CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Partiële herziening Koopsweg 1 De Lutte

Raadsvergadering 6 mei 2025, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied part.herz. Koopsweg 1 De Lutte16.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte

Juli 2024

Status: Vastgesteld

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Bestemmingsplan “Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte”

Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:

“Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte” NL.IMRO.0168.bp008vzp20ph007-0401 Bestemmingsplan Vastgesteld Juli 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

1

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

2

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE BESTEMMINGSPLANNEN.................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN.......................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 28 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 28 BODEM.................................................................................................................................................... 28 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 29 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 30 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36 WATERBELEID ........................................................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 40 5.1 5.2 5.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ...................................................... 44 7.1 7.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 44

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 46 AERIUS BEREKENING ........................................................................................................................... 47 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 48 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

3

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de bedrijfsbestemming op het perceel aan de Koopsweg 1 in De Lutte, gemeente Losser. Onderhavig plan voorziet in het uitbreiden van het toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van een mechanisatiebedrijf van waaruit tuin en parkmachines worden verkocht, verhuurd en gerepareerd kunnen worden. De initiatiefnemer wenst een opslaghal te bouwen om zo meer ruimte te creëren voor opslag van machines, bouwstoffen en overige materialen. Hoewel het huidige bedrijfsgebouw efficiënt is ingericht, is een uitbreiding van de bedrijfsgebouwen met een nieuwe opslaghal van 600 m 2 gewenst om efficiënt te kunnen blijven werken. Eén en ander draagt bij aan een duurzaam toekomstperspectief voor het ter plaatse gevestigde bedrijf. Ter plaatse van de locatie waar de nieuwe bedrijfshal is beoogd geldt een bedrijfsbestemming, maar bouwmogelijkheden die benodigd zijn voor het toenemen van het bebouwde oppervlakte ontbreken in de geldende bestemmingsplannen “Buitengebied” en “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” van de gemeente Losser. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden herzien. De gemeente heeft besloten medewerking te verlenen aan onderhavige herziening van het bestemmingsplan.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Koopsweg 1 in De Lutte. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie H, nummers 8184, 8183, 8185, 8182, 7960, 7959 en 4107. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Oldenzaal en De Lutte (rode ster) en van de direct omgeving (rode belijning) weergegeven en is een indicatieve begrenzing van het plangebied opgenomen. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied (Bron: Openstreetmap.org)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

4

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Partiele herziening Koopsweg 1, De Lutte” bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0168.bp008vzp20ph007-0401) en een renvooi; regels (en de bijhorende bijlagen); toelichting (en de bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige bestemmingsplannen

1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied” dat door de gemeenteraad op 19 maart 2013 is vastgesteld. Daarnaast geldt: -

het bestemmingplan “Buitengebied Veegplan 2013” (vastgesteld op 10 juni 2014); bestemmingplan “Buitengebied Veegplan 2015” (vastgesteld op 10 november 2015); het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2016” (vastgesteld 20 juni 2017); het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2017” (vastgesteld op 18 december 2018); het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2020” (vastgesteld op 9 maart 2021); het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”(vastgesteld op 16 mei 2023).

De hiervoor genoemde partiële herzieningen dienden voor de actualisering van de regels voor het bestemmingsplan “Buitengebied”. Om de geldende bestemmingen ter plaatse van het plangebied te bepalen, is hoofdzakelijk het bestemmingsplan “Buitengebied” van belang. Ter duiding van de actuele regels is het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied” opgenomen met daarin aangegeven de indicatieve ligging van het plangebied (rode belijning).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

5

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Geldende bestemming en aanduidingen

‘Bedrijf’ De voor bedrijf bestemde gronden zijn onder andere bestemd voor een bedrijf, dat al dan niet aan het buitengebied gebonden is en dat is genoemd in de als bijlage 3 bij de regels opgenomen Staat van bedrijven onder de categorieën 1 en 2, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid en een bedrijf voor verkoop en reparatie van grasmaaiers en dergelijke, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - mechanisatiebedrijf'. Binnen de bedrijfsbestemming is deze functieaanduiding geldig. ‘Agrarisch – 2’ De voor ‘Agrarisch – 2’ bestemde gronden zijn onder andere bestemd voor agrarische cultuurgrond en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, met dien verstande dat hieronder het behouden/of herstel van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken wordt begrepen: erven met erfbeplanting, de kleine en onregelmatige verkaveling, de perceelsafscheiding in de vorm van houtwallen, singels en waterlopen, de bestaande zandwegen en het reliëf en de bolle ligging van de essen. ‘Waarde – Archeologie 2’ Verder kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

6

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Gebiedsaanduidingen Ter plaatse van het plangebied gelden drie gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduiding inzake de reconstructiewetzone heeft betrekking op regels omtrent vestigingen van agrarische bedrijven. In onderhavig plan is deze aanduiding niet relevant. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied’ zijn de gronden aangewezen ter bescherming en veiligstelling van de kwaliteit van het grondwater. Ter plaatse van de aanduiding 'essen' dienen de karakteristieke openheid, bodemkwaliteit en reliëf van de essen en steilranden met bijbehorende beplanting te worden hersteld, behouden en ontwikkeld. 1.4.3

Strijdigheid

Volgens de bouwregels van de bedrijfsbestemming uit het bestemmingsplan “partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”, is enkel het bestaande bedrijf toegestaan. Het laten toenemen van het oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is niet mogelijk. Het herzien van het bestemmingsplan maakt het mogelijk een functieaanduiding toe te voegen waarin de gewenste vierkante meters bedrijfsbebouwing wordt toegestaan om ruimte te bieden voor de nieuwe opslaghal. Daarnaast voorziet het ruimtelijk kwaliteitsplan in het uitbreiden van het bestaande bos ten zuiden van de bedrijfsbestemming. Met voorliggend plan worden daarom deze gronden gewijzigd zodat het nieuwe feitelijke gebruik van de gronden als bos overeenkomt met de planologische situatie. Voorliggend plan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische en huidige situatie in het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

7

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Losser. De omgeving wordt gekenmerkt door het aanwezige coulisselandschap waarin landbouwgronden worden afgewisseld met bossen, houtwallen, houtsingels en agrarische erven. Het reeds bestaande mechanisatiebedrijf bevindt zich op een erf waar ook (bedrijfs)woningen aanwezig zijn. De begrenzing van het plangebied voor dit bestemmingsplan volgt de grenzen van de huidige bedrijfsbestemming. Binnen het plangebied bevinden zich de bedrijfshal van het mechanisatiebedrijf, twee bedrijfswoningen, enkele bijgebouwen en een parkeerplaats die in de parkeerbehoefte van het mechanisatiebedrijf voorziet. Het plangebied wordt ontsloten via een verharde weg aan de Koopsweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied opgenomen. Het volledige plangebied is hierin indicatief aangeduid met een rode stippellijn.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto van het plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

8

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Het initiatief

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het uitbreiden van het toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van het mechanisatiebedrijf aan de Koopsweg 1. Wegens de toenemende behoefte aan de opslag van machines, bouwstoffen materialen en overige is het huidige bedrijfsgebouw te klein geworden. Om efficiënt te kunnen blijven werken in het huidige bedrijfsgebouw is het gewenst een nieuwe hal te bouwen waar materiaal en machines opgeslagen kunnen worden ten behoeve van het mechanisatiebedrijf. De bouw van een nieuwe bedrijfshal voorkomt tevens dat er opslag in de buitenlucht moet plaatsvinden. Buitenopslag zou de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse aantasten. Dit wordt met het voornemen voorkomen. Het oppervlakte van de aanwezige bedrijfsbebouwing bedraagt 1150 m2. Volgens het bestemmingsplan is alleen het bestaande oppervlakte toegestaan. Met het vastleggen van een nieuw maximaal oppervlakte aan bedrijfsbebouwing wordt het mogelijk om een bedrijfshal van 600 m2 toe te voegen aan het plangebied. Het totale bedrijfsoppervlakte komt hiermee op 1750 m 2. Het toevoegen van, of het vergroten van bedrijfsfuncties wordt in het buitengebied niet ondersteund. Bij voorliggende situatie past de nieuwe ontwikkeling goed bij de bestaande bedrijvigheid en neemt de omvang naar ratio niet onevenredig toe.

Tevens de functie van een opslaghal zal geen toename aan bedrijvigheid tot gevolg hebben voor het perceel, er wordt aansluiting gevonden aan de bestaande bedrijvigheid. De locatie voor de nieuwe bedrijfshal bevindt zich ten wensten van de bestaande bedrijfshal en wordt zo onttrokken van het zicht vanaf het grootste deel van het woon- en bedrijfserf. Het groen inpassen van de westkant en de zuidkant van het perceel onttrekt de nieuwe en de bestaande bedrijfshal vervolgens aan het zicht. Voorwaarde aan het toevoegen van bedrijfsbebouwing op dit perceel is het opstellen van een ruimtelijk kwaliteitsplan en het uitvoeren van het hierin opgenomen erfinpassingsplan. Hier wordt in paragraaf 2.3 nader op ingegaan.

2.3

Ruimtelijk kwaliteitsplan

2.3.1

Algemeen

De gemeente Losser wil in principe meewerken aan de voorgenomen ontwikkeling, mits de ruimtelijke kwaliteit op de beoogde te bouwen plek geborgd wordt en er een aanvullende investering in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving plaatsvind. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. 2.3.1

Inpassing nieuwbouw

De gebouwen op erven in het buitengebied zijn over het algemeen volgens een bepaalde hiërarchie op het terrein gesitueerd. Het woongedeelte(woning) bevindt zich daarin aan de voorzijde van het erf en het werkgedeelte (schuren) ondergeschikt daarachter. Daarbij liggen gebouwen niet verspreid van elkaar, maar altijd geclusterd. Het erf aan de Koopsweg 1 voldoet aan deze karakteristieke opbouw. De entree van het erf gemarkeerd door de bestaande woning met ruime siertuin. Daarachter bevindt zich het werkgedeelte met de bedrijfsgebouwen. Om deze karakteristieke opbouw te behouden, wordt de nieuwe bedrijfshal binnen het werkgedeelte gerealiseerd, achter de bestaande bedrijfshal. De nieuwe bedrijfshal wordt op korte afstand van de bestaande bedrijfshal gepositioneerd, zodat enerzijds een compact cluster van gebouwen ontstaat en anderzijds langs de kavelgrens ruimte overblijft voor een groene invulling. De keuze voor verharding en materialen van de bedrijfshal moet in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met elkaar. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning zal de bedrijfshal worden getoetst aan de welstandsnota. De toename aan verharding in het plangebied is naar proportie niet groot. Naast het oppervlakte van de opslaghal (600 m2) hoeft geen tot weinig verharding te worden aangelegd rondom de nieuw te bouwen bedrijfshal.

Aangenomen kan worden dat de verharding als gevolg van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

9

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld voorliggende ontwikkeling rond de 700 m2 zal bedragen. Het hemelwater dat op deze nieuwe verharding valt zal binnen het projectgebied worden geïnfiltreerd. Naar ratio vindt met voorliggend initiatief geen significante toename plaats van het oppervlakte aan verharding. 2.3.2

Landschappelijke inpassing

Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt er naast de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken en landschappelijke kwaliteiten ter plaatse. De basisinspanning bestaat uit het op een passende locatie binnen het erf realiseren van de gewenste bedrijfshal en de realisatie van een gebiedseigen houtsingel, waarmee de bedrijfshal wordt afgeschermd. Aanvullend hierop worden diverse maatregelen genomen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. In de huidige situatie is ten zuiden van het erf een bosperceel aanwezig, wat de kleinschaligheid van het landschap naar voren laat komen. Als aanvullende inspanning wordt het bestaande bosperceel ten zuiden van het projectgebied uitgebreid met nieuw bosplantsoen van ca. 925 m2. Ook wordt langs de kavelgrens aan de westzijde van het erf een houtsingel voorgesteld. De houtsingel wordt opgebouwd uit diverse (opgaande) inheemse soorten en schermt de nieuwe bedrijfshal op een passende manier af. Het zuidelijke deel van de houtsingel krijgt een verlaging, zodat waterberging wordt gerealiseerd (wadi). Hier wordt ook andere beplanting voorgesteld, die geschikt is voor een wadi. Verder wordt aan de oostelijke kavelgrens, evenals langs de zuidzijde van de toegangsweg, een bomenrij met zomereiken voorgesteld.

De bomenrijen dragen bij aan het versterken van de kleinschalig- en beslotenheid van het landschap. Zomereiken behoren tot de potentiele natuurlijke vegetatie, waardoor dit een logische keuze vormt en waarmee zwak plantmateriaal voorkomen wordt. Aanvullend wordt het voorerf van het erf voorzien van een streekeigen haag, bestaande uit beuken of meidoorn. Hiermee wordt het woongedeelte van het erf duidelijker geaccentueerd. Het gewenste eindbeeld bestaat uit een geschoren haag van circa 1 meter hoog. Ten slotte wordt het verharde (parkeer)terrein rondom de bedrijfsbebouwing in een groene jas gestoken door de aanplant van een wilde gemengde haag langs de zoom. Naast de afschermende functie functioneert de haag tevens als schuilplaats en voedselbron voor diverse dieren en insecten. De hoogte van de landelijke haag is 2 meter. Met de voorgestelde maatregelen wordt het erf goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe. De uitvoering van de inrichtingsmaatregelen uit het ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Het uitvoeren van het inrichtingsplan is hiermee voorwaardelijk aan het gebruik van de bedrijfsbestemming. Een afbeelding van de maatregelen uit het inrichtingsplan is opgenomen in afbeelding 2.2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

10

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Verbeelding van het inrichtingsplan uit het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: BJZ.nu)

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Op basis van de parkeer- en verkeernormen uit de CROW publicatie 381 wordt in voorliggend geval uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •

Stedelijkheidsgraad: Weinig stedelijk (bron: CBS Statline)

•

Stedelijke zone: Buitengebied

2.4.2

Planspecifiek

Het CROW heeft geen specifieke verkeer en parkeercijfers gepubliceerd voor een mechanisatiebedrijf. De werkzaamheden en bezoekersaantal van het bedrijf komen het meest overeen met de normen zoals die zijn BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

11

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld opgenomen over een ‘bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)’. In deze onderbouwing wordt uitgegaan van de maximale cijfers omdat in het geval van het mechanisatiebedrijf uit onderhavig plan een kleine mate aan klanten het bedrijfspand bezoeken. 2.4.2.1 Parkeerbehoefte Op basis van de parkeernormen van het CROW voor een arbeidsintensief bedrijf en bezoekersextensief bedrijf wordt uitgegaan van een parkeernorm per 100 m2 bvo. De bestaande bedrijfsloods van het mechanisatiebedrijf heeft een bvo van 1150 m2, de nieuw te bouwen bedrijfsloods heeft een bvo van 600 m2. Ter plaatse van de toekomstige twee bedrijfsloodsen zijn hiermee de volgende cijfers relevant: Type functie bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Totaal

Parkeernorm per 100 m2 bvo 2,3

Oppervlakte bvo

Parkeerbehoefte

1650 m2

37,5

38

Volgens de geldende parkeernormen bestaat er in de toekomstige situatie een parkeerbehoefte aan afgerond 38 parkeerplaatsen. Voor het mechanisatiebedrijf uit onderhavig plan is deze parkeernorm echter veel hoger dan de daadwerkelijke parkeerbehoefte. Op dit moment zijn bij de loods 7 parkeerplaatsen voor personenauto’s aanwezig en zijn er nog enkele parkeerplaatsen voor bedrijfsbussen aanwezig. Het huidige aantal parkeerplaatsen wordt als voldoende ervaren door de eigenaar en de werknemers van het mechanisatiebedrijf. Hoewel een nieuwe functie vaak een toename in de verkeer- en parkeerbehoefte tot gevolg heeft wordt bij onderhavige ontwikkeling niet voorzien in het uitbreiden van de werkzaamheden van het bedrijf. De nieuwe bedrijfsloods is enkel bedoeld om het reeds aanwezige materieel onderdak te bieden. Doordat het bedrijf reeds in gebruik is, zorgt het toevoegen van een opslagloods aan het terrein niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het toevoegen van de opslaghal zal om dezelfde reden eveneens geen toename in de parkeerbehoefte vormen. Het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen ten opzichte van het huidige aantal parkeerplaatsen op het eigen terrein is hiermee niet nodig. In de huidige situatie zijn er voldoende parkeerplaatsen om aan de parkeerbehoefte van het bedrijf te voldoen. 2.4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

12

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

13

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Met het nieuwe bestemmingsplan worden de bouwmogelijkheden verruimd ten behoeve van de bouw van een opslaghal ten behoeve van het bestaande bedrijf met een oppervlakte van 600 m². Hiermee is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

14

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Behoefte In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van bouwmogelijkheden van een bestaand bedrijfsperceel met circa 600 m2. Deze uitbreiding is noodzakelijk voor het ter plaatse gevestigde machinatiebedrijf om de werkzaamheden te kunnen continueren. De beschikbare ruimte voor opslag is in de bestaande bedrijfsbebouwing te klein voor de huidige activiteiten van het bedrijf. Door de opslag behorende bij de bedrijfsvoering van het mechanisatiebedrijf in een aparte ruimte te faciliteren is het mogelijk om de werkzaamheden van het mechanisatiebedrijf op een effectieve manier voort te zetten in de bestaande bedrijfshal. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van concrete behoefte aan de uitbreiding van bouwmogelijkheden. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Het bedrijf is gelegen buiten het stedelijk gebied van de gemeente Losser. Daarnaast is sprake van de uitbreiding van een functie die niet in zijn werkzaamheden gebonden is aan het buitengebied. Volledige verplaatsing naar een locatie elders (bijvoorbeeld naar een bedrijventerrein) is echter niet realistisch. Het bedrijf betreft namelijk een lokaal geworteld bedrijf met een klantenbestand in de directe omgeving en de regio Twente.

In Losser is tevens een bedrijventerrein aanwezig op circa 4,8 km afstand; het dichtstbijzijnde bedrijventerrein bevindt zich op circa 2 kilometer in Oldenzaal. Het vestigen op een locatie elders zal niet efficiënt en realistisch zijn, ook gezien de goede staat van de bedrijfsbebouwing en de investeringen die de afgelopen jaren op de locatie zijn gedaan. Verplaatsing van het bedrijf betekent gelet hierop kapitaalvernietiging en brengt onevenredige bedrijfseconomische gevolgen met zich mee. Gezien de opzet van het bedrijf in relatie tot het beoogde doel van de uitbreiding is uitbreiding van de bebouwing op de huidige locatie het meest voor de hand liggend. Het uitbreiden van het bestaande bedrijfsperceel betreft de enige realistische mogelijkheid. Het plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Gezien de directe relatie die de opslaghal heeft met de bestaande bedrijfsbebouwing kan worden aangenomen dat de opslaghal niet voor leegstand zal zorgen op andere locaties binnen of buiten de gemeente Losser. De opslaghal op een andere locatie plaatsen of het verplaatsen van het gehele mechanisatiebedrijf naar een andere locatie zijn gezien de geringe omvang van de ontwikkeling niet een logisch alternatief. Geconcludeerd wordt dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.

3.1.3 Conclusie toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de omgevingsverordening. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Op 16 november 2022 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

15

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld De hoofdambitie van de visie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in acht genomen moeten worden. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etc. kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

16

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (bron: Provincie Overijssel).

3.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

17

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.

De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase ‘generieke beleidskeuzes’ zijn de artikelen 2.1.3 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en 7.2.4 (Nationale Landschappen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is sprake van nieuwbouw van een opslaghal in het buitengebied van De Lutte. Het plangebied voorziet in het toevoegen van een bedrijfshal binnen de bestaande bedrijfsbestemming. Op basis van het bestemmingsplan kan dit perceel reeds gebruikt worden ten behoeve van bedrijvigheid en mogen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

18

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld deze gronden reeds worden verhard ten behoeve van deze functie. Om deze reden is er bij onderhavige ontwikkeling geen sprake van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving en wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening

Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Deze onderbouwing bestaat uit het inzichtelijk maken van: • • •

de wijze waarop toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd; de wijze waarop de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd; De wijze waarop toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Met het voornemen wordt bijgedragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit door middel van landschappelijke inpassing van het nieuwe erf, zoals weergegeven in paragraaf 2.3. Voor de weergave op welke wijze toepassing is gegeven aan de bovengenoemde punten wordt verwezen naar de subparagrafen 3.2.4.1 tot en met 3.2.4.3 van deze plantoelichting. Geconcludeerd wordt dat het in het bestemmingsplan besloten initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te geven aan het KGObeleid. Het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied is in de omgevingsvisie van de gemeente Losser op genomen. Voorwaarde voor medewerking aan het plan is dan ook het uitvoering geven aan het KGO beleid van de gemeente. Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar paragraaf 3.3.1.3 waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de betreffende beleidslijn. Hiermee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid ten aanzien van KGO. Artikel 7.2.4

Nationale Landschappen, Noordoost-Twente

De Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente zijn gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. De provincie wil (onderdelen van) het voormalig rijksbeleid voortzetten omdat de Nationale Landschappen dé

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

19

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld parels zijn van het Overijsselse landschap. Het ruimtelijke beleid is gericht op het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Voor grootschalige initiatieven die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek. Binnen de Nationale Landschappen is er ook geen ruimte voor nieuwe windturbines. Nationaal Landschap Noordoost-Twente Het glooiende landschap van Noordoost-Twente is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter. De specifieke landschappelijke (kern)kwaliteiten zijn: • • •

samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter.

Toetsing van het initiatief aan artikel 7.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is er sprake van het toevoegen van een opslaghal binnen een bestaande bedrijfsbestemming binnen het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Voor deze ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan samengesteld waarin de waarden van het omliggende landschap worden aangeduid. Daarnaast wordt in het ruimtelijk kwaliteitsplan een nieuw inrichtingsplan voor de landschappelijke inpassing van het plangebied voorgesteld. Met het uitvoeren van het inrichtingsplan wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de kwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Het uitvoeren van het inrichtingsplan uit het ruimtelijk kwaliteitsplan is daarom ook als voorwaarde opgenomen voor het in gebruik mogen nemen van de bedrijfsbebouwing in de planregels van dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt hiermee dat het plan voldoet aan artikel 7.2.4 van de omgevingsverordening. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderlegger.

In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het hoofdzakelijk om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Iedere ontwikkeling in het buitengebied dient landschappelijk te worden ingepast. In de omgevingsverordening zijn daarnaast ontwikkelingen in de Groene Omgeving gekoppeld aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is door de provincie ingesteld als een ontwikkelingsgerichte aanpak, die erop gericht is om een balans te realiseren tussen ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. De provincie biedt daarmee ruimte aan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, onder de voorwaarde dat er tevens wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de Groene Omgeving. Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen, waarbij het plangebied met blauwe ster is weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

20

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 3.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • • •

zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.

Toetsing van het initiatief aan het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van een bedrijfshal ten behoeve van opslag van een reeds bestaand bedrijf. Hiermee wordt een bedrijfsgebouw mogelijk gemaakt binnen de bestaande bedrijfsbestemming. Een aanvullende investering is noodzakelijk om te komen tot een goede balans tussen de ontwikkelruimte en de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Voor onderhavige ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsplan is het erfinrichtingsplan waarin de gewenste inpassing van het nieuwe erf in het omliggende landschap wordt toegelicht. Het ruimtelijk kwaliteitsplan is reeds in paragraaf 2.3 toegelicht. Met het uitvoeren van het erfinrichtingsplan wordt een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van het erf en het omliggende landschap geleverd. Met het uitvoeren van het erfinrichtingsplan wordt voldoende geïnvesteerd in het kader van de KGO dat het plan in overeenstemming is met de voorwaarden uit de Omgevingsverordening Overijssel. De uitvoering en instandhouding van het erfinrichtingsplan is in de regels van voorliggend bestemmingsplan geborgd. Gesteld wordt dat het initiatief hiermee in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

21

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat het plangebied in het landelijk gebied ligt. Dit betekent dat de ‘Stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschapen binnen de ‘Laag van de beleving’, wordt ook deze laag ook buiten beschouwing gelaten. 1. De ‘Natuurlijke laag’ Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Stuwwallen’. De onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Natuurlijke laag’. Het plangebied is met blauwe ster weergegeven.

Afbeelding 3.3

Uitsnede van de ‘Natuurlijke laag’, plangebied is gelegen ter plaatse van de blauwe ster (Bron: Provincie Overijssel)

‘Stuwwallen’ De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

22

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld Bij gebiedsontwikkeling wordt in de planvorming ingezet op behoud en bescherming van de archeologische waarden en de aardkundige waarden en op het zichtbaar of beleefbaar maken van deze waarden. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ Het erf aan de Koopsweg 1 dateert rond 1905 en is gelegen op de stuwwal van De Lutte. De landschappelijke elementen van het omliggende kleinschalige landschap, waaronder kleine bospercelen, houtwallen en bomenrijen, zijn goed intact gebleven waardoor het kenmerkende open karakter van het landschap nog goed beleefbaar is. De nieuwe opslaghal wordt ingepast in het landschap volgens de waarden en kwaliteiten die horen bij de omliggende essen en stuwwallen. Op basis van landschappelijke waarden van de stuwwallen is het ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het in uitvoering brengen van het erfinrichtingsplan wordt gezien als voldoende inspanning voor het behoud en de ontwikkeling van ontwikkelingen op stuwwallen zoals bedoeld in de omgevingsvisie en zoals beschreven bij de ‘Natuurlijke laag’. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Natuurlijke laag’. 2. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen.

Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, et cetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. In afbeelding 3.4 is een uitsnede weergegeven van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ waarbij het plangebied ligt in het gebiedstype ‘Oude hoevenlandschap’. Het plangebied is met rode ster weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

23

Partiële herziening Koopsweg 1, De Lutte Vastgesteld

Afbeelding 3.4

Uitsnede van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In voorliggend geval is een erfinrichtingsplan opgesteld als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsplan om de nieuwe opslaghal aan de Koopsweg 1 conform de geldende gebiedskenmerken van het oude hoevenlandschap landschappelijk in te passen. In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan de manier waar de landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=d87f74de-70f8-4358-afa1-afbd09e2cdae