CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2023.pdf

Raadsvergadering 11 juli 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Voorjaarsnota 202323.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

€ 200.000

Aloysius locatie Vervolgfase uitvoeringsprogramma KWI De Lutte (o.a. synergieprojecten Hanhofweg, Kroepsweg).

2024 2025

2025 2026

€ 2.700.000

Indexering krediet pleinontwikkeling de Lutte 14 Indexering kredieten Dinkeldal / 'Laga fietspad'. 15 Nieuwe investering De Muchte; herinrichting bestaande fysieke leefomgeving in samenhang met inbreidingsplan De Muchte. 16 Nieuwe investering Enschedesestraat. 17 Nieuwe investering Herstructurering Vogelbuurt kern Losser (gebieds- en opgavegerichte aanpak). 18 Vervangingsinvestering Vervanging Wegen.

2024

2024

€ 800.000

13

2023

€ 900.000

€ 150.000

2025

2025

2024 2024

2024

2025

2025

€ 500.000

€ 530.000 € 100.000

€ 200.000 € 200.000 € 950.000

1) vervanging landmeetkundige apparaten Het team GEO informatie is verantwoordelijk voor het correct inwinnen en bijhouden van de geometrie waaronder de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), binnen de wettelijke kwaliteitscriteria. Voor een groot deel worden de gegevens buiten ingewonnen met behulp van landmeetkundige instrumenten. De in gebruik zijnde apparatuur is inmiddels sterk verouderd. Er zijn geen garanties meer dat nieuwe onderdelen beschikbaar zijn indien zich een storing voordoet en een onderdeel vervangen moet worden. In dat geval kunnen we niet voldoen aan de wettelijke taken. Samen met de gemeente Enschede kopen wij drie landmeetkundige apparaten. 2 en 3) renovatie basisscholen Pax Christi en Veldzijde In de programmabegroting 2023 is voor de jaarschijf 2024 een voorbereidingskrediet opgenomen voor de renovatie van de basisscholen Veldzijde en Pax Christi. Dit voorbereidingskrediet wordt in het jaar voor de daadwerkelijke investering voorzien. Voor beide renovaties wordt een businesscase opgesteld, waarin niet alleen de benodigde investering wordt geraamd, maar ook de dekking vanuit gemeente en schoolbestuur wordt benoemd. Om daarna direct te kunnen starten met de renovatie is een bouwkrediet noodzakelijk.

Voorstel is daarom in de programmabegroting 2024 voor de jaarschijf 2025 ook het bouwkrediet op te nemen. Hierbij is vooralsnog aangesloten bij de in het IHP genoemde bedragen (prijspeil 2021, renovatie = 50-

70% van nieuwbouwkosten). Hierbij gaan we er vanuit dat de gemeente vanaf 2025 ook verantwoordelijk is voor renovatie. 4 en 5) Mariaschool/dorpshuis Beuningen In de Programmabegroting 2023 zijn de kapitaallasten van beide kredieten opgenomen. Hiermee komen ook de kredieten beschikbaar. In overleg met betrokken partijen zijn de voorbereidingen gestart. 6) aankoop perceel grond pleinontwikkeling centrum De Lutte In maart 2022 heeft de Raad de ontwerp-visie 'Centrumplein De Lutte' vastgesteld. Voor de realisatie van de pleinontwikkeling is echter nog een perceel grond noodzakelijk. Na (langdurige) gesprekken met de eigenaar is overeenstemming bereikt en is de gemeente in de gelegenheid het perceel grond te verwerven. 7) aanschaf hybride aangedreven vrachtwagen De ambitie is om het eigen wagenpark te verduurzamen. Dit vraagt om een andere benadering voor de vervanging van materieel (o.a. bij het servicebedrijf). We kijken hierbij naar een duurzame vorm van transport. Momenteel staan we voor de vervanging van een vrachtwagen. Voorstel is om te kiezen voor een hybride variant (combinatie elektrisch en diesel). Het opgevoerde bedrag zijn de meerkosten (ten opzichte van een vrachtwagen die volledig op diesel rijdt), daar waar het de aanschaf van deze vrachtwagen betreft.

Bij aanschaf wordt een jaarlijkse besparing van € 7.750 gerealiseerd (dit voordeel is in het onderdeel exploitatie meegenomen). 8) een gastvrij Lossers Hoes We willen `t Lossers Hoes gastvrij en toegankelijk houden. Daarbij willen we actief reageren wanneer zich situaties voordoen die overlast (kunnen) veroorzaken en bij voorkeur maatregelen treffen die dat voorkomen. Hierbij denken we onder andere aan extra paslezers en afsluitbare glazen schuifdeuren. 9) verduurzaming panden gemeente Losser Met de raadsinformatie (en bijbehorende bijlage) d.d. 30 mei 2023, nr. 23.0015355, is de raad hierover geïnformeerd. Genoemd bedrag is een krediet om de komende zeven jaar onze panden versneld te verduurzamen en 95% CO2-neutraal te maken voor 2030. De investering levert ook de nodige energiebesparing op gas op. Dit vertaalt zich in een structureel financieel voordeel. Er wordt tot uitvoering overgegaan als sprake is van een acceptabele terugverdientijd. De besparingen worden dan ook financieel verwerkt. Indien subsidies kunnen worden aangevraagd en die kans is aanwezig, dan wordt het verminderd met dit krediet. 10) vervanging openbare verlichting Conform het collegebesluit 17 november 2017, aangaande het vervangingsplan openbare verlichting, gedurende tien jaar gefaseerd opnemen van vervangingskredieten in de P&C-cyclus.

66

11) Aloysius locatie Voor zover we nu kunnen beoordelen bedragen de indicatieve investeringskosten ten behoeve van herinvulling van de Aloysiusschool € 2.700.000. In oktober 2023 kan een reële inschatting van het investeringsbedrag worden gemaakt en ook van de exploitatielasten en -baten. Vanwege deze onzekerheid worden nu nog geen kapitaallasten over de investering gerekend. 12) uitvoeringsprogramma KWI De Lutte In maart 2017 heeft de Raad de visie "Kwaliteitsimpuls De Lutte" vastgesteld. Dit betreft een integrale, gebiedsgerichte (ontwerp)visie welke naadloos aansluit op het opgavegericht werken dat nodig is om bij te dragen aan de hedendaagse maatschappelijke opgaven. De uitvoering van de visie vindt gefaseerd plaats, op basis van een dynamisch investeringsprogramma dat wordt gestuurd aan de hand van technische noodzaak, kansen en andere ontwikkelingen die zich voordoen. Tot en met 2024 wordt gewerkt aan de deelprojecten waarvan de uitvoering onlangs is gestart (waaronder de pleinontwikkeling). De volgende fase (vanaf 2025) richt zich met name op de verdere verbetering van de dorpsranden en entrees in synergie met ontwikkelingen die momenteel spelen. Het betreft de volgende fase van met name de noordelijke dorpsranden, waarvan de omgeving Kroepsweg/voormalige centrumhal Luttermolenveld en de omgeving Hanhofweg/Bentheimerstraat-Peulkespad het meest in het oog springen.

In beide deelgebieden spelen meerdere uitdagingen die met de voorziene integrale aanpak tot verbetering zullen leiden. Zo zijn er op dit moment in de omgeving Hanhofweg/Bentheimerstraat problemen met de verkeersveiligheid, wateroverlast bij de woningen, waterkwaliteit beeksysteem landelijk gebied. Ruimtelijke ontwikkelingen bij onder andere ’t Kaempke bieden synergiekansen voor de economische motor vanuit de vrijetijdseconomie. Door het stellen van KGO eisen (kwaliteitsimpuls groene omgeving) aan deze ontwikkelingen, ontstaan synergiekansen. Zodoende wordt tegelijkertijd bijgedragen aan doelstellingen op gebied van: inclusie, een klimaatrobuuste en verkeersveilige woon- en leefomgeving en wordt ook bijgedragen aan klimaatdoelstellingen in het landelijk gebied. Bij de omgeving Kroepsweg/Luttermolenveld is eveneens sprake van meerdere ruimtelijke ontwikkelingen waardoor ook door derden wordt geïnvesteerd in de directe woon- en leefomgeving in hetzelfde gebied. Door een integrale aanpak van doelstellingen vanuit de visie KWI de Lutte en de ruimtelijke ontwikkelingen die spelen, wordt ook in deze omgeving bijgedragen aan doelstellingen vanuit opgaven in zowel de kern als het buitengebied (onder andere ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie, klimaatrobuuste woonomgeving wijk Luttermolenveld). De vermelde investeringen betreffen de ‘ontbrekende middelen’.

Vanuit autonome kredieten/budgetten en vanuit externe middelen wordt eveneens bijgedragen aan de vermelde ontwikkelingen. 13) indexering krediet pleinontwikkeling De Lutte In maart 2022 is de ontwerpvisie voor het plein, na een intensief en breed participatietraject, door de raad vastgesteld. Conform de systematiek van het MIP is echter in de jaren daarvoor (met name via de Voorjaarsnota 2021), op basis van

67

investeringsindicaties op hoofdlijnen, ‘financiële ruimte’ gemaakt in het meerjarenperspectief. In de afgelopen twee jaar zijn de prijzen van bouwmaterialen (buitengewoon) sterk gestegen. Indexering van de beschikbaar gestelde kredieten is dan ook noodzakelijk om de door de raad vaststelde ontwerpvisie te kunnen realiseren. Om het indexeringsbedrag te bepalen is gewerkt met de landelijke CBS-index voor de GWWsector. Indexering van bijvoorbeeld januari 2021 naar januari 2023 komt hierbij uit op 19,4%. 14) indexering kredieten Dinkeldal en ‘Laga fietspad’ Indexering bestaande kredieten vanwege (buitengewoon) gestegen bouwkosten. 15) De Muchte: herinrichting fysieke leefomgeving De integrale gebiedsontwikkeling de Muchte en omliggende leefomgeving is inmiddels uitgewerkt tot VO. Op basis hiervan is een geactualiseerde investeringsraming opgesteld. Indexering en actualisering leidt tot een investeringsvoorstel van € 500.000. (De totale kosten bedragen € 2,4 miljoen. € 1,9 miljoen is al gedekt uit autonome middelen). 16) Enschedesestraat Het investeringsvoorstel is opgebouwd uit twee delen: een indexering (op basis van het CBS indexcijfer GWW-sector) over de aanvullende kredietruimte van 2021 naar het investeringsjaar 2024 (€ 130.000). Verder wordt een subsidieaanvraag voorbereid van € 400.000. Deze aanvraag wordt als kansrijk ingeschat, maar is niet gegarandeerd.

Uit oogpunt van voorzichtigheid zijn ook de lasten van dit investeringsvoorstel al in het meerjarenperspectief meegenomen. Begin 2024 wordt uitsluitsel over de subsidieaanvraag verwacht. 17) herstructurering Vogelbuurt, kern Losser Vanuit het opgavegericht werken worden kansen gecreëerd om te komen tot een integrale gebiedsgerichte aanpak en daarmee bij te dragen aan de strategische beleidsdoelen van de gemeente. De Vogelbuurt Losser komt vanuit deze werkwijze duidelijk naar voren. Eerdere verkenningen, waarvoor uw raad destijds middelen beschikbaar heeft gesteld, laten zien dat de fysieke infrastructuur in de wijk de komende jaren aan vervanging toe is. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan de ‘woonopgave’. Ook vanuit de opgave ‘sociaal’ zijn er aanleidingen om vanuit een gebiedsgerichte aanpak te werken aan deze wijk. Kortom: in de Vogelbuurt komt een aantal complexe problemen, autonome ontwikkelingen en bestuurlijke ambities tegelijkertijd samen. Een integrale, opgaveen gebiedsgerichte aanpak biedt kansen om bij te dragen aan ambities op zowel fysiek als sociaaleconomisch gebied. Om dit proces op gang te brengen is een investering nodig voor (vervolg)onderzoek en planvorming.

18) vervanging wegen Bij het vaststellen van het Wegenbeleidsplan (11 juni 2019) heeft de raad besloten om jaarlijks een krediet van € 750.000 beschikbaar te stellen voor het vervangen van wegen. De besteding van deze middelen verloopt via de integrale programmering 68

van het MIP. Tot op heden is dit kredietbedrag niet geïndexeerd. De afgelopen jaren zijn de bouwkosten echter dusdanig fors gestegen dat genoemd bedrag substantieel ingrijpt in de bestedingsruimte en daarmee in de doelstellingen van het Wegenbeleidsplan. Indexering leidt tot aanpassing van de kredietomvang met € 200.000 tot € 950.000. Aangezien in de toegevoegde jaarschijf (2027) nog geen krediet is opgenomen, is voor die jaarschijf het volledige krediet van € 950.000 opgenomen.

69

Bijlage, effect en doelen per opgave In deze bijlage wordt op de volgende opgaven ingegaan: - bijdragen aan een beter klimaat - toekomstbestendig buitengebied - toekomstbestendig wonen, leven en werken - toekomstbestendig ontwikkelen in het brede sociaal domein - wendbare en betrouwbare organisatie, transparant openbaar bestuur

70

Opgave ‘Bijdragen aan een beter klimaat’ Externe omgeving De trends en ontwikkelingen die wereldwijd gezien worden op het gebied van klimaat zijn: • Er komen extra broeikasgassen in de atmosfeer door menselijk handelen, waardoor de aarde opwarmt. • Wereldwijd is er - door menselijke activiteiten zoals veranderingen in landgebruik, vervuiling en klimaat - een drastische afname van de biodiversiteit, waardoor ecosystemen ernstig worden verstoord. • Het herstelvermogen van de aarde om (nieuwe) grondstoffen te genereren is langzamer dan de snelheid waarmee deze worden gedolven en gebruikt. Er ontstaat een grondstoffen schaarste. Sinds de industriële revolutie warmt de aarde flink op doordat er extra broeikasgassen in de atmosfeer komen door verbranding van fossiele brandstoffen door de mens. Dit heeft grote gevolgen voor ecosystemen op aarde, die uit evenwicht raken bij temperatuurstijgingen. Enkele voorbeelden van gevolgen zijn: smeltende ijskappen, veranderende weerspatronen, en meer natuurrampen. Ook in Nederland krijgen we steeds meer last van de gevolgen. Denk maar aan de hevige regenval van afgelopen zomer waarbij dorpen onderwater kwamen te staan in ZuidNederland. Ook de gemeente Losser kent de nodige wateroverlast, bijvoorbeeld in het centrum van Losser en De Lutte, en tijdens de overstroming van de A1 ter hoogte van de Lutte.

Om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan hebben landen in Parijs (2015) afspraken gemaakt zodat de aarde niet meer dan 1,5 graden opwarmt. Om dit voor elkaar te krijgen is de ambitie gesteld om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% (inmiddels bijgesteld tot 55%) verminderd te hebben in vergelijking tot 1990, en in 2050 moet dit met 95% afgenomen zijn. Akkoord van Parijs Nederland heeft de ambitie uit het akkoord van Parijs overgenomen in de nationale klimaatwet, en vertaald naar doelen in het nationaal klimaatakkoord. Dit akkoord heeft 5 thema’s met de volgende doelen voor 2050: • Gebouwde omgeving: 7 mil. woningen en 1 mil. gebouwen aardgasvrij • Elektriciteit: 100% van alle elektriciteit komt van hernieuwbare bronnen • Mobiliteit: is emissieloos en van hoge kwaliteit • Industrie: is circulair en stoot vrijwel geen broeikasgassen uit • Landbouw en land gebruik: is klimaatneutraal Het zwaartepunt bij de uitvoering om de gestelde doelen te halen heeft de overheid voor een groot deel bij gemeenten neergelegd. Hierdoor komen er volgens het een rapport van de Raad Openbaar Bestuur (2021) 28 nieuwe taken bij voor gemeenten die wettelijk verplicht zijn om uit te voeren.

71

Kortom, er zijn wereldwijde en landelijke afspraken die nagekomen moeten worden waarbij het slagen bepaald of de aarde verder opwarmt of niet. Worden ze niet nagekomen, dan zal dit grote gevolgen hebben. Daarnaast is het een tijd van nu of nooit; tussen nu en 2050 is de enige tijd die we krijgen om te voorkomen dat de aarde onomkeerbaar beschadigd raakt. Ook Losser moet aan de slag om een bijdrage te leveren om CO2 uitstoot te verlagen en het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen te beperken. Opgave ‘Bijdragen aan een beter klimaat’ Daarom is het te bereiken effect van de opgave bijdragen aan een beter klimaat: Losser groen & gezond overdragen aan de volgende generatie

Doelen binnen de opgave De gemeente Losser heeft bovenstaande opgave vertaald in 3 doelen. d. Losser heeft een klimaat robuuste leefomgeving in 2050 e. Losser is volledig circulair in 2050 f. Losser is energieneutraal in 2050 Er is voor deze doelen gekozen omdat alle wettelijke verplichtingen vanuit het rijk én de ambities en acties uit de duurzaamheids-agenda van Losser (vastgesteld in de toekomstvisie Duurzaam Losser 2040) samenkomen onder deze drie onderwerpen. De doelen zijn hieronder weergegeven. 72

Een gemeente met klimaatbestendig wonen, werken en verplaatsen door: voldoende biodiversiteit en groen, gezonde bodem, minimale overlast van water of droogte, en slim & schoon (openbaar) vervoer

Ad a. Losser heeft een klimaat robuuste leefomgeving in 2050 Het belang van een klimaatrobuuste leefomgeving is om (beginnende/mogelijk toekomstige) gevolgen van klimaatverandering goed op te kunnen vangen, zodat het prettig en veilig wonen is én blijft in de gemeente. Met een klimaat robuuste leefomgeving bedoelen we klimaatbestendig wonen, werken en verplaatsen door: voldoende biodiversiteit en groen, een gezonde bodem, minimale overlast van water of droogte, slim (openbaar) vervoer en voldoende laadpunten. Om een klimaatrobuuste leefomgeving te creëren zijn er een aantal thema’s die belangrijk zijn. 1. Groen/biodiversiteit: creëren en beschermen van een grote(re) oppervlakte aan (duurzaam onderhouden) biodiverse natuur 2. Agrarisch: ondersteunen van agrarische bedrijven bij de transitie naar natuur inclusieve- en kringloop landbouw 3. Mobiliteit: stimuleren van duurzame verplaatsingen binnen de gemeente, door duurzame vervoersfaciliteiten aan te bieden 4. Milieu: creëren van een gezonde bodem door bedrijven te ondersteunen in het reduceren van stikstof en PFAS 5. Hitte: verharding binnen de openbare ruimte van de bebouwde kom vergroenen, en inwoners ondersteunen hetzelfde te doen 6. Water: creëren van een water robuuste gemeente door uitvoering te geven aan Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) 7.

Droogte: onderzoek doen naar maatregelen en oplossingen voor droogteproblematiek door uitvoering te geven aan Zoetwatervoorziening Oost Nederland (ZON)

Een gemeente zonder afval, waarbij duurzaam inkopen, consuminderen, hergebruiken, deelgebruik, reparatie, etc. de norm zijn bij het gebruik van grondstoffen.

Ad b. Losser is volledig circulair in 2050 Het belang van een circulaire economie: we hebben maar één aarde. Niethernieuwbare grondstofvoorraden zijn beperkt. Daarnaast is kent het herstelvermogen van de aarde zijn grenzen. Het belangrijkste gevolg van het ongelimiteerd gebruiken van grondstoffen is de verhoogde uitstoot van CO2. Onder een circulaire economie verstaat de gemeente een maatschappij zonder afval, 73

waarin duurzaam inkopen, ‘consuminderen’, hergebruiken, deelgebruik, reparatie, en andere circulaire methodes de norm zijn bij het gebruik van grondstoffen. 1. Grondstoffen (her)gebruik: creëren van een circulaire visie voor de gemeente, waarin duurzaam gebruik van grondstoffen centraal staat en afvalproductie verdwijnt 2. Inkoop: toewerken naar volledig circulair inkopen en aanbesteden.

Een gemeente waarbij besparen van energie/warmte, en duurzaam opwekken van (lokaal opgewekte) energie, de norm is.

Ad c. Losser is energieneutraal in 2050 Het verbruik van energie levert de grootste bijdrage aan co2 uitstoot. Hierdoor zijn er twee dingen die gedaan kunnen worden om dit naar beneden te krijgen: besparen en duurzaam opwekken van energie. Onder een energieneutraal Losser verstaat de gemeente een maatschappij waarbij besparen van energie/warmte, en duurzaam opwekken van (lokaal opgewekte) energie, de norm is. 1. Besparen: bezitters van vastgoed ondersteunen bij het verduurzamen van alle gebouwen binnen de gemeente, en het eigen vastgoed van de gemeente verduurzamen 2. Opwekken: stimuleren van gebruik en opwek van (grootschalige) duurzame hernieuwbare energie 3. Warmte: informeren, stimuleren, faciliteren van inwoners en bedrijven in de transitie naar aardgasvrij.

74

Opgave ‘Toekomstbestendig Buitengebied’ Externe omgeving We staan voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving in het algemeen en dat geldt ook specifiek voor het landelijk gebied. Het onderstaande heeft ook specifiek betrekking op de opgave voor het landelijke gebied. Er is ruimte nodig voor wind- en zonneparken, er zijn aanpassingen nodig om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, delen van de landbouw lopen tegen maatschappelijke en ecologische grenzen aan, de biodiversiteit staat onder druk en door vrijkomen van voormalige agrarische bedrijfslocaties ontstaat een ander gebruik en inrichting van bouwplekken. In de nationale Omgevingsvisie (Novi) staat nog eens duidelijk dat de ruimte in Nederland schaars is en dat er daarom keuzes moeten worden gemaakt: ‘niet alles kan en niet alles kan overal’. Op nationaal en internationaal niveau worden afspraken gemaakt om de grote opgaven aan te pakken. Uiteraard werkt dat door op ons lokaal niveau. Om deze opgaven op een samenhangende en haalbare manier te kunnen oplossen, is aanpassing van ons ruimtelijk beleid voor de leefomgeving en hier dus meer specifiek voor het landelijk gebied nodig. Een beleid waarin wordt geanticipeerd op de ruimtelijke impact van verschillend sectoraal beleid en waarin keuzes worden gemaakt om de ruimtevraag zowel kwantitatief als kwalitatief in goede banen te leiden.

We moeten dat zoveel mogelijk via een integrale benadering oppakken. Opgave ‘Toekomstbestendig buitengebied’ Daarom is het te bereiken effect van de opgave: ‘Een vitaal, aantrekkelijk en toekomstbestendig buitengebied’ Maatschappelijke ontwikkelingen en (inter)nationale afspraken over natuur en landschap, landbouw , biodiversiteit, waterbeheer/waterkwaliteit maken dat we hierop moeten inspelen met integraal ruimtelijk beleid omdat deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor de ontwikkelings-mogelijkheden en inrichting van ons landelijk gebied

75

Integrale benadering Het oplossen van de afzonderlijke opgaven voor klimaat, energie, natuur, landbouw vergt veel ruimte. Het is mogelijk en noodzakelijk om functies veel meer dan voorheen te combineren. Onze Nationale Omgevingsvisie zegt dat ook iets over door het benoemen van drie afwegingsprincipes als basis voor een nieuwe balans: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, afwentelen wordt voorkomen en de kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. De opgaven voor klimaat, natuur, landbouw en verstedelijking moeten, met het oog op zuinig gebruik van de schaarse ruimte en hun onderlinge interactie, zoveel mogelijk in samenhang worden aangepakt. Daarbij kan worden gestreefd naar functiemenging en -koppeling in plaats van functiescheiding. Het gaat er nu om deze principes ook daadwerkelijk toe te passen in de verdere uitwerkingen van nationaal naar regionaal/lokaal op de drie benoemde doelen.

Toelichting op de 3 genoemde doelen Ad a. toekomstbestendige landbouw De positie van de landbouw in het landelijk gebied staat momenteel in het centrum van de politieke en maatschappelijke discussie. Die discussie spitst zich toe op het effect van de huidige (intensieve, hoogproductieve) bedrijfsvoering op de kwaliteit van de leefomgeving: de bodem, het water, de biodiversiteit en het landschap. Er is intensief overleg gaande om te komen tot een breed gedragen landbouwakkoord. Het rijksbeleid is gericht op een kleinere druk vanuit de landbouw op de leefomgeving, en streeft naar een duurzamere, circulaire (en mogelijk natuurinclusieve) bedrijfsvoering. Dat is een complexe transitie waarin we nu moeten meepraten en meedenken op welke wijze we dat voor onze inwoners en het landelijk gebied op de beste manier kunnen doen. Op regionaal niveau zijn en worden er overleg- en samenwerkingsstructuren ingericht. Vooral de provincie Overijssel heeft daarin thans een regierol. Zij moet op 1 juli 2023 een conceptversie van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied opleveren. Daarin moeten we als gemeente Losser nadrukkelijk participeren en dat doen we ook onder anders door deel te nemen aan de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafels in Noordoost Twens verband met nadrukkelijk ook oog voor onze Losserse belangen.

We moeten er samen voor zorgen dat de belangen van onze agrarische bedrijven zo goed mogelijk binnen de grenzen van het haalbare worden behartigd. Tenslotte volgen en acteren we waar het nodig is en kan in gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) Nederland maakt hiervoor op dit moment een nationaal strategisch plan (GLB-NSP). Ad b. behoud van Natuur en landschap In onze gemeente hebben we met onze fraaie natuur en bijzondere landschap “goud” in handen. We kunnen onze ogen er echter niet voor sluiten dat de kwaliteiten van onze natuur en de biodiversiteit de laatste jaren negatief zijn beïnvloed en niet zijn verbeterd. De achteruitgang van de biodiversiteit leidt tot aantasting van de ecosystemen. De doelen in de Vogel en habitatrichtlijnen (VHR) zijn nog niet gehaald of soms nog ver buiten bereikt. Hiervoor zijn meer maatregelen nodig. Het is duidelijk dat er op het gebied van de Stikstofproblematiek veel aan de orde is. In het recente Regeerakkoord is daarvoor ook veel aandacht. (integrale gebiedsgerichte aanpak 76

voor stikstof, water, klimaat en biodiversiteit) (Wet stikstof en Natuur (WSN) en de uitspraak RvS over terugdringing stikstofdepositie) Vooral in en rondom de Natura 2000 gebieden zijn bronmaatregelen om de stikstof uitstoot terug te brengen actueel en nadrukkelijk aan de orde. Daarnaast moeten we er ook rekening mee houden dat er veranderingen optreden in het landschap vanwege het wegvallen van agrarische bedrijven en er daardoor in het landelijk gebied sprake zal zijn van een ander gebruik. Vooral de voormalige bedrijfslocaties zijn in trek en met een transitie naar andere gebruiksmogelijkheden ligt ‘verrommeling’ van ons landschap op de loer. Deels acteren we hier al op, maar hiervoor is blijvend en nadrukkelijk aandacht nodig. Naast de zogenaamde bossenstrategie om bosareaal te vergroten is tenslotte is ook het verbinden van huidige natuurgebieden aan de orde. Met uitbreiding van het Natuurareaal wordt het Natuurnetwerk Nederland ruimtelijk robuuster gemaakt op de lange termijn en hierop zullen we ook moeten acteren. Ad c.

klimaatadaptatieve maatregelen De klimaatverandering heeft effecten op de samenleving en brengt belangrijke opgaven met zich voor de waterveiligheid (bescherming tegen overstromingen), de zoetwatervoorziening, de natuur, de bodem (droogte, bodemdaling, de landbouw, de gezondheid, het stedelijk gebied en de vitale infrastructuur Klimaatverandering heef daarmee ook effecten op de economie en de welvaart en vraagt om nieuwe keuzes en prioriteiten voor adaptatie (waaronder het waterbeheer) en mitigatie en daarmee ook de inrichting van het landelijk gebied. Met name dit laatste maakt dat er, buiten de andere grote opgave op het gebied van duurzaamheid, in deze opgave specifiek een doel is opgenomen direct gelieerd aan het gebruik en de inrichting van het landelijk gebied en dat gaat om klimaat adaptieve maatregelen en het zorgen voor duurzaam waterbeheer en waterveiligheid in een veerkrachtig watersysteem. Nadrukkelijk moeten we ook acteren op de zoetwaterbeschikbaarheid voor de drinkwatervoorziening. Ook daarin zien we een toename in urgentie.

77

Opgave ‘Toekomstbestendig Wonen en Leven’ Externe omgeving De gemeente Losser is een aantrekkelijk woon- en leefgebied, door de ligging in nationaal landschap, het hoge voorzieningenniveau, de gunstige ligging aan de A1 en de nabijheid van grootstedelijke voorzieningen. Het dorpse woonklimaat wordt gekenmerkt door rust, ruimte en sociale betrokkenheid. We staan echter voor grote uitdagingen in de leefomgeving in het algemeen en specifiek binnen het bebouwd gebied. Vraagstukken uit het sociaal domein vragen hierbij mede om een antwoord vanuit het fysieke domein. Zo staat bijvoorbeeld het voorzieningenniveau onder druk door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, een dalend gevoel van maatschappelijke betrokkenheid en landelijke tendensen als internetwinkelen. De economische dynamiek vindt steeds meer regionaal plaats. Op het gebied van ‘Wonen’ ligt een grote uitdaging, om te bevorderen dat het totale woningbestand passend en betaalbaar blijft (rekening houdend met trends als ‘langer thuis wonen’) en deze tevens te verduurzamen. En binnen de woon- en leefomgeving moet er ruimte gemaakt worden om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, de energietransitie te faciliteren en de teruggang in biodiversiteit tegen te gaan. Daarbinnen zijn er ook bij onze eigen ‘assets’ (gemeentelijke ‘bezittingen’ als gebouwen en infrastructuur) grote uitdagingen.

Zo komt de piek in de vervanging van de infrastructuur en andere voorzieningen in de openbare ruimte in de wijken uit de jaren ’60 en ’70 nu snel op ons af. Dat terwijl bouwmaterialen schaarser worden en zich een nieuwe circulaire economie aandient. We willen ‘voorzieningen’ bereikbaar houden, maar moeten blijven sturen om dit zo duurzaam en verkeersveilig mogelijk te doen. En om ook te voldoen aan andere beleidsdoelstellingen zoals bijvoorbeeld ‘ontmoeten en verblijven’, dienen functie, gebruik en inrichting van de openbare ruimte meer op elkaar afgestemd te worden. Ruimtelijke keuzes Er moeten ruimtelijke keuzes gemaakt worden, want niet alles kan en niet alles kan overal. Er is visie, regie en samenwerking nodig om vraagstukken in samenhang aan te pakken. In de afgelopen decennia is de balans steeds meer gaan overhellen naar het economische gebruik van de ruimte. Dat heeft ontwikkelingen opgeleverd die niet altijd toekomstbestendig zijn en niet altijd even goed aansluiten bij hoe inwoners de ruimte beleven. We staan daarmee voor de opgave om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Dat vraagt om een nieuwe balans tussen de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde (op basis van het principe ‘water en bodem sturend’). Opgave ‘Toekomstbestendig Wonen en Leven’ Daarom is het te bereiken effect van de opgave: ‘Vitale, aantrekkelijke en toekomstbestendige dorpskernen’.

De fysieke woon– en leefomgeving wordt steeds intensiever benut. We staan voor grote opgaven die allemaal samenkomen in een beperkte ruimte. Het aanpakken ervan is, vanwege de onderlinge interactie, een ingewikkelde puzzel. Daarom is er een nieuwe balans nodig. De omgevingskwaliteit staat centraal: ruimtelijke keuzes voor een toekomstbestendige woon– en leefomgeving.

78

Doelen binnen de opgave: 0. Integrale opgave om toekomstbestendig te kunnen wonen en leven e. Wonen: passende en betaalbare huisvesting voor iedereen, in elke levensfase. f. Woonomgeving: een kwalitatieve hoogwaardige, aantrekkelijke, gezonde, veilige en klimaat-robuuste woon- en leefomgeving met voldoende en bereikbare voorzieningen. g. Bijdragen aan zelfredzaamheid door lokale en regionale werkgelegenheid en economie te bevorderen. h. Mobiliteit: voorzieningen en bestemmingen zijn op een duurzame wijze structureel, vlot en verkeersveilig bereikbaar voor iedereen. Deze vier doelen zijn hieronder verder uitgewerkt, maar eerst wordt ingegaan op de overkoepelende integrale en opgavegerichte benadering. Ad 0. Integrale opgave om toekomstbestendig te kunnen wonen en leven De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is van wezenlijk belang voor de leefbaarheid en gezondheid. Duidelijk is dat de uitdagingen in bebouwd gebied, naast de traditionele onderwerpen wonen, woon- en leefomgeving en voorzieningen, economie en werkgelegenheid en bereikbaarheid, ook bestaan uit de nieuwe uitdagingen zoals energiebesparing en -transitie, drinkwaterzuinigheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulaire economie én de sociale vraagstukken voor vitale gemeenschappen. De woon- en leefomgeving moet inclusief zijn, sociaal veilig, bruikbaar voor iedereen en uitnodigen voor ontmoeten en verblijven.

De fysieke woon- en leefomgeving wordt steeds intensiever benut, waardoor zowel de ecologische duurzaamheid als de maatschappelijke waardering van de leefomgeving in de knel komt. We staan voor grote uitdagingen die allemaal samenkomen in een beperkte ruimte. Het aanpakken ervan is, vanwege de onderlinge interactie, een ingewikkelde puzzel.

79

Toekomstbestendig maken woon- en leefomgeving: ombouwen in 50 jaar Er tekent zich een strategie af om onze woon- en leefomgeving toekomstbestendig te maken en deze daartoe in een periode van 50 jaar om te bouwen. Immers; alles in één keer uitvoeren is onhaalbaar en onbetaalbaar. In die 50 jaar komen alle fasen in de levensduur van woningen, gebouwen en infrastructuur een keer aan de orde: groot onderhoud, revitalisering, vervanging etc. Dát zijn de momenten om stap voor stap te bouwen aan een toekomstbestendige woon- en leefomgeving. Met onze eigen assets, maar ook samen met onze omgeving; elke ingreep draagt bij aan het ‘ombouwen’ naar een toekomstbestendige woon- en leefomgeving. Om dit mogelijk te maken moeten we visie hebben, weten waar we staan in het brede speelveld, regie voeren en onze interne processen hierop inregelen. Zo kunnen bijvoorbeeld de ‘woonopgave’ en het ‘strategisch assetmanagement’ in gezamenlijkheid een vliegwiel vormen voor gebieds-transformaties, leefbaarheidsvraagstukken, duurzame samenleving en economie. Hierbij staat de ‘omgevingskwaliteit’ centraal en zullen er ruimtelijke keuzes gemaakt moeten worden. In de praktijk betekent dit dat we erop sturen dat iedere ‘ingreep’ in de fysieke leefomgeving kan worden gezien als een bouwsteen om onze woon- en leefomgeving toekomstbestendig te maken. Ad a.

Wonen: passende en betaalbare huisvesting voor iedereen, in elke levensfase. • De vraag naar passende en betaalbare woningen is toegenomen. Er zijn meer en andere woningen nodig, van goede kwaliteit, op de juiste locatie en passend bij de financiële mogelijkheden en wensen van bewoners. Naast nieuwbouw dient hierbij vooral naar de bestaande woningvoorraad gekeken te worden. • De verduurzaming van de bestaande woningvoorraad (energie- en drinkwaterzuinigheid, energietransitie, circulair bouwen) is een enorme maatschappelijke uitdaging die tegelijkertijd ook kansen biedt voor innovaties in de bouwsector. • ‘Wonen’ gaat verder dan het hebben van een woning. De vraag is hoe de veranderende woningbehoefte gelijk op kan gaan met het behoud en verbetering van de omgevingskwaliteit. We zetten daarom in op integrale gebiedsontwikkelingen die een impuls geven aan de kwaliteit van onze dorpen. Wonen is daarmee hét vliegwiel voor gebiedstransformaties, leefbaarheidsvraagstukken, duurzame samenleving en economie. Ad b. Woonomgeving: een kwalitatieve hoogwaardige, aantrekkelijke, gezonde, veilige en klimaat-robuuste woon- en leefomgeving met voldoende en bereikbare voorzieningen. • Een goede omgevingskwaliteit is essentieel voor de leefbaarheid. Dit is een breed begrip waaronder o.a.

het woonklimaat, maatschappelijke voorzieningen, veiligheid, een kwalitatief hoogwaardige fysieke ruimte, een groene klimaat-adaptieve gebouwde omgeving, maar bijvoorbeeld ook aantrekkelijke, levendige en economisch goed functionerende dorpscentra worden verstaan. 80

•

•

•

•

•

Voorzieningen zijn van wezenlijk belang voor de kwaliteit van ons leefklimaat en de sociale cohesie. Deze staan echter steeds meer onder druk. De uitdaging ligt in het vinden van manieren om ons brede instrumentarium in te zetten voor behoud, versterking en bereikbaarheid van voorzieningen en het maken van verbindingen met andere vraagstukken, bijvoorbeeld vanuit wonen en economie en investeringen in de openbare ruimte. Aantrekkelijke, levendige en economisch goed functionerende dorpscentra zijn eveneens van belang voor de leefbaarheid. Landelijke tendensen als internet-winkelen maken echter dat traditionele verdienmodellen van de Retail op termijn niet goed houdbaar zijn. Het tegengaan van de effecten van de klimaatverandering is essentieel voor de leefbaarheid in woonkernen. Om hier concreet invulling aan te geven is recent de “Landelijke maatlat groene klimaat-adaptieve gebouwde omgeving” vastgesteld. In Losser speelt hierbij vooral wateroverlast, droogte en biodiversiteit/natuurinclusiviteit. Klimaatadaptatie is een integraal aspect dat ook in het buitengebied speelt en reden waarom Losser partner is in landelijke versnellingsprogramma’s (zoals bijvoorbeeld Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, Zoetwatervoorziening OostNederland en de Erfgoeddeal).

Trends als ‘langer blijven wonen’ en veranderend consumentengedrag hebben eveneens effecten op de inrichting van de openbare ruimte. Er is meer behoefte aan ‘ontmoeten, beleven en verblijven’. Hiermee wordt bijgedragen aan doelstellingen uit het sociale domein. Voor alle uitdagingen is ruimte nodig; binnen nieuwbouwlocaties en herstructurerings-gebieden, maar ook in de bestaande bebouwde omgeving. Voorbeelden hiervan zijn het realiseren van robuuste groen/blauwe structuren die woonkernen en buitengebied met elkaar verbinden en die bijdragen aan meerdere beleidsdoelstellingen.

Ad c. Bijdragen aan zelfredzaamheid door lokale en regionale werkgelegenheid en economie te bevorderen. • Een grote uitdaging ligt in het bieden van een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat. We onderzoeken mogelijkheden om bestaande bedrijfsterreinen toekomstbestendig te maken en te revitaliseren en zetten in op samenwerking in de regio. • Uit marktanalyse blijkt dat Retail onder druk staat en traditionele verdienmodellen op termijn niet houdbaar zijn. Nieuwe trends bieden echter kansen: veranderend consumentengedrag leidt tot een ander doel van centrumbezoek. De recreatieve rol van dorpscentra neemt toe en vraagt om meer ‘beleving’. Hierdoor verandert de rol van centrumondernemers. Dit vraagt tevens om een andere, kwalitatief hoogwaardige inrichting van de fysieke ruimte in de centrumgebieden en de aansluiting op recreatieve routenetwerken. We werken, via de ingezette gebiedsgerichte en integrale aanpak, verder aan onze centrumgebieden. • De economische potentie van recreatie en toerisme (R&T) en vrijetijdseconomie is duidelijk en blijkt ook uit de toename van het aantal ondernemers dat overweegt verblijfs-accommodaties aan te bieden. Om te komen tot een evenwichtige ontwikkeling van het toerisme werken we samen in regionaal verband. Hierin zijn raakvlakken met cultuur en erfgoed.

Naast visievorming liggen de vraagstukken in het positioneren en profileren van Losser, het samen met regionale partners ‘vermarkten’ van dit product en het versterken van de recreatieve hoofdstructuur en routenetwerken.

81

Ad d. Mobiliteit: voorzieningen en bestemmingen zijn op een duurzame wijze structureel, vlot en verkeersveilig bereikbaar voor iedereen. • Bij mobiliteit draait het om bereikbaarheid; de mate waarin een individu veilig en binnen een acceptabele reistijd een bestemming kan bereiken. Voor Losser is dit, gezien de ligging en het belang bij regionale voorzieningen en werkgelegenheid, essentieel. De uitdaging ligt bij o.a. de transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem. Dit vraagt om een andere kijk op autogebruik, het stimuleren van openbaar vervoer en fiets en de onderlinge aansluitingen. Ook vergt het aanpassingen aan de openbare ruimte (bijv. publieke laadvoorzieningen, realisatie hub’s, hoogwaardige (fiets)verbindingen tussen kernen). • Duurzaamheid en verkeersveiligheid zijn hierbij vanzelfsprekende thema’s. Realisatie van een ‘Duurzaam veilige’ inrichting is de opgave die inhoudt dat de functie, het gebruik en de inrichting van een weg op elkaar worden afgestemd. Dit geldt ook in heb buitengebied waar landschapswaarden ook een belangrijke rol spelen. Regionale vertaling vanuit het landelijk Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV 2030) naar Losser wijst uit dat in Losser het speerpunt ligt bij het inrichten van 30 km/uur zones.

82

Opgave ‘We werken aan een toekomstbestendig sociaal domein’ Externe omgeving De basis in Losser is op orde! Dat wil zeggen dat er basisvoorzieningen zijn van een goede kwaliteit en ook toegankelijk zijn voor onze inwoners. Onze inzet, de hulp die wij bieden aan onze inwoners is integraal, doordacht en gericht op een duurzaam resultaat waarbij we optimaal samenwerken met onze partners in de kernen. Om aan de voorkant te blijven (van zorg naar voorzorg) experimenteren en leren we van pilots en de ervaringen en successen van andere gemeenten. Het op orde houden staat onder druk! Kijkend naar de toekomst zien we in het brede sociaal domein vooralsnog een zestal grote maatschappelijke trends/ontwikkelingen die een belemmering kunnen vormen voor het toekomstbestendig houden van het sociaal domein. Mogelijke belemmeringen die het wenselijk dan wel noodzakelijk maken tijdig te anticiperen en te komen tot een strategische aanpak. Hieronder worden de zes trends en ontwikkelingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vergrijzing en ontgroening Toename zorgproblematiek en zorgkosten Verwachte toename financiële problemen inwoners en ondernemers Toenemende kwetsbaarheid systeem arbeidsmarktbemiddeling Dalend gevoel van sociale cohesie en maatschappelijke betrokkenheid Belemmeringen voor een inclusieve samenleving en gelijke kansen

Opgave ‘We werken aan een toekomstbestendig sociaal domein’ Daarom is het te bereiken effect van de opgave ‘We werken aan een toekomstbestendig sociaal domein’: ‘Zelfredzame inwoners die naar vermogen bijdragen en meedoen aan de samenleving en in staat zijn het eigen welzijn te behouden en versterken. De gemeente positioneert zich aan de voorkant. Door de samenwerking tussen inwoner en gemeente wordt de autonomie van de inwoner vergroot.’

83

Doelen binnen de opgave Met de schetste trends en ontwikkelingen kunnen we 4 belangrijke doelen onderscheiden: a. De bestaanszekerheid voor alle inwoners is gewaarborgd b. Kansrijk opgroeien en ontwikkelen c. Inwoners ervaren een inclusieve, betrokken en veilige samenleving d. Een samenleving waarin inwoners vitaal kunnen opgroeien en ouder worden Ad a. De bestaanszekerheid voor alle inwoners is gewaarborgd Onder deze doelstelling vallen de hoofdonderwerpen Inkomen (onder andere minimaregelingen, schuldenproblematiek en impactvolle levensgebeurtenissen); Werk (werken vanuit een uitkering, leerlijn duurzame uitstroom, loonkostensubsidie) en Wonen (levensloop en zorgbestendigheid woningen, woon- zorgvisie, Arbeidsmigranten) Ad b. Kansrijk opgroeien en ontwikkelen We willen een samenleving waarin alle inwoners kansrijk en veilig kunnen opgroeien en ontwikkelen. Om dit te bereiken werken we aan o.a.: Vergroten van zelfredzaamheid én ‘noaberschap’ Vergroten van basisvaardigheden (lezen, schrijven en Nederlandse taal) Begeleiden mensen met migratieachtergrond Vergroten van kansengelijkheid in het onderwijs Stimuleren van schoolaanwezigheid Investeren in een jongerenvangnet Kwaliteit en kwantiteit van het aanbod buitenschoolse activiteiten Ad c. Inwoners ervaren een inclusieve, betrokken en veilige samenleving Fysiek en mentaal gezonde inwoners.

Waardoor zij zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving en wordt voorkomen dat zij (zwaardere) vormen van gezondheidsondersteuning nodig hebben. Onder dit te behalen zetten we in op; Toegankelijkheid (o.a. Vergroten bewustwording, toegankelijk maken van zowel de digitale als de fysieke ruimte en het betrekken van ervaringsdeskundigen) Inclusie en verbinding (onder andere normaliseren in plaats van medicaliseren, vermindering verruwing, signalering eenzaamheid en verbinding bevolkingsgroepen) Veilige samenleving Ad d. Vitale Inwoners We werken aan een samenleving waarin inwoners vitaal kunnen opgroeien en ouder worden. We werken aan een positieve gezondheid door: Het stimuleren van bewegen, niet alleen als doel op zich, maar ook als middel om de sociale cohesie te bevorderen en ontmoeting tussen groepen te organiseren. Het tegengaan van roken Het tegengaan van verslavingen : (overmatig) alcoholgebruik / middelengebruik/ gaming en gokverslaving etc. Het stimuleren van gezonde voeding Het stimuleren van ontspanning 84

Daarnaast richten wij ons op specifieke thema's zoals: Eenzaamheid Dementie Depressie Echtscheiding Omgevingsdruk Stimulerende leefomgeving De komende jaren zetten we in op de volgende thema's: Openbare speelterreinen Groene schoolpleinen Omgevingswet Verenigingsondersteuning

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=93ce588d-bba4-4c20-b700-fd6b378d365d