CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorgnota gemeente Losser

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Lokale woonzorgvisie gemeente Losser15.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Waarom een woonzorgvisie .................................................................................................... 4

1.2 De landelijke opdracht voor gemeenten ....................................................................................... 6 1.3 Hoe is de lokale woonzorgvisie tot stand gekomen? .................................................................... 7 1.4 leeswijzer ....................................................................................................................................... 8 2.

Visie en missie ................................................................................................................................. 9 2.1 Waar we naar toe willen; .............................................................................................................. 9 2.2 Samenvatting; de uitgangspunten .............................................................................................. 11

3.

Over wie gaat de woonzorgvisie?.................................................................................................. 14

4.

Waaraan gaat de woonzorgvisie bijdragen? ................................................................................. 16 4.1 Zorgopgave; samenleven doe je niet alleen................................................................................ 17 4.2 Woonopgave; woningbouw en woningbouwprogrammering .................................................... 18

5.

Bestaande kaders .......................................................................................................................... 23 5.1 Strategische beleidsnota sociaal domein .................................................................................... 23 5.2 Woonvisie 2021 – 2031 ............................................................................................................... 23 5.3 Verordening urgentie huisvesting ............................................................................................... 23 5.4 Omgevingsvisie gemeente Losser ............................................................................................... 24

6.

Waar staan we? ............................................................................................................................. 25 6.1 Algemene gegevens gemeente Losser ........................................................................................ 25 6.2 Prognose ...................................................................................................................................... 25 6.3 Ontwikkeling aantal huishoudens ............................................................................................... 26 6.4 Het woonaanbod voor senioren.................................................................................................. 27 6.5 Aandachtsgroepen ...................................................................................................................... 28 6.6 Doorstroming .............................................................................................................................. 30 6.7 Dementie ..................................................................................................................................... 30 6.8 Mantelzorg ..................................................................................................................................

32 6.9 Arbeidsmarkt en zorgpersoneel .................................................................................................. 32 6.10 Sociale contacten en eenzaamheid. .......................................................................................... 33 6.11 Zelfredzaamheid ........................................................................................................................ 33

7.

Kansen en risico’s .......................................................................................................................... 35 7.1 Kansen ......................................................................................................................................... 35 7.2 risico’s .......................................................................................................................................... 35

8.

Hoe gaan we dat doen? (elementen van het uitvoeringsplan) ..................................................... 37

Bijlagen .................................................................................................................................................. 38 Bijlage 1. Begrippenkader en definities............................................................................................. 38 2

Bijlage 2. Samenvatting van de verkregen input ............................................................................... 40 Bijlage 3. Input van woon, welzijns- en zorgorganisaties.................................................................. 41 Bijlage 4. Input van inwonersvertegenwoordigers ........................................................................... 45

3

1. Inleiding 1.1 Waarom een woonzorgvisie De strategische beleidsnota sociaal domein van de gemeente Losser vormt de basis voor het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. Onze centrale opgave daarin is dat we werken we aan een toekomstbestendig sociaal domein. Daarmee beogen we: zelfredzame inwoners die naar vermogen bijdragen en meedoen aan de samenleving en in staat zijn het eigen welzijn te behouden en te versterken. De gemeente Losser positioneert zich aan de voorkant; door de samenwerking tussen inwoner en gemeente wordt de autonomie van de inwoner vergroot. Onder deze centrale opgave zijn nog een viertal opgaven geformuleerd: • • • •

De bestaanszekerheid voor alle inwoners is gewaarborgd (jonge) inwoners ervaren gelijke kansen in groeien en ontwikkelen Inwoners ervaren een inclusieve, betrokken en veilige samenleving Een samenleving waarin inwoners vitaal kunnen opgroeien en ouder worden.

De strategische beleidsnota sociaal domein vormt ook de basis voor de voorliggende woonzorgvisie ‘Samen wonen en leven in Losser’.

Uitgangspunten: Onze opgave is om • huisvesting in combinatie met zorg en welzijn goed te organiseren, voor zowel senioren als de andere (urgente) aandachtsgroepen1; • te investeren in een goede sociale basis en • te zorgen dat ook inwoners met een zorgvraag goed en veilig kunnen wonen met de juiste voorzieningen en zorg en ondersteuning in de nabije omgeving. We zetten, samen met inwoners en aandachtsgroepen, in op een samenleving waar plek is voor iedereen en waarin mensen daadwerkelijk naar elkaar omkijken. We staan voor een uitdagend vraagstuk dat voortkomt uit zowel de dubbele vergrijzing als de behoefte aan geschikte huisvesting voor kwetsbare inwoners binnen onze gemeente. Dit brengt een aanzienlijke druk met zich mee op beschikbare woonruimte én op de daarvoor benodigde hulp en ondersteuning. Terwijl de vraag naar woonruimte met passende zorg- en welzijnsdiensten toeneemt, worden we eveneens geconfronteerd met krapte op de woningmarkt en personeelstekorten in de zorgsector. In deze complexe context zijn fysieke en sociale aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden. De woonzorgvisie is een woonzorg- en leefvisie, die zich richt op het welbevinden van onze inwoners die samen leven en wonen en op de bijbehorende bouwopgave. Deze woonzorgvisie gaat dus uitdrukkelijk niet alleen over ‘stenen’.

Door huisvesting in combinatie met wonen, werk, zorg en welzijn goed te organiseren en te investeren in een goede sociale basis, wordt voorkomen dat mensen in de problemen komen.

1

In het kader van de Woonzorgvisie en de Woonzorganalyse worden verschillende aandachtsgroepen onderkend en in groepen ingedeeld. Meer hierover in paragraaf 3.1 In bijlage 1 zijn definities van de verschillende aandachtsgroepen terug te vinden.

4

Je thuis voelen in je huis en je trots voelen in je woonomgeving zijn ontzettend belangrijk. Met een woning als vaste basis voor jezelf tel je mee en kun je beter participeren in de samenleving. Een woning moet passend zijn voor als je eenmaal wat minder mobiel wordt. Voor mensen die uitstromen uit instellingen geldt dat, doordat je minder mensen met intensieve problemen om je heen hebt, je je beter kunt richten op je eigen herstel. We zien dat aanpassingen aan woonruimten, de ondersteuning van mantelzorgers, het uitbouwen van het noaberschap naar een goede sociale basis, een fysieke leefomgeving die onze inwoners uitnodigt en stimuleert tot bewegen en ontmoeten en het bevorderen van geclusterde woonvoorzieningen kunnen bijdragen aan het (langer) zelfstandig kunnen wonen in een geschikte woning in onze gemeente. De woonomgeving moet uitnodigen tot participeren, tot naar elkaar omkijken en tot naar buiten te gaan. Zodat je in staat bent om je buurtgenoten te blijven ontmoeten en in beweging te blijven. We willen dat onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar elkaar omkijkt, waarin inwoners tegenslag kunnen verwerken, zichzelf kunnen herstellen, ontwikkelen en weerbaarder maken. Lukt het niet om elkaar te helpen of het ontbreekt iemand aan een netwerk, dan kan men een beroep doen op de beschikbare informele of professionele hulp.

We willen als gemeente echt werk maken van de (overkoepelende) thema’s gezondheid en leefbaarheid in de buurten en dorpen. Zo verbinden we het fysieke domein aan het sociaal domein. Dit moet uiteindelijk resulteren in een evenwichtige samenstelling van wijken en buurten, waarbij preventie, leefbaarheid en gezondheid in wijken en dorpen centraal komen te staan en een basis vormen voor onze woon(zorg)visie en volkshuisvestingsopgave. Een sterke sociale basis, waarop mensen in hun eigen omgeving kunnen terugvallen is hiervoor noodzakelijk en dat kan de gemeente niet alleen. Dat doen we samen met onze inwoners. We bouwen daarvoor het bestaande ‘noaberschap’ binnen onze gemeente uit. Deze woonzorgvisie helpt ons om de juiste keuzes te gaan maken en om overzicht te krijgen. Dat moet resulteren in de benodigde zorg en ondersteuning in relatie tot de doelgroepen en de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen en een goede verdeling en prioritering van de woningen.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Uitgangspunt: Veel individuele problemen van mensen die behoren tot de aandachtsgroepen, zijn onderdeel van een maatschappelijk vraagstuk en het gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij (o.a. individualisering). Samen moeten we nadenken over hoe we kwetsbare inwoners het beste kunnen ondersteunen en hoe we kunnen voorkomen dat huisvesting van hen tot overlast of onbegrip bij buurtbewoners leidt. Onze maatschappij is de afgelopen decennia steeds verder geïndividualiseerd. Gemeenschappen en familieverbanden die vroeger als vanzelfsprekend bestonden en op een natuurlijk wijze ontstonden zijn niet meer altijd vanzelfsprekend. We blijven lang niet altijd ons hele leven in dezelfde omgeving wonen. Jongeren gaan studeren en komen niet altijd meer terug naar de regio, mensen krijgen banen in andere delen van het land en verhuizen, mensen van elders komen juist hier wonen, enzovoort. Ondanks dat noaberschap in onze regio hoog in het vaandel staat, voelen we ons als gevolg van deze individualiserende samenleving niet altijd meer verantwoordelijk voor onze naasten of andere mensen die we tegenkomen in ons dagelijks leven. Ook is er sprake van zogenaamde ‘huishoudensverdunning’; het aantal huishoudens is veel sneller gegroeid dan de bevolking. Gemiddeld wonen er 2,12 mensen in een Nederlands huishouden, terwijl in 1963 de gemiddelde huishoudensgrootte nog 3,52 was.

Dit komt enerzijds doordat er per gezin minder kinderen worden geboren en anderzijds is ook het aantal echtscheidingen toegenomen.

5

Daarnaast toont onderzoek aan dat onderlinge bemoeienis in wijken en buurten onder druk komt te staan als gevolg van vraagverlegenheid en handelingsverlegenheid 2. Dat betekent dat mensen die hulp nodig hebben, niet altijd om hulp (durven) vragen aan het sociale netwerk en anderzijds dat mensen die in principe bereid zijn om te helpen, zich niet willen opdringen aan anderen en schromen om uit zichzelf de helpende hand te bieden. Het vraagt een grote inspanning om deze ontwikkeling te keren. Het is noodzakelijk dat we als inwoners tot het inzicht komen dat individuele problemen, die met name de aandachtsgroepen ondervinden vaak niet door henzelf zijn veroorzaakt, maar dat deze ontstaan zijn of problemen zijn gaan opleveren door hoe onze maatschappij in elkaar zit. We zijn dus als maatschappij samen verantwoordelijk voor de aanpak daarvan. Maar wat mogen we hierin van individuele inwoners vragen? Wat betekent dat voor het noaberschap? Wat is de rol van individuele inwoners, van instanties en van de gemeente? Onder andere hier over hebben we in het participatietraject naar deze woonzorgvisie toe, het gesprek gevoerd met woon-, zorg en welzijnsorganisaties en met inwonersvertegenwoordigers. Tijdens deze gesprekken zijn hiervoor mooie ideeën ter tafel gekomen die om nadere uitwerking vragen.

Eigen verantwoordelijkheid

Uitgangspunt: Terwijl we streven naar langer zelfstandig wonen in een geschikte woning, rust er ook een grote verantwoordelijkheid op inwoners zelf. We vragen van onze oudere inwoners om zelf tijdig te anticiperen op verminderde mobiliteit in de toekomst door tijdig te gaan wonen in een geschikte woning, dicht bij de voorzieningen.

Niet elke woning is zodanig aan te passen dat deze geschikt kan worden gemaakt om er ook bij afnemende gezondheid en mobiliteit te blijven wonen. In dat geval streven we waar mogelijk nog steeds naar zo zelfstandig mogelijk wonen, ook al moet dat soms in een andere, geschiktere woning, die dichter bij de voorzieningen is gelegen.

1.2 De landelijke opdracht voor gemeenten In de landelijke programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en Zorg voor ouderen’ is opgenomen dat alle gemeenten vanaf 2023 een start gaan maken met integrale, regionaal afgestemde, woonzorgvisies voor alle aandachtsgroepen en voor ouderen. Hiermee worden de fysieke en sociale opgave van de gemeente met elkaar verbonden. Volgens het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting (WVRV) moet elk gemeente vanaf 1 januari 2026 een volkshuisvestingsprogramma hebben opgesteld. In de WVRV krijgen het Rijk, de provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om samen regie te voeren op de volkshuisvesting. Hierdoor hebben de overheden meer grip op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd. Zo kan ook sneller gebouwd worden en krijgen kwetsbare mensen met urgentie een woning. In de WVRV is, naast de verplichting om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen, opgenomen dat gemeenten hun beleid voor woningbouw en locaties moeten concretiseren. Het programma moet gebaseerd zijn op onderzoek naar de actuele woonbehoefte. Op 16 februari 2023 is de consultatie van het wetsvoorstel 2

Lilian Linders omschrijft in haar proefschrift “De betekenis van nabijheid - Een onderzoek naar informele zorg in een volksbuurt’ vraagverlegenheid als ‘De schroom om hulp te vragen aan het sociale netwerk’ en handelingsverlegenheid als ‘mensen die in principe bereid zijn om te helpen, willen zich niet opdringen aan anderen: ze schromen om uit zichzelf de helpende hand te bieden’.

6

van start gegaan. Uit de memorie van toelichting volgt dat van gemeenten verlangd wordt dat zij de woon- en zorgbehoeften en zorgopgaven van de aandachtsgroepen en van ouderen in kaart brengen. De gemeenten in de regio Twente hebben, in afstemming met de Provincie Overijssel, een regionale woonzorgvisie en een afsprakenkader ouderhuisvesting Twente vastgesteld. We hebben regionaal de volgende afspraken gemaakt 3: o Regionale Woonagenda Twente 2021-2025 o Afsprakenkader ouderenhuisvesting o Regionale woonzorgvisie o Woondeal regio Twente Deze afspraken vragen om een doorvertaling naar lokaal beleid dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het afsprakenkader ouderenhuisvesting en de regionale woonzorgvisie nemen we als uitgangspunt bij het opstellen van deze lokale woonzorgvisie. De andere regionale afspraken nemen we mee bij de update van de woonvisie tot het volkshuisvestingsprogramma. Om de woonzorgvisie vorm te geven, moet er in het volkshuisvestingsprogramma vooral ook aandacht zijn voor het bouwen voor starterswoningen in de verschillende kernen binnen onze gemeente. Immers we mogen er vanuit gaan dat starters later nodig zijn om, als professional en/of als noaber, te gaan zorgen voor de senioren in hun omgeving.

De update van de woonvisie tot het volkshuisvestingsprogramma, zal zo worden opgesteld, dat deze voldoet aan de criteria voor het volkshuisvestingsprogramma, zodat we op tijd klaar zijn voor de nieuwe wet. De voorliggende woonzorgvisie wordt als onderdeel in het volkshuisvestingsprogramma opgenomen.

1.3 Hoe is de lokale woonzorgvisie tot stand gekomen?

Uitgangspunt: De concrete ideeën die zijn meegegeven voor deze woonzorgvisie vragen om een nadere uitwerking, die terug moeten komen in een uitvoeringsplan. Ons uitgangspunt is dat inwonersparticipatie er voor kan zorgen dat beleid, in dit geval de woonzorgvisie, beter aansluit bij de inwoners. Dat doen we door al aan de voorkant input op te halen voor onze visie en beleid bij de direct en indirect betrokkenen. Deze notitie is tot stand gekomen in overleg met een aantal woon-, zorg- en welzijnsorganisaties en met organisaties die onze inwoners vertegenwoordigen, zoals de dorpsbelangenorganisaties, de ouderenbonden, de huurdersvereniging en de participatieraad. Een groot deel van de opgehaalde input is verwerkt in de verschillende hoofdstukken van deze woonzorgvisie. Daarnaast is ook concrete input meegegeven die beter past bij het uitvoeringsplan. De totale input die bij deze bijeenkomsten is opgehaald is terug te vinden in de bijlages bij deze notitie. Vervolgens is het concept van deze woonzorgvisie nog een keer voorgelegd aan dezelfde partijen, uitgebreid met nog een aantal andere woon- zorg- en welzijnspartijen en organisaties. De opmerkingen die tijdens deze bijeenkomst zijn gemaakt zijn verwerkt in deze uiteindelijke versie.

Daarnaast is bij de totstandkoming van deze nota dankbaar gebruik gemaakt van vastgesteld gemeentelijk beleid, input van ambtenaren die op aanpalende terreinen aan de slag zijn in onze gemeente en van beschikbaar materiaal van o.a. de Rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Platform 31 en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Aan Companen hebben we opdracht

3

Meer hierover staat beschreven in paragraaf 7.1

7

gegeven tot het maken van de Losserse ‘Factsheets Ouderen en Aandachtsgroepen voor Woonzorgvisie’, waarvan we in deze nota gebruik gemaakt hebben.

1.4 leeswijzer Het hierna volgende hoofdstuk 2 is direct het hart van deze woonzorgvisie; de visie en missie met daarin alle uitgangspunten die met deze woonzorgvisie worden vastgesteld. In hoofdstuk 3 zoomen we in op de doelgroepen waarop de woonzorgvisie zich richt en in hoofdstuk 4 beschrijven we onze lokale opgave voor ouderenhuisvesting en de aandachtsgroepen. In hoofdstuk 5 wordt een korte beschrijving gegeven van de al bestaande kaders binnen onze gemeente, die een belangrijke link hebben met deze woonzorgvisie. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 6 waar we nu staan met een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. In hoofdstuk 7 wordt aandacht besteed aan de risico’s en kansen die in het participatietraject zijn benoemd en vervolgens wordt in hoofdstuk 8 concreet aangegeven welke concrete stappen de gemeente gaat zetten om deze woonzorgvisie tot uitvoering te brengen. Ook de concrete ideeën die zijn meegegeven voor deze woonzorgvisie en die vragen om een nadere uitwerking, komen terug in het uitvoeringsplan. Tenslotte staat in de bijlagen een begrippenkader met verschillende definities van de begrippen die in deze woonzorgvisie worden gebruikt en vindt u hier de input die we hebben gekregen van woon-, zorg- en welzijnsorganisaties en vertegenwoordigers van onze inwoners.

8

2. Visie en missie Deze woonzorgvisie is opgebouwd op grond van een aantal uitgangspunten. Onder elk, in groen gekaderd, uitgangspunt in de verschillende hoofdstukken, volgt nadere achtergrondinformatie, uitleg en toelichting. Na de beschrijving van waar we naar toe willen in paragraaf 2.1 volgt in paragraaf 2.2. van dit hoofdstuk een opsomming van alle uitgangspunten die door deze woonzorgnota heen in de verschillende hoofdstukken worden genoemd en daarin herkenbaar zijn gekaderd. Daarmee vormt dit hoofdstuk direct het hart van deze woonzorgvisie; het richtinggevende kader op grond waarvan de gemeente Losser het woonzorgbeleid verder gaan uitwerken en concretiseren.

2.1 Waar we naar toe willen;

Uitgangspunt: In onze gemeente is voor iedereen een plek om te wonen, ongeacht de kern of wijk.

Dit betekent dat inclusiviteit voorop staat: aandachtsgroepen zijn gewoon inwoners van onze gemeente en worden net als iedereen zo beschouwd. Hiervoor is het belangrijk dat aandachtsgroepen zelfstandig kunnen wonen in bij voorkeur de gemeente van herkomst of nabij iemands sociale netwerk. Daarbij zijn draagkracht en veerkracht van de samenleving belangrijke aandachtspunten om in de praktijk rekening mee te houden.

Uitgangspunt: We hebben de ambitie om zoveel mogelijk rekening te houden met de voorwaarden die bijdragen aan het (zo volledig mogelijk) zelfstandig wonen van een persoon met een aandoening of beperking: Een passende woonruimte, passend bij hun behoeften In een passende woonomgeving/op de juiste locatie Met de benodigde voorzieningen en zorg en ondersteuning in de nabijheid Het inzicht in de opgaven -zoals beschreven in paragraaf 1.1- op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor alle aandachtsgroepen en senioren, vertalen we in bovenstaande leidende principes die ook kunnen worden beschouwd als missie: ambities en keuzes om tegemoet te komen aan die opgaven.

Een passende woonruimte c.q. woonbehoeften Voor de kwetsbare aandachtsgroepen die centraal staan in ‘Een thuis voor iedereen’ geldt dat de woonbehoeften veelal zijn te kenmerken als sober en doelmatig. Aanvullende wensen/eisen zijn er nauwelijks. Qua woninggrootte en -type is de huishoudenssamenstelling bepalend 4: • alleenstaanden hebben voldoende aan een studio of klein appartement, (eenouder)gezinnen hebben behoefte aan een wat grotere woning (en ook een tuin is soms gewenst). • De meeste groepen hebben een laag inkomen en zijn daardoor aangewezen op sociale huur onder de aftoppingsgrens. Dat maakt dat ook de prijsklassen waarin men een woning zoekt, voorspelbaar zijn. 4

Uit: Handvatten voor het opstellen van een heldere woonzorganalyse – Platform 31

9

•

Het aangewezen zijn op sociale huur geldt niet algemeen voor de groep senioren. Hun woonwensen zijn zeer divers. De gebreken bij deze aandachtsgroep komen voort uit de ouderdom. Deze groep is divers qua sociaaleconomische samenstelling en dat komt ook tot uiting in hun woonwensen.

Uitgangspunten: In de praktijk zal (individueel) maatwerk nodig blijven bij het huisvesten van de verschillende individuen uit de diverse doelgroepen.

We streven naar evenwichtige wijken, waarin draagkracht en draaglast met elkaar in evenwicht zijn.

In een passende woonomgeving/op de juiste locatie Ook aan de locatie en woonomgeving kunnen eisen worden gesteld. Het gaat daarbij zowel om de fysieke woonomgeving (zoals de ligging ten opzichte van voorzieningen) als de sociale woonomgeving (zoals de verhouding tussen ‘vragers en dragers’ en het wonen binnen het eigen netwerk). De wensen op dit vlak zijn minder eenduidig dan die ten aanzien van de woning. Het is van belang te beseffen dat ze per aandachtsgroep sterk kunnen verschillen. In de praktijk zal (individueel) maatwerk dus nodig blijven bij het huisvesten van de verschillende individuen uit de diverse doelgroepen. We volstaan hier met enkele voorbeelden: –

De fysieke woonomgeving: Voor een alleenstaande moeder (uit de vrouwenopvang) is de ligging ten opzichte van een basisschool van belang, maar voor alleenstaanden geldt dit uiteraard niet. Voor cliënten uit de GGZ is een inloopvoorziening (met aanwezige ondersteuning) van belang. Daarnaast hebben deze cliënten vaak geen auto, waardoor de bereikbaarheid via het openbaar vervoer belangrijk is.

–

De sociale woonomgeving: Vanuit het streven naar een inclusieve samenleving is het niet gewenst dat kwetsbare aandachtsgroepen geconcentreerd samen wonen. Zeker niet als deze concentratie samengaat met negatieve prikkels, onveiligheid en overlast. Een omgeving die uitnodigt tot participatie in de reguliere maatschappij en waarin men geaccepteerd wordt door buurtbewoners is vaak ideaal (maar lang niet altijd eenvoudig te vinden).

–

Binding: Van senioren is alom bekend dat men graag in de vertrouwde buurt blijft wonen. Ook voor de overige aandachtsgroepen geldt vaak dat men het liefst in een buurt woont waar men de weg kent en waar ook vrienden en familie wonen. Als men lang in een instelling heeft gewoond, is dat vaak de vertrouwde buurt geworden. Vaak wil deze groep best een woning elders accepteren, maar vraagt dat wel ondersteuning bij het maken van een nieuwe start.

Uitgangspunt: Het is zaak met preventief beleid ervoor te zorgen dat men zowel qua woning als qua benodigde ondersteuning een passende woon- en leefsituatie behoudt.

10

Met de benodigde zorg en ondersteuning Ook de behoefte aan zorg en ondersteuning verschilt sterk per aandachtsgroep. Daarnaast kan deze in de tijd sterk verschillen. Zo zal iemand die uit een instelling verhuist, in het begin vaak meer begeleiding nodig hebben dan op de langere termijn. Van belang hierbij is ook dat de begeleiding eenvoudig op- en af te schalen is. Het verloop van het herstel-/ re-integratieproces is immers niet exact in te schatten. Belangrijk aandachtspunt is ook dat de zorg niet alleen is gericht op de zorg en begeleiding die te maken hebben met de kwetsbaarheid van de inwoner, maar ook op het goed landen in de wijk en het dorp. Focus niet alleen op de behoeften van groepen met een intensieve behoefte aan zorg en ondersteuning. Zelfs als men er nog geen behoefte aan heeft, is het van belang dat de toegang goed geregeld is. Als er behoefte ontstaat, weet men dan snel de weg te vinden. Alleen dan kunnen problemen tijdig worden voorkomen. Ook een voorziening als schuldhulpverlening (en vroegsignalering daarbij) zijn van essentieel belang, om te voorkomen dat mensen in de problemen belanden en daarmee tot een aandachtsgroep gaan behoren.

2.2 Samenvatting; de uitgangspunten Er volgt in deze paragraaf een opsomming van alle uitgangspunten die door deze woonzorgnota heen in de verschillende hoofdstukken worden genoemd en daarin herkenbaar zijn gekaderd. Dit hoofdstuk is, samen met de voorgaande paragraag, daarmee tegelijk een samenvatting en in feite direct het hart van de visie; het richtinggevende kader van de woonzorgvisie. Hoofdstuk 1. Waarom een woonzorgvisie? o

Onze opgave is om • huisvesting in combinatie met zorg en welzijn goed te organiseren, voor zowel senioren als de andere (urgente) aandachtsgroepen • te investeren in een goede sociale basis en • te zorgen dat ook inwoners met een zorgvraag goed en veilig kunnen wonen met de juiste voorzieningen en zorg en ondersteuning in de nabije omgeving.

o

We zetten, samen met inwoners en aandachtsgroepen, in op een samenleving waar plek is voor iedereen en waarin mensen daadwerkelijk naar elkaar omkijken.

o

Veel individuele problemen van mensen die behoren tot de aandachtsgroepen, zijn onderdeel van een maatschappelijk vraagstuk en het gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij (o.a. individualisering). Samen moeten we nadenken over hoe we kwetsbare inwoners het beste kunnen ondersteunen en hoe we kunnen voorkomen dat huisvesting van hen tot overlast of onbegrip bij buurtbewoners leidt.

o

Terwijl we streven naar langer zelfstandig wonen in een geschikte woning, rust er ook een grote verantwoordelijkheid op inwoners zelf. We vragen van onze oudere inwoners om zelf tijdig te anticiperen op verminderde mobiliteit in de toekomst door tijdig te gaan wonen in een geschikte woning, dicht bij de voorzieningen.

o

De concrete ideeën die zijn meegegeven voor deze woonzorgvisie vragen om een nadere uitwerking, die terug moeten komen in een uitvoeringsplan.

Hoofdstuk 2. Waar we naar toe willen; visie en ambities o

In onze gemeente is voor iedereen een plek om te wonen, ongeacht de kern of wijk..

o

We hebben de ambitie om zoveel mogelijk rekening te houden met de voorwaarden die bijdragen aan het (zo volledig mogelijk) zelfstandig wonen van een persoon met een aandoening of beperking:

11

o o o

Een passende woonruimte, passend bij hun behoeften In een passende woonomgeving/op de juiste locatie Met de benodigde voorzieningen en zorg en ondersteuning in de nabije omgeving

o

In de praktijk zal (individueel) maatwerk nodig blijven bij het huisvesten van de verschillende individuen uit de diverse doelgroepen..

o

We streven naar evenwichtige wijken, waarin draagkracht en draaglast met elkaar in evenwicht zijn.

o

Het is zaak met preventief beleid ervoor te zorgen dat men zowel qua woning als qua benodigde ondersteuning een passende woon- en leefsituatie behoudt.

Hoofdstuk 3. Over wie gaat de woonzorgvisie? o

In de lokale woonzorgvisie beperken we ons tot senioren van 65 jaar en ouder en -voor wat betreft de aandachtsgroepen- tot de wettelijke urgentiecategorieën, met een zorg of ondersteunings-vraag, te weten: -

o

Senioren (65+) met speciale aandacht voor mensen met dementie Mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische kwetsbaarheid Mantelzorgers en -ontvangers Uitstromers uit instellingen; Maatschappelijke Opvang (MO), Beschermd Wonen (BW), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), detentie, jeugdzorg / alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) die 18 jaar zijn geworden en deelnemers uitstapprogramma (gedwongen) prostituées (dreigend) dakloze mensen

Groepen die wél onder aandachtsgroepen vallen, maar niet worden beschouwd als urgente woningzoekenden worden waar gewenst meegenomen in het volkshuisvestingsprogramma. Dit betreft: Arbeidsmigranten Woonwagenbewoners Statushouders Studenten

Hoofdstuk 4. Waaraan gaat de woonzorgvisie bijdragen? o

We investeren als gemeente in sterke gemeenschappen (de sociale basis), onder andere door uitbouw van het noaberschap en inzet van het welzijnswerk. Het doel daarvan is dat krachtige gemeenschappen blijven bestaan en worden uitgebouwd.

o

We onderzoeken de mogelijkheid om de sociale basis te versterken door dorpsondersteuners / wijkcoördinatoren aan te stellen, die zichtbaar zijn in wijk en dorp, korte lijnen hebben met inwoners en organisaties en die waar nodig ook inwoners en organisaties met elkaar kunnen verbinden.

o

We zetten in op domein overstijgend denken en pakken zaken op wijk- en dorpsniveau samen met de inwoners op, waarbij ook zorg- en welzijnsorganisaties de opdracht krijgen om iedereen in de wijk en de andere partijen erbij te betrekken.

o

Samen met partners realiseren we zorg en ondersteuning die noodzakelijk is voor onze vergrijzende bevolking.

o

Als gemeente juichen we lokale samenwerkingsinitiatieven van woon-, zorg- en welzijnsorganisaties van harte toe, vooral wanneer zij het versterken van de gemeenschapskracht van de wijken en dorpen daarbij als uitgangspunt nemen. Dat betekent dat zij bij de begeleiding van individuele inwoners ook

12

zorgdragen voor het goed landen in de wijk en waar nodig ondersteuning bieden aan bijvoorbeeld mantelzorgers en buurtbewoners. o

De woningbouwopgave ouderenhuisvesting wordt uitgewerkt in het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma, inclusief beleid omtrent doorstroming

o

We zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle (urgente) aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over de gemeente met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding.

o

Ten aanzien van de lokale opgave seniorenhuisvesting, gaan we uit van het trendscenario, zoals beschreven in het afsprakenkader ouderenhuisvesting Twente. Dit is het meest ambitieuze programma, dat tevens past bij de ambitie van de gemeente Losser om uit te groeien naar een gemeente met 25.000 inwoners.

Hoofdstuk 5. Bestaande kaders o

In de mobiliteitsvisie hebben we nadrukkelijk aandacht voor senioren en de andere aandachtsgroepen uit de woonzorgvisie. De thema’s bereikbaarheid, bewegen en ontmoeten staan daarbij centraal.

Hoofdstuk 6. Waar staan we? o

In alle vijf de kernen binnen de gemeente Losser zal gebouwd dan wel verbouwd moeten worden om senioren langer zelfstandig te kunnen laten wonen. Voor zorggeschikte woningen komen primair de kernen Losser, Overdinkel en De Lutte in aanmerking. Daarbij is in De Lutte het beperkte voorzieningenaanbod en het ontbreken van zorggeschikte woningen wel een aandachtspunt dat om een oplossing vraagt.

o

Nieuwe toekomstbestendige woonvormen (zoals zorggeschikte woningen) moeten, zeker ook voor mensen met dementie, het verpleeghuis (deels) vervangen.

o

We zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving, die er aan bijdraagt dat er voldoende zorgpersoneel van buiten wordt aangetrokken.

o

Domotica, de inzet van slimme zorgtechnologie zoals slimme bedden, alarmsystemen en camerabewaking in seniorenwoningen, is noodzakelijk om het toekomstige tekort aan zorgpersoneel in de ouderenzorg op te vangen. We geven al in de ontwerpfase van nieuwe woningen mee dat bij het ontwerp rekening gehouden wordt met de levensbestendigheid van woningen, inclusief de mogelijkheid om domotica in de woningen toe te passen.

Hoofdstuk 7. Risico’s en kansen o

We zijn ons bewust van de risico’s en scheppen de randvoorwaarden waardoor er draagvlak ontstaat waardoor onze inwoners nog meer in staat worden gesteld om naar elkaar om te zien. We zetten ons in om onze dorpen en wijken bewust en sterk te maken.

Hoofdstuk 8. Hoe gaan we dat doen. o

Op grond van deze door de raad vast te stellen woonzorgvisie stelt het college een uitvoeringsplan vast, waarin staat omschreven op welke wijze de gemeente Losser de uitgangspunten in deze woonzorgvisie gaat realiseren.

13

3. Over wie gaat de woonzorgvisie? Uitgangspunten: In de lokale woonzorgvisie beperken we ons tot senioren van 65 jaar en ouder en -voor wat betreft de aandachtsgroepen- tot de wettelijke urgentiecategorieën, met een zorg of ondersteuningsvraag, te weten: Senioren (65+) met speciale aandacht voor mensen met dementie Mensen een met lichamelijke, verstandelijke of psychische kwetsbaarheid Mantelzorgers en -ontvangers Uitstromers uit instellingen; Maatschappelijke Opvang (MO), Beschermd Wonen (BW), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), detentie, jeugdzorg / alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) die 18 jaar zijn geworden en deelnemers uitstapprogramma (gedwongen) prostituées (dreigend) dakloze mensen Groepen die wél onder aandachtsgroepen vallen, maar niet worden beschouwd als urgente woningzoekenden, worden waar gewenst meegenomen in het volkshuisvestingsprogramma. Dit betreft: Arbeidsmigranten Woonwagenbewoners Statushouders Studenten

In het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ en de, reeds gepubliceerde, maar nog niet aangenomen, Wet versterking regie op de volkshuisvesting (WVRV) wordt een aantal aandachtsgroepen benoemd voor gemeenten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen aandachtsgroepen en (wettelijk verplichte) urgente aandachtsgroepen. In de woonzorgvisie moeten gemeenten de specifieke woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van de verschillende aandachtsgroepen opnemen. Niet alle aandachtsgroepen hebben echter een specifieke behoefte aan zorg en/of ondersteuning. Een aantal voorbeelden van specifieke woonwensen en behoeften van de verschillende (al dan niet urgente) aandachtsgroepen: • Senioren kennen een sterke lokale binding en willen vaak in de eigen kern, buurt of in ieder geval gemeente blijven wonen. • Voor cliënten die uitstromen uit een instelling is het vanuit het oogpunt van een geslaagde reintegratie soms gewenst nabij de instelling te wonen, en voor anderen is het beter om terug te keren naar de herkomstgemeente of om juist elders een nieuwe start te maken. • Bij arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners gaat het in veel gevallen vooral om een huisvestingsvraag. Deze groepen hoeven niet uitgebreid te worden meegenomen in de analyse van behoefte en aanbod waar het gaat om zorg en welzijn.

• Voor de arbeidsmigranten die tijdelijk voor werk in ons land verblijven, geldt dat de locatie er weinig toe doet zolang de reistijd tot de werkplek beperkt blijft. Als gemeente Losser beperken we ons in deze lokale woonzorgvisie tot de senioren 65+ (met speciale aandacht voor mensen met dementie) en de aandachtsgroepen die behoren tot de wettelijke urgentiecategorieën met een zorg of ondersteuningsvraag, te weten: • • •

Senioren (65+) met speciale aandacht voor mensen met dementie; Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische kwetsbaarheid Mantelzorgers- en ontvangers

14

•

•

Uitstromers uit instellingen ( MO, BW, GGZ, detentie, jeugdzorg / alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) die 18 jaar zijn geworden en deelnemers uitstapprogramma (gedwongen) prostituées) (Dreigend) dakloze mensen

Dit zijn ook de aandachtsgroepen waarvoor een urgentieregeling gevraagd wordt door het rijk. Groepen die wél onder aandachtsgroepen vallen, maar niet worden beschouwd als urgente woningzoekenden in het kader van de woonzorgvisie zijn: -

Arbeidsmigranten Woonwagenbewoners Statushouders Studenten

Opgemerkt moet wel worden dat statushouders wel vaak een zorg- en ondersteuningsvraag kunnen hebben, maar omdat wij als gemeente al een wettelijke opgave hebben om hen te huisvesten, krijgen zij al voorrang en vallen zij niet onder de urgente aandachtsgroepen in deze woonzorgvisie. Waar gewenst worden deze aandachtsgroepen die niet in deze woonzorgnota worden meegenomen, wel meegenomen in het volkshuisvestingsprogramma. We hebben daarbij in het volkshuisvestingsprogramma extra aandacht voor het aantrekken van volwassenen tussen de 25 en 45 jaar; met het aantrekken van deze jongere volwassenen zorgen we voor sterke en vitale en evenwichtige wijken en dorpen.

15

4. Waaraan gaat de woonzorgvisie bijdragen? Van gemeentes wordt verlangd dat zij een, regionaal afgestemde, woonzorgvisie opstellen waarin: • •

de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte in kaart wordt gebracht van aandachtsgroepen en van senioren; de wijze waarop wordt vastgelegd hoe de gemeente invulling wil geven aan deze huisvestingsopgave.

Het landelijk beleid voor de doelgroepen van de woonzorgvisie is vastgelegd in twee landelijke programma’s. Het beleid voor aandachtsgroepen is opgenomen in het landelijk programma ‘Een thuis voor iedereen’. Voor senioren 65+ geldt een apart landelijk beleid: ‘Wonen en Zorg voor ouderen’ (WOZO), waarbij ervan uit wordt gegaan, dat senioren doorgaans andere woonbehoeftes hebben al of niet met intensieve zorg en ondersteuning.

Opgave ‘Een thuis voor iedereen’; Dit programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Aangaande de huisvesting van aandachtsgroepen binnen gemeenten is de opgave: • •

•

Het opstellen van een integrale woonzorgvisie door iedere gemeente voor alle aandachtgroepen; Het opstellen van een verordening door alle gemeenten, waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit intramurale instellingen en sociaal en medisch urgenten; Het inrichten van een ondersteuningsstructuur om lokaal en regionaal te helpen bij de invulling van de opgave;

Deze opgave wordt door het rijk dwingend opgelegd. Mocht blijken dat ondanks bovenstaande aanpak er gemeenten zijn die zich blijven onttrekken aan deze afspraken, dan zal het ministerie van BZK een percentage vastleggen dat als norm gaat gelden voor toewijzing aan specifieke aandachtsgroepen. Momenteel wordt er een verkenning ‘harmonisatie urgentie in regio Twente’ uitgevoerd. Aanleiding tot deze verkenning is onder meer dat in gesprekken tussen gemeenten en woningcorporaties gebleken is dat er behoefte is om de haalbaarheid van een regionaal afgestemde urgentieregeling te verkennen, al dan niet geborgd in een huisvestingsverordening. Naar alle waarschijnlijkheid worden gemeenten vanuit de WVRV verplicht een huisvestingsverordening vast te stellen, waarin minimaal één urgentieregeling is opgenomen. Vaststellen wat een evenwichtige verdeling is, is niet eenvoudig. Er zijn verschillende factoren die bepalen wat evenwichtig is. Voor de gemeente Losser is het belangrijk dat de nieuwe urgentieverordening huisvesting voldoende ruimte biedt om maatwerk te kunnen leveren voor onze inwoners. Opgave ‘Wonen en zorg voor ouderen’ Senioren kunnen met plezier wonen in een geschikte woning en leefomgeving en kunnen verhuizen als ze dat willen. Door woningen op maat voor senioren te bouwen, wordt er een verhuisketen op gang gebracht.

Deze opgave is door het ministerie ingericht in een aantal actielijnen 5: • • •

Voldoende betaalbare en passende woningen Evenwichtige verdeling over alle gemeenten Combineren van wonen, zorg, welzijn en werk

5

Een beschrijving van de actielijnen is terug te vinden in de bijlage bij de kamerbrief voortgang programma ‘Een thuis voor iedereen’.

16

•

Preventie; voorkomen van (huisvestings-)problemen

De bovenomschreven opgaves zijn verdeeld in zorgopgave én in een (fysieke) bouwopgave. In de paragrafen hierna worden deze beide opgaves nader uitgewerkt.

4.1 Zorgopgave; samenleven doe je niet alleen

Uitgangspunten: We investeren als gemeente in sterke gemeenschappen (de sociale basis), onder andere door uitbouw van het noaberschap en inzet van het welzijnswerk. Het doel daarvan is dat krachtige gemeenschappen blijven bestaan en worden uitgebouwd. Samen met onze maatschappelijke partners realiseren we zorg en ondersteuning die noodzakelijk is voor onze vergrijzende bevolking. Veel individuele problemen zijn in wezen geen individueel probleem, maar een maatschappelijk vraagstuk, omdat ze niet zijn veroorzaakt door het individu, maar het gevolg zijn van ontwikkelingen in de maatschappij (o.a. individualisering). Dit geldt vooral voor mensen binnen de urgente aandachtsgroepen, maar kan zeker ook voor senioren gelden. Het gaat dan bijvoorbeeld om eenzaamheid, schuldenproblematiek, dreigende dakloosheid, vertonen van onbegrepen gedrag, dementie, buitengesloten worden, verstandelijk beperkt zijn, een verslavingsprobleem, het leven niet goed aankunnen, gevlucht zijn voor oorlog en geweld of het onderhoud van huis en tuin niet meer bij kunnen houden. Zoals al eerder in de inleiding genoemd, is het noodzakelijk dat we als inwoners tot het inzicht komen dat individuele problemen, die aandachtsgroepen en senioren ondervinden vaak niet door henzelf zijn veroorzaakt, maar dat deze ontstaan zijn of problemen zijn gaan opleveren door hoe onze maatschappij in elkaar zit.

We zijn dus als maatschappij samen verantwoordelijk voor de aanpak daarvan. Met name voor de aandachtsgroepen is het belangrijk dat zij op het moment dat zij in de wijk komen wonen goed landen in de wijk. Dat betekent dat zij behalve dat zij vaak nog een tijd ondersteuning van een zorgorganisatie ontvangen ten behoeve van hun persoonlijke ontwikkeling, ook hun plekje in de wijk moeten veroveren. Vaak is daarbij ondersteuning gewenst; iemand die hem of haar ondersteunt bij het ‘buurt maken’, die helpt om zijn of haar weg te vinden om een sociaal leven op te bouwen in de buurt of het dorp.

Uitgangspunt: We onderzoeken de mogelijkheid om de sociale basis te versterken door dorpsondersteuners / wijkcoördinatoren aan te stellen, die zichtbaar zijn in wijk en dorp, korte lijnen hebben met inwoners en organisaties en die waar nodig ook inwoners en organisaties met elkaar kunnen verbinden. Ons voornemen om een pilot te draaien met een dorpsondersteuner is ook aangedragen door instellingen en bewonersvertegenwoordigers die input hebben geleverd voor deze woonzorgvisie. De suggestie is meegegeven om dorpsondersteuners of wijk-coördinatoren aan te stellen, waar iedereen bij terecht kan, die de wegen kent naar de voorzieningen en verenigingen, die mensen met elkaar en met instanties kan verbinden, die zichtbaar en herkenbaar is in de wijk of het dorp. Kortom: iemand die korte lijnen heeft met inwoners, organisaties en gemeente.

17

Op het moment dat senioren en aandachtsgroepen onderdeel uitmaken van de gemeenschap binnen een wijk of dorp, dan kunnen zij daar als vanzelfsprekend op terugvallen. Bij een groeiende zorgbehoefte is de aanwezigheid van een signalerende functie door de sociale basis van wezenlijk belang.

Uitgangspunt: We zetten in op domein overstijgend denken en pakken zaken op wijk- en dorpsniveau samen met de inwoners op, waarbij ook zorg- en welzijnsorganisaties de opdracht krijgen om iedereen in de wijk en de andere partijen erbij te betrekken. Joop Hofman, landelijk gezaghebbend in het opbouwwerk zegt daarover: ‘Volgens mij moet niet het uitgangspunt zijn dat inwoners zorg overnemen, dat ze onderdeel worden van de professionele zorg. Ik denk dat je eerst moet werken aan sterke gemeenschappen, aan inwoners die samen het leven en wat daar allemaal bij komt kijken, oppakken, elkaar helpen. En dat je dan door de kracht van die gemeenschap gaat zien dat mensen meer zorg en aandacht voor elkaar hebben, warmte en liefde met elkaar delen’. Dat vraagt om een cultuuromslag bij zowel inwoners als bij bijvoorbeeld zorg- en welzijnspartijen en vrijwilligersorganisaties; bijvoorbeeld het verder uitbouwen van het noaberschap, de huishoudelijke hulp die is getraind om de signalerende rol achter de voordeur goed te pakken, inzet van domotica, de zorgorganisaties die elkaar opzoeken om samen op te trekken rondom een client en voor wie het vanzelfsprekend wordt dat zij de familie en buren vragen wat zíj kunnen bijdragen.

Deze omslag in anders kijken, anders denken en anders doen van zowel inwoners als organisaties gaat echter niet vanzelf, maar vergt een grote inspanning van alle betrokkenen.

Uitgangspunt: Als gemeente juichen we lokale samenwerkingsinitiatieven van woon-, zorg- en welzijnsorganisaties van harte toe, vooral wanneer zij het versterken van de gemeenschapskracht van de wijken en dorpen daarbij als uitgangspunt nemen. Dat betekent dat zij bij de begeleiding van individuele inwoners ook zorgdragen voor het goed landen in de wijk en waar nodig ondersteuning bieden aan bijvoorbeeld mantelzorgers en buurtbewoners.

Met het initiatief ‘oriëntatie verbinding zorg en welzijn’ zijn een aantal zorg- welzijn- en woonpartners (Carint Reggeland, Fundament, Zorggroep St. Maarten en Domijn) met elkaar in gesprek gegaan om te bezien hoe zij de handen ineen kunnen slaan om de uitdagingen die op de organisaties af komen met elkaar het hoofd kunnen bieden. Zij nemen daarbij als uitgangspunt om domein overstijgend te denken, het op wijkniveau sámen met de inwoners te doen en alle, ook voorliggende voorzieningen, erbij te betrekken. Als gemeente juichen we dit soort initiatieven van harte toe.

4.2 Woonopgave; woningbouw en woningbouwprogrammering Lokale uitwerking opgave aandachtsgroepen

Uitgangspunt: We zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle (urgente) aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Het betreft voor de urgente aandachtsgroepen met name de huisvesting in (veelal bestaande) sociale huurwoningen.

18

De Rijksoverheid benoemt een paar urgente groepen, die met voorrang gehuisvest moeten worden. Het gaat hierbij om 30%6 van alle toewijzingen door woningbouwcorporaties, die voor deze urgente groepen bestemd is. Van gemeenten wordt verwacht, dat zij dit vastleggen in een huisvestingsverordening met een urgentieregeling. Op basis van deze huidige (regionale) cijfers zou 20% van het jaarlijks aantal vrijkomende sociale huurwoningen moeten worden toegewezen aan urgentiegroepen. De wet versterking regie volkshuisvesting vereist dat de gemeenten in de regio fairshare afspraken maken over de spreiding van de huisvesting van aandachtsgroepen. De kwantificering van de aandachts- en urgentiegroepen vormt de opmaat en input voor een gezamenlijk proces in de regio Twente om te komen tot een visie op de huisvesting van genoemde groepen en in het verlengde hiervan, het maken van regionale afspraken hoe om te gaan met het zo evenredig mogelijk spreiden van deze groepen over de regio. Dit kan een grotere opdracht voor de gemeente Losser betekenen. Op dit moment huisvest de gemeente Losser 57 mensen die behoren tot de urgente aandachtsgroepen. Als de gemeente Losser relatief gezien gemiddeld evenveel urgenten zou huisvesten als de andere gemeenten in centrumregio Enschede, komt dit neer op ongeveer 64 personen (2.84 urgenten per duizend inwoners).

Wanneer de gemeente Losser daadwerkelijk groeit naar een gemeente met 25.000 inwoners dan betekent dat een extra opgave van 4 tot 6 urgenten (totaal ongeveer 70 personen).

Lokale uitwerking opgave ouderenhuisvesting

Uitgangspunt: De woningbouwopgave ouderenhuisvesting wordt uitgewerkt in het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma, inclusief beleid omtrent doorstroming. Het Rijksprogramma Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen (WOZO) wijst op de richting om senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Het rijk verdeelt deze woonzorgopgave onder in de bouw van nultredenwoningen, geclusterd wonen en zorggeschikte woningen. In deze woonzorgvisie worden daarom ook deze drie woningtypes onderscheiden7. De landelijke opgave ouderenhuisvesting geeft richting, maar vraagt ook om een vertaling naar regionale context voor de uitwerking en uitvoering. In het kader van de woondeals wil het Rijk samen met medeoverheden, corporaties en zorgkantoren de regionale opgave ouderenhuisvesting vaststellen. De opgave aan ouderenhuisvesting zal lokaal verder uitgewerkt moeten worden als onderdeel van het gemeentelijk volkshuisvestingprogramma, waarvan beoogd is dat elke gemeente dit programma per 2026 heeft opgesteld

Doorstroming onder senioren Het is eveneens beoogd dat gemeenten hierin beleid opstellen omtrent doorstroming onder senioren en benodigde zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en Zvw, en daarvoor prestatieafspraken maakt met corporaties.

6 30% toewijzing: Komende tijd zal bezien worden hoe vrijkomende sociale huurwoningen voldoende bestemd kunnen

worden voor aandachtsgroepen. Indien gaandeweg blijkt dat de toewijzing aan aandachtsgroepen achterblijft of niet evenredig is, kan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij of krachtens de wet een percentage (zoals 30% van de nieuwe verhuringen) vastleggen dat als norm gaat gelden voor toewijzing aan specifieke aandachtsgroepen. De mogelijkheid hiertoe wordt opgenomen in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. 7

Voor een beschrijving, zie in bijlage 1. Begrippenkader en definities.

19

Doorstroming van senioren is een belangrijk aandachtspunt in het overleg met woningcorporatie Domijn. Het kan er voor zorgen dat er woningen vrij komen voor jongere doelgroepen, wat ook weer mogelijkheden schept voor het aantrekken van de benodigde zorgprofessionals die we in de toekomst zo hard nodig gaan hebben. Daarbij moet wel als kanttekening worden opgemerkt dat doorstroming alleen mogelijk is als er voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn om naar door te stromen. Dat is voor wat betreft de sociale huursector nu nog niet het geval. Om doorstroming te bewerkstelligen zullen we dus, behalve nieuwbouw, aan meerdere knoppen moeten draaien, zoals bestaande woningen labelen tot seniorenwoningen en mogelijkheden bieden om (binnen nultredenwoningen) woningen te delen met andere doelgroepen. Doorstroming van senioren betreft echter niet alleen de sociale huurwoningen, maar ook de particuliere huursector en koopwoningen. In de gemeente Losser is het aandeel 80-plussers met een woonduur van 50 jaar of langer (cijfers CBS 1 januari 2023) 24,8%. In de Woonvisie hebben we al geconstateerd dat we beseffen dat het streven naar doorstroming veelal niet leidt tot het tijdig vrijkomen van voldoende beschikbare en betaalbare woningen. Daarom willen wij ook voor starters bouwen, en waar mogelijk via doelgroep onafhankelijke woningen.

Omdat veel partijen een gedeeltelijke verantwoordelijkheid hebben voor doorstroming en passend wonen is het raadzaam om het beleid hiervoor af te stemmen met samenwerkende partijen. Vanaf 2024 verkennen we de mogelijkheden voor een regionale gecoördineerde inspanning om senioren lokaal te laten doorstromen.

Uitgangspunt: Ten aanzien van de lokale opgave ouderenhuisvesting, gaan we uit van het trendscenario, zoals beschreven in het afsprakenkader ouderenhuisvesting Twente. Dit is het meest ambitieuze programma, dat tevens past bij de ambitie van de gemeente Losser om uit te groeien naar een gemeente met 25.000 inwoners. In het afsprakenkader ouderenhuisvesting Twente worden voor de opgave in regio Twente twee scenario’s geschetst. De eerste opgave is een basisscenario, dat is gebaseerd op de landelijke prognoses die door het Rijk zijn opgesteld. De tweede variant is een trendscenario. Hierbij zijn we er vanuit gegaan dat een groter deel van de mensen met een WLZ-indicatie buiten een woonzorgcentrum zal gaan wonen, waardoor de opgave van geclusterde woningen zal gaan toenemen. Vanuit deze beleidsambitie komen we op een andere verdeling van het aantallen woningen. Het trendscenario dat in het afspraken kader wordt gebruikt is gebaseerd op de Monitor gezond wonen. De beide scenario’s worden gezien als een bandbreedte met een ondergrens als basisinspanning en een bovengrens als ambitie. De scenario’s vormen het cijfermatige vertrekpunt voor verdere uitwerking in de lokale volkshuisvestingsprogramma’s en planontwikkelingen.

Deze woningen beslaan een netto uitbreidingsopgave die in beginsel onderdeel vormt van de nieuwbouwwoningen waarover afspraken zijn gemaakt in de regionale woondeal. Een deel van deze opgave ouderenhuisvesting kan ook in bestaande voorraad worden gerealiseerd door reguliere woningen aan te passen naar de drie woningtypes voor senioren. Hiermee kan de beoogde nieuwbouw ook voor andere doelgroepen worden ingezet. De netto opgave uit de woondeals blijft daarmee onveranderd ten opzichte van de gemaakte afspraken in de woondeal, maar geeft wel ruimere mogelijkheden voor lokale invulling.

20

1. -

Basisscenario Gebaseerd op landelijke prognoses Brandbreedte: ondergrens als basisinspanning en een bovengrens als ambitie Cijfermatige vertrekpunt voor verdere uitwerking in de lokale volkshuisvestingsprogramma’s en planontwikkelingen.

2. -

-

Trendscenario Uitgaand van dat een groter deel van de mensen met een WLZ-indicatie buiten een woonzorgcentrum zal gaan wonen, waardoor de opgave van geclusterde woningen zal toenemen. Brandbreedte: ondergrens als basisinspanning en een bovengrens als ambitie Cijfermatige vertrekpunt voor verdere uitwerking in de lokale volkshuisvestingsprogramma’s en planontwikkelingen.

De opgave aan geclusterde woningen en zorggeschikte woningen is in de volgende prijsklassen uitgesplitst: 50% sociale huur en 50% overig. Deze uitsplitsing geldt voor alle gemeenten in Twente.

21

De opgave moet worden afgestemd met corporaties en waar nodig met zorgkantoor en zorgaanbieders. Dit betekent dat de markt verantwoordelijk is voor de helft van de opgave. Hierbij geldt ook dat een aanzienlijk deel in de middenhuur-categorie zal landen. De concretisering van deze invulling wordt een cruciale focus in de komende periode en zal met de relevante (markt)partijen verder worden uitgewerkt.

22

5. Bestaande kaders De kaders voor het bestaande beleid in Losser die een relatie hebben met het woonzorgbeleid staan beschreven in onder meer de strategische beleidsnota sociaal domein, de woonvisie 2021 – 2031, de verordening urgentie huisvesting en in de Omgevingsvisie Losser. Ook in deze reeds vastgestelde documenten staan verschillende uitgangspunten. Deze uitgangspunten hoeven we niet opnieuw vast te stellen, maar maken wel integraal onderdeel uit van deze woonzorgnota.

5.1 Strategische beleidsnota sociaal domein De strategische beleidsnota sociaal domein is opgebouwd rondom 8 strategisch doelstellingen: • • • • • • • •

We staan in verbinding met onze inwoners We zijn toegankelijk en bereikbaar We werken aan sterke sociale structuren om te komen tot samenredzaamheid Ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie gebruiken we voor het versterken van de samenleving Iedereen krijgt gelijke kansen door verschillen te erkennen en te accepteren We gaan uit van eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en eigenwaarde Integraal werken en samen handelen voor een inclusieve, diverse, betrokken en veilige samenleving We stimuleren positieve gezondheid en zetten in op de vitaliteit van onze inwoners

5.2 Woonvisie 2021 – 2031 In onze Losserse Woonvisie wordt het volgende over senioren en aandachtsgroepen gezegd: -

Aansluitend bij hetgeen in de Twentse Woonagenda is verwoord, staan wij open voor initiatieven voor vernieuwende woonvormen, mits die passen in de woonmilieu-context van onze kernen. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan geclusterd wonen voor ouderen, eventueel ook samen met jongeren.

-

We zetten in de vrije huursector (middenhuur) in op levensloopgeschikte woningen voor ouderen.

-

De behoefte aan levensloopgeschikte woningen kan worden vervuld door de bouw van doelgroeponafhankelijke woningen, grondgebonden of in de vorm van appartementen. Doelgroepen zijn hier zowel starters als ouderen. Wij ondersteunen deze ontwikkelingen van harte, omdat we van oordeel zijn dat deze vormen de toekomst hebben: meer sociale contacten, minder eenzaamheid, meer voor elkaar kunnen zorgen en efficiëntere thuiszorg.

-

De verpleeghuizen zullen alleen nog de allerzwaarste zorgvragers opvangen, vooral dementerenden. In het kader van de nieuwe regelgeving omtrent Beschermd Wonen geschiedt een uitplaatsing van bewoners naar reguliere woningen (vaak met ambulante begeleiding). Ook daar krijgen wij als gemeente en Domijn mee te maken. Prestatieafspraken zijn hiervoor het geëigende kader.

-

En “last but not least”: het blijven investeren in hechte netwerken in het sociale domein blijft van groot belang om de leefbaarheid op een goed niveau te houden en om uitdagingen in de veranderende samenleving het hoofd te kunnen bieden. Daarnaast helpt het ons om in beeld te krijgen welke specifieke huisvestingsbehoefte er is en welke mogelijke aanpassingen dat van het vastgoed vraagt.

5.3 Verordening urgentie huisvesting In de huidige urgentieverordening van de gemeente Losser komen, als men voldoet aan de in de verordening beschreven voorwaarden, de volgende categorieën in aanmerking voor voorrang in de toewijzing van woonruimte met urgentie: Verplichte urgentiecategorieën:

23

1. 2.

woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben moeten verlaten in verband met relationele problemen of geweld; woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen.

Lokale urgentiecategorieën: 1. medische urgentie; 2. sociale urgentie; 3. financiële urgentie; 4. vergunninghouders; 5. echtscheiding/verbroken samenleving.

5.4 Omgevingsvisie gemeente Losser

Uitgangspunt: In de mobiliteitsvisie hebben we nadrukkelijk aandacht voor senioren en de andere aandachtsgroepen uit deze woonzorgvisie. De thema’s bereikbaarheid, bewegen en ontmoeten staan daarbij centraal. De ambitie binnen de omgevingsvisie die betrekking heeft op deze woonzorgvisie is de ambitie ’Een leefbaar en gezond Losser” Binnen deze ambitie staan onderwerpen als wonen, zorg, voorzieningen, ontmoeten, onderlinge verbondenheid, (positieve) gezondheid, onderwijs en milieu centraal. In de omgevingsvisie is verder onder andere opgenomen: o We richten ons op groei van het inwoneraantal naar 25.000 en zetten daarom in op een gevarieerd woningaanbod. Met het oog op de vergrijzing is het van belang om onze ouderen te voorzien van passende woonruimte, maar ook om onze jongeren te behouden in de gemeente Losser. o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=fd44150c-d1c0-4afe-9b31-7889a381db3e