CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

Oordeelsvormende vergadering 3 december 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Verordening jeugdhulp gemeente Losser 202521.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 12.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

1. De Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022 wordt met ingang van 1 januari 2025 ingetrokken. 2. Een jeugdige of ouder houdt recht op verleende jeugdhulp op grond van aan deze verordening voorafgaande verordeningen totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022 en waarop nog niet is beslist bij het inwerking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de verordening genoemd in het eerste lid, wordt beslist met inachtneming van die verordening.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

22

Artikel 12.4. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 december 2024. De voorzitter, De griffier,

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

23

Bijlage. Richtlijn gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp betreft verzorging, begeleiding en opvoeding van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind in relatie tot een kind met een behoefte aan jeugdhulp. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en uitgewerkt in de CIZ indicatiewijzer versie 7.1. Het college neemt de leeftijd van het kind, de aard van de zorghandeling, de frequentie van de zorghandeling en de tijd die daarvoor nodig is als uitgangspunt. Bandbreedte gebruikelijke hulp Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder behoefte aan jeugdhulp kan de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding (per dag) verschillen. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of sneller zelfstandig dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Boven-gebruikelijke hulp Van boven-gebruikelijke hulp bij kinderen in chronische situaties is pas sprake wanneer de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding meer is dan een gezond kind van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft.

Kinderen van 0 tot 3 jaar • hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is 24 uur per dag zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; • hebben hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

24

• hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar • hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische, geestelijke en emotionele ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

25

TOELICHTING OP DE VERORDENING JEUGDHULP LOSSER 2025 Algemene toelichting Met de Jeugdwet is in 2015 het verzekerd recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten als ouders en jeugdigen er (eenvoudig gezegd) samen niet uitkomen. Dit nieuwe jeugdstelsel heeft het uiteindelijke doel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezin en sociale omgeving (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 2). Verantwoordelijkheid van ouders De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf. Deze verplichting voor ouders is terug te zien in de artikelen 1:82 en 1:247 van het Burgerlijk Wetboek. Het moet voor ouders en professionals vanzelfsprekend zijn dat ouders zelf de regie nemen en houden over de opvoeding van hun kinderen, tenzij dit een onverantwoord risico voor het kind oplevert. Dat vraagt een vraaggerichte houding van hulpverleners, waarbij uitgegaan wordt van de eigen kracht van jongeren en ouders en het besef dat zij verantwoordelijk zijn voor zichzelf en, in het geval van ouders, ook voor hun kinderen. Hierop zijn zij ook aanspreekbaar. De overheid dient ervoor te waken de zorgtaken van mensen en hun verbanden over te nemen.

Ze komt pas in beeld als de ouders problemen ondervinden, als de opvoeding- en leefsituatie de ontwikkeling van kinderen bedreigt en de overheid de ouders dient te helpen om deze voorwaarden te vervullen of als de jeugdige verdacht wordt of veroordeeld is voor een strafbaar feit (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 19-20, 128). Actieve rol van ouders Hierbij past een actieve rol van de ouders en het kind om in eerste instantie te trachten de op hun weg komende problemen zelf of met behulp van hun eigen netwerk op lossen (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 136). Deze uitgangspunten zijn (ook) in artikel 2.1 van de Jeugdwet verankerd. Daarin staat dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst ligt bij de ouders en de jeugdige zelf en er moet worden uitgegaan van de eigen kracht van de jeugdige, zijn ouders en het sociaal netwerk. Jeugdhulp Onder jeugdhulp (art. 1.1, eerste lid, van de wet) wordt verstaan: 1°. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; 2°.

het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3°. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

26

psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht. Opdracht gemeenteraad Artikel 2.9 van de Jeugdwet geeft de gemeenteraad de opdracht om een verordening vast te stellen met de regels die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de wet. Deze verordening is dan ook een essentieel document voor de concrete uitwerking van het beleid van de gemeente Losser. Voor jeugdigen en ouders biedt deze verordening duidelijkheid over wat zij van de gemeente mogen verwachten, maar ook wat bij de beoordeling van de aanspraak van hen wordt verwacht. Voor de professionals van de gemeente Losser biedt de verordening de benodigde kaders en criteria om te beoordelen of de eigen kracht toereikend is, en zo niet om op een resultaatgerichte manier tot maatwerk te komen in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) die zich meldt met een hulpvraag. Met een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, is gewaarborgd dat de jeugdige in staat wordt gesteld: a. gezond en veilig op te groeien; b. te groeien naar zelfstandigheid, en c. voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.

Centrale Raad van Beroep Volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet in de verordening (ook) een regelstellend kader zijn opgenomen wanneer sprake is van eigen kracht en welke afwegingskaders daarbij een rol spelen. Is de eigen kracht toereikend, dan mag een aanvraag om individuele jeugdhulp worden afgewezen (art. 2.3 Jw). Het gaat bij het regelstellend kader, eenvoudig gezegd, over wat de betekenis van de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht is die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast moet de verordening bepalingen bevatten hoe de deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening is gewaarborgd (CRVB:2024:1095, CRVB:2024:1096 en CRVB:2024:1097). Verordening gemeente Losser In hoofdstuk 3 is de waarborg over de deskundigheid uitgewerkt. De toeleiding naar en advisering over de aanspraak op een individuele voorziening wordt gedaan onder de verantwoordelijkheid van een SKJ geregistreerde persoon. In hoofdstuk 4 van deze verordening is het regelstellend kader over eigen kracht uitgewerkt. Er wordt allereerst onderscheid gemaakt tussen gebruikelijke hulp en boven-gebruikelijke hulp van ouders. Om te weten wat deze begrippen inhouden zijn ze uitgewerkt in begripsbepalingen.

Bij gebruikelijke hulp gaat het om de zorgplicht van ouders voor hun kind(eren) ongeacht het ondervinden van problemen, rekening houdend met de leeftijd. Daarvoor bevat de verordening een bijlage met een richtlijn. Ook worden in hoofdstuk 4 andere situaties beschreven die onder de eigen kracht kunnen vallen. Een voorbeeld is het vervoer van en naar de jeugdhulplocatie. In hoofdstuk 5 zijn de individuele jeugdhulpvoorzieningen en bijbehorende criteria opgenomen om daarvoor in aanmerking te komen.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

27

Resultaatverplichting en maatwerk jeugdhulp Ingeval de eigen kracht ontoereikend is kunnen ouders en jeugdigen een beroep doen op de (mede) door gemeente Losser georganiseerde jeugdhulp. Bij de jeugdhulpplicht hoort een resultaatverplichting. Dat wil zeggen dat passende jeugdhulp moet worden geboden (art. 2.5, vierde lid, van de wet). De gemeente Losser voert de regie op het te behalen resultaat zoals dat in het besluit is vastgesteld. Persoonsgebonden budget Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) dat wenst, kan de noodzakelijke jeugdhulp ook in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt. Samen met de professional van de gemeente Losser bespreekt de jeugdige en/of zijn ouder(s) de mogelijkheden om voor een pgb in aanmerking te komen.

Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die nodig zijn voor het begrijpen van de verordening. Eerste lid onder a: algemene voorziening Dit is een voorziening waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder dat een beslissing van de gemeente nodig is. Deze voorziening is dus vrij toegankelijk. De Jeugdwet spreekt in artikel 2.9 onderdeel a van 'overige voorziening'. In de memorie van toelichting op de wet spreekt de wetgever echter over een ‘algemene’ of ‘vrij toegankelijke voorziening’. Ook de praktijk spreekt vaak over algemene dan wel vrij toegankelijke voorzieningen. Omdat 'algemene voorziening' de meest gangbare term is en bovendien ook binnen de Wmo 2015 wordt gehanteerd, is deze overgenomen in de verordening. Eerste lid onder b: boven-gebruikelijke hulp Deze begripsbepaling moet worden bezien in samenhang met de begripsbepaling van gebruikelijke hulp. Het gaat bij boven-gebruikelijke hulp niet om normale oudertaken waar, in beginsel, geen individuele voorziening voor wordt verleend maar om oudertaken die in het kader van de eigen kracht (zorgplicht van ouders) toch door ouders geboden zouden kunnen worden. Dat geldt ook voor echtgenoten jegens elkaar.

Zij zijn verplicht de tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten van die verzorging en opvoeding te dragen. In hoofdstuk 4 zijn de afwegingsfactoren over bovengebruikelijke hulp opgenomen. Eerste lid onder c: budgethouder Het pgb wordt toegekend aan de jeugdige of zijn ouder(s). Een jeugdige kan vanaf 16 jaar budgethouder zijn. De budgethouder is uiteindelijk verantwoordelijk voor een juiste uitvoering van de taken verbonden aan het pgb en de aan het pgb verbonden verplichtingen (overeenkomsten aangaan, declareren en verantwoorden).

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

28

Eerste lid onder d: eigen kracht Bij het begrip eigen kracht gaat het om de invulling van de zorgplicht van ouders op grond van het Burgerlijk Wetboek. Dat geldt ook voor echtgenoten jegens elkaar. Zij zijn verplicht de tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten van die verzorging en opvoeding te dragen. In hoofdstuk 4 is de eigen kracht nader uitgewerkt. Ook is bepaald dat eigen kracht niet alleen van toepassing is op gezaghebbende ouders. Eerste lid onder e: financieel besluit Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Eerste lid onder f: gebruikelijke hulp Met gebruikelijk hulp worden oudertaken, in het kader van de zorgplicht, bedoeld die elke ouder biedt aan hun kind, ongeacht het ondervinden van problemen rekening houdend met de leeftijd. In de verordening is een bijlage opgenomen voor hoe het college dat beoordeelt. In hoofdstuk 4 zijn de afwegingsfactoren over gebruikelijke hulp opgenomen. Eerste lid onder g: gesprek Het gesprek is het mondelinge contact bij het onderzoek naar de hulpvraag waarin het college met degene die jeugdhulp vraagt zijn gehele situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden problemen, de gevolgen en de gewenste resultaten van de te kiezen oplossing. Dit kunnen in de praktijk ook meerdere gesprekken zijn. Eerste lid onder h: hulpvraag Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Eerste lid onder i: individuele voorziening Een individuele voorziening is een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden vorm van jeugdhulp. Deze voorziening is niet vrij toegankelijk, maar wordt alleen op aanvraag verleend. Eerste lid onder j: ondersteuningsplan Het ondersteuningsplan is het resultaat van het onderzoek dat het college uitvoert naar de hulpvraag van jeugdigen of zijn ouders. Het plan beschrijft de bijdragen die zowel het college, de hulpvrager als het sociaal netwerk (kunnen) gaan leveren om gezamenlijk een oplossing te bieden voor de hulpvraag. Eerste lid onder k: pgb Een jeugdige of zijn ouders kunnen een individuele voorziening ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget, als wordt voldaan aan de voorwaarden van de wet of de verordening. Met dit budget kan de jeugdige of zijn ouders zelf de benodigde hulp inkopen. Eerste lid onder l pgb- plan Aan de aanspraak op een pgb is voor de jeugdige of zijn ouders de plicht verbonden een pgbplan, volgens het door het college aangereikte format, op te stellen. In dit door de jeugdige of zijn ouders ingevulde pgb-plan, is de motivatie opgenomen waarom een pgb gewenst is,

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

29

welke diensten uit het pgb worden betaald, wat de kwaliteit daarvan is en welke resultaten daarmee worden bereikt. Eerste lid onder m: pgb-vertegenwoordiger. Wanneer de jeugdige of zijn ouder(s) niet in staat zijn om een pgb te beheren, kan een pgbvertegenwoordiger worden aangewezen. Een pgb-vertegenwoordiger kan een persoon zijn die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank, zoals een bewindvoerder. Indien er een pgbvertegenwoordiger is, wordt de pgb-vaardigheid van de pgb-vertegenwoordiger door het college beoordeeld. Eerste lid onder n: professionele organisatie De begripsbepaling is van belang om de hoogte van het pgb te bepalen. In de verordening worden gedifferentieerde tarieven gebruikt. Ook de kwaliteitseisen die gelden spelen een rol. Eerste lid onder o: SKJ Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Eerste lid onder p: sociaal netwerk Tot het sociaal netwerk worden gerekend de personen uit de huiselijke kring (o.a. (ex)partners, gezinsleden, familieleden of mantelzorgers) of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt. Met dat laatste worden personen bedoeld met wie de jeugdige of zijn ouders regelmatig contacten heeft, zoals buren, medeleden van een vereniging etc. Het begrip ‘sociaal netwerk’ komt ook voor in de Wmo 2015.

Bij de uitvoering van de Jeugdwet wordt aangesloten bij deze begripsomschrijving. Eerste lid onder q: voorliggende voorziening Een voorliggende voorziening is een voorziening (als bedoeld in artikel 1.2 van de wet) die de jeugdige kan ontvangen op grond van een andere wet dan de Jeugdwet, bijvoorbeeld de Wmo 2015, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Eerste lid onder r: vaktherapie Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Eerste lid onder s: wet Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Eerste lid onder t: Zzp’er De begripsbepaling is van belang om de hoogte van het pgb te bepalen. In de verordening worden gedifferentieerde tarieven gebruikt. Ook de kwaliteitseisen die gelden spelen een rol. Tweede lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 1.2 Reikwijdte verordening Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

30

Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp

Dit hoofdstuk is een nadere uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat bij verordening regels worden gesteld over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen. Op deze manier wordt een duidelijk beeld gegeven van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente. Artikel 2.1 algemene voorzieningen Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 2.2 Individuele voorziening Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 3. Toegang tot jeugdhulp

§ 1. Clientondersteuning en vertrouwenspersoon Artikel 3.1 Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon Eerste lid Artikel 2.2.4 van de Wmo 2015 draagt het college op in ieder te geval te zorgen voor cliëntondersteuning. Het gaat in alle gevallen om onafhankelijke ondersteuning voor ingezetenen waarbij hun belang het uitgangspunt moet zijn. Cliëntondersteuning is domeinoverstijgend en heeft ook betrekking op de Jeugdwet. Dit maakt integrale dienstverlening aan ingezetenen nog beter mogelijk. Na de melding van de hulpvraag informeert het college de jeugdige en zijn ouder(s) over deze mogelijkheid. Het college kan deze cliëntondersteuning aanbieden, maar de jeugdige en zijn ouder(s) kunnen zich ook laten bijstaan door andere (externe) ondersteuners. Denk aan een bestaande cliënten- of belangenorganisatie. Van belang is verder nog dat het college moet zorgen dat cliëntondersteuning en het beslissen op een aanvraag niet in één hand kunnen liggen. De cliëntondersteuner moet immers onpartijdig (kunnen) zijn en alleen in het belang van de jeugdige en zijn ouder(s) handelen. Tweede en derde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. § 2. Wettelijke verwijzers Artikel 3.2 Via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Eerste lid De wet regelt dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist (art.

2.6, eerste lid onder g, van de wet). Na een dergelijke verwijzing staat echter nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp (bijvoorbeeld welke therapie) een jeugdige precies nodig heeft. Een jeugdige kan op dat moment terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft gecontracteerd. In de praktijk zal het - mede gelet op de professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek - de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang (de duur). Dit vanzelfsprekend in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s). Bij deze beoordeling zal de jeugdhulpaanbieder zich wel moeten houden aan de afspraken die daarover met de gemeente zijn gemaakt in het contract en/of de verordening. Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

31

Tweede en derde lid In dit lid is bepaald dat het college afspraken maakt met de jeugdhulpaanbieder over de inzet van jeugdhulp. In artikel 2.7, vierde lid, van de wet is nog de verplichting neergelegd dat het college afspraken maakt met de wettelijke verwijzers en zorgverzekeraars over de invulling van het verwijsrecht en de voorwaarden die hieraan kunnen worden gesteld. Daarbij dienen in ieder geval afspraken gemaakt te worden over de wijze waarop de regierol van de gemeenten vanuit het uitgangspunt «1 gezin, 1 plan, 1 regisseur» geborgd wordt en het voorschrijf- en verwijsgedrag van huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen. De gemeente kan hierdoor niet alleen de kosten beheersen, maar ook de regie houden op het gehele hulpverleningsproces dat rondom de jeugdige en zijn ouders plaatsvindt en wordt niet «buitenspel» gezet. Gemeenten kunnen, zoals de verzekeraars dat ook doen, spiegelinformatie leveren aan huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen. Dit houdt in dat zij worden geïnformeerd over hun cliëntenbestand, de aandoeningen en de doorverwijzingen en dat dit in relatie wordt gebracht met de gegevens van andere huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen. Het doel hiervan is dat zij zich bewust worden van hun handelen en eventueel hun handelen hierop aanpassen in een door de verzekeraar en de gemeente gewenste richting (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 149).

Omdat de zogeheten wettelijke verwijzers alleen kunnen verwijzen naar gecontracteerde jeugdhulp, betaalt het college alleen die hulp. § 3. Via de gemeente: Hulpvraag en aanvraag Artikel 3.3 Hulpvraag Het college bevestigt de ontvangst van een hulpvraag. Daarna wordt een onderzoek uitgevoerd (onderdeel a) en worden ouders voorgelicht over de zaken die worden genoemd (onderdeel b). Als ouders dat wensen kan het college ondersteuning bieden bij het opstellen van een familiegroepsplan. Artikel 3.4 Criteria deskundigheid De verordening moet voorzien in welke deskundigheid het college inzet bij een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening (art. 2.3 eerste lid van de wet). Dit artikel voorziet in de benodigde waarborgen. Artikel 2.1 van het Besluit Jeugdwet bepaalt de aard van de deskundigheid. Het gaat om deskundigheid op het gebied van: opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd, taal- en leerproblemen, somatische aandoeningen, lichamelijke of verstandelijke beperkingen en kindermishandeling en huiselijk geweld.

Artikel 3.5 Het onderzoek algemeen Eerste lid Het is van groot belang dat het onderzoek in goede samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) plaatsvindt, alleen dan kan de hulpvraag goed in kaart worden gebracht. Daarbij hanteert het college het zogeheten stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRVB:2017:1477). Het college kan niet altijd alleen uitgaan van de hulpvraag. Het college moet daarom zelf actief onderzoek doen naar de problemen van het gezin en de hulp die zij hierbij wensen. Pas dan wordt een volledig beeld verkregen van de situatie. Het spreekt voor zich dat aanwezigheid van personen uit het sociaal netwerk van de jeugdige en zijn ouders

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

32

een meerwaarde heeft. Denk ook aan de oplossingen die zij geheel of gedeeltelijk zouden kunnen bieden waarmee de problemen worden opgelost of verminderd (eigen kracht). Tweede lid Het is van belang dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) weet hoe de procedure zal verlopen. Verder is het beschikken over bepaalde persoonsgegevens noodzakelijk om tot een goede uitvoering van het onderzoek te komen. Daarbij is het van belang dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) tijdens het onderzoek op de hoogte wordt gesteld van het verwerken of het uitwisselen van persoonsgegevens én dat het college aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) daarvoor zonodig toestemming vraagt. Derde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Vierde lid In de aanvraagsituatie geldt de informatieplicht van de jeugdige en/of zijn ouder(s) jegens het college op grond van artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat artikel bepaalt dat een aanvrager alle gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Ook is de jeugdige en/of zijn ouder(s) gehouden om zo goed mogelijk mee te werken aan een benodigd onderzoek (bijv. CRVB:2019:276, CRVB:2021:410, CRVB:2021:510). Als uitgangspunt geldt dat de jeugdige altijd wordt gezien dan wel wordt gesproken.

Denk in dat kader ook aan het recht van de jeugdige om zijn mening te vormen en vrijelijk te uiten (art. 12 IVRK). Daarvoor geldt de leeftijdsgrens van 12 jaar, tenzij de jeugdige daartoe niet in staat is natuurlijk. Vijfde en zesde lid Voor de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt een schriftelijk ondersteuningsplan van het onderzoek opgesteld. Dit volgens het zogeheten stappenplan (CRVB:2017:1477). Het ondersteuningsplan vormt de belangrijkste basis voor de beslissing op de aanvraag. Aan het ondersteuningsplan kunnen opmerkingen of latere aanvullingen worden toegevoegd. Artikel 3.6 Aanvraag om jeugdhulp Eerste lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Tweede lid De beslistermijn voor de aanvraag is acht weken (art. 4:13 Awb). Het kan echter voorkomen dat het college in verband met de zorgvuldige voorbereiding van dat besluit bijvoorbeeld deskundigenadvies nodig heeft (zie art. 2.7 van de verordening). Doorgaans zal het college niet over een dergelijk advies kunnen beschikken binnen de beslistermijn van acht weken. Het college heeft daarom de bevoegdheid de beslistermijn van de aanvraag onder toepassing van artikel 4:14, eerste lid, van de Awb te verlengen en laat betrokkene weten binnen welke termijn de aanvrager het besluit kan verwachten.

Het college kan de beslistermijn ook opschorten als bijvoorbeeld de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet de benodigde gegevens of bescheiden heeft aangeleverd of medewerking heeft verleend aan het onderzoek, voor zover dat van belang is voor de beoordeling van de aanvraag. In die

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

33

gevallen is artikel 4:15, tweede lid onder b, van de Awb van toepassing. Wanneer de gevraagde medewerking niet wordt verleend, kan het college het recht op jeugdhulp niet vaststellen (bijv. CRVB:2022:693) Derde lid Een uitzondering geldt voor spoedeisende situaties. Het college zet in voorkomende gevallen (zo spoedig als nodig) een tijdelijke maatregel in, dit in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. Dit laat onverlet dat het college ook zonder aanvraag als bedoeld in de verordening met spoed jeugdhulp kan (moet) inzetten. Ook kan het college een machtiging voor gesloten jeugdhulp bij de kinderrechter vragen. In deze gevallen gaat het om jeugdhulp in natura gelet op het spoedeisende karakter. Vierde lid Tijdens de procedure kan ook gebruik worden gemaakt van de Jeugd Bescherming Tafel (JBT). De JBT is niet alleen gekoppeld aan gesloten jeugdhulp. Aan de JBT wordt besproken of een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk is. Dat gebeurt altijd samen met de ouder(s), betrokken professionals en de Raad voor de Kinderbescherming. Als vrijwillige jeugdhulp niet meer mogelijk is, stuurt de JBT aan op drang. Hierbij ontvangt het gezin hulp, maar moet het gezin wel meewerken en zich houden aan een aantal voorwaarden (niet vrijblijvende hulp). Voldoet het gezin daar niet aan, dan kan er besloten worden tot een raadsonderzoek.

In dat geval start de Raad voor Kinderbescherming een onderzoek. Artikel 3.7 Identificatie Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. § 4. Advisering Artikel 3.8 Advisering Eerste, tweede en derde lid De wet sluit niet uit dat het college ook nog deskundigenadvies kan opvragen. Dat wil zeggen als dat nodig is. Het college kan ook advies vragen van een jeugdhulpaanbieder (screening of advies en expertise). Vierde en vijfde lid Uit art. 8.1.2, derde lid, van de wet volgt de medewerkingsplicht voor de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het gaat om de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet als het college om die medewerking vraagt (bijv. CRVB:2022:693). Zoals meewerken aan het onderzoek door bijvoorbeeld gehoor te geven aan een oproep van de medisch adviseur, het -via een machtiging- toestemming verlenen om informatie te mogen inwinnen bij de huisarts of specialist en geen gebruik te maken van het blokkeringsrecht. Het uitgangspunt is dat de jeugdige wordt gezien en zonodig wordt gesproken. Artikel 3.9 Advisering na wettelijke verwijzing Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

34

Hoofdstuk 4 Eigen kracht en uitgangspunten Artikel 4.1 Zorgplicht en aanspraak op jeugdhulp Eerste lid De zorgplicht van ouders op grond van art. 1:82 en 1:247 van het Burgerlijk Wetboek vormt de basis voor het uitgangspunt van eigen kracht. Verwezen wordt naar de algemene toelichting bij deze verordening en de begripsbepaling van eigen kracht. De zorgplicht kan worden vertaald naar kernpunten voor goed ouderschap (Handelingen II 2018/19, 33836, nr. 45, p. 2). Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het gezond en veilig opgroeien van hun het kind en om in eerste instantie ook te trachten de op hun weg komende problemen zelf of met behulp van hun eigen netwerk op lossen. Tweede lid Dit lid bepaalt dat het college geen individuele voorziening hoeft te verlenen als de eigen kracht toereikend is (onder a) en het gebruik van algemene voorzieningen passend zijn (onder b). Artikel 4.2 Criteria eigen kracht Dit artikel bepaalt in het eerste lid wat onder de eigen kracht valt. In tweede lid is bepaald dat de eigen kracht ook van toepassing is op niet-gezaghebbende ouders, zoals een stiefouder of zij die de jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. Artikel 4.3 Afwegingsfactoren gebruikelijke hulp In dit artikel staan afwegingsfactoren genoemd die een rol kunnen spelen.

Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de richtlijn die als bijlage is opgenomen bij de verordening. Er zijn (slechts) twee afwegingsfactoren bij gebruikelijke hulp omdat het normale oudertaken betreft, ongeacht het hebben van problemen van het kind(eren) in de zin van de Jeugdwet. De problemen die kunnen ontstaan bij de zorg en opvoeding zullen ouders zelf het hoofd moeten bieden. Van werkende ouders mag bijvoorbeeld worden verwacht dat gebruik wordt gemaakt van verlofmogelijkheden van de Wet arbeid en zorg. Het college kan gebruikelijke hulp niet zonder meer aannemen. Beschikken ouders (tijdelijk) niet over de capaciteiten (onder a) om invulling te geven aan de ‘zorgplicht’, kan opvoedondersteuning aangewezen zijn. De beschikbaarheid van ouders is ook een criterium (onder b). Bij het niet beschikbaar kunnen zijn van ouders moet sprake zijn van een acute situatie. Bijvoorbeeld het (plotseling) overlijden van één van de ouders. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Artikel 4.4 Afwegingsfactoren boven-gebruikelijke hulp In dit artikel staan afwegingsfactoren genoemd die een rol kunnen spelen. Het college kan eveneens boven-gebruikelijke hulp niet zonder meer aannemen. Het gaat bij bovengebruikelijke hulp niet om de normale oudertaken, maar om taken die omvangrijker en mogelijk intensiever zijn. Dat betekent echter niet dat geen sprake kan zijn van eigen kracht.

Ook boven-gebruikelijke hulp kan onder de eigen kracht (zorgplicht) van ouders vallen. Verder wordt verwezen naar de algemene toelichting bij de verordening. Artikel 4.5 Afwegingsfactoren vervoer Ouders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. Het is normaal dat ouders hun kinderen brengen naar school,

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

35

kinderopvang, sportclub en ook naar een jeugdhulpaanbieder. Je eigen kind vervoeren is van belang voor het onderlinge contact, delen van bijzonderheden en betrokkenheid van ouders bij de situatie. In dit artikel staan afwegingsfactoren genoemd die een rol spelen bij de vraag of sprake is van eigen kracht. Uit de wet volgt dat het college eerst moet vaststellen of er een medische noodzaak is of dat de jeugdige beperkingen heeft in de zelfredzaamheid (art. 2.3 tweede lid van de wet). Artikel 4.6 Afwegingsfactoren overig In dit artikel staan de afwegingfactoren van de overige situaties (art. 4.2) die onder eigen kracht kunnen vallen. Van ouders wordt verwacht dat zij zich in hoge mate inspannen om hun sociaal netwerk aan te spreken (onder a). Ook organisaties of instellingen binnen de gemeente kunnen mogelijk hulp bieden (onder b). Denk bijvoorbeeld aan de Scouting, een kerkgenootschap of sportvereniging. Beschikken ouders over een aanvullende zorgverzekering die voorziet in een oplossing, dan zullen zij die moeten aanspreken (onder c). Artikel 4.7 Uitgangspunten jeugdhulp Eerste lid Het college is niet gehouden om jeugdhulp in te zetten als de jeugdige aanspraak kan maken op een andere wet (art. 1.2 van de wet). Hoewel het gaat om een generieke wettelijke bepaling is deze voor de volledigheid in de verordening opgenomen.

Tweede lid Het uitgangspunt in dit lid sluit aan op het uiteindelijke doel van het jeugdwetstelsel: het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezin en sociale omgeving. Ouders en jeugdigen moeten leren (weer) op eigen vaardigheden te vertrouwen zodat zij zelf verder kunnen, zonder hulp van de overheid. Derde lid In dit lid zijn de wettelijke jeugdhulpdoelen opgenomen die als het ware het sluitstuk vormen van de beschikking. Vierde lid Voor de kenbaarheid en rechtszekerheid is de verplichting van het college opgenomen zoals genoemd in artikel 2.3, vierde lid, van de wet. Vijfde lid Het college is slechts gehouden de naar objectieve maatstaven gemeten goedkoopst passende individuele voorziening te bieden. Zijn er meerdere individuele voorzieningen die als passende jeugdhulp kunnen gelden, dan wordt de goedkoopste verstrekt. Het college moet zich wel op het standpunt kunnen stellen dat er sprake is van 'passende jeugdhulp' (art. 2.5 van de wet). Het kan voorkomen dat het college toch duurdere jeugdhulp moet toekennen omdat artikel 8 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) een rol speelt. Op de overheid rust namelijk ook de plicht een ongestoord familie- en gezinsleven te bevorderen.

Denk bijvoorbeeld aan jeugdhulp in de gezinssituatie in plaats van (goedkopere) jeugdhulp in een instelling (TK 2012/13, 33684, nr. 3, p. 17).

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

36

Zesde lid Dit lid regelt de ingangsdatum van de individuele voorziening. Dit betekent ook dat de kosten van (zelf) gerealiseerde jeugdhulp in beginsel niet worden vergoed (zie art. 7.1 vijfde lid). Zevende lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 5 Individuele voorzieningen Artikel 5.1 Criteria ambulante jeugdhulp Eerste lid De situaties waarin jeugdhulp nodig is kunnen zowel stabiel (planbaar) als crisisgevoelig (niet planbaar) zijn. Begeleiding kan plaatsvinden op geplande en ongeplande momenten. Psychoeducatie toegepast in de praktijk kan onderdeel zijn van ambulante jeugdhulp. Tweede lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Verwezen wordt naar de begripsbepaling in artikel 1.1. Derde lid De methode van de behandeling is systeemgericht. Een deel van de individuele behandeling kan in een groep worden ingezet als een behandelaar gelijktijdig meerdere jeugdigen behandelt en er geen sprake is van een pedagogisch leefklimaat. Het college kan aanvullende modules inzetten (ambulante alternatieven). Vierde lid Forensische behandeling is (hoog)specialistische zorg die zich richt op de veiligheid van de samenleving. Het gaat om diagnostiek, risicotaxatie en/of ambulante behandeling van de jeugdige met (dreigend) ernstig grensoverschrijdend gedrag en/of (dreigend) delict gedrag. Het gevaarscriterium van (dreigend) ernstig grensoverschrijdend gedrag en/of delictgedrag is leidend in de bepaling of Forensische jeugdhulp - behandeling nodig is. Vijfde lid Als sprake is van een stabiele situatie, dan gaat de jeugdhulpaanbieder in overleg met de huisarts of deze de medicatiecontrole over wil nemen.

Indien wenselijk kan de betrokken jeugdhulpaanbieder een consultatiefunctie voor de huisarts vervullen. Als voorliggende mogelijkheden ontstaan om medicatiecontrole uit te voeren voor de jeugdige, dan kan dit effect hebben op de inzet van medicatiecontrole. Bij voorliggende mogelijkheden kan worden gedacht aan het overdragen van langdurige medicatiecontrole naar de betrokken huisarts. Zesde lid Deze medicatiecontrole gebeurt door het ziekenhuis.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

37

Zevende lid Begeleiding groep basis voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele ontwikkelings- en begeleidingsomgeving. Er wordt gewerkt met een duidelijk beschreven doel van de begeleiding en de methode is systeemgericht. De begeleiding groep vindt plaats op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder en niet in de thuissituatie. Achtste lid Begeleiding groep intensief voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele ontwikkelings- en begeleidingsomgeving. Er wordt vanuit een methode gewerkt met een duidelijk beschreven doel van de begeleiding. De methode is systeemgericht. De begeleiding groep vindt plaats op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder en niet in de thuissituatie. Negende lid Behandeling groep basis voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele en stimulerende ontwikkelings- en behandelomgeving. Deze problematiek kan van pedagogische en/of psychologische aard zijn zoals gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en/of sociaal emotionele problemen. De behandeling groep vindt plaats op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder en niet in de thuissituatie.

De sociale interactie in een groep, leren van elkaar en ook steun ervaren en tips krijgen van lotgenoten wordt in de groepsbehandeling als instrument gebruikt Tiende lid Behandeling groep intensief voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele en stimulerende ontwikkelings- en behandelomgeving. De problematiek van de jeugdige kan van pedagogische en/of psychologische aard zijn zoals gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en/of sociaal emotionele problemen. De behandeling groep vindt plaats op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder en niet in de thuissituatie. De sociale interactie in een groep, het leren van elkaar en ook steun ervaren en tips krijgen van lotgenoten wordt in de groepsbehandeling als instrument gebruikt. Elfde lid KDC/ODC Basis voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele en stimulerende ontwikkelings- en behandelomgeving, gevestigd op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder. Op de locatie is (individuele) behandeling en proces- en basis diagnostiek beschikbaar. Aanvullend zijn paramedici zoals logopedie, ergotherapie en fysiotherapie op locatie beschikbaar. De begeleiding/behandeling is gericht op ontwikkeling. Er wordt waar mogelijk en nodig nauw samengewerkt met het onderwijs.

De jeugdige (vroegere MDC, infantgroepen) van 0-6 jaar heeft ontwikkelingsproblematiek en/of gedragsproblematiek of de jeugdige ouder dan 5 jaar die niet naar het onderwijs door kan stromen vanwege een forse handicap en/of externaliserend gedrag. Denk aan: snel boos worden, geïrriteerd raken, moeilijk met anderen in een ander groepje kunnen zitten. Twaalfde lid KDC/ODC Intensief voorziet in een pedagogisch leefklimaat dat bestaat uit een stabiele en stimulerende ontwikkelings-en behandelomgeving, gevestigd op locatie bij de betreffende

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

38

jeugdhulpaanbieder. De begeleiding/behandeling is gericht op ontwikkeling. Er wordt waar mogelijk en nodig nauw samengewerkt met het onderwijs. Op de locatie is (individuele) behandeling en proces- en basis diagnostiek beschikbaar. Aanvullend zijn paramedici zoals logopedie, ergotherapie en fysiotherapie op locatie beschikbaar. Dertiende lid Dyslexie is een specifieke en hardnekkige lees- en spellingstoornis met een basis in de neurobiologische ontwikkeling, die niet verklaard kan worden door een algemeen leerprobleem, inadequaat onderwijs of sensorische beperkingen. Ernstige Dyslexiezorg (ED) richt zich op diagnose en behandeling. De diagnostiek en eventuele behandeling wordt pas ingezet als de begeleiding vanuit het onderwijs (ondersteuningsniveau 1 t/m 3) aantoonbaar tot onvoldoende resultaat heeft geleid. De Ernstige Dyslexie ondersteuning is aanvullend op de onderwijsondersteuning die gelijktijdig blijft plaatsvinden. Artikel 5.2 Criteria Ambulante alternatieven voor verblijf Eerste lid De Ambulante alternatieven omvatten intensieve begeleiding, behandeling, oudertraining en andere ondersteunende programma’s om het gezinssysteem te versterken, veiligheid te waarborgen en de noodzaak van uithuisplaatsing te verminderen. Ambulante alternatieven zijn gericht op: a.

complexe/ ernstige problemen op meerdere domeinen(psychiatrische problematiek, en/of licht verstandelijke beperking, gedragsproblemen, delinquentie, alcohol- of drugsmisbruik, ernstig antisociaal en/of grensoverschrijdend gedrag, ernstige opvoed- en opgroeiproblemen); b. (acute) onveiligheid binnen het gezinssysteem. Tweede lid ZIT wordt veelal ingezet bij jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Jeugdigen krijgen individuele behandeling, maar verblijven gezamenlijk op de groep. De jeugdige verblijft twee weken achter elkaar van maandag tot en met donderdag op de behandellocatie van de ZIT en gaat daarna weer naar huis of naar de locatie waar hij/zij verblijft/woont. De behandeling vindt plaats op locatie bij de betreffende jeugdhulpaanbieder en niet in de thuissituatie. Derde lid Ambulant alternatief FACT Jeugd / GezinsFACT biedt multidisciplinaire behandeling, begeleiding en ondersteuning op maat. FACT Jeugd/ GezinsFACT is flexibel in tijd en intensiteit en richt zich op het weerbaar maken van de jeugdige en zijn gezinssysteem in en mét de maatschappij. De begeleiding en behandeling is outreachend en de inzet is gericht op wat de jeugdige en het gezinssysteem nodig hebben. Jeugdigen kunnen 24 uur per dag met hun vragen terecht bij de jeugdhulpaanbieder. Vierde lid Het MST-team biedt gedurende 4 tot 5 maanden ondersteuning aan het gezin.

Het MSTteam is daarnaast het hele traject 24/7 beschikbaar, zodat ook hulp geboden kan worden in avonden en weekenden. MST is bedoeld voor het gezinssysteem met één of meerdere jeugdigen die ernstige gedragsproblemen hebben. Bijvoorbeeld fysieke agressie, verbale

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

39

agressie, het plegen van delicten, weglopen, intimideren, middelenmisbruik of omgang met verkeerde vrienden. Het grensoverschrijdende probleemgedrag komt voor op meerdere levensgebieden van de jeugdige, zoals thuis, op school of op straat. Soms mondt het uit in criminaliteit, zoals diefstal en vandalisme. De toekomst van de jeugdige staat op het spel en opname in een open of gesloten setting dreigt. Vijfde lid De behandeling vindt in principe thuis plaats. Indien nodig verblijven de jeugdige(n) en het gezinssysteem tijdelijk bij de jeugdhulpaanbieder op locatie; het hele gezinssysteem woont dan tijdelijk in een woning van de jeugdhulpaanbieder. Bij een opname moet er sprake zijn van dusdanige onveiligheid in het gezin dat een ambulante behandeling van CSI niet voldoende veiligheid biedt. Artikel 5.3 Criteria wonen Eerste lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Tweede lid De pleegzorgaanbieder biedt begeleiding aan pleegouders. De jeugdige kan door omstandigheden een korte of langere tijd niet thuis wonen en er is sprake van laag complexe factoren bij de jeugdige op moment van plaatsing. Bij deeltijdpleegzorg (onder c) kan de inzet variëren van een enkele dag tot maximaal drie dagen per week.

Derde lid Binnen een gezinshuis wordt de jeugdige geplaatst die als gevolg van beschadigde ervaringen en/of complexe problematiek (tijdelijk) niet bij het gezinssysteem of zelfstandig kan wonen. De jeugdige is onderdeel van de gezinsstructuur, cultuur en het bredere netwerk van het gezinshuis. Gezinshuisouders wonen in hetzelfde huis als de jeugdige. De jeugdigen binnen een gezinshuis doen naast verzorging en alledaagse opvoeding, structureel een beroep op specifieke opvoedingsvaardigheden van de gezinshuisouders. Daarnaast betreft het ook het ondersteunen binnen de gezinshuissituatie en de reguliere ondersteuning aan de jeugdige in het dagelijks leven, zoals school en sporten. Het is uitgesloten dat de gezinshuisouder(s) en/of pedagogisch medewerker(s) betrokken bij het gezinshuis zelf behandeling biedt aan jeugdigen binnen het gezinshuis. Vierde lid Binnen een woongroep wordt een pedagogisch leefklimaat geboden waarbinnen een vaste groep jeugdigen 24 uur per dag wordt begeleid door een beperkt aantal jeugdprofessionals. De jeugdige heeft de beschikking over een eigen kamer. Jeugdigen worden opgevoed door meerdere medewerkers (beroepsopvoeders) die in wisselende diensten werken. De begeleiders en opvoeders zijn zelf niet woonachtig in het pand of op het terrein. Voor het wonen binnen de woongroep kan geen individuele begeleiding of begeleiding groep worden ingezet.

Vijfde lid Het dagelijkse leefklimaat wordt geboden door een zo klein mogelijk en vast team jeugdprofessionals/beroepsopvoeders. Het wonen heeft geen maximale duur en jongeren

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

40

jeugdigen worden in principe niet doorgeplaatst naar een andere woonplek. De jeugdhulpaanbieder draagt bij aan een doorlopende schoolgang van jeugdige waarbij de meest dichtbij zijnde en passende school het uitgangspunt is. Indien de jeugdige tijdens het wonen school volgt of werk heeft wordt dit door de jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd. Bijvoorbeeld op tijd klaar zijn, brood meenemen, boekentas, etc. Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar school. Wel stemmen jeugdhulpaanbieders met jeugdigen/ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar school/werk gaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), vangt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de locatie zelf op. Dit maakt onderdeel uit van het leefklimaat. Er wordt gewerkt aan het onderhouden of verbeteren van het contact met ouders/opvoeders en/of sociaal netwerk. Het wonen binnen deze voorziening is perspectief biedend tot 18 jaar. Vanaf het 16de levensjaar wordt door jeugdhulpaanbieder samen met het jeugdige en netwerk gericht gewerkt aan een toekomstige vervolg-woonsituatie. Er wordt gewerkt met een Toekomstplan voor én met jeugdigen. Hierbij is tenminste aandacht voor de volgende leefdomeinen: wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support. Artikel 5.4 Criteria verblijf Eerste lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Tweede lid Kamertraining is een vorm van zelfstandigheidstraining.

De jeugdige kan 24/7 binnen deze verblijfvorm verblijven. Indien de jeugdige tijdens de kamertraining scholing volgt of werk heeft wordt dit door de jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd. Bijvoorbeeld op tijd klaar zijn, brood meenemen, boekentas, etc. Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar school/werk. Wel stemmen jeugdhulpaanbieders met jeugdigen/ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar school/werk gaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), vangt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de locatie zelf op. Dit maakt onderdeel uit van het leefklimaat. Er wordt gewerkt aan het onderhouden of verbeteren van het contact met ouders/opvoeders en/of sociaal netwerk. Het wonen binnen deze voorziening is perspectief biedend tot 18 jaar. Vanaf het 16de levensjaar wordt door jeugdhulpaanbieder samen met het jeugdige en netwerk gericht gewerkt aan een toekomstige vervolg-woonsituatie. Er wordt gewerkt met een Toekomstplan voor én met jeugdigen. Hierbij is tenminste aandacht voor de volgende leefdomeinen: wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support. Derde lid De ouder(s) en jeugdige(n) beschikken per gezin over een eigen ruimte/kamer. Indien een jeugdige tijdens het verblijf op de ouder-kind groep gebruik maakt van de opvang of scholing volgt, wordt dit door de jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd.

Bijvoorbeeld ouders ondersteunen gericht op tijdig klaar zijn van jeugdige, brood meenemen, tas, etc. Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar de opvang of school. Wel stemmen jeugdhulpaanbieders met ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar de opvang of schoolgaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), ondersteunt de jeugdhulpaanbieder de ouder bij het opvangen van de jeugdige op de locatie. De ondersteuning is daarnaast vaak gericht op meerdere domeinen en passend bij de leeftijd-

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

41

en ontwikkelingsfase waarin de jeugdige zich bevindt. Indien nodig wordt nauw samengewerkt met ketenpartners, bijvoorbeeld het consultatiebureau en de kinderopvang. Vierde lid Een behandelgroep biedt een leefklimaat aan dat bestaat uit een stabiele ontwikkelings- en behandelsituatie. De behandeling gaat altijd samen met intensieve ondersteuning in de thuissituatie. De jeugdige kan 24/7 op een behandelgroep verblijven. De behandeling is altijd multidisciplinair ingebed. De jeugdige kan te maken hebben met complexe uitdagingen, zoals gedragsproblemen, emotionele moeilijkheden of crisissituaties, waarbij intensieve multidisciplinaire behandeling essentieel is. Indien de jeugdige tijdens de behandeling scholing volgt of werk heeft wordt dit door de jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd. Bijvoorbeeld op tijd klaar zijn, brood meenemen, boekentas, etc. Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar school. Wel stemmen jeugdhulpaanbieders met jeugdigen/ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar school/werk gaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), vangt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de locatie zelf op. Dit maakt onderdeel uit van het leefklimaat. Het verblijf gaat altijd samen met intensieve ondersteuning in de thuissituatie ten behoeve van en voornamelijk gericht op de terugkeer van de jeugdige naar de ouders/verzorgers of naar het netwerk.

De jeugdhulpaanbieder is verantwoordelijk voor een goede afstemming met ambulante ondersteuning in de thuissituatie of biedt het zelf. Vijfde lid Bij de Driemilieuvoorziening wordt behandeling binnen verblijf, onderwijs en vrijetijdsbesteding gecombineerd aangeboden. Er is sprake van een orthopedagogisch behandel- en leefklimaat. Er is continue sturing, regulering, behandeling, ondersteuning en toezicht nodig. Bij de jeugdige is sprake van verbaal agressief, destructief, manipulatief, ongecontroleerd en/of ongeremd gedrag en vaak ook grensoverschrijdend seksueel gedrag waardoor er sprake is van een groot veiligheidsrisico. Dat wil zeggen: de jeugdige is een gevaar voor zichzelf of anderen en/of gevaar voor zichzelf onvoldoende herkent, dan wel wordt bedreigd door derden. Er is een hoge mate van toezicht, veiligheid en voorspelbaarheid binnen de drie leefsferen (wonen, onderwijs en vrije tijd). De jeugdige heeft een sterke neiging zich aan begeleiding te onttrekken. Dit toont zich in complexe problematiek en vaak al meerdere mislukte hulppogingen. Veelal zijn de problemen sterk verweven met die in het gezin/netwerk en is eerder ingezette specialistische hulp (met verblijf) niet in staat (gebleken) om die belemmeringen weg te nemen.

Indien de jeugdige tijdens de behandeling scholing volgt of werk heeft wordt dit door de jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd (bijvoorbeeld op tijd klaar zijn, brood meenemen, boekentas). Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar school. Wel stemmen jeugdhulpaanbieders met jeugdigen/ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar school/werk gaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), vangt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de locatie zelf op. Dit maakt onderdeel uit van het leefklimaat. Een driemilieuvoorziening is uitsluitend een driemilieuvoorziening en kan niet gelijktijdig een woon- of verblijfsgroep zijn. Zesde lid Ondersteuning is gericht op de jeugdige en de ouders. De zelfredzaamheid van de jeugdige is laag. Het betreft een (korte) klinische opname voor de jeugdige en eventueel het gezinssysteem als onderdeel van de GGZ-behandeling. In het algemeen is sprake van

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

42

intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering met continu individueel (opvoedkundig) toezicht. Verpleegkundig, opvoedkundig, verzorgend (VOV) personeel is permanent beschikbaar. Een (tijdelijke) opname is noodzakelijk. Zevende lid Jeugdhulp is noodzakelijk in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Dat betekent ook dat er vrijheidsbeperkende en controlerende maatregelen ingezet kunnen worden tegen de wil in van de jeugdige (en wettelijk vertegenwoordigers). Het leefklimaat is erop gericht om de impact van de beperkende maatregelen zo passend mogelijk te maken. Achtste lid Indien de jeugdige tijdens het Deeltijd verblijf/logeren scholing volgt of werk heeft wordt dit door jeugdhulpaanbieder gefaciliteerd (bijvoorbeeld op tijd klaar zijn, brood meenemen, boekentas). Jeugdhulpaanbieders zijn niet verantwoordelijk voor het uitvoeren van vervoer naar school. Wel stemmen aanbieders met jeugdigen/ouders hierover af. Indien de jeugdige niet naar school/werk gaat (bijvoorbeeld vanwege ziekte), vangt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de locatie zelf op. Dit maakt onderdeel uit van het leefklimaat. Tijdens logeren/deeltijdverblijf zal jeugdige veelal geen gebruik maken van vrijetijdsbesteding buiten de locatie.

Er wordt gewerkt aan het onderhouden of verbeteren van het contact met ouders/opvoeders en/of sociaal netwerk. Negende lid Bij de noodzaak van extra Verblijfsbegeleiding kan gedacht worden aan een zeer hoog risico op suïcide, zeer ernstige fysieke agressie of zeer ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Extra Verblijfsbegeleiding wordt kortdurend ingezet wanneer de begeleiding of behandeling die valt binnen het pedagogisch leefklimaat onvoldoende de veiligheid van de jeugdige en/of de groep kan waarborgen. Artikel 5.5 Criteria crisiszorg Eerste lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Tweede lid De jeugdhulpaanbieder realiseert een 24 uurs Crisisdienst GGZ-Jeugd die 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar is voor wettelijke verwijzers. Op basis van de crisismeldingen vindt er bij de jeugdhulpaanbieder een triage plaats. Zo nodig komt de ambulante voorwacht voor de beoordeling ter plekke, indien nodig samen met een arts of psychiater. Derde lid De hulp duurt vier tot maximaal zes weken en bestaat uit drie fasen. Die bestaan uit: 1. het opbouwen van een werkrelatie met de gezinsleden, taakverlichting, het verzamelen van informatie en het stellen van doelen, 2.

concretisering van de doelen in een plan van aanpak, nieuwe vaardigheden aanleren, stabiliseren en vergroten van de veiligheid in het gezin, activeren en benutten van het netwerk en de gezinsleden leren gedachten en emoties die hun gedrag beïnvloeden te onderkennen en 3. het opstarten van eventuele vervolghulp.

Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2025

43

Vierde lid Kenmerkend voor ASH is dat jeugdhulpaanbieders binnen 24 uur en dag en nacht de ondersteuning kunnen starten en geven. De hulp wordt in de woonsituatie ingezet bij crisis en spoedeisende situaties in de opvoedingssituatie. De hulpverlener kan vaak al binnen een paar uur bij het gezinssysteem zijn. Soms kan het gezinssysteem na een dag weer zelf verder, regelmatig is het ook nodig om nadat het ASH-traject is afgerond vervolghulp in te zetten. Vijfde lid Het crisisverblijf wordt ingezet als er sprake is van een zodanige balansverstoring dat het handhaven van de natuurlijke gezinssituatie (en soms ook school, vrije tijd) (tijdelijk) niet mogelijk is en voor de jeugdige als gevolg van ontwikkelings- en of gedragsproblemen een gestructureerde opvoedingsomgeving noodzakelijk is. Tijdelijk verblijf van de jeugdige bij iemand uit het sociaal netwerk of crisispleegzorg is niet mogelijk en acuut interveniëren met het oog op de veiligheid van de jeugdige en/of het gezinssysteem is noodzakelijk. Tijdens het verblijf wordt voor zover dat mogelijk is, gestimuleerd dat de jeugdige onderwijs continueert op de eigen school dan wel gebruik blijft maken van reeds lopende dagbesteding en/of vrijetijdsbesteding.

Zesde lid Ook bij deze vorm van jeugdhulp is tijdelijk verblijf van de jeugdige bij iemand uit het sociaal netwerk of crisispleegzorg niet mogelijk gebleken en acuut interveniëren met het oog op de veiligheid van de jeugdige en/of het gezinssysteem is noodzakelijk. Crisisverblijf Jeugd- en Opvoedhulp biedt een veilige en stabiele plek met structuur en een pedagogisch klimaat. Zevende lid Het gaat om de jeugdige met acute psychiatrische problematiek waarbij een dusdanig onveilige, crisissituatie is ontstaan dat thuisblijven geen optie is. Tijdelijk verblijf van de jeugdige bij iemand uit het sociaal netwerk of crisispleegzorg is niet mogelijk gebleken en acuut interveniëren met het oog op de veiligheid van de jeugdige en/of het gezinssysteem is noodzakelijk. Achtste lid Bij Crisispleegzorg is er sprake van spoedeisende problematiek of een crisissituatie. Het verblijf in het crisispleeggezin is ondersteunend aan het proces dat met het gezinssysteem wordt doorlopen om voor de jeugdige weer een veilige gezinssituatie te realiseren. Artikel 5.6 Advies en Expertise Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 5.7 Criteria jeugdhulpvervoer Het Jeugdhulpvervoer vindt plaats tussen de woning van de jeugdige of de locatie waar de jeugdige onderwijs geniet en de locatie waar de jeugdige de individuele voorziening ontvangt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=fa3af3f8-7345-4102-98d5-c37ccb178271