CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke motivering Losser Gildehauserweg inc. bijlagen (21-10-2025) (1)

Raadsvergadering 9 december 2025, gemeente LosserBij agendapunt: Tijdelijke opvang vluchtelingen voor 5 jaar aan de Gildehauserweg 25 Losser26.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke motivering Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang)

Status: definitief

Datum: 23 oktober

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Ruimtelijke motivering “Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang)”

Plannaam: Plantype: Status: Datum:

Ruimtelijke motivering “Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang)” Ruimtelijke motivering ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Definitief 23 oktober 2025

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ................................................................................................................................ 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ............................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................................. 4 EISEN AAN EEN BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT .......................................................... 6 LEESWIJZER ............................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Inleiding............................................................................................ 4

Huidige en gewenste situatie ......................................................... 7

HUIDIGE SITUATIE........................................................................................................................ 7 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................... 7

Hoofdstuk 3 Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ............................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

W ETTELIJK KADER..................................................................................................................... 10 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING .............................................................................. 10 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ...................................................... 11

Hoofdstuk 4

Beleidskaders ................................................................................ 12

Hoofdstuk 5

Omgevingsveiligheid .................................................................... 13

Hoofdstuk 6

Beschermen van de waterbelangen............................................. 15

6.1 6.2 6.3

VIGEREND BELEID ..................................................................................................................... 15 W ATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED ................................................. 16 CONCLUSIE............................................................................................................................... 17

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN....................................................................................................... 18 BODEMKWALITEIT...................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT....................................................................................................................... 22 GEUR ....................................................................................................................................... 23 GEZONDHEID ............................................................................................................................ 23 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ...................................................................................... 24

Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

Bescherming van de natuur ......................................................... 26

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................. 26 SOORTENBESCHERMING............................................................................................................ 27 CONCLUSIE............................................................................................................................... 28

Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 9.4

Bescherming gezondheid en het milieu ...................................... 18

Archeologie en cultuurhistorie .................................................... 29

W ETTELIJK KADER..................................................................................................................... 29 ARCHEOLOGIE .......................................................................................................................... 29 CULTUURHISTORIE .................................................................................................................... 29 CONCLUSIE............................................................................................................................... 29

Hoofdstuk 10 Infrastructuur en openbare ruimte ................................................ 30 10.1 10.2 10.3

W ETTELIJK KADER ................................................................................................................. 30 VERKEER EN PARKEREN ........................................................................................................ 30 CONCLUSIE ........................................................................................................................... 31

Hoofdstuk 11 M.e.r.- Beoordeling ......................................................................... 32 11.1 11.2 11.3

W ETTELIJK KADER ................................................................................................................. 32 SITUATIE PROJECTGEBIED ..................................................................................................... 32 CONCLUSIE ........................................................................................................................... 32

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 12 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................. 33 12.1 12.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ......................................................................................... 33 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.................................................................................. 33

Bijlagen bij de ruimtelijke motivering ................................................................... 34

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Losser heeft de wettelijke taak om 150 Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Momenteel vindt deze opvang plaats op diverse locaties in de gemeente. Echter loopt de huurovereenkomst van één van de opvanglocaties af, waardoor de gemeente genoodzaakt is om een nieuwe geschikte opvanglocatie te vinden. Deze locatie is gevonden aan de Gildehauserweg 25, op het voormalige tennisveld. Deze locatie voldoet aan het programma van eisen van het college. Daarnaast is de locatie in eigendom van de gemeente en per direct beschikbaar. Het voornemen bestaan om op deze locatie 7 tijdelijke woonunits te plaatsen voor de duur van vijf jaar. Hiermee ontstaat ruimte voor de huisvesting van maximaal 42 bewoners. De plaatsing van de woonunits en het wonen in deze woonunits past niet binnen de regels van het omgevingsplan van de gemeente Losser. Om het tijdelijke voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Met deze omgevingsvergunning wordt het tijdelijk afwijken van de bouw- en gebruiksregels toegestaan. Hiervoor dient op basis van artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Gildehauserweg 25 in Losser, in de gemeente Losser. Het perceel heeft de kadastrale aanduiding LSR00-H-9658. In de volgende afbeelding is de ligging van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 1.1:

Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Losser. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemmingsplan “Losser Dorp” van belang, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2:

Uitsnede bestemmingsplan “Losser dorp” (Bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart)

Ter plaatse van het projectgebied is sprake van de enkelbestemming ‘Sport’. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor onder andere sportvoorzieningen, kleedkamers, horeca ten dienste van de sportbestemming en bij de bestemming behorende nevenactiviteiten. Daarbij zijn bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, water en groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming geldt een maatvoeringsaanduiding waarmee bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak is aangeduid van 10%. 1.3.2

een

maximum

Opheffen strijdigheid

Binnen de sportfunctie is het niet toegestaan om tijdelijke woonunits te plaatsen en deze vervolgens te gebruiken voor de huisvesting van ontheemde Oekraïners. De beoogde activiteiten passen daarmee niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Met deze omgevingsvergunning wordt het tijdelijk afwijken van de bouw- en gebruiksregels toegestaan. Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan op basis van artikel 8.0a lid 2 Bkl worden verleend, wanneer de activiteit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

1.4

Eisen aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies van het Rijk het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan of; c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk belemmert. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor hoofdstuk 5 van het Bkl instructieregels bevat: • • • • • • • •

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); het gebruik van bouwwerken, waaronder de aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7a); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

In de motivering moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. In het vervolg van deze ruimtelijke motivering wordt op de betreffende aspecten ingegaan.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 6 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 7 en 8 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 9 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. Hoofdstuk 10 gaat in op de inrichting van de infrastructuur en openbare ruimte. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige en gewenste situatie

Huidige situatie

Momenteel is binnen het projectgebied sprake van een tennisveld met bijbehorend clubgebouw. Het tennisveld bestaat uit gravel met daaronder lava. De gemeente is eigenaar van deze gronden. Het tennisveld en clubgebouw zijn niet meer in gebruik en hebben momenteel daarom geen functie meer en staan leeg. Het projectgebied ligt in een groene omgeving en wordt omsloten door bomen en struikgewas. Het projectgebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Losser, aan de noordoostzijde van de kern en is bereikbaar via de Gildehauserweg. Door middel van een korte inrit op de Gildehauserweg wordt het projectgebied ontsloten. Ten noordwesten van het projectgebied ligt erve Kraesgenberg. Verder naar het noorden bevinden zich het openluchttheater, een zwembad en voetbalvelden. Ten zuidwesten van het projectgebied liggen woningen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto weergegeven van het projectgebied en de directe omgeving. Het projectgebied is indicatief aangeduid met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1:

2.2

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK Viewer)

Gewenste situatie

Op het voormalige tennisveld worden zeven tijdelijke woonunits geplaatst. De woonunits zijn bedoeld als opvangplekken voor ontheemde Oekraïners. Het betreft Oekraïense vluchtelingen die al langer in Losser wonen en hier ook werken of naar school gaan. Er is een aanhoudende behoefte aan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief opvangplekken en de realisatie van opvangplekken heeft daarom een grote prioriteit. De doelgroep wordt vastgelegd in de te verlenen vergunning. De vergunning is tijdelijk en zal voor een periode van 5 jaar worden aangevraagd. Aangezien het een tijdelijke vergunning betreft, zal na afloop van de vergunning het projectgebied in oorspronkelijke staat worden hersteld. In totaal worden er zeven woonunits geplaatst die per unit ruimte bieden voor vier tot zes personen. In totaal zullen dus maximaal 42 personen verblijven op de locatie. De units hebben een hoogte van maximaal 3,1 meter en een oppervlakte van circa 42 m2. Elke unit heeft zijn eigen tuin. Het bestaande clubgebouw wordt in gebruik genomen als wasgebouw. Hier komen wasmachines en drogers te staan. Er vinden verder geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaats aan het clubgebouw. De woonunits worden geplaatst op de bestaande verharding, die voorheen dienst deed als tennisbaan. Het betreft gravel met daaronder lava. Deze ondergrond is ook geschikt om hemelwater op te vangen. Dit kan infiltreren in de gravelverharding en onderliggende lava. De ondergrond heeft voldoende draagkracht voor de zeven woonunits. Om de plaatsing van de units mogelijk te maken, worden de bestaande lichtmasten verwijderd.

De ontsluiting van het terrein vindt plaats via de huidige inrit op de Gildehauserweg. Daarnaast worden op eigen terrein parkeerplaatsen gerealiseerd. Elke unit krijgt een eigen parkeerplaats. De parkeerplaatsen worden geclusterd aan de noordoostzijde van het projectgebied. Het terrein wordt goed verlicht door middel van sokkelverlichting. Deze soort verlichting zorgt dat er buiten het terrein geen sprake is van lichthinder. Ook zorgt de goede verlichting van het terrein voor een hoge mate van sociale veiligheid. Het terrein is momenteel al goed ingepast door de bestaande groenstructuur die zich om het terrein bevindt. Om het terrein een nette uitstraling te geven zal deze groenstructuur ook regelmatig door een hovenier worden onderhouden. Ook wordt de groenstructuur langs de naastgelegen woningen versterkt, zodat er sprake is van een groene buffer tussen de bestaande woningen en het projectgebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheemse, groenblijvende beplanting, zoals hulst en venijnboom. Daarnaast wordt hemlockspar toegevoegd, vanwege de relatief snelle groei. In de onderstaande afbeelding is een plattegrond opgenomen van de gewenste situatie. Ook is een impressie van de te plaatsen woonunits gegeven.

Afbeelding 2.2:

Plattegrond gewenste situatie (Bron: Schonewille Bouwconsultancy)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Afbeelding 2.3:

Impressie woonunits (Bron: Schonewille Bouwconsultancy)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 3

3.1

Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden

Wettelijk kader

De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 van het Bkl instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Hieronder zijn de onderwerpen weergegeven waarvoor in deze afdeling instructieregels zijn gesteld en wordt aangegeven of deze relevant zijn voor dit project. Onderwerp

Relevante instructieregels Bkl

Relevant voor het project?

Kustbescherming

Paragraaf 5.1.5.2

PKB-Waddenzee en Waddengebied

Paragraaf 5.1.5.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Cultureel erfgoed en werelderfgoed

Paragraaf 5.1.5.4

Nee, het projectgebied ligt niet in de nabijheid van de kust. Nee, het projectgebied ligt niet in de nabijheid van de Waddenzee en het Waddengebied Nee, zie paragraaf 3.2.

Paragraaf 5.1.5.5

Nee, zie hoofdstuk 9.

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.1

Wettelijk kader

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of er binnen het stedelijk gebied kan worden ontwikkeld. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b lid 2 van het Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

De Ladder wordt toegepast bij een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. •

•

bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.

Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. Aangezien het voornemen uitgaat van zeven woonunits, die bovendien tijdelijk zijn, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

3.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

In deze paragraaf wordt het voornemen getoetst aan de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ter plaatse van het projectgebied en/of de directe omgeving. Ter plaatse van het projectgebied gelden geen specifieke stedenbouwkundige waarden. Wat betreft landschappelijke waarden is er vanuit de gemeente een advies gegeven over de inrichting van het projectgebied. Dit betekent dat bestaande groenstructuren intact moeten blijven. Aan de westzijde van het projectgebied zal de bestaande houtsingel worden aangevuld met inheemse, groenblijvende beplanting van formaat. Het moet worden voorkomen dat er tussen de houtsingels door looppaadjes ontstaan. Dit wordt fysiek onmogelijk gemaakt door middel van een hek of draad. Tot slot moet om de houtsingels een obstakelvrije zone in stand worden gehouden van 3,5 meter breed om bomen te kunnen onderhouden en eventueel eikenprocessierupsen te kunnen bestrijden. Dit advies is volledig overgenomen. Na afloop van de tijdelijke omgevingsvergunning kan en wordt het projectgebied weer in dezelfde staat gebracht als waarin het voor verlening van de vergunning verkeerde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 4

Beleidskaders

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het van toepassing zijnde beleid. Aangezien op gemeentelijk-, regionaal- en provinciaal niveau geen beleid bestaat voor de opvang van ontheemde Oekraïners, wordt alleen aan de ‘Regeling opvang ontheemden Oekraïne’ getoetst. 4.1

Rijksbeleid

Op rijksniveau is voor de opvang van ontheemde Oekraïners de ‘Regeling opvang ontheemden Oekraïne’ opgesteld. Hierin is bepaald waaraan de opvang van ontheemde Oekraïners moet voldoen: ‘De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.’ 4.2

Toetsing Regeling opvang ontheemden Oekraïne

Met de te realiseren woonunits wordt voldaan aan de eisen die op rijksniveau worden gesteld aan de opvang van ontheemde Oekraïners. De woonunits zijn voorzien van verwarming, sanitaire voorzieningen, zit- en slaapgelegenheid en ook een keuken, waardoor deze geschikt zijn voor de opvang van ontheemde Oekraïners.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsveiligheid

Wettelijk kader

Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik; Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik;

Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 5.2

Situatie in en bij het projectgebied

Aan de hand van de kaart Externe Veiligheid op Atlas van de Leefomgeving is een inventarisatie verricht van de risicobronnen in en rond het projectgebied. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede weer van de kaart, waarop het projectgebied met de rode ster is aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Afbeelding 5.1:

Uitsnede kaart omgevingsveiligheid (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

Uit de afbeelding blijkt dat het projectgebied niet binnen het aandachtsgebied of risicocontour ligt van risicobronnen. Er hoeven wat betreft het aspect omgevingsveiligheid geen maatregelen te worden getroffen. 5.3

Conclusie

Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 6

Beschermen van de waterbelangen

Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; Nederland moet blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; De zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.

Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Beleid Waterschap

Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in de watervisie 2050 en het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema’s zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast zijn de waterschapsverordening en de legger van Waterschap Vechtstromen belangrijke regelstellende instrumenten waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsprogramma/-plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

6.2

Watertoetsproces en waterhuishouding projectgebied

6.2.1

Wateradvies

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is het wateradvies. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van het wettelijk verplichte wateradvies is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Via hetwateradvies.nl is het wateradvies aangevraagd. De korte procedure is van toepassing. Het resultaat van het wateradvies is opgenomen in bijlage 2 bij deze motivering. Hierna wordt ingegaan op de resultaten.

6.2.2

Standaard waterparagraaf

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe “eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren” is hierbij leidend. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

Vandaar dat het principe “eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren” een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten projectgebied • • • • • •

Het project loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Binnen het projectgebied worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd. Het project heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er, in of rondom het projectgebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m 2. Het projectgebied bevindt zich niet binnen een beperkingengebied of herinrichtingszone langs een waterloop, overige/ regionale kering, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Voorkeursbeleid hemelwater Het afvalwater afkomstig van het projectgebied wordt aangesloten op de bestaande riolering. De bodemingrepen die hiervoor nodig zijn, zijn minimaal. Het waterbergend vermogen van de ondergrond blijft intact. Door het toevoegen van de woonunits is er sprake van een toename aan verharding. Het hemelwater kan echter worden opgevangen in de bodem van het projectgebied. De lava onder de gravel heeft een waterbergend vermogen en wordt van voldoende omvang geacht voor de opvang van het hemelwater. Bovendien kan hemelwater daarnaast afstromen naar het naastgelegen groen, rondom de tennisbanen. Als na verloop van tijd blijkt dat er in de praktijk toch meer waterberging noodzakelijk is, dan kan er een wadi worden gerealiseerd in het groen rondom de tennisbaan. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Indien ontwateringsdiepte niet kan worden gehaald adviseert het waterschap kruipruimteloos te bouwen. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. In het plan wordt ernaar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Er worden geen kelders of kruipruimtes gerealiseerd. De drempelhoogte van de units is circa 50 cm boven het maaiveld. Proces wateradvies De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van het digitale wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van het wateradvies is toegepast. De aard en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies af voor dit plan.

6.3

Conclusie

Met de voorgenomen activiteit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 7

Bescherming gezondheid en het milieu

Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties houdt het bevoegd gezag op basis van afdeling 5.1.4 van het Bkl rekening met het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hieronder zijn de onderwerpen weergegeven waarvoor in deze afdeling instructieregels zijn gesteld en wordt aangegeven of deze relevant zijn voor dit project. Onderwerp

Relevante instructieregels Bkl

Relevant voor het project?

Kwaliteit van de buitenlucht Geluid door activiteiten Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Geluid rond luchthavens Trillingen

Paragraaf 5.1.4.1

Ja, zie paragraaf 7.3.

Paragraaf 5.1.4.2 Paragraaf 5.1.4.2a

Ja, zie paragraaf 7.1. Ja, zie paragraaf 7.1.

Paragraaf 5.1.4.3

Slagschaduw van windturbines Bodemkwaliteit Geur

Paragraaf 5.1.4.4a

Nee, het projectgebied ligt niet nabij een luchthaven. Nee, het projectgebied ligt op 4,6 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde spoorlijn. Nee, nabij het projectgebied bevinden zich geen windturbines. Ja, zie paragraaf 7.2. Ja, zie paragraaf 7.4.

Paragraaf 5.1.4.4

Paragraaf 5.1.4.5 Paragraaf 5.1.4.6

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Tevens worden de aspecten ‘gezondheid’ en ‘duurzaamheid en klimaatadaptatie’ behandeld.

7.1

Geluid door activiteiten

7.1.1

Wettelijk kader

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt afdeling 3.5 van het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 van het Bkl. Het betreffen gebouwen of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de in paragraaf 5.1.4.2 Bkl opgenomen instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden gelden op basis van artikel 7.11 Bkl specifieke regels. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties zelf de mate van bescherming tegen geluid. 7.1.2

Situatie projectgebied

Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Dit is een gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Wegen, spoorwegen en industrieterreinen hebben een geluidsaandachtsgebied. Verder kan geluidhinder worden ondervonden als gevolg van omliggende bedrijvigheid. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling. Geluid door wegen en spoorwegen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief De geluidsaandachtsgebieden van Rijks-, provinciale, gemeente-, waterschaps- en spoorwegen worden opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Indien door de wegbeheerder nog geen geluidaandachtsgebieden zijn berekend, gelden de volgende afstanden: • • •

voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.

De woonunits betreffen tijdelijke gebouwen. Hierop is artikel 5.78 lid 2 Bkl van toepassing. Dit artikel bepaalt dat paragraaf 5.1.4.2a, met uitzondering van artikel 5.78s lid 1 en 2, niet van toepassing is op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. Er gelden dus geen harde grenswaarden voor geluid van wegen en spoorwegen. Artikel 5.78s Bkl bepaalt dat het geluid afkomstig van een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidsaandachtsgebied aanvaardbaar is. Aan de hand van een uitsnede van de Geluidkaart van de Atlas Leefomgeving is een inschatting gemaakt van het te verwachten geluid afkomstig van de wegen in de omgeving. In onderstaande afbeelding is deze uitsnede weergegeven. Het projectgebied is aangeduid met de rode omlijning.

Afbeelding 7.1:

Uitsnede kaart geluid van wegverkeer (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

Uit de kaart blijkt dat ter plaatse van het projectgebied de maximale geluidsbelasting 50 dB bedraagt. Dit is aan de rand van het projectgebied, waar zich de groenstrook bevindt. Op de beoogde locatie van de woonunits is sprake van een indicatieve geluidsbelasting van 45 dB. Aan de hand van deze waarden kan gesteld worden dat er ter plaatse van de woonunits sprake is van een aanvaardbaar woonklimaat wat betreft geluid van wegen en spoorwegen. Geluid door industrieterreinen In de nabijheid van het projectgebied is geen (gezoneerd) industrieterrein aanwezig. Geluid door overige geluidbelastende activiteiten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Om eventuele hinder van overige geluidbelastende activiteiten te beoordelen, wordt gebruik gemaakt van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan ‘het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige gebouwen anderzijds.’ Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In 2024 is er een nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ uitgebracht. De nieuwe handreiking is bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en andere werkterreinen en het inwaarts zoneren daarvan. De handreiking biedt handvatten om op grond van het Bkl een aanvullende regeling in het omgevingsplan op te nemen waarmee geluid- en geurwaarden die normaal op de gevel van een geluids- of geurgevoelig gebouw gelden, op een andere locatie te laten gelden. Gedurende de overgangsfase onder de Omgevingswet is er in veel gevallen echter nog sprake van het omgevingsplan van rechtswege, waar de bestemmingsplannen onderdeel van uitmaken. Hiermee is de zoneringssystematiek uit 2009 nog aan de orde, waardoor de nieuwe handreiking niet aansluit op het omgevingsplan. Daarom kan nog gebruik worden gemaakt van de systematiek uit 2009.

Volgens deze systematiek dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Gelet op de ligging van het projectgebied nabij diverse functies zoals sport, cultuur en horeca, kan worden gesteld dat het projectgebied in gemengd gebied ligt. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden opgenomen. Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Ook bij geluid door activiteiten bij tijdelijke gebouwen geldt dat het geluid afkomstig van deze activiteit aanvaardbaar moet zijn (artikel 5.59 Bkl). De overige instructieregels voor geluid door activiteiten uit paragraaf 5.1.4.2 gelden niet. Om te bepalen of het geluid door activiteiten in de omgeving van het projectgebied aanvaardbaar is, wordt in dit geval gebruik gemaakt van de richtafstandenlijst. De volgende functies bevinden zich in de nabijheid van het projectgebied: -

-

-

-

Erve Kraesgenberg, Bookholtlaan 25, Losser Deze locatie wordt verhuurd voor bijeenkomsten, feesten en partijen. Daarnaast is er horeca aanwezig. Dit bedrijf sluit daarom het meest aan bij de categorie ‘Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra’. Hier hoort mileucategorie 1 bij met in gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. De dichtstbijzijnde woonunit ligt op circa 30 meter afstand. Daarmee vormt deze functie geen belemmering voor het projectgebied. Openluchttheater, Gildehauserweg 27, Losser Een openluchttheater is niet opgenomen in de lijst, wel is de categorie ‘Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen’ opgenomen. Hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Het openluchttheater ligt op 60 meter afstand van het projectgebied. Aan de richtafstand wordt voldaan. Incidenteel vinden in het openluchttheater optredens plaats. Hiervoor is een ontheffing verleend. Gelet op de incidentele aard van de optredens (in 2025 vonden er vijf plaats) en dat de optredens uiterlijk om 23:30 zijn afgelopen, is er geen sprake van een onaanvaardbare situatie wat betreft geluidsoverlast. Zwembad, Bookholtlaan 17, Losser Voor een overdekt zwembad is in de staat van bedrijfsactiviteiten een richtafstand van 30 meter opgenomen voor geluid in gemengd gebied. Het zwembad ligt op circa 50 meter van de dichtstbijzijnde woonunit.

Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Manege, Gildehauserweg 20, Losser

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Voor een manege is voor geluid een richtafstand van 10 meter opgenomen in gemengd gebied. De manege ligt op circa 25 meter afstand van de dichtstbijzijnde woonunit. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. 7.1.4

Conclusie

Ter plaatse van de tijdelijke woonunits is sprake van een aanvaardbare situatie wat betreft geluid. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.2

Bodemkwaliteit

7.2.1

Wettelijk kader

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu heeft het Rijk voor het aspect bodem instructieregels opgesteld. Paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl geeft aan dat een omgevingsplan waarden bevat voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Bij het vaststellen van die waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een omgevingsplan kan per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Het omgevingsplan kan ook hogere waarden bevatten dan de waarden, bedoeld in bijlage IIA. Een omgevingsplan bepaalt tevens dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een waarde alleen is toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 7.2.2

Situatie projectgebied

De tijdelijke woonunits zijn bodemgevoelige bebouwen. Daarom is ter plaatse van het projectgebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 3 bij deze ruimtelijke motivering. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Vooronderzoek Uit het vooronderzoek zijn geen bijzonderheden aangetoond. Hierdoor is gekozen de locatie te onderzoeken conform de onderzoeksstrategie Onverdacht Niet-Lijnvormig uit de NEN 5740. Het materiaal van de tennisbaan (gravel en eventuele onderliggende fundatielaag) is onderzocht op een pakket voor NV-stoffen en er is een asbest quickscan gedaan. De locatie is op basis van het historisch onderzoek niet verdacht op het voorkomen van asbest. Veldonderzoek Er is geen bodemvreemde bijmenging in grond of een grondwaterstand tijdens het onderzoek aangetroffen. Laboratoriumonderzoek Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Gravel Uit de toetsing van de indicatieve analyse op NV-Bouwstof van het mengmonster genomen van de gravellaag blijkt dat deze voldoet aan het oordeel NV-Bouwstof. Funderingslaag Uit de toetsing van de indicatieve analyse op NV-Bouwstof van het mengmonster genomen van de funderingslaag bestaande uit lava, blijkt dat deze voldoet aan het oordeel NV-Bouwstof. Met de asbest quickscan is aangetoond dat er geen asbest aanwezig is. Grond

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief Uit de toetsing van de analyseresultaten aan het Bal blijkt dat het gehalte van alle onderzochte parameters lager dan de interventiewaarden zijn. Zowel de boven- als ondergrond mengmonsters vallen in de klasse Landbouw/Natuur. Er zijn geen individueel verhoogde parameters aangetoond. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis B13-1-1 (2,50-3,50 m-mv) zijn waarden beneden de signaleringsparameter aangetoond. Conclusie Naar aanleiding van de analyseresultaten is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. 7.2.3

Conclusie

Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.3

Luchtkwaliteit

7.3.1

Wettelijk kader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze instructieregels gelden rijksomgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) en/of fijnstof (PM10) en zijn aangewezen in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Voor activiteiten die niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project valt onder NIBM als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de standaardgevallen niet in betekenende mate valt, zoals opgenomen in artikel 5.54 Bkl; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. 7.3.2

Situatie projectgebied

Conform artikel 5.54 sub b van het Bkl valt een activiteit onder een NIBM project, indien er sprake is van: • • •

één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Gelet op de aard en omvang van deze gevallen, is er in dit geval zonder meer sprake van een project dat ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. 7.3.3

Conclusie

Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

7.4

Geur

7.4.1

Wettelijk kader

Paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl geeft aan dat in een omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen, zoals gebouwen met een woonfunctie. Een omgevingsplan voorziet erin dat geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Aan die aanvaardbaarheid wordt voldaan door in het omgevingsplan toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden op een geurgevoelig gebouw. Onder bepaalde omstandigheden kan een hogere of lagere grenswaarde aanvaardbaar zijn. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan een hogere waarde worden toegestaan dan de grenswaarden. Activiteiten waarvoor deze regels gelden zijn onder andere het exploiteren van zuiveringtechnische werken, het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (veehouderijen) en andere agrarische activiteiten. 7.4.2

Situatie projectgebied

In artikel 5.90 lid 2 Bkl is bepaald dat de regels voor geur (par. 5.1.4.6) in het Bkl niet van toepassing zijn als het gaat om de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van minder dan tien jaar. Voor deze situaties moet wel rekening gehouden worden met dat de geurhinder bij de tijdelijke gebouwen aanvaardbaar is. De gemeente bepaalt hierin wat aanvaardbaar is. Ook in het omgevingsplan is geregeld dat de regels voor geur niet van toepassing zijn op tijdelijke gebouwen (artikel 22.90 lid 2 BS). In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een manege waarvoor regels gelden voor geur. Daarnaast zijn er geen andere relevante functies aanwezig met betrekking tot geur. Het bouwvlak van de manege ligt op een afstand van ruim 80 meter van de dichtstbijzijnde woonunit. De daadwerkelijke dierenverblijven van de manege liggen op een afstand van circa 130 meter. Gelet op deze grote afstand kan worden gesteld dat wat betreft het aspect geur de situatie aanvaardbaar is. Ter vergelijking: in het omgevingsplan wordt voor een manege een afstand van 100 m aangehouden tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Het projectgebied ligt in dit geval op de grens van de bebouwde kom en het buitengebied. 7.4.3

Conclusie

Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.5

Gezondheid

7.5.1

Wettelijk kader

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Een veilige, gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van een activiteit optreedt. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet, bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds behandeld gemotiveerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief 7.5.2

Spuitzones

Op agrarische grond waarop gewassen mogen worden geteeld, kunnen gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Deze zorgen ervoor dat planten, groente of fruit beschermd worden tegen schimmels, insecten en andere plagen. Door de wind kunnen deze middelen in de omgeving worden verspreid, dit heet drift. Dit kan tot gezondheidsproblemen leiden. Er zijn geen regels in de wet die bepalen dat een bepaalde afstand tot agrarische grond moet worden aangehouden. In de rechtspraak wordt als vuistregel een afstand van 50 meter tussen de agrarische grond en gevoelige functies, zoals woningen, aangehouden. Als je verblijfsruimten zoals tuinen bij woningen, speelplaatsen of andere terreinen waar langdurig menselijk verblijf mogelijk is wil realiseren binnen die spuitzone, kan dit tot problemen leiden. Dit vanwege de mogelijke effecten van de gewas- en bestrijdingsmiddelen op de gezondheid en dus het woon- en leefklimaat. 7.5.3

Situatie projectgebied

Zoals beschreven in dit hoofdstuk is er geen sprake van negatieve effecten uit en op de omgeving die betrekking hebben op de gezondheidssituatie in het gebied. Ook is er geen sprake van cumulatie van negatieve milieueffecten. Op circa 20 meter afstand van het projectgebied ligt agrarische grond. Uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden van dit perceel, kunnen hier gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Echter is het niet aannemelijk dat hier binnen vijf jaar gewassen geteeld gaan worden waarbij gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Het perceel is momenteel in gebruik als weiland waar de paarden van de manege grazen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt. Bovendien liggen er reeds woningen op kortere afstand van de agrarische grond dan de woonunits. Ook is er sprake van een brede groenstrook van bijna 10 meter tussen de agrarische grond en de beoogde locaties van de woonunits. Gelet op bovenstaande en het feit dat de vergunning voor de woonunits slechts voor 5 jaar wordt verleend, kan worden geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7.5.3

Conclusie

Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.

7.6

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

7.6.1

Wettelijk kader

Doelen van de Omgevingswet zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op deze doelen wordt het plan aan de omgevingsaspecten ‘duurzaamheid’ en ‘klimaatadaptatie’ getoetst. 7.6.2

Situatie projectgebied

Bij de ontwikkeling is aandacht voor duurzaamheid. De woonunits zijn al eerder gebruikt in de gemeente Wierden. Aangezien ze daar niet meer nodig zijn, zullen ze nu gebruikt worden om de opvang mogelijk te maken in gemeente Losser. De woonunits worden gerenoveerd voordat ze zullen worden geplaatst. Na 5 jaar kunnen de woonunits weer op een andere locatie worden gebruikt. De woonunits worden niet aangesloten op het gasnet. In het kader van klimaatadaptatie wordt gesteld dat het projectgebied een geschikte locatie is voor het toevoegen van de tijdelijke woonunits. Er is voldoende ruimte voor waterberging en de groene inrichting zorgt voor een positieve invloed op hittestress. In verband met de tijdelijkheid van de omgevingsvergunning worden er geen verdere maatregelen getroffen met betrekking tot klimaatadaptatie. Na het aflopen van de omgevingsvergunning moet het projectgebied namelijk weer in de oorspronkelijke staat worden hersteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief 7.6.3

Conclusie

Het project houdt in voldoende mate rekening met duurzaamheid en klimaatadaptatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Losser, Gildehauserweg 25 (tijdelijke opvang) Definitief

Hoofdstuk 8

Bescherming van de natuur

In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om de bescherming van aangewezen Natura 2000gebieden, beschermde flora en fauna en regels ter bescherming van houtopstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=5ea09498-4894-40f1-9690-b451941cffb2