3.3 Bestemmingsplantoelichting
Tekst van het document
Er zijn geen belemmeringen die de realisatie en het gebruik van het plan in de weg staan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de stikstofberekening zoals opgenomen in de bijlage bij de toelichting.
4.8
Archeologie
Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed was tot voor kort vastgelegd in de Monumentenwet uit 1988, met een nadere uitwerking in de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz) uit 2007. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2020 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: ● vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; ● verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; ● bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven dus onverminderd van kracht. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden moet dan ook rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Daarom is het voor het opstellen van een ruimtelijk plan noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre in betreffende gronden archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Gebieden waar resten aanwezig zijn, kunnen middels een dubbelbestemming voor archeologie door het bestemmingsplan worden beschermd. Voorafgaand aan werkzaamheden waarbij bodemingrepen plaatsvinden, dient dan in bepaalde gevallen nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
28
Relatie met het plangebied Op de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart van de gemeente Maasdriel ligt het plangebied ter plekke van de stroomgordel van Velddriel, die tussen circa 1400 voor Chr. en 288 na Chr. actief is geweest. Voor deze stroomgordel geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Aangezien het plangebied in een zone ligt waar volgens de gemeentelijke beleidskaart archeologische waarden zijn te verwachten (Waarde Archeologie 5: vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm onder huidig maaiveld en oppervlakte tot 1000 m2) is voor het plangebied een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
29 Figuur: Uitsnede archeologische beleidskaart Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVO-Overig), blijkt dat ter plekke van het plangebied een bodemopbouw aanwezig is van een bouwvoor en recent opgebracht of geroerd kleipakket, op oever(wal)afzettingen (klei) en beddingafzettingen (zand) behorende tot de stroomgordel van Velddriel. In de oever(wal)- en de beddingafzettingen zijn geen vegetatie-, bijvoorbeeld in de vorm van laklagen, en/of cultuurlagen waargenomen, die wijzen op de aanwezigheid van oude, archeologisch relevante loopniveaus. Tevens zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van het verkennend booronderzoek is de hoge archeologische verwachting voor de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd bijgesteld naar laag. De verwachting is dat er geen behoudenswaardige archeologische resten in situ aanwezig zijn ter plekke van het plangebied. Als gevolg wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven in deze fase van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, en om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Vanuit het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Cultuurhistorie
Goede ruimtelijke ordening betekent dat er, onder meer bij het opstellen van ruimtelijke plannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Hierdoor wordt de bescherming van cultuurhistorische waarden niet meer alleen geregeld via de Monumentenwet 1988, maar ook via het proces van de ruimtelijke ordening. Cultuurhistorische waarden kunnen geborgd worden via de ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan. Naast rijks- en gemeentelijke monumenten kunnen nu ook de waardevolle elementen, niet zijnde monumenten, beschermd worden, zoals structuren, objecten en patronen die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Relatie met het plangebied De huidige historisch-ruimtelijke structuur van Hedel dateert van voor de 20e eeuw, het grootste deel van de bebouwing is echter van recenter datum.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog is Hedel grotendeels verwoest, waardoor nog maar weinig originele historische panden bewaard zijn gebleven. De oorspronkelijke nederzetting is gelegen rond de driehoek gevormd door de Voorstraat, de Gasthuisstraat en de Korenstraat en aan de Koningin Wilhelminastraat en de weg Blankensteijn. Deze structuur is nog intact en aan deze wegen zijn ook nu nog de voornaamste voorzieningen gelegen. Ten noorden hiervan vonden de grootste uitbreidingen met planmatig opgezette woongebieden plaats. Deze volgen vaak de historische verkavelingen. Het planvoornemen zorgt niet voor een aanpassing van de cultuurhistorische structuur. Binnen het plangebied of de directe omgeving zijn geen monumenten of beeldbepalende elementen waar dit bouwplan invloed op heeft. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie is er geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.10 Verkeer Parkeren Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
30 Voor het aspect parkeren is het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2022 bepalend. In dit plan wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen 2020. Op basis van deze nota geldt een parkeernorm van 3 parkeerplaatsen per woning bij percelen zonder gedeelde parkeervoorzieningen. Dit betekent dat er 3 parkeerplaatsen per woning dienen te zijn, waarvan 2 direct toegankelijk vanaf de straat. Het bouwplan bestaat uit vier halfvrijstaande woningen. De woningen aan de Middelingenseweg beschikken zowel over een brede oprit als een lange oprit. Op beide percelen zijn drie parkeerplaatsen per woning gesitueerd, waarvan twee parkeerplaatsen direct toegankelijk zijn vanaf de straat. De woningen aan de Hooiweg beschikken eveneens over drie parkeerplaatsen per perceel, waarvan alle parkeerplaatsen direct toegankelijk zijn vanaf de straat. Daarnaast worden ook twee openbare parkeerplaatsen gerealiseerd op het perceel van de bestaande woning Hooiweg 1. Hiermee wordt aangetoond dat binnen het plangebied kan worden voldaan aan de realisatie van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2020.
Figuur: Situatietekening met parkeerplaatsen voorzien van streepjeslijn
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
31
Verkeer Op basis van kengetallen vanuit de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ en de Nota Parkeernormen 2020 is het aantal verkeersbewegingen bepaald. De stedelijkheidsgraad van de gemeente Maasdriel (waar Hedel onder valt) valt in de klasse ‘niet stedelijk’. De planlocatie is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Voor de planlocatie is de verkeersgeneratie in de beoogde situatie bepaald. Hierbij wordt uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie per woning. Voorgaande is weergegeven in onderstaande tabel Functie
Aantal
Verkeersgeneratie per woning
Verkeersbewegingen per etmaal (maximaal)
Twee-onder-een-kap woningen
4
minimaal 7,4 / maximaal 8,2
32,8
totaal (afgerond)
33
Tabel: verkeersgeneratie licht verkeer Met de realisatie van het planvoornemen zal de verkeersgeneratie van verkeer met 33 verkeersbewegingen per etmaal toenemen. Op basis van het verkeersmodel (invoergegevens wegverkeerslawaai; bijlage 3 van akoestisch onderzoek) zijn intensiteiten van voor omliggende wegen afgegeven van 100 tot 300 motorvoertuigen per etmaal. De 33 extra voertuigbewegingen per etmaal zorgen niet voor een overschrijding van de wegcapaciteiten van de ontsluitende wegen in Hedel tijdens de kritieke spitsperiodes. Gezien de berekende toename van verkeersbewegingen kan worden geconstateerd dat het wegennetwerk de relatief beperkte toename aan verkeersbewegingen eenvoudig kan opvangen. Het verkeersafwikkelende vermogen wordt niet (onevenredig) aangetast. Vanuit het aspect parkeren en verkeer worden geen belemmeringen verwacht voor de beoogde ontwikkeling.
4.11 Milieuhinderlijke bedrijvigheid Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.
Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Hoe Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
32 gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een ‘rustig buitengebied’. Een rustige woonwijk heeft weinig verkeer en er zijn praktisch geen bedrijven en/of winkelcentra; het is daarmee een van de gevoeligste omgevingstypen. Naast het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’ wordt ook het omgevingstype ‘gemengd gebied’ onderscheiden. Bij een gemengd gebied kunnen kleinere afstanden tussen bedrijven en woningen worden aangehouden. Bij een gemengd gebied zijn dus kleinere milieuzones van toepassing. Een gemengd gebied is een gebied dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Dit betekent dat de eisen in gemengde gebieden minder streng zijn dan in rustige woonwijken. Relatie met het plangebied De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een 'rustige woonwijk' in de zin van de VNG-brochure. In het plangebied en directe omgeving zijn de volgende bedrijven gevestigd:
adres
aard
categorie
richtafstand
feitelijke afstand
Kleinveld 16
Markthandel in voedingsen genotmiddelen
2
30 meter
32 meter
Tabel: Overzicht omliggende bedrijven De nieuwe woningen zijn gelegen buiten de richtafstanden van voornoemd bedrijf, waardoor de nieuw te bouwen woningen geen extra belemmeringen opleveren voor dit bedrijf. Tevens wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Uit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering is er geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.12 Kabels en leidingen In het plangebied liggen geen hoofdtransportleidingen of leidingen van dien aard die een planologische bescherming vergen. Ook buiten het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een bestemming vormen voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
4.13 Klimaatadaptatie en duurzaamheid Op alle niveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente) wordt gestreefd naar het verduurzamen en klimaatbestendig maken van de maatschappij. Duurzaamheidsprogramma 2017-2020 De gemeente Maasdriel speelt in op duurzaamheid door middel van het Duurzaamheidsprogramma 2017-2020 dat in juli 2017 is vastgesteld. Binnen het programma wordt invulling gegeven aan de implementatie van duurzaamheid in het gemeentelijk beleid. In het programma zijn activiteiten en projecten geformuleerd, waarbij is aangegeven welke capaciteit en financiële middelen nodig zijn om deze uit te voeren in de komende jaren. De notitie geeft een concrete aanpak voor de belangrijkste duurzaamheidsthema’s op het gebied van klimaat en energie in gemeente Maasdriel, namelijk; ● het bevorderen van de opwekking van hernieuwbare energie, Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
33 ● het verduurzamen van de woningvoorraad, ● duurzaam ondernemen, ● anderen stimuleren, ● het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie. Met de vastgestelde motie kiest de gemeente ook voor een concrete en praktische lijn op het gebied van duurzaamheid. Daarbij sluit het aan op de door andere partijen (lokaal/regionaal) gemaakte opties en keuzes en bewezen en realiseerbare plannen. Klimaatadaptatie Op grond van de provinciale verordening bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Wat betreft waterveiligheid kan worden geconcludeerd dat het plan niet in de nabijheid ligt van waterkeringen of watergangen. Er zijn hiermee geen effecten op de waterveiligheid. Het planvoornemen houdt rekening met fluctuerende hoeveelheden regenwater door een infiltratievoorziening op eigen terrein te realiseren in de vorm van een infiltratiesysteem met een inhoud van 7,85 m3 per woning. Hiermee wordt voldaan aan het Hemelwaterbeleid van de gemeente Maasdriel. Wateroverlast naar buurpercelen wordt voorkomen door de lager gelegen delen met grond op te hogen. Volledigheidshalve wordt voor de maatregelen verwezen naar het Waterplan dat als bijlage bij de toelichting is opgenomen.
Visie Zonne- en Windenergie De Visie Zonne- en Windenergie benoemt kansrijke gebieden voor zon en wind in de gemeente Maasdriel. Binnen deze gebieden zijn nieuwe initiatieven gebonden aan spelregels, die zorgen voor het behoud en versterken van de landschappelijke kwaliteiten én meerwaarde creëren voor de omgeving. In de visie worden per landschapstype de spelregels beschreven voor de plaatsing van windturbines en de inpassing van zonnepanelen in het landschap. Het plangebied valt onder het gebiedstype 'bebouwd landschap'. In de dorpen liggen de meeste kansen voor zonnepanelen op de daken. In het planvoornemen is vanuit het voldoen aan de Beng-normen de realisatie van zonnepanelen noodzakelijk, waarmee het plan in lijn is met de Visie Zonne- en Windenergie. Regionale Energiestrategie Fruitdelta Rivierenland De gemeente werkt daarnaast met 16 partijen aan de Regionale Energiestrategie (RES) Fruitdelta Rivierenland. Gezamenlijk proberen deze partijen breder te kijken dan alleen wind en zon om te kunnen voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen die opgelegd zijn door het klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. De samenwerkingsagenda legt de basis voor de samenwerking en uitvoering van de RES op zowel korte als lange termijn. Zon- en windenergie zijn van belang om te voldoen aan de hierin genoemde ambities.
Conform huidige wet- en regelgeving worden er gasloze woningen gerealiseerd. Daarnaast worden de woningen, aansluitend op het Duurzaamheidsprogramma 2017-2020, gerealiseerd met zonnepanelen. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de Regionale Energiestrategie Fruitdelta Rivierenland. Verder zullen de woningen gerealiseerd worden conform de geldende eisen uit het bouwbesluit.
4.14 Mer-beoordeling In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zie aanleiding geven om een Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
34 milieueffectrapport (MER) op te stellen. Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: ● de kenmerken van de projecten; ● de plaats van de projecten; ● de kenmerken van de potentiële effecten. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D11.2) de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: ● een oppervlakte van 100 hectare of meer; ● een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; ● een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Relatie met het plangebied Besluit Dit plan voorziet in de nieuwbouw van vier woningen. Er is geen m.e.r beoordeling nodig, omdat het toevoegen van vier wooneenheden volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r. beoordeling achterwege worden gelaten.
Niettegenstaande dat is de planontwikkeling getoetst aan de kenmerken, zoals genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van milieubelastende activiteiten (in paragraaf 6.1.2 wordt hierop nader ingegaan). Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij deze planontwikkeling. Plaats van het project Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van verderop gelegen Natura 2000-gebieden. In de directe nabijheid van het plangebied zijn verder geen speciale beschermingszones aangewezen in het kader van de Wet Natuurbescherming. Voorts is er geen toename van stikstofdepositie, zodat uit dien hoofde geen beperkingen zijn zoals toegelicht in paragraaf 4.7. Uit de ecologische quickscan blijkt dat, met uitzondering van algemene broedvogels, geen zwaarder beschermde soorten in het projectgebied worden verwacht.
Met de te nemen maatregelen zoals opgenomen in paragraaf 4.6 kunnen overtredingen van de Wet natuurbescherming worden voorkomen. Behoud van archeologische waarden wordt in voldoende mate gewaarborgd zoals beschreven in paragraaf 4.8. Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. Bovendien is er geen sprake van een onomkeerbaarheid van het effect. De complexiteit is gering gelet op de omvang van het plangebied.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
35 In dit geval is geen aanmeldnotitie opgesteld, maar wordt volstaan met hetgeen is weergegeven in dit hoofdstuk waarin wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit de aard en omvang en situering van het project geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Uit de m.e.r.-beoordeling volgt geen belemmering voor het voorgenomen plan. Er behoeft derhalve geen milieueffectrapport te worden opgesteld.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
36
5.
JURIDISCHE ASPECTEN
5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt bij het maken van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In de volgende twee paragrafen wordt de systematiek van planregels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven.
5.2 Plansystematiek 5.2.1 Algemeen In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. De benaming van de bestemmingen en de volgorde van de regels, evenals de weergave van de bestemmingen in het plan komen overeen met de SVBP 2012. In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 5.2.2 Inleidende regels ● Begrippen (Artikel 1): In dit artikel zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.
Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels. ● Wijze van meten (Artikel 2): Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakte- en inhoudsmaten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven van hoe de betreffende eisen voor wat betreft maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3 Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn de regels voor wat betreft de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen opgenomen. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit:
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
37 Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; ● Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, is hier vastgelegd; ● Specifieke gebruiksregels: in de specifieke gebruiksregels wordt specifiek voor die bestemming aangegeven welk gebruik in strijd is met de bestemming; ● Afwijken van de gebruiksregels: hierin worden afwijkingsmogelijkheden opgenomen welke specifiek gelden voor de betreffende bestemming; In paragraaf 5.3 worden de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen nader toegelicht. ●
5.2.4 Algemene regels De op het plan van toepassing zijnde algemene regels worden beschreven in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ● Anti-dubbeltelregel (Artikel 4): Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. ● Algemene gebruiksregels (Artikel 5): In deze regel is aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. ● Algemene afwijkingsregels (Artikel 6): In deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. ● Algemene wijzigingsregels (Artikel 7): In deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan in geringe mate te wijzigen, voor het overschrijden van bestemmingsgrenzen. ● Algemene procedureregels (Artikel 8): In deze regels zijn de procedureregels voor het stellen van nadere eisen bepaald. ● Overige regels (Artikel 9): In deze regels zijn de voorrangsregels bepaald voor de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen.
Tevens is hier bepaald dat moet worden voldaan aan de parkeernormen. 5.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het plan bekend staat.
5.3 Wijze van bestemming Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
38
Wonen (Artikel 3) Gebruik Gelet op de hoofdfunctie van de gronden in het plangebied is gekozen voor de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming wordt bij recht ruimte geboden aan een aan huis verbonden beroep. Verder zijn bijbehorende voorzieningen als tuinen, erven, parkeervoorzieningen, watergangen, waterretentie, waterzuivering en -infiltratie toegestaan. Het uitoefenen van een aan huis verbonden is bij recht niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders kan wel medewerking verlenen voor het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of aan- of uitbouwen en bijgebouwen voor een aan huis verbonden bedrijf. Hierbij dient dit gebruik onder meer ondergeschikt te blijven aan de woonfunctie. Bouwregels Ten aanzien van de bestemming 'Wonen' is in de bouwregels onderscheid gemaakt tussen regels voor toegestane bouwwerken, woningen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
39
6.
UITVOERBAARHEID
6.1 Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Maasdriel verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit (het bestemmingsplan) waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig plan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst afgesloten met initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst worden onder andere de plankosten verhaald. Voorafgaand aan de planologische procedure ook de planschade-overeenkomst getekend. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk. Financiële uitvoerbaarheid Initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. De planologische ontwikkeling leidt tot een waardevermeerdering van de grond.
De kosten die initiatiefnemer maakt zijn een investering ten einde de waardevermeerdering te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd is er sprake van een positief saldo. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten en er is geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. Voor de gemeente zijn er geen kosten aan dit plan verbonden. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het gemeentebestuur van Maasdriel streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor ruimtelijke besluiten. Daarom hecht het gemeentebestuur belang aan de dialoog over het bestemmingsplan. Dit hoofdstuk over de 'maatschappelijke uitvoerbaarheid' gaat nader in op het maatschappelijke overleg dat in het kader van het bestemmingsplan zal plaatsvinden. Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De in dit kader relevante instanties worden in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. Deze instanties hebben aangegeven wel/geen opmerkingen te hebben op voorliggend plan. Participatie
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
40 Voorafgaand aan de formele procedure van dit planvoornemen is er een informatiebijeenkomst geweest met omwonenden. De resultaten van de participatie zijn opgenomen in een verslag omgevingsdialoog (separate bijlage). Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens de artikelen 3.7 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter inzage gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend. Voor de weergave van de zienswijze en de beantwoording daarvan wordt verwezen naar de separate notitie zienswijzen. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
41
BIJLAGEN
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01