1. Toelichting BP De Hoef (ontwerp)
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
3 3 3 4 5 6
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Ammerzoden Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 7 8
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 12 13 15
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Milieu- en omgevingsaspecten Milieuzonering Wet geurhinder en veehouderij Geluid (Wet geluidhinder) Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Ecologie Erfgoed Water Verkeer en parkeren Duurzaamheid Besluit milieueffectrapportage
19 19 21 22 23 25 26 27 28 31 32 35 36 37
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische aspecten Inleiding Plansystematiek Wijze van bestemming
39 39 39 40
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid
42 42 42
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Vooroverleg, inspraak & procedure Vooroverleg Inspraak Zienswijzen Beroep
43 43 43 43 43
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteits- en stedenbouwkundig plan
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Quickscan flora & fauna
Bijlage 6
Stikstofdepositie onderzoek
Bijlage 7
Watertoets
Bijlage 8
Advies hemelwaterberging
Bijlage 9
Aanmeldnotitie
Bijlage 10
Nota van inspraak
2
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om in de kern van Ammerzoden, in het nog onbebouwde gebied tussen de Jan Oomsstraat, Van Milstraat, Voorstraat en de Molendijk, 33 grondgebonden woningen en 6 appartementen te realiseren. In de huidige situatie bestaat het plangebied grotendeels uit weiland en uit een woonperceel met twee wooneenheden. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Ammerzoden' is het voornemen niet direct bij recht toegestaan. Het bestemmingsplan bevat echter wel een wijzigingsbevoegdheid om onder voorwaarden woningbouw alsnog mogelijk te maken door middel van het vaststellen van een wijzigingsplan. In het onderhavige plan is er voor gekozen om geen gebruik te maken van deze wijzigingsbevoegdheid, maar om een zelfstandige bestemmingsplanprocedure te volgen vanwege een gewijzigd woningbouwprogramma. Het college van B&W van Maasdriel heeft op 7 december 2020 een overeenkomst gesloten met initiatiefnemer waarin kenbaar is gemaakt in principe medewerking te verlenen aan het woningbouwplan en aan het opstarten van de bestemmingsplanprocedure ten einde het woningbouw juridisch-planologisch te verankeren. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in deze juridisch-planologische verankering.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied De Hoef ligt in de bebouwde kom van Ammerzoden en wordt begrensd door, woonpercelen aan, de Jan Oomsstraat, Van Milstraat, Voorstraat en de Molendijk. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 11.700 m² en is kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie K, nummers 906, 3118, 1921, 3301 en 2824. Op afbeelding 1.1 wordt de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1: Ligging en globale begrenzing plangebied
3
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Ammerzoden'. Dit bestemmingsplan is op 1 maart 2012 vastgesteld door de raad van de gemeente Maasdriel. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch' en 'Wonen'. Ook zijn de gebiedsaanduiding 'wro-zone - bebouwd gebied' en 'wro-zone - wijzigingsgebied 7' van toepassing. Voor de bestaande woning zijn de aanduidingen 'bouwvlak', 'twee-aaneen' en 'maximum goothoogte 6 m' opgenomen. Op grond van de bestemming 'Agrarisch' is enkel een doelmatig gebruik van agrarische gronden toegestaan. Tevens is het gebruik van een twee-onder-één-kap woning ter plaatse van de bestemming 'Wonen' binnen de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan. In dit bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee het agrarisch perceel omgezet kan worden naar een woonbestemming. Echter voldoet de voorgenomen ontwikkeling niet aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden ten aanzien van het bouwprogramma en de begrenzing en moet om het initiatief mogelijk te maken het bestemmingsplan worden herzien. Afbeelding 1.2 en 1.3 geven de verbeelding weer van het vigerende bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
4
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Paraplubestemmingsplan Parkeren 2018 Op 6 juni 2018 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel een partiële herziening met de naam 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' vastgesteld. In het 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' is bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van functie slechts wordt verleend als vast staat dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de beleidsregels van het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' wordt gerealiseerd. De toets aan het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' is verder uitgewerkt in paragraaf 4.11 van deze toelichting.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Ammerzoden herziening 2021, De Hoef" bestaat uit de volgende stukken: toelichting (inclusief bijlagen); regels (inclusief bijlagen); verbeelding. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.
5
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken en enkele bijlagen. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit hoofdstuk gaat in op de beschrijving van de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt beschreven en verantwoord hoe hetgeen in voorliggend plan is beschreven juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, inspraak en de procedure.
6
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Ammerzoden
Ammerzoden ligt in het zuiden van de Bommelerwaard, ten noorden van de Maas. Rondom het dorp ligt het cultuurlandschap van de Meersloot: een oude Maasarm die onderbroken wordt door de buitengracht van kasteel Ammersoyen. De lagere komgronden bestonden uit onvruchtbare en zware klei en waren lastig begaanbaar. Ze dienden als hooiland en heel soms als weiland of waren in gebruik voor de wilgenteelt. Samen met Kerkdriel was Ammerzoden tot in de twintigste eeuw het centrum van de mandenmakerij in de Bommelerwaard. Van wilgentenen werden manden gevlochten. Andere inkomsten kwamen uit het ‘juin pellen’, uitjes pellen en schoonmaken voordat die werden ingelegd. In de jaren ‘60 en ‘70 van de twintigste eeuw vond ruilverkaveling en bodemverbetering plaats en werden nieuwe wegen aangelegd, waaronder de N831 en de N832. De verbeterde economische situatie, de bevolkingsgroei en infrastructuur zorgde ervoor dat de Ammerzodense industrie en dienstverlening groeide en professionaliseerde.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied De Hoef betreft een inbreidingslocatie in de woonkern Ammerzoden. Het is een 'achtergebied' dat wordt omsloten door (woon)kavels aan de Van Milstraat, Ammerstraat, Jan Oomsstraat, de Molendijk en de Voorstraat. Het plangebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit agrarische gronden in de vorm van grasland . In de noordoostzijde bestaat het plangebied uit een woongebouw met twee wooneenheden (tweekapper). De randen van het gebied worden gevormd door tuinen van woonpercelen, groene beschoeiing, houten en betonnen schuttingen en enkele bomen. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan een privé ontsluitingsweg ten behoeve van het recente woningbouwplan aan de Molendijk.
Afbeelding 2.1: Molendijk (aansluiting Voorstraat)
Afbeelding 2.3: Voorstraat (bestaande entree)
7
Afbeelding 2.2: Voorstraat ( lint tussen Veer en kasteel)
Afbeelding 2.4: Ammerstraat / Jan Oomsstraat
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
2.3
Toekomstige situatie plangebied
2.3.1
Stedenbouwkundige structuren
Het plangebied gaat een nieuwe invulling krijgen als woongebied. In plaats van het voormalige agrarische grasland en de woning met dubbele bewoning in de noordwesthoek wordt dit 'binnenstedelijk gebiedje' krijgt het plangebied een nieuwe invulling met een mix van vrijstaande-, twee-onder-één-kap- en rijwoningen. Inbreidingslocatie De Hoef borduurt verder op het logischerwijs ‘afbouwen’ van de achterkanten van omliggende kavels. Het plan oriënteert zich naar binnen toe en profileert zich daarmee als eigentijdse en intieme woonbuurt achter de dijk. In de kern van de woonbuurt ligt ruimte voor een groenblauw hart met ruimte voor groen en waterberging, spelen en verblijven. Het buurtgroen vormt het sociale ankerpunt en centraal groen plein dat ontmoeting faciliteert. Het straatbeeld behoudt het groene dorpse karakter van Ammerzoden met ruimte voor lage hagen en groenperken met af en toe een boom. Het is cruciaal dat deze inbreidingslocatie een aantrekkelijke, groene, landelijke entree krijgt die uitnodigend is. Dit om enerzijds sociaal isolement te voorkomen en anderzijds de woonbuurt prettig in te bedden in de bestaande context van Ammerzoden. Het centrale groene plein voorziet hierin. Voor een volledige omschrijving en weergave van de plannen wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan dat is opgenomen in Bijlage 1 Beeldkwaliteits- en stedenbouwkundig plan.
Een uitsnede van dit plan is op afbeelding 2.5 weergegeven. Ter plaatse van de tweekappers is tevens de mogelijkheid voor 4 geschakelde vrijstaande woningen, welke de stedenbouwkundige opzet en het straatbeeld kunnen verbeteren.
Afbeelding 2.5: uitsnede stedenbouwkundig plan
8
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
2.3.2
Woningbouwprogramma
Het plangebied gaat plaats bieden aan in totaal 33 grondgebonden woningen en 6 appartementen. Het betreft een flinke mix aan woningcategorieën zodat voor iedere doelgroep wordt gebouwd. In de onderstaande afbeelding is deze verscheidenheid aan woningtypen weergegeven. In navolgende afbeelding zijn de woningaantallen per (vereenvoudigde) woningtype weergegeven.
Afbeelding 2.6: woningtypen
2.3.3
Verkeer en parkeren
Externe ontsluiting De woonbuurt wordt via twee wegen ontsloten naar de rest van het dorp. Aan de noordwestzijde wordt een kruising gevormd met de Jan Oomsstraat, Wellsedam en de Ammerstraat. Vanaf dit kruispunt wordt de wijk direct in drie richtingen ontsloten. Aan de zuidoostzijde wordt de wijk ontsloten naar de Voorstraat. Interne ontsluiting De wijk wordt door één doorgaande route ontsloten voor autoverkeer. Deze doorgaande route bevat enkele kleine dwarsstraten, veelal met parkeerkoffers, die kleine hofjes vormen. Langs de gehele doorgaande ontsluitingsweg voorziet het plan in een brede voetgangersroute in de vorm van een 2 meter breed trottoir. Er is specifiek voor gekozen om het dorpse karakter van het woonbuurtje te benadrukken, dit komt terug in het wegprofiel. Er wordt vastgehouden aan een wegbreedte van vijf meter en een trottoirbreedte van 2 meter. De woningen aan de zuidzijde worden voorzien van een verharde strook van twee meter aan de voorzijde, als overgang tussen privé en openbaar terrein. Dit wordt gelijkvloers uitgevoerd als secundair voetpad en als uitwijkstrook voor auto's en de draaicirkel voor incidenteel haaksparkeren langs de rijwoningen aan de noordzijde.
9
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Parkeren Parkeren vindt daar waar mogelijk plaats op het eigen perceel. Dat betekent dat bij de vrijstaande woningen en de tweekappers op het eigen perceel geparkeerd kan worden. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied gerealiseerd. Het plan voorziet verspreid over het gebied, in parkeerkoffers en parkeren langs de straat, in 50 parkeerplaatsen. In paragraaf 4.11 is een nadere verantwoording (inclusief berekening) opgenomen van de verkeersafwikkeling en parkeergelegenheid van het planvoornemen.
10
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het van belang zijnde het ruimtelijk rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.
Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 – 4 Bro). Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd.
11
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
3.1.4
Doorwerking bestemmingsplan
Met het planvoornemen is sprake van een lokale ontwikkeling waar geen nationale belangen mee zijn gemoeid. Een nationaal belang dat in de omgeving van Ammerzoden speelt is; versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met de decentrale overheden uitvoeren van een integrale strategie voor het rivierengebied. Het betreft in deze omgeving het deelprogramma Rivieren over de Waal. Er speelt hier geen belang. Het planvoornemen ligt buiten de zone primaire waterkering. Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking is het van belang om te bekijken of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, Bro. Uit jurisprudentie volgt dat een woningbouwontwikkeling van maximaal 11 woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, Bro en dat om die reden ook niet getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Aangezien er bij dit plan sprake is van een toevoeging van meer dan 11 woningen, is hier sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is voor voorliggend plan een onderbouwing van de Ladder opgesteld. Hierna wordt de samenvatting van deze onderbouwing weergegeven. Voor de volledige onderbouwing wordt verwezen naar de bijlage van deze toelichting.
Onderbouwing Ladder duurzame verstedelijking Kwantitatieve behoefte Volgens de Regionale woningbouwprogrammering Rivierenland (RWR) 2017, is er in de regio Rivierenland in de periode van 2017-2024 een behoefte van 10.500 woningen. Het aandeel voor de gemeente Maasdriel bedraagt 1.100 woningen. De regionale woningbouwprogrammering werkt door in het gemeentelijk beleid. Zo staat in de Woonvisie dat er in de periode 2015-2024 behoefte is aan 700 tot 1.000 extra woningen in de gemeente Maasdriel. Op basis van de prestatieafspraken moeten er, naast reguliere woningen, 48 zorgwoningen in Ammerzoden door de woningbouwverenigingen worden gerealiseerd. Het voorgaande wordt opgevat als een kwantitatieve behoefte aan zorgwoningen. Kwalitatieve behoefte Het initiatief bestaat uit de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, die als centrum-dorps kan worden betiteld. Zoals het er nu naar uitziet geldt de volgende verdeling naar type en prijssegment (zie ook afbeelding 2.6): Het initiatief voor de ontwikkeling van De Hoef met maximaal 39 woningen voorziet in de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Maasdriel en de kern Ammerzoden Binnen de gemeente ligt de focus voor ontwikkeling op de kernen Hedel/Ammerzoden aan de westzijde van de A2 en Kerkdriel/Velddriel aan de oostzijde van de A2. Deze kernen hebben het hoogste voorzieningenniveau.
De locatie De Hoef heeft een gemengde bestemming van ‘Agrarisch’ en 'Wonen'. Er ligt een ‘wro zone – bebouwd gebied’ en' over het plangebied, waarin is aangegeven dat uitbreiding van bebouwing is toegestaan conform de provinciale structuurvisie Streekplan Gelderland 2005. Omdat de locatie niet buiten bestaand stedelijk gebied ligt, is niet gekeken naar alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Met de ligging van de locatie omsloten door stedelijke functies is de locatie De Hoef geschikt om aan de behoefte voor woningbouw te voldoen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is zowel kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aangetoond. Tevens betreft het plangebied een inbreidingslocatie, waardoor wordt aangesloten bij het gedachtegoed van de ladder, te weten duurzaam ruimtegebruik.
3.2
Provinciaal beleid
Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
12
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; een voortvarend en innovatief circulair beleid; een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Ammerzoden en buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) of Natura 2000-gebieden. De omgevingsverordening stelt voor de locatie van de nieuwe woningen geen nadere regels. Het plan past daarmee binnen de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale woonagenda
De programmering van de woningbouw vraagt om (sub)regionale afstemming. De provincie Gelderland stelt dit ook als voorwaarde om nieuwe bouwplannen uit te kunnen voeren. In 2015 is een regionale woonagenda opgesteld. Hierin zijn verschillende thema's uitgewerkt tot actiepunten, zijnde een 'agenda' voor de komende jaren. Thema's zijn onder andere een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, goede huisvesting voor arbeidsmigranten en statushouders, verbetering van de bestaande woningvoorraad en zorg gerelateerde woningen. Het regionale woningbehoeftenonderzoek Rivierenland is een van de onderzoeken die als onderlegger dienen voor de regionale woonagenda.
3.3.2
Regionale woningbouwprogrammering 2015-2025
Op 2 september 2016 is de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland verschenen. De regionale woningbouwprogrammering is één van de thema's uit de Woonagenda regio Rivierenland. De gemeenten van de regio Rivierenland hebben zich ingespannen om gezamenlijk een regionaal woningbouwprogramma 2015 – 2025 op te stellen. Hierbij zijn alle projecten geïnventariseerd en getoetst aan de kwalitatieve afspraken uit de woonagenda's. Het doel van de programmering is om voldoende woningaanbod voor de komende jaren te creëren. In de woningbouwprogrammering is aangegeven dat in de regio Rivierenland een toevoeging van 10.500 woningen nodig is voor de periode 2015-2024. Voor de gemeente Maasdriel is een toevoeging van 1.100 woningen aangegeven in diezelfde periode.
3.3.3
Regionale woningbouwprogrammering Rivierenland Monitor 2017
Op 1 oktober 2018 is de monitor 2017 verschenen. In dit beleidsstuk is de voortgang van de regionale woningbouwopgave van 10.500 te realiseren woningen tot 2017 gemonitord en geanalyseerd.
13
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Kwantitatieve monitoring Op basis van monitoring van de woningbouwproductie komt naar voren dat in de periode 2010 -2017 gemiddeld 77 woningen per jaar worden gerealiseerd. Dit blijft achter het streef aantal van 110 woningen per jaar. Als analyse over deze periode is het volgende opgenomen: Ook in 2017 is het aantal (netto) toevoegingen in Maasdriel beïnvloed door de (relatief) hoge sloop het afgelopen jaar. Dit is - net als in 2015 en 2016 - toe te schrijven aan het herstructureringsproject Varikse Driehoek in de kern Heerewaarden. Hier hebben 51 oude sociale huurwoningen fasegewijs plaatsgemaakt voor 38 nieuwe. Het project is najaar 2017 afgerond. De verwachting is dat de netto oplevering in 2018 en latere jaren boven het gemiddelde van 100 woningen per jaar zal liggen. In de stad Den Bosch is de woningmarkt in 2017 redelijk oververhit geraakt wat merkbaar is in de belangstelling voor woningen in Maasdriel (en Zaltbommel). Er is vooral belangstelling voor de bestaande voorraad maar ook voor de nieuwbouw. Kwalitatieve monitoring In 2017 zijn in Maasdriel alleen grondgebonden woningen opgeleverd. Van de (bruto) 102 opgeleverde woningen zijn er 17 sociale huur. De rest is koop, voornamelijk tussen de € 200.000,- en € 300.000,-.
3.3.4
Doorwerking plangebied
Uit het regionaal woonbeleid blijkt dat er voor de gemeente Maasdriel tot 2024 behoefte bestaat aan 1.100 nieuw te bouwen woningen. Hiervoor dient gemiddeld 110 woningen te worden gerealiseerd. Uit de monitor gegevens blijkt dat er gemiddeld minder dan dit aantal wordt gerealiseerd. Het beschreven regionale beleid vormt het kader voor het woningbouwprogramma van gemeente Maasdriel. De uitwerking hiervan en de toets of er behoefte is aan de geplande 39 woningen, wordt in de volgende paragraaf weergegeven; het gemeentelijke beleid.
14
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel
3.4.1.1
Algemeen
De Structuurvisie Plus, die is vastgesteld op 8 april 2004, geeft de gemeentelijke kaders voor het beheer en de ontwikkeling van stedelijk en landelijk gebied in de periode 2004-2014. Op 20 oktober 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Maasdriel de 'Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel vastgesteld. Deze structuurvisie is de actualisering van de Structuurvisie Plus Maasdriel 2004-2014 en is daarnaast de ruimtelijke vertaling van de 'Visie Maasdriel 2020+. Deze structuurvisie vertaalt de beleidsmatige visie en uitgangspunten door in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (het zogenaamde "ruimtelijke casco"), met bijbehorende uitvoeringsprogramma. In de Structuurvisie zijn wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden per dorpskern alleen algemene handvatten gegeven. Voor wat betreft de mogelijkheden nieuwe woningen te realiseren zijn de analyse en visie per dorpskern uit de Structuurvisie Plus uit 2004 en de zoekgebieden voor toekomstige woningbouw (de zogenoemde "rode contour") als uitgangspunt gehanteerd.
3.4.1.2
Ruimtelijk casco
Het ruimtelijk casco betreft de toekomstvisie voor de gemeente Maasdriel. Deze visie formuleert het ontwikkelingskader en droombeeld voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een afwegingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In hoofdstuk, 'Visie op hoofdlijnen' wordt de basis voor deze visie onder paragraaf 'stap 5 – groei met accenten' als volgt geuit: 'Het beleid is gericht op bouw voor eigen behoefte, maar ook voor mensen van buiten de gemeente. De bestaande kernen en linten in Maasdriel vervullen een belangrijke rol voor het accommoderen van de nieuwe ruimtevraag. Herstructurerings- en intensiveringsprocessen zijn in beginsel niet overal binnen de bestaande kernen en linten mogelijk, maar kunnen uitsluitend plaatsvinden op hiervoor geschikte locaties. Uiteraard moet hierbij worden aangesloten op de kwaliteiten en mogelijkheden van de betreffende kern of het lint en de omgeving. De duidelijke structuur en de variatie van verschillende buurten en wijken in de kernen dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Waardevolle open plekken (bijvoorbeeld groengebieden binnen de bebouwde kom) dienen vrij te blijven van bebouwing.
Er dient rekening gehouden te worden met karakteristieke doorkijken naar het landschap, de aanwezigheid van monumenten en de structuur van het rivierenlandschap. Waar mogelijk streeft de gemeente naar herstel van oorspronkelijke doorzichten en structuren, die door stedenbouwkundige uitbreidingen teniet zijn gedaan. Ook is het wenselijk om de bestaande overgangen van het landelijk naar het dorpsgebied te verbeteren. Nieuwbouw dient in maat en schaal te passen in zijn omgeving. Er dient op een dorpse manier gebouwd te worden, waarbij wordt gestreefd naar diversiteit per deelgebied voor wat betreft typologie en prijsklasse. De gemeente Maasdriel wil zich profileren als woongemeente met unieke en gedifferentieerde woonmilieus gekoppeld aan kleine kernen met elk hun eigen identiteit en kwaliteit. Zoals te zien is op afbeelding 3.2, ligt het plangebied (rood kruis) binnen de bestaande kern van een verzorgingskern.
Afbeelding 3.2: uitsnede kaartbeeld ruimtelijk casco (bron: website gemeente Maasdriel)
15
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
3.4.1.3
Planmer
Bij de structuurvisie is tevens een plan-MER opgenomen. Hiermee is de structuurvisie kaderstellend voor mogelijk merplichtige en/of mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Tevens is deze structuurvisie kaderstellend voor activiteiten waarvan op voorhand niet direct uitgesloten kan worden dat ontwikkelingen een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden en waar een passende beoordeling voor moet worden doorlopen in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het doel van de plan-mer procedure is om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming te betrekken. Over woningbouwontwikkelingen wordt het volgende aangegeven: Vanuit milieu-optiek dienen tot 2020 bij voorkeur eerst de woningbouwprojecten binnen de bebouwingscontouren van de grotere kernen (waaronder Ammerzoden) te worden gerealiseerd. Deze projecten dragen bij aan het op peil houden van het voorzieningenaanbod en leiden niet tot aantasting van landschappelijke waarden.
3.4.1.4
Doorwerking plangebied
Het plangebied maakt deel uit van de bestaande kern Ammerzoden en ligt daarmee binnen de bebouwingscontouren van deze kern. Er is sprake van een inbreidingslocatie die past binnen het ruimtelijke casco uit de structuurvisie. Hiervoor worden de volgende argumenten aangedragen: het betreft een geschikte locatie voor ontwikkeling. er vindt een versterking plaats van de structuur en variatie van de verschillende buurten nieuwbouw dient te passen in de maat en schaal van de omgeving. Voorliggend plan voldoet derhalve aan de Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel.
3.4.2
Welstandsnota
Vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen, is het welstandsbeleid opgesteld. De gemeente Maasdriel heeft het ontwikkelde welstandsbeleid beschreven in de 'Welstandsnota Maasdriel', die in 2004 is vastgesteld. Er zijn zowel algemene als gebiedsgerichte welstandscriteria geformuleerd. De gebiedsgerichte welstandscriteria geven aan hoe een bouwwerk 'zich moet gedragen' om in zijn omgeving te passen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De criteria zijn dan ook gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. De gebiedsgerichte criteria wordt gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Elke nieuwe bouwaanvraag wordt getoetst aan de volgende beoordelingsaspecten Plaatsing/situering gebouw: verkavelingstype, positie onderling, afstand onderling, plaatsing op kavel, bouwrichting, herhaling/ritmiek; Massa en vorm gebouw: hoofdmassa, profiel ruimte, samenstelling massa, kapvorm- en richting, relatieve omvang, vorm behandeling; Gevelkarakteristiek: gerichtheid en oriëntatie, geleding, indeling en plasticiteit; Detaillering, kleur en materiaal: gaafheid/oorspronkelijkheid, materiaal gebruik, kleurtoon en toepassing, decoraties en ornamenten.
Maasdriel is opgesplitst in elf deelgebieden, met elk hun eigen karakteristieke kenmerken en dus hun eigen gebiedsgerichte criteria. Ammerzoden behoort tot het gebied 'Maasdorpskernen'. Voor Maasdorpskernen is Welstandsniveau 1 vastgesteld, dit betekent dat het een zeer waardevol welstandsgebied is. Een zeer waardevol welstandsgebied heeft zeer hoge cultuurhistorische en architectonische en/of stedenbouwkundige kwaliteiten en het gebied wordt gezien als cruciale betekenis voor het landschap. De specifieke welstandscriteria voor Maasdorpskernen zijn: Algemeen Behouden van de cultuurhistorische waarde van de historische dorpskernen; Interpreteren van het individuele karakter en de herkenbaarheid van bebouwing binnen het samenhangende dorpsbeeld; Interpreteren van de aanwezige relatie (openheid, contrast, doorzichten en dergelijke) tussen dorpskernen en het omliggende landschap; Naast de onderstaande welstandscriteria gelden voor de in deze gebieden voorkomende T-boerderijen ook de desbetreffende objectgerichte criteria. Plaatsing (bestemmingsplan is maatgevend) Interpreteren van de aanwezige variatie in positie en oriëntatie van de bebouwing op de kavel; Behouden van de oorspronkelijke positie en oriëntatie bij renovatie en (vervangende) nieuwbouw.
16
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Massa en vorm Interpreteren van de karakteristiek van een eenvoudige hoofdmassa afgedekt met een kap; Interpreteren van de aanwezige samenhang of variatie in kapvorm- en richting Streven naar afstemming van bouwmassa's op de belendingen wat betreft maat en schaal. Gevelkarakteristiek Interpreteren van de oorspronkelijke bouwstijl bij renovatie of verbouwing; Behouden van de oorspronkelijke gevelkenmerken, gevelgeleding en gevelopbouw bij renovatie of verbouwen; Een zorgvuldige behandeling van achter- en zijgevels zichtbaar vanaf de openbare weg is wenselijk. Detaillering, kleur en materiaal Detaillering uitvoeren in harmonie met gebouw en omgeving; Behouden van authentieke gevelversieringen, detaillering, vensterindeling en kozijnprofielen; Interpreteren van de oorspronkelijke materialiseren bij renovatie of verbouwing; Uitsluiten van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. In de Welstandsnota Maasdriel wordt de huidige bebouwing in Ammerzoden als volg beschreven: Ammerzoden ligt aan de Maas en wordt aan drie zijden in gekaderd door de oude riviermeander. In deze meander ligt ook het kasteel Ammersoyen, gebouwd in de 14e eeuw . Het historische deel van de dorpskern ligt aan de oostzijde rondom de Voorstraat . De bebouwing bestaat uit voornamelijk individuele panden langs de hoofdwegen.
In de kern komen in het noorden nog een aantal open tussengebieden voor. Detailhandel komt verspreid over de kern voor. De voornamelijk individuele bebouwing is zeer divers. Langs de hoofdstraten van de kern vormt deze bebouwing gesloten gevelwanden, verder van de kern af worden de tussenruimtes groter. De woningen bestaan uit één of twee lagen met voornamelijk een zadeldak in de langsrichting . Er komen tevens woningen voor met een mansardekap. De bebouwing is opgetrokken in bakstenen metselwerk in aardetinten, daarnaast komen wit gepleisterde gevels voor. Een aantal panden heeft rijkelijk versierd gevels met trapgevels, lijst en rond de gevelopeningen en afwijkende metselverbanden. De woonbebouwing bestaat naast de individuele bebouwing uit een aantal straten met twee-onder-éénkap woningen. Deze woningen bestaan uit één of twee bouwlagen met een roodoranje zadeldak in de langsrichting. 3.3.2.1 Doorwerking planvoornemen Het planvoornemen maakt extra bebouwing mogelijk. Hierom is een stedenbouwkundig plan gemaakt waarin ook aandacht wordt besteed aan beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 1 Beeldkwaliteits- en stedenbouwkundig plan) dat besproken is met de welstandcommissie en commissie ruimtelijke kwaliteit. Vervolgens dient het plan in de volgende fase weer terug te keren in de commissie ruimtelijke kwaliteit als aanvraag omgevingsvergunning.
3.4.3
Woningbouwprogramma 2021-2030
In april 2016 is het Woningbouwprogramma 2015-2025 vastgesteld. Tot 1 januari 2020 is 50% van de 1.063 woningen opgenomen in het woningbouwprogramma gerealiseerd. Om de woningbouwproductie in deze periode met een grote woningdruk op stoom te houden is op 10 december 2020 het Woningbouwprogramma 2021-2030 vastgesteld door de gemeenteraad van Maasdriel. De woningbouwopgave waaraan met het woningbouwprogramma 2021-2030 invulling wordt gegeven, komt voort uit de Regionale Woonagenda Rivierenland 2021-2030. Voor de gemeente Maasdriel is in de regionale woonagenda bepaald dat er een opgave is om tussen de 700 en 1.250 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad, om daarmee te kunnen voorzien in de geprognotiseerde vraag voor de komende tien jaar. Met het woningbouwprogramma 2021-2030 dat voorziet in de realisatie van 988 woningen, kan voor een substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningbehoeftevoor de komende tien jaar. Een deel hiervan is 'hard', dat wil zeggen dat ze op grond van een vastgesteld bestemmingsplan in voorbereiding zijn om op korte termijn van start te gaan of reeds al in uitvoering. De woningbouwplannen met de status ‘Z’ (zacht) zijn plannen in verschillende fases van voorbereiding. Binnenkomende initiatieven worden toetst naar wenselijkheid en aan een screening onderworpen.
Hierbij wordt gekeken naar de behoefte in de verschillende kernen, naar de ruimtelijke kwaliteit van het plan en naar de toegevoegde waarde van een plan. Planspecifiek In dit plan worden 39 nieuwe woningen gerealiseerd. Er worden woningen in diverse prijsklasse gerealiseerd, voor starters, doorstromers en senioren. Dit plan voorziet in de woningbehoefte voor de komende 10 jaar.
17
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
3.4.4
Duurzaamheidsprogramma 2017-2020
Toetsingskader In het coalitieakkoord staan de ambities van Maasdriel op het gebied van duurzaamheid op hoofdlijnen aangegeven. De ambities zijn nader uitgewerkt in het 'Duurzaamheidsprogramma 2017-2020, dat in juli 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het programma beschrijft de plannen en wensen van het gemeentebestuur. In het programma zijn activiteiten en projecten geformuleerd, waarbij is aangegeven welke capaciteit en financiële middelen nodig zijn om deze uit te voeren in de komende jaren. De notitie geeft een concrete aanpak voor de belangrijkste duurzaamheidsthema's op het gebied van klimaat en energie in gemeente Maasdriel, namelijk;
het bevorderen van de opwekking van hernieuwbare energie; het verduurzamen van de woningvoorraad; duurzaam ondernemen; anderen stimuleren; het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie.
Beoordeling In dit duurzaamheidsprogramma zijn verschillende maatregelen opgenomen voor de periode 2017-2020. Deze korte termijn maatregelen dragen bij aan de ambities in het bestuursakkoord en maken de weg vrij voor meer maatregelen en meer regionale / intergemeentelijke samenwerking en dragen daarmee uiteindelijk bij aan de lange termijn visie: een duurzamere gemeente, die voldoet aan de wettelijke regelgeving op het terrein van duurzaamheid, waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, nú en in de toekomst. De gemeente doet wat ze zelf kan en heeft daarbij een voorbeeldfunctie. Maasdriel is voor duurzaamheid. Met de ontwikkeling in onderhavig plangebied wordt een verdere stap gezet naar deze wens. Hieronder de voornaamste duurzame uitgangspunten: de wijk is zodanig opgezet dat de woningen een goede ligging hebben voor het gebruik maken van zonne-energie. Dit is een goed uitgangspunt om de woningen zo veel mogelijk energieneutraal te realiseren; de inrichting van het openbaar gebied gebeurt zoveel mogelijk met gerecyclede duurzame materialen.
De groene inrichting van het gebied is zo natuurlijk mogelijk, duurzaam en onderhoudsarm uitgewerkt waarbij de landschappelijke kenmerken in het terrein zo veel mogelijk houden blijven; een andere belangrijke keuze is dat de wijk gasloos wordt en de toekomstige bewoners hierdoor reeds aangewezen zijn op het goed isoleren van de woning en het opwekken van duurzame energie uit zonnepanelen of zonneboiler; het hemelwater van de percelen en woningen zal in het gebied zelf opgevangen worden en zoveel mogelijk in het gebied infiltreren. Daarbij is sprake van een overschot aan waterbergende voorzieningen; het hemelwater van de percelen wordt oppervlakkig aangeboden. Het hemelwater wordt binnen het plangebied vervolgens ook overwegend oppervlakkig afgevoerd richting de waterbergingsvoorzieningen; voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). Conclusie Het aspect duurzaamheid is in onderhavig bestemmingsplan gewaarborgd.
3.4.5
Conclusie
Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat het planvoornemen past binnen de gemeentelijke structuurvisie en het woningbouwprogramma van de gemeente Maasdriel. Het planvoornemen voldoet daarmee aan het ruimtelijke beleid van de gemeente Maasdriel.
18
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
4.1
Milieuzonering
4.1.1
Algemeen
Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'.
4.1.2
VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering"
Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNG-publicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een . In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd.
Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). De richtafstand geldt vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functies) rust tot de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is.
4.1.3
Beoordeling
4.1.3.1
Gebiedstypering
Het plangebied ligt in een gebied dat in een omgeving met hoofdzakelijk woonfuncties en een enkel bedrijf in de directe nabijheid. Dergelijk gebied moeten aangewezen worden als rustige woonwijk. Dit betekent dat de richtafstanden met één stap kan worden terug genomen.
4.1.3.2
Milieuhinder gevoelige functie of milieubelastende activiteit
In het onderhavige plan wordt de planologische mogelijkheid voor agrarische doeleinden verwijderd en daarvoor in de plaats worden woningen gerealiseerd. De te realiseren woning betreft een 'milieuhinder gevoelige functie' en geen 'milieubelastende activiteit'. In deze toets wordt derhalve uitsluitend getoetst of de te realiseren woningen als 'milieuhinder gevoelige functie' een belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van omliggende milieubelastende activiteiten en of ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'.
19
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
4.1.3.3
Omliggende functies met milieuzoneringen
De nieuwe functie wonen kan zorgen voor een belemmering op omliggende bedrijven. Daarom zijn in tabel en afbeelding 4.1 de percelen aangegeven die rondom het plangebied zijn gelegen waar een andere bestemming geldt dan 'Wonen'. Woningen zorgen namelijk niet voor een belemmering bij andere woningen. Aan de hand van de genoemde VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering en de bijgestelde richtafstanden bij omgevingstype 'gemengd gebied' wordt de richtafstand van alle bestaande bestemmingen naast de afstand tot het plangebied gelegd. De afstanden zijn gemeten vanaf het bestemmingsvlak van de andere functie tot het bouwvlak in onderhavig plangebied. Tabel 4.1: andere functies in de omgeving met feitelijke afstanden Molendijk 1 Van Millstraat Ammerstraat 32 Jan Oomsstraat 19
Restaurant Fitnesscentrum Huisartsenpraktijk Detailhandel
51 m 41 m 12 m 0 tot grens, tot gevel in onderhavig plangebied
Tabel 4.2: Richtafstandentabel conform VNG
Uit de tabellen 4.1 en 4.2 blijkt dat er bij 3 van de 4 geen sprake is van overschrijding van de richtafstand uit de VNG brochure. Aan Jan Oomsstraat 19 is een winkeltje gevestigd. Conform de bedrijvenlijst bedraagt de grootste richtafstand voor detailhandel 10 meter voor het milieuaspect geluid. De afstand van bestemmingsgrens tot bestemmingsgrens bedraagt 0 meter (de percelen grenzen aan elkaar). Omdat niet de tuinen maar de woningen zelf geluidgevoelig zijn dient tot aan de gevel van de woning(en) te worden gemeten. De afstand vanaf de grens van Jan Oomsstraat 19 tot aan de dichtstbij gelegen woning bedraagt ruim 12 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand waardoor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen gegarandeerd kan worden. Daarnaast wordt het bedrijfsperceel reeds belemmerd door andere woningen die grenzen aan het bedrijfsperceel. Het bedrijf wordt door de te realiseren woningen in onderhavig plan derhalve niet nog meer belemmerd in de bedrijfsvoering dan in de huidige situatie reeds het geval is.
4.1.4
Onderhavig plan als milieuhinder gevoelige functie
Een woning betreft een milieuhinder gevoelige functie voor alle milieuaspecten. Door het toevoegen van de woningen worden omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmerd omdat de richtafstanden niet worden overschreden. Omdat deze richtafstanden niet worden overschreden kan ook worden geconcludeerd dat ter sprake van het plangebied sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'.
4.1.5
Conclusie
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
20
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
4.2
Wet geurhinder en veehouderij
4.2.1
Algemeen
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit per 1 januari 2013 zijn veel veehouderijen onder de werkingssfeer van dit besluit komen te vallen. In het Activiteitenbesluit is voor geurhinder van veehouderijen hetzelfde beoordelingskader opgenomen als in de Wgv. Op basis van de Wgv is de gemeente bevoegd af te wijken van de reguliere normen van de Wgv en voor het eigen grondgebied afwijkende geurnormen vast te stellen. De gemeente Maasdriel heeft hier gebruik van gemaakt door een eigen geurverordening vast te stellen.
4.2.2
Beoordeling
De woningen in het plangebied betreffen geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wgv. Er dient derhalve beoordeeld te worden of in de omgeving aanwezige agrarische bedrijven niet belemmerd worden als gevolg van de nieuwe woningen. Andersom dient ook beoordeeld te worden of ter plaatse van de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Binnen een straal van 1 km van het plangebied zijn diverse agrarische bedrijven aanwezig. Omdat rondom het plangebied reeds andere geurgevoelige objecten zijn gelegen die belemmerend werken op omliggende agrarische bedrijven vormen de nieuwe woningen geen belemmering voor deze bedrijven. Andersom is ook gebleken dat ter plaatse van de nieuwe woningen een goed 'woon- en leefklimaat' gerealiseerd kan worden. Hiervoor zijn de geurkaarten van de achtergrondbelasting uit de geurverordening van gemeente Maasdriel bestudeerd (zie afbeelding 4.1). De geurkaarten zijn opgesteld voor de huidige en maximale situatie. Uit de geurkaarten is gebleken dat het plangebied niet belast wordt met de geuruitstoot van omliggende agrarische bedrijven. Omdat de berekening van de achtergrondbelasting een moment opname is van de destijds aanwezige agrarische bedrijven dient tevens de huidige situatie te worden beschouwd.
In de tussentijd hebben zich geen veranderingen voorgedaan, waardoor voor het 'woon- en leefklimaat' in het plangebied tot een andere conclusie kan worden gekomen.
Afbeelding 4.1: geurkaart achtergrondbelasting maximale situatie waarbij het plangebied met de rode ster is aangegeven
21
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
4.2.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid (Wet geluidhinder)
4.3.1
Wet geluidhinder
Wanneer in een plan nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, stelt de Wet geluidhinder (Wgh) de verplichting de geluidsbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van omliggende wegen in beeld te brengen. Deze geluidsbelasting mag de voorkeursgrenswaarde niet overschrijden. In artikel 76 Wgh is aangegeven dat bij woningen binnen een geluidzone van een weg moet worden aangetoond of wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. In artikel 100a Wgh is aangegeven dat voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde kan worden vastgesteld met een maximale verhoging van 5 dB. In de Wgh zijn regelingen opgenomen ten behoeve van geluid in de omgeving afkomstig van de drie geluidsbronnen wegen (met uitzondering van rijkswegen), spoorwegen (met uitzondering van hoofdspoorwegen) en industrielawaai. Deze geluidsbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidszones een geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidsgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst. Voor voorliggend plan is alleen de geluidsbron wegverkeerslawaai relevant. Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) liggen rond diverse wegen (met uitzondering van Rijkswegen) geluidszones.
Deze geluidszones liggen in ieder geval boven en onder de wegen en in de volgende stroken langs de wegen: Aantal rijstroken Weg binnen stedelijk gebied Weg buiten stedelijk gebied of auto (snel)weg 1 of 2 200 meter 250 meter 3 of 4 350 meter 400 meter 5 of meer 350 meter 600 meter De afstand wordt gemeten aan weerszijde van de weg vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste strook. Wegen in een woonerf of waarvoor een maximale snelheid geldt van 30 km/uur hebben geen geluidzone.
4.3.2
Beoordeling
4.3.2.1
Wegverkeerslawaai
Door K+ Adviesgroep is in september 2021 een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Bovendijk, Molendijk, Voorstraat, Zwin, Van Milstraat, Ammerstraat en Wellsedam. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens de Jan Oomsstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. Bovendijk, Molendijk, Voorstraal, Zwin, Van Millstraat, Wellsedam en Jan Oomsstraat, De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is minder dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, incl. aftrek artikel 110g. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Ammerstraat De voorkeursgrenswaarde wordt alleen ter plaatse van de sociale huurwoningen aan de Ammerstraat overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt nergens overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Ammerstraat is maximaal 56 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Bij de gemeente Maasdriel kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de nieuwe sociale huurwoningen worden gebouwd ter vervanging van bestaande woningen.
Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee echter niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €60.000,- (200 m * 6m * €50,-) en stuiten daarmee tevens op bezwaren van financiële aard.
22
Bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2021, De Hoef
Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Uit het in de bijlage I opgenomen stedenbouwkundig plan blijkt dat het voorliggende ontwerp daar niet aan voldoet. Het is niet mogelijk om voor alle woningen een geluidluwe gevel te realiseren. Om die reden kan de gemeente worden gevraagd om voor het voorliggende plan af te zien van deze eis. Om in de voorliggende situatie een goed woon- en leefklimaat in de geluidgevoelige vertrekken te kunnen waarborgen worden geluidwerende gevelmaatregelen getroffen. Indien de gemeente toch een geluidluwe gevel eist bij elke woning, dan zal het ontwerp moeten worden aangepast. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB.
In bijlage IIb is de benodigde karakteristieke geluidwering opgenomen.
4.3.2.2
Railverkeerslawaai
In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig, het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de wettelijke geluidszone een spoorweg. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering.
4.3.2.3
Industrielawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein. Het aspect industrielawaai vormt dan ook geen belemmering.
4.3.3
Conclusie
De Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Wel dient een verzoek voor een hogere grenswaarde te worden aangevraagd en tegelijkertijd met het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd.
4.4
Bodem
4.4.1
Algemeen
Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit (de grond is als agrarische grond in gebruik geweest) past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bovendien dient op basis van het bouwbesluit altijd een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien een woning wordt gerealiseerd.
4.4.2
Beoordeling
Bodemonderzoek Lycens Om te bepalen of de bodemkwaliteit past bij de nieuwe woningen is door Lycens op 2 oktober 2020 een bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna volgt de conclusie van het bodemonderzoek. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 3 bij deze toelichting. De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De vooraf gestelde hypothese dat de locatie voor de overige chemische parameters als "onverdacht" beschouwd kan worden is niet juist gebleken gezien de aangetoonde (sterk) verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK in grond en de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater.