Omgevingsvisie Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen.pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Omgevingsvisie Losser
27 januari 2023
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Reacties van organisaties
5
2.1
Provincie Overijssel
5
2.2
Cumela
9
2.3
Stichting Behoud Twents Landschap
11
2.4
Stichting Edwina van Heek
18
2.5
Stichting Dorpsraad Beuningen
20
2.6
IVN Oldenzaal-Losser e.o.
24
2.7
LTO Noord
32
2.8
Overijssels Particulier Grondbezit
37
2.9
Dorpsraad Glane
39
2.10
ProRail
39
2.11
Veiligheidsregio
41
2.12
Routenetwerk
41
2.13
Domijn
42
2.14
GGD Twente
42
3
4
Reacties van inwoners
48
3.1
Reclamant 1
48
3.2
Reclamant 2
49
3.3
Reclamant 3
53
3.4
Reclamant 4
54
3.5
Reclamant 5
56
3.6
Reclamant 6
59
3.7
Reclamant 7
61
3.8
Reclamant 8
62
3.9
Reclamant 9
63
3.10
Reclamant 10
66
3.11
Reclamant 11
68
3.12
Reclamant 12
68
3.13
Reclamant 13
69
3.14
Reclamant 14
70
3.15
Reclamant 15
70
Ambtshalve aanpassingen
27 januari 2023
72
1
Inleiding Na een intensief proces (zie ook hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie) legde het college van burgemeester en wethouders de ontwerp-omgevingsvisie 6 weken ter inzage vanaf donderdag 23 december 2021. Tijdens deze periode kon een ieder zienswijze indienen. Wijze van publiceren De ter inzage legging van de ontwerp-omgevingsvisie maakte het college op 22 december 2021 kenbaar
via
de
gemeentelijke
website
(www.losser.nl),
de
projectwebsite
(www.omgevingsvisielosser.nl) en het gemeentelijke weekblad De Week van Losser. Ingekomen zienswijzen Zienswijzen konden gedurende de ter visie legging schriftelijk worden ingediend. Ook bestond de mogelijkheid om mondeling een zienswijze in te dienen. Daarvoor diende wel een afspraak gemaakt te worden. Er zijn wel enkele persoonlijke oriënterende en informatieve gesprekken met ondernemers gevoerd, maar er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een mondelinge zienswijze in te dienen. Tijdens de periode van terinzagelegging is op verzoek een toelichting verzorgd tijdens een (digitale) bijeenkomst van LTO Noord, afdeling Noordoost Twente, en ook is er een informatiebijeenkomst geweest op verzoek van Stichting Parkmanagement Losser. Uiteindelijk ontvingen wij van 21 reclamanten een zienswijze verdeeld over 8 organisaties en 13 personen/groep van personen. Het ontwerp Omgevingsvisie gemeente Losser heeft al eerder vanaf 23 december 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De agendacommissie van de gemeenteraad heeft echter besloten het ontwerp van de Omgevingsvisie van de gemeente Losser vooralsnog niet te behandelen en het college van burgemeester en wethouders de gelegenheid geven de inhoud van het nieuwe coalitieakkoord te vergelijken met de inhoud van de concept Omgevingsvisie en zo nodig in de Omgevingsvisie aanpassingen voor te stellen.
Extra participatieronde Gelet op de bestuurlijke wens zijn inwoners, organisaties en bedrijven in het kader van een extra participatieronde nogmaals in de gelegenheid gesteld om op de concept-Omgevingsvisie met voorgestelde wijzigingen te reageren. Zij zijn daartoe namens het college van burgemeester en wethouders schriftelijk uitgenodigd. Men is in de gelegenheid gesteld uiterlijk 9 januari 2023 (aanvullend) te reageren. Dat geldt voor de deelnemers aan het Kennislab, voor de degenen die al een zienswijze hebben ingediend en een aantal partijen die eerder niet actief in het participatieproces zijn betrokken.
03 februari 2023
3
De schriftelijke reacties die tot in de eerste inspraakronde al zijn ingediend, waren reeds verwerkt in de nota van zienswijzen. De reacties naar aanleiding van de extra participatieronde van eind 2022 zijn daaraan in de voorliggende versie nog toegevoegd met een gemeentelijke reactie. Leeswijzer In deze nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen zijn de zienswijzen verdeeld naar organisatie (hoofdstuk 2) en inwoners (hoofdstuk 3). In verband met privacywetgeving zijn de naam en adresgegevens van de inwoners niet genoemd. De inwoners zijn aangemerkt als reclamant met een uniek volgnummer. De naam en adresgegevens zijn bekend bij het college. De organisaties gaven wij eveneens een uniek volgnummer. De reacties die in december 2022 en januari 2023 zijn binnengekomen, hebben we verwerkt in hoofdstuk 2 (organisatie) en 3 (inwoners). Hoofdstuk 4 is gereserveerd voor zogenaamde ambtshalve aanpassingen. Dit betreffen aanpassingen naar aanleiding van voortschrijdend inzicht. De ontvangen zienswijzen zijn, daar waar het gaat om de inhoudelijk reactie, zoveel mogelijk letterlijk overgenomen. Met de letterlijke overname willen we voorkomen dat belangrijke informatie per vergissing verloren gaat. De overgenomen teksten zijn zo goed als mogelijk onderverdeeld naar duidelijk te onderscheiden inhoudelijke zienswijzen.
Per zienswijze geeft het College vervolgens een inhoudelijk reactie onder het kopje ‘reactie College’. Vervolgens staat onder het kopje ‘Conclusie’ duidelijk vermeld of de zienswijze wel of niet leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In de aangepaste Omgevingsvisie geven wij in rood de wijzigingen aan. Bij deze wijzigingen treft u tussen rechte haakjes ook de verwijzing naar het unieke volgnummer die leidde tot de aanpassing. Op deze wijze kunt u de wijzigingen herleiden naar deze nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen.
03 februari 2023
4
2
Reacties van organisaties 2.1
Provincie Overijssel
2.1.1 Zienswijze Wij onderschrijven vanuit het provinciaal belang jullie keus om het behoud en versterken van de landschappelijke waarden en ruimtelijk kwaliteit als centrale uitgangspunt voor de gemeentelijke omgevingsvisie te nemen. Wij vinden het een goede zaak dat dit bij alle ambities en speerpunten is meegenomen en dat dit leidend is voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. REACTIE COLLEGE Deze opmerking wordt in dankbaarheid aanvaard. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.1.2 Zienswijze We complimenteren jullie met de heldere opzet en goed leesbare teksten van de conceptOmgevingsvisie. Wij waarderen de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente in de vorm van Gebiedskompassen. Die maken duidelijk welke ambities en beleidskeuzes er gaan gelden voor de verschillende landschapstypen en kernen. REACTIE COLLEGE Ook deze opmerking wordt in dankbaarheid aanvaard. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.3 Zienswijze In de visie wordt zorgvuldig en multifunctioneel ruimtegebruik als belangrijk speerpunt genoemd. Wij vragen in aanvulling hierop aandacht voor natuur en natuurinclusiviteit. Natuur is immers niet alleen te vinden in bestaande natuurgebieden, maar ook daarbuiten en zeker ook in bebouwd gebied.
Wij vinden het belangrijk dat bij alle ingrepen in de fysieke ruimte ook aandacht wordt geschonken wordt aan natuur inclusief ontwerpen/bouwen en het stimuleren van biodiversiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de natuur inclusieve stad en groene pleinen/ontmoetingsplekken binnen de bebouwde kom. REACTIE COLLEGE Deze opmerking is terecht. In hoofdstuk 1.3.3. (een toekomstgericht Losser) zullen wij nader ingaan op natuurinclusiviteit.
03 februari 2023
5
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.4 Zienswijze Bij het beleidsthema Wonen wordt aandacht geschonken aan het stimuleringskader Wonen en de afspraken die zijn gemaakt binnen de regionale woonagenda’s. Ook is er aandacht voor de lokale behoeften bij woningbouw en de dialoog hierover met inwoners. Wij vinden het belangrijk dat in aanvulling hierop gekeken wordt naar mogelijkheden om betere ‘doorstroming’ te bevorderen door een goed kwalitatief/kwantitatief aanbod van woningen voor zowel starters als senioren, ook voor de lange termijn. REACTIE COLLEGE Een betere doorstroming vindt het College vanzelfsprekend (ook) erg belangrijk. De passage in paragraaf 1.3.2 in de Omgevingsvisie zal dan ook worden aangevuld. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.5 Zienswijze Wij onderschrijven het uitgangspunt ‘functie volgt peil’ dat bij de ambities onder klimaat wordt benoemd. Dit vraagt om verdere uitwerking van de vraag wat dit betekent voor de verschillende deelgebieden, bijvoorbeeld wanneer gekeken wordt naar landbouw in beekdalen. Zo ontbreekt in het gebiedskompas ‘Dinkel’ nu nog de functie van het regionale watersysteem en de sturing die daarvan uitgaat op functies als natuur, recreatie en landbouw als uitgegaan wordt van ‘functie volgt peil’.
De ambities voor water en klimaatadaptatie zijn onder andere gebaseerd op het Gemeentelijke Rioleringsplan. Dit plan is echter verouderd. Wij vragen ons af of hiervoor binnen afzienbare tijd nieuw beleid wordt opgesteld. REACTIE COLLEGE De opmerking over ‘functie volgt peil’ is terecht. In hoofdstuk 1.3.3 onder 8 zullen we nader ingaan op het principe ‘functie volgt peil’ en wat dat voor de verschillende deelgebieden betekent. Het Gemeentelijk Rioleringsplan dateert uit 2018 en loopt tot 2022. Daarmee is in de ogen van het College geen sprake van een verouderd plan. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.6 Zienswijze Wij zien dat in de visie op een positieve en goede manier aandacht geschonken aan recreatie en toerisme binnen de gemeente. Het landelijke en het provinciale beleid op het gebied van Vrijetijdseconomie is voor een belangrijk deel gericht is op drukvermindering op de hotspots, door gasten te verleiden ook andere gebieden/objecten te bezoeken. Wij zien hier ook een opgave in de gemeente
03 februari 2023
6
Losser. Het Lutterzand is al jarenlang een hotspot die vooral in de weekenden overlopen wordt door gasten. Deze komen vooral uit de eigen omgeving, maar vormen ook een beperking voor de beleving ter plaatste voor gasten ‘van buiten’. Tegelijkertijd wordt benoemd in de visie dat de realisatie van een toeristisch-recreatieve ‘backbone’ wenselijk is om noord en zuid in de gemeente met elkaar te verbinden. Deze recreatieve route kan helpen om gasten vanuit het Lutterzand te verleiden om andere gebieden in de gemeente te bezoeken. Dit doel wordt echter niet benadrukt in de tekst. Bij de verdere ontwikkeling en realisatie van deze toeristisch-recreatieve ‘backbone’ is het goed om dit neveneffect nadrukkelijk mee te nemen, bijvoorbeeld als nevendoel. REACTIE COLLEGE In hoofdstuk 1.3.1 onder 5 staat het volgende beschreven: ‘bezoekers aan het Lutterzand en/of de stuwwal willen we ook graag verwelkomen in het zuidelijke deel van de gemeente en onze mooie dorpen. We realiseren daartoe een fysiek aantrekkelijke backbone: een noord-zuidverbinding langs de Dinkel met dwarsverbinding naar de dorpen’. De doelstelling om gasten vanuit het Lutterzand te verleiden om andere gebieden in de gemeente te bezoeken is naar de mening van het College daarmee reeds afdoende in de Omgevingsvisie verwoord. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.1.7 Zienswijze Wij missen in het onderdeel dat gaat over permanente bewoning van recreatiewoningen een verwijzing naar het provinciaal beleid. Daarin is nog steeds het uitgangspunt dat permanente bewoning niet is toegestaan omdat recreatiewoningen beschikbaar moeten blijven voor recreatief gebruik. De mogelijkheden om gedoogbeschikkingen voor permanente bewoning af te geven zijn beperkter dan de tekst in de concept-omgevingsvisie lijkt aan te geven. REACTIE COLLEGE De provincie geeft aan dat een verwijzing naar het provinciale beleid ontbreekt. Onzes inziens past de toevoegingen van de verwijzing naar het provinciale beleid in de beschrijving van onze koers. Daarom zullen wij deze verwijzing opnemen. De provincie heeft voorts aangegeven dat de mogelijkheden om gedoogbeschikkingen voor permanente bewoning af te geven volgens het provinciale beleid beperkter zijn dan de concept-omgevingsvisie doet lijken. Wij kunnen begrijpen dat dit ruimer geïnterpreteerd kan worden dan wenselijk. De teksten in de Omgevingsvisie zullen wij als volgt aanpassen en verduidelijken: Paragraaf 1.3.1. onder 7 wordt als volgt aangevuld: ‘Beleidsuitgangspunt blijft dat permanente bewoning niet is toegestaan omdat recreatiewoningen beschikbaar moeten blijven voor recreatief gebruik.
Door de wijziging in het provinciale beleid wordt het mogelijk om in bepaalde gebieden en onder nader uit te werken voorwaarden de bestemming te wijzigen naar wonen’.
03 februari 2023
7
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.8 Zienswijze Wij missen in het onderdeel dat gaat over een gezond vestigingsklimaat bij de uitspraak dat onder voorwaarden nieuwvestiging van bedrijven mogelijk is op voormalige agrarische bouwpercelen een verwijzing naar de KGO. Op andere plekken in de visie komen we die verwijzing wel tegen. REACTIE COLLEGE Deze opmerking is terecht. Paragraaf 1.3.4 onder 2 zal worden aangevuld. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.9 Zienswijze In de concept-omgevingsvisie wordt voor de opgave om de energievoorziening te verduurzamen verwezen naar de ambities die in de RES zijn geformuleerd. Wij gaan ervan uit dat in de programma’s die worden aangekondigd voor de uitwerking van de abstract geformuleerde ambities in de Omgevingsvisie ook een uitwerking komt van de maatregelen die nodig zijn voor de ambities uit de RES in de gemeente te realiseren. In dat kader vragen wij ook aandacht voor de noodzaak om de energieinfrastructuur te versterken. REACTIE COLLEGE De aanname van de provincie is correct: de uitwerking van de RES-ambities vindt inderdaad plaats via programma’s. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
2.1.10 Zienswijze Een verdere uitwerking van het beleid voor bodem en ondergrond is ook nodig voor het beleidsthema, waarover de Omgevingsvisie zelf nog niet heel veel zegt. REACTIE COLLEGE Onze Omgevingsvisie is een dynamisch document. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie schrijven wij: “De insteek van de Omgevingswet is dat beleidsstukken steeds actueel zijn en worden bijgesteld. Ook de Omgevingsvisie moet altijd ‘bij de tijd’ zijn. Daarom monitoren we tussentijds de Omgevingsvisie en passen deze zo nodig aan”. De komende jaren zal er op verschillende terreinen nieuw (of bijgesteld) beleid beschikbaar komen. In de Omgevingsvisie geven we aan dat we nog meer in lijn met de Omgevingswet willen gaan werken. Op termijn willen we al ons sectorale beleid ‘Omgevingswet-proef’ maken. Dat doen we:
03 februari 2023
8
1.
door de strategische componenten uit het sectorale beleid te verwerken in de Omgevingsvisie;
2.
door de uitvoeringsaspecten uit het sectorale beleid onder te brengen in Programma’s
Op deze manier zal de Omgevingsvisie de komende jaren verder worden aangevuld en verrijkt. Aangezien de bodem en ondergrond onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving, zullen (de strategische componenten daarvan) op termijn een plaats krijgen in de Omgevingsvisie. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.1.11 Zienswijze We gaan ervan uit dat jullie ons gaan betrekken bij de uitwerking van de ambities uit de visie in programma’s voor zover die provinciale belangen raken. REACTIE COLLEGE De provincie zal, daar waar het provinciale belangen raakt, vanzelfsprekend worden betrokken bij de verdere uitwerking van deze Omgevingsvisie. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
2.2
Cumela
2.2.1 Zienswijze Middels deze reactie/zienswijze verzoeken wij u, om het bestaansrecht van onze (lid-)bedrijven – in het buitengebied – te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie alsmede aangaande de uitvoering van de werkzaamheden waarbij een deel van de vast te stellen omgevingswaarden worden gerealiseerd. Denk hierbij aan het beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin, de bijdrage op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid. Wij vragen u dan ook om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen, te kunnen uitbreiden en nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de Omgevingsvisie vermelde ambities. REACTIE COLLEGE: Op de eerste pagina’s van de zienswijze wordt ingegaan op het belang van de Cumela-sector en haar dienstverlening. Dat belang wordt door de gemeente onderschreven. Wat betreft nieuwvestiging en ontwikkeling van Cumela-bedrijven het volgende. In de Omgevingsvisie wordt opgemerkt dat er ruime mogelijkheden zijn voor nieuwvestiging op vrijkomende agrarische locaties. Die mogelijkheden gelden ook voor Cumela-bedrijven, die als pré hebben dat zijn een binding hebben met het landelijk gebied.
Wat betreft uitbreiding van bestaande (Cu-
03 februari 2023
9
mela)bedrijven kiezen wij voor maatwerk. Wij vinden het namelijk erg belangrijk dat nieuwe en bestaande bedrijven passen bij de maat en schaal van het landschap. Daarmee is de Omgevingsvisie in lijn met de zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.2.2 Zienswijze Vanuit Cumela Nederland nemen wij (tevens) onze verantwoordelijkheid aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). Deze onderwerpen zien wij ook reeds terug in de ambities van de ontwerp omgevingsvisie, met name in de ambities ‘Een leefbaar en gezond Losser’ en ‘Een innovatief en ondernemend Losser’. Aangaande deze onderwerpen kan de Cumelasector een belangrijke bijdrage leveren in uw gemeente. De transitie naar een circulaire economie zal voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen betekenen. Uitdagingen hierbij zijn onder meer: -
de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen;
-
ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen;
-
zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen.
Het hoogwaardig hergebruik van afval- en reststromen staat volop in de belangstelling. In september 2016 heeft het Kabinet het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 gepresenteerd. Hierin zet zij het perspectief op een circulaire economie uiteen: een economie waarin onder meer biotische grondstoffen efficiënt worden ingezet en optimaal worden hergebruikt. Ook beleidsambities met betrekking tot de biobased economy leiden tot een herwaardering van (met name organische) reststromen, namelijk als grondstof voor hoogwaardige biobased producten. Als organisatie en de afzonderlijke bedrijven zijn wij reeds doende met genoemde ‘transitie’. Voormelde ontwikkelingen zijn voor opdrachtgevers en Cumelabedrijven reeds aanleiding om ‘anders’ te ‘kijken’ naar de reststromen die zij produceren, bijvoorbeeld groenafvalstromen die vrijkomen bij het beheer van groenstroken en wegbermen of grond die beschikbaar komt als gevolg van verschraling van natuurgebieden. Niet langer zien zij deze stromen als ‘waardeloos afval’, maar veel meer als potentiële grondstoffen voor nuttige toepassingen. Voor het uitvoering geven van een circulaire economie is voldoende (buiten)opslag noodzakelijk. REACTIE: Het college neemt met instemming kennis van het eerste deel van deze zienswijze.
Het is verheugend om te mogen lezen dat de Cumela-sector haar verantwoordelijkheid neemt op aspecten als landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid. De in de zienswijzen genoemde inzet op een meer circulaire economie sluit aan bij onze ambities. De Omgevingsvisie draagt bij aan de ambitie van de Cumela-sector en biedt kansen voor deze transitie. Daar waar dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn voor de ontwikkeling,
03 februari 2023
10
kiezen wij voor maatwerk met aandacht voor een goede inpassing van activiteiten en (buiten)opslag. De gebiedskompassen bieden hiervoor richting. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.3
Stichting Behoud Twents Landschap
2.3.1 Zienswijze In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat voor het realiseren van onze ambities “graag de samenwerking wordt gezocht met inwoners, ondernemers, en/of maatschappelijke partners”. In dit verband wordt gewezen op bijeenkomsten in 2020 of op het in 2021 georganiseerde Omgevingsfestival. Volstrekt onduidelijk is hoe de informatie daaruit nu terecht gekomen is in deze ontwerp Omgevingsvisie. De bijeenkomst in 2020 heeft, naar wij als deelnemer daaraan weten, tal van kritische bemerkingen en suggesties opgeleverd. Op ons herhaaldelijk verzoek over de output daarvan geïnformeerd te worden, is nooit serieus gereageerd! Wij verzoeken nogmaals om een rapportage van verloop en uitkomst van dat soort meetings en hoe College (en Raad) daarmee om wensen te gaan. REACTIE COLLEGE Tijdens het proces hebben zeer veel inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties meegedacht, meegesproken of op een andere manier input geleverd. Dat gebeurde zowel fysiek als via digitale weg. Alle input is door de ambtelijke organisatie verzameld, geanalyseerd en waar mogelijk verwerkt in de Omgevingsvisie. Daarbij is de verkregen input geplaatst in het licht van de vier ambities (zie paragraaf 1.3 van de Omgevingsvisie) dan wel verwerkt in de Gebiedskompassen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.3.2 Zienswijze Het is voor ons onbegrijpelijk dat er nog steeds geen besluitvorming is genomen over de meer dan 200 ingediende bezwaarschriften/zienswijzen op de conceptnota Windbeleid. Pas in juli van dit jaar, ruim na de gemeenteraadsverkiezingen in maart (!) en het besluit over RES 1.0 begin juli, is beoogd deze rapportage op te leveren. Dat is nog niet gebeurd en het lijkt sindsdien onder de tafel verdwenen. Het is evident dat het windbeleid consequenties heeft voor te maken keuzes in de ontwerp Omgevingsvisie! REACTIE COLLEGE Het eerste deel van de zienswijze heeft geen betrekking op de inhoud van de Omgevingsvisie en laten we op deze plaats buiten beschouwing.
03 februari 2023
11
Wat betreft de opmerking over het windbeleid en de relatie met de Omgevingsvisie het volgende. Beleid is altijd in ontwikkeling. Met enige regelmaat zullen nieuwe (sectorale) beleidsnota’s worden opgesteld. Daaronder valt ook het in ontwikkeling zijnde windbeleid. Regelmatig zal de Omgevingsvisie worden herijkt en aangevuld met nieuwe beleidsstukken. Deze werkwijze past in de Omgevingswet, waarin de Omgevingsvisie onderdeel is van een continu draaiende beleidscyclus (zie paragraaf 4.1 van de Omgevingsvisie). CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.3 Zienswijze In paragraaf 1.3.1 blz. 14 punt 4 wordt melding gemaakt van kwetsbare en bedreigde diersoorten in het Nationaal Landschap NOT. SBTL is een voorstander van een extra beschermende Regeling. Daarbij wijzen we ook op vogeltrekgebieden. REACTIE COLLEGE Er komen inderdaad kwetsbare en bedreigde diersoorten voor in het Nationaal Landschap NOT. Deze waarden en soorten worden via wet- en regelgeving op nationaal en provinciaal niveau beschermd. Als gemeente conformeren we ons aan die bestaande regels, maar zullen geen aanvullende gemeentelijke regels opleggen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.3.4 Zienswijze Paragraaf 1.3.3. vermeldt de visie op het gebied van duurzaamheid, energie en klimaat.
SBTL stelt vast dat de gemeente Losser voor de energietransitie niet kiest voor eigen verantwoordelijkheid, een eigen koers en regie, maar er kennelijk voor kiest om zich te verschuilen achter de RES en de provincie. SBTL roept op om in het verlengde hiervan dergelijke normen en kaders in deze Omgevingsvisie op te nemen. SBTL zou het toejuichen indien deze normen en kaders ook komen te gelden voor Natura 2000 gebieden. Overigens zouden de door de provincie genoemde normen en kaders voor elk gebied (Gebiedsvisie) horen te gelden. Kortom het thema duurzaamheid mist in deze omgevingsvisie de nodige kaders. REACTIE COLLEGE Het eerste deel van de zienswijze neemt het College voor kennisgeving aan. Wat betreft het tweede deel is het College van mening in paragraaf 1.3.3. van de Omgevingsvisie een heldere ambitie te hebben verwoord wat betreft duurzaamheid, energie en klimaat. Feit is dat deze ambitie middels separate beleidstrajecten verder wordt ingevuld en uitgewerkt. Ook dat wordt in de Omgevingsvisie verwoord.
03 februari 2023
12
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.5 Zienswijze In de toekomstvisie Losser 2025 wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met inwoners en belangengroeperingen. SBTL mist in deze duurzaamheidsparagraaf visie op communicatie en participatie volkomen. REACTIE COLLEGE De visie op communicatie en participatie is verwoord in paragraaf 1.5 van de Omgevingsvisie. De daar beschreven visie geldt voor alle onderwerpen binnen de Omgevingsvisie. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.6 Zienswijze De gemeente wordt aangespoord in deze visie keuzes te maken of minimaal benoemen aan welke bodemenergiesystemen men denkt, bv geothermie en aardwarmte. Ook hier verwacht SBTL kaders voor de hierna op te stellen plannen. REACTIE COLLEGE Na vaststelling van de Omgevingsvisie stelt de gemeente een Bodemvisie op waarin de genoemde aspecten worden meegenomen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.7 Zienswijze We hebben al herhaaldelijk bij het thema windturbines gewezen op de niet recyclebare rotorbladen van windturbines en niet te vergeten de zeer giftige Neodymium batterijen. Gezien alle ontwikkelingen op dit gebied mag worden verwacht dat dit afval in omvang zal toenemen.
SBTL is van mening dat in deze Omgevingsvisie kaders horen, die richting geven aan oplossingen voor dit probleem. REACTIE COLLEGE Het College deelt deze zienswijze niet. De Omgevingsvisie is te abstract voor een gedetailleerde uitspraken. Bovendien is dit een onderwerp waarop de gemeente zelf geen bevoegdheid heeft tot het opstellen van regels of kaders. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
03 februari 2023
13
2.3.8 Zienswijze SBTL leest in deze beleidsnota nauwelijks iets over duurzaamheid. Een dergelijke beleidsnota is een uitstekende gelegenheid om bij bouw van opstallen bv het plaatsen van zonnepanelen te verplichten of anderszins duurzame opwekking van energie te bevorderen c.q. te verplichten. Ook zou hier een visie passen die gericht is op een adequate manier om te gaan met de huidige congestie op het elektriciteitsnetwerk. REACTIE COLLEGE De gemeente Losser heeft een vastgesteld beleid ‘Ontwikkelingsmogelijkheden grootschalige zonnevelden in Noordoost-Twente’. Windbeleid is in voorbereiding, maar (nog )niet door de raad vastgesteld. Het voornemen is dat de raad op 4 maart a.s. een Beleidsnotitie Lokaal Eigendom bij grootschalige hernieuwbare energieopwekking vaststelt. Deze beleidsnotitie is opgesteld om te komen tot een éénduidige definitie van het begrip lokaal eigendom en om de doelstelling 50% lokaal eigendom bij nieuwe locaties voor de duurzame opwekking van energie te realiseren. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.3.9 Zienswijze SBTL roept om in de Omgevingsvisie een paragraaf op te nemen, op welke wijze communicatie en participatie vorm krijgen in een omgevingsplan. REACTIE COLLEGE In de Omgevingsvisie wordt de inhoudelijke relatie beschreven tussen Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Programma.
Dat is voor de Omgevingsvisie (en de uitwerking daarvan) relevante informatie. Dat geldt echter niet voor een beschrijving van communicatie en participatie in een Omgevingsplan. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt het opstellen van het Omgevingsplan doordacht en uitgewerkt. In dat kader wordt ook aandacht besteed aan communicatie en participatie. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.10 Zienswijze Bij de uitgangspunten wordt gesteld dat nieuwe functies niet zijn uitgesloten. SBTL vraagt zich af welke functies dat kunnen zijn. Indien hierbij ook wordt gedacht aan zonnevelden, dan maakt SBTL bij voorbaat bezwaar hiertegen. Kortom de Gebiedsvisie in deze moet helder en duidelijk zijn en uitgewerkt worden in een Omgevingsplan voor dit gebied.
03 februari 2023
14
REACTIE COLLEGE Het College verwijst naar paragraaf 0.1 van de Omgevingsvisie. Daar staat helder beschreven onder welke condities we willen meewerken aan initiatieven. Voornaamste uitgangspunt is wel dat bij alle ambities en speerpunten onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal moeten staan. Dat is in de ogen van het College een belangrijk filter en sturingsmechanisme. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.11 Zienswijze SBTL betrekt deze paragraaf in het bijzonder op de plaatsing van windturbines in de gemeente Losser. Het feit dat er een MER verplichting voor windturbines geldt, betekent dat milieubeginselen van toepassing zijn. De uitspraak op blz. 70 punt 4.5 dat er “geen aanwijsbare MER beoordelingsplichtige besluiten zijn te verwachten” is dus niet juist. Het plaatsen van windturbines en aanleggen van zonnevelden gaan gepaard met MER beoordelingen. Het zou volledig zijn dit te benoemen. SBTL roept op om uitgangspunten in de Omgevingsvisie op te nemen over mogelijke plannen of programma’s met grensoverschrijdende milieueffecten. REACTIE COLLEGE De Omgevingsvisie wijst geen locaties aan voor windturbines en/of zonnevelden. Op dit moment is er daarmee geen sprake van een m.e.r.-plicht voor de Omgevingsvisie.
Wanneer de Omgevingsvisie in de toekomst mogelijk wel locaties aanwijst (en nadere details over bijvoorbeeld hoogte, oppervlakte en opwek bekend zijn), zal opnieuw de afweging worden gemaakt of op dat moment een m.e.r.-plicht aan de orde is. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.12 Zienswijze Wij zetten grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de ambitie “Een toekomstgericht Losser” op het gebied van de verduurzamingsopgave. Niet omdat wij daar bezwaar tegen hebben, maar omdat de netwerk-infrastructuur problemen oplevert en ook het vertrekpunt dat e.e.a. budgettair neutraal voor de burger zou moeten verlopen. De 2 projecten gericht op “van het gas af” geven tot nu toe weinig bemoedigende resultaten. REACTIE COLLEGE Het College neemt kennis van deze zienswijze. Problemen die er mogelijk zijn in de netwerkinfrastructuur hebben echter geen invloed op onze eigen ambities. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
03 februari 2023
15
2.3.13 Zienswijze Bij de in Losser verwachte aanvragen voor initiatieven voor het grootschalig opwekken van energie wordt gesteld dat “waar mogelijk inwoners moeten meeprofiteren van de opbrengsten van dergelijke initiatieven.” Dat is al veel minder voorwaardelijk als tot nu toe is gesteld! En dat laat ruimte open voor ongebreideld doorzetten van initiatieven van bedrijven als ProWind hoe dan ook het aantal windturbines (in Losser maar ook ander NOT gemeenten) uit te willen breiden. Ook het aspect “maatschappelijk draagvlak en acceptatie“ lijkt geheel te zijn verlaten. We maken dan ook bezwaar dat Losser zich vooralsnog wil conformeren aan zowel de RES als de provinciale beleidslijnen in deze. REACTIE COLLEGE Het College neemt kennis van deze zienswijze, maar handhaaft haar standpunt wat betreft RES en de provinciale beleidslijn. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.14 Zienswijze Wij missen ook kansen om bijvoorbeeld, aansluitend bij bestaande infrastructuur als taluds langs Rijkswegen, zonnepanelen te plaatsen. Wij hebben er herhaaldelijk en tevergeefs op aangedrongen dat Losser hierover, analoog aan de gemeenten Hengelo en Borne die dat wel gedaan hebben, in contact te treden met Rijkswaterstaat.
REACTIE COLLEGE Het College staat open voor dergelijke oplossingen (die op basis van de Omgevingsvisie overigens niet zijn uitgesloten) CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.15 Zienswijze Ook wij hebben kennisgenomen van de ontwikkelingen die door LTO zijn geschetst in de Landbouwvisie. Gelukkig is daarin meer aandacht voor begrippen als biodiversiteit, natuur inclusief handelen, maar tegelijk staat dat soms op gespannen voet met schaalvergroting, behoud van de landbouwkundige functie (p.32) en feitelijk handelen van individuele agrarische ondernemers die soms al te gemakkelijk omgaan met verwijderen of aantasten van landschapselementen (houtwallen, afgraven essen etc.). Wij pleiten er voor om, waar boeren een nadrukkelijke en afgesproken rol willen spelen bij het realiseren van de ambities op het gebied van natuurbeheer en landschapsherstel te zoeken naar financiële middelen om boeren hiervoor een vergoeding te geven. REACTIE COLLEGE Het College neemt kennis van deze sympathieke suggestie.
03 februari 2023
16
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.16 Zienswijze In de paragraaf “Een innovatief en ondernemend Losser” wordt, terecht, gesteld dat “bedrijven met een onevenredig negatieve impact op het milieu en het landschap op voorhand worden uitgesloten”. Als voorbeelden daarvan worden genoemd datacenters. Aan de voorbeelden mag onzes inziens ook worden toegevoegd, (het zal u niet verbazen): “grootschalige zonne-akkers en windturbines”. Bij doorzetten van plannen op dit vlak, zal enerzijds rekening moeten worden gehouden met draagvlak en acceptatie, anderzijds ook via MER procedures gezorgd moeten worden voor objectieve beoordeling van plannen op risico’s voor milieu en landschap. REACTIE COLLEGE Het tweede deel van de zienswijze wordt geheel onderschreven: bij plannen op het gebied van wind en zon, zal rekening moeten worden gehouden met de genoemde aspecten. Het College zal zon en wind (in lijn met de RES en de provinciale beleidslijn) echter niet op voorhand uitsluiten. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.17 Zienswijze Op pag. 69 wordt gesproken over 8 onderdelen van milieubeleid. Wij willen daar, ook in het verlengde van de eerder door uw College zelf geuite bezwaren ten lichtvervuiling, aan toevoegen REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht.
De opsomming zal worden aangevuld met het thema ‘lichtvervuiling’. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.3.18 Zienswijze De paragraaf “Financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen” vinden we niet helder en te weinig richtinggevend. REACTIE COLLEGE Het College begrijpt deze zienswijze, maar houdt de inhoud staande; wanneer wij ten behoeve van particuliere ontwikkelingen investeringen moeten doen in bijvoorbeeld de aanleg van infrastructuur, daarvoor financiële bijdragen vragen (uiteraard in die gevallen waar in de wet dat toestaat). CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
03 februari 2023
17
2.4
Stichting Edwina van Heek
2.4.1 Zienswijze Het valt ons in algemene zin op dat de particuliere landgoederen van ondergeschikt belang lijken te zijn voor de gemeente Losser. Dit terwijl juist de particuliere landgoederen een belangrijke rol hebben bij de instandhouding van cultuurhistorie, landschap en natuur binnen de gemeentegrenzen. Door de ligging van de landgoederen (vaak direct grenzend aan of vlakbij de bebouwde kommen) fungeren zij als uitloopgebied voor de bewoners van de gemeente. Tevens hebben zij een grote aantrekkingskracht voor recreanten van buiten de omgeving en dragen als zodanig positief bij aan de economische activiteiten binnen de regio. Wij vragen u om de particuliere landgoederen een prominentere rol in de Omgevingsvisie te geven. REACTIE COLLEGE De waarde en functie van de landgoederen wordt op diverse plekken in de Omgevingsvisie beschreven en erkend. In paragraaf 2.2.2. worden de landgoederen (en de daarmee verband houdende cultuurhistorische en natuurlijke waarden) benoemd als te behouden waarde. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te houden met die waarden. In paragraaf 2.2.3. wordt vervolgens aangegeven dat we ruime mogelijkheden willen bieden om de economische basis onder de landgoederen te versterken. Daarbij geven we veel ruimte aan de landgoedeigenaren. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.4.2 Zienswijze Landgoed Singraven wordt vermeld bij de typering van het 'Gebiedskompas - Beuningen' terwijl het landgoed juist gelegen is in het deelgebied 'In het dal van de Dinkel', dus wij zouden graag zien dat landgoed Singraven in het juiste deelgebied wordt opgenomen. REACTIE COLLEGE Deze opmerking is terecht. Landgoed Singraven zal worden beschreven bij het deelgebied ‘In het dal van de Dinkel’. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.4.3 Zienswijze Bij de typering van de kern Beuningen wordt met name de omgeving, waarvan landgoed Singraven een prominent onderdeel uitmaakt, beschreven. Wat het dorp zelf typeert wordt in mindere mate vermeld, terwijl dat bij andere kernen in de gemeente Losser wel het geval is. De typering van de kern Beuningen dient uitgebreider in de Omgevingsvisie op te worden genomen.
03 februari 2023
18
REACTIE COLLEGE Wij zijn mening het dorp Beuningen op eenzelfde wijze te hebben beschreven als de overige kleinere kernen in de gemeente. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.4.4 Zienswijze Bij 2.9.1. Typering staat vermeld: "Het landgoed is in beheer bij een stichting en biedt mogelijkheden voor verschillende activiteiten.". Om e.e.a. te completeren zou moeten worden aangegeven dat het de Stichting Edwina van Heek betreft, die zich al sinds 1956 inspant om het landgoed voor toekomstige generaties te behouden. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. De Stichting Edwina van Heek zal worden benoemd in paragraaf 2.4.1 (de plek in de Omgevingsvisie waar nader wordt ingegaan op Landgoed Singraven). CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.4.5 Zienswijze Bij 2.9.2 Koers en keuzes staat Wonen staat vermeld; "Vanuit Beuningen is er vraag naar de realisatie van starterswoningen. Inzet is om achter 't Sterrebos een zestal starterswoningen te realiseren. De stichting Edwina van Heek (landgoed Singraven) wenst zes vrijstaande woningen op hun grondgebied te realiseren.
Het lijkt ons gepast om toe te voegen dat het College van Burgemeester en Wethouders een overeenkomst met de Stichting Edwina van Heek heeft gesloten inzake de realisatie van zes vrijstaande woningen en dat het plan in samenspraak met de gemeente Losser is uitgewerkt, zoals o.a. aangegeven in de Landschapsstudie van Odin uit 2019. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze vinden wij te inhoudelijk en te concreet en hoort als zodanig niet thuis in de Omgevingsvisie. Wij gaan in de Omgevingsvisie in algemene zin niet in op details m.b.t. overeenkomsten. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.4.6 Zienswijze Het ten noordwesten van Beuningen gelegen historische Sterrenbos is een belangrijk cultuurhistorisch element, maar het ontbreekt geheel in de Omgevingsvisie. Gezien de buitengewone cultuurhistorische en recreatieve waarde zou het als zodanig in de Omgevingsvisie moeten worden vermeld.
03 februari 2023
19
REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. In de opsomming van waarden zal het Sterrenbos worden toegevoegd. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.4.7 Zienswijze Door middel van het onderhavige schrijven geven wij een aanvullende reactie op onze zienswijze van 22 januari 2022. Het doet ons goed dat een deel van de punten uit onze zienswijze tot aanpassing van de Omgevingsvisie hebben geleid. In verband met nieuwe ontwikkelingen omtrent de realisatie van nieuwe woningen nabij Beuningen merken wij het volgende op: in de concept Omgevingsvisie staat op pagina 62 met betrekking tot wonen in Beuningen beschreven dat ‘De stichting Edwina van Heek (landgoed Singraven) wenst zes vrijstaande woningen op hun grondgebied te realiseren.’ Onze voornemens voor wat betreft het aantal en type te realiseren woningen zijn inmiddels gewijzigd. In samenspraak met de bewoners van Beuningen en de gemeente is het plan uitgewerkt om zes geschakelde starterswoningen te realiseren en het aantal te realiseren vrijstaande woningen naar beneden bij te stellen van zes naar vier. In totaliteit zullen er vier vrijstaande en zes geschakelde starterswoningen worden gerealiseerd. Wij verzoeken u de tekst in de Omgevingsvisie op deze nieuwe ontwikkelingen aan te passen. REACTIE COLLEGE De Rood voor Groen plannen van Stichting Edwina van Heek op landgoed Singraven zijn zodanig gewijzigd dat er geen sprake meer is van de bouw van zes vrijstaande woningen zoals beschreven in de ontwerp-Omgevingsvisie Losser, maar van in totaal 10 woningen.
Het gaat dan om de toevoeging van drie vrijstaande woningen ter plaatse van erve Haboer en zeven woningen ter plaatse van erve Slinge (1 nieuwe vrijstaande woning en zes starterswoningen). De Omgevingsvisie zal worden aangepast aan deze actualiteit. CONCLUSIE Deze aanvullende reactie leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.5
Stichting Dorpsraad Beuningen
2.5.1 Zienswijze Allereerst willen we meegeven dat de Dorpsraad Beuningen het Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Losser in grote lijnen zeer positief vindt. De visie schept een duidelijke leidraad voor de ontwikkeling van de gemeente Losser.
03 februari 2023
20
REACTIE COLLEGE Het College neem met instemming kennis van deze zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.5.2 Zienswijze Beuningen is een kleine kern in de gemeente Losser, met een groot buitengebied. In Beuningen handelen we vanuit grote saamhorigheid en zelfredzaamheid. Hierbij past een visie vanuit de gemeente waarin deze twee kenmerken worden ondersteund. We verlangen dat de gemeente luistert naar de wensen vanuit Beuningen en van daaruit met de bewoners van Beuningen samenwerkt en de wensen zoveel mogelijk faciliteert. REACTIE COLLEGE In paragraaf 1.5 van de Omgevingsvisie beschrijven we de manier waarop we willen samenwerken: ‘we zien de Losserse gemeenschap als een actieve, gastvrije samenleving met sociale veerkracht. Dit willen we versterken door te kiezen voor een meer ondersteunende gemeentelijke rol waarbij we zelf minder ‘aan het stuur zitten’. Dat betekent dat we meebewegen met maatschappelijke ontwikkelingen en als partner optrekken met onze samenleving’. Dit sluit geheel aan bij de oproep uit de zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.5.3 Zienswijze In de omgevingsvisie komt naar voren dat fietsverbindingen tussen de kernen en buurgemeenten een hoge prioriteit heeft. Ook lezen we dat veiligheid hoog geagendeerd staat.
De wens vanuit Beuningen is dan ook om de ontsluitingswegen voor fietsers en wandelaars veiliger te maken. Graag zouden we in de Definitieve Omgevingsvisie terugzien dat er tijd en geld vrijgemaakt gaat worden vanuit de gemeente voor het aanleggen van fietspaden op bovengenoemde trajecten naast de huidige rijbaan. Mocht dit op korte termijn niet realiseerbaar zijn dan is het ons inziens een goede optie om (tijdelijk) verkeer remmende maatregelen te nemen zoals het aanleggen van verkeersdrempels (bijvoorbeeld ter hoogte van de Foksweg). Daarnaast hebben we als Dorpsraad al eerder de wens besproken voor een voetpad langs de Beuningerstraat naar de rotonde van de Denekamperstraat. Het doel hiervan is een veilige loopverbinding te krijgen voor o.a. mensen die daar de bus willen nemen. Dit zou ons inziens gecombineerd kunnen worden met een fietspad. Mocht dit niet kunnen dan vinden we het in ieder geval een must dat er een afzonderlijk voetgangers pad komt. REACTIE COLLEGE Het College is bekend met de wensen vanuit Beuningen. De zienswijze heeft betrekking op gedetailleerde aspecten en past minder goed bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. We
03 februari 2023
21
passen de Omgevingsvisie niet aan, maar willen – als uitvloeisel van deze Omgevingsvisie – graag nader in gesprek. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.5.4 Zienswijze In het Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Losser lezen wij niks terug over de plannen van de gemeente omtrent nieuwbouw tot 2040. De nu op handen zijnde plannen worden benoemd. Maar geen verdere visie. Voor de drie grote kernen in de gemeente is er wel een duidelijke wens voor toename van het aantal woningen. Graag zouden wij als Dorpsraad Beuningen zien dat er in de Omgevingsvisie gemeente Losser wordt opgenomen dat er ook in Beuningen de komende twee decennia actief wordt gewerkt aan het realiseren van (betaalbare) nieuwbouw woningen. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. Wat betreft woningbouw leggen wij weliswaar het accent in Losser, de Lutte en Overdinkel, maar ook in Glane en Beuningen willen we voor de langere termijn ruimte bieden voor nieuwbouw. We kiezen daarbij voor maatwerk, gebaseerd op een concrete behoefte. Graag geven we in overleg met de dorpen daaraan nader vorm en inhoud. In paragraaf 1.3.2. onder 1 zal dit nader worden verwoord. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
2.5.5 Zienswijze In het ontwerp Omgevingsvisie gemeente Losser staat dat de Provincie Overijssel ruimte biedt om onder voorwaarden de bestemming van een recreatiewoning te wijzigen naar een andere geschikte functie. Deze nieuwe Omgevingswet maakt het mogelijk om permanente bewoning van recreatiewoningen onder bepaalde voorwaarden te gedogen. Hierbij wordt de directe omgeving van de Dinkel tussen het Lutterzand en Beuningen uitgesloten. Wij vinden het vreemd en niet uit te leggen dat op voorhand al gebieden worden uitgesloten terwijl er nog voorwaarden opgesteld moeten worden. Graag zouden we zien dat ook de recreatiewoningen waar dit betrekking op heeft, en die zich bevinden in het nu uitgesloten gebied, ook gaan vallen binnen de voorwaarden van het overige deel van de gemeente Losser. REACTIE COLLEGE Tot voor kort was het omzetten van de bestemming van solitaire recreatiewoningen niet mogelijk op grond van het provinciaal beleid. Sinds medio 2020 is dit beleid aangepast in die zin dat gemeenten onder voorwaarden de mogelijkheid krijgen om solitaire recreatiewoningen om te zetten naar reguliere woningen. Dit wanneer deze geen bijdrage meer leveren aan het toeristische product. Het gaat hier om een bevoegdheid van de gemeente. De gemeente heeft beleidsvrijheid om hierin keuzes te maken. Binnen Losser ligt een aantal gebieden waar we als
03 februari 2023
22
gemeente inzetten op de verdere ontwikkeling en versterking van de toeristisch recreatieve functie. Dat is nu al vastgelegd in de Structuurvisie Losser 2030. Deze lijn wordt gecontinueerd in de Omgevingsvisie. Het is dan ook niet wenselijk om binnen deze gebieden, waarbinnen het perceel van inspreker ook gelegen is, omzetting mogelijk te maken. Door dit nu al uit te spreken en dit niet door te schuiven naar de nadere uitwerking wordt duidelijkheid gecreëerd. De opvatting van inspreker dat dit vreemd en niet is uit te leggen, wordt dan ook niet gedeeld. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.5.6 Zienswijze Het buitengebied heeft een grote invloed op het dorp Beuningen als geheel. Denk hierbij aan werkgelegenheid, behoud van het landschap en het grote aantal bewoners ten opzichte van de kern. Het overgrote deel van het buitengebied wordt beheerd door agrarische ondernemingen. Als buitengebied verwachten we dat we door de gemeente gewaardeerd worden en serieus genomen worden. Met oog voor de omgeving willen we een bedrijvig buitengebied behouden en liefst versterken/uitbreiden. Hierbij hoort ook een open houding voor het oprichten van nieuwe bebouwing indien nodig.
We willen een gunstig ondernemersklimaat voor blijvers en nieuwkomers en verwachten hier van de gemeente dat ze luistert naar de wensen van de ondernemers en probeert deze te ondersteunen. REACTIE COLLEGE In de Omgevingsvisie zijn veel woorden gewijd aan het buitengebied. De verschillende landschappen zijn beschreven, gewaardeerd en vormen het vetrekpunt voor ontwikkelingen. De Omgevingsvisie maakt ook duidelijk dat het buitengebied niet op slot gaat en dat ontwikkelingen mogelijk moeten zijn, wanneer deze passen in de waarden en kwaliteiten. Zo wordt bijvoorbeeld genoemd dat bedrijfsvestigingen mogelijk zijn op vrijkomende agrarische locaties. De Omgevingsvisie is daarmee in lijn met de zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.5.7 Zienswijze Daarnaast willen we nog een opmerking plaatsen over lichtvervuiling. In het Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Losser wordt uitgebreid ingegaan op lichtvervuiling onder andere vanuit stallen. Over de vervuiling van licht op de windmolens wordt echter niets gezegd. We zijn ons er van bewust dat dit een aangelegenheid is van onze oosterburen (Duitsland). Toch zouden we graag willen dat de gemeente zich er hard voor maakt om deze lampen te doen doven. REACTIE COLLEGE Zoals al verwoord in de zienswijze is dit een onderwerp waar we als gemeente geen invloed op hebben.
03 februari 2023
23
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.6
IVN Oldenzaal-Losser e.o.
2.6.1 Zienswijze Wij zijn het eens met de stelling dat de Dinkel een waardevol element in het landschap is. Deze rivier verdient het om ‘vrij meanderend’ te zijn maar is dat nu beslist niet. De oevers zijn op meerdere plekken gestabiliseerd om meandering te voorkomen ook de doorstroomcapaciteit is gereguleerd. Wij verzoeken u daarom de woorden “vrij meanderende” te verwijderen. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is in zoverre terecht dat het woord ‘vrij’ zal worden verwijderd. Het College is van mening dat de Dinkel wel degelijk een meanderend beloop kent. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.2 Zienswijze We hopen dat u de uiteindelijke goedkeuring van deze “Omgevingsvisie” uitstelt tot na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zodat in deze visie de laatste wijzigingen nog kunnen worden ingevoerd. Op die wijze is er werkelijk sprake van het voldoen aan de nieuwe wet. REACTIE COLLEGE Beleid is altijd in ontwikkeling. Ook na vaststelling van de Omgevingsvisie zal er nieuw beleid worden ontwikkeld, dat op enig moment moet worden vertaald. De Omgevingsvisie is een dynamisch document dat op gezette tijden wordt herijkt en aangevuld. Uitstel tot na de invoering van de Omgevingswet heeft om die reden geen toegevoegde waarde. Wijzigingen vanuit de binnengekomen zienswijzen worden uiteraard nog verwerkt voor de vaststelling.
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.3 Zienswijze Wij vragen ons af of er in het aanbod ook Tiny Houses mogelijk zijn dan wel worden opgenomen. REACTIE COLLEGE Het College staat open voor vernieuwende woonvormen mits die passen in de woonmilieucontext van onze kernen (zie paragraaf 1.3.2). In die definitie zouden ook Tiny Houses kunnen passen.
03 februari 2023
24
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.4 Zienswijze U ziet in de toekomst (die wat ons betreft vandaag al begonnen is) mogelijkheden om met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen na te denken over maatschappelijke vraagstukken die relevant en urgent zijn. Wij zijn overigens van mening dat deze klankbordgroep te smal is en dat u ook sociaal maatschappelijke instellingen/verenigingen bij het nadenken over de geagendeerde onderwerpen moet trachten te betrekken. Wij verzoeken u om, mogelijk onderwerp afhankelijk, ook sociaal maatschappelijke instellingen/ verenigingen uit te nodigen voor geagendeerde onderwerpen. REACTIE COLLEGE De bedoelde maatschappelijke vraagstukken dienen inderdaad in breed verband te worden doordacht en uitgewerkt. Bij de daadwerkelijke uitwerking zal het College uw suggestie om een brede klankbordgroep samen te stellen, betrekken. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.5 Zienswijze Blz. 12 alin. 2 “Onze ligging van de A1 .. “ Wij verzoeken u deze zinsdeel te wijzigen in: ‘Onze ligging om de A1... ’ REACTIE COLLEGE De betreffende zin (paragraaf 1.2, tweede alinea) komt als volgt te luiden: ‘onze ligging aan de A1 is wat dat betreft een belangrijk gegeven’. Het woord ‘van’ wordt gewijzigd in ‘aan’. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.6.6 Zienswijze Blz. 12 alin. 3 “- - dat het tracé van de spoorlijn gewijzigd zou moeten worden - - “ Ik neem aan dat u niet vergeten bent dat de Minister bij eerdere versies van dit spoorplan heeft aangegeven dat er geen noodzaak is voor verandering van het spoortracé oostelijk van Oldenzaal en daarmee is het Boerskotten – Arboretum tracé uit de plannen verdwenen. Wij denken dat het goed is om de huidige tekst van de “Omgevingsvisie” op basis van het bovenstaande te redigeren. REACTIE COLLEGE De raad heeft 1 februari 2022 een motie aangenomen over dit onderwerp en dit heeft vanzelfsprekend de aandacht. De huidige passage dienaangaande het ontwerp van de Omge-
03 februari 2023
25
vingsvisie scherpen wij aan in die zin dat wij ons uitspreken tegen de aanleg van de Noordtak is en dat krachtig ventileren. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.7 Zienswijze Blz. 12 alin. 4 / blz. 13 alin. 1. In dit tekstdeel is sprake van twee (2) onderwerpen. Wij geven in overweging de “onderwerp” volgorde om te draaien. Recreatie hangt er nu als een staartje aan. Terwijl het wel een belangrijk onderwerp is en onder het eerstgenoemde onderwerp “kansen” valt. Het tekstdeel sluit dan ook beter aan op het volgende onderwerp. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. De volgorde zal worden aangepast in lijn met de zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.6.8 Zienswijze Blz. 13 alin. 6 “. . areaal verlies waar mogelijk beperken en zoveel mogelijk compenseren. .” Verlies van landschap is niet te compenseren. Wij stellen voor om de woorden “en zoveel mogelijk te beperken” te laten vervallen. REACTIE COLLEGE Het College begrijpt de zienswijze, maar deelt deze niet. De inzet zal altijd zijn om volledig te compenseren. Tegelijk zal dat mogelijk niet in alle gevallen haalbaar zijn. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
2.6.9 Zienswijze Niet alleen “karakteristieke panden” en “onverharde wegen” verdienen het genoemd en beschermd te worden ook de resterende delen van “landweren” dienen behouden te worden. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor “archeologisch” deels nog ongeschonden grafvelden en de kampplaatsen van de eerste bewoners van dit gebied net als voor raatakkers van de eerste landbouwers en in de tijd opgeworpen essen. Wij verzoeken u deze paragraaf over “cultuurhistorisch erfgoed” uit te breiden. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. De tekst over het cultuurhistorisch erfgoed zal worden aangepast in lijn met de zienswijze. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.
03 februari 2023
26
2.6.10 Zienswijze Blz. 15 alin. 2 “We realiseren daartoe een fysiek aantrekkelijke backbone: een noord-zuidverbinding langs de Dinkel ...” Dit voornemen zal leiden tot verdere strijdigheid met de door u gewenste ‘vrije meandering’ van de Dinkel. U kunt ervan uitgaan dat de aanleg fiets en/of wandelpaden binnen de inundatiezone van de Dinkel, wat ons betreft ongewenst is. Het dal van de Dinkel is goed zichtbaar (beleefbaar) vanaf de Denekamper-/Lossersedijk en vanaf de bestaande dwarsverbindingen en in optima forma in het Lutterzand. Voor wat betreft het kanovaren herinneren wij u hopelijk ten overvloede aan bestaande afspraken. Wij verzoeken u het plan voor deze backbone uit de visie te verwijderen. REACTIE COLLEGE Het realiseren van de backbone vinden we wenselijk (en is onderdeel van eerder vastgesteld beleid). Dit neemt echter niet weg dat de uitvoering en inpassing vraagt om maatwerk om alle belangen goed te kunnen dienen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.11 Zienswijze Wat we in deze alinea (blz. 15 alinea 2) missen is aandacht voor de rust in het gebied, er wordt wel erg veel nadruk gelegd op uitbreiding van de recreatieve infrastructuur op meerdere terreinen.
Aandacht voor de verstoring van bijvoorbeeld vogels en reeën en andere dieren ontbreekt geheel ook de flora die wordt geraakt door de aanleg van infrastructuur lijkt te zijn vergeten. Wij verzoeken u om u al in deze omgevingsvisie uit te spreken over het belang dat u hecht aan de flora en fauna in samenhang met de aanleg van routes en het voorkomen van de versnippering van landschapseenheden en rustgebieden van de fauna. REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht en zullen wij verwerken in paragraaf 1.3.1. onder 5. Ruimtelijke ontwikkelingen, en dus ook de aanleg van fietspaden, benaderen wij integraal en dus wegen wij altijd de belangen van flora en fauna daarbij af. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.12 Zienswijze Blz. 17 § 1.3.2. Een leefbaar en gezond Losser. We missen iets dat in samenhang met woonruimte al langer overal in Nederland de gemoederen bezighoudt. Namelijk woonruimte voor arbeidsmigranten en statushouders en daarover wordt in de “Woonvisie” niet gesproken terwijl er voor deze niet in de traditionele demografie passende groepen
03 februari 2023
27
wel degelijk woonruimte beschikbaar moet komen. Kunt u aangeven in hoeverre bovenstaande groepen in de 665 woningen zijn “meegenomen”? REACTIE COLLEGE In de Woonvisie bezien wij de totale woonbehoefte aan de hand van de prognoses voor alle doelgroepen en daarin is ook de behoefte van de door u genoemde gebruikers opgenomen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 2.6.13 Zienswijze Blz. 20 alin.1 “Bij geconstateerde overschrijdingen ...” We nemen aan dat hier bedoeld wordt “Bij het niet voldoen aan de minimale eisen ..” Wij verzoeken u de zin te redigeren. REACTIE COLLEGE Hoewel hetzelfde wordt bedoeld, zullen we het tekstvoorstel overnemen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.14 Zienswijze De inspraak over de in de “RES” aan u opgelegde opgave is in de gemeente nog niet gevoerd. Het is ons opgevallen dat “waterstofgas” als energiebron nog niet door u is genoemd. REACTIE COLLEGE Wij hebben nog geen visie/ambitie geformuleerd voor het onderwerp ‘waterstofgas’. Zo nodig zal de Omgevingsvisie op een later moment hiermee worden aangevuld. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.15 Zienswijze Wij zijn verheugd dat u het principe “Functie volgt peil” gaat volgen.
Kunt u aangeven of dit na de acceptatie van deze “Omgevingsvisie” voor het gehele onder deze visie vallende gebied gaat gelden? REACTIE COLLEGE Het aanpassen van de waterhuishouding op de inrichting en het gebruik van de ruimte bereikt zijn grenzen. Met het algemene principe ‘functie volgt peil’ wordt bedoeld dat we zoeken naar een nieuwe balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren. Na vaststelling van deze ‘Omgevingsvisie’ vindt een nadere uitwerking van dit principe plaats voor het gehele, onder deze visie vallende, gebied. Dit gebeurt per gebiedstype, op basis van de genoemde gebiedskompassen. In de Omgevingsvisie zal dit in paragraaf 1.3.3 onder 8 nader worden verwoord.
03 februari 2023
28
CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.16 Zienswijze Blz. 22 alin. 1 “. . omvormen tot ecologisch groen ..” Wij verzoeken u nadrukkelijk daarbij uit te gaan van “streekeigen” ecologisch groen en dat hier ook in de tekst te vermelden. (Wij vragen ons overigens af of er ook niet ecologisch groen bestaat). REACTIE COLLEGE Deze zienswijze is terecht. De bedoelde tekst zal worden aangevuld met het woord ‘streekeigen’. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.17 Zienswijze Blz. 22 pnt.9 De onder b. en c. onderwerpen hebben een directe relatie met het betoogde over Blz. 15 alin. 2. Wij verzoeken u deze twee punten niet als onafhankelijk van elkaar te beschouwen. REACTIE COLLEGE In beide gevallen gaat het inderdaad over wandelen, fietsen en het verbeteren van de routeinfrastructuur. Waar het in het eerste geval is ingestoken vanuit het onderwerp recreatie, gaat het in tweede geval om duurzaamheid, Smart Mobility en het verbeteren van verbindingen tussen de kernen. Om die reden zullen we niet overgaan tot samenvoegen. CONCLUSIE Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 2.6.18 Zienswijze Tot in het recente verleden zijn veel “laagten” die minder geschikt waren voor de b.v. maisteelt diep ontwaterd zodat maisteelt wel mogelijk werd.