CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Partiële herziening Koopsweg 1 De Lutte

Raadsvergadering 6 mei 2025, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied part.herz. Koopsweg 1 De Lutte16.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verwezen wordt naar paragraaf 2.3 en naar bijlage 1 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.2.5

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

24

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Losser 2023-2040

3.3.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie van de gemeente Losser schetst een toekomstbeeld voor de gemeente. Er wordt onder andere aandacht besteed aan de ambities van de gemeente. De Omgevingsvisie bevat de koers van de gemeente richting 2040. Bij alle ambities en speerpunten staan de landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal. In de Omgevingsvisie zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd met daaraan gekoppeld doelen, keuzes en acties. Het gaat om: 1. 2. 3. 4.

Een herkenbaar en gastvrij Losser, dit thema gaat onder andere over landschap, cultuurhistorie, natuur, erfgoed, recreatie en toerisme. Een leefbaar en gezond Losser, hieronder vallen onder andere wonen, zorg, voorzieningen, onderwijs en milieu. Een toekomstgericht Losser, hier horen onder andere duurzaamheid, energie en energieopwek en klimaatadaptatie bij. Een innovatief en ondernemend Losser, dit thema draait onder andere om bedrijvigheid, bedrijventerreinen en innovatie.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is het aspect bedrijvigheid binnen het vierde thema van belang. 3.3.1.2 Een innovatief en ondernemend Losser De gemeente wenst in 2040 een gezond vestigings- en ondernemersklimaat voor commerciële en niet commerciële publieksgerichte functies. Er is ruimte om nieuwe ondernemingen op te starten en er is ruimte om te groeien. De gemeente wil het landelijk gebied vitaal houden en verpaupering voorkomen. De gemeente biedt daarom meer ruimte voor (economische) activiteiten op voormalige bedrijfslocaties. Hoewel de gemeente Losser de focus legt op bestaande bebouwing, wordt het oprichten van nieuwe bebouwing niet volledig uitgesloten. Ook op dit vlak willen we maatwerk bieden. De aspecten zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit zijn hierin zeer belangrijk. Steeds weegt de gemeente af dat bij ontwikkelingsruimte milieu-, natuur- en duurzaamheidsdoelstellingen niet worden aangetast. De beleidsnota ‘Het buitengebied met ruimtelijke kwaliteit’ is een voorbeeld van hoe de gemeente dit stimuleringsbeleid wil vormgeven. De gemeente zet bij nieuwe ontwikkelingen in op het maken van nieuwe combinaties bij met de realisatie van andere opgaven als klimaatadaptatie, groenversterking, de wateropgave etc. in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.

3.3.1.3 Gebiedskompas – Aan de flank van de stuwwal De gemeente Losser heeft in de omgevingsvisie het buitengebied verdeeld in enkele deelgebieden. Door het vastleggen van gebiedsgerichte waarden maakt de gemeente aan de hand van de gebiedskompassen gerichte keuzes over ontwikkelingen in het buitengebied. Bij ieder gebied is een beschrijving opgenomen van de gewenste koers voor het gebied. Als belangrijkste waarden van het gebied ‘Aan de flank van de stuwwal’ worden onder anderen genoemd: -

De karakteristieke hoogteverschillen Aaneengesloten bosgebieden Open weidegebieden Het kleinschalig kampenlandschap met coulissen Het stelsel van onverharde wegen.

Wat betreft de koers en keuzes voor dit deelgebied ziet de gemeente mogelijkheden voor de ontwikkeling van recreatie, wenst de gemeente de bestaande landbouwkundige functie te behouden, evenals de landgoederen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

25

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Ten slotte wordt benoemd dat het gebruik van het buitengebied hier een multifunctioneel karakter heeft. Landbouw, wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid functioneren hier al lange tijd naast elkaar. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Losser In het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld ten behoeve van het inpassen en het versterken van de aanwezige landschappelijke waarden binnen het plangebied. Met de uitvoering van het erfinrichtingsplan wordt in voldoende mate bijgedragen aan het garanderen van ruimtelijke kwaliteit van het plangebied na het bouwen van de opslaghal. Met het uitvoeren van het erfinrichtingsplan wordt voldaan aan de eisen die de gemeente stelt aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied in het kader van de KGO. Daarnaast heeft de omgeving van het plangebied een multifunctioneel karakter, zoals is beschreven in het gebiedskarakter ‘Aan de flank van de stuwwal. Omdat met de uitbreiding van de opslagmogelijkheden van het mechanisatiebedrijf geen groei van de bestaande bedrijvigheid als gevolg heeft, heeft de uitvoering van de bouw van de nieuwe loods geen invloed op de andere omliggende functies van het plangebied. Het plan is hiermee in overeenstemming hetgeen verwoord is in de Omgevingsvisie Losser 2023-2040. 3.3.2

Welstandnota

3.3.2.1 Algemeen De “Welstandsnota Gemeente Losser” (2013) behandelt het gemeentelijke beleid ten aanzien van het welstandstoezicht in de gemeente. De gemeente heeft de ambitie om meer ruimte te creëren voor burgers die willen bouwen in aansluiting op de toegenomen deregulering. Te veel regels kunnen soms beperken en dragen niet per definitie bij aan goede resultaten. Dit betekent dat de gemeente wil sturen op kwaliteit daar waar het er toe doet, en wil loslaten daar waar dat kan. Op basis van een waardering van de bebouwing in haar omgeving met de daarbij behorende ambitiebepaling is het grondgebied van de gemeente Losser ingedeeld in welstandsvrije gedeeltes in de kernen en twee niveaus van welstand, te weten: niveau 1 en niveau 2. In de welstandsvrije gebieden geldt geen welstandstoezicht. Het excessenbeleid is in deze gebieden ook niet van toepassing. In de gebieden met een welstandsniveau 1 geldt een welstandsbeleid dat erop gericht is om de basiskwaliteit van het gebied te behouden. De welstandstoets zal in principe uitgevoerd worden door de gemeenteambtenaar aan de hand van ambtelijke welstandscriteria. Tenzij de plannen een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Dan wordt de toets door de stadsbouwmeester uitgevoerd aan de hand van basiscriteria.

Het welstandsbeleid in de gebieden met een welstandsniveau 2 is gericht op het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteiten. De welstandstoets zal hier uitgevoerd worden door de stadsbouwmeester. De gebiedsindeling van het buitengebied is gemaakt op grond van de structuurvisie van de gemeente Losser (april 2012). Op grond van de gemaakte waardering is aan elk deelgebied een welstandsniveau toegekend. De gemeente Losser maakt onderdeel uit van nationaal landschap Noordoost Twente. Noordoost Twente is een nationaal landschap om de unieke landschapskwaliteiten, bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten in combinatie met cultuurhistorie. Dit is een belangrijke reden waarom voor het buitengebied niet gekozen is voor welstandsvrije gebieden. Hieronder is in afbeelding 3.5 de welstandswaardering het buitengebied weergegeven, het plangebied is indicatief met de rode ster aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

26

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 3.5

Welstandsnota, waardering buitengebied (Bron: Gemeente Losser)

3.3.2.2 Toetsing plan aan ‘Welstandsnota Losser’ Het plangebied ligt in een gebied dat wordt gewaardeerd als niveau 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen zal de behandelend gemeenteambtenaar het ontwerp aan de geldende welstandscriteria toetsen. 3.3.3 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit plan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke kaders.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

27

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling gaat niet uit van het toevoegen van een geluidsgevoelig object. Daarnaast is tevens geen sprake van het toevoegen van een grote geluidsmaker. Een akoestisch onderzoek wordt in dit kader niet noodzakelijk geacht. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor dit plan.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2

Situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen een bestaande bedrijfsbestemming. In dit kader wordt de bodemkwaliteit geschikt geacht voor het gebruik van de gronden als bedrijfsperceel. Bij het indienen van de bouwvergunning van de bedrijfsloods zal een bodemonderzoek onderdeel uitmaken van de meegezonden stukken. In dit bodemonderzoek wordt de huidige bodemsituatie onderzocht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

28

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 4.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘bodem’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie plangebied

In paragraaf 4.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Daarnaast is er geen sprake van de realisatie van een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

29

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie plangebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode ster) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

30

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 4.1

Uitsnede Risicokaart, plangebied is gelegen ter plaatse van de rode ster (Bron: Risisokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • • •

4.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

31

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld •

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Voor dit bestemmingsplan betekent dit dat wanneer meer specifieke informatie bekend is, dat deze specifieke informatie voorgaat. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. In dit geval kan worden uitgegaan van een rustige woonwijk, aangezien het plangebied in het buitengebied ligt. Hierna is te zien welke richtafstanden gelden voor een dergelijk omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

4.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

4.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van een nieuw functie gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

32

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval gaat het om de uitbreiding van een mechanisatiebedrijf. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf - mechanisatiebedrijf' een bedrijf voor verkoop en reparatie van grasmaaiers en dergelijke toegestaan. Een mechanisatiebedrijf met een bruto vloeroppervlak van meer dan 500 m² is op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' aan te merken als een bedrijf met een milieucategorie 3.1. Voor dergelijke bedrijven geldt in het buitengebied een richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Voor de aspecten ‘geur’, ‘stof’, en ‘gevaar’ gelden richtafstanden van respectievelijk 30, 10 en 10 meter. Voor het meten van de afstand tussen de voorgenomen uitbreiding wordt aangesloten bij de afstand die op basis van de geldende planologische regime mogelijk is. De omliggende milieugevoelige functies betreffen allen woningen die zijn voorzien van een woonbestemming.

In onderstaande tabel is de afstand van de omliggende woningen tot de bedrijfsbestemming en tot het nieuwe gebouw opgenomen.

Milieugevoelige functie

Afstand tot de bedrijfsbestemming

Afstand tot de uitbreiding (opslaghal)

Woonbestemming, Koopsweg 7

0

30

Woonbestemming, Koopsweg 3

50

136

Woning, Koopsweg 16

140

230

Zoals blijkt uit de tabel wordt voor de woonbestemming aan de Koopsweg 7 niet voldaan aan de afstand die aangehouden dient te worden tot de bedrijfsbestemming bij het aspect geluid. Opgemerkt wordt dat de afstand tot de huidige bedrijfshal nog dichter bij de milieugevoelige functie van de woning aan de Koopsweg 7 ligt (circa 40 m). Omdat de werkzaamheden in het bestaande bedrijfspand niet veranderen, en het nog te bouwen pand gebruikt zal worden voor opslag, wordt geen verandering verwacht op de aspecten geluid, geur, stof en gevaar. Een akoestisch onderzoek ter onderbouwing van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid wordt hiermee niet noodzakelijk geacht. In voorliggend geval worden binnen de bedrijfsbestemming geen nieuwe werkzaamheden toegestaan die niet reeds worden uitgevoerd in de bestaande bedrijfshal. Hiermee kan gesteld worden dat met het toevoegen van een bedrijfshal ten behoeve van opslag geen verandering in de geluidsbelasting op de omliggende woningen verwacht hoeft te worden in vergelijking met de huidige situatie. Het overschrijden van de richtafstand van 50 m op het aspect geluid zal naar verwachting geen negatieve invloed hebben op het leefklimaat op met name het perceel van Koopsweg 7. Gezien dit gegeven vormen de toegestane activiteiten binnen de opslaghal geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.

4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en omgekeerd of omliggende bedrijven door de ontwikkeling niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. In het plangebied wordt geen nieuwe milieugevoelige functie gerealiseerd. Er is dan ook geen sprake van belemmering van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende functies.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

33

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 4.5.4

Conclusie

Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

4.6

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 4.6.1

Gebiedsbescherming

4.6.1.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rondom projecten die gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 500 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Landgoederen Oldenzaal. Van directe negatieve effecten (bijv. geluid/verlichting) op Natura 2000-gebieden is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. In dit geval is door BJZ.nu een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De gehele rapportage is als bijlage 2 opgenomen. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. 4.6.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt.

In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 140 m afstand tot de bedrijfsbestemming. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Het NNN kent immers geen schaduwwerking (geen externe effecten). 4.6.2

Soortenbescherming

4.6.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt, anders moet er een ontheffing worden gevraagd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

34

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 4.6.2.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Hieronder wordt nader ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Quickscan natuurwaardenonderzoek De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in het stalletje, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied, maar benutten de randen van het plangebied wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de aanwezige bebouwing in het plangebied gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier opzettelijk gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Deze afname leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. 4.6.3

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op het NNN en de Natura 2000-gebieden verwacht. Het aspect ecologie vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen.

4.7

Archeologie & cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie plangebied De gemeente Losser heeft de archeologische verwachting verwerkt in de dubbelbestemmingen in het geldende bestemmingsplan. Een deel van het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

35

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 2’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt voor bodemingrepen een ondergrens voor archeologisch onderzoek bij bouwwerken groter dan 2.000 m2 en dieper dan 0,3 m. Deze ondergrens wordt in voorliggend geval niet overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart Overijssel, in het plangebied zelf geen rijksdanwel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is tevens geen sprake van overige bijzondere cultuurhistorische waarden. De panden Koopsweg 9 en 13 zijn opgenomen in de lijst met karakteristieke panden van de gemeente Losser. Echter, de panden hebben geen externe werking op het plangebied. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

4.8

Besluit milieueffectrapportage

4.8.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

36

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 4.8.2

Situatie plangebied

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 500 meter afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen sprake is van significante negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000gebieden. Daarom is er geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, is of met de ontwikkeling van een opslaghal sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (o.a. ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het uitbreiden van het toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Op de schaal van Losser is hiermee qua aard en omvang sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Daarbij neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling niet toe.

Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een uitbreiding van een bestaande functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. 4.8.3

Conclusie

Dit plan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

4.9

Waterbeleid

4.9.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kunstwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.9.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

37

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 4.9.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 4.9.4

Beleid waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2022-2027) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: • • • •

Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en Het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan het gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie. Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt. 4.9.5

Planspecifiek

4.9.5.1 Watertoetsproces Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van toepassing is. De standaard waterparagraaf van het waterschap is bijgevoegd in bijlage 4 van deze toelichting. In navolgende subparagraaf wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied. 4.9.5.2 Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in het plangebied, ter plaatse van de bebouwing, geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Tevens neemt het verhard oppervlak beperkt toe (minder dan 1.500 m²).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

38

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. In het plan wordt het afvalwater conform de bestaande situatie afgevoerd. In het nieuw te bouwen bedrijfspand wordt geen toilet gerealiseerd. De ontwikkeling behoeft hiermee geen nieuwe aanpassingen aan het plaatselijke riool. Hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

39

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 5 5.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

5.2

Opzet van de regels

5.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 5.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

5.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

40

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld • • •

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn.

In paragraaf 5.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 5.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn.

•

Algemene aanduidingsregels (Artikel 8) In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. In voorliggend geval zijn de aanduidingen ‘Overige zone – essen’ en ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen. De aanduidingen ten aanzien van de reconstructiewetzone zijn niet overgenomen, aangezien dit alleen relevant is voor agrarische bedrijven.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Overige regels (Artikel 10) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de aanvullende werking welstandscriteria en natuurtoets opgenomen. Daarnaast bevatten deze regel bepalingen omtrent parkeren, laden en lossen.

5.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

5.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig zijn toegestaan en de wijze waarop deze landschappelijk ingepast dienen te worden. Hiertoe is in de planregeling een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

41

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Enkelbestemming ‘Bedrijf’ (Artikel 3) Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor bedrijven in de categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijven en een bedrijf voor de verkoop en reparatie van grasmaaiers en dergelijke. Wonen ten behoeve van het bedrijf is mogelijk. De planregels voor de bedrijfsbestemming zijn overgenomen uit het meest recent onherroepelijk verklaarde bestemmingsplan voor het buitengebied. Binnen de bedrijfsbestemming zijn de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – mechanisatiebedrijf’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – oppervlakte bedrijfsbebouwing maximaal 1750 m2’ geldig. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het uitvoeren van de landschapsmaatregelen uit het erfinrichtingsplan.

Enkelbestemming ‘Natuur – Natuur en Bos’ (Artikel 4) Het zuidelijke deel van het projectgebied waar het aanplanten van een nieuw bosperceel plaatsvindt krijgt de ‘Natuur – Natuur en Bos’ bestemming om het nieuwe bos in stand te houden en de bestemming in overeenstemming te brengen met het toekomstig gebruik van de gronden als bos. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ (Artikel 5) In dit geval is de geldende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ conform het geldende bestemmingsplan overgenomen. De voor 'Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

42

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

43

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 7

VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

7.1

Vooroverleg

7.1.1

Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 7.1.2

Provincie Overijssel

De provincie heeft een zienswijze ingediend tijdens de inzagetermijn van het ontwerp bestemmingsplan. De zienswijze van de provincie betreft het niet voldoende rekening houden met de instructieregel voor ruimtelijke kwaliteit. Als reactie hierop is gekozen voor een aanvulling op de basisinspanning en zijn aan het landschappelijk inrichtingsplan twee extra bosplantsoenen en een wadi met bijpassende beplanting toegevoegd. Tevens is ten zuiden van de bedrijfsbestemming het plangebied uitgebreid om het nieuwe bosplantsoen van een passende bosbestemming te voorzien. Met het aanvullen van de huidige landschappelijke inpassing is in voldoende mate tegemoet gekomen aan de zienswijze van de provincie. 7.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat de ‘korte procedure’ van toepassing is. Hierdoor hoeft het plan niet te worden voorgelegd aan het waterschap in het kader van vooroverleg.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Op het bestemmingsplan is één zienswijze ingediend, afkomstig van de provincie Overijssel. Aan de hand van de zienswijze zijn in de landschappelijke inpassing van het plan enkele wijzigingen doorgevoerd. Met het wijzigen van de landschappelijke inpassing en het uitbreiden van het plangebied met het bosplantsoen ten zuiden van de bedrijfsbestemming is in voldoende mate tegemoet gekomen aan de zienswijze van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

44

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

45

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

46

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Bijlage 2

Aerius berekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

47

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Bijlage 3

Quickscan natuurwaardenonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

48

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Bijlage 4

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=d87f74de-70f8-4358-afa1-afbd09e2cdae