Woonzorgnota gemeente Losser
Tekst van het document
We willen jongeren behouden in en voor onze gemeente. Het realiseren van passende woningen vinden we daarom erg belangrijk. Aansluitend bij hetgeen in de Twentse Woonagenda is verwoord, staan wij open voor initiatieven voor vernieuwende woonvormen, mits die passen in de woonmilieucontext van onze kernen. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan geclusterd wonen voor ouderen, eventueel ook samen met jongeren. In aanvulling daarop willen we kijken naar mogelijkheden om een betere doorstroming te bevorderen. We denken daarbij aan het (ook voor de langere termijn) aanbieden van kwalitatief en kwantitatief goed aanbod van woningen voor starters en senioren.
o
Wij vinden dat senioren en andere doelgroepen met een specifieke zorgbehoefte zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen wonen. Als gemeente willen we dat faciliteren met bijvoorbeeld de bouw van doelgroep-onafhankelijke woningen en het stimuleren van het toepassen van domotica.
o
Het beleid dat voortkomt uit de omgevingsvisie moet er toe leiden dat sociale samenhang, veiligheid en leefbaarheid in alle dorpen, buurten en straten vanzelfsprekend is evenals dat ieder kind dezelfde kansen heeft ongeacht waar het woont.
o
Eigen verantwoordelijkheid vinden we erg belangrijk. We kunnen en willen onze inwoners niet verplichten tot een gezondere levensstijl. Aanpassingen in de fysieke leefomgeving kunnen onze inwoners echter uitnodigen en stimuleren tot bewegen en ontmoeten. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte kijken we welke uitnodigende maatregelen we kunnen nemen.
o
De aspecten van mobiliteit werken we na vaststelling van de Omgevingsvisie verder uit in gericht mobiliteitsbeleid.
24
6. Waar staan we? Uit de kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de cijfers in dit hoofdstuk moet duidelijk worden, welke knelpunten en mismatches er zijn tussen vraag en aanbod, dan wel welke in de nabije toekomst zullen ontstaan. Ook moeten de concrete aantallen van benodigde woonvarianten voor de verschillende aandachtsgroepen helder worden.
6.1 Algemene gegevens gemeente Losser 2023: Inwoners: Inwoners 18+ Inwoners 15 – 25 jaar Inwoners 25-45 jaar Inwoners 45-65 jaar Inwoners 65+ Huishoudens Sociale woningvoorraad Sociale woningvoorraad ná woondeal: Mutaties sociale huur:
23.084 18.875 1.490 2.990 3.665 3.550 9.608 1.902 1995 106
6.2 Prognose Om een beeld te krijgen van de manier waarop de verwachte groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens over Nederland is verdeeld, publiceren het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) elke drie jaar de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose. De prognose beschrijft de verwachte bevolkingsontwikkeling per gemeente, COROP-gebied en provincie naar leeftijd en geslacht en laat de veranderingen in het aantal huishoudens naar type zien. Vooral de eerstkomende jaren voorziet de Kernprognose 2021–2070 een relatief sterke bevolkingsgroei, waarna het groeitempo geleidelijk afneemt (Stoeldraijer, Van Duin, De Regt, Van der Reijden en Te Riele, 2021). Dit heeft vooral te maken met het oplopen van de sterfte door de vergrijzing. Het grootste deel van de groei zal afkomstig zijn van internationale migratie. Tot 2040 groeit de bevolking ook door natuurlijke aanwas, daarna volgt een periode waarin het aantal overledenen het aantal geboorten overtreft. Krimp komt voor in diverse gemeenten in de noordelijke provincies. Elders, langs de oostgrens, in Twente, de Achterhoek en Limburg, zijn er ook gemeenten die naar verwachting in bevolkingsomvang afnemen. Voor alle gemeenten met een krimp van 2,5 procent of meer gaat het om een gezamenlijk verlies van 95 duizend inwoners tussen 2021 en 2035.
De verwachte krimp komt onder andere doordat er in deze vrij sterk vergrijsde regio’s meer mensen overlijden dan er kinderen worden geboren. De regionale prognose geeft de meest waarschijnlijke ontwikkeling van bevolking en huishoudens op basis van de huidige kennis en inzichten. Elke prognose is echter met onzekerheden omgeven. Die onzekerheid neemt toe naarmate de prognoseperiode verder in de toekomst ligt. De onzekerheid is bovendien doorgaans groter in kleinere regio’s en gemeenten doordat bij kleinere aantallen toevalfluctuaties een grotere rol spelen dan bij grotere aantallen. Voor vrijwel alle gebieden waar het aantal huishoudens tot 2035 volgens de prognose het sterkst groeit, geldt dat een toename ook waarschijnlijk is als het aantal huishoudens veel minder sterk toeneemt. Voor het noorden en langs de oost- en zuidgrens van het land, is de toename van het aantal huishoudens minder zeker. Op basis van de ondergrens zou het aantal huishoudens daar ook kunnen krimpen. Hier staat tegenover dat als het aantal huishoudens sterk groeit, in vrijwel alle gebieden het aantal huishoudens tot 2035 zal toenemen.
25
Voor de gemeente Losser is de prognose dat er tussen 2021 en 2035 sprake zal zijn van bevolkingsgroei met 4,35%
6.3 Ontwikkeling aantal huishoudens Het aantal huishoudens neemt naar verhouding sneller toe dan het aantal inwoners, doordat de gemiddelde huishoudensgrootte daalt. In 1995 bestond een huishouden nog uit gemiddeld 2,35 personen, in 2021 is dat 2,14 personen. De prognose veronderstelt een verdere daling naar 2,09 personen in 2035 en tot 2,08 personen in 2050. In de periode tussen 2021 en 2035 voorziet de prognose in bijna alle veertig COROP-gebieden een groei van het aantal huishoudens. In bijna de helft van deze gebieden is de huishoudensgroei 10 procent of meer. Na 2035 groeit het aantal huishoudens in alle regio’s minder snel. Niet alleen het tempo van de bevolkingsgroei ligt dan lager, maar ook de gemiddelde huishoudensgrootte neemt nauwelijks nog af. Prognose vergrijzing Een van de belangrijkste trends in de demografie van Nederland is de voortgaande vergrijzing. In 1950 was minder dan 8 procent van de bevolking 65 jaar of ouder, sindsdien is dat aandeel voortdurend toegenomen. Vanaf 2011 is de vergrijzing versneld doordat de eerste babyboomers, de relatief grote geboortecohorten van na 1945, vanaf dat moment de leeftijd van 65 jaar bereikten. In 2021 is het percentage 65-plussers al opgelopen naar 19,8. Vergrijzing in Nederland: Percentage senioren 65+
2021 19,8%
2035 24,4
2040 25,1
2050 24,7
Vergrijzing in Losser Aantal 65+ Percentage 85+ huishoudens
2023 3.650 4%
2040 4.260 8% (stijging 410 huishoudens)
26
6.4 Het woonaanbod voor senioren Bestaand woonaanbod voor senioren in de gemeente Losser Bestaand aanbod zorggeschikte woningen (huidige verpleeghuisplekken in Losser) Aanbod geclusterd wonen (excl zorggeschikt) Nultredenwoningen Potentieel geschikte woningen8 (66% van het huidige woonaanbod) Totaal
Aantal woningen 181 340 490 4.809 5.820
De vraag naar woningen onder senioren in de gemeente Losser Vraag naar regulieren woningen Vraag naar nultredenwoningen in de reguliere woningvoorraad Vraag naar zorggeschikte woningen Vraag naar geclusterde woningen Vraag naar geclusterde woningen in het koopsegment
2023 3.110 490
2040 3.210 660
190 350 57%
260 800 60%
De vraag naar geclusterde woningen in het koopsegment stijgt van 57% naar 60% van de woningen. Dit komt door het groter besteedbaar inkomen van de ‘babyboom-generatie’. De stijgende vraag naar geclusterde woningen wordt ook anders ingevuld. Er is een groeiende vraag naar hofjeswoningen, terwijl de vraag naar seniorencomplexen daalt. Hoeveel woningen voor senioren missen we in de gemeente Losser? Tekort bij het aanbod zorggeschikte woningen Tekort aanbod geclusterd wonen Tekort aan nultredenwoningen in de reguliere woningvoorraad
2023 10
2040 80
10 10
460 180
Wonen en zorg voor senioren in de kernen van de gemeente Losser
Uitgangspunt: In alle vijf de kernen binnen de gemeente Losser zal gebouwd dan wel verbouwd moeten worden om senioren langer zelfstandig te kunnen laten wonen. Voor zorggeschikte woningen komen primair de kernen Losser, Overdinkel en De Lutte in aanmerking. Daarbij is in De Lutte het beperkte voorzieningenaanbod en het ontbreken van zorggeschikte woningen wel een aandachtspunt dat om een oplossing vraagt.
8
Reguliere woningen die nu (vermoedelijk) nog niet zonder traplopen toe- en doorgankelijk zijn, maar waarbij deze situatie wel te creëren is. Dit bijvoorbeeld door de woning anders in te delen, de badkamer aan te passen of een traplift te plaatsen.
27
Groei aantal 65+ -huishoudens tussen 2023 en 2040 Vraag naar geclusterd wonen Vraag naar zorggeschikte woningen Aantal woningen woonzorgcentrum
Kern Losser 360
Kern Overdinkel 112
Kern De Lutte 103
2023: 210 2040: 490 2023: 120 2040: 150 163 9
2023: 60 2040: 130 2023: 30 2040: 40 18
2023: 60 2040: 140 2023: 30 2040: 40 Geen
Beuningen en Glane De kernen Beuningen en Glane zijn te klein om goede schattingen te maken. De vraag naar zorggeschikte woningen zal onder de 10 woningen uitkomen.
Welke kernen van de gemeente Losser zijn geschikte locaties voor senioren Uit het onderzoek onder Losserse Senioren ‘Senioren op Eigen Kracht 2022 blijkt dat bijna de helft van de bezochte senioren (49%) bekend is met het Toegangsteam werk, inkomen, jeugd en zorg (Wijz) van de gemeente Losser. Van de senioren die bekend zijn met het Toegangsteam Wijz, maakt 54% er weleens gebruik van. 47% van de senioren weet waarvoor hij/zij terecht kan bij Fundament. Ook hebben veel senioren (80%) gedacht aan afspraken en regelingen rondom overlijden. Voorzieningen als supermarkten, huisartsen en apotheken zijn noodzakelijk voor een levensloopgeschikte omgeving. Op het moment hebben de kernen Losser, Overdinkel en De Lutte deze voorzieningen. In alle vijf de kernen binnen de gemeente Losser zal gebouwd dan wel verbouwd moeten worden om senioren langer zelfstandig te kunnen laten wonen. Voor zorggeschikte woningen komen primair de kernen Losser, Overdinkel en De Lutte in aanmerking. Daarbij is in De Lutte het beperkte voorzieningenaanbod en het ontbreken van zorggeschikte woningen wel een aandachtspunt dat om een oplossing vraagt. De vraag naar zorggeschikte woningen -dat zijn nieuwe toekomstige woonvormen die het verpleegtehuis (deels) vervangen- zal in Beuningen en Glane onder de 10 woningen uitkomen.
Daarom zijn Beuningen en Glane minder geschikte locaties voor zorggeschikte woningen; de aantallen maken het onrendabel voor zorgorganisaties om dit te kunnen realiseren.
6.5 Aandachtsgroepen In de gemeente Losser vallen 1.318 personen in de categorie aandachtsgroepen, waarvan 57 personen tot de urgente aandachtsgroepen vallen. Onder urgente aandachtsgroepen vallen medisch urgenten, sociaal urgenten, mantelzorgverhuizers, stoppende (gedwongen) sekswerkers, zorgwekkend zorgvermijders, en de uitstroom uit beschermd wonen, detentie, jeugdzorg en maatschappelijke opvang.
9
. De kern Losser draagt echter ook veel van de vraag uit de andere kernen.
28
De grootste groep urgenten zijn de medisch urgenten en de uitstroom uit de jeugdzorg. Medisch urgenten zijn 28% van het totaal aantal urgenten. Uitstroom uit de jeugdzorg is 37%. Medisch urgenten zijn personen die door medische redenen niet meer thuis kunnen wonen, en daardoor mogelijk in aanmerking komen voor urgentie op een sociale huurwoning.
De grafiek hierboven geeft de relatieve hoeveelheid urgenten aan per gemeente in de centrumregio Enschede. De meeste gemeenten zitten tussen de 2 of 3 urgenten per duizend inwoners. Met 57 urgenten ten opzichte van 23.084 inwoners huisvest de gemeente Losser relatief weinig urgenten. Dit is ongeveer 2,47 urgenten per duizend inwoners. De gemeente Enschede huisvest bovengemiddeld veel urgenten. Enschede heeft bijvoorbeeld relatief veel personen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang vergeleken met andere gemeenten. Omdat Enschede veel maatschappelijke opvangvoorzieningen heeft, blijven uitstromers waarschijnlijk in Enschede wonen. Geclusterd wonen VG Het aanbod geclusterde woningen voor Verstandelijk Gehandicapten (VG) in Losser bedraagt 434. (Dit zijn woningen op Losser Hof) Volgens de trend ‘lokaal wonen’ blijven mensen met een verstandelijke handicap dichter bij de woonplaats van hun ouders of verzorgers wonen. Hierdoor stijgt de vraag naar VG-geclusterde woningen in andere gemeenten.
29
In het trendscenario daalt de vraag in de gemeente Losser dus, wegens een spreiding van de vraag over de regio. Dit betekent dat in 2040 ruim voldoende aanbod is in de gemeente Losser.
6.6 Doorstroming Uit het onderzoek van Fundament onder Losserse Senioren ‘Senioren op Eigen Kracht 2022’ blijkt dat het wonen in de buurt bij 94% van de bezochte senioren in Losser bevalt. Het wonen bevalt met name vanwege de kwaliteit van de woningen, de contacten met buurtbewoners en het gevoel van veiligheid. De meerderheid van de senioren (71%) vindt zijn/haar woning geschikt om ouder in te worden. Van de senioren die aangaven dat hun woning niet geschikt is om ouder in te worden, denken de meesten (71%) dat zij met aanpassingen in de woning er wel kunnen blijven wonen. Daarnaast hebben de meeste senioren die hun woning niet geschikt vinden om ouder in te worden, weleens nagedacht of georiënteerd over de mogelijkheid tot verhuizen (67%).
Figuur 1 Schematische weergave van het percentage senioren dat hun woning geschikt vindt om ouder in te worden, met aanpassingen denkt er te kunnen blijven wonen en weleens heeft nagedacht over verhuizen
Al met al betekent dit dat grofweg 20 % van alle in het kader van het onderzoek bezochte senioren weleens heeft nagedacht over verhuizen.
6.7 Dementie
Uitgangspunten: Nieuwe toekomstbestendige woonvormen (zoals zorggeschikte woningen) moeten, zeker ook voor mensen met dementie, het verpleeghuis (deels) vervangen. Prognose aantal mensen met dementie: Losser Provincie Overijssel Nederland
2023 450 (1,9 %) 20.000 (1,7%)
2030 590 (2,5%) [+31%] 26.000 (2,1%) [+30%]
300.000 (1.7%)
390.000 (2,1%) [+30%]
2040 750 (3,2%) [+67%] 34.000 (2,8%) [+70%]
2050 820 (3,6%) [+87%] 41.000 (3,4%) [+105%] 620.000 (3,1%) [+107%]
520.000 (2,7%) [+73%] Getal zonder haakjes: aantal mensen met dementie Getal in ronde haakjes (): percentage met dementie ten opzichte van de totale bevolking Getal in blokhaakjes []: stijging van aantal mensen met dementie ten opzichte van 2023 Cijfers van Alzheimer Nederland d.d. 6 november 2023
In Nederland hebben 300.000 mensen dementie.
30
- Hiervan zijn er naar schatting 15.000 jonger dan 65 jaar. (5%) - Hiervan wonen er ruim 80.000 in verpleeg- of verzorgingshuizen. - Hiervan hebben er ruim 100.000 nog geen diagnose. Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie. Erkenning duurt echter lang. 66% van de mantelzorgers geeft aan dat het langer dan 1 jaar duurde voordat de diagnose werd gesteld. Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar ruim 620.000 Passend woningaanbod voor mensen met dementie10 Ruim driekwart van de mantelzorgers met een thuiswonende naaste (77%) en 80% van de zorgprofessionals vindt het huidige woningaanbod voor mensen met dementie niet passend. Maar liefst 87% van de zorgprofessionals herkent de situatie dat mensen met dementie nog “te goed” zijn voor een opname in het verpleeghuis, maar wel extra ondersteuning nodig hebben. 57% van de mantelzorgers met een thuiswonende naaste vindt dat de woning van hun naaste toekomstbestendig is. Uit de reacties blijkt dat de meesten hiervoor veel aanpassingen aan de woning hebben moeten doen. 43% van de mantelzorgers vindt de woning van hun naaste niet toekomstbestendig. Hiervan zegt de helft (52%) dat verhuizen naar een andere woning geen optie is.
Uit de reacties blijkt dat men vindt dat er simpelweg te weinig mogelijkheden zijn, en dat men verwacht de naaste met dementie daarna dan nóg een keer te moeten verhuizen, namelijk naar het verpleeghuis. De stap van thuis naar het verpleeghuis is te groot. Daar zijn mensen met dementie, mantelzorgers en zorgprofessionals het unaniem over eens. Passend woningaanbod ontbreekt voor mensen met dementie en hun naasten. Uit onderzoek van Alzheimer Nederland blijkt dat de stap tussen thuis en het verpleeghuis nu te groot is. Door dementievriendelijk te wonen, wordt de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten verhoogd en vergroot het aantal zorgarme jaren. Ook is er minder zorgpersoneel nodig en zijn de kosten per levensjaar lager. Dit draagt bij aan het verlagen van de druk op het zorgpersoneel. Door ondersteuning en zorg in de buurt, wordt crisis voorkomen en kunnen we verhuizing naar het verpleeghuis uitstellen of voorkomen. In een dementievriendelijke woning staan eigen regie en gezamenlijkheid en de veiligheid en ondersteuning centraal. Je kan hier wonen met of zonder verpleeghuisindicatie. Het is belangrijk dat de woning dicht in de buurt is van de plek, waar iemand altijd heeft gewoond of dichtbij dierbaren. Dat bevordert het gevoel van veiligheid, vertrouwdheid en autonomie.
Zo kunnen mensen met dementie in contact blijven met hun eigen sociale netwerk, kunnen mensen langer in hun nieuwe thuis blijven wonen en houden we de zorg beheersbaar. Partners blijven samen en de eigen meubels gaan gewoon mee, net als bij een andere verhuizing. Iedereen heeft een eigen appartement en richt het leven in naar eigen wens. Twee derde van de mantelzorgers en vrijwel alle zorgprofessionals geven aan dat men opziet tegen verpleeghuisopname van de persoon met dementie. Redenen hiervoor zijn weg moeten uit de vertrouwde omgeving, het verliezen van de vrijheid en eigen regie, en de associatie met het overlijden. Door de weerstand tegen het verpleeghuis blijft men thuis wonen terwijl het eigenlijk al (lang) niet meer verantwoord is. Uiteindelijk komt opname in het verpleeghuis volgens 68% van de zorgprofessionals en 24% van de mantelzorgers te laat. Met uitgeputte mantelzorgers en crisisopnames tot gevolg, zo zeggen zorgprofessionals: verhuizing wanneer het te laat is om zelf te kiezen. De nieuwe woonvormen moeten het verpleeghuis dus (deels) vervangen. Niet meer verpleeghuisplaatsen, maar meer alternatieven zijn nodig. Die toekomstbestendig zijn, zodat men niet in korte tijd nóg een keer hoeft te verhuizen – een belangrijke wens van mensen met dementie. Verhuizingen zijn voor hen erg intensief en verwarrend.
10 De cijfers in deze paragraaf zijn afkomstig uit onderzoek van Alzheimer Nederland.
31
6.8 Mantelzorg In de komende jaren zal de balans tussen mensen die in staat zijn mantelzorg te bieden en degenen die afhankelijk zijn van mantelzorg steeds meer uit verhouding raken.
Twente West-Overijssel Overijssel Totaal
2023 8,7 9,4 9
2030 6,1 6,8 6,4
2040 3,6 4 3,8
Verhouding aantal 50-75 jarigen t.o.v. 85-plussers
Zowel in de regio Twente als in West-Overijssel zal het aantal mensen van 85 jaar en ouder ten opzicht van de leeftijdsgroep van 50-75 jaar (het mantelzorgpotentieel) verdubbelen. Binnen Twente is de verhouding nog iets ongunstiger dan in geheel Overijssel. Er is geconstateerd dat detailcijfers onvoldoende betrouwbaar zijn. De prognoses per gemeente zijn daardoor niet beschikbaar. Uit het onderzoek onder Losserse Senioren ‘Senioren op Eigen Kracht 2022 komt naar voren dat 22% van de bezochte senioren in Losser mantelzorg geeft. Hiervan voelt 30% zich (zwaar) belast door het geven van mantelzorg. Verder krijgt 16% van de senioren zelf mantelzorg. Onder 85-plussers is de zorgbehoefte relatief groot. Het aandeel dat door overlijden van de partner alleen komt te staan is eveneens groot (De Klerk et al., 2019). Mantelzorg komt vaak op de schouders van mensen van 50 tot 75 jaar terecht, meestal de kinderen van deze senioren. Met de groter wordende groep 85-plussers is het een steeds belangrijker maatschappelijk vraagstuk of er in de toekomst voldoende potentieel is om deze informele zorg te geven. Als indicator daarvoor kan worden gekeken naar de Oldest Old Support Ratio (Robine, Michel en Herrmann, 2007). Deze ratio geeft de verhouding weer van het aantal mensen van 50 tot 75 jaar ten opzichte van het aantal mensen van 85 jaar of ouder.
In 1975 bedroeg dit cijfer voor Nederland nog 30. Dat betekent dat er 30 potentiële zorgverleners (50 tot 75 jaar) waren per 85-plusser. Hierna zette een sterke daling in tot ruim 14 potentiële zorgverleners in 2021. De prognose voorziet een verdere daling naar bijna 8 inwoners in 2035 en naar 5 inwoners van 50 tot 75 jaar per 85-plusser in 2050. Dit betekent dat in 2035 slechts ongeveer de helft van het aantal potentiële (informele) zorgverleners voor elke 85-plusser beschikbaar is ten opzichte van de huidige situatie, en in 2050 ongeveer één derde.
6.9 Arbeidsmarkt en zorgpersoneel
Uitgangspunten: We zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving, zodat er voldoende zorgpersoneel van buiten wordt aangetrokken. De druk op het zorgpersoneel is in heel Nederland nu al hoog en zal in de toekomst alleen maar verder toenemen. Overijssel kent op dit moment een grijze druk van 32% 11. Nederland
2023 34,4
2030 39,4
2040 45,1
11
grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 2065 jaar
32
Twente 33% 40% West-Overijssel 30% 37% Overijssel Totaal 32% 38% Losser 45,7% Grijze druk 2023 – 2040
48% 43% 46%
Er is geconstateerd dat detailcijfers onvoldoende betrouwbaar zijn. De prognoses per gemeente zijn daardoor niet beschikbaar. Naar verwachting krimpt de potentiële beroepsbevolking in een aantal gebieden langs de oostgrens van het land, vooral in het noorden en zuiden. In deze regio’s is er vaak nog geen sprake van een daling van het aantal inwoners. Het dalende aantal inwoners in de werkzame leeftijden kan hier echter toch een probleem betekenen. Deze regio’s zijn doorgaans sterker vergrijsd, er wonen naar verhouding veel inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Jonge mensen trekken er doorgaans weg voor studie of werk, en er komen minder mensen bij door bijvoorbeeld buitenlandse migratie. In de periode 2035–2050 neemt de potentiële beroepsbevolking in Nederland naar verwachting met een vergelijkbaar aantal toe als in de periode 2021–2035, ruim 400 duizend mensen. De groei is dan ook gelijkmatiger over het land verdeeld. In diverse gebieden aan de rand van Nederland is niet langer sprake van duidelijke krimp, maar is de omvang van de beroepsbevolking min of meer stabiel.
Domotica, de inzet van slimme zorgtechnologie zoals slimme bedden, alarmsystemen en camerabewaking in seniorenwoningen, is noodzakelijk om het toekomstige tekort aan zorgpersoneel in de ouderenzorg op te vangen. We geven al in de ontwerpfase van nieuwe woningen mee dat bij het ontwerp rekening gehouden wordt met de levensbestendigheid van woningen, inclusief de mogelijkheid om domotica in de woningen toe te passen. Binnen nu en twintig jaar zal de vraag naar ouderenzorg verdubbelen. Dat betekent concreet dat waar op dit moment voor elke zorgvrager nu nog acht zorgverleners beschikbaar zijn, dat over tien jaar er zes zijn en over twintig jaar nog maar één op de vier. Dat maakt de inzet van techniek in de thuissituatie onvermijdelijk. Domotica zijn allerlei technische hulpmiddelen die taken in en om het huis automatiseren. En zo iemands zorg makkelijker maken en de veiligheid vergroten. Met domotica in de zorg kunnen zorgmedewerkers leuker en efficiënter werken en cliënten zelfstandiger leven.
6.10 Sociale contacten en eenzaamheid. Uit de gesprekken tijdens het onderzoek onder Losserse Senioren ‘Senioren op Eigen Kracht 2022’ komt naar voren dat de meerderheid van de senioren (93%) tevreden is over hun sociale contacten. Wel voelt 20% zich weleens eenzaam. Eenzaamheid kan komen doordat iemand een hechte emotionele band met anderen mist. Of doordat iemand minder contact met andere mensen heeft dan gewenst (van Tilburg & de Jong Gierveld, 2007). Wat eenzaamheid is, hoe het voelt en wat het met je doet is voor iedereen anders. Mensen kunnen zich eenzaam voelen met veel mensen om zich heen. Of zich helemaal niet eenzaam voelen met een klein sociaal netwerk. Aan de bezochte senioren is gevraagd hoe eenzaamheid voorkomen of verkleind kan worden. De algemene boodschap is dat je als senior zelf initiatief moet tonen. Bijvoorbeeld door contact met familie, vrienden en buren zelf te blijven onderhouden en erop uit te gaan.
6.11 Zelfredzaamheid Uit het onderzoek onder Losserse Senioren ‘Senioren op Eigen Kracht 2022’ blijkt dat 32% van de bezochte senioren in Losser aangeeft weleens een vervoersprobleem te hebben waardoor zij ergens niet naartoe gaan. Dit komt met name omdat men niet meer durft auto te rijden.
33
45% van de bezochte senioren heeft weleens moeite met bewegen, lopen of balans houden. 23% van deze senioren geeft aan informatie over valpreventie te willen ontvangen. Meer dan een kwart van de senioren (27%) is de laatste drie maanden weleens gevallen. De belangrijkste oorzaken hiervoor is struikelen. Valongevallen hebben bij senioren vaak ernstige gevolgen. Zo heeft een valongeval vaak een negatieve invloed op hoe goed senioren zichzelf kunnen redden. En op hun mobiliteit. Ook worden veel senioren angstig en ondernemen minder activiteiten (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, sd). De meeste bezochte senioren (91%) gebruiken medicijnen. Van de senioren die medicijnen gebruiken, kunnen de meesten (97%) zichzelf redden met hun medicijnen. Bijna de helft van de senioren (48%) kan hun digitale zaken zelf regelen, 14% heeft hulp nodig van anderen en 38% redt zich niet.
34
7. Kansen en risico’s In de bijeenkomsten die zijn georganiseerd om input te leveren voor deze woonzorgvisie zijn zowel risico’s als kansen benoemd. De kansen kunnen helpen om de risico’s in te dammen. Deze punten zijn met name van belang om mee te nemen bij het uitwerken van het uitvoeringsplan.
Uitgangspunt: We zijn ons bewust van de risico’s en scheppen de randvoorwaarden waardoor er draagvlak ontstaat waardoor onze inwoners nog meer in staat worden gesteld om naar elkaar om te zien. We zetten ons in om onze dorpen en wijken bewust en sterk te maken.
7.1 Kansen •
• • • • • • • • • • • •
De ontwikkeling van bevolkingsopbouw vraagt van ons dat we het anders moeten organiseren o Wonen rondom voorzieningen/kern als je kwetsbaar bent (vooral bij geclusterde en zorggeschikte woningen) o Per dorp o Andere woonvormen als ▪ mobiele wooncabines, ook voor mantelzorg ▪ Kangaroewoningen ▪ Mantelzorgwoningen bij woning o Evenwichtig; weten welke doelgroep waar woont Werk er aan dat ‘Omzien naar elkaar’ de norm wordt in de wijk Opbouwwerk inzetten om wijken bewust en sterk te maken Wijken/wijkbewoners bewust maken dat ze een community zijn Openheid en communicatie over plaatsing aandachtsgroepen in de wijk Inzet begeleiding door Tactus / Mediant om goed te landen in de wijk Onderling elkaar steuntje in de rug geven Jong en oud mixen verschillende woonvormen senioren ( nultreden, geclusterd en zorggeschikt) Realiseren van en invullen van gebruik van recreatieruimtes en buurtkamers. (thuisplusflat, doorstroming, community’s) Inzetten op doorstromen zodat meer senioren passend wonen Informatiecampagne over toekomstbestendig wonen Aanpakken leefomgevingen t.b.v. bewegen en ontmoeten
7.2 risico’s • • • • • • • • • • •
Bestaande bouw, waardoor toch clustering ontstaat en wijken niet inclusief zijn Individualisering Ontbreken van draagvlak Overbelasting van mensen als draagkracht/draaglast van een wijk niet in balans is Toename van het gevoel van onveiligheid Steeds meer mensen gaan hier wonen zonder dat ze hier een netwerk hebben Zichtbaar label Budget Inclusie ( acceptatie statushouders maar ook aandachtgroepen met (risico op)opvallend bewonersgedrag worden moeilijk geaccepteerd in de dorpen) Capaciteit bij stakeholders en onszelf Beeldvorming bestaat dat plaatsen van mantelzorgwoningen ‘niet mag’
35
36
8. Hoe gaan we dat doen? (elementen van het uitvoeringsplan) Uitgangspunt: Op grond van deze door de raad vast te stellen woonzorgvisie stelt het college jaarlijks een uitvoeringsplan vast, waarin staat omschreven op welke wijze de gemeente Losser de uitgangspunten in deze woonzorgvisie gaat realiseren. Op basis van deze door de raad vast te stellen woonzorgvisie stelt het college jaarlijks een uitvoeringsplan vast, waarin staat beschreven welke concrete stappen de gemeente gaat nemen om deze woonzorgvisie tot uitvoering te brengen in het betreffende jaar, inclusief de te behalen doelen en resultaten. Het eerste uitvoeringsplan wordt in de tweede helft van 2024 door het college vastgesteld. Ook de concrete ideeën die zijn meegegeven voor deze woonzorgvisie en die vragen om een nadere uitwerking, komen terug in het uitvoeringsplan. Op basis van een jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsplan wordt vervolgens telkens het uitvoeringsplan voor het daarop volgende jaar vastgesteld. Jaarlijks vindt een terugkoppeling over de voortgang aan de gemeenteraad plaats. Het eerste uitvoeringsplan bevat in elk geval de volgende elementen: -
-
-
-
-
Nadere uitwerking van de concrete ideeën die zijn meegegeven voor deze woonzorgvisie Maken van afspraken (met zorg- en welzijnspartijen) o Vastleggen afspraken over realisatie woonzorgopgaven in afspraken o Afspraken over onderlinge samenwerking uitwerken met benodigde partners o Duidelijkheid creëren over verdeling rollen, taken en verantwoordelijkheden o Doorzetten en borgen van de werkwijze die ‘anders kijken, anders denken, anders doen’ op gang brengt. o De dorpsraden willen een grotere rol op zich nemen in het overbrengen van het gemeenschaps-denken. Totstandkoming uitvoeringsplan ‘dementievriendelijke gemeente’ Aanpak ontwikkelen voor cultuuromslag ‘anders kijken, anders denken, anders doen’, inclusief bewustwording, waarbij inwoners gestimuleerd worden een plan te maken hoe zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen Regierol tav het uitvoeren van afspraken Verkennen van de mogelijkheden voor een regionale gecoördineerde inspanning om senioren lokaal te laten doorstromen Borging van de samenwerking o Bestendigen samenwerkingsrelaties met partners o Evalueren en lessen trekken voor vervolg Onderzoek monitoren naar de mogelijkheid om de sociale basis te versterken door dorpsondersteuners / wijkcoördinatoren aan te stellen.
Uitwerking mobiliteitsbeleid; Voor senioren en de andere aandachtsgroepen uit deze woonzorgvisie is obstakelvrije bereikbaarheid van de voorzieningen belangrijk, maar ook de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten. Daarbij horen ook ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen is eveneens belangrijk voor senioren en de andere aandachtsgroepen. Onderzoek naar wat nodig is aan voorzieningen in De Lutte en wat te doen om te zorgen dat ook de kern De Lutte een geschikte locaties wordt voor nieuwe woningen voor senioren. Evaluatie en bewaken van de voortgang Financiële consequenties, inclusief wat dit betekent voor de ambtelijke formatie binnen de gemeente Losser Mogelijkheden onderzoeken voor (sub)regionale samenwerking
37
Bijlagen Bijlage 1. Begrippenkader en definities WVRV
volkshuisvestingsprogramma
Aandachtsgroepen
Urgente groepen.
Wettelijke urgentiecategorieën
(Wetsvoorstel) Wet Versterking regie volkshuisvesting. In de WVRV krijgen het Rijk, de provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om samen regie te voeren op de volkshuisvesting. Onderdeel van de WVRV, dat Rijk, Provincie en gemeenten verplicht om * een volkshuisvestingsprogramma op te stellen en * het beleid voor woningbouw en locaties te concretiseren. Het programma moet gebaseerd zijn op onderzoek naar de actuele woonbehoefte. Dat wil zeggen: de woon- en woongerelateerde zorg- en ondersteuningsbehoefte per aandachtsgroep. Bepaalde groepen mensen hebben het extra moeilijk bij het vinden van passende en betaalbare woningen. Het gaat om mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden of een specifieke woonbehoefte hebben. Deze totale groep van mensen noemen we ‘aandachtsgroepen’ Een deel van deze groepen heeft, om passend te kunnen wonen, daarbij begeleiding, zorg en ondersteuning nodig. Tot de aandachtsgroepen behoren kwetsbare mensen waarvoor het verkrijgen van huisvesting dringend noodzakelijk is. Het gaat hier om kwetsbare mensen die wegens het gebrek aan huisvesting ook op andere levensgebieden in de knel komen of hierdoor langer dan nodig in een instelling of de opvang verblijven. Deze doelgroepen worden beschouwd als urgente (aandachts)groepen, waarmee zij voorrang krijgen bij de toewijzing van woonruimte.
De urgente aandachtsgroepen worden onderverdeeld in ‘urgente groepen’ en ‘wettelijke urgentiegroepen’. Daarnaast is er sprake van ‘eigen urgentie categorieën’ en ‘statushouders’; Dit zijn de groepen waarvan het Rijk wenst dat zij wettelijke urgentie krijgen. Dit moet worden vastgelegd in de huisvestingsverordening en urgentieregeling. Dit zijn de groepen waarvoor verplichte urgentie gaat gelden, wanneer het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting van kracht wordt. Deze groepen zijn smal gedefinieerd. Het is immers het uitgangspunt dat urgentie alleen geldt voor mensen in de meest kwetsbare positie.
Eigen urgentiecategorieën:
Dit zijn groepen die gemeenten (beperkt) aanvullend op de beoogde wettelijke urgentiecategorieën als urgentiecategorie in hun verordening kunnen opnemen. Veel gemeenten hebben bijvoorbeeld stadsvernieuwingsurgenten of sociaal urgenten opgenomen als urgentiecategorie.
Statushouders:
hoewel de wetgeving niet voorschrijft dat statushouders urgentie behoren te krijgen, zullen zij veelal voorrang op woningen moeten krijgen om aan de wettelijke taakstelling te kunnen voldoen. Die voorrang mag alleen worden verleend als dit wordt vastgelegd in een urgentieverordening.
Nultredenwoningen
Bij nultredenwoningen gaan we uit van woningen waarbij woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers zijn, dus op hetzelfde niveau als de voordeur. Ook van buitenaf is de nultredenwoning zonder traplopen bereikbaar. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen het Bouwbesluit) schrijft al voor dat alle
38
geclusterde woningen
zorggeschikte woningen
betaalbare koopwoning
appartementen gelijkvloers moeten zijn en dat appartementencomplexen vanaf 4 woonlagen en hoger een lift moeten hebben. Deze complexen met lift voldoen daarmee automatisch als nultredenwoningen, evenals alle appartementen die zich bevinden op de begane grond. Voor geclusterd wonen geldt dat er een ontmoetingsruimte aanwezig moet zijn in of nabij het wooncomplex. De precieze vereisten aan de ontmoetingsruimte zullen later nader worden uitgewerkt in de lagere regelgeving van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting. Voor zorggeschikte woningen geldt naast dat deze woningen geclusterd zijn, de woning ook geschikt is voor senioren met de indicatie in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) van volledig pakket thuis (VPT). Bij deze woningen zijn bouwtechnische eisen opgenomen om de toegankelijkheid van de woning te garanderen voor mensen die somatische zorg ontvangen. Op dit moment (2024): koopwoningen met een koopprijs van ten hoogste € 390.000. Deze bovengrens van het begrip betaalbare koopwoonruimte wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijs (conform de begripsbepaling in het voorgestelde wetsvoorstel WVRV)
39
Bijlage 2. Samenvatting van de verkregen input Samenvatting van de verkregen input: o o o o
Er wordt ingeschat dat er veel behoefte is aan geclusterd wonen, waarbij vooral gedacht wordt aan gemengd wonen tussen jong en oud (40% jong – 60% oud); In alle dorpen is behoefte aan nultredenwoningen; Er bestaat veel onduidelijkheid over de regels voor het plaatsen van mantelzorgwoningen. Communicatie over wat daarin allemaal wel, vergunningsvrij, mag is belangrijk; Er zijn veel concrete ideeën naar voren gebracht over onder meer: • wat nodig is aan welzijn, zorg en noaberschap die er voor kunnen zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en eigen regie houden; • Preventieve maatregelen; • Stimuleren van bewustwording; • Bevorderen van het omzien naar elkaar; • Wat er nodig is om aandachtsgroepen goed te laten landen in de wijk; • Om de beweging te stimuleren dat inwoners (nog) meer voor elkaar gaan zorgen ; • Verdeling van verantwoordelijkheden tussen inwoners, welzijns- en zorgpartijen, het verenigingsleven en de gemeente.
Suggesties met oplossingsrichtingen aandachtsgroepen o Werken aan een inclusieve samenleving; o Inzetten op preventie; o Inzet ervaringsdeskundigheid en pay it forwards; o Afstemming tussen organisaties wonen-welzijn-zorg; o Zelfredzaamheid stimuleren; o Gemengd bouwen, waardoor gevarieerde wijken ontstaan; o Iedereen moet hier wat in doen, dus eigenaarschap. o In de wijken: • Bevorder in wijken een goede verhouding tussen draaglast en draagkracht (verdeling aandachtsgroepen over de dorpen en verdeling aandachtsgroepen en regulier woningzoekenden); • Opbouwwerk om wijken bewust en sterk te maken; • Openheid en communicatie over plaatsing aandachtsgroepen in de wijk; • Inzet begeleiding door Tactus / Mediant om goed te landen in de wijk; • Wijken/wijkbewoners bewust maken dat ze een community zijn; • Buurtkamers waar bewoners dat willen; • Inwoners positief stimuleren om goede ‘noabers’ te zijn voor iedereen in de buurt.
Suggesties met oplossingsrichtingen huisvesting senioren o Thuis-plus-flat, waarin één zorgpartij alle zorg verleend; o Inloophuis dementerenden en hun mantelzorgers; o Wijk in de wijk! Bankje onderweg plaatsen om te rusten op weg naar de supermarkt, klein pleintje met bankjes: groen en ontmoeten; o Gebruik huiskamer bij appartementencomplex; o Geclusterd wonen met 1/3 mét zorg en 2/3 zónder zorg blijkt een leefbare situatie; o Werk er aan dat ‘Omzien naar elkaar’ de norm wordt in de wijk; o Onderling elkaar steuntje in de rug geven; o Jong en oud mixen; o verschillende woonvormen senioren ( nultreden, geclusterd en zorggeschikt) realiseren van en invullen van gebruik van recreatieruimtes en buurtkamers. (thuisplusflat, doorstroming, communities).
40
Bijlage 3. Input van woon, welzijns- en zorgorganisaties Uitkomsten bijeenkomst input woon-zorgnota d.d. 7 maart 2023, met partners van het initiatief ‘oriëntatie verbinding zorg en welzijn’; Carrint Reggeland, Fundament, Zorggroep St. Maarten en Domijn. Urgente aandachtsgroepen Wat is er al en wat gaat al wel goed •
Mantelzorg: Mantelzorgondersteuning Fundament Mantelzorgbeleid zorggroep St. Maarten
•
Vrijwilligers Vrijwilligersvacaturebank Fundament Casemanagers / vrijwilligerscoördinator
•
Ontmoeting Actieve ontmoeting Kulturhus; Trefhuus /Lossers Hoes Koffie-inloop Kiekerskamp
•
Wonen Woonproject Thuus Netwerk is goed, stakeholders weten elkaar goed te vinden en kennen elkaar. Bereidheid is groot om elkaar verder te helpen ook al is er niet altijd directe meerwaarde voor alle partijen. Er is inzicht in eigen woningvoorraad, klant en buurt. ZonMW Vogelbuurt Werkgroep vochtproblematiek Woningmarktonderzoek Werkgroep doorstroming
•
Samenwerking wonen-welzijn-zorg initiatief ‘oriëntatie verbinding zorg en welzijn’ door Carrint Reggeland, Fundament, Zorggroep St. Maarten en Domijn
Wat moet er nog gebeuren. Suggesties met oplossingsrichtingen •
• • • •
In de wijken: o Bevorder in wijken een goede verhouding tussen draaglast en draagkracht (verdeling aandachtsgroepen over de dorpen en verdeling aandachtsgroepen en regulier woningzoekenden) o Opbouwwerk om wijken bewust en sterk te maken o Wijken/wijkbewoners bewust maken dat ze een community zijn o Openheid en communicatie over plaatsing aandachtsgroepen in de wijk o Inzet begeleiding door Tactus / Mediant om goed te landen in de wijk o Buurtkamers waar bewoners dat willen o Inwoners positief stimuleren om goede ‘noabers’ te zijn voor iedereen in de buurt Werken aan een inclusieve samenleving Inzetten op preventie Domijn wil meedenken over de urgentieverordening Inzet ervaringsdeskundigheid en pay it forwards
41
• • • •
Afstemming tussen organisaties wonen-welzijn-zorg Zelfredzaamheid stimuleren Gemengd bouwen, waardoor gevarieerde wijken ontstaan Iedereen moet hier wat in doen, dus eigenaarschap
Benoem risico’s • • • • • • • • • • •
Bestaande bouw, waardoor toch clustering ontstaat en wijken niet inclusief zijn. Individualisering Draagvlak Overbelasting van mensen als draagkracht/draaglast van een wijk niet in balans is Toename van het gevoel van onveiligheid Steeds meer mensen gaan hier wonen zonder dat ze hier een netwerk hebben Zichtbaar label Budget Inclusie ( acceptatie statushouders maar ook aandachtgroepen met (risico op)opvallend bewonersgedrag worden moeilijk geaccepteerd in de dorpen) Capaciteit bij stakeholders en onszelf Duurzame bedrijfsvoering
Wat is wiens rol? • • • • • • • •
• • • • •
Fundament: ondersteuning mantelzorgers Gemeente: urgentieverordening Beschikbaarheid in sociale huur Verenigingsleven mist Ambulante zorg Reclassering GGZ Domijn bij wil dragen aan de doelstellingen vanuit het nationale programma ‘Een thuis voor iedereen’, namelijk: o Voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen o Evenwichtige verdeling over gemeenten (30% sociale huur) o Juiste zorg, ondersteuning en begeleiding o Opstellen woonzorgvisie en verordening voor met voorrang toewijzen woningen aan dak- en thuisloze mensen, Uitstromers intramurale instellingen en sociaal en medisch urgente woningzoekenden. Inzetten kennis over buurten en bewoners Signaleren, integrale samenwerking zoeken zowel op casus als op buurt/wijk/dorp gemeentelijk niveau met de betrokken stakeholders Realiseren nieuwbouw voor verschillende groepen bewoners senioren en kleine huishoudens Partner in de urgentieverordening en meepraten over werking en implementatie Gegevens aanleveren over vastgoed en bewoners
Seniorenhuisvesting Hoe kijken jullie tegen de opgave aan? “zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor ouderen met een evenwichtige verdeling over gemeenten met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding”. • •
Opgave is groot. Grote groep senioren in Losser Voorzieningen niet op niveau in elke dorp. De ontwikkeling van bevolkingsopbouw vraagt van ons dat we het anders moeten organiseren o Wonen rondom faciliteiten/kern als je kwetsbaar bent (vooral bij zorggeschikte woningen).
42
o o o o o
Per dorp Mobiele wooncabines, ook voor mantelzorg Kangaroewoningen Mantelzorgwoningen bij woning wens Evenwichtig dan weten welke doelgroep waar woont
Wat is er al en wat gaat er al wel goed? •
• • • • • • •
Ontmoeting (sommige punten kunnen nog verder worden doorontwikkeld) o In de buurt gezamenlijke ruimtes voor meerdere doelgroepen ▪ Huiskamer ▪ Inloopspreekuren zorg en welzijn ▪ Samen koken en eten o Huiskamerinitiatieven op initiatief van bewoners zelf o Open eettafel maartenstede, ook voor mantelzorgers Valpreventie Mantelzorgondersteuning Fundament Mantelzorgbeleid zorggroep St. Maarten Ouderenadviseur ANWB Automaatje Huisbezoek 85+-jarigen Er is relatief veel gelijkvloerse woonruimte voor senioren in Losser
Wat moet er nog gebeuren? Suggesties met oplossingsrichtingen. -
-
Thuis-plus-flat, waarin één zorgpartij alle zorg verleend Inloophuis dementerenden en hun mantelzorgers Transformeren van sommige badkamers in SR-huurwoningen. Domijn geeft hierbij mee: ‘Dit beperkt zich niet tot badkamers in seniorenwoningen, maar ook in reguliere woningen waarbij ook gekeken moet worden naar de trap, drempels e.d. wellicht dat we ook moeten kijken naar hoe we senioren duurzaam thuis kunnen laten wonen’ Wijk in de wijk! Bankje onderweg plaatsen om te rusten op weg naar de supermarkt, klein pleintje met bankjes: groen en ontmoeten Gebruik huiskamer bij appartementencomplex Verschil ondersteuning jonge en oudere dementerenden Geclusterd wonen met 1/3 mét zorg en 2/3 zónder zorg blijkt een leefbare situatie Qua zorggeschikte woningen is er in Losser niets te kiezen Werk er aan dat ‘Omzien naar elkaar’ de norm wordt in de wijk Onderling elkaar steuntje in de rug geven Jong en oud mixen verschillende woonvormen senioren ( 0-terden, geclusterd en zorggeschikt) realiseren van en invullen van gebruik van recreatieruimtes en buurtkamers. (thuisplusflat, doorstroming, community)
Benoem risico’s Beeldvorming bestaat dat plaatsen van mantelzorgwoningen ‘niet mag’ Wat is wiens rol Gemeente faciliteert en katalyseert Wooncorporatie zorgt voor voldoende huisvesting en ziet voor zichzelf een rol in de totstandkoming van de woonzorgvisie en daarbij behorende vhp. Spelen een rol in scheiden van wonen en zorg.
43
De opgave vanuit de Nationale Prestatie Afspraken (NPA) in het nationale programma 'wonen en zorg ouderen’ is: Van de 900.000 te bouwen woningen minimaal 290.000 voor senioren, waarvan: o
170.000 nultredenwoningen
o
80.000 woningen in geclusterde woningen(50% sociale huur)
o
40.000 verpleeghuisplekken (65% sociale huur)
Allen: domein overstijgend denken Allen: sámen met inwoners op wijkniveau Welzijnsorganisaties: iedereen in de wijk en partijen erbij betrekken Wonen en zorg senioren • • • •
Definitie senioren: 65+ Inzetten op doorstromen zodat meer senioren passend wonen Informatiecampagne over toekomstbestendig wonen Aanpakken leefomgevingen t.b.v. bewegen en ontmoeten
44
Bijlage 4. Input van inwonersvertegenwoordigers
Uitkomst inputbijeenkomst lokale woonzorgvisie gemeente Losser met inwonersvertegenwoordigers d.d. 19 maart 2024
HUISVESTINGSOPGAVE OUDEREN Behoeften van senioren in Losser en wat is waar nodig? Nultredenwoningen, geclusterd wonen, zorggeschikt wonen
-
In álle dorpen? Nabij voorzieningen? In het buitengebied?
-
Wat is hiervoor nodig aan welzijn, zorg, noaberschap?
-
-
Wat is er al en moeten we behouden?
-
Huisjes als wielewaalstraat – de Lutte opknappen / uitbreiden Slimmer bouwen, bv eenheden die door meerdere groepen zijn te gebruiken. Van jongeren naar ouder naar gehandicapten Woonkosten scheiden van zorgkosten Naast wonen voor senioren ook in combinatie met jongeren in verband met welzijn. Tiekerhook versus zelfstandig Leurinkhofsysteem Mantelzorgwoningen mogelijk maken Voldoende bouw van seniorenwoningen Nultredenwoningen c.q. seniorenwoningen in álle kernen Woonvormen nodig in elk dorp/wijk. Zelfstandig wonen nabij voorzieningen. Nabij (zorg)voorzieningen Zelfredzaamheid in buitengebied is moeilijker Mantelzorgwoningen vergunningsvrij in buitengebied of in ieder geval makkelijk te realiseren op boerenerf. In elk kerkdorp, afhankelijk van de behoefte Buurtfeesten Dagbesteding in de kernen Laagdrempelig verenigingsleven Financiële steun Samenwerking met zorginstanties, leveranciers/winkels, jeugd, communicatie (…..waar is wat te doen, Hallo Losser…) Toegankelijkheid van zorgdiensten Laagdrempelig ontmoeten in cultuurhuizen en dorpshuis (en/of leegstaande ruimten) Eenzaamheid versus hulp (voorbeeld: huishoudelijke hulp en thuiszorgmedewerker kent de client en weet wat zijn/haar hobby’s zijn.
Bewoners koppelen, eerste opstap samen met een maatje) Geen marktwerking tussen thuiszorgvoorzieningen Geen marktwerking tussen huishoudelijke hulp / ondersteuning Voor het tekenen van een bouwtekening omwoners betrekken. Bijvoorbeeld: je mag gebruiken maken van…. dan samen met nieuwe bewoner Pluktuinen-groentetuinen - samen komen ‘vitaal, sociaal en groen dorp’ Huisartsen, fysio en tandartsen Dorpshuizen Overdinkel, De Lutte en Glane Woonvormen Ouderenorganisaties (KBO)
45
Oplossingsrichtingen; hoe en wat Balans geclusterd wonen Inrichten buurtkamers
-
-
Preventieve maatregelen
-
-
Doorstroming
-
Omzien naar elkaar
-
Jong en oud door elkaar 40% jong – 60% oud Er zijn toch voldoende cultuurhuizen? Hier meer en beter organiseren Zorgaanbieder zou meer naar buiten gericht moeten zijn, zodat buurtbewoners hier ook gebruik van kunnen maken (vanuit de coöperatieve gedachte…voldoende ruimte, meer sociale interactie, faciliteiten zijn aanwezig etc.). Als mede-oplossing kan buurthuis (dorpshuis) als buurtkamer werken Leegstaande kerk ombouwen tot buurtkamer Bestaande leegstaande panden benutten in Overdinkel voor bijvoorbeeld dagbesteding Aanwezigheid buurthuis is voldoende Bewustwording van senioren i.v.m. beperkingen in de toekomst, bijvoorbeeld cursus valpreventie Bewustwording bij senioren dat de overheid en zorginstellingen niet alles voor je kunnen regelen. Ook zelf als oudere verantwoordelijkheid nemen (levensloopbestendig wonen) Bewustwording dat ‘zo lang mogelijk zelfstandig wonen’ niet altijd betekent dat je ‘zo lang mogelijk in de huidige woning’ moet kunnen blijven wonen Senioren anticiperen op tijd op wat komen gaat en verhuizen zo nodig op tijd naar een geschikte woning. Huur voor de oudere financieel interessant maken (ook voor degene die nu goedkoop wonen doordat de hypotheek is afbetaald) Senioren m.n. in de koopsector i.p.v. huur Bouwen ónder de huurtoeslag. Inwoners weten vaak niet tot welke huur. Nu € 879,66 Bouw van voldoende seniorenwoningen zorgt voor doorstroming.
Bevorder omzien naar elkaar door PR vanuit de gemeente / overheid Wordt bevorderd door geclusterd wonen
46
AANDACHTSGROEPEN Wat is er nodig om aandachtsgroepen goed te laten landen in de wijk?
Hoe gaan we met elkaar de beweging maken dat inwoners (nog) meer voor elkaar gaan zorgen
-
Ontmoetingsplek in de openbare ruimte, zoals bankjes bij een speeltuin Educatie en bewustwording Duurzaamheid Gemeenschapsbetrokkenheid Samenwerking Transparantie Culturele gevoeligheid Empowerment Hen betrekken bij activiteiten, bv straatfeest of wandelclubjes Buurtverenigingen: coördineren van ontmoetingen Uitleg Goede introductie / kennismaking Openheid Communicatie Vitaal verenigingsleven (onderlinge binding) Kwestie van mentaliteit ‘aansturing’ via kulturhusen Als bijvoorbeeld dorpsraad initiatieven neen in opzetten van activiteiten ‘Zo doen we dat hier’; verwachtingen vooraf helder Samenwonen jong en oud en diverse culturen Gezamenlijk met doelgroep activiteiten organiseren (bv samen koken) Activiteiten als NL-Doet meer promoten / faciliteren
Bewustwording creëren Hoe kijk je er naar?
-
Hoe zou je dat aanpakken?
-
Welke oplossingen kun je aandragen?
-
Rijksoverheid legt het probleem bij gemeentes Het is geen nieuw probleem Ik zit er niet op te wachten. Probleemgevallen worden op de buurt afgewenteld Minder oordelen en veroordelend Scholen en verenigingen erbij betrekken. Op een creatieve manier, een vorm van maatschappelijke betrokkenheid (coöperatieve houding) ontwikkelen. Verenigingen en dorpen inschakelen en attent maken Aandacht in dorpsbladen Zo weinig mogelijk groepen maken Persoonlijke benadering Bewoners meenemen in de plannen die er gemaakt zijn Weer meer psychiatrische probleemgevallen terug naar de psychiatrische kliniek Voorbeeldfunctie. Bewoners betrekken bij… Voorzorgcirkels. Die ook intencetief en proactief zijn. link ter informatie: https://nlzve.nl/nieuws/opinie/2542469.aspx Initiatieven die al goed lopen promoten en voortzetten Informatiecampagnes Voorlichtingsmateriaal Media-aandacht Sociale media Participatie en betrokkenheid Samenwerking met belanghebbenden
47
-
Samen wonen, werken en leven in een vitaal en groen dorp, vanuit de waarden gezond, zelfvoorzienend en sociaal… Blijf deze slogan en waarden als gemeente bij alle initiatieven en communicatie benadrukken en vergroot deze uit.
Wat is wiens verantwoordelijkheid? Verantwoordelijkheid inwoners
Verantwoordelijkheid Welzijns- en zorgpartijen
Verantwoordelijkheid verenigingsleven
Verantwoordelijkheid gemeente
-
-
Niks meer dan gewoon goeiedag zeggen Buurt: gemeenschappelijke verantwoordelijkheid Buren: oogje in ’t zeil houden. Koffie! Welkom heten van nieuwe buren We zien elkaar. Zeggen elkaar gedag Goede zorg. Het ontschotten van ‘zorgpartijen’ Begeleiding inburgeren Uitleg van de dorpscultuur en verenigingen Voorzorgcirkels (preventief). link ter informatie: https://nlzve.nl/nieuws/opinie/2542469.aspx De verantwoordelijkheid ligt bij de zorgpartijen Signalerende functie richting gemeente en zorg & welzijn Betrekken bij activiteiten Leden van de verenigingen bewust maken en onder de aandacht brengen De mensen uit de aandachtsgroepen vragen voor vrijwilligerswerk Inclusieve en duurzame gemeenschap bevorderen leefbaarheid Dorpsondersteuner/ wijk coördinator aanstellen, waar iedereen terecht kan • Waar iedereen bij terecht kan • Die de wegen kent • Die mensen met elkaar en met instanties kan verbinden • Zichtbaar en herkenbaar is in de wijk of het dorp Buurtbemiddeling inschakelen bij conflicten Integratie Wmo Voorlichting Verstrekken van subsidies, financieren faciliteiten
48