CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

20211014 BP Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit- VS02 v2 incl. bijlagen aanp. artikelnr bijlage 1 regels

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Burgerwindpark A2 Lage Rooijen38.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“

Vastgesteld NL.IMRO.0263.BP1206-VS02 Datum: Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Juridisch kader 1.5 Leeswijzer

5 5 7 8 9 11

Hoofdstuk 2 Beleid 2.1 Mondiaal en Europees beleid 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid 2.5 Conclusie

12 12 12 18 21 23

Hoofdstuk 3 Huidige situatie 3.1 Functionele structuur 3.2 Landschappelijke structuur

24 24 26

Hoofdstuk 4 Projectbeschrijving 4.1 Keuze opstelling windturbines 4.2 Beschrijving van het plan 4.3 Ruimtelijk ontwerp

29 29 29 32

Hoofdstuk 5 Onderzoek 5.1 Uitgangspunten 5.2 Geluid 5.3 Slagschaduw 5.4 Veiligheid 5.5 Natuur 5.6 Cultuurhistorie 5.7 Water 5.8 Overige aspecten

39 39 40 46 49 57 62 65 71

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Bestemmingsregels 6.3 Artikelsgewijze toelichting bestemmingsregeling

83 83 83 86

Hoofdstuk 7

88

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding 8.2 Burgerparticipatie 8.3 Omgevingsdialoog

89 89 89 89

Bijlagen bij toelichting

95

Bijlage 1

Geluid- en slagschaduwonderzoek

96

Bijlage 2

Externe veiligheidsanalyse

97

Bijlage 3

Natuurtoets

98

Bijlage 4

Aanvullingen natuur

99

2

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ Bijlage 5

Bureauonderzoek archeologie

100

Bijlage 6

Inventariserend veldonderzoek en karterend booronderzoek archeologie

101

Bijlage 7

Radartoetsing en VVGB Defensie

102

Bijlage 8

Toetsing ILenT en LVNL

103

Bijlage 9

Watertoets

104

Bijlage 10

Visualisaties

105

Bijlage 11

Reacties Bro-overleg

106

Bijlage 12

Nota beantwoording zienswijzen

107

Bijlage 13

Onderzoek milieunormen

108

Regels

109

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

110 110 113

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Bedrijf - Windturbinepark Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6

114 114 116 119 122

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels

125 125 126 127

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

128 128 129

Bijlagen bij regels

130

Bijlage 1

131

Handhavings- en rekenmethodiek

Vaststellingsbesluit

132

Gemeente Maasdriel

3

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld)

Toelichting

4

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Coöperatie Bommelerwaar heeft als doel om de Bommelerwaard te verduurzamen en ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk inwoners kunnen meedoen en voordeel hebben van de opbrengsten. De coöperatie bestaat inmiddels vijf jaar en heeft een zonnedak gerealiseerd en diverse zonnedakprojecten in voorbereiding. Samen met Green Trust heeft de coöperatie Bommelerwaar het voornemen om een burgerwindpark te realiseren in de Bommelerwaard met Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. Op 20 juni 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel een positief principebesluit genomen ten aanzien van Burgerwindpark A2 Lage Rooijen, wat betekent dat de mogelijkheden voor een windpark in het onderliggende plangebied door de initiatiefnemers verder onderzocht mochten worden. Burgerwindpark A2 Lage Rooijen bestaat uit 3 windturbines die in een lijnopstelling staan gepositioneerd. Het project is een lokaal initiatief met het doel om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsopgave. De initiatiefnemers willen dat graag doen met en voor de omgeving, door zowel de omgeving zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van het windpark (procesparticipatie), als de mogelijkheid te bieden om ook financieel te participeren. Het initiatief omvat drie windturbines.

Het windpark levert met een streef vermogen van circa 9 tot 14,7 megawatt (MW), uitgaande van een opgesteld vermogen van circa 3 tot 4,9 MW per windturbine en afhankelijk van het type turbines, circa 30,5 miljoen kilowattuur (kWh) (30,5 gigawattuur) per jaar op1. Dit is genoeg windenergie om circa 9.244 huishoudens 2 te voorzien van elektriciteit, dit is bijna 90% van het totaal aantal huishoudens binnen de gemeente Maasdriel3. Daarnaast draagt het windpark voor circa 6,3% bij aan de provinciale doelstelling. Dit bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" zorgt voor de juridisch-planologische verankering van het burgerwindpark en is de basis voor omgevingsvergunningverlening (zie ook kader 1.1 en Hoofdstuk 6). De initiatiefnemers vragen een omgevingsvergunning aan met ontmantelplicht op grond van artikel 2.23a, lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Kader 1.1. Samenhang tussen dit bestemmingsplan en het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Herziening 2016"

Gemeente Maasdriel

5

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) Uitspraak Raad van State inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS of de Afdeling) een uitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding over - onder meer en samengevat de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (hierna: Activiteitenregeling) een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn4 in navolging op het Vlaamse Nevele-arrest5. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de windturbinebepalingen. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt, worden de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling (zie Kader 1.1 voor samenvatting) buiten toepassing gelaten.

De Afdeling geeft in haar uitspraak van 30 juni 2021 ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan voor een concreet project ervoor kan kiezen eigen normen te hanteren.6 Daarbij geldt dat deze normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Kader 1.1 Samenvatting relevante windturbinebepalingen uit Activiteitenbesluit en -regeling

6

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“

Herstelbesluit bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" Het bestemmingsplan ""Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" (met identificatienummer NL.IMRO.0263.BP1206-VG01) is op 2 november 2020 vastgesteld. Er zijn beroepen tegen het vaststellingsbesluit ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waardoor het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is. Door het nemen van een herstelbesluit worden alsnog planregels toegevoegd met eigen normen voor de aspecten geluid, slagschaduw, lichthinder en externe veiligheid. Deze planregels worden in deze toelichting en bijbehorende voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. In het onderzoek in Bijlage 13 is gekeken naar een brede marge aan mogelijke normen voor het plan. Bij de onderzoeksopzet is uitgegaan van de windturbinelocaties zoals die in het bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" (2020) zijn vastgelegd. Het herstelbesluit leidt niet tot het mogelijk maken van een andere planologische ontwikkeling dan toegestaan in het eerder (2020) vastgestelde bestemmingsplan. Met het herstelbesluit worden regels (met bijbehorende toelichting en onderzoeksrapport) toegevoegd aan het bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied

Het windpark is gesitueerd binnen de gemeente Maasdriel, in het agrarisch gebied ten noorden van de Maas en ten oosten van de A2. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Velddriel, ten zuidoosten van Hedel, ten zuidwesten van Hoenzadriel en ten noorden van Oud-Empel en 'sHertogenbosch. De drie windturbines worden in een lijnopstelling geplaatst tussen de Rooijensestraat en de Drielse Veldweg. In Figuur 1.1 wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Gemeente Maasdriel

7

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) Figuur 1.1 Ligging plangebied Burgerwindpark A2 Lage Rooijen

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" van de gemeente Maasdriel (vastgesteld 16 juni 2019). Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden' (zie Figuur 1.2) zonder bouwvlak. Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf en onder meer de bescherming, instandhouding en versterking van de landschaps- en natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak worden gerealiseerd. De windturbines zijn gepland in een gebied met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 2'. Deze zone is een beschermingszone volgens de legger van Waterschap Rivierenland. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 2' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. Ter plaatse van het plangebied gelden daarnaast de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 5' en ''Waarde - Archeologie 6'. Voor 'Waarde - Archeologie 5' geldt een onderzoeksplicht voor archeologie bij bebouwing van een oppervlakte van meer van 1.000 m2 en dieper dan 30 centimeter. Voor 'Waarde - Archeologie 6' geldt een onderzoeksplicht voor archeologie bij meer van 5.000 m 2 en dieper dan 30 centimeter.

Een windturbine is gepland nabij een gebied met 'Waarde - Archeologie 2' daarvoor geldt een onderzoeksplicht bij een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter.

8

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" (globale posities windturbines met rode ster) [bron: www.ruimtelijkeplannen.nl]

Realisatie van windturbines past niet binnen de geldende bestemming.

1.4

Juridisch kader

Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de (niet noodzakelijk zijnde) procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Bestemmingsplan Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. Onderliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van de windturbines met bijbehorende voorzieningen juridisch-planologisch mogelijk. Relatie met de milieueffectrapportage De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm) als categorie D22.2. Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.beoordeling (aanmeldingsnotitie) onderbouwd te worden of er al dan niet een formele m.e.r.(beoordeling) doorlopen dient te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Het bevoegd gezag dient hier vervolgens een besluit over te nemen. Voor dit project is er sprake van drie windturbines (maar minder dan 15 MW), het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit) voor de omgevingsvergunning is noodzakelijk. Het bestemmingsplan is niet m.e.r-beoordelingsplichtig.

Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan, met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Voor een windpark met een omvang tussen de 5 en 100 MW zijn Provinciale Staten op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 (Ew 1998) bevoegd gezag voor het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning.

Gemeente Maasdriel

9

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) Artikel 9e lid van de Elektriciteitswet bepaalt: "Provinciale staten zijn bevoegd voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, gronden aan te wijzen en daarvoor een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen." Artikel 9f, Lid 6, sub a bepaalt vervolgens dat Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat het eerste niet van toepassing is op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, indien: "in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van de desbetreffende productie-installatie, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van het eerste lid de besluitvorming in betekende mate zal versnellen of dat daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden".

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben bij brief van 4 februari 2020 besloten af te zien van haar bevoegdheid om te beslissen over Burgerwindpark A2 Lage Rooijen, zij gaf daarbij aan: "Aangezien u reeds bezig bent met de planologische procedure, u heeft aangegeven de coördinatieregeling te willen toepassen én de procedure voor belanghebbenden inzichtelijker wordt wanneer ze zoveel mogelijk met één bevoegd gezag te maken hebben, verwachten wij geen versnelling of andere aanmerkelijke voordelen als wij een deel van de besluitvorming, de vergunningen, op ons nemen.". De gemeente Maasdriel is hierdoor het bevoegd gezag en zal de besluitvorming over het burgerwindpark, voor zo ver bijdragend aan versnelling van de procedure (in ieder geval bestemmingsplan en omgevingsvergunning), gecoördineerd voorbereiden. Toepassing artikel 6:19 Awb Een bestemmingsplan wordt met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorbereid (art. 3.8 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)). Een besluit tot wijziging van een besluit dat is voorbereid conform afdeling 3.4 Awb, moet in beginsel ook met toepassing van die afdeling worden voorbereid.

Op deze hoofdregel zijn twee uitzonderingen mogelijk:7  de raad kan na vaststelling van het plan waarbij de zienswijze van een appellant niet (geheel) is gehonoreerd, alsnog besluiten dat deze zienswijze dient te leiden tot een aanpassing van het plan, mits deze aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld;  het wijzigingsbesluit bevat wijzigingen van ondergeschikte aard die de raad zonder dat de tegen het ontwerpplan ingediende zienswijzen daartoe aanleiding gaven, in het plan wil doorvoeren. Op dit bestemmingsplan is het tweede van toepassing. Deze herziening bevat wijzigingen van ondergeschikte aard. De aanleiding ligt in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. De wijzigingen zijn van ondergeschikte aard, aangezien dezelfde planologische ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt. De herziening (het herstelbesluit) heeft geen andere of grotere gevolgen, zodat derden ook niet zijn benadeeld. Doordat sprake is van een ondergeschikte wijziging is het opnieuw ter inzage leggen van een ontwerpbesluit niet nodig. Artikel 6:19 lid 1 Awb bepaalt dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

Voor de toepassing van deze bepaling is vereist dat het nadere besluit voldoende samenhang vertoont met het in beroep reeds aanhangige besluit. Er is sprake van voldoende samenhang indien het nieuwe besluit ten opzichte van het oorspronkelijke besluit een nadere standpuntbepaling behelst. Voldoende samenhang is bijvoorbeeld aanwezig wanneer een bestemmingsplan opnieuw wordt vastgesteld met het oog op het herstellen van gebreken in het oorspronkelijke bestemmingsplan en het dezelfde planologische ontwikkeling mogelijk maakt. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" loopt nog een beroepsprocedure. Het voorliggende besluit voorziet in een gewijzde vaststelling van het bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. Aan de planregels zijn normen toegevoegd voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines, omdat de normen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet meer mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn planregels toegevoegd ten aanzien van overige bepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. De tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Burgerwindpark A2 Lage Rooijen" ingediende beroepen hebben mede betrekking op dit herstelbesluit.

10

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“

1.5

Leeswijzer

Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In Hoofdstuk 2 wordt het beleid geschetst. In Hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. In Hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op het juridische plangedeelte, Hoofdstuk 7 gaat in op de financieel-economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan. Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 ingegaan op de reacties uit het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)8 en zienswijzen.

Gemeente Maasdriel

11

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Beleid

Dit hoofdstuk beschrijft beleid en wet- en regelgeving specifiek op het gebied van duurzame (wind)energie en ruimtelijke ordening. Hierbij komen eveneens nut en noodzaak van windenergie aan de orde, waarbij de doelstellingen van Rijk, provincie en gemeente voor duurzame energie en windenergie zijn toegelicht.

2.1

Mondiaal en Europees beleid

2.1.1

Klimaatconferentie Parijs 2015

In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)9 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord:  de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;  de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen;  er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt;  alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen;  voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen.

Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn;  het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven. 2.1.2 Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009)10. De Europese Commissie is ook al begonnen met de ontwikkeling van beleidsopties voor de periode na 2020. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050" 11 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (80-95%). De EU-landen hebben in 2014 overeenstemming12 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en klimaatdoelen van de EU voor 2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming13 bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Energieakkoord voor duurzame groei

De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben.

12

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuuren milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013) 14. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Voor de periode na 2020 wordt op termijn gezocht naar aanvullend potentieel voor wind op land.

Energierapport 2016 Het Energierapport 2016 (2016)15 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: 1. sturen op CO2-reductie; 2. verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; 3. integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment zijn we voor onze energievoorziening nog voor bijna 95% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt bovendien kansen voor behoud en ontwikkeling van het Nederlandse verdienvermogen.

Ten slotte heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Nationale energieverkenning 2017 De belangrijkste conclusies en observaties uit de (jaarlijkse) Nationale Energieverkenning 2017 (NEV, 2017)16 zijn als volgt: "De hernieuwbare energieopwekking in Nederland gaat sneller groeien, de energiebesparing neemt toe en het energieverbruik neemt af. De uitstoot van broeikasgassen daalt tot 2030 substantieel. De werkgelegenheid in duurzame energieactiviteiten neemt toe. Op decentraal niveau werken gemeenten en provincies steeds meer samen aan plannen voor de energietransitie. De praktijk blijkt desalniettemin weerbarstig want verschillende doelen voor energie en klimaat worden in 2020 niet gehaald. Ook is duidelijk dat de ontwikkelingen in de Nederlandse energiesector en haar uitstoot lastig te sturen zijn omdat de sector onlosmakelijk is verbonden met het buitenland.

De horden op weg naar 2020 en naar een duurzame energievoorziening op termijn vragen de komende periode om heldere beleidskeuzes." Naast aandacht voor de belangrijkste energie- en klimaatdoelen gaat deze NEV in op nieuw energiebesparingsbeleid in de gebouwde omgeving en de industrie en is een begin gemaakt met het in beeld brengen van ontwikkelingen bij decentrale overheden. Verder is de ontwikkeling van de Nederlandse elektriciteitssector bekeken in het licht van verschillende scenario's voor de ontwikkelingen buiten Nederland. Deze illustreren de grote onzekerheden waarmee de ramingen in algemene zin gepaard gaan. Sterke groei hernieuwbare energie: doel 2020 niet binnen bereik, doel 2023 wel Het aandeel hernieuwbare energie groeit volgens de verkenning van 6 procent in 2016 naar 12,4 procent in 2020 en 16,7 procent in 2023 (respectievelijk 13,0 procent en 17,3 procent conform rekenmethode ‘werkelijke productie’). Het doel van 14 procent voor 2020 wordt daarmee niet gehaald, maar het doel van 16 procent voor 2023 wel.

Gemeente Maasdriel

13

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) Verwachte daling uitstoot broeikasgassen blijft 23 procent in 2020, maar grote onzekerheid De verwachte reductie van de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2020 komt net als de vorige NEV (2016) uit op 23 procent. Dit is niet genoeg om te voldoen aan het rechterlijke vonnis van 25 procent in de Urgenda-zaak. De verwachte reductie kent echter een ruime onzekerheidsmarge van 19 tot 27 procent. Deze bestaat voor een deel uit de onzekerheid over de inzet van conventionele elektriciteitscentrales. Energiebesparing verbetert: plussen en minnen in beeld gebracht Het energiebesparingseffect in 2020, door de maatregelen uit het Energieakkoord, komt uit op 75 petajoule. Daarmee wordt het doel van 100 petajoule zeer waarschijnlijk niet gehaald. Nieuwe maatregelen leveren naar verwachting een extra besparing op van 22 petajoule. De besparing uit sommige andere maatregelen van het Energieakkoord is echter met 15 petajoule naar beneden bijgesteld. Daardoor ligt de totale besparing per saldo 7 petajoule hoger dan in de NEV 2016. Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord.

In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken.

Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied.

Burgerwindpark A2 Lage Rooijen draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend agrarisch grondgebruik en duurzame elektriciteitsopwekking. Klimaatwet In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. Op 27 juni 2018 presenteerden zeven fracties de Klimaatwet aan de Tweede Kamer. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen:  een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;  een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;  100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.

14

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan komt uit in 2019. Artikel 7 schrijft voor dat jaarlijks op de vierde donderdag van oktober de Minister van Economische Zaken en Klimaat een klimaatnota aan de beide kamers der Staten-Generaal stuurt. De klimaatnota reflecteert op de voortgang van het klimaatbeleid ten opzichte van het klimaatplan. Het eerste klimaatplan wordt eind 2019 vastgesteld. Er is dus de derde donderdag van oktober 2019 nog geen klimaatplan, althans geen voortgang, om op te reflecteren in de klimaatnota. De eerste klimaatnota wordt daarom uitgebracht in 2020. Monitor Wind op land De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het Kernteam Wind op Land (kernteam) jaarlijks de Monitor Wind op Land uit. De Monitor Wind op land 2018 is in april 2019 verschenen17. Doel van de monitor is om een zo compleet, nauwkeurig en objectief mogelijk inzicht te geven in de voortgang van de afspraken tussen IPO en Rijk om in 2020 6.000 MW opgesteld vermogen aan windenergie op land gerealiseerd te hebben.

De Monitor 2018 geeft inzicht in de feitelijke stand van zaken op peildatum 31 december 2018. De monitor laat zien in hoeverre elke provincie ruimte voor ontwikkeling van windenergie planologisch heeft vastgelegd en geeft inzicht in actuele ontwikkelingen rond de toepassing van het ruimtelijke beleid. Daarnaast geeft het een beeld van de voortgang van projecten, de mogelijke knelpunten die optreden, de consequenties en benodigde c.q. getroffen maatregelen. Het kernteam heeft RVO ook verzocht een inschatting te maken ten aanzien van de (tijdige) haalbaarheid van de provinciale doelstellingen. Op basis van deze inzichten kan het kernteam acties benoemen en in gang zetten om tot oplossing van (eventuele) grote knelpunten te komen. De nationale opgave is 6.000 MW windvermogen op land operationeel in 2020. Eind 2018 stond in Nederland 3.382 megawatt (MW) aan operationeel windvermogen opgesteld. Dit is goed voor ruim 56% van de nationale doelstelling. Ten opzichte van de voorgaande editie van de monitor (2017). Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid18 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmoseenergie of ‘blue energy’).

Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:  van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie;  van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als, in deze, agrarisch gebied;  vanuit het oogpunt van kostprijs19. Windenergie op land heeft een belangrijk aandeel in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie, naast bijvoorbeeld ook zonne-energie. Burgerwindpark A2 Lage Rooijen draagt ook bij aan de Europese taakstelling.

Gemeente Maasdriel

15

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) 2.2.2

Regionale energiestrategieën (2020/2021)

De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De doelen zijn alleen te halen door samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. Daarom spraken de overheden in het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Daarvoor is Nederland verdeeld in 30 'energieregio's'. De gemeente Maasdriel valt in de energieregio Rivierenland. Afgesproken is dat deze strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES.

Deze geeft inzicht in:  mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;  die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning;  de afstemming omtrent warmtebronnen;  de gevolgen voor de energie-infrastructuur;  al gerealiseerde projecten en plannen. De RES is daarmee een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. Deze samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. Maar ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In dat omgevingsbeleid vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Daarmee krijgen bedrijven en burgers meer zekerheid voor het doen van investeringen. Tenslotte is de RES een product. Het is een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij zal halen en op welke termijn. En welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen.

De concept-RES-sen dienen landelijk voor 1 oktober 2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling door individuele gemeenteraden voor 1 juli 2021. Burgerwindpark A2 Lage Rooijen is in het RES-bod van de gemeente Maasdriel opgenomen. 2.2.3

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012)20 geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland;  het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie wordt in het SVIR aangemerkt als een nationaal belang. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening moet omhoog. Voor grootschalige windenergie is in het SVIR het volgende opgenomen: “Rijk en provincies zorgen

16

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ voor het ruimtelijk mogelijk maken van de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020. Niet alle delen van Nederland zijn geschikt voor grootschalige winning van windenergie. Het Rijk heeft in de SVIR gebieden op land aangegeven die kansrijk zijn op basis van de combinatie van landschappelijke en natuurlijke kenmerken, evenals de gemiddelde windsnelheid. Binnen deze gebieden gaat het Rijk in samenwerking met de provincies locaties voor grootschalige windenergie aanwijzen. Hierbij worden ook de provinciale reserveringen voor windenergie betrokken. Deze gebieden zullen nader worden uitgewerkt in de Rijksstructuurvisie “Windenergie op Land”." Burgerwindpark A2 Lage Rooijen draagt bij in de toename van het aandeel van duurzame energiebronnen in de totale energievoorziening. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij moet de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.

Op basis van jurisprudentie is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op een windpark omdat dat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen hoeft geen Ladder doorlopen te worden. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is beleid in voorbereiding in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De ontwerp-NOVI is met ingang van 20 augustus 2019 ter inzage gelegd voor de duur van 6 weken. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. 2.2.4

Structuurvisie Windenergie op Land

De Structuurvisie Windenergie op land (SWOL, 2014)21 is een uitwerking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In de SWOL presenteert het kabinet een ruimtelijk plan voor de doorgroei van windenergie op het grondgebied van Nederland (land en grote wateren, doch niet de Noordzee). De SWOL bevestigt de doelstelling om in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW operationeel te hebben. In de SWOL geeft het kabinet aan op welke manier dit mogelijk is en wie verantwoordelijk is voor het aanwijzen van de ruimte voor deze windturbines. Hiervoor worden drie soorten beleid gepresenteerd:  Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap.  Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden.  Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het Interprovinciaal Overleg (hierna: IPO) zijn gemaakt (zie ook Kader 2.2).

Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+ en het landelijke elektriciteitsnet. Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. De kleinere windturbineparken moeten samen zorgdragen voor nog eens de helft van de doelstelling aan

Gemeente Maasdriel

17

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) opgesteld vermogen windenergie op land. De kleinere windturbineparken, waaronder Burgerwindpark A2 Lage Rooijen, moeten samen zorg dragen voor nog eens de helft van de doelstelling aan opgesteld vermogen windenergie op land. 2.2.5

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 22 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan voor de ontwikkeling van een windpark dient rekening gehouden te worden met de regels die het Barro stelt in 'Titel 2.6 Defensie ten aanzien van militaire radarstations, beperkingen rondom een radarstation en beoordeling gevolgen van bouwwerken', als ook beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen. In paragraaf 5.8.1 wordt daar op ingegaan. Specifiek voor het project zijn er geen andere nationale belangen waar mee rekening te houden is.

2.3

Provinciaal beleid

2.3.1

Gelders Energieakkoord

In maart 2015 is het Gelders Energie Akkoord ondertekend, waarin een pakket maatregelen is opgenomen om de provincie te verduurzamen. Het Gelders Energie Akkoord is een initiatief van het netwerkbedrijf Alliander, de Gelderse Natuur en Milieufederatie en het Klimaatverbond. Het akkoord beoogt een ambitieuze invulling van het landelijk energieakkoord voor Gelderland. Samen met alle Gelderse partners. Er is een snel groeiende groep deelnemers in het proces naar dit akkoord. Gemeenten, hun regio's en uitvoeringsdiensten, de waterschappen en de Provincie doen mee. De gemeente Maasdriel heeft het Gelders Energie Akkoord mede ondertekend. 2.3.2

Omgevingsvisie

Provinciale Staten hebben in 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (9 juli 2014) en de Omgevingsverordening Gelderland (24 september 2014) vastgesteld. Vervolgens is op 12 november 2014 de eerste actualisering van deze Omgevingsvisie vastgesteld: de Windvisie Gelderland. In de Windvisie is het Gelders beleid met betrekking tot windenergie nader gedetailleerd. De Windvisie is na vaststelling geïntegreerd in de Omgevingsvisie Gelderland. Er hebben verschillende actualisaties van de Omgevingsvisie en-verordening plaatsgevonden. Op 19 december 2018 is de nieuwe Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland"23 vastgesteld en daarmee ook een 6e herziening van de Omgevingsverordening (zie paragraaf 2.3.3). Doelstelling windenergie In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland zijn de provinciale beleidsdoelen uitgewerkt voor onder andere energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Vanuit haar maatschappelijke opgave voor energietransitie streven de provincie en haar partners naar een betrouwbare, betaalbare en hernieuwbare energievoorziening en naar energieneutraliteit in 2050. Op weg naar energieneutraliteit in 2050 wil de provincie als tussendoelstelling in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland realiseren. Hiervoor is onder andere windenergie nodig.

18

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland geeft aan: "Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, willen wij onze ambitie halen. In de bodem zoeken wij naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten - zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zicht op ons mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. We zien al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven willen we verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters kunnen maken en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zetten we ons voor in en pakken we door, als dat nodig is".

Beleid windenergie Om de afspraken met het Rijk over 6.000 MW windenergie op land in 2020 uit te voeren, heeft de provincie Gelderland afgesproken dat 230,5 MW aan windenergie wordt opgesteld. De taak van de provincie is het aanwijzen van voldoende ruimte voor deze hoeveelheid windenergie. Daarmee is de realisatie van windenergie een provinciaal belang. Daarnaast is voor de periode na 2020 meer windenergie nodig om de doelstelling van energieneutraliteit te realiseren. Het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland ten aanzien van windenergie wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gecontinueerd. Het combineren van windturbines met andere, intensieve functies in een gebied heeft de voorkeur van de provincie in de Omgevingsvisie Gelderland, dit beleid wordt gecontinueerd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Het kan de beleving van een gebied onderstrepen. Verschillende strategieën kunnen worden toegepast. Mogelijke combinaties zijn:  combinatie met infrastructuur;  combinatie met regionale bedrijventerreinen;  combinatie met intensiveringsgebieden glastuinbouw;  combinatie met agrarische productielandschappen.

Ter voorkoming van visuele interferentie moeten windlocaties nabij bestaande windparken of windparken waarvoor de plannen al vastgesteld zijn, voldoen aan de volgende voorwaarden:  de verschillende locaties worden in samenhang met elkaar ontworpen, zodat een begrijpelijk en rustig ruimtelijk geheel wordt gecreëerd,  visualisaties van de samenhang tussen de verschillende locaties moeten aantonen dat er geen sprake is van interferentie. Gebiedsgericht beleid windenergie Er zijn in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland verschillende relevante aanduidingen met betrekking tot windenergie overgenomen die van belang zijn voor de locatie van windturbines:  Windenergie aandachtsgebied: in diverse gebieden zijn specifieke objecten die aandacht vragen bij de ontwikkeling van een windpark, zoals buisleidingen en hoogspanningsleidingen. In deze gebieden is het gesprek met de juiste partijen nodig om de (on)mogelijkheden in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijk te krijgen;  Windenergie bestaand en in aanbouw. Dit zijn locaties waar al windturbines staan of in aanbouw zijn.  Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling. Deze locaties moeten worden gezien als locaties voor de langere termijn.  Windenergie locaties. Dit zijn locaties die de provincie ruimtelijk reserveert voor windenergie.

Deze locaties kunnen worden beschouwd als aangewezen gronden waarvoor draagvlak is bij de betrokken gemeenteraden. Samen met de bestaande locaties en de locaties in aanbouw is hiermee voldoende ruimte gereserveerd om de met het Rijk afgesproken doelstelling van minimaal 230,5 MW te realiseren.  Windenergie mogelijk. In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie. In overleg met gemeenten kunnen in deze gebieden windenergielocaties worden vastgesteld die kunnen worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie.  Windenergie niet kansrijk: in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebieden acht de provincie het plaatsen van windturbines niet kansrijk. De provincie

Gemeente Maasdriel

19

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) wil deze gebieden op voorhand niet als geheel uitsluiten in de Omgevingsvisie. Op locaties waar draagvlak is bij gemeenten voor de ontwikkeling van windenergie in deze gebieden ondersteunt de provincie onderzoek naar een combinatie van deze functies.  Windenergie solitaire windturbines uitgesloten. In deze gebieden is plaatsing van solitaire windturbines niet toegestaan. Deze gebieden zijn nieuw in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.  Windenergie uitgesloten. In deze gebieden is plaatsing van windturbines niet toegestaan en zal de provincie niet meewerken aan ruimtelijke planvorming hiervoor. Het gaat hier om twee categorieën: a) windturbines uitgesloten vanwege provinciale doelen, b) windturbines uitgesloten vanwege wettelijke beperkingen. Figuur 2.1 Uitsnede Kaart Ruimtelijk Beleid, [bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland]

Het plangebied voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen is in provinciaal beleid aangewezen als gebied waar 'windenergie mogelijk' is. In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie. In overleg met gemeenten kunnen in deze gebieden windenergielocaties worden vastgesteld die kunnen worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie. 2.3.3

Omgevingsverordening

In de Omgevingsverordening provincie Gelderland (december 2018) 24 staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen over de inhoud van ruimtelijke plannen van gemeenten en waterschappen op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening. De verordening geeft ook regels voor de plaatsing van nieuwe windturbines. Zo zijn er gebieden uitgesloten van de realisatie van windenergie. Het plangebied valt niet in een uitsluitingsgebied voor windenergie. De verordening schrijft in artikel 2.62 voor dat in een bestemmingsplan de oprichting van een of meer windturbines mogelijk wordt gemaakt voor zover het bestemmingsplan is voorzien van een ruimtelijk ontwerp. 1. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de relatie tussen windturbine of windturbines en: a. De ruimtelijke kenmerken van het landschap; b. De maat, schaal en inrichting in het landschap; c. De visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines; d. De cultuurhistorische achtergrond van het landschap; e. De beleving van het windpark in het landschap. 2. Het ruimtelijk ontwerp wordt als toelichting in het bestemmingsplan opgenomen. In dit bestemmingsplan wordt aandacht besteed aan bovengenoemde onderwerpen.

De voormalige Omgevingsvisie Gelderland gaf hierop ter toelichting aan dat windturbines gerealiseerd kunnen worden mits hun (ruimtelijk) ontwerp als integrale ontwerpopgave wordt uitgewerkt, rekening houdend met de kenmerken van de plek. Dit betekent dat de ingreep kwaliteit moet toevoegen en de beleefbaarheid van het landschap moet vergroten. De kracht van een ruimtelijk ontwerp is dat de economische waarde van het initiatief en de maatschappelijke meerwaarde van een aantrekkelijk en beleefbaar Gelders landschap samen komen. Door met windturbines tegelijk te bouwen aan een betekenisvol landschap ontstaat meerwaarde. Dat komt ten 20

Gemeente Maasdriel

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ goede aan het gebied waar de turbines zich visueel manifesteren en kan een breder draagvlak opleveren voor het initiatief. Stiltegebieden Over stiltegebieden is in de provinciale verordening opgenomen dat het verboden is in het stiltegebied een toestel te gebruiken waardoor het ervaren van het natuurlijke geluid kan worden verstoord. In de nabijheid van het voornemen liggen geen stiltegebieden. Dat geldt ook voor de provincie NoordBrabant. Een effect op de waarde van deze gebieden is op voorhand uitgesloten en derhalve in dit bestemmingsplan niet nader onderzocht.

2.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Maasdriel (2011) De Structuurvisie Maasdriel (2011)25 is kaderstellend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Maasdriel. De structuurvisie biedt niet specifiek ruimte of richting voor (al dan niet) de realisatie van windturbines. In zijn algemeenheid zegt de structuurvisie het volgende over duurzaamheid: "Zonder een specifieke of kwantitatieve opgave te koppelen aan het thema duurzaamheid, wil de gemeente Maasdriel dat alle toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen op een duurzame manier plaatsvinden. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar verschillende vormen van duurzaamheid: ecologisch, landschappelijk, sociaal en economisch. Per situatie zal nader bekeken en onderbouwd moeten worden op welke wijze de voorgestane ontwikkeling bijdraagt aan een duurzame, toekomstvaste ontwikkeling van de gemeente Maasdriel." Het plangebied is gelegen op de grens van oeverwal en komgronden (zie figuur 2.2). Voor komgronden geeft de structuurvisie aan dat in het agrarisch landschap ruimte geboden kan worden voor de opwekking van duurzame energie. Gezocht wordt naar een manier die past bij het gebied. Initiatieven op het gebied van duurzame energie zijn wenselijk. Ook voor oeverwallen geeft de structuurvisie aan dat in het agrarisch landschap ruimte geboden kan worden voor de opwekking van duurzame energie. Gezocht wordt naar een manier die past bij het gebied.

Initiatieven op het gebied van duurzame energie zijn wenselijk. Figuur 2.2 Uitsnede kaart Ruimtelijk casco [bron: Structuurvisie Maasdriel]

Gemeente Maasdriel

21

bestemmingsplan “Burgerwindpark A2 Lage Rooijen -herstelbesluit-“ (vastgesteld) Realisatie van een windpark past niet specifiek in de structuurvisie maar wordt ook niet uitgesloten. Specifiek het landschappelijke gebied waarin het plangebied is gelegen wordt in de structuurvisie gezien als een agrarisch landschap waarin ruimte geboden kan worden voor de opwekking van duurzame energie. Het gebied kan daarmee wel geschikt worden geacht voor realisatie van een windpark. Duurzaamheidsprogramma 2017–2020 (2017) In het coalitieakkoord staan de ambities van Maasdriel op het gebied van duurzaamheid op hoofd en bijzaken aangegeven. In het coalitieakkoord spreekt het college de ambitie uit toe te werken naar een duurzame gemeente. Zij beoogt dat te bereiken door een combinatie van energiebesparing en energieopwekking. Ten aanzien van hernieuwbare energie ligt de focus op de ontwikkeling van zonne-energie. Het plaatsen van windturbines heeft niet de voorkeur van de gemeente. Het duurzaamheidsprogramma 2017-2020 is in juli 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In het duurzaamheidsprogramma zijn verschillende maatregelen opgenomen voor de periode 2017-2020.

Deze korte termijn maatregelen dragen bij aan de ambities in het coalitieakkoord en maken de weg vrij voor meer maatregelen en meer regionale / intergemeentelijke samenwerking en dragen daarmee uiteindelijk bij aan de lange termijn visie: een duurzamere gemeente, die voldoet aan de wettelijke regelgeving op het terrein van duurzaamheid, waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, nú en in de toekomst. Over enige jaren wordt het duurzaamheidsbeleid geëvalueerd en geactualiseerd. De gemeente Maasdriel zal ook haar positieve bijdrage leveren aan de landelijke doelstellingen. Met het duurzaamheidsprogramma en de regionale samenwerking op het terrein van duurzaamheid, alsmede via de aandeelhouderschappen van de AVRI et cetera draagt de gemeente Maasdriel bij aan de energietransitie en een duurzamere wereld. Met de volgende activiteiten kunnen kan de gemeente het grootste verschil maken: 1. hernieuwbare energie; 2. verduurzaming van de woningvoorraad; 3. duurzaam ondernemen; 4. anderen stimuleren, en; 5. de eigen gemeentelijke organisatie. Visie op wind Provincie Gelderland heeft met het Rijk afgesproken dat in 2020 ruim 230 megawatt aan windenergie wordt opgewekt. Dit is een eerste stap van de totale opgave om, volgens de ambitie van Provincie Gelderland, energieneutraal te worden in 2050. Windenergie is dus nu, en in de toekomst, een belangrijk punt op de Gelderse agenda.

De gemeente Maasdriel zet uitsluitend in op kleinschalige molens voor lokale energieopwekking in het buitengebied. Het open landschap leent zich niet voor grootschalige windenergie. De gemeente Maasdriel is niet opgenomen als doelgebied in de Provinciale windvisie voor deze 230 MW. Wel zijn delen van de gemeente Maasdriel aangewezen als gebieden waar windenergie mogelijk is, mits het geen goede ruimtelijke ordening in de weg staat. Pas wanneer de gemeente initiatieven afwijst kan de provincie met een inpassingsplan komen. In het traject regionale routekaart zal op regionaal niveau aandacht worden besteed aan windenergie binnen de regio rivierenland. De focus van de gemeente wordt gelegd op andere vormen van duurzame energieopwekking. Burgerwindpark A2 Lage Rooijen zorgt voor een kleinschalige invulling met een windenergie (beperkt aantal windturbines). In combinatie met het principebesluit (zie onder) kan geconcludeerd worden dat het windpark invulling geeft aan het duurzaamheidsprogramma. Principebesluit Burgerwindpark A2 Lage Rooijen (2019) In oktober 2018 is door de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend voor de oprichting van het windpark. De vraag die daarbij voor lag is of de gemeente Maasdriel in principe bereid was mee te werken aan een planologische procedure van de realisatie van het windpark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10733245/1