TAM Omgevingsplan De Lutte Noord
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, De Lutte Noord Status: Vastgesteld
Maart 2026
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
TOELICHTING TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, De Lutte Noord
Plannaam: Plantype: Plannummer:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, De Lutte Noord Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan NL.IMRO.0168.TAM22A-0401
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING.............................................................4
AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................. 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 5
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING .................................................8
3.1 3.2
HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .............................................................................. 8
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2
ALGEMEEN .............................................................................................................. 11 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 11
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 11
BELEIDSKADERS.................................................... 13
RIJKSBELEID ........................................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID .................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 19
HOOFDSTUK 6
OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 23
HOOFDSTUK 7
BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 25
7.1 7.2 7.3 7.4
VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 25 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 26 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 26 CONCLUSIE ............................................................................................................. 26
HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 28 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 29 GEUR ................................................................................................................... 30 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 31 GEZONDHEID .......................................................................................................... 31
HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 35
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 35 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 35 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 35 CONCLUSIE .......................................................................................................... 36
HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3
BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................33
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 33 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 34 CONCLUSIE ............................................................................................................. 34
HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 27
M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 37
ALGEMEEN........................................................................................................... 37 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 37 CONCLUSIE .......................................................................................................... 37
HOOFDSTUK 12
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 38
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld 12.1 12.2 12.3
ALGEMEEN........................................................................................................... 38 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 38 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 38
HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3
PARTICIPATIE ....................................................................................................... 39 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 39 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 39
HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 39
JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 40
INLEIDING ........................................................................................................... 40 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 41
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
WATERTOETS EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN ......................................................... 43 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................... 43 BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 43 AERIUS BEREKENING ....................................................................................... 43 QUICKSCAN FLORA/FAUNA .................................................................................. 43 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK .............................................................................. 43 AANMELDNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................... 43 PARTICIPATIEVERSLAG ....................................................................................... 43 NOTA VAN ZIENSWIJZEN ..................................................................................... 43
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 1
1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend plan gaat uit van het realiseren van in totaal 24 woningen, bestaande uit 15 rijwoningen, 6 twee-onder-een-kapwoningen en 3 vrijstaande woningen, aan de noordkant van de Lutte. In de huidige situatie zijn deze gronden onbebouwd en in gebruik als weide. De nieuw te bouwen woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen weg naar de Smidskaamp. Deze weg wordt echter afgesloten door middel van paaltjes waardoor er geen sprake is van een doorgaande weg voor gemotoriseerd verkeer. Het voornemen is strijdig met het geldende omgevingsplan. Op basis van de huidige regels is het niet toegestaan om op de locatie woningen te bouwen dan wel te gebruiken. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit (delen van) de percelen gemeente Losser sectie O percelen 1024, 1444, 1072 en 1073. In onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied aangegeven met de rode ster en rode omlijning.
Afbeelding 1.1
Begrenzing plangebied (Bron: PDOK)
1.3
Planologisch regime
1.3.1
Het omgevingsplan
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Losser. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: • •
Omgevingsplan gemeente Losser; Bestemmingsplan ‘de Lutte 2020’ (vastgesteld op 2 februari 2021).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld Het omgevingsplan bevat in de geldende situatie uitsluitend de regels van de bruidsschat. Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name het bestemmingplan “de Lutte 2020” van toepassing. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ”de Lutte 2020”, waarbij het plangebied rood omlijnd is. Hierop is te zien dat voor het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’, ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en ‘Verkeer – Voet/fietspad’ van toepassing is. Verder geldt op de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede bestemmingsplan “de Lutte 2020” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Opheffen strijdigheid
Om voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken dient het omgevingsplan gewijzigd te worden. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 14 nader op ingegaan.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de kern de Lutte. Verspreid in de omgeving liggen meerdere woonpercelen. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit gronden die zijn bestemd voor agrarische (hobby)functies en recreatief gebruik. Feitelijk bestaat het plangebied uit grasland wat intensief beheerd wordt. Aan de noordzijde van het plangebied loopt de Bentheimerstraat. Aan de zuid- en oostzijde van het plangebied zijn woonpercelen aanwezig. Ten westen van het plangebied zijn waterretentie en een parkeerplaats aanwezig. Het plangebied is in onderstaande afbeelding weergegeven met een luchtfoto.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied huidige situatie (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
3.1
PLANBESCHRIJVING
Het voornemen
De voorliggende ontwikkeling bestaat uit het realiseren van in totaal 24 woningen, bestaande uit 15 rijwoningen, 6 twee-onder-een-kapwoningen en 3 vrijstaande woningen. Verder worden er binnen het plangebied tuinen, erven, waterbergingsvoorzieningen, parkeergelegenheid en verkeersvoorzieningen aangelegd. De nieuw te bouwen woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen weg naar de Smidskaamp. Deze weg wordt echter afgesloten door middel van paaltjes waardoor er geen sprake is van een doorgaande weg voor gemotoriseerd verkeer. Verder wordt er binnen het plangebied veel ruimte gecreëerd voor groen en water. De bestaande bomenrij aan de noordzijde en de zuidzijde van het plangebied wordt gehandhaafd. Rondom de te realiseren woonpercelen worden nieuwe bomen aangeplant en worden er waterlichamen gecreëerd in de vorm van wadi’s of vijvers. In het plangebied worden zowel parkeerplaatsen in het openbaar gebied als op het eigen terrein gerealiseerd. De parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden gerealiseerd door middel van halfverharding. In afbeelding 3.1 is een afbeelding van het stedenbouwkundig plan weergegeven.
Afbeelding 3.1
Overzicht beoogde ontwikkeling (Bron: Gemeente Losser)
3.2
Infrastructuur en openbare ruimte
3.2.1
Algemeen
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2
Verkeer en parkeren
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk Stedelijke zone: Rest bebouwde kom
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. 3.2.2.1
Parkeren
Op basis van de voorgenoemde uitgangspunten kan de parkeerbehoefte worden berekend. Voor de twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen wordt een parkeerbehoefte van 2,0 gehanteerd. Voor de rijwoningen wordt een parkeernorm van 1,5 gehanteerd, ook omdat een groot deel hiervan sociale huur is. Dit leidt tot de volgende parkeerbehoefte.
In het openbaar gebied wordt in totaal voorzien in 24 parkeerplaatsen (er komen ook langsparkeerplaatsen bij de rijwoningen). Het restant van de parkeerbehoefte kan conform afbeelding 3.1 worden opgevangen op eigen terrein bij de twee-onder-een-kapwoningen en de vrijstaande woningen. Het Johan van Gunder Jensplein kan hierbij eveneens worden gebruikt als achtervang. 3.2.2.2
Verkeersgeneratie
Indien de verkeersgeneratie wordt bepaald komt het volgende naar voren. Hierbij is uitgegaan van de minimale verkeersgeneratie. Functie
Aantal
Verkeersgeneratie functie
per Totale verkeersgeneratie
Koop, huis, vrijstaand
3
8,2
24,6
Koop, huis, twee-onder-6 een-kap
7,8
46,8
Koop, huis, tussen/hoek 15
7,4
111
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
182,4
Totaal
De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verkeersgeneratie van afgerond 183 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De omliggende wegen en de nieuw aan te leggen weg zijn van voldoende capaciteit om deze toename verkeersveilig te kunnen verwerken. 3.2.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
4.1
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •
Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.
Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. De overige van bovenstaande thema’s zijn niet van toepassing op het plangebied.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld 4.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
In voorliggend geval is er sprake van het realiseren van 24 woningen. Hiermee is er, in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking, sprake van een stedelijke ontwikkeling aangezien er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Artikel 5.129g Bkl geeft aan dat de motivering van een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: • •
er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het TAM-omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Er is sprake van een beperkte aantrekkingskracht van Losser op inwoners van regiogemeenten. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat dit in de komende jaren zal veranderen. Dit komt mede door de geografische ligging van de gemeente Losser tegen de Duitse grens. Het ruimtelijk verzorgingsgebied wordt dan ook afgebakend tot de gemeente Losser. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend TAM-omgevingsplan wordt voorzien in 24 woningen bestaande uit rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. De gemeente beschikt over een eigen actueel woonbeleid, dat is opgesteld voor de periode 2021-2031. In het gemeentelijke woonbeleid wordt zowel op de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbouwbehoefte ingegaan. In paragraaf 5.4.2 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gemeentelijke woonvisie. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan zowel de kwantitatieve woonbehoefte als de kwalitatieve woonbehoefte in Losser. Daarnaast is er in maart 2021 de Regionale Woonagenda Twente vastgesteld, waaruit eveneens blijkt dat er sprake is van een kwantitatieve woningbouwbehoefte. Zie hiervoor paragraaf 5.3.1. De behoefte aan de 24 woningen binnen de voorgenomen ontwikkeling is hiermee aangetoond.
Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De voorgenomen ontwikkeling wordt aan alle zijden omring door woonpercelen. Het plangebied is daarmee gelegen binnen de kern de Lutte. Daarmee is in voorliggend geval sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. 4.2.3
Conclusie ladder van duurzame verstedelijking
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de ladder van duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
BELEIDSKADERS
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb’s)
Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o
o
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
5.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 5.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 5.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 5.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.
Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld 5.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 5.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Afbeelding 5.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 5.1
5.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 5.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Hierdoor zijn met name artikel 4.5 en artikel 4.14
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik): Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Omgevingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • •
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor) ontwerp voor zover de provinciale daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. Artikel 4.14 (woonafspraken): Woonafspraken 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Toetsing van het initiatief aan de “Generieke beleidskeuzes” Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 4.5) De woningbouwontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De locatie is namelijk gelegen binnen de bebouwde kom, waardoor er geen gebruik wordt gemaakt van een uitleglocatie van de bebouwde kom.
Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Met de invulling van het plangebied met woningbouw vindt geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving plaats. In verband hiermee is het plan in overeenstemming met artikel 4.5. uit de Omgevingsverordening Overijssel. Realisatie nieuwe woningen (artikel 4.14) Zoals uit artikel 4.14 blijkt mogen initiatieven enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan is opgenomen binnen de geldende woonafspraken. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een woningbouwlocatie op een “inbreidingslocatie” binnen de kern De Lutte. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte naar de woningen (zie paragraaf 5.3 en 5.4) in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Deze ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijk woonvisie en binnen de woonafspraken zoals overeengekomen met andere Twentse gemeenten en de provincie Overijssel. Gelet op vorenstaande is de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming te achten met artikel 4.14. uit de Omgevingsverordening Overijssel.
5.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap"
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • • •
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.
Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. Door voorgenomen ontwikkeling wordt binnen de bebouwde kom voorzien in een beperkt deel van de woningbehoefte in de gemeente Losser. De woonfunctie wordt binnen de bebouwde kom als passend gezien binnen het ontwikkelingsperspectief. Gesteld wordt dat het plan goed aansluit op de ambities binnen het perspectief, aansluit op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit tot stand brengt. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 5.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van de gebiedskenmerkenkaart zijn enkel waarden aanwezig voor de ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’, betreffende de “Beekdalen en natte laagtes” en het “Oude hoevenlandschap.
Hierbij wordt opgemerkt dat er in de huidige situatie geen van deze (oorspronkelijke) waarden meer aanwezig zijn binnen het plangebied en deze redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. Het plangebied bestaat uit intensief beheerd grasland dat in gebruik is voor recreatief gebruik en als hobbymatig agrarische grond. De gronden zijn begrensd door het gebiedskenmerk “Woonwijken 1955 – nu” op basis van de ‘Stedelijke laag’. Beoordeeld wordt dat de volgende ontwikkeling, betreffende een woningbouw ontwikkeling, goed aansluit bij de gebiedskenmerken van de “Woonwijken 1955 – nu”. De te realiseren woningen zullen zich qua stedenbouwkundig beeld goed in de omgeving worden ingepast. Geconcludeerd wordt dat de voorliggende ontwikkeling goed aansluit op de naastgelegen ‘Stedelijke laag’. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de gebiedskenmerkenkaart van de Provincie Overijssel. 5.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
5.3
Regionaal beleid
De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang, wat ertoe kan leiden dat er op regionaal niveau beleid wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een regionale woningbouwopgave). Indien er voor de specifieke ontwikkeling sprake is van relevant regionaal beleid dient hieraan te worden getoetst.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld 5.3.1
Regionale Woondeal Twente
5.3.1.1 Algemeen De Woondeal Twente 2025-2030 is de geactualiseerde regionale woonagenda voor de regio Twente, afgesloten door het Rijk, de provincie Overijssel en de Twentse gemeenten. In reactie op de toegenomen nationale woningbouwopgave is de woningbouwambitie voor Twente opgehoogd van oorspronkelijk 14.100 woningen tot minimaal 19.100 woningen vóór eind 2030. Niet alleen de kwantiteit is daarbij belangrijk: de Woondeal stelt expliciet doelen voor betaalbaarheid, duurzaamheid en diversiteit van het woningaanbod. Conform de 30-40-30-verdeling moet ongeveer 30% van de woningen sociale huur worden, 40% middenhuur of betaalbare koop en 30% vrije sector. Daarnaast is er extra aandacht voor woningen die aansluiten bij de behoeften van ouderen, toekomstbestendige woningbouw, en het verbeteren van leefbare dorpen en wijken. De uitvoering van deze opgave verloopt via zogeheten “sleutelprojecten” in verschillende gemeenten binnen Twente. In deze projecten worden honderden nieuwe woningen gepland in kernen en buitengebieden, gericht op jongeren, gezinnen én ouderen. De Woondeal voorziet in voldoende plancapaciteit (zowel harde als zachte plannen) om de doelstelling te halen. 5.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Regionale Woonagenda Twente In voorliggend geval worden er 24 woningen in verschillende prijsklassen toegevoegd binnen de kern de Lutte.
De woningen voorzien daarmee in de woningbehoefte van een brede doelgroep, waaronder starters. Gezien de woningbouwopgave wordt gesteld dat hiermee sprake is van een ontwikkeling die ruim past binnen de aantoonbare kwantitatieve woningbouwbehoefte binnen de regio Twente. Het voornemen wordt gerealiseerd op een inbreidingslocatie. In paragraaf 4.4.2 wordt getoetst aan het gemeentelijk woonbeleid. Hier wordt nader ingegaan op de kwalitatieve behoefte voor de gemeente Losser. Geconcludeerd wordt dat voorliggend TAM-omgevingsplan in overeenstemming is met de ‘Regionale Woonagenda Twente’. 5.3.2
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals verwoord in het in deze paragraaf behandelde beleidsstuk.
5.4
regionale
Gemeentelijk beleid
Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.4.1
Omgevingsvisie gemeente Losser 2040
5.4.1.1 Algemeen In maart 2023 heeft de gemeente haar Omgevingsvisie vastgesteld. In deze Omgevingsvisie schetst de gemeente Losser een toekomstbeeld. Wat zijn de ambities? Hoe zien ze de leefomgeving in de gemeente in 2040 voor zich? Welke kansen zien ze voor de gemeente Losser? Dit gaat over de lange termijn, en daarom soms in abstracte termen. De gemeente heeft in haar visie 4 ambities geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Een herkenbaar en gastvrij Losser; Een leefbaar en gezond Losser; Een toekomstgericht Losser; Een innovatief en ondernemend Losser.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld Hiervan is de ambitie ‘leefbaar en gezond Losser’ het meest relevant. 5.4.1.2 Leefbaar en gezond Losser De gemeente Losser wenst een gemeente te zijn waar het voor jong en oud prettig wonen is. Daarnaast wenst de gemeente te groeien naar een inwoneraantal van 25.000 en zet daarbij in op een gevarieerd woningaanbod. Met het oog op de vergrijzing is het van belang om de ouderen te voorzien van passende woonruimte en ook de jongeren te behouden. De gemeente heeft de ambitie om tot 2030 te groeien met 665 huishoudens. In de Woonvisie zijn richtlijnen voor de kwaliteit van de nieuw te bouwen woningen opgenomen. Wat betreft woningbouw wordt weliswaar het accent gelegd in Losser, de Lutte en Overdinkel. Ook in Glane en Beuningen wordt voor de langere termijn ruimte geboden voor nieuwbouw. Er wordt daarbij voor maatwerk gekozen, gebaseerd op een concrete behoefte. Graag geven we in overleg met de dorpen daaraan nader vorm en inhoud. Het is de bedoeling om jongeren te behouden in de gemeente, daarom is het realiseren van passende woningen belangrijk. Aansluitend op de Twentse Woonagenda staat de gemeente open voor initiatieven voor nieuwe woonvormen, mits die passen binnen de woonmilieu-context van de kern Losser.
Daarbij verdient het zorgen voor goede doorstroommogelijkheden en het aanbieden van kwalitatief en kwantitatief goed aanbod voor zowel starters als ouderen speciale aandacht. 5.4.1.3 Gebiedskompas – De Lutte De Lutte is een historisch kerkdorp dat zich heeft ontwikkeld rond het oude lint en later is uitgebreid met woonwijken aan de noord- en zuidzijde en het Luttermolenveld. Door de ligging tussen grote infrastructuur heeft het dorp een relatief geïsoleerde positie, met een sterke oriëntatie op het omliggende stuwwallenlandschap aan de westzijde. Voor ontwikkelingen sluit de gemeente aan bij de Kwaliteitsimpuls De Lutte (paragraaf 4.3.3), waarbij vier kernwaarden leidend zijn: dorps, landelijk, gastvrij en lommerrijk. Nieuwe plannen moeten deze waarden versterken. De woningbouwopgave richt zich op: • • • • •
behoud en versterking van het centrumgebied bij het Luttermolenveld, realisatie van circa 75 woningen binnen het bestaande bestemmingsplan, starterswoningen op vrijkomende inbreidingslocaties, maatwerk voor duurdere woningen op locaties als Berg en Dal en het Zwaantje, een mogelijk nieuwe uitbreidingswijk De Lutte Noord met een mix van senioren- en starterswoningen.
Binnen de kern De Lutte is zeer beperkt ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. Nieuwe ruimte voor bedrijvigheid wordt gezocht binnen bestaand stedelijk gebied (herontwikkeling/transformatie). 5.4.1.4 Toetsing aan Omgevingsvisie Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van 24 woningen in verschillende prijsklassen in de Lutte. Hiermee wordt bijgedragen aan de groeiende vraag naar dergelijke woningen en de doorstroommogelijkheden binnen de gemeente. Met het voornemen wordt er invulling gegeven aan de concrete vraag naar woningen op een binnenstedelijke locatie. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de omgevingsvisie van de gemeente Losser. 5.4.2 5.4.2.1
Woonvisie 2021 – 2031 gemeente Losser Algemeen
In de woonvisie heeft de gemeente haar visie en ambitie voor de komende jaren verwoord. Hierin zijn de uitgangspunten, ambities en voornemens voor de komende 10 jaar. 5.4.2.2
Visie en ambities
Losser is een aantrekkelijk woongebied in een uitgestrekte, prachtige, groene omgeving. De 5 kernen Losser, Beuningen, de Lutte, Overdinkel en Glane hebben alle hun eigen identiteit, maar delen het aangename, dorpse woonklimaat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld De gemeente Losser heeft aantrekkingskracht door de gunstige liggen aan de snelweg A1 en de nabijheid van grootstedelijke voorzieningen op korte afstand. Het woonklimaat wordt gekenmerkt door rust, ruimte en het sociaal op elkaar betrokken zijn (naoberschap). Daarbij is de grens met onze Oosterburen sociaal en economisch niet of nauwelijks aanwezig. Er zijn van oudsher goede contacten over en weer. Onze gemeente is aantrekkelijk als ankerplaats voor oud en jong. Je verhuist niet zo snel naar elders, als je hier geboren en getogen bent. Onze aantrekkingskracht overschrijdt de gemeentegrenzen. Zowel in (de grotere plaatsen in) Twente als (ver) daarbuiten worden in toenemende mate de kwaliteiten van onze gemeente gezien en zoekt men bij ons naar woongelegenheid. Wonen gaat verder dan het hebben van een woning. De aanwezigheid en bereikbaarheid van basisvoorzieningen draagt belangrijk bij aan de kwaliteit van ons woonklimaat, ook al zijn we ons ervan bewust dat sommige voorzieningen onder druk staan. Het accent op het aangename woonklimaat mag niet de indruk wekken van stilstand en gebrek aan dynamiek. Er is volop ruimte voor passend ondernemen in onze gemeente, met name in de agrarische en de toeristische sector. Wat mooi en aangenaam is vraagt ook om onderhoud en waar nodig vernieuwing.
Ook deze dynamiek draagt bij aan de attractiviteit van onze gemeente. De visie op Losser als woongemeente bepaalt voor een belangrijk deel de ambities van het woonbeleid van de gemeente Losser. Wij willen de woonfunctie in alle kernen handhaven en waar nodig versterken. Dat betekent zowel aandacht voor onderhoud en vernieuwing als – waar dat aan de orde is – uitbreiding van de woonfunctie. Ons beleid is gebaseerd op twee fundamenten: a. b.
De woningbehoefte Inzetten van het wonen als vliegwiel voor de vitaliteit en de leefbaarheid.
De gemeente houdt in het beleid rekening met de (verwachte) bevolkingsontwikkeling, die - zoals overal in Nederland – een toenemende vergrijzing laat zien. De gemeente gaat echter a priori niet mee in het vooruitzicht van krimp. Die is al veel langer voorspeld, terwijl de prognoses al het ware telkens in de tijd opschuiven. Stilzitten is dus geen optie. Met de woonvisie wil de gemeente een bijdrage leveren aan de opgave zoals die in de Twentse Woonagenda is geformuleerd. Primair zet de gemeente zich in voor de woningbehoefte van de “eigen”, sociaal en economisch aan de gemeente gebonden inwoners; en wel voor alle leeftijds- of inkomensgroepen. Indien dat zonder verdringing kan, wil de gemeente ook ruimte bieden aan vestigers. Hierbij wordt met name gedacht aan (jonge en aanstaande) gezinnen en mensen die terug willen keren naar hun “wortels”. Dit kan de bevolkingssamenstelling in onze kernen positief beïnvloeden, de basis voor voorzieningen versterken en daarmee de vitaliteit helpen vergroten. De gemeente gaat ervan uit dat deze vestigers zich ook nestelen in de sociale structuren in onze gemeente. De gemeente wil primair sturen op de kwalitatieve behoefte. Iedere woning moet raak zijn. De woningmarkt vraagt grote flexibiliteit en de gemeente wil snel in kunnen spelen op de wijzigingen die zich kunnen voordoen.
De gemeente houdt de kwantitatieve prognose in de gaten en stuurt door monitoring tijdig bij. De betaalbaarheid van het wonen is een belangrijk thema. Waar het de sociale huur betreft, vormt het overleg met Domijn het kader. In het koopsegment zet de gemeente in op de beschikbare instrumenten, die het vooral voor starters mogelijk moeten maken een eigen woning te verkrijgen en op instrumenten om de starterswoningen ook betaalbaar te houden. Het beschikbaar krijgen van de kwalitatief noodzakelijke woningen kan niet alleen een zaak van nieuwbouw zijn. Ook het bevorderen van doorstroming, al of niet door nieuwbouw, is een kernpunt van het gemeentelijke beleid. Daarbij is de gemeente zich ervan bewust dat met name de verhuisgeneigdheid van senioren beperkt is. Velen zijn nog vitaal, gebonden aan de sociale structuur en wonen voordelig (relatief lage huur of afgeloste hypotheek). De gemeente zet in om een vervolgstap in de wooncarrière te bevorderen mede vanwege de te verwachten zorgvraag en het tekort aan zorgpersoneel te kunnen opvangen. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel van de gemeente. Op het gebied van het wonen betreft dat vooral de energiezuinigheid van de woningen, duurzame energievoorziening, (circulair) materiaalgebruik bij nieuwbouw en renovatie en natuurlijk inbreiding boven uitbreiding.
Wat dit laatste betreft is de gemeente zich ervan bewust dat in kleine dorpen het verschil tussen inbreiding en uitbreiding niet altijd even duidelijk is. Een aangename en veilige woon- en leefomgeving is van wezenlijk belang voor de leefbaarheid. De gemeente omarmt mede daarom sloop en vervangende nieuwbouw van woningen in verouderde, niet meer functionele woonmilieus. Initiatieven van inwoners voor passende woningbouw moet beloond worden. In het bijzonder bijvoorbeeld (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld Aansluitend bij hetgeen in de Twentse Woonagenda is verwoord, staat de gemeente open voor initiatieven voor vernieuwende woonvormen, mits die passen in de woonmilieu-context van onze kernen. De gemeente denkt daarbij bijvoorbeeld aan geclusterd wonen voor ouderen, eventueel ook samen met jongeren. Tenslotte acht de gemeente (tijdig en periodiek) overleg met de stakeholders van wezenlijk belang (inwoners, regiogemeenten, provincie, corporatie, zorgpartijen, ontwikkelaars). De uitvoering van het woonbeleid is immers in grote mate van hen afhankelijk. 5.4.2.3 Richtgetallen nieuwbouw 2021 - 2031 In de periode 2021 – 2031 zullen in de gemeente Losser gemiddeld zo’n 65 tot 70 woningen per jaar moeten worden toegevoegd. Op grond van de beschikbare woningbehoefte-onderzoeken zijn de woningsegmenten en doelgroepen als volgt verdeeld: Woningsegment
Primaire doelgroepen
Sociale huur dgo1 of app. Middenhuur< ca. € 1.000 Koop dgo of app. Koop rij circa < € 250.000 Tweekappers < NHG2 Tweekappers > NHG Vrijstaand Kavels Totaal
Starters en senioren Senioren Starters en senioren Starters Gezinnen, starters Gezinnen Gezinnen Gezinnen, starters Alle doelgroepen
Percentage 15% 15% 20% 10% 15% 10% 10% 5% 100%
Aantal woningen (afgerond) 100 100 135 65 100 65 65 35 665
5.4.2.4 Actualisatie woningopgave 2024-2034 De gemeente Losser heeft in 2024 haar woningopgave geactualiseerd. Aanleiding hiervoor is dat de bestaande woonvisie onvoldoende ruimte biedt voor de actuele hoeveelheid woningbouwplannen en voor de groeiambitie uit het coalitieakkoord (25.000 inwoners). Uit het woningbehoefteonderzoek 2024 blijkt dat tot 2034 een lokale behoefte bestaat van circa 430 woningen, aangevuld met een groeiambitie van 560 woningen. Hiermee komt de totale opgave voor de periode 2021–2034 uit op 1.225 woningen. Omdat een groot deel van de huidige planvoorraad al in harde of zachte capaciteit is opgenomen, is er beleidsmatige ruimte nodig voor circa 275 nieuwe woningen om woningbouwlocaties goed te kunnen blijven onderbouwen. De nadruk ligt op het toevoegen van betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en op passende woonvormen voor starters en senioren. Deze geactualiseerde opgave vormt vanaf 2024 het toetsingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven in de gemeente Losser, totdat het nieuwe volkshuisvestingsprogramma in werking treedt. 5.4.2.5 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Losser 2016 en verder’ Voorliggend TAM-omgevingsplan gaat uit van de realisatie van 24 grondgebonden woningen binnen de kern de Lutte. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het geconstateerde tekort aan woningen binnen de gemeente Losser.
Uit de richtgetallen uit de Woonvisie blijkt dat er concreet vraag is naar met name rijwoningen en tweekappers. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in het in deze paragraaf behandelde beleidsstuk. 5.4.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.
1
dgo: doelgroeponafhankelijk
2 NHG: Nationale Hypotheekgarantie; maximale koopgrens 2021 € 325.000
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
TAM-omgevingsplan De Lutte-Noord Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
OMGEVINGSVEILIGHEID
Algemeen
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij dit wijzigingsbesluit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.