Ruimtelijke motivering Losser Gildehauserweg inc. bijlagen (21-10-2025) (1)
Tekst van het document
8.1
Gebiedsbescherming
8.1.1
Natura 2000-gebieden
De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen kan het plan worden vastgesteld indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: • • •
8.1.2
Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 8.1.3
Houtopstanden
Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Omgevingswet als bepaald in artikel 11.111 van het Bal. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. Op basis van dit artikel kan tevens een herplantplicht gelden. • •
De houtopstand ligt buiten de ‘bebouwde kom houtopstanden’ en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000 m²); De houtopstand ligt buiten de ‘bebouwde kom houtopstanden’ en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief 8.1.4
Situatie projectgebied
8.1.4.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied bevindt zich op circa 250 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Gelet op de afstand is directe hinder, bijvoorbeeld in de vorm van geluid of lichthinder, uitgesloten. Naast directe hinder kan er ook sprake zijn van indirecte hinder in de vorm van stikstofdepositie. Om dit te beoordelen, is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 4. De realisatie- en gebruiksfase resulteren in een maximale toename van 0,00 mol N/ha/jaar. Significant negatieve effecten op natura 2000-gebieden zijn daarmee uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig om significant negatieve effecten uit te sluiten. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000-activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningplichtig. 8.1.4.2 NNN-gebieden Het dichtstbijzijnde gebied dat tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) hoort, bevindt zich op circa 180 meter van het projectgebied. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling is er geen sprake van enige aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. 8.1.4.3 Houtopstanden In het projectgebied worden geen houtopstanden, die voldoen aan de criteria uit artikel 11.111 Bal, negatief beïnvloed.
8.2
Soortenbescherming
8.2.1
Wettelijk kader
Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • •
er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 8.2.2
Situatie projectgebied
In het projectgebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 5 bij deze ruimtelijke motivering. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Binnen het projectgebied zijn geen soorten aanwezig die worden beschermd onder de Omgevingswet. Het is mogelijk dat de bosschages direct rondom wel geschikt zijn voor beschermde soorten. Hoewel nesten en sporen ten tijde van het onderzoek niet zijn aangetroffen is het aangeraden buiten de kwetsbare periodes te werken van de volgende soorten. Vervolgonderzoek naar beschermde soorten is dan niet nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief • • • • •
Broedvogels: 15 maart tot 15 juli Eekhoorn: 1 december tot 1 september Egel: 1 januari tot 1 april Marterachtigen: 15 maart tot 1 september Hazelworm: 15 maart tot 15 juli
De meest aangeraden werkperiode is tussen 1 september en 30 november. Hiernaast wordt voor de vleermuis streng geadviseerd om uitstraling van kunstlicht enkel tot de grond te beperken om eventuele vliegroutes en foerageergebied te ontzien. Het voornemen bestaat om half november te beginnen met de werkzaamheden. Er zal dan meteen worden gestart met werkzaamheden waarbij de bosschages rondom de tennisbaan aangepakt worden, omdat deze eventueel geschikt kunnen zijn voor beschermde soorten. Door deze werkzaamheden tijdens de aangeraden werkperiode uit te voeren, worden er geen beschermde soorten aangetast. Na 30 november zullen alleen nog werkzaamheden plaatsvinden op de tennisbaan zelf. De tennisbaan zelf is namelijk niet geschikt voor beschermde soorten. De aanwezigheid van algemene muizensoorten valt niet uit te sluiten. Deze soorten zijn in de provincie Overijssel vrijgesteld. Een aanvullend soortenonderzoek en omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit voor deze soorten is niet nodig. Desondanks geldt voor deze soorten de zorgplicht.
8.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de bescherming van de natuur.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief
Hoofdstuk 9
9.1
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader
Artikel 5.130 van het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze binnen deze ontwikkeling rekening is gehouden met cultureel erfgoed en archeologische waarden. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
9.2
Archeologie
Lid 3 van artikel 5.130 Bkl bepaalt dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie. Ook kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. Het projectgebied is in het omgevingsplan van rechtswege, plandeel ‘Losser Dorp’ niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming. Daarnaast wordt de grond niet dieper dan 50 cm geroerd. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.
9.3
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover relevant in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Het projectgebied betreft een voormalig tennisveld. Ter plaatse van het projectgebied is daarom geen sprake van cultuurhistorische waarden. Ten noorden van het projectgebied ligt ‘Erve Kraesgenberg’. Dit is een oud boerenerf met cultuurhistorische waarde. Het voornemen heeft hier geen negatieve invloed op.
9.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief
Hoofdstuk 10
10.1
Infrastructuur en openbare ruimte
Wettelijk kader
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied.
10.2
Verkeer en parkeren
10.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die daardoor ontstaat. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 – Basis voor parkeernormering’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk Stedelijke zone: rest bebouwde kom
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. 10.2.2 Parkeerbehoefte De woonunits kunnen qua functie het best worden vergeleken met de functie huur, appartement, sociale huur, <75 m2 bvo. De woonunits hebben namelijk een oppervlakte van circa 42 m2. Functie/activiteit huur, appartement, sociale huur, <75 m2 bvo Totaal
Parkeernorm per woning (incl. bezoekersparkeren) 1,0
Aantal woningen
Totaal
7
7
7
In totaal hebben de woonunits een parkeerbehoefte van 7 parkeerplaatsen. Op het terrein worden 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots aan de parkeerbehoefte voldaan. 10.2.3 Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor de verkeersgeneratie gelden de volgende cijfers: Functie/activiteit huur, appartement, sociale huur, <75 m2 bvo Totaal (afgerond)
Verkeersbewegingen per woning 3,3
Aantal woningen
Totaal
7
23,1
24
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief In totaal heeft het voornemen een verkeersgeneratie van 24 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het omliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om deze geringe toename op veilige wijze op te kunnen vangen. Bovendien zullen de verkeersbewegingen als gevolg van de tennisbaan verdwijnen. Per saldo is de toename daarom minimaal. Daarnaast is het belangrijk dat het projectgebied bereikbaar blijft, ook wanneer in de omgeving evenementen plaatsvinden bijvoorbeeld bij het openluchttheater. Er worden maatregelen getroffen zodat ook in deze situaties het projectgebied bereikbaar is, bijvoorbeeld door een tijdelijk parkeerverbod of een andere verkeersmaatregel waardoor de in- en uitrit en de parkeerplaatsen bereikbaar blijven.
10.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief
Hoofdstuk 11
11.1
M.e.r.- Beoordeling
Wettelijk kader
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-m.e.r. verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-m.e.r.-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Bij de project-m.e.r.-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als is besloten dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project; b. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b.
het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
11.2
Situatie projectgebied
De voorgenomen ontwikkeling gaat uit het toevoegen van zeven tijdelijke woonunits. Gelet op de locatie en op de aard, omvang en tijdelijkheid van de ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat hier geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Verder is in dit hoofdstuk, voor zover in dit kader relevant, reeds aangetoond dat het voornemen niet gepaard gaat met negatieve milieueffecten.
11.3
Conclusie
Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief
Hoofdstuk 12
12.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat in artikel 8.13, 8.14 en 8.15 relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten worden verhaald, is de bouw van één of meer gebouwen met een woonfunctie (artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. In voorliggend geval is de gemeente in het kader van deze omgevingsvergunning de initiatiefnemer. Hiermee zijn de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd en is het opnemen van kostenverhaalvoorschriften niet nodig. Voorafgaand aan het voornemen is het financieel resultaat onderzocht. Hieruit is gebleken dat er sprake is van een financieel haalbaar project.
12.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
12.2.1 Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Om de omwonenden te informeren over de voorgenomen ontwikkeling heeft op 11 september 2025 een inloopbijeenkomst plaatsgevonden. Er zijn 70 huishoudens uitgenodigd in de omgeving van de GIldehauserweg 25. Tijdens deze inloopbijeenkomst is informatie gegeven over de ontwikkeling en was de gelegenheid om vragen kenbaar te maken via een reactieformulier. De reacties hebben aanleiding gegeven tot aanpassingen aan het plan met betrekking tot de groene inpassing van het projectgebied. Deze zal worden versterkt met voornamelijk inheemse beplanting. Zo wordt gezorgd voor een adequate erfscheiding. Een uitgebreide uiteenzetting van de gestelde vragen en opmerkingen en een reactie hierop is weergegeven in bijlage 6 bij deze ruimtelijke motivering. 12.2.2 Advies en instemming De gemeenteraad kan zichzelf op basis van artikel 4.21 Omgevingsbesluit als adviseur aanwijzen voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
In dat geval is sprake van 'bindend advies', wat inhoudt dat het college van B&W het advies in acht moeten nemen. In dit geval is er advies van de gemeenteraad benodigd. De provincie heeft een lijst vastgesteld met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.15a sub d Omgevingswet advies met instemming nodig is (Lijst advies en instemming (lijst BOPA)). Als de gewenste activiteiten zijn opgenomen op deze lijst dan is de provincie bevoegd om advies te geven en instemming te verlenen. Onthoudt de provincie instemming dan kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. In gevallen waarvoor GS in de Uitzonderingenlijst vooroverleg 2023 hebben bepaald dat er geen vooroverleg hoeft plaatst te vinden met de provinciale diensten is geen advies met instemming vereist. De opvang van ontheemde Oekraïners is niet genoemd op de uitzonderingenlijst. Advies met instemming is benodigd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief
Bijlagen bij de ruimtelijke motivering Bijlage 1
Inrichting projectgebied
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
bestaande houtsingel versterken met inheemse groenblijvende gewassen met voldoende formaat. bijvoorbeeld: - Ilex aquifolium - Taxus baccata - Tsuga canadensis
r
ve
ng
di
r ha
n/
lle
te
rs
he
p
en
riolering aansluiten op bestaande inspectieput 1630 in overleg met team BFT, gemeente Losser
k
ba
m
oe
e nd aa w b bou ge t es
er
k ar
ne oe gr er nt wi
bl
n
lle
vu
n aa
0
110 00
t an pl be
0
0
3
aa
612
g in
0
00
en
e
0
300
e gt
o ho
kw
an
sta
,5
>2
be
de
800
rk
he
0
520
n ha
0
380
en
av
dh
110
ng re nb
0
0
520
800
520
380
520
380
200
380
5
3
3
m
project:
LOCATIEONDERZOEK GILDEHAUSERWEG
onderdeel: ONDERZOEK ONTHEEMDE OEKRAINERS
Thorbeckestraat 18 7553 AT Hengelo
Mob. 06-83894816 Kvk. 85967459
tekeningsoort: Ontwerp
getekend : Schonewille datum
: 18-09-2025
formaat
: A2
schaal
: 1:500
gewijzigd : d.d.
tekeningnr.: B1-1 TERREIN
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Bijlage 2
Wateradvies
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure
Op basis van onderstaande locatie
09-10-2025 09:59
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
nee
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering?
nee
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?
nee
Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?
nee
Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
nee
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?
nee
Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?
ja
Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000?
nee
09-10-2025 09:59
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt. U volgt de korte procedure.
Wat moet ik doen?
09-10-2025 09:59
3
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Gebruik alstublieft de knop “DIRECT AANVRAGEN” om uw aanvraag voor een wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. De korte procedure houdt in dat u zelfstandig een waterparagraaf opstelt, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateraspecten. U kunt hiervoor onze adviezen gebruiken en de standaardwaterparagraaf. Deze hebben we onder het kopje ‘achtergrond’ toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te passen aan de gegevens van uw plan en de relevante wateraspecten. We vragen u deze waterparagraaf voor advies aan ons voor te leggen. Wanneer wij een positief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Achtergrondinformatie
STANDAARD WATERPARAGRAAF – Korte procedure
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is het wateradvies. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van het wettelijk verplichte wateradvies is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan {…………………………}
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die aan het einde van planperiode 3 (2022-2027) moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.
Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in de watervisie 2050 en het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema’s zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast zijn de waterschapsverordening en legger van Waterschap Vechtstromen belangrijk regelstellende instrumenten waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsprogramma/-plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Watersysteem
In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe “eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren” is hierbij leidend. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.
Afvalwaterketen
09-10-2025 09:59
4
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe “eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren” een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Wateraspecten plangebied (Waterhuishouding) (laten staan wat van toepassing is)
-Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen.
-Binnen het plan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd.
-Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
-In het verleden is er, in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd.
-De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2.
-Het plangebied bevindt zich niet binnen een beperkingengebied of herinrichtingszone langs een waterloop, overige/ regionale kering, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.
Voorkeursbeleid hemelwater
In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie laten staan overige verwijderen):
*(*1) Een gemengd stelsel: Vuilwater en hemelwater wordt gescheiden aangelegd tot aan de perceelsgrens. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk geïnfiltreerd op het perceel alvorens het tot afvoer komt.
(2) Een gescheiden stelsel: Vuilwater wordt aangesloten en afgevoerd via vuilwaterriolering. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk geïnfiltreerd op het perceel alvorens het tot afvoer komt. Hemelwater wordt aangesloten en afgevoerd naar oppervlaktewater.
*(*3) Een verbeterd gescheiden stelsel: Verbeterd gescheiden stelsel vallen onder maatwerk voor het waterschap en dienen vooraf afgestemd te worden.
*(*4) Drukriolering: Hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. Hemelwater wordt geïnfiltreerd op het perceel en/of via een bodempassage afgevoerd naar oppervlaktewater.
09-10-2025 09:59
5
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Wij vragen u om in een onderbouwing/toelichting te beschrijven hoe binnen het plan wordt omgegaan met hemelwater. Achterliggende gedachte hierbij is dat hemelwater niet meer afgevoerd mag worden naar rioolwaterzuivering. Uitgangspunt moet zijn: het watersysteem ontlasten en gebiedseigen water daar vast te houden waar het valt. Daarbij vragen wij u om ook het omgevingsplan (o.a. rioleringsprogramma/-plan) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid en -eisen van de gemeente.
Aanleghoogte van de bebouwing
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Indien ontwateringsdiepte niet kan worden gehaald adviseren wij kruipruimteloos te bouwen. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt ernaar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
Proces wateradvies
De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van het digitale wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van het wateradvies is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van het wateradvies is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies af voor dit plan.
Algemene info:
De terinzagelegging van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
Watervergunning (of melding) op grond van de Waterschapsverordening
De standaard waterparagraaf, die wordt afgegeven in het kader van het wateradvies, is geen omgevingsvergunning of – melding voor een wateractiviteit.
Gaat u werkzaamheden verrichten in het beperkingengebied van het waterschap (een waterstaatswerk: een dijk of een watergang of een bergingsgebied)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aanvragen op de website www.omgevingsloket.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke omgevingsvergunning u mogelijk nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen omgevingsvergunning aan te vragen. Als de activiteit die u wilt verrichten onder de algemene regels valt en plaatsvindt in het beperkingengebied dan moet u deze, minimaal vier weken voorafgaand aan uw activiteit, melden op de website www.omgevingsloket.nl .
Verklaring
09-10-2025 09:59
6
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Het bestand is op basis van de door u ingevulde gegevens op het www.wateradvies.nl samengesteld. Dit document is tot 1 jaar na dagtekening van de aanvraagdatum op wateradvies.nl geldig. Na verstrijken van de periode zal er een nieuw verzoek tot wateradvies moeten worden aangevraagd.
09-10-2025 09:59
7
https://hetwateradvies.nl
Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Verkennend bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Colofon Titel:
Verkennend bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Projectcode: Versie: Datum: Auteur:
P09155 Definitief 21 augustus 2025 Frido van der Horst
Opdrachtgever:
Pro Ruimte B.V.
Opdrachtnemer: Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Mark van den Heuij M. 06 15898969 Mark.vandenheuij@greenhouse-advies.nl
Vrijgave auteur
Controle
Frido van der Horst
Mark van den Heuij
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek Bouwstoffen tennisbaan (gravel en onderliggende fundering) ☒ Indicatief ☒ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (Boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (Bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (Waterbodem) ☐ 2018 (Asbest in grond)
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 2 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................ 4
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................ 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ............................................................................................ 4
1.3
Leeswijzer ........................................................................................................................................ 4
2
Vooronderzoek ................................................................................................................................. 5
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ........................................................................................................ 5
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken ............................................................. 6
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................... 7
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet ................................................................ 8
3
Veldonderzoek ............................................................................................................................... 10
3.1
Verrichte werkzaamheden ............................................................................................................. 10
3.2
Bodemopbouw ............................................................................................................................... 10
3.3
Zintuiglijke waarnemingen .............................................................................................................. 10
3.4
Veldmetingen grondwater .............................................................................................................. 11
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest ............................................................... 11
4
Chemisch onderzoek...................................................................................................................... 12
4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses .......................................................................... 12
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie ................................................................................... 12
4.2.1
Resultaten en toetsing niet-vormgegeven bouwstoffen ................................................................. 12
4.2.2
Resultaten en toetsing standaardpakketten ................................................................................... 13
4.3
Bespreking en interpretatie resultaten ........................................................................................... 13
5
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................ 15
5.1
Conclusie ........................................................................................................................................ 15
5.2
Advies ............................................................................................................................................. 16
5.3
Algemene opmerkingen ................................................................................................................. 16
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 3: Analysecertificaten Bijlage 4: Toetsingskaders Bijlage 5: Toetsingsresultaten Bijlage 6: Overzichtstekening veldwerkzaamheden
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 3 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
1 Inleiding In opdracht van Pro Ruimte B.V. is, door Greenhouse Advies B.V. een bodemonderzoek conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd ter plaatse van Gildehauserweg 25 te Losser. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie H, perceelnummer 9658 gedeeltelijk. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van maximaal 4.000 m2.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van tijdelijke chalets (woonunits). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit conform de NEN 5740, zodat rekening kan worden gehouden met een eventueel aanwezige bodemverontreiniging. Tevens wordt indicatief de kwaliteitsklasse van de bodem bepaald conform het Besluit bodemkwaliteit.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies bv of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies bv heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SKIB 2000 en bijbehorende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een AS3000 erkend laboratorium dat voldoet aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Veldonderzoek (hoofdstuk 3); Chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 4 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven. Hiervoor is de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) aangehouden. Voor het vooronderzoek betreft de aanleiding conform de NEN 5725 aanleiding A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Het vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van voormalige bodembedreigende activiteiten en eventuele aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse of in de nabijheid van het project tot een straal van 25 meter rondom de locatie. Dit resulteert in een hypothese over een mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.1: Algemene informatie onderzoekslocatie Adres Gemeente Coördinaten Kadastrale gegevens • Gemeente • Sectie • Perceelnummers Gebruik locatie • Voormalig • Huidig • Toekomstig
Gildehauserweg 25 te Losser Losser X: 266088, Y: 476675 • • •
9658 gedeeltelijk
• • •
Gras-/sportveld Tennisbaan (buiten gebruik) Tijdelijke tijdelijke chalets (woonunits).
Losser H
De onderzoekslocatie is gelegen in ten noordoosten van Losser. De directe omgeving van de locatie bestaat uit een woonwijk aan de zuidwest- en noordwestkant. Aan de noordoostkant zijn voornamelijk sportcomplexen gevestigd en de zuidoostkant is voornamelijk in agrarisch gebruik. Het te onderzoeken perceel was tot voor kort in gebruik als tennisbaan (buiten gebruik). Een tekening met daarop de regionale ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1. Afbeelding 2.2: Luchtfoto met globale locatiegrenzen (bron: https://app.pdok.nl/viewer/)
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 5 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ● het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); ● de omgevingsrapportage van de Omgevingsdiensten Overijssel (https://overijssel.nazca4u.nl); ● de gemeente Losser (gemeente@losser.nl); ● eerder uitgevoerd bodemonderzoek; ● bodemkwaliteitskaart en HBB regio Twente (https://www.arcgis.com/apps/View); Topotijdreis Op de historische topografische kaarten van Topotijdreis (het Kadaster) is te zien dat de onderzoekslocatie rond het jaar 1890 vermoedelijk in gebruik is als natuurgebied, vrij snel hierna worden contouren van een grasveld zichtbaar (mogelijk gebruikt als sportveld). Omstreeks 1976 is ten noorden van de locatie het zwembad zichtbaar en staat er een eerste gebouw op de onderzoekslocatie. Omstreeks 1988 is er een tweede kleiner gebouwtje aan de noordkant van de onderzoekslocatie zichtbaar, die na 1995 lijkt te zijn gesloopt. Afbeelding 2.3: Kadastrale kaarten van Topotijdreis in de periode 1890 - 2024 Omstreeks 1890 Tot 1934
1935-1955
1976-1987
1995-2024
1988-1994
Omgevingsrapportage Omgevingsdiensten Overijssel Uit de dynamische rapportage van de Omgevingsdiensten Overijssel blijkt dat ten noorden van de onderzoekslocatie (zwembad met zonneweide) enkele bekende onderzoeken, als ook de activiteit ‘’opslagplaats van chemicaliën’’ worden benoemd. De gemeente Losser Aansluitend op de ontvangen informatie uit de dynamische rapportage van de Omgevingsdiensten Overijssel is de bodeminformatie opgevraagd bij de gemeente Losser, die onderstaande eerder uitgevoerde bodemonderzoeken heeft geleverd. Eerder uitgevoerd bodemonderzoek (in de omgeving van de onderzoekslocatie uitgevoerd) -
Verkennend bodemonderzoek voormalige zonneweide, Sportlaan te Losser (Heidemij Advies B.V: PN: 634/EA95/A837/44993; februari 1995).
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 6 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond zijn analytisch licht (>achtergrondwaarde) verhoogde concentraties aan PAK en in het grondwater licht (streefwaarde) verhoogde waarden aan chroom aangetoond. Alle overige geanalyseerde parameters zijn niet in verhoogde -
Evaluatie grondwatersanering Zwembad Brilmansdennen Losser; (EcoReest B.V.: ON: 040660; 289-2004).
Doel van de onderhavige sanering is het op sober en doelmatige wijze terugsaneren van de grondwaterverontreiniging tot de streefwaarde voor benzeen. Op 31 augustus 2004 is gebleken dat gehalten aan benzeen zijn gemeten in het effluent en de controlepeilbuis beneden de streefwaarde (die tevens de terugsaneerwaarde is). Afbeelding 2.4: Kaart Pdok viewer met ligging van de onderzoekslocatie en de locatie van de grondwatersanering Grondwatersanering
Onderzoekslocatie
Bodemkwaliteitskaart en HBB regio Twente (en Nota Bodembeheer regio Twente 2.1 juni 2023). Uit de bodemkwaliteitskaart en HBB regio Twente (https://www.arcgis.com/apps/View) blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. De onderzoekslocatie valt voor zowel de boven- als de ondergrond onder de toepassingsklasse en de ontgravingsklasse AW2000.
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In afbeelding 2.4 op de volgende pagina is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B29C0509 van het Dinoloket (www.dinoloket.nl) gekozen. Deze boring is op circa 120 meter ten noorden van de locatie uitgevoerd. De regionale bodem bestaat ten opzichte van het maaiveld uit matig grof zand tot 0,7 m-mv, gevolgd door zand (niet nader omschreven) tot 0,95 m-mv. Tot een diepte van 1,3 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn, siltig zand, gevolgd door matig grof zand tot 1,6 m-mv. Aansluitend tot 1,9 m-mv bestaat de bodem uit zeer grof zand met daaronder een laag matig grof zand tot 2,3 m-mv. Daaronder treffen we een tweede laag zeer grof zand tot 2,5 m-mv. Tot de einddiepte van 4,0 m-mv bestaat de bodem uit zand (niet nader omschreven). De globale grondwaterstroming van het freatische pakket is waarschijnlijk naar het zuidoosten gericht (https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld). Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa +33,20 m t.o.v. NAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 7 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Afbeelding 2.5: Boorbeschrijving en locatie boring B29C0509 (bron: Dinoloket)
Locatie boring
Onderzoekslocatie
De regionale bodem bestaat ten opzichte van het maaiveld uit matig grof zand tot 0,7 m-mv, gevolgd door zand (niet nader omschreven) tot 0,95 m-mv. Tot een diepte van 1,3 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn, siltig zand, gevolgd door matig grof zand tot 1,6 m-mv. Aansluitend tot 1,9 m-mv bestaat de bodem uit zeer grof zand met daaronder een laag matig grof zand tot 2,3 m-mv. Daaronder treffen we een tweede laag zeer grof zand tot 2,5 m-mv. Tot de einddiepte van 4,0 m-mv bestaat de bodem uit zand (niet nader omschreven). De globale grondwaterstroming van het freatische pakket is waarschijnlijk naar het zuidoosten gericht (https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld). Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa +33,20 m t.o.v. NAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet
Op basis van het historisch onderzoek wordt de bodemlaag onder de tennisbaan volgens de strategie Onverdacht Niet-Lijnvormig (ONV-NL) conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd. Deze hypothese is gekozen omdat er geen aanwijzingen zijn die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van verontreinigingsbronnen onder de (voormalige) tennisbaan. De locatie is op basis van het historisch onderzoek niet verdacht op het voorkomen van asbest. Het materiaal van de tennisbaan(gravel en eventuele onderliggende fundatielaag) wordt onderzocht op een pakket voor NV-stoffen en asbest quick scan. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. De onderstaande tabel geeft de gehanteerde aantallen weer conform de onderzoeksopzet.
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 8 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Tabel 2.6: Geplande onderzoeksinspanning (Deel)locatie Onderzoeksstrategie Onderzoekslocatie ONV-NL (4.000 m2)
Veldwerk
Analyses1
10 boringen tot 0,5 m-mv 2 boringen tot 2,0 m-mv 1 peilbuizen
Gravel (laag 0,0 – 0,05 m-mv) NV Bouwstoffen Funderingslaag (0,05 -0,15 m-mv) NV Bouwstoffen Asbest quickscan Bodem 2 x STAP-grond (laag 0,15-0,7 m-mv) 1 x STAP-grond (laag 0,7-2,0 m-mv) 1x STAP-grondwater
1 Standaardpakketten: Grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC); Grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC).
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 9 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
3 Veldonderzoek 3.1
Verrichte werkzaamheden
De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de onderzoeksopzet. Het veldwerk is op 04-08-2025 uitgevoerd door dhr. Y. Dijenborgh, werkzaam bij Greenhouse Advies B.V. Het grondwater is bemonsterd op 11-08-2025 door dhr. A. Noppers, werkzaam bij Greenhouse Advies bv. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. De bij de boringen opgeboorde grond is in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen. De locaties van de monsterpunten zijn weergegeven in bijlage 6. Tijdens uitvoering van de boringen is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Door middel van de olie-op-water-proef is een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen.
3.2
Bodemopbouw
De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 1,40 m-mv bestaat uit zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus zand, gevolgd door zeer fijn, matig siltig, zwak humeus zand. De boring eindigt op 3,50 m-mv met zeer fijn, matig siltig, zwak humeus zand. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 2,12 m-mv. Er is geen bodemvreemde bijmenging in grond of een grondwaterstand tijdens het onderzoek aangetroffen.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen beschreven. Tabel 3.1: Zintuigelijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen Boring Traject (m-mv) Zintuiglijke waarneming B02 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B03 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B04 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B05 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B07 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B08 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B09 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig B10 0,00 - 0,03 Gravel volledig 0,03 - 0,15 Lava (granulaat) volledig
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 10 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
3.4
Veldmetingen grondwater
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn in het veld metingen verricht; deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3.2 : Veldmetingen tijdens bemonstering van het grondwater Peilbuis Datum Datum Grondwater(filterstelling) plaatsing bemonstering stand (m-mv) B13 (2,50-3,50) 04-08-2025 11-08-2025 2,12
Zuurgraad pH 5,8
Geleidbaarheid (µS/cm) 245
Troebelheid (NTU) 16,7
De troebelheid van het grondwatermonster is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. De overige waarden wijken niet af van de waarden die in een natuurlijke situatie verwacht worden.
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest
Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de opgeboorde bouwstoffen en grond is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 11 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
4 Chemisch onderzoek 4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses
Op aanwijzing van Greenhouse Advies zijn door Eurofins Analytico grondmengmonsters samengesteld. De mengmonsters zijn zo samengesteld dat na uitvoering van de analyses een representatief beeld ontstaat van de milieuhygiënische kwaliteit van de boven- en ondergrond en grondwater. In onderstaande tabel is de samenstelling van de geanalyseerde (meng)monsters weergegeven. Tabel 4.1: Samenstelling van geanalyseerde (meng)monsters Monster Motivatie Samenstelling (m-mv) Onderzoekslocatie (4.000 m2) Gravel MM-Gravel Gravellaag B02(0,00-0,03), B03(0,00-0,03), B04(0,00-0,03), tennisbaan B05(0,00-0,03), B07(0,00-0,03), B08(0,00-0,03), B09(0,00-0,03), B10(0,00-0,03) Funderingslaag MM-Fundering Lavalaag B02(0,03-0,15), B03(0,03-0,15), B04(0,03-0,15), tennisbaan B05(0,03-0,15), B07(0,03-0,15), B08(0,03-0,15), B09(0,03-0,15), B10(0,03-0,15) MMF-AS Lavalaag B02(0,03-0,15), B03(0,03-0,15), B04(0,03-0,15), tennisbaan B05(0,03-0,15), B07(0,03-0,15), B08(0,03-0,15), B09(0,03-0,15), B10(0,03-0,15) Bodem BG1 Zand B02(0,15-0,50), B03(0,15-0,55), B04(0,15-0,50) bovengrond B05(0,10-0,55), B07(0,15-0,55), B08(0,15-0,55) onder de B09(0,15-0,55), B10(0,15-0,55) lavalaag BG2 Zand B01(0,05-0,50), B06(0,00-0,25), B11(0,05-0,50), bovengrond B12(0,00-0,50) naast de tennisbaan OG1 Zand zeer fijn, B03(0,90-1,15), B03(1,15-1,65), B07(0,55-1,05), matig siltig, B07(1,05-1,25), B13(0,75-1,25), B13(1,25-1,40) matig
humeus, Grondwater B13-1-1 B13-1-1
4.2
Traject (m-mv)
Analyse
(0,00-0,03)
NV-Bouwstoffen
(0,03-0,15)
NV-Bouwstoffen
(0,03-0,15)
Asbest Quickscan
(0,15-0,55)
STAP-grond
(0,00-0,50)
STAP-grond
(0,55-1,65)
STAP-grond
2,50-3,50
STAPgrondwater
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie
De analysecertificaten van de onderzochte monsters zijn weergegeven in bijlage 3. De toetsingskaders voor het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) zijn opgenomen in bijlage 4. De resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage 5. In het Omgevingsplan van de gemeente Losser (kenmerk: akn/nl/act/gm0168/2020/omgevingsplan/nld@6, laatst gewijzigd 19-06-2024) zijn voor zover bekend geen afwijkingen op de landelijk geldende normen en regels voor bodemonderzoek opgenomen. Zodoende is voor de toetsingen van de analyseresultaten uitgegaan van het generieke beleid.
4.2.1
Resultaten en toetsing niet-vormgegeven bouwstoffen
Voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de NV-Bouwstof is er een indicatieve analyse uitgevoerd op samenstelling en uitloging. Tevens is op het materiaal een ja/nee-analyse op asbest uitgevoerd. Middels deze analyses wordt de NV-Bouwstof onderzocht op mogelijk verontreinigende stoffen en getoetst aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit. Dit betreft geen formele bouwstoffenkeuring, echter met deze gegevens kan de partij wel hergebruikt worden binnen het werk, of afgevoerd worden naar een erkend verwerker.
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 12 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
De analyseresultaten van de NV-Bouwstoffen zijn weergeven in bijlage 3. In onderstaande tabel is het indicatieve toetsoordeel van het Bbk weergegeven. Tabel 4.2: Toetsing resultaten indicatieve analyse NV-Bouwstoffen en Asbest Quickscan Monster Oordeel NV-Bouwstof Beperkende parameter Asbest Gravel MM-Gravel Voldoet* Niet geanalyseerd Funderingslaag MM-Fundering + MMF-AS Voldoet* Niet aangetoond
4.2.2
Resultaten en toetsing standaardpakketten
In onderstaande tabel wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) weergegeven. Hierin is de indicatieve toetsing aan het Bbk weergegeven, waarbij een oordeel ‘sterk verontreinigd’ overeenkomt met overschrijding van het Bal (> interventiewaarde). Indien een andere indicatieve toetsing is aangegeven is er geen sprake van een overschrijding van het Bal. Tevens is aangegeven of er sprake is van een index-waarde ≥ 0,5, wat een aanleiding kan zijn voor het uitvoeren van nader onderzoek. Tabel 4.3: Eindoordeel Bal en Bbk na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject Samenstelling Indexwaarde (m-mv) ≥ 0,5 Onderzoekslocatie (4.000 m2) BG1 (0,15-0,55) B02(0,15-0,50), B03(0,15-0,55), B04(0,15-0,50), B05(0,10-0,55), B07(0,15-0,55), B08(0,15-0,55) B09(0,15-0,55), B10(0,15-0,55) BG2 (0,00-0,50) B01(0,05-0,50), B06(0,00-0,25), B11(0,05-0,50), B12(0,00-0,50) OG1 (0,55-1,65) B03(0,90-1,15), B03(1,15-1,65), B07(0,55-1,05), B07(1,05-1,25), B13(0,75-1,25), B13(1,25-1,40)
Indicatieve toetsing Bbk
-
Landbouw/Natuur
-
Landbouw/Natuur
-
Landbouw/Natuur
In de onderstaande tabel wordt het eindoordeel over het grondwater met betrekking tot het Bkl weergegeven. Tevens is aangegeven of er sprake is van een index-waarde ≥ 0,5, wat een aanleiding kan zijn voor het uitvoeren van nader onderzoek. Tabel: Eindoordeel grondwater m.b.t. het Waterbeheerplan na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject (m-mv) Toetsing Waterbeheerplan Beoordeling index waarde > 0, 5 Deellocatie B13-1-1 (2,50-3,50) < Signaleringsparameter -
4.3
Bespreking en interpretatie resultaten
Gravel Uit de toetsing van de indicatieve analyse op NV-Bouwstof van het mengmonster genomen van de gravellaag blijkt dat deze Voldoet aan het oordeel NV-Bouwstof. Alle individuele parameters vallen binnen de maximale samenstellingswaarde Rbk parameters niet-vormgegeven bouwstof. Funderingslaag Uit de toetsing van de indicatieve analyse op NV-Bouwstof van het mengmonster genomen van de funderingslaag, bestaande uit lava blijkt dat deze Voldoet aan het oordeel NV-Bouwstof. Alle individuele parameters vallen binnen de maximale samenstellingswaarde Rbk parameters niet-vormgegeven bouwstof. Uit de resultaten van de asbest quickscan blijkt, dat in het geanalyseerde asbestmengmonster van de funderingslaag (lava) geen asbest is aangetoond.
Projectcode: P09155 Versie: Definitief
Pagina 13 van 16
Verkennend Bodemonderzoek Gildehauserweg 25 te Losser
Grond Uit de toetsing van de analyseresultaten aan het Bal blijkt dat het gehalte van alle onderzochte parameters lager dan de interventiewaarden zijn aangetoond Uit de toetsing van de analyseresultaten aan het Bbk blijkt dat dat zowel de boven- als ondergrond mengmonster vallen in de klasse Landbouw/Natuur. Er zijn geen individueel verhoogde parameters aangetoond. Dit betreft een indicatief oordeel. Grondwater Uit de toetsing van de analyseresultaten van het grondwater aan het Bkl blijkt dat in monster B13-1-1 (2,503,50 m-mv) waarden beneden de signaleringsparameter zijn aangetoond.