3.3 Bestemmingsplantoelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Hedel herziening 2023, Hooiweg 1
IDN: Status: Versie: Datum:
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01 vast te stellen 08 26 oktober 2023
1
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1. INLEIDING
3
1.1 Algemeen
3
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
3
1.3 Vigerend bestemmingsplan
4
1.4 Opzet van de toelichting
5
2. PLANBESCHRIJVING
6
2.1 Bestaande situatie
6
2.2 Beoogde situatie
8
3. BELEIDSKADER
10
3.1 Rijksbeleid
10
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
10
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 sub 2)
11
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
11
3.2 Provinciaal beleid
12
3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland
12
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland
12
3.3 Gemeentelijk beleid
13
3.3.1 Omgevingsvisie Bommelerwaard
13
3.3.2 Visie Maasdriel 2020+
13
3.3.3 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025
14
3.3.4 Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030
15
4. RANDVOORWAARDEN EN MILIEUASPECTEN
16
4.1 Geluid
16
4.2 Luchtkwaliteit
17
4.3 Externe veiligheid
18
4.4 Bodem
19
4.5 Water
20
4.5.1 Inleiding
20
4.5.2 Beleid
20
4.5.3 Beoordeling
21
4.6 Ecologie
24
4.7 Stikstof
25
4.8 Archeologie
26
4.9 Cultuurhistorie
28
4.10 Verkeer
28
4.11 Milieuhinderlijke bedrijvigheid
30
4.12 Kabels en leidingen
31
4.13 Klimaatadaptatie en duurzaamheid 4.14 Mer-beoordeling
31 32
5. JURIDISCHE ASPECTEN
35
5.1 Inleiding
35
5.2 Plansystematiek
35
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
2 5.2.1 Algemeen
35
5.2.2 Inleidende regels
35
5.2.3 Bestemmingsregels
35
5.2.4 Algemene regels
36
5.2.5 Overgangs- en slotregels
36
5.3 Wijze van bestemming 6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid BIJLAGEN
36 38 38 38 40
1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hooiweg 1 Hedel; Inpijn-Blokpoel Milieu B.V.; documentnummer 14P003127-ADV02; 21 juli 2020 2. Rapportage asbest bodemonderzoek drupzone; Inpijn-Blokpoel Milieu B.V.; documentnummer 23MP0021-adv-01; 16 februari 2023 3. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hooiweg 1 te Hedel; Econsultancy; rapportnummer 14195.001; versie 2; 28 november 2022 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hooiweg 1 te Hedel; Tritium; documentkenmerk 2011/087/MD-01 versie A; 22 februari 2023 5. Aerius berekening stikstofdepositie t.b.v. project nieuwbouw 4 woningen Hooiweg 1 te Hedel; Versluis Advies; kenmerk B3371/636_11; 17 oktober 2023 6. Quickscan Wet natuurbescherming Hooiweg 1 te Hedel; Blom Ecologie; Kenmerk 2023-0456; 5 mei 2023 7. Waterplan Bouwplan Hooiweg Hedel; Grasveld Civiele Techniek; Kenmerk G129/013/2023/0709N01v5; d.d. 9 juli 2023 8. Verslag Omgevingsdialoog
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
3
1.
INLEIDING
1.1
Algemeen
Op het perceel Hooiweg 1 te Hedel is een voormalige woonboerderij met schuren aanwezig. Het voornemen is om de bestaande woning met aangrenzende schuur te behouden en het overige deel van het perceel vier nieuwe grondgebonden te realiseren. In het geldende bestemmingsplan is slechts een vrijstaande woning toegestaan. Om het planvoornemen te realiseren is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan heeft als doel een passende planologisch-juridische regeling te geven aan de in het plangebied gelegen gronden en de realisatie van het planvoornemen mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt centraal in de kern Hedel. Het plangebied bestaat uit het perceel Hooiweg 1, kadastrale gemeente Hedel, sectie H, nummer 1899. Het perceel wordt aan de noord- en westzijde begrensd door percelen van omliggende woningen. De zuidzijde wordt begrensd door de Middelingenseweg. De oostzijde wordt begrensd door de Hooiweg.
Figuur: Ligging plangebied Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
4
Figuur: Begrenzing plangebied (rood)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied maakt momenteel deel uit van het bestemmingsplan ‘Hedel’ dat op 15 september 2011 is vastgesteld door de raad van de gemeente Maasdriel. Het plangebied heeft in dit plan de bestemming ‘Wonen’ met bijbehorend bouwvlak bedoeld voor een vrijstaande woning met een maximale goothoogte van 3 meter. Het zij- en achtererf is voorzien van een aanduiding voor bijgebouwen. Het plangebied maakt tevens deel uit van het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2018’ dat op 6 juni 2018 is vastgesteld. Dit plan ziet op een eenduidige regeling voor parkeren. Daarnaast maakt tevens deel uit van het bestemmingsplan 'Parapluherziening verkamering woningen 2020' dat op 8 oktober 2020 is vastgesteld. Dit plan ziet op een eenduidige regeling voor het begrip huishoudens in woonbestemmingen van een aantal bestemmingsplannen.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
5
Figuur: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied in rood aangegegeven)
1.4
Opzet van de toelichting
In de onderhavige toelichting is in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving omschreven. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan het relevante, bestaande beleid op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal als gemeentelijk niveau. Daarna is in hoofdstuk 4 het beoogde bouwplan getoetst aan diverse milieuaspecten en randvoorwaarden. Vervolgens is in hoofdstuk 5 de juridische planbeschrijving opgenomen. In hoofdstuk 6 wordt kort ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
6
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis De eerste vermelding van Hedel dateert van het jaar 815/816 als „Hatalle‟ en „Hedilla‟. De naam is samengesteld uit twee delen. Het eerste deel „He/ee‟ of „Ha/aa‟ is een Germaanse aanduiding voor water, terwijl het tweede deel „lo‟ verwijst naar loofbos op een oeverwal. Hedel is, zoals de meeste dorpen in de Bommelerwaard, ontstaan op een stroomrug. In de oorspronkelijke structuur van Hedel is dit nog te herkennen aan het feit dat de oude straten zijn gelegen op de hogere delen van de stroomrug. Na de bedijking van de Maas werd de ruimte voor de rivier min of meer vastgelegd en breidde Hedel zich vanaf de oeverwallen ook uit langs de dijken. Centraal in Hedel liggen de resten van het kasteel Hedel uit de 14e eeuw, dat in 1794 werd verwoest. In de Tweede Wereldoorlog werd daarnaast nog eens het grootste deel van de rest van het dorp kapot geschoten, zodat tegenwoordig nog maar weinig (oorspronkelijke) historische gebouwen aanwezig zijn in de kern. Eind 19e eeuw was het grootste deel van de bebouwing geconcentreerd langs een aantal straten op de oeverwal en aan de dijken van de Maas. Van daaruit is Hedel met name na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid met nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen en voorzieningen. De Oude Rijksweg (tussen 1956 en 1970 het tracé van de snelweg A2) zorgde voor een opdeling van de huidige kern in 2 delen.
De grootste groei vond voornamelijk plaats in het westelijke deel. Sinds 1999 is de gemeente Hedel opgegaan in de gemeente Maasdriel. Het plangebied is gelegen aan een oude uitloper van de historische kern van Hedel. De locatie is van oudsher agrarisch van gebruik.
Figuur: Topografische kaart 1900 (bron: topotijdreis)
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
7 Beschrijving planlocatie Het plangebied ligt centraal in de kern Hedel. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een woning en een tweetal voormalige agrarische gebouwen. Rondom de gebouwen is opgaand groen aanwezig. Aan de achterzijde van deze gebouwen is het gebied onbebouwd en vooral ingericht als grasland. De directe omgeving wordt gekenmerkt als een woongebied.
Figuur: Luchtfoto plangebied
Figuur: Vooraanzicht perceel
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
8
Figuur: Zijaanzicht perceel
2.2
Beoogde situatie
Planopzet Het plangebied wordt ontwikkeld naar een nieuwe woonlocatie. De bestaande woning met bijbehorende schuur blijft behouden. De vrijstaande schuur in het westelijk deel van het plangebied wordt gesloopt. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van vier grondgebonden koopwoningen, bestaande uit twee bouwlagen en een kap met een oriëntatie op de aangrenzende wegen. Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (drie parkeerplaatsen per woning). Op het perceel van de bestaande woning is een extra mogelijkheid van 2 parkeerplaatsen opgenomen.
Figuur: Situatietekening Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
9
In de omgeving komen grondgebonden woningen voor met zowel één bouwlaag met een kap als twee bouwlagen met een kap. Twee-onder-kapwoningen komen het meeste voor in de directe omgeving. De halfvrijstaande woningen op kavel 1 en 2 hebben een minimale goothoogte aan de voorzijde van 3,5 meter en een maximale goothoogte van 6 meter. De halfvrijstaande woningen op kavel 3 en 4 hebben een goothoogte van 3,5 meter. Alle woningen hebben een maximale bouwhoogte van 10,7 meter. De nieuwe woningen passen daarmee binnen de omliggende overheersende typologie en massa. Voor de nieuwe woningen wordt aansluiting gezocht bij de voorgevelrooilijnen van bestaande woningen, zodat het planvoornemen op passende wijze binnen de bestaande bebouwingsstructuur wordt ingepast. Met de kaprichting van de nieuwe woningen is aansluiting gezocht bij omliggende woningen.
Figuur: linksboven: dwarsdoorsnede woningen kavel 1 en 2 / rechtsboven: vooraanzicht kavel 1 en 2 / onder: vooraanzicht kavel 3 en 4 Met materialisering en gevelopbouw wordt de individualiteit van de woningen benadrukt, waarmee het plan stedenbouwkundig past bij de directe woonomgeving. Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
10
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
11
3.
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen. Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
12 Relatie met het plangebied In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen verdichting in dit woongebied ligt in bestaand stedelijk gebied. De Novi kenmerkt zich door een hoog abstractieniveau en bevat geen concreet beleid ten aanzien van het planvoornemen. Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 sub 2) Bij een herziening is een gedegen ruimtelijk-functionele onderbouwing tegenwoordig gewenst, mede omdat binnen de ruimtelijke ordening steeds meer de nadruk komt te liggen op zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ geïntroduceerd (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht toegepast moet worden bij wijzigingsplannen of projectafwijkingsbesluiten die een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maken. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling valt, is in art.
1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Relatie met het plangebied Vanwege de aard, omvang en ligging van het plan, zijn er geen nationale belangen in het geding. Hierdoor is geen sprake van een rijksverantwoordelijkheid en hebben gemeente en provincie de eerste verantwoordelijkheid om de ruimtelijke aspecten in goede banen te leiden. Wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende opgemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. De ontwikkeling van deze locatie omvat vier nieuwe woningen. De bouw van woningen is in overeenstemming met de regionale en lokale volkshuisvestingsopgave. In dit kader wordt ook verwezen naar de ‘Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030’ (paragraaf 3.3.). Door de realisatie van vier nieuwe woningen zal vraag en aanbod daarmee meer in overeenstemming met elkaar brengen. Geconcludeerd wordt dat er voldoende behoefte is aan voorliggend woningbouwplan. Het ontwikkelen van binnenstedelijke locaties heeft bovendien de voorkeur boven uitbreiden.
Het plan voldoet daarmee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels opgenomen die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de SVIR bevestigd. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: ● Rijksvaarwegen; ● Grote Rivieren; ● Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; ● Elektriciteitsvoorziening; ● Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ● Ecologische hoofdstructuur; ● Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
13 ●
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Relatie met het plangebied In het Barro zijn geen specifieke uitspraken opgenomen met betrekking tot het voorliggende plangebied. Het Barro levert derhalve geen belemmeringen op voor de bouw van woningen in het plangebied.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie bestaat uit een visie en verdiepingsdeel en bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen zes regio's. De gemeente Maasdriel behoort tot de regio Rivierenland. In de omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: ● een duurzame economische structuurversterking; ● het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. De provincie probeert het fysieke aspect met het sociale aspect te combineren en zet hiermee onder meer in op duurzame verstedelijking.
Toetsing beoogde ontwikkeling Het initiatief dat voorziet in de realisatie van vier halfvrijstaande woning heeft een positief effect op een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de leefomgeving, omdat dit initiatief naast het toevoegen van vier nieuwe energiezuinige woningen ook rekening houdt met de inpassing binnen de bestaande bebouwingsstructuur. Het plan past binnen de Omgevingsvisie Gelderland.
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. In de omgevingsverordening is opgenomen dat: "nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave voor wonen voor de betreffende regio".Op dit moment werkt de regio Rivierenland, waar de gemeente Maasdriel deel van uitmaakt, aan het opstellen van de regionale Woonagenda. Belangrijk onderdeel hierin is het opstellen van een kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma. Op 30 mei 2016 zijn er afspraken gemaakt tussen regio en provincie over de kwantitatieve opgave wonen voor de periode 2015-2024. Toetsing beoogde ontwikkeling De Omgevingsverordening Gelderland bepaalt dat stedelijke ontwikkelingen in beginsel plaatsvinden in bestaande gebouwen, in bestaand stedelijk gebied of door herstructurering. Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied. Het plan past Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
14 daarnaast binnen het Regionaal Programma Wonen. Met het vaststellen van het gemeentelijk woningbouwprogramma is dit provinciaal afgestemd (zie paragraaf 3.1.2). Het perceel ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) of Natura 2000-gebieden (zie voorgaande afbeelding). Het plan past daarmee binnen de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Bommelerwaard In de raadsvergadering van 13 oktober 2022 is de omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op onder andere, de nieuwe woonagenda regio rivierenland 2020-2030, het woningbouwprogramma 2021-2030 en het provinciale beleid. Centraal staat het behouden en versterken van een aantrekkelijk woonklimaat in de Bommelerwaard. De gemeente vindt het van belang de kernwaarden en identiteit van de gemeente in stand houden. In de omgevingsvisie is Hedel aangegeven als Stad / Dorp met voor deze kern een woningopgave van 350 woningen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is aansluiting gezocht bij Kernopgave 9 'We hebben kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen in een goed woonklimaat / Een kwantitatief en kwalitatief verantwoorde groei van woningaanbod'. In deze kernopgave staat dat open gebieden zoveel mogelijk open worden gehouden om de woonkwaliteiten te borgen. Daarbij wordt gezocht naar de balans met het vinden van geschikte woningbouwlocaties voor het versnellen van de woningbouwproductie. Nieuwbouw sluit aan op bestaande bebouwing. De open kom komt pas als laatste in beeld. De gemeente gaat met de afweging inbreiding versus uitbreiding zorgvuldig om.
Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij ook wordt gekeken naar de impact van ontwikkelingen op vooral de beschikbare landbouwgrond, wordt niet per definitie gekozen voor uitbreiding. Relatie met het plangebied De voorgenomen woningbouwontwikkeling past als inbreidingslocatie binnen omgevingsvisie en houdt met de omvang en situering voldoende rekening met omliggende omgevingskwaliteiten. 3.3.2 Visie Maasdriel 2020+ Met de Visie Maasdriel 2020+ (d.d. 16 juni 2008) wil de gemeente richting geven aan de lange termijn ontwikkeling, oftewel het jaar 2020 en verder. In Maasdriel zijn de inwoners verdeeld over elf kernen en liggen de woon- en werkgebieden dicht bij elkaar. Dit legt de nodige druk op de leefbaarheid en het woongenot.
Teneinde achteruitgang en economische stagnatie tegen te gaan en de aanwezige kwaliteiten en waarden te benutten is een heldere koers nodig voor de gemeente, met de volgende ambities: ● Woongemeente met unieke en gedifferentieerde woonmilieus gekoppeld aan kleine kernen met elk hun eigen identiteit en kwaliteit en goede mogelijkheden voor actieve ontspanning op het terrein van dagrecreatie en sport; ● Werkgemeente met unieke werklandschappen voor de kleinere en startende ondernemer; ● Agrarische gemeente met ontwikkelingsruimte voor land- en tuinbouw; ● Groene en blauwe gemeente met unieke landschappen, waterfronten en ecologische en cultuurhistorische waarden. Hedel is één van de grotere kernen van de gemeente Maasdriel en samen met Ammerzoden is dit een cluster waar binnen de gemeente de grootste groei wordt nagestreefd. Hier kan in, tegenstelling tot in de kleinere kernen, ook worden gebouwd voor het aantrekken van inwoners van buiten de gemeente.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
15 De kern Hedel biedt samen met Ammerzoden een bundeling van voorzieningen (winkels, onderwijs, zorg/verzorging), ook wordt hier wonen met bedrijvigheid gecombineerd. Samen met Kerkdriel en Zaltbommel vormen deze kernen het centrum van de Bommelerwaard. In Hedel wordt ingebreid op locaties die door handel en industrie en landbouw zijn verlaten en wordt uitgebreid met nieuwe woonwijken aan de randen. Wonen in rust, ruimte en groen, waar de basisvoorzieningen aanwezig dan wel toegankelijk zijn. Kleine nieuwe woongebieden aan de randen en inbreiding en verdichting op beperkte schaal zijn hier mogelijk. Toetsing beoogde ontwikkeling Het planvoornemen voorziet in verdichting in bestaande stedelijk gebied met een divers woonprogramma dat geschikt is voor starters en senioren. Hiermee wordt bijgedragen aan de doelstellingen van de visie. 3.3.3 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 In juli 2021 is de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 vastgesteld. Deze nieuwe visie is de opvolger van de visie die van 2016 tot 2020 van toepassing was, destijds was de visie vooral gerelateerd aan autonome groei. In de afgelopen jaren is de woningmarkt in rap tempo veranderd, dit betekent dat ook de koers van de nieuwe Woonvisie anders is. De visie richt zich op 5 thema's die in onderstaande figuur zijn samengevat.
Tabel: De vijf centrale thema's in de Woonvisie 2021-2025 In de visie wordt beschreven dat in de gemeente Maasdriel de komende 5 jaar circa 700 nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Om de versnelling te realiseren willen de gemeente, naast de plannen die in het woningbouwprogramma zijn opgenomen, ook andere locaties onderzoeken. Deze locaties kunnen bijdragen aan versnelling van de woningbouw. Daarbij stelt de gemeente in haar visie dat woningzoekenden voldoende keuze moeten hebben. Dit betekent een woningbouwopgave in alle kernen van de Bommelerwaard. Daarbij is het wenselijk om wijken en buurten te creëren met verschillende soorten woningen. Zowel wat betreft betaalbaarheid (prijsklasse, huur/koop) als de bewoning (ouderen, gezinnen, starters). Op basis van het woningbehoefte onderzoek in 2018 gaat de gemeente voor de komende jaren uit van het volgende woningbouwprogramma:
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
16
Tabel: Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel Toetsing beoogde ontwikkeling Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 4 halfvrijstaande woningen. Gesteld kan worden dat het plan niet geheel aan de in de woonvisie gestelde differentiatie voldoet. Er worden geen sociale huurwoningen of betaalbare koopwoningen gerealiseerd. Gezien de geringe toevoeging van 4 woningen is het logisch dat de differentiatie niet haalbaar is. De ontwikkeling past echter wel binnen de woningbouwafspraken van de gemeente als geheel en specifiek voor de kern Hedel. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende type woningen, de realisatie van 4 halfvrijstaande woningen is een passende aanvulling op het bestaande aanbod.
3.3.4 Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030 In april 2016 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2015-2025 vastgesteld. Tot 1 januari 2020 zijn 489 woningen van de 1063 woningen die in diverse plannen in dit woningbouwprogramma waren opgenomen, gerealiseerd. Deze productie is tussen 2015 en 2019 gestaag toegenomen en daarmee is de afgelopen 5 jaar bijna 50% van de opgave gerealiseerd. Ondanks dat daarmee voldaan wordt aan de gemiddelde woningbouwopgave, is de druk op de woningmarkt alleen maar hoger geworden. Om de voortgang van de woningbouwproductie juist nu op gang te houden en waar mogelijk nog te versnellen, is het woningbouwprogramma 2021-2030 opgesteld. Met het woningbouwprogramma 2021-2030, d.d. 10 december 2020, dat voorziet in de realisatie van 988 woningen, kan voor een substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningbehoefte voor de komende tien jaar. De geprognotiseerde woningbehoefte, de bandbreedte van 700 tot 1250 woningen, is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 en vormt daarmee de onderbouwing voor de Ladder voor duurzame verstedelijking, die vereist is voor het in procedure brengen van bestemmingsplannen. Toetsing beoogde ontwikkeling Dit bestemmingsplan voorziet in een planologische wijziging ten opzichte van het geldende bestemmingsplan waarbij 4 woningen worden mogelijk gemaakt.
De locatie Hooiweg 1 is als woningbouwontwikkeling opgenomen in het Woningbouwprogramma. Gezien de beperkte schaal van de woningbouwontwikkeling, het feit dat de opgave in januari 2020 slechts voor 50% is vervuld en de behoefte uit de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 nog niet is vervuld, is er een zekere behoefte aan nieuwe woningen. De realisatie van het plan is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke woningbouwprogramma.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
17
4.
RANDVOORWAARDEN EN MILIEUASPECTEN
4.1
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De Wgh kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn er geen belemmeringen vanuit de Wgh voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen (objecten). Onder geluidgevoelige objecten worden in dit kader woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, en speciaal benoemde gezondheidszorggebouwen verstaan. Daarnaast is er in de Wgh een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een ‘hogere waarde’ genoemd (‘hoger’ in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Er wordt een onderscheid gemaakt in geluidbelasting ten gevolge van (spoor)wegverkeer en ten gevolge van industrie.
Relatie met het plangebied Wegverkeerslawaai In het kader van de beoordeling van een akoestisch goed woon- en leefklimaat is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Conform opgave van de gemeente Maasdriel is het plan voor 2030 gelegen binnen een 30 km/uur zone. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur vormen een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouw en woningen nabij 30 km/uur wegen echter alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Middelingenseweg, Prins Bernhardstraat, Hooiweg, Hogenhofstraat en Geerstraat inzichtelijk gemaakt. Voor alle 30 km/uur wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde.
Aangezien voor de nieuwe woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Spoorweglawaai In of nabij het plangebied bevinden zich geen spoorlijnen.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
18 Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor dit planvoornemen vanuit het aspect geluid.
4.2
Luchtkwaliteit
In 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met deze wet zijn luchtkwaliteitseisen verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Er is vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. De belangrijkste zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 μg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 μg/³. Toetsing aan de grenswaarden is niet voor alle ruimtelijke plannen verplicht. Alleen plannen die in betekenende mate bijdragen worden getoetst aan de grenswaarden. In het ‘Besluit niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) is vastgelegd dat een bijdrage van meer dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3, wordt getoetst aan de grenswaarden. Deze bijdrage van 3% is in de ministeriële ‘Regeling niet in betekenende mate’ (Regeling NIBM) getalsmatig doorvertaald naar bijvoorbeeld 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak. In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf.
Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen. Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. Daarnaast wordt geadviseerd zeer terughoudend te zijn met het realiseren van gevoelige bestemmingen bij drukke gemeentelijke wegen. Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: ‘het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk’. Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitsituatie. Relatie met het plangebied Het voorliggende initiatief voorziet in de realisatie van vier woningen, waardoor de ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bij zal dragen aan de luchtkwaliteit. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat in de Regeling NIBM voor woningbouwplannen de NIBM-grens op 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg ligt.
Als verkeerskundig kengetal kan voor 1.500 woningen een aantal verkeersbewegingen van circa 7.500 motorvoertuigen per etmaal worden gehanteerd (5 motorvoertuigen per etmaal, per woning). Het voorgaande betekent dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Op basis van de NLS monitoringstool is de actuele concentratie van fijnstof en stikstofdioxide in kaart gebracht. Op het dichtstbijzijnde rekenpunt aan de Baronieweg zijn de volgende concentraties berekend: 18,78 (PM10), 17,28 (NO2) en 11,69 (PM2,5). Hieruit blijkt dat de grenswaarden niet worden overschreden. Voorts is een woning in het Besluit gevoelige bestemmingen niet aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het bouwplan voorziet derhalve niet in de realisatie van nieuwe gevoelige bestemmingen in het kader van dit besluit.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
19 Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan.
4.3
Externe veiligheid
Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van een bepaalde activiteit is de kans per jaar op een bepaalde plaats, dat een continu daar aanwezig gedacht persoon die onbeschermd is, komt te overlijden als gevolg van een mogelijk ongeluk met die activiteit. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.
Relatie met het plangebied Na raadpleging van de risicokaart blijkt dat in in het plangebied en de directe omgeving geen (potentiële) risicobronnen aanwezig zijn. Volgens de Risicokaart ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting en ook niet binnen het invloedsgebied van buisleidingen of transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
20 stoffen. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.4
Bodem
De bodemkwaliteit is in het kader van de Wro van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. Voor locaties waar ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. Mocht er een verontreiniging zijn, dan dient inzichtelijk gemaakt te worden dat de bodem geschikt kan worden gemaakt. In de toelichting dient dan aangegeven te worden dat de oplossing om de verontreiniging aan te pakken (milieu)technisch en financieel haalbaar is. Relatie met het plangebied Bodem- en grondkwaliteit dienen geschikt te zijn voor het beoogde gebruik. Vanwege de toename van bodemgevoelige functies is een verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd. De conclusies van de onderzoeken worden hieronder beschreven: Verkennend bodemonderzoek en asbest bodemonderzoek In verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie zijn door ons bureau op de locatie reeds een verkennend bodemonderzoek en een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan de onderzoeksresultaten integraal zijn gerapporteerd in rapport 14P003127-adv-03, d.d. 21 juli 2020. Op basis van het vooronderzoek en het aantreffen van puin- en baksteendeeltjes ‘van onbekende oorsprong’ werd in deze onderzoeken de bodem al als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van een verminderde bodemkwaliteit.
Voor beide onderzoeken werd daarom uitgegaan van de in de NEN5707 (asbest) en NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek) beschreven onderzoeksstrategieën voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde (asbest)verontreiniging op schaal van monsterneming. In het asbestonderzoek heeft allereerst een maaiveldinspectie plaatsgevonden. Bij deze inspectie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Vervolgens zijn in totaal twaalf asbestinspectiekuilen gegraven ter plaatse van het asbestverdachte terreindeel. Eén van de kuilen is doorgezet tot onderzijde ‘verdachte’ laag en vervolgens doorboord tot 2,0 m - mv. Wel werd asbestverdacht plaatmateriaal, vermengd met bouwmaterialen, aangetroffen op een pallet nabij de voormalige gierput. In de ontgraven of opgeboorde bodem zijn geen asbestverdachte materialen, anders dan voornoemde puindeeltjes, aangetroffen. In totaal zijn vier grond(meng)monsters onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Hierbij werd enkel asbest boven de detectiegrens aangetoond in het grondmengmonster van de zandige bovengrond. In het mengmonster werden twee deeltjes hechtgebonden serpentijn asbest (4 - 8 mm) aangetoond. Het gewogen gehalte aan asbest in dit monster bedroeg 0,1 mg/kg ds.
Aangezien de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg d.s., niet werd overschreden of benaderd, werd gesteld dat de aanname dat de locatie verdacht is voor de aanwezigheid van asbest diende te worden aangenomen, maar dat het uitvoeren van nader onderzoek niet aan de orde was. In het verkennend bodemonderzoek werden de grond- en grondwatermonsters geanalyseerd op de stoffen uit de standaard NEN-grond(water)pakketten. De peilbuis werd hierbij geplaatst nabij enkele uit de grond stekende ijzeren buizen. Daarnaast is één boring verricht nabij een voormalige gierput, welke gevuld bleek te zijn met puinresten. Visueel werden in de bovengrond nabij de aanwezige bebouwing puindeeltjes aangetroffen. Analytisch zijn in de vaste bodem ten hoogste licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn xylenen en naftaleen licht verhoogd aangetroffen. De onderzoeksresultaten kwamen overeen met de gestelde Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
21 hypothese en de gekozen onderzoeksstrategie. Aangezien het criterium voor nader onderzoek voor de onderzochte parameters niet werd overschreden, werd nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Bij de beoordeling van bovengenoemde rapportage door de Omgevingsdienst Rivierenland is door deze dienst aangegeven dat aanvullend de drupzone ter plaatse van het genoemde asbestverdachte dak aanvullend onderzocht dient te worden op de aanwezigheid van asbest en polychloorbifenylen (PCB’s). Asbest bodemonderzoek drupzone Op het maaiveld en in de ontgraven bodem zijn geen asbestverdachte materialen, anders dan puinbijmengingen, aangetroffen. Analytisch werd in de drupzone onder het overstek van het asbestverdachte dak asbest vastgesteld in een ‘gewogen’ gehalte van 24,4 mg kg/ds. Dit gehalte is lager dan de restconcentratienorm en interventiewaarde van 100 mg/kg. Ook de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg, wordt niet overschreden. De aanname dat de druppelzone verdacht is voor de aanwezigheid van asbest dient te worden aangenomen, het uitvoeren van een nader onderzoek is echter niet aan de orde. Voor de volledigheid dient opgemerkt te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit.
Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van afwijkende concentraties asbest. Verder zijn in de toplaag van de genoemde drupzone geen PCB’s boven de achtergrondwaarde gemeten. Bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar is en geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Uiteraard dient men bij graafwerkzaamheden wel alert te zijn op afwijkende situaties. Afhankelijk van de bestemming en toepassing kan bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
4.5
Water
4.5.1 Inleiding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water een sturende factor in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit en verdroging te voorkomen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze waterparagraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. 4.5.2 Beleid In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen. Nationaal niveau ● Nationaal Water Programma 2022-2027 Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2022-2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
22
Provinciaal niveau Het Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Gelderland voor de periode 2021-2027. Dit beleidsdocument gaat in op de betrokkenheid van de provincie vanuit diverse invalshoeken op het gebied van water: water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit. Waterschap Rivierenland Het onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Rivierenland. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in: ● Waterbeheerprogramma 2022-2027 In dit plan is beschreven wat het waterschap wil bereiken en op welke manier. De aspecten van het beheer van waterkeringen, het watersysteem en de afvalwaterketen zijn in dit plan geïntegreerd. ● Watervisie 2050 De watervisie is het strategisch kader voor de lange termijn en het WBP is een tactische vertaling voor de planperiode. De watervisie is richtinggevend binnen de strategische, vaak integrale langetermijnvisies van partneroverheden en gebiedsprocessen met stakeholders. ● Brochure Partners in Water In de brochure Partners in Water worden vier thema’s benoemd waaraan aandacht moet worden besteed in een watertoets: waterneutraal inrichten, schoon inrichten, veilig inrichten en bijzondere wateren en voorzieningen. In deze watertoets wordt hieraan op de volgende wijze invulling gegeven. 1.
Waterneutraal inrichten. 2. Schoon inrichten. 3. Veilig inrichten. 4. Bijzondere wateren en voorzieningen. Waterplan Bommelerwaard Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken. Verbinden. Vergroenen.' is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Gemeentelijk niveau Het beleid van de gemeente Maasdriel hoe in plannen moet worden omgegaan met water en riolering is vastgelegd in het 'Water- en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026'. Bij nieuwbouw dienen daken en verharding afgekoppeld te zijn van riolering, van de particulier wordt verwacht dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt. Indien dit redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, kan de particulier het hemelwater vertraagd afvoeren naar het stelsel van de gemeente. Dit hemelwater moet gescheiden zijn van het huishoudelijk afvalwater.
Belangrijke strategieën in het waterplan zijn: ● We scheiden schone en vuile waterstromen; ● We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater op het gemengde stelsel; ● We verbieden het afvoeren van hemelwater op drukriolering; ● We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag. 4.5.3 Beoordeling Huidige situatie
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
23 Het bestaande maaiveld bedraagt volgens de Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ca. 3,40 m +NAP. Er heeft een verkennend milieukundig bodemonderzoek op de locatie plaatsgevonden. Dit rapport is als separate bijlage toegevoegd. Vanuit het Dinoloket en onderzoeken volgt een bodemopbouw van zand/klei en een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van ca. 2,20 m +NAP. Waterkwantiteit Nieuwbouw en ook her- en aanbouw van woningen en infrastructuur kan tot een toename van (afvoerend) verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat er een extra afvoer van hemelwater, om wateroverlast te voorkomen dienen er binnen het plangebied maatregelen genomen te worden om versnelde afvoer te voorkomen. In verband met de toename van verhard oppervlak, intensievere regenbuien en langere droogteperioden streeft de gemeente naar een situatie waarbij hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden waar het valt. Het is verboden om zonder toestemming van de gemeente neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Nieuw verhard oppervlak tot 500 m2 moet bovengronds afstromend naar openbaar terrein. Bij meer nieuw verhard oppervlak moet dit afstromend hemelwater worden gecompenseerd door middel van een bergings- of infiltratievoorziening (hemelwatervoorziening) die vertraagd afvoert.
In onderstaande tabel is toegelicht welke maatregelen moeten worden genomen per hoeveelheid nieuw verhard oppervlak.
Tabel: maatregelen per hoeveelheid nieuw verhard oppervlak Het plangebied bestaat momenteel uit een woning met aangrenzende schuur en een vrijstaande schuur. De bestaande woning met aangrenzende schuur blijft behouden. De vrijstaande schuur met omliggende verharding wordt verwijderd om plaats te maken voor een woningbouwontwikkeling. De toename aan verharding is afgerond 258 m² afgerond. De bestaande en nieuwe situatie van het plangebied (verhard en onverhard) is in onderstaande tabel opgenomen. inrichting
bestaande situatie
toekomstige situatie
gebouwen
300 m2
244 m2
erfverharding/ bebouwing
250 m2
562 m2
onverhard
1.530 m2
1.272 m2
totaal plangebied
2.080 m2
2.080 m2
Tabel: waterbalans
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
24 De huidige gebouwen in het plangebied hebben een oppervlakte van 300 m2 (190 m2 + 110 m2). Rondom deze gebouwen is 250 m2 aan verharding aanwezig. Op basis van de proefverkaveling van de nieuwe situatie is het nieuw bebouwde en verharde oppervlak in beeld gebracht. De gezamenlijke bebouwingsoppervlakte van de nieuwe woningen betreft 244 m2. Voor de vier percelen wordt voor het onbebouwde deel uitgegaan van een verhardingspercentage van 50%. Uit de waterbalans blijkt een afname van het onverhard deel van het perceel van 258 m2, waardoor het nodig is om vertraagd af te voeren naar de openbare ruimte. Hierna wordt de betreffende compensatiemaatregel nader toegelicht. Afvoer regenwater Op basis van het Hemelwaterbeleid is specifiek maatwerk geleverd voor de locatie. Per grondgebonden woning wordt een bergingsvoorziening in de voortuin aangelegd met een bovengrondse overstort naar openbaar gebied. Naast de bovengrondse overstort wordt het bergingssysteem ook voorzien van een vertraagde afvoer waardoor de bergingsvoorziening weer tijdig beschikbaar is. De exacte leeglooptijd en diameter van deze afvoer wordt in de civieltechnische voorbereidingsfase verder gedimensioneerd en afgestemd met bevoegd gezag.
De kosten van onderhoud, vervanging en vernieuwing van het infiltratiesysteem zijn voor rekening van de toekomstige eigenaar en gebruiker en de uitvoering en instandhouding van de functie is geborgd via de leveringsakte. Het verhard oppervlak per woning (dak, terras en inrit) bedraagt ca. 180 m2. De bergingsvoorziening op eigen terrein bedraagt daarmee een inhoud van 180 m2 x 43,6 mm = 7,85 m3. Uitgaande van een bergingssysteem van Wavin Aquacell met een hoogte van 0,40 m bedraagt de oppervlakte ongeveer 20 m2. Bij een gronddekking van 0,60 m ligt de onderzijde van het systeem 30 cm boven de GHG. Deze oppervlakte kan worden gerealiseerd onder de inritten. Het regenwater van het dak en de verharding wordt middels een afvoerleiding naar de bergingsvoorziening in de voortuin geleid. Aan de straatzijde van de inrit zal op eigen terrein een exfiltratiekolk worden aangebracht. Deze kolk zorgt voor een bovengrondse overstort richting het gemeentelijke rioleringsstelsel op het moment dat de bergingsvoorziening vol is. Gelet op de opbouw van de ondiepe bodem, zoals deze blijkt uit de verschillende boringen en sonderingen (hoofdzakelijk klei in de ondiepe bodem) kan echter zonder aanvullend onderzoek met enige zekerheid worden gesteld dat de ondiepe bodem naar alle waarschijnlijkheid ongeschikt is voor infiltratiedoeleinden (zonder aanvullende maatregelen).
Ter verbetering van de waterberging op percelen is voorzien in de realisatie van een vertraagde afvoer, die wordt aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel. De afvoeren worden voorzien van bladvangers en een zandvang voor de kratten. De kratten worden voorzien van een toegangsluik of -deksel. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat uit een nader onderzoek volgt dat de K-waarde kleiner is dan 1 m/dag.
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
25
Figuur: Situering bergingssysteem Bouwpeil Voor het bouwplan wordt een bouwpeil voorgesteld van ca. 3,70 m +NAP. Dit peil ligt ca. 30 cm boven de kruin van de weg, waarmee wordt voldaan aan de beleidsregels omtrent aanleghoogte. Aan de achterzijde van het perceel bedraagt de bestaande hoogte ca. 3,10 m +NAP. Om het afschot aan de achterzijde niet te groot te laten zijn, worden deze percelen op hoogte gebracht door het aanbrengen van grond. Afvoer vuilwater Het vuilwater van de vier nieuwe grondgebonden woningen wordt middels een individuele huisaansluiting op het bestaande gemeentelijke gemengde riool in de Hooiweg en de Middelingenseweg aangesloten. In de Middelingenseweg dient hiervoor het asfalt in de rijbaan gezaagd en nadien dichtgeblokt te worden. Gezien het bovenstaande zijn er geen belemmeringen te verwachten vanuit het aspect water.
4.6
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen wordt via deze wet geregeld. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden’ van de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot de Natura 2000-gebieden zijn de wettelijke verplichtingen en het daaruit voortvloeiende beleid tussen de Natuurbeschermingswet 1998 en de Wet natuurbescherming vrijwel gelijk gebleven. De Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
26 instandhoudingsdoelstellingen voor habitats en soorten en de beheerplannen zijn niet veranderd. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten (voorheen Ffwet) zijn in de Wet natuurbescherming opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime (zie onder). De regels voor houtopstanden (voorheen Boswet) zijn beschreven in Hoofdstuk 4 van de wet. Relatie met het plangebied Om de effecten op eventuele aanwezigen natuurwaarde te beoordelen, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Uit de ecologische quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: ● De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Om negatieve effecten omtrent gebiedsbescherming uit te sluiten, dient vooraf een berekening door middel van de AERIUS-Calculator uitgevoerd te worden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. ● Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient rekenkundig inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een verhoging van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden.
Dit kan middels de AERIUS-Calculator. Zie hiervoor paragraaf 4.7. ● Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). ● Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. ● Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. ● Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. ● De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). ● De kap- en sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli).
Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een terzake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. De beoogde sloop van een schuur, kappen van een boom en verwijderen van groen ten behoeve van realisatie van vier halfvrijstaande woningen aan de Hooiweg 1 te Hedel is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
4.7
Stikstof
Bestemmingsplan Hedel herziening 2023, Hooiweg 1 Gemeente Maasdriel
NL.IMRO.0263.BP1269-VG01
27 De Wet natuurbescherming (hierna ook wel Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Er dient getoetst te worden of een ruimtelijke ontwikkeling zorgt voor een toename van stikstofdepositie. Dit wordt berekend voor zowel de gebruiksfase (permanente situatie) als de realisatiefase (gedurende de bouw). De wetgeving rondom stikstofdepositie is de laatste jaren continu in ontwikkeling. Momenteel geldt de strenge norm dat een ontwikkeling (zonder vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming) uitvoerbaar is wanneer er zowel in de realisatie- als gebruiksfase sprake is van een stikstofdepositie van minder dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Relatie met het plangebied Om de stikstofdepositie als gevolg van dit plan te bepalen is een berekening uitgevoerd met de laatste versie van de Aerius calculator (oktober 2023). Op basis van de resultaten uit de AERIUS-berekeningen voor zowel de gebruiks- als de realisatiefase blijkt dat er geen rekenresultaten worden weergegeven van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden te verwachten zijn in het kader van stikstofdepositie.