WRP planperiode 2025-2030
Tekst van het document
A4.6
Wateroverlast door regen
Riolering heeft, net als andere infrastructuur zoals wegen, een maximum capaciteit. Bij extreme buien staat het water op sommige plaatsen op straat te wachten tot het kan worden afgevoerd. Het staat als het ware ‘in de file’. Hoe groot de afvoercapaciteit van riolen ook is, het kan altijd harder regenen dan waarmee rekening is gehouden. Door de klimaatverandering zal het vaker hard regenen en worden de risico’s op wateroverlast groter. De gemeente werkt aan oplossingen om de risico’s klein te houden. Maar er blijft altijd een risico en door de klimaatverandering krijgt u vaker te maken met ‘water op straat’. In dit WRP wordt onderscheid gemaakt in: ▪ hinder Dit is ongemak door ondiep water op straat. Dit zal in de toekomst vaker voorkomen. ▪ overlast Dit is het tijdelijk onbereikbaar zijn van plaatsen door ‘diep’ water op straat, tuinen en openbaar groen. De gemeente wil het risico op overlast beperken, zodat het niet te vaak voorkomt. ▪ schade Als water woningen of gebouwen instroomt is er schade. Ook het lang onbereikbaar zijn van winkels en bedrijven kan tot schade leiden. De gemeente wil het risico op schade zo klein mogelijk maken. Het vergroten van de riolering helpt onvoldoende om de risico’s op wateroverlast te verminderen. Het is niet de beste oplossing, ook niet als daar heel veel meer geld voor beschikbaar zou zijn.
Het regenwater moet op andere wijzen worden opgevangen. Gemeenten en waterschap willen het regenwater apart houden van afvalwater. Nog beter is het om het helemaal buiten de riolering te houden en meteen te verwerken op de plek waar het regenwater valt. Dat kan door het water in de bodem te infiltreren of naar oppervlaktewater te leiden.
A4.7
Uw tuin vergroenen
Door zo min mogelijk oppervlakte van de tuin te bestraten en gebruik te maken van waterdoorlatende stenen of tegels blijft meer water op de plek waar het valt. Minder regenwater wordt afgevoerd met minder risico op wateroverlast in uw straat, wijk of stad. Minder verhard oppervlakte betekent meer plaats voor
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
57
Projectgerelateerd
planten, maar ook een beter bodemleven. Een goed bodemleven zorgt voor een vruchtbare grond, betere bescherming tegen ziekten en plagen, maar ook voor een betere waterberging. Op de website van groenblauwtwente vindt u meer informatie en kunt u ideeën opdoen.
A4.8
Help mee afkoppelen
Het is niet duurzaam om schoon hemelwater op de gemengde riolering aan te sluiten. Het schone regenwater raakt dan vermengd met vuil water en moet daarna weer worden gezuiverd op de rwzi. En als het hard regent raakt het riool overbelast door al het regenwater. Gemeenten en waterschap willen de afvoer van schone daken en verhardingen van de riolering afkoppelen. U kunt helpen door oppervlakken op uw eigen perceel af te koppelen. Heeft u vragen over zelf afkoppelen, neem dan contact op met de gemeente.
A4.9
Meer informatie
U kunt met alle vragen over water bij de gemeente terecht. De gemeente zal altijd uw vraag in ontvangst nemen. Afhankelijk van het onderwerp beantwoordt de gemeente uw vraag, of stuurt zij deze door naar het waterschap of de provincie.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
58
Projectgerelateerd
A5
Informatie voor bedrijven
Deze bijlage geeft informatie over de rol van bedrijven bij het verwerken van hun afvalwater, hemelwater en grondwater. In de meeste gevallen zijn bedrijven hier zelf verantwoordelijk voor. ▪ Afvalwater; ▪ Hemelwater; ▪ Grondwater; ▪ Afkoppelen; ▪ Meer informatie.
A5.1
Afvalwater
Niet al het afvalwater van bedrijven is bedrijfsafvalwater. Als het water qua aard en omvang overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, dan wordt het ook als zodanig gezien. Ofwel, als een bedrijf (alleen) afvalwater van een toilet en keuken afvoert, dan is dat huishoudelijk afvalwater. Bedrijfsafvalwater is water dat vrijkomt door bedrijfsmatige activiteiten, of in een omvang alsof het bedrijfsmatig was. ▪ De gemeente zorgt in bijna alle gevallen voor het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afvalwater, vanaf de perceelgrens. Zie hiervoor “Afvalwater” bij de informatie voor bewoners. ▪ Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor verwerking van het bedrijfsafvalwater en voor alle riolering en (afval)watervoorzieningen op eigen terrein. ▪ Voor de belangrijkste milieubelastende activiteiten zoals de lozingen van grote bedrijven is het landelijke besluit ‘Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)’ van toepassing. ▪ Voor de meeste bedrijven gelden de lokale regels uit het gemeentelijke omgevingsplan (voor lozingen in de riolering en de bodem) en uit de waterschapsverordening (voor lozingen in het oppervlaktewater). Het waterschap zorgt voor zuivering van het bedrijfsafvalwater dat via de riolering wordt aangevoerd naar de rwzi, waarvoor een zuiveringsheffing wordt opgelegd aan de bedrijven.
De heffing is afhankelijk van de hoeveelheid en samenstelling van het geloosde bedrijfsafvalwater. Mogelijk is een vergunning nodig voor het lozen of aansluiten van bedrijfsafvalwater. Dit is afhankelijk van het type bedrijf en samenstelling van het bedrijfsafvalwater. ▪ Als geen vergunning nodig is, dan moet worden voldaan aan de algemene regels in het Bal en/of lokale regelgeving. Soms moet er een melding worden gedaan. Het bevoegd gezag kan dan vervolgens een “maatwerkvoorschrift” stellen waarin extra voorschriften worden gesteld. ▪ Als wel een vergunning nodig is, dan kan deze worden aangevraagd bij de gemeente (bij lozing op riolering of bodem) of in enkele gevallen de provincie en bij het waterschap (bij lozing op oppervlaktewater). In geval van lozingen op rijkswateren is dat Rijkswaterstaat. ▪ Sommige algemene regels gelden voor zowel de vergunningplichtige of de niet-vergunningplichtige gevallen. Een voorbeeld is de specifieke zorgplicht.
A5.2
Hemelwater
Of de gemeente voor afvoer van het hemelwater zorgt is afhankelijk van het gebied, het bouwjaar de verhardingen en bouwwerken, de grootte van het bedrijfsperceel en of de plaatselijke riolering berekend is op de afvoer van het regenwater. In sommige gevallen is de hemelwaterzorg door de gemeente voor bedrijven gelijk aan die voor woningen. Zie hiervoor “Regenwater (hemelwater)” bij de informatie voor bewoners. Samengevat komt dit erop neer dat bedrijven in het buitengebied zelf voor het hemelwater moeten zorgen en bij nieuw-/herbouw moeten zorgen voor waterberging op eigen terrein. Voor de meeste bedrijven gelden de regels in het omgevingsplan. Conform artikel 22.144 wordt afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. 3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
59
Projectgerelateerd
A5.3
Grondwater
De gemeente neemt maatregelen tegen grondwateroverlast, als ▪ er structurele overlast is door de grondwaterstand, ▪ en die met maatregelen in openbaar gebied verholpen of verminderd worden ▪ en deze maatregelen doelmatig zijn. Wat hier precies onder wordt verstaan is terug te vinden onder “Grondwater” bij de informatie voor bewoners.
A5.4
Afkoppelen
Het is nadelig om het schone regenwater van daken en verhardingen aan te sluiten op gemengde riolering. Gemeenten en waterschap streven ernaar om deze oppervlakken van de riolering af te koppelen. Dit is duurzaam en kan het risico op wateroverlast verminderen. Bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren door bestaande oppervlakken af te koppelen. De gemeente wil u hier graag bij helpen.
A5.5
Meer informatie
U kunt met alle vragen over water bij de gemeente terecht. De gemeente zal altijd uw vraag in ontvangst nemen. Afhankelijk van het onderwerp beantwoordt de gemeente uw vraag, of stuurt zij deze door naar het waterschap of de provincie.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
60
Projectgerelateerd
A6
Informatie voor ontwikkelaars
Nieuw stedelijk gebied moet klimaat-bestendig en waterneutraal ontworpen worden. Deze bijlage geeft enkele startpunten voor ontwikkelaars. ▪ Snel contact; ▪ Waterberging; ▪ Weinig verharding, veel groen; ▪ Nieuwe sanitatie; ▪ Ontwateringsdiepte; ▪ Wateroverlast.
A6.1
Snel contact
Ruimtelijke ontwikkelingen hebben vrijwel altijd gevolgen voor de waterhuishouding. Het is belangrijk om plannen in een vroeg stadium af te stemmen met de waterbeheerders. Eén van de instrumenten hiervoor is de watertoets (weging van het waterbelang). Het doorlopen van de watertoets leidt onder andere tot een waterparagraaf in de toelichting van het omgevingsplan. Hier wordt toegelicht hoe aan eisen i.r.t. het aspect water wordt voldaan.
A6.2
Waterberging
Nieuw stedelijk gebied moet waterneutraal worden ontworpen. Dat betekent dat er niet meer water wordt afgevoerd dan in de natuurlijke situatie (voor de ontwikkeling). De richtlijn voor de maximum afvoer is 1,6 liter/seconde per hectare. Om dit te bereiken is waterberging nodig binnen het plangebied. Het teveel aan regenwater moet in de berging worden opgevangen. Van daar kan het in de bodem infiltreren of langzaam (vertraagd) worden afgevoerd. De benodigde omvang van de berging wordt vooral bepaald door de grootte van het verharde oppervlak (daken en verhardingen) die op de berging afwateren. Daarnaast is de omvang afhankelijk van het soort berging, de bodemgesteldheid en lokale omstandigheden. Het gebied moet een regenbui kunnen verwerken die gemiddeld eens per 100 jaar voorkomt (T=100) wat betekent dat er 80 mm waterberging nodig is4. Dit betekent dat u voor elke m2 verhard oppervlak 80 liter water moet bergen. Of andersom, er is 1 m 3 berging nodig voor elke 12,5 m2 verhard oppervlak, ofwel 800 m3 per hectare verhard oppervlak. De waterberging kan veel ruimte in beslag nemen, maar is ook een kans om het gebied aantrekkelijker te maken.
A6.3
Weinig verharding, veel groen
Hoe minder verhard oppervlak, hoe minder waterberging nodig is. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van veel groen, waterdoorlatende verharding en groene daken. Deze technieken hebben ook nevenvoordelen, zoals het verminderen van hittestress en fijnstof. Groene daken verhogen de opbrengst van zonnepanelen en verminderen de behoefte aan koeling van gebouwen in de zomer.
4
Binnen Twents Waternet wordt gewerkt aan een regionale richtlijn voor waterberging welke in principe van toepassing zal zijn.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
61
Projectgerelateerd
A6.4
Nieuwe sanitatie
De ontwikkeling van nieuw stedelijk gebied biedt ook kansen voor het toepassen van moderne technieken op het gebied van afvalwater. Daarbij wordt afvalwater geconcentreerd en (her)gebruikt als bron van grondstoffen. Meer informatie hierover is te vinden op de gezamenlijke website van Stowa en Rioned: Saniwijzer, nieuwe sanitatie in de praktijk.
A6.5
Ontwateringsdiepte
Bij de aanleghoogte van bouwwerken, wegen en groen moet rekening worden gehouden met voldoende ontwateringsdiepte en de kans op hogere grondwaterstanden door klimaatverandering. Daarnaast hanteert de gemeente de volgende minimale ontwateringsdieptes: Functie
Ontwatering
Woningen met kruipruimte en tenminste 1,00 m onder vloerpeil (overschrijding max. 14 dagen/jaar)
mvh -0,80m
Woningen zonder kruipruimte en tenminste 0,50 m onder vloerpeil
mvh -0,30m
Tuinen en groenvoorzieningen (overschrijding max. 14 dagen/jaar)
mvh -0,50m
Wegen
kruinhoogte -0,70 m
Leidingstroken
mvh -0,70 m
Mogelijke maatregelen om de ontwateringsdiepte te verbeteren zijn in volgorde van voorkeur: 1. kruipruimteloos bouwen, 2. ophogen (bouw)grond en/of extra open water, 3. drainage met nieuw te graven open waterlopen.
A6.6
Wateroverlast
Nieuw stedelijk gebied moet klimaatbestendig zijn en dus bestand tegen hevige neerslag. U moet onder andere onderzoeken wat er gebeurt bij een regenbui met een gemiddelde herhalingstijd van 100 jaar. Bij zo’n extreme gebeurtenis zal veel regenwater over het maaiveld afstromen. Het water stroomt naar lagere delen en mag daar geen schade aanrichten. De aanleghoogte van de bebouwing en het hoogteverloop van het maaiveld zijn sleutelfactoren om wateroverlast te voorkomen.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
62
Projectgerelateerd
A7
Beheer en onderhoud
A7.1
Gegevensbeheer
Beheerders moeten al hun (ondergrondse) kabels en leidingen (waaronder ook riolen) digitaal beschikbaar hebben en aanbieden als het Kadaster daarom vraagt. Dit is vastgelegd in de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON). Naast deze verplichting is het bijhouden van gegevens noodzakelijk om goede plannen en keuzes te kunnen maken, werkzaamheden voor te bereiden en hydraulische berekening te maken. De gegevens van de riolering worden bijgehouden in een rioleringsbeheerprogramma. Tegenwoordig gebeurt dit volgens vastgelegde standaarden (GWSW). Meetgegevens Naast gegevens van de infrastructuur worden ook gegevens van het hydraulisch gedrag verzameld door meetapparatuur. Recent is een meetplan opgesteld waarin gekeken is naar de meetlocaties, de meetapparatuur en telemetrie en het valideren en analyseren van de meetgegevens. Geconcludeerd is enkele extra meetpunten toe te voegen voor gerichte monitoring ten behoeve van te maken keuzes in stelsel optimalisatie.
A7.2
Reiniging
De riolen en de meet-/regelobjecten moeten periodiek gereinigd worden. De reiniging van de objecten gebeurt grotendeels in eigen beheer. De reiniging van de riolen wordt uitbesteed. De riolen van de gehele gemeente worden ingedeeld in onderhoudsblokken. Elk jaar worden één of meerdere onderhoudsblok(ken) gereinigd. Dat is ongeveer 35 km per jaar. ▪ vuilwaterriolen 139.910 m ▪ regenwaterriolen 20.404 m ▪ infiltratie 20.610 m ▪ drainage 41.417 m ▪ lijngoten 999 m ▪ duikers 16.019 m + totaal 239.359 m
A7.3
Inspectie
Inspecties zijn nodig om gebreken op te sporen en voor afweging en planning van onderhoud, vervanging, relining en reparaties. De meeste meet- en regelobjecten worden jaarlijks geïnspecteerd, gelijktijdig met het reinigen en klein onderhoud (zie tabel 3). De rioolinspecties worden uitbesteed. Voor rioolinspecties met een rijdende camera moeten de riolen eerst gereinigd worden. Daarom worden inspecties en reiniging op elkaar afgestemd. De reiniging en inspectie worden zo veel mogelijk op elkander afgestemd. Op basis van de staat van de riolering en de meest recente inspecties, waarbij de risico's al zijn afgewogen worden de onderhoudsblokken ingepland. Voor de komende planperiode gaan we op basis van risico sturing nieuwe blokken vormen. Dit is een lopend proces waardoor het nu lastig is een exact aantal blokken te bepalen. De riolen worden geselecteerd aan de hand van de volgende criteria: ▪ De toestand (kwaliteit) van het riool bij de vorige inspectie en/of de leeftijd van het riool; ▪ Aantal jaren sinds de vorige inspectie; ▪ Ligging t.o.v. projecten in de openbare ruimte die de komende 5 jaar gaan spelen; ▪ Aansluiting op de andere riolen die worden geïnspecteerd; 3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
63
Projectgerelateerd
▪
Afweging van risico's op basis van het Rasmariant model.
De planning wordt gebaseerd op de inspectiefrequenties in tabel 3. Voor riolen in het grondwaterbeschermingsgebied is de frequentie hoger. Specifieke inspecties Soms moeten (urgent) riolen geïnspecteerd worden, die buiten het gereinigde onderhoudsblok liggen. Bijvoorbeeld vanwege een project, lekkage of inzakking. In die gevallen worden specifieke inspecties gedaan, waarvoor het riool eerst gereinigd moet worden. Monitoringsplan Naast de reguliere en specifieke inspecties zijn er ook jaarlijks een aantal strengen waarbij we niet gelijk kunnen ingrijpen, of die voor de reguliere reinig en inspectie niet toegankelijk zijn (geen ruimte voor inspectiewagen). Deze strengen moeten we opnemen in een monitoringsplanning. Met dit monitoringsplan kunnen we door middel van put-buis camera inspecties toezien op de staat van het riool zonder dat hier een volledige rijdende inspectie nodig is.
A7.4
Onderhoud
Frequent periodiek preventief onderhoud is noodzakelijk aan hemelwatervoorzieningen en de mechanische objecten. Overig correctief onderhoud gebeurt naar aanleiding van meldingen of storingen. Klein onderhoud aan de riolen zelf is slechts beperkt nodig. In geval van een slecht riool zijn al snel grotere reparaties nodig, relining of zelfs vervanging. Uit inspecties blijkt dat er momenteel veel riolen en inspectieputten zijn waar reparatie urgent is of binnenkort urgent wordt. Om deze zwakke plekken te verhelpen wordt voor de komende planperiode een reparatiebestek opgesteld. Op basis daarvan wordt jaarlijks de meeste urgente reparatie aan het riool uitgevoerd. Overig (groot) onderhoud aan de riolen valt onder de renovatie en vervanging.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
64
Projectgerelateerd
A8
Renovatie en vervanging
Het in stand houden van de riolering is een groot onderdeel van de gemeentelijke watertaken en het grootste deel van de rioolheffing wordt hieraan besteed. Doelmatigheid heeft prioriteit.
A8.1
Rioolvernieuwing
Het is niet kostenefficiënt om gebrekkige riolen altijd te vervangen. Soms volstaan reparaties en soms is renovatie (relining) doelmatiger. Daarnaast wordt de planning van vervangingen afgestemd op andere projecten en maatregelen, zodat de werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. Dit bespaart geld en vermindert de overlast voor bewoners. Het geheel van rioolreparaties, renovaties en vervanging wordt aangeduid met de term rioolvernieuwing. Risico gestuurd beheer Gedurende de levensduur gaat de toestand van een riool achteruit. Hoe snel dit gaat is afhankelijk van allerlei factoren, zoals het materiaal, soort ondergrond, verkeersbelasting en samenstelling van het water. De toestand van de riolen wordt achterhaald met rioolinspecties. Naarmate de toestand achteruit gaat, ontstaan er meer risico’s op het falen of bezwijken van het riool. De ‘kunst’ van doelmatige rioolvernieuwing is het op tijd ingrijpen, vlak voordat de risico’s te groot worden. In 2024 is in Losser gestart met risico gestuurd rioolbeheer. Door risico gestuurd beheer kan de leeftijd van minder belangrijke riolen worden verlengd en wordt die van belangrijke riolen in veel gevallen verkort ten opzichte van een beleid waarbij meer op leeftijd wordt vervangen. Het totale risico neemt daarmee af. Immers de kans op falen bij belangrijke riolen (impactvolle riolen) wordt kleiner dan op dit moment gangbaar is.
Voor minder belangrijke riolen geldt het omgekeerde. Door risico gestuurd beheer wordt in veel gevallen een kostenbesparing bereikt zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van belangrijke riolen. De gemiddelde kwaliteit van alle belangrijke riolen wordt zelfs beter dan de huidige kwaliteit. Lange termijn-planning Vanuit het risicogestuurd rioolbeheer is een lange termijn planning gemaakt voor de vernieuwingskosten. Deze kosten worden weergegeven in de onderstaande afbeeldingen. De piek in het eerste jaar zal worden verdeeld over meerdere jaren. Een groot deel van deze vernieuwingen is al opgenomen in de uit te voeren projecten vanuit de MIP.
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
65
Projectgerelateerd
Figuur 9-13: Vernieuwingskosten.
Korte termijn-planning Voor de komende jaren is een concrete project-planning gemaakt. Er wordt gekeken wat optimaal is (reparatie, relining of vervanging) en hoe dit is in te passen in het integrale meerjarig investeringsprogramma (MIP). Veel rioolvervangingen komen zo terecht in integrale projecten, waarbij vervanging, afkoppelen en klimaatbestendige inrichting samen met de openbare ruimte worden aangepakt.
A8.2
Objectrenovatie
Op basis van de kwaliteitsinspectie van de elektrische en mechanische objecten, met name bij de gemalen en pompunits (drukriolering) is er voor de komende planperiode een nieuwe renovatieplanning gemaakt, waarbij per jaar tussen de veertig en vijfenveertig objecten worden gerenoveerd. Daarnaast staan er nog een 7 rioolgemalen voor renovatie gepland. Tabel 9-6: Renovatieplanning.
projectnaam
jaar
bedrag
Objectrenovaties 2025 Objectrenovaties 2026 Objectrenovaties 2027 Objectrenovaties 2028 Objectrenovaties 2029 Rioolgemalen Rioolgemalen Rioolgemalen
2025 2026 2027 2028 2029 2026 2027 2028
295.000 305.000 310.000 320.000 330.000 110.000 110.000 60.000
3 maart 2025
BJ7107-WM-RP-241118-1337
66
Projectgerelateerd
A9
Kostenoverzichten
De beheer- en onderhoudskosten (inclusief personeelslasten) zijn hieronder weergegeven: Tabel 9-7: Beheer- en onderhoudskosten. Exploitatie
2025
2026
Riolering Beleid Watertaken
91.927
91.620
Riolering beheer watertaken
248.562
247.019
Riolering OH Vijvervalriolering
402.430
401.420
Riolering OH Hemelwater
72.659
72.118
Riolering OH Grondwater
11.096
15.102
Riolering OH Drukriolering
223.000
218.451
Riolering OH Gemalen
346.683
320.871
Deel kosten straatreiniging
102.201
101.189
Deel kosten straatreiniging overhead
11.583
11.506
Klimaatmaatregelen nieuwe strategie
-
60.000
Actualisatie budgetten
-
100.600
Overig
-
- brandkranen
35.820
35.612
- watergangen
72.519
38.471
- bijdrage reserve investeringsbijdrage
-
5.932-
Extra budget voor meetdoelen (eenmalig)
-
18.000
Onderzoek Omgevingsdienst Twente (eenmalig)
-
30.000
Inrichten meetopstelling (eenmalig)
-
15.000
BJ7107-WM-RP-241118-1337
67
3 maart 2025