TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Haweg ong. Glane en Wiggersweg 1 Losser
Tekst van het document
Het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen, bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand. Beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: 1. het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats; 2. de beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid; 3. een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken; 4. de beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. Houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel. houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Bij de voorgenomen ontwikkelingen is geen sprake van het vellen van houtopstanden en/of worden uitsluitend houtopstanden geveld die vanuit het Bal zijn aangemerkt als uitzondering op de regels voor het vellen van houtopstanden.
De aanvullende regels vanuit de Omgevingswet over het vellen van houtopstand en herbeplanten om bossen te beschermen zijn daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. 5.2.3 Soortenbescherming In de Omgevingswet worden regels gesteld voor de bescherming van flora en fauna. Vanuit deze regels moet de uitvoerder van een zogenaamde flora- en fauna activiteit controleren of en welke soorten dieren en planten aanwezig zijn bij het uitvoeren van de activiteit. Het is daarbij van belang of sprake is van een zogenaamde flora- en fauna activiteit. Een flora- en fauna activiteit is een activiteit die mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten heeft. Concreet betekent dit dat voor iedere activiteit in de fysieke leefomgeving moet worden gecontroleerd of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dit dan zijn. Deze controle moet plaatsvinden voordat de activiteit wordt uitgevoerd. Nadat deze controle heeft plaatsgevonden moet worden bepaald of nadelige effecten op deze mogelijk aanwezige soorten kunnen worden uitgesloten. Als nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten dan moet worden nagegaan wat de nadelige gevolgen zijn en moeten maatregelen genomen worden om nadelige gevolgen voor planten en dieren te voorkomen. Als deze maatregelen ook niet mogelijk blijken of geen 50
effect blijken te hebben dan moet de activiteit stoppen of moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen. Door Otte Groenadvies is op een quicksan flora en fauna uitgevoer op de locaties Wiggersweg 1 en Haweg ong. De conclusies en aanbevelingen luiden als volgt: Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen vrijstelling geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat dergelijke soorten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden voorkomen; Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen nooit vernield worden. Verstoring is alleen toegestaan wanneer deze geen invloed heeft op de overleving van ouders en jongen. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor; Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden; De volledige quickscan flora en fauna is als bijlage 9 opgenomen bij deze toelichting. Op basis hiervan zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van een mogelijke aantasting van (leefgebieden van) beschermde soorten flora en fauna.
Er is daarmee geen sprake van een activiteit met mogelijk nadelige gevolgen voor soorten flora en fauna.
5.2.4 Natuurnetwerk Nederland Omdat de natuur vanuit de Omgevingswet deel uitmaakt van de fysieke leefomgeving en voor de bescherming van de natuur en natuurlijke waarden een algemene zorgplicht geldt dient ook voor gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) een aanvullende bescherming. Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, leggen de provincies nieuwe natuur aan. De provincies zijn verantwoordelijk voor begrenzing en ontwikkeling van het NNN en stellen hier zelf beleid voor op. Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor flora en fauna zijn nodig om het uitsterven van soorten te voorkomen. Het netwerk is er daarnaast ook voor rust en recreatie, voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting of beperking van de natuurdoelen. De status als NNN is niet verankerd in de natuurwetgeving, maar het belang dient in de planologische afweging een rol te spelen. Zoals te zien in de volgende figuur zijn de locaties niet in het NNN gelegen.
De planlocaties aan de Wiggersweg en de Haweg bevinden zich op ruime afstand van het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN significant aantasten.
51
Figuur 25. Uitsnede kaart NNN (bron: Provincie Overijssel).
5.3
Cultureel erfgoed
Vanuit de Omgevingswet is een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving belangrijk. Daarbij staat een gezonde en veilige leefomgeving centraal. De omgang met het cultureel erfgoed in de leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Het gaat om zaken als de omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, het aanstellen van een monumentencommissie, of rekening houden met cultureel erfgoed in omgevingsplannen. De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Daarbij wordt de zorg voor cultureel erfgoed en voor cultuurgoederen in bezit van de overheid gereguleerd in de Erfgoedwet en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Onder het cultureel erfgoed wordt onder andere verstaan de archeologische waarden, cultuurhistorische waarden en aardkundige waarden. 5.3.1 Archeologie De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek.
In beginsel moeten gemeenten ontwikkelingen met een oppervlakte van minder dan 100 m² vrijstellen van archeologisch onderzoek. Echter kan een gemeente in een omgevingsplan een grotere of kleinere vrijstellingsgrens vastleggen. Bijvoorbeeld in historische binnensteden, waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is en daarom een kleinere grens nodig is. Zo kan een gemeente in gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde kiezen om een grotere vrijstellingsgrens vast te leggen. De mate van vrijstelling is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied. Daarom zal de gemeente de vrijstelling ook met archeologisch-inhoudelijke redenen moeten onderbouwen. Gemeenten nemen deze vrijstellingsgrenzen in het omgevingsplan op, afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde in de verschillende gebieden. De gemeente Losser heeft echter nog geen nieuw 52
omgevingsplan opgesteld. Tot de tijd dat de gemeente een nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld waarin zij de regels voor archeologisch onderzoek hebben opgenomen is de zogenaamde "bruidsschat" van toepassing waarin de regels uit de voormalige bestemmingsplannen en eventuele gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen. De "bruidsschat" valt onder het zogenaamde "omgevingsplan van rechtswege" en is tot het moment waarop de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt leidend. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische verwachtingskaart. Afhankelijk van de verwachtingswaarde stelt de gemeente Losser voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. In onderstaande figuur is een uitsnede weergeven van de archeologische waardenkaart ten behoeve van planvorming van de gemeente Losser. Met rood zijn de drie planlocaties omcirkeld.
Figuur 26. Uitsnede archeologische advieskaart (bron: gemeente Losser). Wiggersweg 1 Dit plan voorziet in functieverandering en hergebruik van bestaande gebouwen. Er vinden geen bodemingrepen plaats waardoor archeologisch onderzoek niet nodig is. Bovendien heeft de locatie in op de archeologische advieskaart van de gemeente Losser geen archeologische waardering gekregen omdat het industriegebied betreft. Haweg (nabij Glane) Ter plaatse geldt een middelhoge archeologische verwachting. Dit plan voorziet in de sanering van een bestaande mestzak en realisatie van een nieuwe woning met bijgebouw. Daarbij zal de bodem niet dieper worden verstoort dan de laag die geroerd is bij de aanleg van de mestzak. Daarmee zijn geen negatieve effecten op archeologische waarden te verwachten. Archeologisch onderzoek wordt daarom niet nodig geacht.
53
5.3.2 Cultuurhistorie De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder valt ook het cultuurhistorisch erfgoed. Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang. De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart. Deze wordt door de provincies beheerd. Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie in een gebied met cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen.
Figuur 27. Uitsnede cultuurhistorische waardenkaarten (bron: provincie Overijssel). Gezien het voorgaande zullen met de voorgenomen ontwikkeling geen cultuurhistorisch waardevolle elementen worden aangetast.
5.4
Verkeer en parkeren
5.4.1
Infrastructuur en parkeren
Wiggersweg 1 Een goede ontsluiting is gerealiseerd op de Gronausestraat. De locatie is voorzien van een inrit welke aansluit op de openbare weg. Hierbij heeft het inkomend en vertrekkend verkeer voldoende ruimte om het bedrijf te betreden en verlaten, waardoor geen onnodige verkeershinder op de openbare weg zal plaatsvinden. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's om te keren. Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruit rijdende personenauto's de openbare weg op hoeven rijden. Dit bevordert de verkeersveiligheid. 54
Bij de voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Hierbij zal rekening worden gehouden met de capaciteit van de ontsluitingsweg, zodat geen situatie ontstaat waarbij meer verkeer over de ontsluitingsweg rijdt dan dat deze kan verwerken. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van aantasting van de bestaande infrastructuur. In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn voor zowel vracht- als personenauto's om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden. Haweg (nabij Glane) Een goede ontsluiting is gerealiseerd op de Haweg. De locatie is voorzien van een inrit welke aansluit op de openbare weg. Hierbij heeft het inkomend en vertrekkend verkeer voldoende ruimte om het bedrijf te betreden en verlaten, waardoor geen onnodige verkeershinder op de openbare weg zal plaatsvinden. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's om te keren. Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruit rijdende personenauto's de openbare weg op hoeven rijden.
Dit bevordert de verkeersveiligheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Hierbij zal rekening worden gehouden met de capaciteit van de ontsluitingsweg, zodat geen situatie ontstaat waarbij meer verkeer over de ontsluitingsweg rijdt dan dat deze kan verwerken. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van aantasting van de bestaande infrastructuur. In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn voor zowel vracht- als personenauto's om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden. 5.4.2 Verkeersbewegingen Bij de voorgenomen ontwikkeling is aan de Wiggersweg 1 wordt het agrarisch bedrijf beëindigd. Doormiddel van functieverandering krijgt het bestaande karakteristieke Twentse erf een woonbestemming. Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande bebouwing. Het aantal verkeersbewegingen zal niet onevenredig toenemen en gaan volledig op in het heersende verkeersbeeld. Bij de voorgenomen ontwikkeling aan de Haweg is sprake van het realiseren van een nieuwe burgerwoning .
De verkeersbewegingen van en naar deze woning gaan echter op in het normale verkeersbeeld van de Haweg. Bovendien verminderd door de sanering van de mestopslag het aantal verkeersbewegingen met landbouw- en vrachtverkeer. Op beide locaties wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om te kunnen parkeren op eigen erf. Gelet op het voorgaande vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmernig voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.5
Water
Het watersysteem is een essentieel onderdeel van de fysieke leefomgeving. Belangrijke opgaven ten aanzien van water zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. Daarbij dient aandacht te zijn voor zowel het oppervlaktewater als het grondwater. Vanuit de Omgevingswet staat de weging van het waterbelang centraal als het gaat om het watersysteem. Bij het opstellen van een omgevingsplan moet gemeente rekening houden met de gevolgen van activiteiten voor de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. De locatie valt onder het werkgebied van het waterschap Vechtstromen . Daarmee is het waterschap 55
Vechtstromen de waterbeheerder dient de gemeente de opvattingen van het waterschap bij het opstellen van het omgevingsplan te betrekken. 5.5.1 Beleid waterschap De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.
Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 5.5.2
Voorgenomen activiteiten
5.5.2.1 Waterhuishouding Wiggersweg 1 Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Er vindt geen toename van verhard oppervlak plaats. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.
56
5.5.2.2 Waterhuishouding Haweg (nabij Glane) Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500 m². Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. De samenvatting van de digitale watertoets is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.
5.6
Duurzaam ontwikkelen
Vanuit de Omgevingswet wordt gestuurd op bijdragen aan een duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het op duurzame wijze ontwikkelen is daarbij stevig verankerd in de Omgevingswet. Voor een duurzame ontwikkeling wordt, naast duurzaamheid, ook gekeken naar energietransitie (voor het bijdragen aan de energiedoelstellingen) en klimaatadaptatie.
5.6.1 Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds belangrijkere rol in de samenleving. Daarbij is het van belang te ontwikkelen op een manier die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in de eigen behoeften te voorzien in gevaar wordt gebracht. In de Omgevingswet zijn specifieke doelen voor duurzaamheid opgenomen en zijn mogelijkheden opgenomen voor overheden om duurzaamheid te verankeren in het beleid. Voor ondernemers biedt de Omgevingswet daarnaast kansen om duurzaamheidsprojecten te starten. Gemeenten kunnen in de regels van het omgevingsplan vastleggen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Daarbij kunnen bijvoorbeeld regels worden opgenomen over het bergen van water, het natuurinclusief bouwen of het voorkomen van hittestress door hittebestendig te bouwen. Daarnaast kan een gemeente in het omgevingsplan omgevinswaarden vastleggen. Dit is een norm die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving (of een deel daarvan) vastlegt als beleidsdoel. Dit kunnen duidelijk meetbare doelen zijn, zoals bijvoorbeeld dat er binnen een bepaalde termijn een bepaald aantal windmolens en/of een bepaald aantal hectare aan zonnepanelen gerealiseerd moet zijn. De gemeente Losser heeft nog geen nieuw omgevingsplan vastgesteld.
Daarmee is nog geen sprake van een omgevingsplan waarin regels en/of omgevingswaarden voor duurzaamheid zijn opgenomen. Tot die tijd dat de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt waarin deze regels en/of omgevingswaarden zijn opgenomen is de zogenaamde "bruidsschat" van toepassing waarin de regels uit de voormalige bestemmingsplannen en eventuele gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen. De "bruidsschat" valt onder het zogenaamde "omgevingsplan van rechtswege" en is tot het moment waarop de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt leidend. De gemeente Losser heeft nog geen specifieke regels of omgevingswaarden voor duurzaamheid vastgelegd in een voorheen geldend bestemmingsplan of in een specifieke verordening. Wel is het van belang dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen al rekening wordt gehouden met duurzaamheid en duurzaam ontwikkelen. 57
De voorgenomen ontwikkeling aan de Wiggersweg 1 voorziet in functieverandering (transformatie) van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Het erf wordt ingericht met wonen als hoofdfunctie. De bestaande boerderij behoudt de woonfunctie. Daarnaast worden in de voormalige kalverenschuur en in het rijksmonument een woning gerealiseerd. Na aanpassing van het omgevingsplan zijn ter plaatse drie woningen toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling aan de Haweg voorziet in het saneren van een solitaire bestaande mestzak. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Vervolgens wordt ter plaatse een nieuwe burgerwoning gerealiseerd. Daarmee zal de milieuhinder aan de omgeving aanzienlijk afnemen, waarmee de kwaliteit van de leefomgeving in de omgeving (aanzienlijk) zal verbeteren. Dit draagt bij aan een verbeterde omgevingskwaliteit. Daarnaast zal de emissie van broeikasgassen afnemen met de voorgenomen ontwikkeling. Er zal bij de voorgenomen ontwikkeling namelijk niet langer sprake zijn van het houden van dieren en/of het opslaan van mest, waarmee de emissie van broeikasgassen (koolstofdioxide en methaan) vanuit de gehouden dieren in zijn geheel zal komen te vervallen. De nieuwe bebouwing zal worden gebouwd volgens de huidige eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie.
Ten aanzien van de huidige situatie is daarmee sprake van een aanzienlijke verbetering op het gebied van duurzaamheid en energiezuinigheid. Er is daarmee sprake van een duurzame ontwikkeling. 5.6.2 Energietransitie Het gebruik van fossiele brandstoffen betekent een eindige bron van energie. Daarnaast komt bij het gebruik ervan een grote hoeveelheid schadelijke stoffen voor het klimaat vrij als broeikasgassen. Het is daarom van belang te zoeken naar meer duurzame en schone manieren voor het opwekken van energie. Vanuit Europese wetgeving wordt gestuurd op een energieneutrale samenleving, waarbij alle gebruikte energie op duurzame en schone wijze wordt opgewekt. Dit betekent dat er op veel plekken nog een behoorlijke opgave ligt om dit te bereiken. Er is een geleidelijke overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie nodig, een zogenaamde energietransitie. Vanuit een duurzame samenleving biedt de Omgevingswet mogelijkheden om regels voor energietransitie vast te leggen in een omgevingsplan. De gemeente Losser heeft nog geen nieuw omgevingsplan vastgesteld. Daarmee is nog geen sprake van een omgevingsplan waarin regels en/of omgevingswaarden voor energietransitie zijn opgenomen.
Tot die tijd dat de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt waarin deze regels en/of omgevingswaarden zijn opgenomen is de zogenaamde "bruidsschat" van toepassing waarin de regels uit de voormalige bestemmingsplannen en eventuele gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen. De "bruidsschat" valt onder het zogenaamde "omgevingsplan van rechtswege" en is tot het moment waarop de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt leidend. De gemeente Losser heeft nog geen specifieke regels of omgevingswaarden voor energietransitie vastgelegd in een voorheen geldend bestemmingsplan of in een specifieke verordening. Wel is het van belang dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen al rekening wordt gehouden met mogelijkheden voor energietransitie. De voorgenomen ontwikkeling aan de Wiggersweg 1 voorziet in functieverandering (transformatie) van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Het erf wordt ingericht met wonen als hoofdfunctie. Daarnaast worden in de voormalige kalverenschuur en in het rijksmonument een woning gerealiseerd. Na aanpassing van het omgevingsplan zijn ter plaatse drie woningen toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling aan de Haweg voorziet in het saneren van een solitaire bestaande mestzak. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie.
Vervolgens wordt ter plaatse een nieuwe burgerwoning gerealiseerd. De nieuwe woningen gebouwd volgens de huidige eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie en hebben daarmee een lagere energiebehoefte dan de voormalige bedrijfsgebouwen. Dit komt ten goede aan de energiedoelstellingen. 58
Daarnaast zullen de nieuwe woningen beter geïsoleerd zijn dan de huidige, waarmee het energieverbruik van de woning zal afnemen. Ook dit draagt bij aan de energiedoelstellingen. Er is daarmee sprake van een ontwikkeling die bijdraagt aan de doelstellingen voor energietransitie. 5.6.3 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Steeds vaker is sprake van perioden van droogte afgewisseld met perioden van hevige regenval. Daarnaast komen maatgevende buien steeds vaker voor. Het is van belang om met ontwikkelingen rekening te houden met het veranderende klimaat. Daarbij is het belangrijk om te ontwikkelen met het oog op de mogelijke risico's van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstromingen, hitte en droogte. Verder is het van belang te ontwikkelen om verdere opwarming van de aarde door broeikasgassen te voorkomen. Vanuit een duurzame samenleving biedt de Omgevingswet mogelijkheden om regels voor energietransitie vast te leggen in een omgevingsplan. De gemeente Losser heeft nog geen nieuw omgevingsplan vastgesteld. Daarmee is nog geen sprake van een omgevingsplan waarin regels en/of omgevingswaarden voor klimaatadaptatie zijn opgenomen.
Tot die tijd dat de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt waarin deze regels en/of omgevingswaarden zijn opgenomen is de zogenaamde "bruidsschat" van toepassing waarin de regels uit de voormalige bestemmingsplannen en eventuele gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen. De "bruidsschat" valt onder het zogenaamde "omgevingsplan van rechtswege" en is tot het moment waarop de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt leidend. De gemeente Losser heeft nog geen specifieke regels of omgevingswaarden voor klimaatadaptatie vastgelegd in een voorheen geldend bestemmingsplan of in een specifieke verordening. Wel is het van belang dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen al rekening wordt gehouden met mogelijkheden voor klimaatadaptatie. Vermindering uitstoot broeikasgassen: De voorgenomen ontwikkeling aan de Wiggersweg 1 voorziet in functieverandering (transformatie) van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. Het agrarische bedrijf is reeds beëindigd waardoor de uitstoot van broeikasgassen de afgelopen jaren al naar beneden is gegaan. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Het erf wordt ingericht met wonen als hoofdfunctie. De bestaande boerderij behoudt de woonfunctie. Daarnaast worden in de voormalige kalverenschuur en in het rijksmonument een woning gerealiseerd. Na aanpassing van het omgevingsplan zijn ter plaatse drie woningen toegestaan.
De voorgenomen ontwikkeling aan de Haweg voorziet in het saneren van een solitaire bestaande mestzak. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Vervolgens wordt ter plaatse een nieuwe burgerwoning gerealiseerd. De nieuwe woningen zullen worden gebouwd volgens de huidige inzichten op het gebied van duurzaamheid en energie. Vanuit de huidige regelgeving dient nieuwe woningen gasloos te worden opgericht. Dit houdt in dat niet langer sprake is van het gebruik van fossiele brandstoffen voor het energieverbruik van de bedrijfswoning. Daarnaast worden de nieuwe woningen beter geïsoleerd waarmee het energieverbruik van de woning zal afnemen. Ook dit leidt tot een (aanzienlijke) afname van het aantal broeikasgassen dat in de lucht terecht komt. Voorkomen van wateroverlast door overvloedige neerslag:i Bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader omschreven in de paragraaf "Water" (paragraaf 5.5), is geen sprake van toename van verharding op een overschrijding van de vrijstellingsgrens. Derhalve is geen compenserende waterberging nodig. Daarnaast zijn de locatiea gelegen op zandgronden met een relatief hoge infiltratiecapaciteit. Dit betekent dat in geval van extreme neerslag inundatie van percelen rondom de locatie mogelijk is, waarbij een deel van de percelen gedurende één dag onder water kunnen staan zonder dat dit overlast veroorzaakt aan omliggende percelen.
De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan het voorkomen van wateroverlast door overvloedige 59
neerslag. Overstromingen: De locaties zijn niet nabij een waterkering of een grote rivier, meer of zee gelegen. Daarnaast is de locatie relatief hoog gelegen (35 meter) ten aanzien van het Nieuw Amsterdams Peil (NAP). Daarmee is de kans op overstromingen op de locatie relatief laag. Vanuit de Atlas Leefomgeving van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu is voor de locatie opgenomen dat deze deels niet zal overstromen en de kans op een overstroming op het andere deel niet hoger is dan 1 keer in de 100.000 jaar. Dat betreft geen grote kans op een overstroming. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot onevenredige risico's voor overstromingen. Voorkomen van hittestress: De voorgenomen ontwikkeling aan de Wiggersweg 1 voorziet in functieverandering (transformatie) van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. Het agrarische bedrijf is reeds beëindigd waardoor de uitstoot van broeikasgassen de afgelopen jaren al naar beneden is gegaan. De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Het erf wordt ingericht met wonen als hoofdfunctie. De bestaande boerderij behoudt de woonfunctie. Daarnaast wordt in de voormalige kalverenschuur een woning gerealiseerd. Na wijzigen van de functie zijn ter plaatse twee woningen toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling aan de Haweg voorziet in het saneren van een solitaire bestaande mestzak.
De agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. Vervolgens wordt ter plaatse een nieuwe burgerwoning gerealiseerd. De nieuwe woningen worden opgericht volgens de huidige eisen ten aanzien van isolatie en duurzaamheid. De woningen zijn daarmee beter bestendig tegen hitte. Ook zullen deze minder hitte uitstralen door blootstelling aan zonlicht. Verder leiden de nieuwe woningen tot voldoende schaduwwerking op het erf. Daarnaast wordt ter plaatse voorzien in een goede landschappelijke inpassing, waarbij nieuwe bomen en landschappelijke elementen worden aangelegd. Dit leidt tot meer schaduw op het erf, waarmee wordt bijgedragen aan minder hittestress op de locatie. Rondom en nabij de locatie is daarnaast voldoende water aanwezig. Dit werkt verkoelend en helpt bij de voorkoming van hittestress. Bij de voorgenomen ontwikkeling is daarmee voldoende rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van hittestress. Rekening houden met droogte: Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een goede landschappelijke inpassing, waarbij nieuwe landschappelijke elementen worden aangelegd. Dit draagt bij aan een meer groene omgeving. Daarnaast is om en nabij het plangebied voldoende water aanwezig. Verder vinden ter plaatse geen activiteiten met onttrekkingen van grond- en/of oppervlaktewater plaats.
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt daarmee in voldoende mate rekening gehouden met droogte. Gezien het voorgaande is met de voorgenomen ontwikkeling sprake van klimaatadaptatie.
60
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen, en het wijzigen van het omgevingsplan. De aanleg van voorzieningen vindt in veel gevallen plaats voor rekening van de gemeente. De initiatiefnemers van de ontwikkeling profiteren meer van de aanleg van die voorzieningen dan andere burgers en bedrijven. Om die reden is het gerechtvaardigd om deze kosten te verhalen op de initiatiefnemers. In plaats van een uitvoerbaarheidstoets zal het omgevingsplan een onuitvoerbaarheidstoets bevatten. Het omgevingsplan mag namelijk geen regels bevatten die op voorhand onuitvoerbaar zijn. Conform de memorie van toelichting zal in gevallen waarin een activiteit alleen kan worden gerealiseerd wanneer de gemeente belangrijke voorinvesteringen doet, de toelichting bij het omgevingsplan passages moeten bevatten over de dekking van deze investeringen en de opzet van het eventuele kostenverhaal. Veder is het van belang dat het initiatief binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is. 6.1.1 Kostenverhaal De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profiteren van de aan te leggen openbare voorzieningen.
De door de gemeente gemaakte kosten worden door het heffen van leges volgens de vastgestelde legesverordening op de initiatiefnemer verhaald. Daarmee zijn de gemaakte kosten voor rekening van de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal in voldoende mate geregeld, waarmee het initiatief economisch uitvoerbaar wordt geacht. 6.1.2 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een aparte overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat eventuele nadeelcompensatie geheel voor rekening komt voor de initiatiefnemer. Daarnaast is de kans op nadeelcompensatie zeer gering, waarmee een aanvullende nadeelcompensatieanalyse niet noodzakelijk wordt geacht. Hiermee is het onderdeel nadeelcompensatie in voldoende mate geborgd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggende plan betreft een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Losser met toepassing van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM). De bekendmaking van de voorgenomen wijziging wordt door de gemeente gepubliceerd via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Gemeenten stellen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan normaal gesproken op volgens de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met bijhorende toepassingsprofielen (TPOD). De TAM vormt een alternatieve mogelijkheid voor gemeenten om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer zij dit nog niet via de nieuwe standaarden kunnen doen. De TAM moet voorkomen dat planvorming onaanvaardbare vertraging oploopt bij de invoering van de Omgevingswet. In de tijdelijke situatie worden met de voormalige techniek (voormalige planapplicaties) via de voormalige 61
Wet ruimtelijke ordening (Wro)-standaard (IMRO-standaard) wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan bekendgemaakt (conform inhoudelijke eisen Omgevingswet). In deze situatie vindt bekendmaking niet plaats via publicatie naar de LVBB, maar op de huidige gebruikelijke wijze. Dit betekent dat het vaststellingsbesluit via DROP (Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties) in het Gemeenteblad wordt gepubliceerd, en het met IMRO vormgegeven plandeel op ruimtelijkeplannen.nl. Via de overbruggingsfunctie zijn deze plannen dan ook direct in de DSO Viewer via het Omgevingsloket te raadplegen. Dit tijdelijke alternatief wordt aangeduid als de TAM-IMRO. De wijziging van een omgevingsplan met de TAM vindt plaats in een aantal fasen. Deze zijn als volgt: Voorbereiding: Tijdens de voorbereiding wordt de opdracht tot wijziging vastgesteld, afstemming georganiseerd en andere input opgehaald. Op basis hiervan worden de uitgangspunten voor het ontwerpbesluit van de omgevingsplanwijziging opgesteld. Ontwerpen: In de fase ontwerpen wordt op basis van de uitgangspunten uit de voorbereiding het ontwerpbesluit opgesteld. Tegelijkertijd worden de daarmee corresponderende (toepasbare) regels opgesteld of gewijzigd. Besluiten: Bij het besluiten wordt de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitgevoerd en wordt het besluit vastgesteld.
Bekendmaking: Bij de bekendmaking wordt het besluit gepubliceerd en worden belanghebbenden geïnformeerd. De noodzakelijk toepasbare regels worden aangeleverd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Rechtsbescherming: In de fase rechtsbescherming kunnen belanghebbenden tegen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met het doorlopen van de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan met toepassing van de tijdelijke alternatieve maatregel, waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij participatie heeft plaatsgevonden en waarbij wordt bijgedragen aan de maatschappelijke doelen uit de Omgevingswet, wordt de voorgenomen ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar geacht.
6.2.1 Zienswijzen Vanuit de Uniforme Voorbereidingsprocedure heeft het ontwerp van het voorliggende plan van 27 november 2025 tot en met 8 januari 2026 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
62
Bijlagen bij de toelichting
63
Bijlage 1
Situatieschetsen uitgangssituatie na Landinrichting
64
Sit ua t ie Kadastrale gemeente Sectie Nummer Schaal
Sit ua t ie
Sit ua t ie
Gemeente Sectie Nummer Schaal
Kadastrale gemeente Sectie Nummer Schaal
schuur
opknappen monument
bestaand
8
Sit ua t ie , c o nf o rm a f s pra a k la ndinric ht ing : v e rplaat sing w o ning drie landw e g
Sit ua t ie c o nf o rm a f s pra a k la ndinric ht ing : 2 w o ninge n w aaro nde r he t rijksmo nume nt
Sit ua t ie c o nf o rm a f s pra a k la ndinric ht ing : m e l k v e e b e d r i j f m e t b e d r i j f s w o n i n g e n v e r p l a a t s i n g w o n i n g n a a r Ha w e g
Ui t g a n g s s i t u a t i e n a La n d i n r i c h t i n g
Benaming:
Situatie
Opdrachtgever:
Mts. Gebr. W.A. en J.T. Spiele Koopsweg 15 7587 PL De Lutte Telefoon: 0541-512061
E-mail:
Bouwlocatie:
Projectleider:
Drielandweg, Haweg, Wiggersweg 1, Losser
Telefoon: E-mail:
Formaat:
1:1000
A1
Datum:
DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden Telefoon:
Schaal:
27-06-2019
AvdR
Wijzigingen:
0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl Dhr. J. de Groot 06-20423896 j.degroot@dlvadvies.nl
A B
19-08-2019 29-08-2019
Klantnummer:
295433
EJ C 31-10-2019 AvdR D 13-01-2020 Werknummer:
B130343-94
RD RD Blad:
S10
Bijlage 2
Situatieschets Wiggersweg 1
66
woning
woning rijksmonument woning
Kadastrale gemeente Sectie Nummer Schaal
Benaming:
Situatie, 3 woningen
Omgevingsvergunning: activiteit bouwen Opdrachtgever:
Mts. Gebr. W.A. en J.T. Spiele Koopsweg 15 7587 PL De Lutte Telefoon: 0541-512061
E-mail:
Bouwlocatie:
Projectleider:
Wiggersweg 1 Losser
Telefoon: E-mail:
Formaat:
A4
Datum:
DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden Telefoon:
Schaal:
1:1000
18-06-2019 Wijzigingen:
0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl Dhr. J. de Groot 06-20423896 j.degroot@dlvadvies.nl
A B
04-02-2021 10-07-2025
Klantnummer:
295433
AvdR AvdR C AvdR D Werknummer:
B130343-93
Blad:
S11c
Bijlage 3
Situatieschets Haweg (nabij Glane)
68
Situatie Gemeente Sectie Nummer Schaal
Benaming:
Situatie, 1 woning
Schaal:
Formaat:
Omgevingsvergunning: activiteit bouwen
1:1000
A4
Opdrachtgever:
Mts. Gebr. W.A. en J.T. Spiele Koopsweg 15 7587 PL De Lutte 0541-512061 Telefoon:
Datum:
DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden Telefoon: E-mail:
Bouwlocatie:
Projectleider:
Haweg nabij Glane Losser
Telefoon: E-mail:
18-06-2019
AvdR
Wijzigingen:
0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl Dhr. J. de Groot 06-20423896 j.degroot@dlvadvies.nl
A
04-02-2021
B
AvdR C D
Klantnummer:
295433
Werknummer:
B130343-93
Blad:
S10b
Bijlage 4
Landschappelijk inrichtingsplan Wiggersweg 1
70
Erf hErstEl plan WiggErsWEg 1 lossEr
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
colofon
opdrachtgever DlV thom Jansen
advies en ontwerp reuvers Buro voor groene ruimtes Wilfried reuvers aelderstraat 70 7854 rs aalden aalden, 1 maart. 2024 26 juni 2025 (aangepast) 11 nov 2025 (aangepast)
2
1
DoEl En intEntiEs
2
VoorWaarDEn
3
BEstaanDE situatiE
4
VoorstEl inrichting
5
motiVatiE
6
rEfErEntiE BEElDEn
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
inhoud
3
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
1
DoEl En intEntiEs De initiatief nemer is voornemens hier een woon-werk-erf te creëren, waarbij de grote schuur op het erf een woonbestemming krijgt. Verder het erf weer zo goed mogelijk te herstellen in oorspronkelijke staat. Dit houdt in schuren herstellen, en een woning toevoegen in de voormalige stal. en rijksmonument. het bestaande groen te handhaven, beschermen en bijplanten. Dit mede ondersteund door een erf inrichtingsplan waarin dit is vastgelegd.
Huidige locatie met veel forse groen 4
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
2 VoorWaarDEn randvoorwaarden oversticht:
Voor de Wiggersweg zijn in het verleden adviezen gegeven. De belangrijke punten hiervan staan nog steeds overeind. Dit bijzondere ensemble verdient een waardige ontwikkeling en invulling. De aanvrager heeft nog geen (onderbouwd) erfinrichtingsplan laten opstellen. Dit is wel een belangrijk onderdeel van de planvorming. op bijgaande schets uit 2018 een paar vragen en opmerkingen over de toen aangeleverde tekening: 2018 - Erfinrichtingsvoorstel en openstaande vragen Wiggersweg 1. Belangrijke randvoorwaarden zijn: − Ga bij de plannen uit van de karakteristiek en de sfeer van het bestaande erf en de gebouwen. − Behoud het centrale erf, met een (half)ver harding lopend tot aan de gevels. − Leg de tuinen en privéruimtes aan de buitenzijden van de gebouwen. − Maak gebruik van aanwezige beplantingen en lijnen, rondom de entree aan de zuidzijde en aan de andere zijden van het erf. Bepaal daarbij welke beplanting waardevol is en welke niet - het herstellen en restaureren van het rijksmonument
5
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Behoud de opzet van het erf, met de ingang vanaf de oaleweg, de bestaande gebouwen en beplantingen. De ligging van het erf in de oksel van de bosrand aan de noordkant en met de losse bomen en struiken in het gras aan de zuidzijde is bijzonder en moet zo blijven. onderhoud de bomen en struiken zodat ze nog jaren mee kunnen en zorg voor verjonging van bomen en struiklaag, met streekeigen soorten. Denk aan een solitaire linde bij de oprit vanaf de oaleweg. Verwijder coniferen in de tuin en vervang ze door verschillende vormen beplanting: solitaire bomen, vogelbosjes van gemengde streekeigen soorten en (hoogstam)fruitbomen in gras.
erf schets Oversticht 6
BEstaanDE situatiE
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
4
op het huidige erf staan enkele prachtige bomen groepen die ten alle tijde moeten worden gehandhaafd en beschermd tegen de toekomsitge bouwwerkzaam heden ( zie bomenpooster). De bestaande bomen en bijzondere elementen zijn op het inrichtingsplan aangegeven. Eigenlijk ziet het erf er nog zo uit zoals we het graag zien en karakteristiek is in deze omgeving! met name de informele ongeordende sfeer moet gehandhaafd blijven en daar waar het kan worden versterkt.
Zicht vanaf het “karrespoor” veel halfverharding en wat ongeordende boerend heesters
Naast de vervallen schuur/rijks monument die hersteld moet worden staat nog een waardevolle bomengroep. 7
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
De karakterestieke gevel met zijn keienstraat herstellen en behouden.
8
“Zoals het hoort” een hofje/weitje dat overgaat in een heel groen erf , informeel en ongeordend Een typisch silhouet .....grote pluk groen waar wat “kappen” uitsteken.
VoorstEl inrichting
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
3
Keiformaat klinkers
9
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
5
motiVatiE
Beplanting: Waardevolle groepen erf bomen handhaven en beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden. Een paar erf bomen bijplanten( geen eik..maar lindes,esdoorn en kastanje). Bosje achter de voormalige kalverstal versterken( streek eigen struiken laag). oude bestaande grenzen,rasters,waterlopen,greppels en karresporen handhaven of opnieuw in beeld brengen en onderhouden, dmv. heg en raster. overhoekjes invullen met zgn vogelbosjes( streekeigen bossages). Enkele hoogtstam fruitbomen bijplanten ( sterke rassen ). hier en daar wat “boerenheesters” toevoegen met name enkele hortensia tegen de gevels van de woningen en schuren daar waar het kant. Zgn, boerenheesters rhododendron,hortensia,forsythia,sering,jasmijn ,vlier ,mispel enz. Definitieve locatie beplanting afhankelijk van de uiteindelijke bouw uitvoering. Bebouwing: het ombouwen Kalverstal tot woning en het herstellen en restaureren van het rijksmonument deze krijgt ook een woonfunctie. Verharding: De karakteristieke keien verharding voor de baander handhaven en daar waar nodig opknappen. het “werkplein” tussen de gebouwen handhaven, de pluk groen in het midden voorzien van een markante boom (walnoot) naast de betonnen put, dit breekt het enorme binnen terrein en versterkt de lommerijke hof gedachte. Dit werk hof/plein/achter uitvoeren in halfverharding bv. durecomix of gelders padvast.
nieuwe aanvulllende verharding in keien of gebakken klinkers(keiformaat) alleen daar waar het nodig is, geen overtollige verharding aanbrengen( funktioneel). toekomstige parkeerplaatsen uit het zicht bij voorkeur onder of in een kapschuur vorm evt. in bestaand bijgebouw.
Walnoot
Verlichting: stoere maar sober armaturen naar beneden schijnend. hoe minder hoe beter! overig: De 2 bestaande putringen van zandsteen handhaven en beschermen, deze horen bij dit erf! Evt. toepassen in gebouwen van nestkasten voor vleermuizen, kerkuil ect. Dit alles in een rustige, sobere en informele setting/uitstraling. Mispel 10
Keiformaat klinkers
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
6 rEfErEntiE BEElDEn-Erf-lanDschap
Helfverharding ( Durecomix/gelders padvast)
voorbeeld verlichting naar beneden schijnend Informele verharding,niet overtollig maar praktisch
11
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Halfverharding/ grind/padvast tegen de gevels aan en hier en daar een plul groe( boerenheesters)
Bloemrijk grasland (G1 mengsel Gruidthoeck)
Streekeigen beplanting zgn vogelbosjes / overhoekjes Doorkijkjes naar “buiten” 12
Hoogstam fruit in bloemrijk grasland
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Bijlage 1 Boombeschermingsposter
1
13
Bijlage 5
Landschappelijk inrichtingsplan Haweg ong.
84
Erf transformatiE HawEg 22 LossEr
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
coLofon Bestaand aanzicht vanaf fietspad Glanerbrugdijk
opdrachtgever DLV thom Jansen
advies en ontwerp reuvers Buro voor groene ruimtes wilfried reuvers aelderstraat 70 7854 rs aalden aalden, 27 feb 2024
2
1
DoEL En intEntiEs
2
VoorwaarDEn
3
VoorstEL inricHting
4
motiVatiE
5
rEfErEntiE BEELDEn
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
inhoud
Aanzicht op bestaande locatie komend uit het westen 3
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
1
DoEL En intEntiEs De oprichting van een woning aan de Haweg ter plaatse van een solitaire locatie voor mestopslag verwijderen en vervangen door een woning. ten zuiden van de Haweg, in het open heideontginningsgebied ten zuiden van Losser, ligt nu ongeveer 20 jaar een mestzak, omgeven door een rand van berken en robinia’s. De aanwezigheid van deze mestzak is aanleiding voor het verzoek hier een woning te bouwen. Voor het grootste deel bevindt zich langs de Haweg beplanting van bomen, af en toe met onderbegroeiing. Er is veel verspreide bebouwing, vooral aan de randen van het gebied.
Huidige locatie met mestzak 4
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
2 VoorwaarDEn Zorgvuldige randvoorwaarden oversticht: − Behoud en versterk de beplanting rondom de ruimte waar gebouwd mag worden (dus niet volgens cascoplan). − Versterk de landschappelijke beplanting langs de weg, de beplanting op het erf zelf (een groene kamer voor de woning) moet er op een robuuste manier logisch deel van uitmaken. − De nokrichting van het gebouw volgt de kavellijn. − De woning zelf (met los of ingebouwd bijgebouw) is stevig en robuust. − Gebruik natuurlijke materialen en kleuren: glas, hout, baksteen, dakpan of golfplaat. − Rechthoekige plattegrond en zadeldak zonder toeters en bellen.
erf schets Oversticht
in 2021 zijn de aanvullingen op bovenstaand advies, onder andere uitgaande van nieuwe inzichten: woonbebouwing komt in dit open veld af en toe voor. om optimaal van de ruimte op de kleine kavel te profiteren moet de woning zo compact mogelijk zijn. Een rechthoekig volume evenwijdig aan de weg of evenwijdig aan de schuin weglopende kavellijn is het meest voor de hand liggend. Voor de bouw van een woning moet geen ophoging met van buitenaf aangevoerd zand nodig zijn. geen nieuwe leidingen (zelfvoorzienend, maak gebruik van bijvoorbeeld warmteterugwinning en maak gebruik van circulaire principes).
5
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
3
VoorstEL inricHting
Keiformaat klinkers
6
motiVatiE
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
4
De bestaande groene structuur zoveel mogelijk handhaven en versterken, daar waar het “open’ kan, openheid en zichtlijnen creeren. En daar waar het “dicht” moet, aanplant tbv. versterking randen ( behaaglijkheid en inpassing bouwwerk). Evt. dmv. streekeigen hagen een hofje creeren met wat fruitbomen of moestuin. gedeeltelijk extensief ingericht dmv. bloemrijk grasland. Verharding bij voorkeur in halfverharding of in keiformaat klinkers. Verlichting, begeleidend en praktisch uitgevoerd in houten armaturen naar beneden gericht.
Bloemrijk grasland (G1 mengsel Gruidthoeck)
Dit alles in een rustige, sobere en informele setting/uitstraling.
Keiformaat klinkers
Helfverharding ( Durecomix/gelders padvast)
voorbeeld verlichting 7
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
5 rEfErEntiE BEELDEn arcHitEctuur-Erf-LanDscHap
8
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes Streekeigen beplanting zgn vogelbosjes / overhoekjes 9
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek Haweg ong.
94
Akoestisch Onderzoek Haweg ong. Glane
2015-3033-1
27 september 2021
Laarseweg 24-1, 8171 PR Vaassen (T) (T) 0578 0578 –- 76 90 60 • KvK 082 04 400 www.sainadvies.nl • info@sainadvies.nl
Colofon Titel
Akoestisch Onderzoek Haweg ong. Glane
Projectnummer
2015-3033-1
Onderzoeksadres
Haweg ong. GLANE (gemeente LOSSER)
Opdrachtgever
DLV Advies Postbus 511 5400 AM UDEN
Opgesteld door
Sain milieuadvies Laarseweg 24-1 8171 PR VAASSEN 0578 - 76 90 60
Plaats en datum
Vaassen, 27 september 2021
Sain milieuadvies print op papier dat is voorzien van het EU Ecolabel. Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Sain milieuadvies.
kenmerk 2015-3033-1
Inhoudsopgave Colofon 1 Inleiding
4
2 Wettelijk kader
5
3 Uitgangspunten
7
4 Modellering
9
5 Resultaten en conclusies
10
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:
kenmerk 2015-3033-1
Ligging plangebied Verkeersgegevens Gegevens rekenmodel Berekeningsresultaten
1 Inleiding Aanleiding
Er zijn plannen om aan Haweg ong. in Glane, ter plaatse van de mestzak tussen de Zoekerveldweg en de Glanerbrugdijk, een nieuwe woning te bouwen. De woning komt te liggen binnen de geluidszone van onder andere de Haweg. Daarom heeft de gemeente Losser in het kader van de bestemmingsplanprocedure om een akoestisch onderzoek gevraagd.
Doel van het onderzoek
Het plan ligt binnen de invloedssfeer van de Haweg, de Zoekerveldweg en (het onverharde deel van) de Glanerbrugdijk, die in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd zijn. In het akoestisch onderzoek wordt onderzocht of de geluidbelasting van de wegen op de nieuwe woning voldoet aan de wettelijke eisen.
Gebruikte gegevens
Bij het uitvoeren van het onderzoek is gebruik gemaakt van: • Akoestisch onderzoek Haweg ong., Glane met kenmerk 2015-3033 van 26 februari 2016; • Divers kaartmateriaal (Basisregistraties Adressen en Gebouwen, OpenStreetmaps, etc.); • Luchtfoto's.
Bijlagen
Bijlage 1: Ligging plangebied
kenmerk 2015-3033-1 pagina 4 van 10