geen briefadres
17
53
-
-
106
51
4
4
29
26
90
32
23
96
Onbekend
7
22
-
-
8
4
36
38
26
23
56
20
1
4
Totaal
32
100*
-
-
207 100
95
100 112
100 279
100
24
100
* Door afronding tellen percentages op tot 101% in plaats van 100%
3.2.10 Aanleiding(en) voor verlies van woonzekerheid Tabel 22 toont de meest genoemde aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid bij volwassenen. Het is niet gezegd dat dit de enige aanleidingen waren, mogelijk was er sprake van een samenspel van factoren. In de vragenlijst konden meerdere aanleidingen worden aangegeven. De percentages tellen daarom niet op tot 100%. Verschil tussen aanleiding verlies woonzekerheid en oorzaken van dak- en thuisloosheid In de vragenlijst werd gevraagd naar factoren die bijdroegen aan het verlies van woonzekerheid bij de mensen die zij hebben geteld (aanleidingen verlies woonzekerheid). Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij niet gaat om oorzaken van dak- en thuisloosheid. Vanuit bestaande kennis over oorzaken van dak- en thuisloosheid weten we dat zowel structurele als individuele factoren een rol spelen bij daken thuisloosheid. De belangrijkste structurele factoren zijn het gebrek aan betaalbare en passende huisvesting, onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), en onvoldoende toegankelijke en passende zorg en ondersteuning (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020; Ministerie van BZK, Ministerie van SZW & Ministerie van VWS, 2020). Voor het oplossen van dak- en thuisloosheid is het belangrijk om te kijken naar zowel structurele als naar individuele factoren.
De aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid die uit dit onderzoek naar voren komen, vormen een belangrijke basis voor gesprekken met professionals over maatregelen ten behoeve van preventie.
De meest genoemde aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid zijn een relatiebreuk (165 personen, 21%), conflict met familie of huisgenoten (121 personen, 15%), psychische problematiek (118 personen, 15%), financiële problemen (106 personen, 14%) en verslaving (98 personen, 13%). Daarnaast waren (huiselijk)geweld (90 personen, 11%), huisuitzetting vanwege overlast (85 personen, 11%) en ontslag uit een instelling (77 personen, 10%) veel genoemde aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid. Voor 63 personen (8%) van de getelde dak- en thuisloze personen wordt een (bijkomende) andere aanleiding genoemd. Voor 176 personen is de aanleiding voor het verlies van woonzekerheid onbekend (22%).
39
Tabel 22. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen dak- en thuisloze personen (n=785) Aanleiding Aantal volwassenen
%
Huisuitzetting vanwege huurschuld
64
8%
vanwege overlast
85
11%
vanwege drugshandel
31
4%
vanwege woonfraude
8
1%
vanwege beëindiging van een omklapcontract
1
<1%
vanwege renovatie
4
<1%
vanwege ongeschikte/onbewoonbare woning
13
2%
vanwege verkoop
13
2%
vanwege einde huurovereenkomst
26
3%
Conflict met familie/ huisgenoten
121
15%
Relatiebreuk
165
21%
(Huiselijk) geweld
90
11%
Overlijden van huisgenoot
8
1%
Psychische problematiek
118
15%
Verslaving
98
12%
Werkloosheid
6
58
7%
Financiële problemen
106
14%
Remigratie
7
<1%
Immigratie
48
6%
Illegaliteit
23
3%
Gevlucht uit Oekraïne vanwege de oorlog
3
<1%
Ontslag uit een instelling
77
10%
Calamiteiten zoals brand, overstroming, etc.
3
<1%
Anders
63
8%
Onbekend
176
22%
Gedwongen verlaten van woning
Relationele problemen/gebeurtenissen
Persoonlijke problemen
3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid Uit de telling blijkt dat ruim een derde van de getelde personen korter dan 1 jaar verblijft in een situatie van dak- of thuisloosheid (36%). Daarvan is 13% van de personen minder dan 4 maanden dak- of thuisloos (104 personen) en 23% vier maanden tot een jaar dak- of thuisloos (181 personen). 36% van de getelde personen is langer dan een jaar dak- of thuisloos, waarvan 106 personen (14%) 1 tot 2 jaar en 178 personen (23%) langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn. 24 personen hebben nog huisvesting (3%) maar dreigen binnen een maand uit huis gezet te worden terwijl zij geen alternatieve huisvesting hebben. Voor 192 personen is de duur van hun dak- of thuisloze situatie onbekend (24%) (zie Tabel 23a).
6
Van de 58 personen voor wie (onder andere) werkloosheid werd aangegeven als aanleiding voor het verlies van woonzekerheid, werd er bij 13 personen (22%) aangegeven dat huisvesting was gekoppeld aan het werk dat zij verrichten en dat zij vanwege verlies van deze baan direct hun woning verloren. Elk van deze personen heeft een Oost-Europese nationaliteit.
40
Tabel 23a. Duur van dak- en thuisloosheid van de volwassen dak- en thuisloze personen op 15-16 mei 2023 Aantal volwassenen
%
Minder dan vier maanden Vier maanden tot één jaar
104 181
13%
Eén tot twee jaar
106
14%
Meer dan twee jaar
178
23%
Er is nog huisvesting
24
3%
Onbekend
192
24%
Totaal
785
100%
23%
In tabel 23b is de verdeling van duur van dak- en thuisloosheid per verblijfscategorie weergegeven. Van de groep mensen die verblijft in de openbare ruimte zijn in verhouding de meeste personen langer dan 2 jaar dak- en thuisloos (11 personen, 34%). Van de personen die verblijven in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen zijn in verhouding de meeste personen 4 maanden tot 1 jaar dak- en thuisloos (67 personen, 32%) en meer dan 2 jaar dak- en thuisloos (55 personen, 27%). Van de groep personen in een instelling verblijft het grootste percentage personen 4 maanden tot 1 jaar in een situatie van dak- of thuisloosheid (18 personen, 19%). 30% van de personen in een niet-conventionele woonruimte (34 personen) en 23% van de personen die verblijven familie, vrienden of derden (65 personen) zijn langer dan 2 jaar dak- of thuisloos. In beide groepen zijn dit relatief de grootste groepen personen. De 24 personen die verbleven in een woning met dreigende huisuitzetting hadden allen op de teldag nog huisvesting (100%).
In de openbare ruimte
%
In de noodopvang
%
In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen
%
In een instelling
%
In een niet-conventionele woonruimte
%
Bij familie, vrienden of derden
%
In woning met Dreigende huisuitzetting
%
Tabel 23b. Verdeling duur van dak- en thuisloosheid per verblijfscategorie op 15-16 mei 2023
Minder dan vier maanden
5
16
-
-
35
17
5
5
11
10
46
16
-
-
Vier maanden tot één jaar
7
22
-
-
67
32
18
19
26
23
54
19
-
-
Eén tot twee jaar
2
6
-
-
36
17
8
8
13
12
45
16
-
-
Meer dan twee jaar
11
34
-
-
55
27
9
9
34
30
65
23
-
-
Er is nog huisvesting
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
24
100
Onbekend
7
22
-
-
14
7
55
58
28
25
69
25
-
-
Totaal
32
100
-
-
207
100
95
100*
112
100
279
100
24
100
* Door afronding tellen percentages op tot 99% in plaats van 100%.
41
Hoofdstuk 4 Enkele groepen uitgelicht > 4.1 Alleenstaande minderjarige kinderen > 4.2 Direct en indirect betrokken minderjarige kinderen > 4.3 Dak- en thuisloze jongeren (17-28 jaar) > 4.4 Dak- en thuisloze vrouwen > 4.5 Personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn > 4.6 Dak- en thuisloze personen van 65 jaar en ouder
42
Hoo fdstuk 4
Enkele gro epen uitgelic ht
Met de toepassing van de ETHOS-light telmethode komen dak- en thuisloze mensen met diverse verblijfplaatsen en profielkenmerken in beeld. In dit hoofdstuk lichten we de verblijfssituatie en profielkenmerken van enkele specifieke groepen dak- en thuisloze mensen in de regio nader toe. Dit zijn: 1) alleenstaande minderjarige kinderen en hun ouders, 2) direct- en indirect betrokken kinderen en hun ouders, 3) dak- en thuisloze jongeren, 4) dak- en thuisloze vrouwen, 5) personen die langer dan 2 jaar dak- of thuisloos zijn op het moment van de telling en 6) dak- en thuisloze personen van 65 jaar en ouder.
Aandachtspunten bij het uitlichten van specifieke groepen •
•
•
Het uitlichten van bovenstaande groepen kan waardevolle inzichten geven voor het ontwikkelen van gericht beleid voor het voorkomen en oplossen van dak- en thuisloosheid. Tegelijkertijd is het van belang om hierbij rekening te houden met de verschillende aspecten van iemands identiteit (bijvoorbeeld geslacht, nationaliteit en leeftijd) die elkaar beïnvloeden en iemands positie en kansen in de maatschappij kunnen bepalen. Dit wordt ook wel intersectionaliteit of kruispuntdenken genoemd (Wekker & Lutz, 2001). Vanwege de relatief kleine aantallen zijn de resultaten in deze rapportage zoals eerder werd aangegeven niet generaliseerbaar. Dit geldt ook voor de resultaten in dit hoofdstuk: deze zeggen iets over de genoemde groepen in deze specifieke regio en geven geen landelijk beeld. In verband met de kans op herleidbaarheid gaan we niet in op informatie over subgroepen die bestaan uit 5 personen en minder. Daarom tellen de gerapporteerde percentages niet altijd op tot 100%.
4.1 Alleenstaande minderjarige kinderen Er zijn in deze telling 8 kinderen (personen jonger dan 18) geteld die zonder ouder(s) verblijven in een situatie van dak- en thuisloosheid. Verblijfssituatie alleenstaande minderjarige kinderen op 15-16 mei
In de nacht van 15 op 16 mei verbleven 4 van de alleenstaande minderjarige kinderen bij familie, vrienden of derden (50%). De andere 4 alleenstaande minderjarige kinderen verbleven in een instelling (50%). Alle vier verbleven zij langer in een instelling dan noodzakelijk vanwege gebrek aan vervolghuisvesting. Om de anonimiteit van deze kinderen te waarborgen, gaat deze rapportage niet in op hun profielkenmerken.
4.2 Direct en indirect betrokken minderjarige kinderen Via de vragenlijsten7 die zijn ingevuld over de volwassen dak- en thuisloze personen zijn ook betrokken minderjarige kinderen in kaart gebracht. Hierbij maken we onderscheid tussen direct betrokken kinderen (kinderen die met hun ouder(s) in dezelfde woonsituatie verblijven) en indirect betrokken kinderen (kinderen die ergens anders verblijven dan hun ouder en zelf niet in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven). De situaties van beide groepen lichten we hieronder verder toe.
7 Door ook te vragen naar de anonieme naamcode van een betrokken andere ouder zijn eventuele dubbeltellingen van (in)direct
betrokken kinderen geïdentificeerd en verwijderd.
43
4.2.1 Direct betrokken minderjarige kinderen In totaal zijn er 215 minderjarige kinderen geteld die direct betrokken waren bij één of meerdere volwassenen in een situatie van dak- of thuisloosheid in de nacht van 15 op 16 mei. 125 volwassen dak- of thuisloze personen (16% van het totale aantal volwassenen) hadden één of meerdere direct betrokken kinderen. Verblijfssituatie van direct betrokken minderjarige kinderen Tabel 24 geeft de verblijfplaats weer van de direct betrokken minderjarige kinderen in de nacht van 15 op 16 mei. De grootste groep direct betrokken kinderen verbleef op de teldag met hun ouder(s) bij familie, vrienden of derden (94 kinderen, 42%). 71 kinderen verbleven met één of meerdere ouders in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (33%), 28 kinderen verbleven met hun ouder(s) in een niet-conventionele woonruimte zoals een boot, schuur of caravan (13%) en 16 kinderen verbleven met hun ouder(s) in een instelling (6%). Ten slotte verbleven 12 kinderen met hun ouder(s) in een woning met dreigende huisuitzetting (6%). Bij 2 kinderen was de verblijfsituatie op 15-16 mei onbekend (<1%). Tabel 24. Verblijfplaats van direct betrokken minderjarige kinderen op 15-16 mei 2023 Aantal direct betrokken kinderen
%
1
In de openbare ruimte
-
-
2
In noodopvang
-
-
3
In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
71
33%
4
In instelling
12
6%
5
In niet-conventionele woonruimte
28
13%
6
Bij familie / vrienden / derden
90
42%
+
In woning met dreigende uithuiszetting
12
6%
Onbekend
2
<1%
Totaal
215
100%*
*Door afronding tellen beide percentages op tot >100% in plaats van 100%
Van de groep kinderen die samen met een of meerdere ouders in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen zaten, verbleven 30 kinderen in de vrouwenopvang (42%), 14 kinderen in een kleinschalige opvangvoorziening (20%), 12 kinderen in de 24-uursopvang (17%), 9 kinderen in een doorstroomwoning (13%) en 5 kinderen in een opvang buiten de regio (7%). Van de kinderen die met hun ouder(s) verbleven in een instelling, verbleven 7 kinderen in een asielzoekerscentrum (58%) en voor 5 kinderen is het type instelling onbekend (42%). Van de kinderen die met een of meerdere ouders verbleven in een niet-conventionele woonruimte, verbleven 9 kinderen in een (sta)caravan (of) op een camping (32%), 9 kinderen in een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract (32%), 6 kinderen in een ho(s)tel of bed and breakfast (21%) en 2 kinderen in een andere niet-conventionele woonruimte (7%). Van 2 kinderen is onbekend in wat voor niet-conventionele woonruimte zij verbleven (7%). Verder verbleven 12 kinderen met hun ouder(s) in een woning met dreigende huisuitzetting. Redenen voor uitzetting uit de woning zijn: onbewoonbaarheidsverklaring (4 kinderen, 33%), huisuitzetting wegens sloop/renovatie (3 kinderen, 25%), een betekend vonnis tot gerechtelijke huisuitzetting (1 kind, 8%), huurcontract dat verloopt binnen maand na teldag (1 kind, 8%).
Tenslotte geldt voor 3 kinderen dat een van hun ouders door een advocaat is gesommeerd om het huis te verlaten (25%).
44
Profielkenmerken van volwassenen met direct betrokken kinderen Hieronder beschrijven we enkele profielkenmerken van de personen met direct betrokken kinderen (125 personen). Nationaliteit 65% van de personen met direct betrokken kinderen (81 personen) heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast heeft 29% van de personen een andere nationaliteit (36 personen). Van 6% van de personen met direct betrokken kinderen (8 personen) is de nationaliteit niet bekend. Samenstelling van huishouden De meeste dak- en thuisloze personen met direct betrokken kinderen zijn alleenstaand (89 personen, 71%). Van deze alleenstaande dak- of thuisloze ouders is het merendeel vrouw (58 vrouwen, 65%) en is 35% man (31 mannen). Daarnaast verblijven 19 personen met hun partner (15%) en 8 personen met diens ouder(s) in een situatie van dak- of thuisloosheid (6%). 4 personen met direct betrokken kinderen verblijven in een ander familieverband, bijvoorbeeld met een zus of oom (3%). Voor 5 personen is de samenstelling van het huishouden onbekend (4%). 43% van de personen heeft naast direct betrokken kinderen ook indirect betrokken kinderen (54 personen). Gezondheid Bij iets minder dan een kwart van de personen met direct betrokken kinderen is geen sprake van (een vermoeden van) gezondheidsproblemen (29 personen, 23%).
Daarnaast is er bij 55 van de personen met direct betrokken kinderen sprake van (vermoedelijke) psychische of psychiatrische problemen (44%). Bij 20 personen met direct betrokken kinderen is er sprake van (vermoedelijke) verslaving (16%), en bij 12 van hen is er sprake van een (vermoedelijke) verstandelijke beperking (10%). Daarnaast heeft een groep van 16 personen met direct betrokken kinderen te maken met (vermoedelijke) langdurige lichamelijke problemen (13%) en hebben 9 personen met direct betrokken kinderen een (vermoedelijke) fysieke beperking (7%). Voor 29 van de personen met direct betrokken kinderen is informatie over hun gezondheidssituatie onbekend (23%). Inkomstenbronnen Iets minder dan een op de drie personen met direct betrokken kinderen heeft een inkomen uit vast of tijdelijk werk (37 personen, 30%). Daarnaast zijn de belangrijkste inkomstenbronnen: een bijstandsuitkering (32 personen, 26%) en een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (11 personen, 9%). 20 personen met direct betrokken kinderen hebben geen inkomen (16%). Briefadres 56% van de personen met direct betrokken kinderen heeft een briefadres (70 personen, 56%), 45 personen met direct betrokken kinderen hebben geen briefadres (36%) en bij 10 personen is onbekend of zij een briefadres hebben (8%).
Actieve begeleiding 70% van de personen met direct betrokken kinderen wordt actief begeleid door één of meerdere organisaties (87 personen) en 21% ontvangt geen actieve begeleiding (26 personen). Bij 10% is onbekend of zij actief begeleid worden (12 personen). Duur van dak- en thuisloosheid Van de dak- en thuisloze personen met direct betrokken kinderen is ruim de helft korter dan een jaar dak- en thuisloos. 27 personen zijn korter dan 4 maanden dakloos (22%) en 39 personen zijn 4 maanden tot 1 jaar dak- en thuisloos (31%). Daarnaast is ongeveer een derde van de personen met direct betrokken kinderen langer dan 1 jaar dak- en thuisloos: 14 personen zijn 1 tot 2 jaar dak- en thuisloos (11%) en 24 personen zijn langer dan 2 jaar dak- en thuisloos (19%). 6 personen met direct betrokken kinderen hebben nog huisvesting op het moment van de telling (5%). Voor 15 personen (12%) is onbekend hoe lang ze dak- of thuisloos zijn.
45
Aanleidingen voor verlies van woonzekerheid8 De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid voor de groep volwassen personen met direct betrokken kinderen zijn een relatiebreuk (59 personen, 47%), (huiselijk) geweld (33 personen, 26%), conflict met familie/huisgenoten (16 personen, 13%), financiële problemen (13 personen, 10%) en immigratie (12 personen, 10%).
4.2.2 Indirect betrokken minderjarige kinderen In totaal zijn er 239 kinderen indirect betrokken bij één of meerdere ouders in een situatie van dak- of thuisloosheid. Deze kinderen verblijven niet op dezelfde plek als hun dak- of thuisloze ouder(s). Het aantal (indirect) betrokken kinderen is in kaart gebracht, omdat ook indirecte betrokkenheid bij dak- en thuisloosheid grote impact kan hebben op kinderen. De kinderen zijn meegeteld via de vragenlijsten van 147 volwassenen in een situatie van dak- of thuisloosheid met minstens één indirect betrokken kind (19% van alle getelde volwassen dak- en thuisloze personen). Profielkenmerken van de groep personen met indirect betrokken kinderen Nationaliteit Ruim driekwart van de personen met indirect betrokken kinderen heeft de Nederlandse nationaliteit (113 personen, 77%). Ongeveer twee derde van deze personen is geboren in Nederland (94 personen, 64%). 34 personen met indirect betrokken kinderen hebben een andere nationaliteit (23%). Samenstelling van het huishouden Het overgrote deel van de personen met indirect betrokken kinderen zijn alleenstaand (120 personen, 82%). In tegenstelling tot de alleenstaande ouders met direct betrokken kinderen, is het merendeel van de alleenstaande dak- of thuisloze ouders met indirect betrokken kinderen man (108 mannen, 73% t.o.v. 39 vrouwen, 27%).
Gezondheid Van de personen met indirect betrokken kinderen hebben 23 personen geen gezondheidsproblemen (16%). Daarnaast heeft iets minder dan de helft van de personen te maken met (vermoedelijke) psychische of psychiatrische problemen (69 personen, 47%). Bij ruim een derde van de personen met indirect betrokken kinderen is er sprake van (vermoedelijke) verslaving (56 personen, 38%), en bij 25 van deze personen is sprake van een (vermoedelijke) verstandelijke beperking (25 personen, 17%). Daarnaast heeft een vijfde van de personen met indirect betrokken kinderen te maken met langdurige lichamelijke problemen (29 personen, 20%) en heeft een op de tien personen met indirect betrokken kinderen een fysieke beperking (15 personen, 10%). Voor 24 personen is deze informatie onbekend (16%). Inkomstenbronnen De grootste groep personen met indirect betrokken kinderen heeft inkomen uit vast of tijdelijk werk (44 personen, 30%). Daarnaast zijn de belangrijkste andere inkomstenbronnen voor deze groep een bijstandsuitkering (28 personen, 19%) en een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (19 personen, 13%). Een op de vijf personen met indirect betrokken kinderen heeft geen inkomen (26 personen, 18%). Briefadres Ruim de helft van de personen met indirect betrokken kinderen heeft geen briefadres (77 personen, 52%), 64 personen hebben wel een briefadres (44%).
Bij 6 personen is het onbekend of zij een briefadres hebben (4%). Actieve begeleiding Ongeveer driekwart van de personen wordt actief begeleid door één of meerdere organisaties (107 personen, 8 Een aanleiding voor het verlies van woonzekerheid is niet hetzelfde als de oorzaak van dak- of thuisloosheid. Zie voor een
toelichting hierop het kader onder paragraaf 3.2.10.
46
73%) en ontvangt 16% geen actieve begeleiding (24 personen). Bij 11% van de personen is onbekend of zij begeleiding ontvangen (16 personen). Duur van dak- of thuisloosheid Van de dak- en thuisloze personen met indirect betrokken kinderen is ongeveer de helft korter dan 1 jaar dak- of thuisloos (46%). 26 personen zijn korter dan 4 maanden dak- of thuisloos (18%) en 41 personen zijn 4 maanden tot 1 jaar dak- of thuisloos (28%). Daarnaast zijn 27 personen 1 tot 2 jaar dak- of thuisloos (18%). Ruim een kwart van de personen is langer dan 2 jaar dak- of thuisloos op de teldag (40 personen, 27%).
4.3 Dak- en thuisloze jongeren (18-27 jaar) In totaal zijn er op 15-16 mei 219 dak- en thuisloze jongeren geteld in de leeftijd van 18 tot 27 jaar. Deze groep vormt 22% van het totaal aantal getelde dak- en thuisloze personen. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze jongeren op 15-16 mei Tabel 25 geeft de verblijfplaats weer van de getelde dak- en thuisloze jongeren in de nacht van 15 op 16 mei. Het grootste deel van de dak- en thuisloze jongeren in de regio verbleef bij familie, vrienden of derden (80 jongeren, 37%). Daarnaast verbleef 22% van de jongeren in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (49 jongeren), 18% in een instelling (40 jongeren) en 12% van de jongeren in een niet-conventionele woonruimte (26 jongeren). 4% van de jongeren verbleef in een woning met dreigende huisuitzetting (9 jongeren) en 4 jongeren verbleven in de openbare ruimte (2%). Tenslotte is van 11 jongeren (5%) onbekend op 15-16 mei onbekend op welke verblijfplaats zij verbleven, maar is zowel de link met de regio als het verkeren in een situatie van dak- of thuisloosheid bevestigd. Tabel 25. Verblijfplaats van getelde dak- en thuisloze jongeren (18-27 jaar) op 15-16 mei 2023 Aantal jongeren 4
% 2%
1
In de openbare ruimte
2
In noodopvang
-
-
3
In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
49
22%
4
In een instelling
40
18%
5
In niet-conventionele woonruimte
26
12%
6
Bij familie / vrienden / derden
80
37%
+
In woning met dreigende uithuiszetting
9
4%
Onbekend
11
5%
Totaal
219
100%
Profielkenmerken van de groep dak- en thuisloze jongeren (18-27 jaar) Geslacht 62% van de getelde dak- en thuisloze jongeren is man (136 jongeren) en 37% is vrouw (80 jongeren). Het percentage vrouwelijke dak- en thuisloze jongeren (37%) is daarmee hoger dan het totale percentage vrouwelijke dak- en thuisloze volwassenen (29%). Nationaliteit 65% van de getelde dak- en thuisloze jongeren heeft de Nederlandse nationaliteit (143 jongeren). Daarnaast heeft 22% van de jongeren een andere nationaliteit (47 jongeren). Samenstelling van huishouden Twee derde van de getelde dak- en thuisloze jongeren is alleenstaand (145 jongeren, 66%). Daarnaast verblijven 18 jongeren samen met een partner (8%) in een situatie van dak- en thuisloosheid en verblijven 12 jongeren samen met diens ouder(s) in een situatie van dak- of thuisloosheid (6%). Voor 33 jongeren is de samenstelling van het huishouden onbekend (15%).