Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
Tekst van het document
Het vervoer wordt collectief geboden tenzij individueel vervoer noodzakelijk is. Jeugdhulpvervoer kan ook tijdelijk worden verleend tot het moment dat wel sprake is van eigen kracht. Het college kan aan ouders een tegemoetkoming verstrekken in de kosten voor het vervoer.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
44
Artikel 5.8 Heroverweging besluit individuele voorziening Net als voor het pgb-besluit geldt (art. 8.1.3 van de wet), bepaalt dit artikel dat het college voor de individuele voorzieningen in natura periodiek onderzoek doet of er aanleiding is om dat besluit te heroverwegen.
Hoofdstuk 6. Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 6.1 Afstemming algemeen Eerste lid Veel jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar bezoeken een kinderdagverblijf, waar ook voorschoolse educatie wordt geboden. De gemeente speelt een belangrijke rol in de bevordering van de pedagogische kwaliteit van deze voorschoolse voorziening en het vergroten van het bereik onder specifieke doelgroepen. Het is daarom van belang om over de relatie tussen de voorschoolse voorzieningen en de algemene (en individuele) voorzieningen op grond van deze verordening afspraken te maken met de jeugdhulpaanbieders en aanbieders van kinderopvang en basisscholen. De Jeugdwet draagt het college ook op te overleggen met het onderwijs bij het treffen van een individuele voorziening (zie art. 2.7 Jw). Soms speelt in gezinnen die jeugdhulp nodig hebben ook armoede- en schuldenproblematiek. De jeugdhulpverlening kan daardoor niet of minder effectief zijn. Het is daarom van belang dit soort problematiek tijdig te signaleren en gezinnen naar de juiste hulp en armoedevoorzieningen te leiden. Ook van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen wordt hierin een actieve houding verwacht. Tweede en derde lid Elke school heeft daarom een contactpersoon bij het gemeentelijke toegangsteam, zodat waar nodig makkelijk en snel afstemming gezocht kan worden.
Bij schoolverzuim of voortijdig schoolverlaten zal hierbij tevens de leerplichtambtenaar worden betrokken. Uiteraard worden de jeugdige en/of zijn ouders betrokken bij dit overleg. Vierde lid Bepaalde voorzieningen, waaronder in ieder geval begeleiding, vallen na het 18e jaar niet meer onder de Jeugdwet, maar onder de Wmo 2015. Het college is verantwoordelijk voor een warme overdracht na het 18e jaar. Daarbij is van belang dat tijdig, minimaal een half jaar tevoren, bekeken wordt wat er gaat veranderen na het 18e jaar. De zorgcontinuïteit moet geborgd blijven. Sommige ouders van jeugdigen zullen ook te maken hebben met Wmoondersteuning (omdat zij minder valide en zelfredzaam zijn). Ook in die gevallen is een goede afstemming tussen voorzieningen voor de ‘jeugdige’ van 18 jaar of ouder en voor de ouders gewenst. Vijfde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 6.2 Gecertificeerde instellingen
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
45
De gecertificeerde instellingen kunnen zelfstandig jeugdhulp inzetten bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering (gedwongen kader). Het is dan ook van belang dat de gemeente, als financier van de gecertificeerde instellingen én de jeugdhulp, goede afspraken maakt met de gecertificeerde instellingen. De afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. De Jeugdwet stelt zo'n samenwerkingsprotocol ook verplicht (zie art. 3.5 lid 3 Jw). Artikel 6.3 Domein Justitie In de strafrechtelijke beslissing - in het kader van een taakstraf of (gedrag beïnvloedende) maatregel - kan de rechter besluiten tot de inzet van jeugdhulp. In de regel zal de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hierover adviseren. Bij (jeugdreclasserings)maatregelen zal de gecertificeerde instelling betrokken zijn bij de uitvoering hiervan. Wanneer het gaat om taakstraffen, dan is de RvdK verantwoordelijk. Daarnaast kan de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts, of directeur van de justitiële jeugdinrichting besluiten tot de inzet van jeugdhulp in het kader van het scholings- en trainingsprogramma in het nazorgtraject. De gemeente is betrokken in het trajectberaad. Het is van belang dat de gemeente afspraken maakt met deze instanties, zeker ook als het gaat om de afhandeling van de proces-verbalen van leerplicht.
Artikel 6.4 Veilig Thuis Veilig Thuis Twente is een toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Veilig Thuis Twente geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig ouders tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening. In het kader hiervan zijn in ieder geval afspraken nodig over de toegang en eventueel doorverwijzing naar jeugdhulpvoorzieningen.
Hoofdstuk 7. Persoonsgebonden budget
Artikel 7.1 Algemeen Eerste en tweede lid Het spreekt voor zich dat het college gehouden is aan de wettelijke bepalingen en voorschriften in de verordening. Om te zorgen dat het college goed kan beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8.1.1, tweede en derde lid, van de wet of het bepaalde in deze verordening geldt de verplichting om een pgb-plan op te stellen. Derde lid Budgethouders kunnen afhankelijk zijn van anderen ter compensatie van het gebrek aan capaciteiten of bekwaamheden om zelf de regie te voeren over de aan het pgb verbonden taken. Het college stelt vast of de pgb-vertegenwoordiger gewaarborgde hulp kan bieden. Vierde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Het gaat om een wettelijke bepaling (art. 8a, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet). Vijfde lid
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
46
Dit lid regelt dat het college een verzoek om een pgb met terugwerkende kracht weigert als de individuele voorziening al voor het indienen van de aanvraag is gerealiseerd (onder a). Dit geldt ook als de voorziening is gerealiseerd ná het indienen van de aanvraag, maar voordat het college daarop heeft beslist, tenzij zij de jeugdige en/of zijn ouder(s) schriftelijk toestemming heeft verleend (onder b). Het college kan wel jeugdhulp toekennen naar de toekomst, maar niet met terugwerkende kracht. Artikel 7.2 Kwaliteit In dit artikel staan de kwaliteitseisen genoemd waaraan een professional en nietprofessional aan wie het pgb wordt besteed moeten voldoen. Professionals die SKJ of BIG geregistreerd zijn beschikken voor de beroepscode over een VOG. Die hoeft het college niet op te vragen. Artikel 7.3 Besteding en declaratie persoonsgebonden budget Eerste lid Dit lid zorgt ervoor dat wordt voorkomen dat een pgb wordt besteed aan activiteiten die naar oordeel van het college onder de eigen kracht vallen. Ook mag het pgb niet worden besteed aan de genoemde personen wanneer zij overbelast zijn of dreigen te geraken voor die activiteiten. Tweede lid Dit lid geeft invulling aan de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad om bij verordening te bepalen onder welke voorwaarden het pgb mag worden besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk.
Hoewel de regering de inzet van het sociaal netwerk zeer waardevol vindt, acht zij het wenselijk dat beloning daarvan met een pgb beperkt blijft tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. De huiselijke kring, waartoe in ieder geval de ouders behoren, behoort tot het sociaal netwerk (TK 2012/13, 33 684, nr. 11, p. 17). Derde lid Voor behandeling van bijvoorbeeld stoornissen of het bieden van specialistische jeugdhulp is de inzet van een daartoe gekwalificeerde beroepskracht aangewezen. Dat spreekt voor zich. Omdat deze vormen van jeugdhulp vragen om voldoende professionele afstand (objectief en onafhankelijk kunnen handelen) bepaalt dit lid dat ouders of personen uit het sociaal netwerk niet uit een pgb betaald kunnen worden voor het geven van deze vorm van jeugdhulp. Vierde lid De wetgever heeft met de invoering van het trekkingsrecht nadrukkelijk de bedoeling gehad om uitbetaling van pgb’s niet meer toe te staan aan bijvoorbeeld bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of belangbehartigers. Vijfde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Zesde, zevende en achtste lid In deze leden zijn keuzen van het gemeentebestuur neergelegd.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
47
Negende lid In dit lid is bepaald dat geen vast bedrag mag worden gehanteerd. Dat wil zeggen declaraties worden gedaan op basis van de werkelijk geboden jeugdhulp (in tijd). Tiende lid De budgethouder zal het aan hem toegekende pgb moeten aanwenden binnen de termijn genoemd in dit lid. Artikel 7.4 Hoogte persoonsgebonden budget Eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid In de verordening moet worden bepaald hoe de hoogte van het pgb wordt vastgesteld (art. 2.9, onder c, van de wet). De tarieven mogen worden afgeleid van de tarieven die het college verschuldigd is aan de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Ook het hanteren van de gedifferentieerde tarieven en/of bepalingen over bedragen moeten in de verordening geregeld worden (vergelijk CRVB:2017:1803). Naast een afgeleide van de tarieven wordt gebruik gemaakt van de bedragen in de Regeling langdurige zorg. Er wordt verder gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de hoogte van het pgb, dat bijvoorbeeld wordt besteed aan personen uit het sociaal netwerk van de jeugdige (waaronder ook zijn ouder(s)), lager vast te stellen. Die bevoegdheid vloeit voor uit artikel 8.1.1, derde lid, van de wet. Voor individuele jeugdhulp wordt aangesloten bij de rechtspraak die onder de Wmo 2015 tot stand is gekomen. Voor het sociaal netwerk en andere niet-professionals geldt (kort gezegd) de cao VVT.
Zesde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 8. Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik
Artikel 8.1 Bevoegdheid Eerste en tweede lid Artikel 2.9, aanhef en onder d, van de wet bepaalt dat de verordening regels moet bevatten ter voorkoming van het onterecht ontvangen van individuele voorzieningen of pgb’s, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. In dit hoofdstuk zijn de regels over het toezicht op de uitvoering en de kwaliteit geïntegreerd. Dat wil zeggen ze hebben betrekking op zowel de rechtmatigheid als ook de doelmatigheid. Het toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp in natura is belegd bij de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. Maar het college is in het kader van de rechtmatigheid wel bevoegd om naleving van de contracten voor bijvoorbeeld de kwaliteit te beoordelen. Het toezicht op de rechtmatigheid is namelijk een bevoegdheid van de gemeente zelf. In de wet is echter niet vastgelegd hoe de gemeente het toezicht op rechtmatigheid moet vormgeven. Die kan bijvoorbeeld bestaan uit de verplichting voor de budgethouder en de derde om verantwoording af te leggen over de besteding van het pgb. In dat kader geldt de medewerkingsverplichting. Derde lid De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft de mogelijkheid om een toezichthouder aan te wijzen, als dit is geregeld bij een wettelijk voorschrift (art. 5:11 Awb en verder). Een Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
48
verordening is een wettelijk voorschrift. Er wordt aangesloten bij de term toezichthoudende ambtenaar zoals bedoeld in art. 6.1 van de Wmo 2015.
Vierde lid Dit lid bepaalt de inhoudelijke bevoegdheid van het college over de inhoud van de controles en de personen die gecontroleerd kunnen worden. Vijfde en zesde lid Uit artikel 8.1.3 van de wet volgt al dat het college bevoegd is om pgb-besluiten te heroverwegen. Daarvoor is geen specifieke aanleiding nodig (vergelijk CRVB:2023:259). Zo kan het college in een klacht of een signaal over de kwaliteit van de jeugdhulp aanleiding zien om een onderzoek op te starten. Er kan in die gevallen namelijk ook sprake zijn van tekortschietende rechtmatigheid. Dat kan over administratieve zaken gaan maar ook over de vraag of de (kwaliteit van de) geboden jeugdhulp voldoet aan de contractuele afspraken. Waar nodig vindt afstemming plaats met de inspectie. Het kan ook gaan om de vraag of de jeugdhulp, al dan niet in de vorm van een pgb, nog wel passend is (doelmatigheid). Maar ook of de verstrekking nog voldoet aan de voorwaarden (rechtmatigheid). Zowel het college als de toezichthoudende ambtenaar kunnen zo’n onderzoek uitvoeren. Zevende lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 8.2 Informatieplicht en fraudepreventie Op het college rust de voorlichtingsplicht om de jeugdige en/of zijn ouder(s) te informeren over welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor een pgb (art. 8.1.6 van de wet).
Deze plicht bestaat er ook uit dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze én over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Dit wordt gedaan tijdens het onderzoek. Artikel 8.3 Verzoek aan Sociale Verzekeringsbank opschorting betaling uit het persoonsgebonden budget Een opschorting van betaling is een instrument om ruimte te bieden voor herstelmaatregelen of nader onderzoek, bijvoorbeeld als het gaat om de overeenkomsten die de budgethouder is aangegaan of bij herziening van het besluit. Artikel 8b, vierde lid aanhef onder f, van de Regeling Jeugdwet geeft de SVB de bevoegdheid tot opschorting van betaling als het college bij de toepassing van de bij verordening gestelde regels, daarom verzoekt. Met de maximale termijn van dertien weken in dit artikel is aangesloten bij de termijn zoals genoemd in artikel 4:56 van de Awb.
Hoofdstuk 9. Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering
Artikel 9.1 Beëindiging Er wordt gesproken van beëindiging als de inwerkingtreding van het besluit ingaat vanaf het heden of naar de toekomst toe. Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot een
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
49
herziening/intrekking, geen terugwerkende kracht. In dit artikel is bepaald wanneer het college kan overgaan tot beëindiging van de individuele voorziening dan wel pgb. Artikel 9.2 Herziening of intrekking van besluiten Voor de jeugdige en zijn ouder(s) geldt op grond van artikel 8.1.2 van de wet de plicht tot het desgevraagd of onverwijld mededeling doen van feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de voortzetting van het recht op een pgb. Deze verplichting geldt (in geval van een pgb) ook jegens de SVB. De wetgever heeft kennelijk verzuimd om dat ook te regelen voor de individuele voorziening in natura. Daarom regelt dit artikel deze verplichting ook voor individuele voorzieningen in natura. Uit de memorie van toelichting kan namelijk niet worden afgeleid dat de wetgever voor ogen gehad om de inlichtingenplicht niet te laten gelden voor de toekenning van de individuele voorziening of het daaraan gekoppelde pgb (TK 2013/14, 33 684, nr. 11, p. 17). Het (deels) ongedaan maken van een aanspraak over een periode in het verleden, wordt herzien/intrekken genoemd. Een herziening/intrekking van een besluit is het met terugwerkende kracht opnieuw beslissen over de aanspraak over een periode in het verleden, waarbij de aanspraak afwijkend wordt vastgesteld of wordt ingetrokken in het geval er in het geheel geen aanspraak heeft bestaan.
Het college kan een besluit herzien of intrekken als onjuiste inlichtingen zijn verstrekt en de verstrekking van juiste inlichtingen tot een ander besluit zou hebben geleid of bij het niet voldoen aan andere voorwaarden genoemd in artikel 8.1.4, eerste lid aanhef en onder d en e, van de wet. Artikel 9.3 Terugvordering Strikt genomen is terugvordering niet geregeld in de wet, maar de bevoegdheid kan wel worden afgeleid uit artikel 8.1.4, tweede lid, van de wet. Daarom is hiervoor een grondslag opgenomen in de verordening op grond waarvan het college de bevoegdheid heeft (zie CRVB:2023:223). In dit lid is de wettelijke bevoegdheid uitgewerkt wanneer het college kan overgaan tot het terugvorderen van een ten onrechte genoten pgb. Naar analogie van artikel 2.4.1 van de Wmo 2015 regelt dit artikel ook de bevoegdheid tot het terugvorderen van de geldswaarde in natura. Daaronder vallen de door het college ten onrechte betaalde facturen voor de geleverde individuele voorziening. Verder is de bevoegdheid tot invordering geregeld middels een dwangbevel.
Hoofdstuk 10. Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit
Artikel 10.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen In dit artikel wordt invulling gegeven aan de opdracht aan de gemeenteraad om bij de uitvoering van deze wet door derden, regels te stellen ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van onder meer jeugdhulp en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit. Het gaat om de kostprijs elementen van art. 2.3 van het Besluit Jeugdwet. Ook is bepaald dat het college zorgt dat de genoemde partijen een reële prijs ontvangen voor de door hen geboden jeugdhulp. Denk in dat kader ook aan onderaannemers die de jeugdhulpaanbieder in kan zetten.
Hoofdstuk 11. Klachten en inspraak Artikel 11.1. Klachtregeling
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
50
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 11.2 Inspraak Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.10 van de wet in samenhang met artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo 2015. Op grond van die bepalingen moet in de verordening worden geregeld hoe ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen en ouders, worden betrokken bij de vormgeving van het jeugdbeleid. Zo wordt verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening. Op deze manier wordt gewaarborgd dat er eenzelfde inspraakprocedure geldt voor zowel het jeugdbeleid als op andere terreinen. Verder wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Artikel 12.1. Evaluatie Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 12.2 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen van de verordening. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van hen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering. Bij de beoordeling van de aanvraag zou het college zelf aanleiding kunnen zien om de hardheidsclausule toe te passen. In het algemeen geldt echter dat jeugdige en/of zijn ouder(s) gemotiveerd moet aangeven dat zijn situatie bijzonder is en zal hij dat desgevraagd ook nader moeten onderbouwen. Artikel 12.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht Dit artikel regelt dat deze verordening onmiddellijke werking heeft. Voor aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop het college op een datum na inwerkingtreding beslist, geldt deze verordening. Het college heeft middels dit artikel de bevoegdheid om terug te komen van besluiten die zijn genomen op basis van de voorgaande verordeningen. Artikel 12.4. Inwerkingtreding en citeertitel
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025
51