ROB diverse woningen De Lutte v4 incl. bijlagen
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Diverse woningen, De Lutte
Maart 2024
Definitief
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING “DIVERSE WONINGEN, DE LUTTE”
Plannaam:
Diverse woningen, De Lutte
Plantype:
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning
Datum:
Maart 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 8 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED................................................................................................................... 8 DE GEWENSTE SITUATIE................................................................................................................................. 9
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 3.1 3.2 3.3 3.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 13 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 20 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 25 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
GELUID .................................................................................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 34 WATER ....................................................................................................................................................
35 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 37
HOOFDSTUK 5 VOOROVERLEG ........................................................................... 39 5.1 5.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 39 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 39
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 40 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6:
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 40 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 41 ADVIES BRANDWEER TWENTE .............................................................................................................. 42 WATERTOETS .................................................................................................................................... 43 REACTIE WATERSCHAP ........................................................................................................................ 44 WATERHUISHOUDKUNDIGE ASPECTEN GEMEENTE LOSSER.......................................................................... 45
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de kadastrale percelen 3606, 3982, 3598, 3530, 3565 en 3863, sectie G, gemeente Losser (hierna projectgebied). Op basis van het geldend bestemmingsplan “de Lutte 2020” zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak. Tevens zijn de bouwvlakken voorzien van een maatvoeringsaanduiding op basis waarvan binnen het ter plaatse geldende bouwvlak een maximaal aantal woningen is toegestaan. In onderstaande tabel wordt per kadastraal perceel het adres en de maatvoeringsaanduiding omschreven. Nummer
Kadastraal perceel
Adres
Maatvoeringsaanduiding
1
3606, sectie G, gemeente Losser
Pelmolen 17
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 10
2
3982, sectie G, gemeente Losser
Wipmolen 17 en Wipmolen 19
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 8
3
3598, sectie G, gemeente Losser
Spinnekopmolen 17
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 1
4
3530, sectie G, gemeente Losser
Tjaskermolen 46C, 46D, 46E en 46F
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 3
5
3863, sectie G, gemeente Losser
Poldermolen 4
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 1
6
3565, sectie G, gemeente Losser
Tjaskermolen (aansluitend nummer 44)
Bouwvlak
Initiatiefnemer is voornemens om 10 woningen te realiseren ter plaatse van het projectgebied. Concreet gaat het om 10 vrijstaande woningen met identiek ontwerp. De woningen zijn deels buiten de geldende bestemmingen/bouwvlakken geprojecteerd. Voor enkele locaties wordt tevens het maximaal aantal toegestane woningen overschreden. Hierdoor het is voorgenomen initiatief niet in overeenstemming met het bestemmingsplan “de Lutte 2020”. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt in de woonwijk Luttermolenveld. In afbeelding 1.1 is met een rode cirkel de ligging van de percelen ten opzichte van De Lutte weergegeven. In afbeelding 1.2 is met rode omlijning de ligging van de percelen ten opzichte van de directe omgeving aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl)
Afbeelding 1.2
Ligging percelen projectgebied (Bron: plattekaart.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “de Lutte 2020”. Dit bestemmingsplan is op 2 februari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Losser. Afbeelding 1.3 bevat een uitsnede van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “de Lutte 2020”. De kadastrale percelen (het projectgebied) zijn hierin met de rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 1.3
1.3.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijven bestemmingen
Op basis van het geldend bestemmingsplan zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Wonen’ en de enkelbestemming ‘Tuin’. Ook geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Tevens zijn diverse bouwvlakken en verschillende aanduiding die het maximale aantal woningen per bouwvlak aangeven opgenomen. Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin, gebouwen, erkers en ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming ‘Wonen’. Met de daarbij behorende bouwwerken, erven, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. Enkelbestemming ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, tuinen, erven en parkeervoorzieningen. In de bouwregels is opgenomen dat een hoofdgebouw uitsluitend binnen een bouwvlak mag worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ mag het aangegeven aantal wooneenheden niet worden overschreden. Dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ De voor ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de voorkomende archeologische waarden.
Wanneer bij een beoogd project bodemwerkzaamheden plaatsvinden van groter dan 2.000 m² en dieper dan 0,3 m, dient de archeologische waarde en de verstoring hiervan te worden aangetoond door middel van archeologisch onderzoek.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
1.3.3
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan “de Lutte 2020”. In onderstaande tabel wordt de strijdigheid per kadastraal perceel aangegeven. Nummer
Kadastraal perceel
Adres
Maatvoeringsaanduiding
Strijdigheid
1
3606, sectie G, gemeente Losser
Pelmolen 17
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 10
Overschrijden bouwvlak
2
3982, sectie G, gemeente Losser
Wipmolen 17 en Wipmolen 19
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 8
Overschrijden bouwvlak en maximaal aantal wooneenheden
3
3598, sectie G, gemeente Losser
Spinnekopmolen 17
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 1
Overschrijden bouwvlak, buiten de geldende woonbestemming, maximaal aantal wooneenheden
4
3530, sectie G, gemeente Losser
Tjaskermolen 46C, 46D, 46E en 46F
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 3
Overschrijden bouwvlak en maximaal aantal wooneenheden
5
3863, sectie G, gemeente Losser
Poldermolen 4
Bouwvlak, maximaal aantal wooneenheden: 1
Overschrijden bouwvlak en maximaal aantal wooneenheden
6
3565, sectie G, gemeente Losser
Tjaskermolen (aansluitend nummer 44)
Bouwvlak
Overschrijden bouwvlak en maximaal aantal wooneenheden
In voorliggend geval wordt afgeweken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.
9.
1.5
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en gewenste situatie van het projectgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 5 wordt in gegaan op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie projectgebied
Het de percelen binnen het projectgebied liggen in de woonwijk de Luttermolenveld in De Lutte. In de directe omgeving van de percelen bevinden zich woningen en de daarbij behorende tuinen en erven. Verder bevinden zich in de nabijheid enkele groenvoorzieningen. De percelen zelf zijn onbebouwd en bestaan uit grasland. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Het projectgebied is met een rode omlijning aangegeven. In afbeelding 2.3 zijn straatbeeld foto’s weergegeven van de desbetreffende percelen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2
Straatbeeldfoto’s percelen projectgebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
2.2
De gewenste situatie
Zoals reeds is benoemd, is initiatiefnemer voornemens om in de woonwijk Luttermolenveld 10 vrijstaande woningen te realiseren. Er zijn 4 vrijstaande woningen beoogd aan de Tjaskermolen, 2 aan de Wipmolen en op de overige percelen is slechts één vrijstaande woning voorzien. De ontwerpen van de woningen zijn identiek. De nieuw te bouwen woningen sluiten qua schaal en uitstraling aan bij de omliggende woningen. De gevels bestaan uit een donkere kleur baksteen en wit stucwerk. De gevelkleding, windveren en goten zijn zink. De dakbedekking bestaat uit een antraciet vlakke dakpan. De kozijnen zullen worden uitgevoerd in kunststof. In afbeelding 2.3 en 2.4 zijn impressies van de beoogde woningen weergegeven.
Afbeelding 2.3
Impressie beoogde woningen (Bron: Bouwbureau Twente)
Afbeelding 2.4
Impressie beoogde woningen (Bron: Bouwbureau Twente)
In onderstaande afbeeldingen is de positionering van de woningen op de percelen weergeven. De woningen zijn voorzien van berging. Aan de voorzijde van de woningen is voldoende ruimte om te parken op eigen terrein.
Afbeelding 2.5 Bouwconsultancy)
Kavelindeling Spinnekopmolen (L) en Tjaskermolen perceel 4 (M) en Tjaskermolen perceel 6 (R) (Bron: Mossel BC
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.6
Kavelindeling Poldermolen (L), Wipmolen (M) en Pelmolen (R) (Bron: Mossel BC Bouwconsultancy)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR, de voorloper van NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling in de onderliggende onderbouwing. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In de huidige situatie wordt een ontwikkeling voorgesteld waarbij 10 woningen zullen worden gebouwd. Het is belangrijk op te merken dat in enkele gevallen, conform het geldende bestemmingsplan "de Lutte 2020", de bouw van woningen reeds is toegestaan en het slechts een kwestie van afwijking van het bouwvlak betreft.
Planologisch gezien wordt dus slechts de toevoeging van 5 extra woningen goedgekeurd. Dit aantal blijft onder
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
het eerder genoemde totaal van 11 woningen, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het Rijksbeleid. 3.1.3
Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• •
• 3.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
(wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 3.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hierna worden de lagen nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven. Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken. Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype.
Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘Of – generieke beleidskeuzes’ zijn de artikelen 2.1.2 (principe van concentratie), artikel 2.1.3 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op deze artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggende situatie worden 10 nieuwe woningen gerealiseerd. De woningen voorzien in de lokale behoefte, dit wordt onder de toetsing aan het gemeentelijk beleid nader toegelicht, met name in paragraaf 3.4.2. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het principe van concentratie. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Lid 1: Bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •
•
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De woningbouwontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Zoals hierna zal blijken uit het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de “Stedelijke laag” is het projectgebied gelegen in bestaand bebouwd gebied. Ook op basis van het geldend bestemmingsplan kunnen de gronden binnen het projectgebied benut worden voor stedelijke functies als wonen en tuin. Met de invulling van het projectgebied met woningbouw vindt geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving plaats. In verband hiermee is het project in overeenstemming met artikel 2.1.3. uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.
2. 3.
4.
5.
6.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten.
In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.
De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: • •
•
Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
•
•
Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals uit artikel 2.2.2 blijkt mogen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 10 grondgebonden woningen op een “inbreidingslocatie” in de bebouwde kom van de kern De Lutte. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte (zie toetsing aan gemeentelijk beleid) in de markt en er wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Deze ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijk woonvisie en binnen de woonafspraken zoals overeengekomen met andere Twentse gemeenten en de provincie Overijssel. Gelet op vorenstaande is de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2. uit de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’.
In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Hierin is het projectgebied indicatief aangegeven met de rode omlijningen.
Afbeelding 3.2
Uitsnede ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. De voorgenomen ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied woningen toegevoegd in de kern De Lutte.
Gesteld wordt dat het project goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en aansluit op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ aansluit bij de voorgenomen herontwikkeling. 3.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze (oorspronkelijke) waarden niet meer voorkomen in het projectgebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschappen binnen de ‘laag van de beleving’ voor het projectgebied, wordt ook deze laag buiten beschouwing gelaten. Hierna wordt nader ingegaan op de ‘stedelijke laag’, waarvoor het gebiedskenmerk “Woonwijken 1995 – nu” geldt. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart (stedelijke laag) opgenomen. Hierin is het projectgebied indicatief aangegeven met rode omlijning.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.3
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing aan de ‘Stedelijke laag’ De nieuwe bebouwing voegt zich in de aard en het karakter van het grotere geheel. De woningen sluiten qua maat en schaal aan op de aangrenzende woningen en passen daarmee bij het karakter van de wijk. Geconcludeerd wordt dat het project in overeenstemming is met de gebiedskenmerken zoals deze gelden voor de ‘Stedelijke laag’. 3.2.5
Conclusie toetsing provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woonagenda Twente
3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde ‘Regionale Woonagenda Twente’. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht.
Tot slot, maar niet in de laatste plaats, kan wonen niet los gezien worden van regionale opgaven zoals verstedelijking, de vitaliteit van de dorpen en steden en de transitie van het platteland. Wonen vormt in deze grote opgaven immers een belangrijke sleutelfunctie. 3.3.1.2 Kwantitatieve behoefte De onderstaande tabel geeft per gemeente de netto harde en zachte plancapaciteit weer per 1-1-2020. Daarnaast is de woningbouwopgave tot 2030 weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.4
Woningbouwopgave regio Twente (Bron: Regionale Woonagenda Twente)
Het bovenstaande aantal van 14.130 vormt een voorstelling van het mogelijke aanbod op basis van de harde en zachte plannen per 1-1-2020. De uiteindelijke vraag en behoefte van 15.782 dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. Het aantal van 5.000-7.000 betreft de extra ambitie/opgave, waarbij ook hier het samen sturen op kwaliteit leidend is. De juiste woning op de juiste plek, inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden, de dorpen en het platteland. 3.3.1.3 Kwalitatieve behoefte Algemeen Twente is en blijft een regio van de menselijke maat. Het is belangrijk dat er voor iedere woningzoekende een passende, betaalbare en niet in de laatste plaats kwalitatief goede woning is. Vertrekpunt van de regionale Woonagenda is het lokaal én regionaal blijven bieden van de woningen waar huidige en toekomstige inwoners behoefte aan hebben. Dat betekent dat gemeenten door nieuwbouw, transformatie en herstructurering woningen toevoegen die goed aansluiten op de bestaande en toekomstige vraag. Dat vraagt om een toekomstgericht kwalitatief programma op lokaal en regionaal niveau, alsmede om het inlopen van woningtekorten en de realisatie van voldoende woningen voor de groeiende behoefte. Maar ook vraagt het om maatregelen en strategieën om de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
bestaande woningvoorraad toegankelijker te maken, onder andere door de doorstroming binnen de woningvoorraad te bevorderen. De Regionale Woonagenda Twente bevat met name ten aanzien van de kwantitatieve behoefte informatie waar gemeenten bij de uit te voeren laddertoets gebruik van kunnen maken. Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt in 2021 een kwalitatieve monitor opgezet aan de hand waarvan de gemeenten in de relevante woningmarktregio invulling kunnen geven aan het kwalitatieve aspect van de verantwoordingsplicht. Wel onderscheidt de woonagenda drie verschillende ruimtelijke strategieën. Deze geven richting aan de ontwikkeling en geven aan waar in een gebied het accent op ligt, maar dienen niet als dwingend kader. De strategieën kenmerken vooral de verschillen tussen de steden, dorpen en het buitengebied. Er kunnen zich meerdere ruimtelijke woonstrategieën binnen een stad, dorp of gemeente bevinden. Losser Voor de gemeente Losser geldt de woonstrategie 'Buiten Wonen'. Hier is het uitgangspunt buiten wonen in het landelijk gebied en kleine kernen. Hier is het wonen nauw verbonden met het Overijsselse landschap, het dorpse leven, natuur en landbouw. Het zijn woonmilieus die we koesteren en kwaliteiten die we zoveel mogelijk willen behouden.
Maar we zien ook kansen om wonen als vliegwiel in te zetten om de vitaliteit van de dorpen en linten te versterken en de transities in het landschap, zoals in de landbouw, of de klimaatadaptieve opgaven kracht bij te zetten. Er zijn kansen om bijvoorbeeld bij vrijkomende agrarische bebouwing om nieuw aanbod te creëren, passend bij de leefomgeving en als contramal van wonen in het stedelijk gebied. Ook worden kansen gezien om in de kernen met centrum dorpse woonmilieus woningen en milieus toe te voegen om daarmee de vitaliteit en de economie van de kernen kracht bij te zetten. Aandachtspunten in de gemeente Losser zijn: • •
Appartementen en nultredenwoningen; Doelgroep onafhankelijke woningen.
3.3.1.4 Conclusie In voorliggend geval worden 10 vrijstaande woningen toegevoegd aan de kern De Lutte. Gezien de woningbouwopgave tussen 2021 en 2025, en tot 2030, wordt gesteld dat hiermee sprake is van een ontwikkeling die past binnen de aantoonbare kwantitatieve woningbouwbehoefte binnen de regio Twente. De woningen wordt gerealiseerd op een inbreidingslocatie in de kern De Lutte en passen binnen het ter plaatse bestaande woonmilieu. Bij de toetsing aan het gemeentelijk beleid wordt nader ingegaan op de kwalitatieve behoefte voor de gemeente Losser. 3.3.2
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de regionale beleidsuitgangspunten.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie gemeente Losser 2025
3.4.1.1 Algemeen De toekomstvisie van de gemeente Losser ‘Samen schatbewaarders van de gemeente Losser’ is tot stand gekomen door samen met de partners uit de gemeente Losser na te denken over hoe de gemeente er in 2025 uit moet zien, welke voorzieningen er zijn en hoe de gemeente Losser bestuurd zou moeten worden. De toekomstvisie wijst de weg en helpt bij het maken van keuzes op grond van de wensen en behoeften die worden benoemd. Bij het in kaart brengen van de ontwikkelingen voor de toekomst en de opgaven die gaan spelen onderscheidt de gemeente Losser vier thema’s met bij elk thema een strategische doelstelling. Het gaat om:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
1. 2. 3. 4.
Natuur en Ruimte, dit thema gaat over landschap, wonen, wegen, verkeer en bouwen. Zorg en Welzijn, hieronder vallen onderwijs, sport, cultuur, participatie en volksgezondheid. Recreatie, Toerisme en Economie, hier horen ondernemerschap, werkgelegenheid en inkomen bij. Bestuur en Dienstverlening, dit thema draait om communicatie, veiligheid, toezicht en handhaving.
Voor het voorliggende bestemmingsplan is het aspect wonen binnen het eerste thema van belang. 3.4.1.2 Wonen De gemeente wenst in 2025 een vitale samenleving, waarin voorzieningen gespreid gelegen zijn en tevens sprake is van een gevarieerd aanbod. Voor alle levensfasen dienen woningen te zijn en er is meer ruimte voor inwoners, bijvoorbeeld in de zin van Collectief particulier opdrachtgeverschap of andere initiatieven. Het streven op het gebied van wonen is dan ook: een gemeente waarin voor iedereen die hier wil wonen een kwalitatief goede en levensloopbestendige woning beschikbaar is in één van de vitale karakteristieke kerkdorpen. De beleidsstukken die hierbij met name van belang zijn betreffen de woonvisie en de welstandsnota. 3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie gemeente Losser 2025 Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van 10 woningen in de kern De Lutte. Hiermee wordt bijgedragen aan de groeiende vraag hiernaar. Tot slot zorgt het voornemen voor een passende stedenbouwkundige opvulling van gronden die momenteel braak liggen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Toekomstvisie gemeente Losser 2025. 3.4.2
Woonvisie Gemeente Losser 2021-2031
3.4.2.1 Algemeen In de Woonvisie verwoordt de gemeente haar uitgangspunten, ambities en voornemens voor de komende 10 jaar. De concrete uitwerking vereist de nodige flexibiliteit, omdat nu eenmaal geen 10 jaar vooruit gekeken kan worden. 3.4.2.2 Kwantitatief In De Lutte wordt de lokale behoefte geraamd op 140 woningen in de komende 10 jaar. Kwantitatief kan de lokale behoefte lang niet gedekt worden door de harde plannen. Er zal ruimte gevonden moeten worden om tegemoet te komen aan de vraag van bijvoorbeeld starterswoningen. Alles bij elkaar betekent dit dat in De Lutte hard moet worden gewerkt om voldoende tijdig de noodzakelijke plancapaciteit beschikbaar te krijgen. 3.4.2.3 Kwalitatief Uit de Woonvisie blijkt het onderstaande gewenste woningbouwprogramma. Daarnaast wordt het van belang geacht om bij de uitvoering van dit programma de nodige flexibiliteit te hanteren en niet een rechtlijnige vertaling in standaardproducten te maken. Daarnaast is er een open oog voor nieuwe, innovatieve woonconcepten die de komende jaren opduiken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.5
Gewenst woningbouwprogramma 2021-2031 (bron: gemeente Losser)
3.4.2.4 Toetsing aan de Woonvisie In de Woonvisie komt naar voren dat er een kwantitatieve woningbehoefte van 140 woningen voor de komende 10 jaar wordt verwacht. Binnen het gewenste woningbouwprogramma is ruimte voor uiteenlopende woningsegmenten en doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het woningbouwprogramma, aangezien het voorziet in de realisatie van 10 vrijstaande woningen. Geconcludeerd kan worden dat het bouwplan past binnen de Woonvisie 2021-2031. 3.4.3
Conclusie toetsing gemeentelijk beleid
Het voornemen is in overeenstemming met de bovengenoemde gemeentelijke beleidsdocumenten. Geconcludeerd wordt dat daarmee de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie projectgebied
De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
De wegen in de directe omgeving van het projectgebied betreffen 30 km/uur wegen zonder wettelijke geluidszone. Op enige afstand ten zuiden van het projectgebied bevindt zich de A1. Als gevolg hiervan is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten worden hierna besproken. Onderzoeksresultaten De geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer van de autosnelweg A1 bedraagt, inclusief 2 dB reductie, hoogstens 53 dB. Met deze waarden wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Diverse woningen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer van de Rosmolen, Tjaskermolen en Waterradmolen bedragen respectievelijk hoogstens 40 dB, 41 dB en 23 dB. Met deze waarden wordt er voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 24 dB wordt het binnen niveau van 33 dB gewaarborgd. Ten tijde van de vergunningaanvraag dient aangetoond te worden of met de getroffen maatregelen wordt voldaan aan dit binnen niveau van 33 dB. Met het in achtnemen van voorstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. 4.1.2.2 Spoorweglawaai Het projectgebied ligt in de nabijheid van de spoorlijn Oldenzaal – Bad Bentheim, welke ten zuiden van het projectgebied ligt. Tussen het projectgebied en de spoorweg ligt een geluidswal, wat het geluid voor de gehele woonwijk opvangt. Het vorenstaande wordt bevestigd op de geluidskaart van Atlasleefomgeving.nl. Gesteld wordt dat ter plekke een aanvaardbaar geluidsniveau heerst. 4.1.2.3 Industrielawaai Binnen of nabij het projectgebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a.
geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 4.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Tevens wordt vermeld dat wegverkeerslawaai van de A1 in 2008 in het kader van het bestemmingsplan “Luttermolenveld” reeds onderzocht. Als gevolg ligt er een geluidswal tussen de woonwijk en de snel-spoorweg.