CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen - Buitengebied_ Partiële Herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LosserBij agendapunt: Buitengebied partiële herziening Glanerbrugstraat 47-49, Glane13.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Partiële Herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane’

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding .......................................................................................................................... 3 1.1

Procedure en opzet ................................................................................................. 3

1.2

Wet bescherming persoonsgegevens...................................................................... 3

1.3

Ingediende zienswijzen ........................................................................................... 3

Zienswijze: samenvatting inhoud, reactie en conclusie ................................................... 4 Zienswijze 1 ....................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ......................................................................................................................26 Zienswijze 3 ......................................................................................................................27 Zienswijze 4 ......................................................................................................................28 Zienswijze 5 ......................................................................................................................19 Zienswijze 6 ......................................................................................................................30

3.

Ambtshalve wijzigingen ........................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

2

1.

Inleiding

1.1 Procedure en opzet Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Partiële Herziening Glanerbrugstraat 47- 49 Glane” en de bijbehorende stukken hebben voor een periode van zes weken (met ingang 7 december 2023 tot en met woensdag 17 januari 2024) voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 6 zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. In deze Nota van zienswijzen zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Daarna is per zienswijze een conclusie getrokken of deze al dan niet leiden tot een wijziging van het bestemmingsplan. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 een overzicht van de ambtshalve wijzigingen. 1.2 Wet bescherming persoonsgegevens Sinds 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) van toepassing. Om deze reden zijn in deze zienswijzennota geen NAW-gegevens vermeld. De nota wordt, als onderdeel van de besluitvorming, op internet gepubliceerd. In verband met de Avg zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. De werking van de Avg strekt zich niet uit tot gegevens omtrent natuurlijke personen, die behoren tot een rechtspersoon. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor stichtingen of verenigingen. Deze namen zijn daarom niet geanonimiseerd. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure (namen van advocaten, gemachtigden en dergelijke).

1.3 Ingediende zienswijzen Er zijn 6 zienswijzen binnengekomen. Het betreft de volgende zienswijzen: 1. Zienswijze van Reclamant 1 met kenmerknummer 24.0001570, gedateerd en geregistreerd d.d. 15 januari 2024; 2. Zienswijze van Reclamant 2 met kenmerknummer 24.0001719, gedateerd 14 januari 2024 en geregistreerd d.d. 17 januari 2024; 3. Zienswijze van Reclamant 3 met kenmerknummer 24.0001642, gedateerd 14 januari 2024 en geregistreerd d.d. 16 januari 2024; 4. Zienswijze van Reclamant 4 met kenmerknummer 24.0001643, gedateerd 14 januari 2024 en geregistreerd d.d. 16 januari 2024; 5. Zienswijze van Reclamant 5 met kenmerknummer 24.0001644, gedateerd 14 januari 2024 en geregistreerd d.d. 16 januari 2024; 6. Zienswijze van Reclamant 6 met kenmerknummer 24.0001418, gedateerd en geregistreerd d.d. 12 januari 2024. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk.

3

2.

Zienswijzen

Hieronder volgt een samenvatting van de ingediende zienswijzen. De zienswijzen zijn voorzien van een inhoudelijke beoordeling en een conclusie.

2.1 Reclamant 1 Samenvatting a. Door reclamant wordt gesteld dat een voedselbos in beginsel wel inpasbaar lijkt in de omgeving, maar niet op de wijze waarop daarin met dit plan wordt voorzien. Dit heeft te maken met het grote aantal aan nevenactiviteiten of voorzieningen die geen of in geringe mate verband houden met het voedselbos, waardoor het voedselbos niet als hoofdactiviteit prefereert. Hierdoor wordt ook het woongenot en de privacy van de woningen rondom het voedselbos aangetast. b. Gelet op het vorenstaande verzoekt reclamant om alle nevenactiviteiten en/of voorzieningen die niet reeds bij (onherroepelijk) recht zijn toegestaan uit de planopzet te schrappen. Het gaat onder meer om het volgende: - een kwekerij waarbij ook kassen gebouwd worden, - een "arboretum" met een pluktuin voor bezoekers, - een theeschenkerij met bijbehorend terras, - meerdere plattelandskamers, - kleinschalig kamperen inclusief trekkershutten, - educatie waaronder het geven van workshops en cursussen, - voet- en fietspaden (met name in het deel langs de Glanerbeek), - extensieve dagrecreatie en meerdaagse evenementen, - paardrijdbakken en schuilstallen voor dieren. Door reclamant wordt in overweging gegeven om vorengenoemde activiteiten pas op een later moment op ruimtelijke aanvaardbaarheid af te wegen. Pas nadat is gebleken dat het voedselbos rendabel is. c.

Reclamant stelt dat in het ontwerp bestemmingsplan de es vanaf de Glanerbrugstraat ten onrechte niet meer als zodanig is aangeduid. Met de mogelijkheid die nu wordt geboden om deze gronden te gebruiken voor aanplant van bomen en struiken wordt het open karakter van het landschap verstoord. Het doet daarmee afbreuk aan het vrije uitzicht van reclamant op de omgeving. d. Door reclamant wordt ingegaan op de planregels van het ontwerpplan: 1. Artikel 3.1, onder d: aan agrarisch ondergeschikt medegebruik ten behoeve van “extensieve dagrecreatie” kan vervallen. Dit kan vervallen omdat sprake is van een opzichzelfstaand plan. Er is nu al geen sprake van bijvoorbeeld openbare wegen en fietspaden op het agrarische perceel die onderdeel uitmaken van een groter gebied. 2. Artikel 3.2.2, onder a, sub 2: de regeling voor realisatie van “overige bouwwerken” is te vrijblijvend geformuleerd. Dit vanwege de vernieuwende agrarische bedrijfsvoering en ruimere gebruiksmogelijkheden met verschillende nevenactiviteiten. Door reclamant worden verschillende voorbeelden genoemd die als gevolg van deze regeling kunnen leiden tot ruimtelijk en landschappelijk ontsierende bebouwing. Er wordt door reclamant een aangepaste planregeling voorgesteld. 3. Artikel 3.3, onder a: de mogelijkheid voor het oprichten van een schuilgelegenheid voor dieren moet vervallen.

Dit omdat dit plan is gericht op de realisatie van een

4

voedselbos. Opgemerkt wordt dat de vernummering onder a niet klopt (de voorwaarden zijn vernummerd van 4 t/m 8 in plaats van 1 t/m 4). 4. Artikel 3.3, onder b: de mogelijkheid voor het oprichten van een bijenstal moet vervallen. Dit omdat reclamant van mening is dat een bijenstal alleen is bedoeld voor agrarische gronden zonder dat sprake is van een agrarisch erf. Het is conform de huidige planregels voor agrarische percelen ook niet toegestaan om een bijenstal te realiseren. De realisatie van een bijenstal dient daarom gerealiseerd te worden op het eigen bouwperceel en niet op agrarische gronden in de nabijheid van buurpercelen. 5. Artikel 3.3 onder c: de mogelijkheid tot het vergroten van het bouwvlak mag alleen onder de specifieke voorwaarde dat de vergroting vanuit de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is (en dus niet ten behoeve van neven- en/of ondersteunende activiteiten). En als een dergelijke voorwaarde niet mogelijk is dan dient deze planregel geschrapt te worden. Door reclamant wordt een voorstel gedaan van een voorwaarde die aan de planregeling zou moeten worden toegevoegd. 6. Artikel 3.3 onder d: de mogelijkheid voor het oprichten van een beheergebouw ten dienste van het oprichten van een landgoed is zinledig en moet vervallen. Dit kan vervallen omdat sprake is van een opzichzelfstaand plan en er is geen sprake van een landgoed van minimaal 50 hectare.

Daarmee ontbreekt de noodzaak van een dergelijke planregel. 7. Artikel 3.3 onder e: de mogelijkheid om het agrarisch bouwvlak met 10 meter te vergroten de voorwaarden verbinden zoals door reclamant ook is voorgesteld met betrekking tot het vergroten van het bouwvlak. Daarnaast staat in de planregeling genoemd het overschrijden van het bouwvlak ten behoeve van “een agrarisch bedrijf of van een woning”. Omdat in onderhavig plan geen sprake is van een bouwvlak van een woning wordt gevraagd om dit in de planregeling te verduidelijken. 8. Er dient een verbodsbepaling opgenomen te worden waaruit ondubbelzinnig blijkt dat dat aanplant van bomen op essen verboden is. Dit aanvullend op de planregel in artikel 3.4 waarbij alleen wordt gesproken over verbod van aanplant “boom- en sierteelt”. Overigens moet het wel mogelijk zijn om met vergunning aan de randen van een es beplanting toe te staan, bijvoorbeeld als versterking van bestaande landschapselementen. Tot slot wordt opgemerkt dat in het ontwerpplan geen rekening is gehouden met ondergrondse infrastructuur waar geen diepgewortelde bomen mogen worden geplant vanwege risico beschadiging ondergrondse infrastructuur. 9. Artikel 3.4 onder a: aan deze verbodsbepaling ook toevoegen dat niet alleen “boom en sierteelt” op de es is verboden, maar ook de aanleg van paden ten behoeve van boom en sierteelt. 10.

Artikel 3.4: de bepaling toevoegen dat het is verboden de gronden te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen (zoals ook in het verzamelplan 2022 is opgenomen). e. Door reclamant wordt ingegaan op het aspect privacy en toegelicht dat de gronden voorheen als weiland werden gebruikt ten behoeve van een melkveehouderij. De aanleg van een voedselbos met nevenactiviteiten is sprake van intensiever gebruiken en zal ook de omgeving er anders uit komen te zien. Er wordt nogmaals gewezen op de te behouden es ten noorden en noordoosten van het erf. Op deze erf is het natuurlijk toegestaan om gewassen te telen, maar opgaande beplanting is niet aanvaardbaar. En uiteraard het houden van landbouwdieren op de es ook mogelijk. Echter, niet ondenkbaar is dat er pluktuinen voor klanten ontstaan en rondleidingen worden gegeven. Er wordt 5

f.

gevreesd voor aantasting van privacy door wisselende personen rondom het woonperceel van reclamant. Door reclamant worden de volgende aanpassingen voorgesteld ter waarborging van de privacy: In artikel 3.4 een verbodsbepaling opnemen dat op de agrarische gronden tussen de woonerven 37 en 39 er geen andere personen mogen worden toegelaten. Alleen de eigenaren, de medewerkers of bedrijven die onderhoudswerkzaamheden verrichten mogen de gronden betreden tussen 8.00 tot 17.00 uur. Voorts wordt door reclamant ingegaan op de navolgende planregels: 1. In artikel 3.5 onder c is de mogelijkheid opgenomen voor de aanleg van een paardrijbak als aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Door reclamant wordt verondersteld dat initiatiefnemers een voorschot nemen op deze mogelijkheid, maar twijfelachtig is of aan de voorwaarden kan worden voldaan. Daarnaast wordt door reclamant gewezen op een vijver die ten westen van de woning van reclamant is aangelegd waarbij geen beoordeling van de gemeente heeft plaatsgehad. 2. Artikel 3.6 lid a onder 7: aanleg van paden specifiek ten behoeve van kwekerijen kan komen te vervallen omdat kwekerij geen onderdeel uitmaakt van het voedselbos. 3. Artikel 3.6 lid b onder 2: aan deze uitzondering op de verbodbepaling toevoegen dat het moet gaan om werken en werkzaamheden die “legaal” zijn uitgevoerd. 4.

Artikel 4.1 onder b: aan de bestemmingsomschrijving toevoegen dat de gronden zijn bedoeld voor een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een voedselbos “voor zover niet gelegen binnen de aanduiding “zone-essen”. Dit ter verduidelijking. 5. Artikel 4.1 onder d: dusdanig aanpassen dat het alleen mag gaan om de verwerking van de eigen geproduceerde producten. En ook alleen de verkoop daarvan. 6. Door reclamant wordt voorgesteld om de nevenactiviteiten en voorzieningen die nu al bij recht mogelijk zijn met een aanduiding aan te geven, zoals bij de plattelandskamers. Het inrichtingsplan kan daarbij als uitgangspunt worden gehanteerd. De nieuwe of extra nevenactiviteiten (kwekerij, educatie, theeschenkerij, e.d.) moeten niet mogelijk worden gemaakt. 7. Door reclamant wordt erop gewezen dat binnen de bestemming “Agrarisch-2” het mogelijk is om onder voorwaarden een paardrijbak te realiseren en dat dit binnen de bestemming “Agrarisch-agrarisch bedrijf” ook mogelijk is. Door reclamant wordt dit te veel gevonden en doet de suggestie om de voorwaarde op te nemen dat per agrarische bedrijfsvestiging maar één paardrijbak is toegestaan. 8. Artikel 4.2.1 onder d: het toestaan van kassen is niet in overeenstemming met gemeentelijk beleid.

De sloop van kassen wordt gestimuleerd zoals in de beleidslijn “Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit” is geformuleerd, landschapsontsierende kassen. De kassen zijn ook niet nodig voor de hoofdactiviteit voedselbos want jonge aanplant kan elders worden ingekocht. Elders staan kassen leeg vanwege stookkosten. Voorgesteld wordt om de mogelijkheid van kassen te schrappen vanuit landschappelijke kwaliteit en duurzaamheid. 9. Artikel 4.3 onder g moet de verwijzing “lid 4.2.1 sub j” worden gewijzigd in “lid 4.2.1 sub i”. 10. Artikel 4.4 onder b: het verbod op nevenactiviteiten dient ook te gelden buiten de betreffende aanduiding (zie opmerking terug). Alleen de onherroepelijke bij recht toegestane nevenactiviteiten mogen worden toegestaan. Als het voedselbos exploitabel blijkt te zijn kan alsnog worden afgewogen of bepaalde nevenactiviteiten of voorzieningen kunnen worden toegestaan.

6

11. Artikel 4.4 onder h, sub 2: de maximale oppervlakte van plattelandskamers moet worden teruggebracht van 500 m² naar 185 m² in overeenstemming met de oppervlakte van de aanduiding zoals op de verbeelding weergegeven. Tevens moet het beperkt blijven tot 2 plattelandskamers (zoals is vergund d.d. 15 oktober 2023). 12. Artikel 4.4 onder j: de verbodsbepaling van permanente bewoning dient aangevuld te worden met expliciet een verbod op huisvesting van arbeidsmigranten. 13. Artikel 4.4.1 betreft de voorwaardelijke verplichting dat voldaan moet worden aan de landschappelijke inrichtingsplan en in samenhang daarmee met de gebruiksmogelijkheden. Dit artikel moet worden aangepast vanwege de voorgaande opmerkingen van reclamant (o.a. de nevenactiviteiten die volgens reclamant niet mogen plaatsvinden). 14. Artikel 4.5 onder c sub 1: toevoegen dat het aantal kampeermiddelen niet meer dan 25 mogen zijn zoals opgenomen in de beleidsnota “Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018”. In de planregel ontbreekt een maximum (het maximale aantal van 25 is dan inclusief de mogelijkheid van 2 trekkershutten). 15. Artikel 4.5 onder c sub 3: het beginnen van een theeschenkerij moet vervallen. Ook past het niet als voorwaarde bij kleinschalig kampeerterrein. 16. Artikel 4.6: betreft een wijzigingsbevoegdheid naar het omzetten van een volwaardige kwekerij.

Deze bepaling moet, gelet op de voorgaande opmerkingen van reclamant, vervallen. Daarnaast bestaat deze bevoegdheid niet langer als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 17. Artikel 5.5: betreft een wijzigingsbevoegdheid in relatie tot archeologische waarden en kan komen te vervallen vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 18. Artikel 9 onder e: algemene afwijkingsregels waarin de term “recreatief medegebruik” is opgenomen. Deze term moet volgens reclamant wordt vervangen door “waterbeheer” vanwege de aanwezige sloten van het waterschap. g. Door reclamant wordt vervolgens ingegaan op de verbeelding van het bestemmingsplan: 1. Door reclamant wordt toegelicht dat in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” sprake is van één grote es (ten noordwesten van en grenzend aan het woonerf van reclamant). In voorliggend plan is sprake van meerdere kleine esjes, voornamelijk grenzend aan de Glanerbeek. In de plantoelichting staat beschreven wat hiervan de reden is en dat de begrenzing van het essencomplex is gebaseerd op provinciale beleidskaart waarop essen zijn aangegeven. Reclamant is van mening dat de provinciale beleidskaart uitgaat van onjuiste aannames dan wel uitgangspunten.

Zo is de sloot van het waterschap als uitgangspunt genomen voor de nieuwe begrenzing van het essencomplex, maar dit zegt niets over de waarneembaarheid van het authentieke bolle karakter van het landschap. Tevens wordt geconstateerd dat ook de begrenzing van de es, ter hoogte van het woonerf van reclamant, willekeurig in ingetekend. De begrenzing valt niet samen met het vloeiende verloop van de enkeerdgronden waarop in het verleden bemesting met heideplaggen heeft plaatsgehad. De aanwezigheid van enkeerdgronden zijn ook reden voor het opnemen van een dubbelbestemming “Archeologie-2” die nog altijd wel op een juiste wijze ongewijzigd van toepassing is gebleven op de gehele grotere es. Door reclamant is bovenstaande toelichting met afbeeldingen verduidelijkt (aan de hand van afbeelding uit het bestemmingsplan Buitengebied en afbeelding hoogtekaart). Door deze afbeeldingen te vergelijken komt reclamant tot de conclusie dat het geldende bestemmingsplan uitgaat van de juiste uitgangspunten en niet het provinciale beleid). Tot slot wijst reclamant op artikel 8.1 van de planregels van het 7

geldende bestemmingsplan waarin onder meer staat dat karakteristieke openheid en reliëf van essen behouden dienen te worden dan wel te worden hersteld. Dit plan staat haaks op deze uitgangspunten. 2. Reclamant stelt voor om het bouwvlak in de oorspronkelijke vorm en oppervlakte te handhaven. Dit om ruimteclaim op de groene omgeving te voorkomen en openheid van het landschap te handhaven. 3. Door reclamant wordt tevens voorgesteld om rond de woonerven op de verbeelding een spuitvrije zone van 50 meter op te nemen in verband met gewasbescherming. Dit uit oogpunt van gezondheid en veiligheid. En langs de twee watergangen een zone van 5 meter aan beide zijden. Dit ondanks dat nu sprake is van een biologische bedrijfsvoering. h. Door reclamant wordt ingegaan op de plantoelichting en de bijlagen van het bestemmingsplan: • Door reclamant wordt gewezen op bijlage 1 van de toelichting van het ontwerpplan waarin kwekerij-activiteiten buiten het bouwvlak zijn ingetekend. Deze activiteiten zijn ingetekend op een es zoals in het ontwerpplan op de verbeelding is aangeduid. Door reclamant is toegelicht dat dergelijke activiteiten niet buiten het bouwvlak mogen plaatsvinden en al helemaal niet op essen. i.

Door reclamant wordt toegelicht dat initiatiefnemers het plan in een overleg hebben toegelicht voor zover betrekking op het zuidelijk deel, maar niet wat betreft het noordelijk en oostelijk deel van het plangebied. Daarbovenop werd niet veel gedaan met de suggesties van reclamant en lijkt het er op dat wordt afgeweken van eerder verstrekte informatie (zoals inrichten van voedselbos op noordelijke es). Dit maakt het onduidelijk en komt reclamant in een rechtsonzekere situatie. Daarom vraagt reclamant het plan in overeenstemming te brengen met deze zienswijze. Beoordeling Ad a. Wij zijn van mening dat het voedselbos goed in de omgeving inpasbaar is. Dit vinden wij voor het gehele plan van initiatiefnemers, zowel wat betreft de hoofdactiviteit als ook de daarmee samenhangende nevenactiviteiten en voorzieningen. Het betreft een totaalconcept. Daarbij willen wij benadrukken dat voorliggend plan al in belangrijke mate in overeenstemming is met de regels van het geldende omgevingsplan. Op grond van het geldende planologische regime zijn de betreffende gronden met de bestemming “Agrarisch – 2” aangewezen als agrarisch cultuurgrond. Deze agrarische gronden kunnen worden gebruikt voor het telen van gewassen en het houden van dieren. De exploitatie van een voedselbos laat zich kwalificeren als het “telen van gewassen”.

De daarbij behorende nevenactiviteiten en voorzieningen worden gerealiseerd binnen het bouwvlak met de bestemming “Agrarisch - Agrarisch bedrijf”. Ook wat betreft deze nevenactiviteiten en voorzieningen willen wij benadrukken dat deze grotendeels al binnen het huidige planologisch regime kunnen worden toegestaan. Weliswaar niet bij recht, maar wel met toepassing van een afwijkingsmogelijkheid die in het geldende omgevingsplan is opgenomen. Gelet op het vorenstaande stellen wij vast dat de exploitatie van een voedselbos een agrarische bedrijfsactiviteit betreft die in belangrijke mate al binnen de planregels van het 8

geldende bestemmingsplan past. Wij zien daarom geen aanleiding om de huidige planologische mogelijkheden, die we als ‘gangbaar’ bij een agrarische bedrijf beschouwen, te beperken. De agrarische melkveehouderij, die hier voorheen was gevestigd, had ook van deze planologische mogelijkheden gebruik kunnen maken. Dat hier echter geen gebruik van is gemaakt, vormt geen reden om dergelijke mogelijkheden te schrappen nu er sprake is van een andere agrarische bedrijfsactiviteit. Door reclamant worden voorts nevenactiviteiten en voorzieningen benoemd die thans niet in het geldende bestemmingsplan zijn te faciliteren. Dit is onder meer dan ook de reden dat voorliggend ontwerpplan in procedure is gebracht. Het gaat daarbij onder andere om het bieden van educatie waaronder het geven van workshops en cursussen, de proeverij en de mogelijkheid van een kwekerij waarbij ook beperkt kassen mogen worden gerealiseerd (en waarvoor het bouwblok in vorm wordt gewijzigd, maar in oppervlakte niet wordt vergroot). Anders dan reclamant stelt, zijn wij van mening dat de genoemde activiteiten integraal onderdeel uitmaken van het beoogde agrarische bedrijfsconcept. Deze nevenactiviteiten zorgen ervoor dat er een gezonde bedrijfsexploitatie kan worden bereikt.

Het agrarische perceel van initiatiefnemer heeft een geheel eigen entree die ruimtelijk gezien in het midden ligt van de agrarische gronden van initiatiefnemer. De entree ligt op afstand van omliggende woningen in het gebied. De nevenactiviteiten en de voorzieningen worden gerealiseerd in de bestaande bedrijfsgebouwen die binnen het agrarische bouwblok zijn gesitueerd. Het agrarische bouwblok is op ruime afstand gelegen van de woning van reclamant. Gelet op vorenstaande zien wij niet in dat hiermee het woongenot en de privacy van reclamant wordt aangetast. Door het vervallen van de gebiedsaanduiding “intensieve veehouderij” zijn wij van mening dat met voorliggend plan het woon- en leefklimaat juist wordt verbeterd. Met betrekking tot het woongenot van omwonenden realiseren wij ons dat de omgeving van reclamant kan veranderen wanneer de huidige gebiedsaanduiding “essen” komt te vervallen met als gevolg dat deze agrarische gronden als voedselbos in gebruik kunnen worden genomen. Dit betekent dat het uitzicht voor reclamant kan veranderen afhankelijk van de gewassen die op deze gronden worden geteeld. Wij gaan verderop in de beoordeling van deze zienswijze (zie onder c) in op ons standpunt ten aanzien van het aanwezige essencomplex binnen voorliggend plangebied. Ad b.

Wij gaan niet mee in de overweging van reclamant om het geheel aan beoogde nevenactiviteiten en voorzieningen pas af te wegen op moment dat is aangetoond dat het voedselbos rendabel is. De beoogde bedrijfsvoering is gebaseerd op een totaalconcept waar de nevenactiviteiten integraal onderdeel van uitmaken. Op deze manier is een gezonde exploitatie van het voedselbos te bereiken. Bovendien gaat het om nevenactiviteiten en voorzieningen die met toepassing van een afwijkingsmogelijkheid al op grond van de huidige planregels kunnen worden gefaciliteerd, mits dit ten behoeve is van een agrarisch bedrijf. Onderhavige voedselboskwekerij beschouwen wij als een agrarische bedrijfsactiviteit dat bij recht is toegestaan. Aanvullend op deze reeds bestaande planologische mogelijkheden vinden wij dat ook educatie, een proeverij alsook de realisatie van kassen een samenhangend onderdeel uitmaken van de beoogde bedrijfsvoering. De initiatiefnemer heeft in voorliggend ontwerpbestemmingsplan 9

onderbouwd dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Er is voor ons daarom geen reden om vanuit een goede ruimtelijke ordening slechts een deel van de beoogde activiteiten en voorzieningen te faciliteren. Ad c. Allereerst willen wij opmerken dat wij de reactie van reclamant ten aanzien van de gewijzigde gebiedsaanduiding “essencomplex” goed kunnen begrijpen. Met name ook omdat met deze wijziging voor reclamant kan betekenen dat uitzichten vanuit de woning van reclamant kunnen veranderen. De thans nog geldende gebiedsaanduiding ten aanzien van essen biedt voor reclamant een juridische waarborg dat de betreffende agrarische gronden een “karakteristieke openheid” behouden en waarmee het vrije uitzicht van reclamant is gegarandeerd. Het vorenstaande laat onverlet dat wij hebben moeten vaststellen dat de huidige gebiedsaanduiding ‘essen’ niet juist is en dat met voorliggend plan deze omissie wordt hersteld. Wij hebben hiervoor de informatie gebruikt uit de provinciale gebiedsatlas “Atlas van Overijssel”, op basis waarvan aan onderhavige gronden geen waardering ‘es’ wordt gegeven. Deze herbegrenzing wordt onderschreven door ’t Oversticht die de historie van de gronden heeft geanalyseerd. Uit de beleidskaarten van de provincie valt te concluderen dat de betreffende gronden zorgvuldig zijn beoordeeld op de landschappelijke waarden ervan.

Dit blijkt uit navolgende afbeelding waarin zichtbaar is gemaakt dat de betreffende agrarische gronden wel zijn betrokken bij het bepalen of al dan niet sprake is van een es. Op de beleidskaart zijn drie kleuren te onderscheiden: • In geel weergegeven “bruine/zwarte enkeerdgrond, maar geen typering es”. Deze begrenzing is ten onrechte opgenomen in het geldende bestemmingsplan als zijnde een es. Ook vanuit de feitelijke waarneming in het landschap zijn de typische kenmerken als es niet meer waar te nemen. • In roodachtig weergegeven “bruine/zwarte enkeerdgrond en typering es”. Deze begrenzing is als es in stand gebleven en in het ontwerpplan als zodanig dan ook verwerkt. • In bruinachtig weergegeven “geen bruine/zwarte enkeerdgrond volgens bodemkaart, maar typering es”. Deze gronden zijn in het ontwerpplan nu opgenomen als zijnde een es vanwege de typische kenmerken daarvan.

10

Fragment beleidskaart gebiedsatlas landelijk gebied → landschap → essen

Dat daarmee de betreffende geel gekleurde gronden dan geen enkele landschappelijke of historische betekenis meer hebben is ook weer niet juist. Deze gronden zijn in onderliggende kaartmateriaal van de provincie aangeduid op de kaart “archeologische essen”.

Fragment beleidskaart gebiedsatlas cultuur → cultuur → archeologische essen

11

De kaart met archeologische essen maakt onderdeel uit van de cultuurhistorische waardenkaart met archeologische gebieden. Dit zijn gebieden met archeologische waarden en monumenten die bekend zijn op basis van vondsten. Echter, zijn hier de typische karakteristieke elementen van een es feitelijk niet zichtbaar aanwezig. Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat voorliggend ontwerpplan uitgaat van de juiste beleidskaders met betrekking tot het essencomplex. Het deel dat in het nu nog geldende bestemmingsplan ten onrechte de gebiedsaanduiding “essen” heeft gekregen wordt in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Daarnaast worden gronden die nu nog niet als es zijn beschermd, maar die wel als zodanig zijn te kwalificeren, met voorliggend plan wel als zodanig gewaardeerd. Het gevolg van bovenstaande is dat de agrarische gronden nu ook als voedselbos mogen worden ingericht omdat dit per slot van rekening bij recht binnen de bestemming “Agrarisch2” is toegestaan. Tevens hebben wij geen enkele reden om te veronderstellen dat de provinciale beleidskaarten niet juist zijn dan wel gebaseerd zouden zijn op een onjuiste waardering van het landschap.

Wij kunnen initiatiefnemer dan ook hooguit in overweging geven om het belang van reclamant meer in ogenschouw te nemen bij de inrichting van de agrarische gronden als voedselbos, maar geven daarbij wel nadrukkelijk aan dat met voorliggende planregeling de betreffende gronden volledig als voedselbos kunnen worden ingericht. Daarnaast hebben wij de herbegrenzing van de es, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, nog eens nader beschouwd. Na overleg met zowel provincie als ’t Oversticht is geconstateerd dat een deel van de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen begrenzing niet overeen komt met wat we in het veld waarnemen. De aanwezige houtwal (zie afbeelding hieronder) vormt een natuurlijke, en daarmee logischer, begrenzing van de es. Daarom stellen we voor om, via ambtshalve wijziging, de westelijke grens aan te passen en de daarvoor de aanwezige natuurlijke contour te volgen. Het roodbruine (onnatuurlijk) gevormde gedeelte (aangeduid met rood kruis) komt daarmee als ‘es’ te vervallen.

12

Ad d. 1. Artikel 3.1, onder d: aan agrarisch ondergeschikt medegebruik ten behoeve van “extensieve dagrecreatie laten vervallen”: De onderliggende bestemming wordt met dit plan niet gewijzigd. De realisatie van een voedselbos is een agrarische activiteit (nu een voedselbos en daarvoor een melkveehouderij) met de daarbij behorende mogelijkheden van agrarisch ondergeschikt medegebruik. Wij zien geen reden voor het beperken van deze planologische mogelijkheden vanwege de enkele omstandigheid dat nu sprake is van een voedselbos (in plaats van bijvoorbeeld een melkveehouderij). Er is geen goede reden om dit onderdeel uit de regels te verwijderen. Het is nu eenmaal binnen de geldende bestemming mogelijk om verschillende soorten van activiteiten te ontplooien. 2. Artikel 3.2.2, onder a, sub 2: de regeling voor realisatie van “overige bouwwerken” te vrijblijvend: Wij zijn van mening dat deze regeling niet te vrijblijvend is geformuleerd. De aangepaste regeling die door reclamant wordt voorgesteld vinden wij daarom ook niet nodig. Dit neemt niet weg dat wij wel de zorg van reclamant begrijpen dat op de agrarische gronden allerlei teeltondersteunende voorzieningen worden aangebracht. Wij vinden het daarom wel nodig dat in het plan hierover meer toelichting wordt gegeven in afstemming met het landschappelijk inrichtingsplan. 3.

Artikel 3.3, onder a: de mogelijkheid voor het oprichten van een schuilgelegenheid voor dieren moet vervallen: Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1. Ditzelfde geldt dus ook voor de mogelijkheid voor het oprichten van schuilgelegenheden. 4. Artikel 3.3, onder b: de mogelijkheid voor het oprichten van een bijenstal moet vervallen: De mogelijkheid voor het oprichten van een bijenstal maakt integraal onderdeel uit van de plannen van het voedselbos. Tevens zien wij hierin een belangrijke meerwaarde bij de instandhouding van de bestaande flora en fauna in het gebied. Er is geen goede reden om de mogelijkheid voor de oprichting van een bijenstal uit de planregeling te verwijderen. 5. Artikel 3.3 onder c: de mogelijkheid tot het vergroten van het bouwvlak alleen onder specifieke voorwaarden en anders laten vervallen: Allereerst wordt verwezen naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1. Ditzelfde geldt dus ook voor de mogelijkheid tot het vergroten van het bouwvlak. Het geheel schrappen van deze afwijkingsbevoegdheid zoals door reclamant ook wordt voorgesteld vinden wij gebaseerd op willekeur. 6. Artikel 3.3 onder d: de mogelijkheid voor het oprichten van een beheergebouw ten dienste van het oprichten van een landgoed moet vervallen: Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1.

Ditzelfde geldt dus ook voor de mogelijkheid van een beheergebouw ten dienste van het oprichten van een landgoed. 7. Artikel 3.3 onder e: de mogelijkheid om het agrarisch bouwvlak met 10 meter te vergroten onder voorwaarden: Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1. Ditzelfde geldt dus ook voor de mogelijkheid om het agrarisch bouwvlak met 10 meter te vergroten. 8. Er dient een verbodsbepaling opgenomen te worden waaruit ondubbelzinnig blijkt dat dat aanplant van bomen op essen verboden is: 13

Wij zijn van mening dat de huidige planregeling volstaat en deze sluit ook aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. De feitelijke realisatie van het landschappelijke inrichtingsplan zal plaatsvinden in afstemming met de aanwezige ondergrondse infrastructuur. 9. Artikel 3.4 onder a: aan deze verbodsbepaling ook toevoegen dat niet alleen “boom en sierteelt” op de es is verboden, maar ook de aanleg van paden ten behoeve van boom en sierteelt: Wij zijn van mening dat de huidige planregeling volstaat en deze sluit ook aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. 10. Artikel 3.4: de bepaling toevoegen dat het is verboden de gronden te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen (zoals ook in het verzamelplan 2022 is opgenomen): Wij zijn het met reclamant eens dat, in lijn met de verbodsbepaling zoals in het verzamelplan 2022 is opgenomen, de betreffende bepaling ook aan dit artikel moet worden toegevoegd. Ad e. Met dit plan is sprake van een andere agrarische bedrijfsvoering dan reclamant voorheen gewend was. Er wordt gebruik gemaakt van planologische mogelijkheden die voorheen onbenut bleven (maar waar ook het voormalige agrarische bedrijf evengoed gebruik van had kunnen maken).

Daarbovenop worden nieuwe activiteiten ontplooid die voor de exploitatie van het voedselbos relevant zijn zoals educatie, een proeverij en beperkt de mogelijkheid om kassen op te richten. Wij zijn van mening dat de privacy van reclamant als gevolg van dit plan niet wordt verstoord ten opzichte van het voorheen feitelijke gebruik van de gronden (inclusief de daarbij behorende onbenutte planologische mogelijkheden) ten behoeve van de melkveehouderij. Het betreffende agrarische bedrijf heeft een eigen entree en de beoogde voorzieningen krijgen een plek binnen het daarvoor begrensde agrarisch bouwvlak. Voor de volledigheid verwijzen wij ook nog naar hetgeen hierover onder a. van de beoordeling van deze zienswijze is toegelicht ten aanzien van het woongenot en de privacy van reclamant. Wel erkennen wij dat met de realisatie van het voedselbos het uitzicht vanuit de woning van reclamant kan veranderen. De gebiedsaanduiding “essen” komt te vervallen omdat deze ten onrechte in het geldende bestemmingsplan was opgenomen, maar voor reclamant wel een waarborg was dat de vermeende openheid zou worden beschermd. Maar ook ten aanzien hiervan vinden wij niet dat de privacy en het woongenot van reclamant onaanvaardbaar wordt aangetast. Door reclamant wordt een eigen invulling gegeven aan de bedrijfsplannen waarin o.a.

wordt gesproken over pluktuinen voor klanten en de kans op steeds wisselend publiek dat zich mogelijk rond het erf van reclamant bewegen. Om die reden doet reclamant een voorstel voor een verbodsbepaling met de strekking dat de agrarische gronden alleen mogen worden betreden tussen 8.00 en 17.00 uur door de eigenaren, de medewerkers of bedrijven die onderhoudswerkzaamheden verrichten. Nog afgezien van de handhaafbaarheid van een dergelijke verbodsbepaling vinden wij dat deze verbodsbepaling een onevenredige beperking betekent op de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. Ook vinden wij een dergelijke verbodsbepaling niet redelijk omdat het is gebaseerd op veronderstellingen van reclamant die niet nader zijn onderbouwd.

14

Ad f. 1. In artikel 3.5 onder c is de mogelijkheid opgenomen voor de aanleg van een paardrijbak als aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1. Dit geldt dus ook voor de mogelijkheid voor de aanleg van een paardrijbak. Deze planregeling sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. De veronderstelling van reclamant is onjuist. 2. Artikel 3.6 lid a onder 7 aanleg van paden specifiek ten behoeve van kwekerijen kan komen te vervallen: Wij zijn niet van mening dat deze bepaling kan komen te vervallen omdat de kwekerij integraal onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering van het voedselbos. 3. Artikel 3.6 lid b onder 2: aan deze uitzondering op de verbodbepaling toevoegen dat het moet gaan om werken en werkzaamheden die “legaal” zijn uitgevoerd: Deze planregel sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. Wij zien geen reden om hiervan af te wijken (dit om zoveel mogelijk een uniforme planregeling voor het buitengebied te behouden). 4. Artikel 4.1 onder b: aan de bestemmingsomschrijving toevoegen dat de gronden zijn bedoeld voor een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een voedselbos “voor zover niet gelegen binnen de aanduiding “zone-essen”: Wij vinden deze toevoeging niet binnen de bestemmingsomschrijving van “Agrarischagrarisch bedrijf” passen.

Deze planregel heeft betrekking op de activiteiten die binnen het agrarisch bouwblok mogen worden ontplooid, het bouwblok is niet op een es gelegen. 5. Artikel 4.1 onder d: dusdanig aanpassen dat het alleen mag gaan om de verwerking van de eigen geproduceerde producten. En ook alleen de verkoop daarvan: Wij kunnen ons vinden in de suggestie van reclamant om ook de verkoop daarvan te benoemen, maar dan wel de verkoop van (streek)eigen producten zoals wij dat ook voor andere agrarische bedrijven toestaan. Wij zien geen reden om voor het voedselbos hierop de uitzondering te maken dat het enkel mag gaan om de verwerking en verkoop van eigen producten toestaan. 6. Door reclamant wordt voorgesteld om de nevenactiviteiten en voorzieningen die nu al bij recht mogelijk zijn met een aanduiding aan te geven, zoals bij de plattelandskamers. Het inrichtingsplan kan daarbij als uitgangspunt worden gehanteerd. De nieuwe of extra nevenactiviteiten (kwekerij, educatie, theeschenkerij, e.d.) moeten niet mogelijk worden gemaakt. Verwezen wordt naar de beoordeling onder a van deze zienswijze. Wij zijn van mening dat het voedselbos ruimtelijk goed in de omgeving inpasbaar is, dit geldt zowel voor de hoofdactiviteit als ook voor de daarmee samenhangende nevenactiviteiten en voorzieningen. 7.

Door reclamant wordt erop gewezen dat binnen de bestemming “Agrarisch-2” het mogelijk is om onder voorwaarden een paardrijbak te realiseren en dat dit binnen de bestemming “Agrarisch-agrarisch bedrijf” ook mogelijk is: Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder d, punt 1. Dit geldt dus ook voor de mogelijkheid voor de aanleg van een paardrijbak. Deze planregeling sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan.

15

8. Artikel 4.2.1 onder d: het toestaan van kassen is niet in overeenstemming met gemeentelijk beleid. De realisatie van kassen maakt onderdeel uit van de gehele bedrijfsvoering van het voedselbos. Door initiatiefnemer is het geheel aan bedrijfsactiviteiten onderbouwd op de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan. Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld met daarin specifiek aandacht voor de kassen en de landschappelijke inpassing daarvan. Gelet op het vorenstaande is er geen goede reden om de mogelijkheid van realisatie van de kassen te schrappen. 9. Artikel 4.3 onder g moet de verwijzing “lid 4.2.1 sub j” worden gewijzigd in “lid 4.2.1 sub i”. Reclamant merkt terecht op dat de verwijzing in artikel 4.3 onder g moet worden gewijzigd van “lid 4.2.1 sub j” naar “lid 4.2.1 sub i”. 10. Artikel 4.4 onder b: het verbod op nevenactiviteiten dient ook te gelden buiten de betreffende aanduiding (zie opmerking terug): Verwezen wordt naar de beoordeling onder a van deze zienswijze. Wij zijn van mening dat het voedselbos ruimtelijk goed in de omgeving inpasbaar is, dit geldt zowel voor de hoofdactiviteit als ook voor de daarmee samenhangende nevenactiviteiten en voorzieningen. 11.

Artikel 4.4 onder h, sub 2: de maximale oppervlakte van plattelandskamers moet worden teruggebracht van 500 m² naar 185 m² in overeenstemming met de oppervlakte van de aanduiding zoals op de verbeelding weergegeven. Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder f, punt 3. Deze planregel sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. Wat betreft het aantal toegestane plattelandskamers wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 5, onder c. 12. Artikel 4.4 onder j: de verbodsbepaling van permanente bewoning dient aangevuld te worden met expliciet een verbod op huisvesting van arbeidsmigranten. Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder f, punt 3. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat deze verbodsbepaling van permanente bewoning op iedereen van toepassing is (en dus ook voor arbeidsmigranten). 13. Artikel 4.4.1 betreft de voorwaardelijke verplichting dat voldaan moet worden aan de landschappelijke inrichtingsplan en in samenhang daarmee met de gebruiksmogelijkheden moet worden aangepast: Verwezen wordt naar de beoordeling onder a van deze zienswijze. Wij zijn van mening dat het voedselbos ruimtelijk goed in de omgeving inpasbaar is, dit geldt zowel voor de hoofdactiviteit als ook voor de daarmee samenhangende nevenactiviteiten en voorzieningen.

De voorwaardelijke verplichting en het landschappelijk inrichtingsplan behoeven dan ook geen aanpassing. 14. Artikel 4.5 onder c sub 1: toevoegen dat het aantal kampeermiddelen niet meer dan 25 mogen zijn zoals opgenomen in de beleidsnota “Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018”: In het betreffende artikel wordt de voorwaarde gesteld dat “er tevens wordt voldaan aan de overige voorwaarden uit de Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018 of indien deze beleidsnota wijzigt het op dat moment van toepassing zijnde verblijfsrecreatieve beleid”. Wij zijn van mening dat deze planregel volstaat.

16

15. Artikel 4.5 onder c sub 3: het beginnen van een theeschenkerij moet vervallen. Ook past het niet als voorwaarde bij kleinschalig kampeerterrein. Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder f, punt 3. Deze planregel sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. 16. Artikel 4.6: betreft een wijzigingsbevoegdheid naar het omzetten van een volwaardige kwekerij: Wij zijn het met reclamant eens dat deze wijzigingsbevoegdheid uit de planregeling moet worden geschrapt. Dit alleen al vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 17. Artikel 5.5: betreft een wijzigingsbevoegdheid in relatie tot archeologische waarden en kan komen te vervallen vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet: Wij zijn het met reclamant eens dat deze wijzigingsbevoegdheid uit de planregeling moet worden geschrapt vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 18. Artikel 9 onder e: algemene afwijkingsregels waarin de term “recreatief medegebruik” is opgenomen: Verwezen wordt naar de beoordeling van deze zienswijze onder f, punt 3. Deze planregel sluit aan op de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan. Ad g. 1. De verbeelding in relatie tot het essencomplex: Verwezen wordt naar de beoordeling onder c van deze zienswijze.

Wij hebben daar toegelicht dat het ontwerpbestemmingsplan uitgaat van de juiste beleidsuitgangspunten danwel beleidskaarten ten aanzien van de positionering van het essencomplex. Dit is op een juiste manier op de verbeelding ingetekend. 2. Het bouwvlak in de oorspronkelijke vorm en oppervlakte handhaven: Het bouwvlak wordt gewijzigd ten opzichte van het nu nog geldende bouwvlak om zodoende de kassen zowel vanuit landschappelijk oogpunt als vanuit bedrijfsmatige overwegingen zo goed mogelijk een plek te geven. Wij vinden het om die reden gerechtvaardigd om het bouwvlak aan te passen zoals in voorliggend ontwerpplan is opgenomen. Bovendien verdwijnt met deze aanpassing ook de functieaanduiding “opslag” van de verbeelding die direct aan het nog geldende bouwvlak grenst. Aanvullend op het vorenstaande verwijzen wij voor een uitgebreidere toelichting op de positionering van de kassen binnen het bouwblok naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 6, onder f. 3. Op de verbeelding een spuitvrije zone van 50 meter opnemen in verband met gewasbescherming: Het is gelet op de beoogde biologische bedrijfsvoering van het bedrijf niet noodzakelijk om dergelijke spuitvrije zones rondom woningen en watergangen.

Desondanks kunnen wij reclamant begrijpen dat uit oogpunt van gezondheid en veiligheid het wel wenselijk is om juridisch te borgen dat er een spuitverbod geldt (binnen zone van 50 meter) voor gewasbeschermingsmiddelen. Het ontwerpplan dient hierop te worden aangepast. Ad h. Het klopt dat de kwekerijactiviteiten plaatsvinden buiten het bouwvlak en op gronden die op de verbeelding als es zijn aangeduid. De grond van deze es is geschikt voor een kleine kwekerij in de volle grond en waarbij het gaat om gewassen die slechts tijdelijk in de grond zitten en in hoogte laag blijven. De kas en de werkruimte worden binnen het gewijzigde bouwvlak opgericht en maakt geen onderdeel uit van deze es. Het gebruik van deze es ten

17

behoeve van de kwekerijactiviteiten doet geen afbreuk aan de karakteristieke kenmerken daarvan, het reliëf en de bolle ligging van de es blijft onveranderd bestaan.

Ad i. Wij nemen kennis van de wijze waarop reclamant de participatie heeft ervaren die door initiatiefnemer is georganiseerd. De ervaring leert dat participatietrajecten niet altijd door alle belanghebbenden als positief worden ervaren. Dit heeft veelal te maken met de mate waarin met allerlei verschillende en vaak ook tegenstrijdige belangen in het plan rekening kan worden gehouden. Dit neemt niet weg dat wij het vooral belangrijk vinden dat - los van de verschillende belangen die er spelen - direct aanwonenden geïnformeerd worden over de plannen. Wij zijn van mening dat initiatiefnemers direct aanwonenden, als ook belangstellenden voor dit plan, voldoende hebben geïnformeerd. Zo heeft er onder meer in een openbare bijeenkomst voorlichting plaatsgehad over het concept van voedselbossen dat voor de meeste mensen nog een onbekend verschijnsel is. Daarnaast zijn initiatiefnemers met omwonenden afzonderlijk in gesprek gegaan en is de mogelijkheid geboden voor een rondleiding. Tot slot zijn omwonenden ook schriftelijk over de plannen geïnformeerd. Dit laatste was nodig om ontstane onrust weg te nemen vanwege geruchten dat er een camping zou komen. Tot slot willen wij opmerken dat het plan van initiatiefnemer als gevolg van de participatie (beperkt) is bijgesteld.

Het realiseren van openbare wandelpaden in het voedselbos is komen te vervallen en is de nieuwe entree dusdanig gesitueerd dat er geen of minder overlast van koplampen wordt ervaren. Nadat reclamant de zienswijze heeft ingediend zijn diverse pogingen ondernomen (zowel vanuit initiatiefnemers als gemeente) om met elkaar in gesprek te gaan, met name om na te denken over de inrichting van de gronden die in onderhavig bestemmingsplan niet meer als es worden aangemerkt. Reclamant is niet ingegaan op deze uitnodigingen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het plan aan te passen. De volgende aanpassingen zijn aangebracht: 1. In de plantoelichting wordt in samenhang met het landschappelijk inrichtingsplan duidelijkheid gegeven over de toepassing van allerlei teeltondersteunende voorzieningen (als overig bouwwerk). 2. Aan artikel 3.4 wordt de bepaling toegevoegd dat het is verboden de gronden te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen (zoals ook in het verzamelplan 2022 is opgenomen): 3. Aan artikel 4.1 onder d wordt toegevoegd dat het ook gaat om de verkoop van (streek)eigen producten. 4. Artikel 4.3 onder g is de verwijzing “lid 4.2.1 sub j” gewijzigd in “lid 4.2.1 sub i”. 5. Artikel 4.6 betreft de wijzigingsbevoegdheid naar het omzetten van een volwaardige kwekerij en is geschrapt.

18

6. Artikel 5.5 betreft de wijzigingsbevoegdheid in relatie tot archeologische waarden en is geschrapt. 7. Op de verbeelding is een spuitvrije zone van 50 meter opgenomen (rondom woningen) in verband met gewasbescherming. De planregels zijn hierop aangevuld.

2.2 Reclamant 2 Samenvatting a. Door reclamant wordt eerst in algemene zin gesteld dat een voedselbos in beginsel inpasbaar lijkt in de omgeving, maar niet op de wijze waarop daarin met dit plan wordt voorzien en hoe daarover is gecommuniceerd. b. Reclamant geeft aan dat, anders dan in de plantoelichting staat, dat dit plan niet in goed overleg met de buren is gemaakt. Er heeft tweemaal kort overleg plaatsgehad. In het eerste overleg is door initiatiefnemer aangegeven dat de es in het landschap wordt gerespecteerd en is de aanleg van een wandelpad genoemd. Tijdens het tweede gesprek werd reclamant verrast door het plan waarbij het gehele woonperceel van reclamant met voedselbos wordt omringd. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Er was geen overleg mogelijk om tot concessies en aanpassingen te komen. Het ontwerpplan werd ter inzage gelegd met allerlei niet eerder benoemde onderdelen van het plan. c. Door reclamant wordt verwezen naar De Buitenwerkplaats, een voedselbos van 800 m², waarvan initiatiefnemers eerder de eigenaren van waren. Het voorliggende ontwerpplan vertoont gelijkenis en lijkt het initiatief van enkel een voedselbos te overstijgen. Dit gelet op de nevenactiviteiten en/of voorzieningen die volgens reclamant niet direct verband houden met een voedselbos, maar wel het woongenot en de privacy aantasten.

Het gaat onder meer om het volgende: - een kwekerij waarbij ook kassen gebouwd worden, - een "arboretum" met een pluktuin voor bezoekers, - een theeschenkerij met bijbehorend terras, - een proeflokaal met onduidelijke voorwaarden en openingstijden, - de mogelijkheid voor evenementen van maximaal 14 dagen, - meerdere plattelandskamers, - kleinschalig kamperen inclusief trekkershutten, - educatie waaronder het geven van workshops en cursussen, - voet- en fietspaden (met name in het deel langs de Glanerbeek), - extensieve dagrecreatie, - paardrijdbakken met lichtmasten en schuilstallen voor dieren; - de mogelijkheid een nieuwe woning te bouwen van 2.000 m³ bij sloop van bestaande woning met stal, - de mogelijkheid van bouw steiger met eventuele bootjes. Al deze activiteiten staan los van het voedselbos en betreffen geen agrarische activiteit, maar meer een recreatieve verblijfslocatie annex tuincentrum. Gelet op vorenstaande wordt verzocht om al deze activiteiten en voorzieningen die nog niet onherroepelijk bij recht zijn toegestaan te schrappen. Pas als het voedselbos zich rendabel heeft bewezen kan alsnog worden afgewogen of medewerking kan worden verleend.

19

d. De es waarop het woonhuis van reclamant is gebouwd wordt in het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied als zodanig beschermd. De kenmerkende bolle en open landelijke karakter van het gebied moet worden behouden. Aan de hand van afbeeldingen uit het geldende bestemmingsplan, bodemkaart en hoogtekaart wordt dit duidelijk gemaakt. De zwarte enkeerdgronden zijn niet voor niets aangeduid en beschermd met de dubbelbestemming “Archeologie-2”. De diepgelegen sloot die door deze es gaat mag niet worden gebruikt ter onderbouwing dat er geen sprake meer is van een es, maar toont juist aan dat er sprake is van een es. Het is vreemd en niet passend dat in het ontwerpplan de essen grenzend aan de Glanerbeek zijn gesitueerd. De essen zijn juist ontstaan om het gewas te beschermen tegen hoog water en liggen daarom eerder meer op afstand van een watergang (zoals ook blijkt uit de wijze waarop het in het geldende bestemmingsplan is opgenomen). Door initiatiefnemers is het essencomplex in het ontwerpplan gebaseerd op de provinciale beleidskaart, landschapskaart van Atlas van Overijssel. Deze kaart lijkt volgens reclamant niet te kloppen omdat de es met scherpe grenzen en hoeken is ingetekend en dat is niet als zodanig in het landschap terug te zien. e.

Wat betreft de nieuwe situering van het essencomplex in het ontwerpplan wordt door reclamant opgemerkt dat dit uitgaat van een vrije interpretatie door initiatiefnemer van het begrip es. Het essencomplex is langs de beek gesitueerd, opengebroken, hoekige vormen en zelfs ook op grond achter het f. Het ontwerpplan is in strijd met beleid zoals in het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied is verwoord. Daarin staat dat de karakteristieke openheid, bodemkwaliteit en reliëf moet worden behouden en hersteld. Dit is ook in de planregels als zodanig verwerkt. Het ontwerpplan gaat uit van het tegenovergestelde en daarom wordt voorgesteld om het ontwerpplan op dit onderdeel in overeenstemming te brengen met het geldende bestemmingsplan. Voor reclamant van groot belang omdat hiermee het vrije uitzicht behouden blijft. g. Voorts gaat reclamant in op de privacy en de eventuele schending daarvan. De gronden werden voorheen als weiland gebruikt ten behoeve van een melkveehouderij. Door de aanleg van een voedselbos met nevenactiviteiten is sprake van intensiever gebruik en zal de omgeving er ook anders uit komen te zien. Er wordt nogmaals gewezen op de te behouden es ten noorden en noordoosten van het erf. Op deze erf is het natuurlijk toegestaan om gewassen te telen, maar opgaande beplanting is niet aanvaardbaar. En uiteraard het houden van landbouwdieren op de es ook mogelijk.

Echter, niet ondenkbaar is dat er pluktuinen voor klanten ontstaan en rondleidingen worden gegeven. Ook is gesproken over aanleg van een wandelpad. Er wordt gevreesd voor aantasting van privacy door wisselende personen rondom het woonperceel van reclamant. Voorgesteld wordt om in artikel 3.4 een verbodsbepaling op te nemen die er op gericht is dat op de agrarische gronden tussen de woonerven 37 en 39 er geen andere personen mogen worden toegelaten. Alleen de eigenaren, de medewerkers of bedrijven die onderhoudswerkzaamheden verrichten mogen de gronden betreden tussen 8.00 tot 17.00 uur. Door reclamant wordt een voorstel gedaan hoe een dergelijke bepaling kan luiden. h. Door reclamant wordt ingegaan op de planregels van het ontwerpplan: 1. Artikel 3.1, onder d: aan agrarisch ondergeschikt medegebruik ten behoeve van “extensieve dagrecreatie” kan vervallen. Dit kan vervallen omdat sprake is van een opzichzelfstaand plan. Er is nu al geen sprake van bijvoorbeeld openbare wegen en fietspaden op het agrarische perceel die onderdeel uitmaken van een groter gebied. 20

2. Reclamant stelt voor om het bouwvlak in de oorspronkelijke vorm en oppervlakte te handhaven. Dit om ruimteclaim op de groene omgeving te voorkomen en openheid van het landschap te handhaven. 3. Artikel 3.3 onder c: de mogelijkheid tot het vergroten van het bouwvlak mag alleen onder de specifieke voorwaarde dat de vergroting vanuit de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is (en dus niet ten behoeve van neven- en/of ondersteunende activiteiten). En als een dergelijke voorwaarde niet mogelijk is dan dient deze planregel geschrapt te worden. Door reclamant wordt een voorstel gedaan van een voorwaarde die aan de planregeling zou moeten worden toegevoegd. 4. Artikel 3.2.2, onder a, sub 2: de regeling voor realisatie van “overige bouwwerken” is te vrijblijvend geformuleerd. Dit vanwege de vernieuwende agrarische bedrijfsvoering en ruimere gebruiksmogelijkheden met verschillende nevenactiviteiten. Door reclamant worden verschillende voorbeelden genoemd die als gevolg van deze regeling kunnen leiden tot ruimtelijk en landschappelijk ontsierende bebouwing. Er wordt door reclamant een aangepaste planregeling voorgesteld. 5. Artikel 3.3, onder a: de mogelijkheid voor het oprichten van een schuilgelegenheid voor dieren moet vervallen. Dit omdat dit plan is gericht op de realisatie van een voedselbos.

Opgemerkt wordt dat de vernummering onder a niet klopt (de voorwaarden zijn vernummerd van 4 t/m 8 in plaats van 1 t/m 4). 6. Artikel 3.3, onder b: de mogelijkheid voor het oprichten van een bijenstal moet vervallen. Dit omdat reclamant van mening is dat een bijenstal alleen is bedoeld voor agrarische gronden zonder dat sprake is van een agrarisch erf. Het is conform de huidige planregels voor agrarische percelen ook niet toegestaan om een bijenstal te realiseren. De realisatie van een bijenstal dient daarom gerealiseerd te worden op het eigen bouwperceel en niet op agrarische gronden in de nabijheid van buurpercelen. 7. Artikel 3.3 onder d: de mogelijkheid voor het oprichten van een beheergebouw ten dienste van het oprichten van een landgoed is zinledig en moet vervallen. Dit kan vervallen omdat sprake is van een opzichzelfstaand plan en er is geen sprake van een landgoed van minimaal 50 hectare. Daarmee ontbreekt de noodzaak van een dergelijke planregel. 8. Artikel 3.3 onder e: de mogelijkheid om het agrarisch bouwvlak met 10 meter te vergroten de voorwaarden verbinden zoals door reclamant ook is voorgesteld met betrekking tot het vergroten van het bouwvlak. Daarnaast staat in de planregeling genoemd het overschrijden van het bouwvlak ten behoeve van “een agrarisch bedrijf of van een woning”.

Omdat in onderhavig plan geen sprake is van een bouwvlak van een woning wordt gevraagd om dit in de planregeling te verduidelijken. 9. Er dient een verbodsbepaling opgenomen te worden waaruit ondubbelzinnig blijkt dat dat aanplant van bomen op essen verboden is. Dit aanvullend op de planregel in artikel 3.4 waarbij alleen wordt gesproken over verbod van aanplant “boom- en sierteelt”. Overigens moet het wel mogelijk zijn om met vergunning aan de randen van een es beplanting toe te staan, bijvoorbeeld als versterking van bestaande landschapselementen. Tot slot wordt opgemerkt dat in het ontwerpplan geen rekening is gehouden met ondergrondse infrastructuur waar geen diepgewortelde bomen mogen worden geplant vanwege risico beschadiging ondergrondse infrastructuur. 10. Artikel 3.4 onder a: aan deze verbodsbepaling ook toevoegen dat niet alleen “boom en sierteelt” op de es is verboden, maar ook de aanleg van paden ten behoeve van boom en sierteelt. 21

11. Artikel 3.4: de bepaling toevoegen dat het is verboden de gronden te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen (zoals ook in het verzamelplan 2022 is opgenomen). 12. In artikel 3.5 onder c is de mogelijkheid opgenomen voor de aanleg van een paardrijbak als aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Door reclamant wordt verondersteld dat initiatiefnemers een voorschot nemen op deze mogelijkheid, maar twijfelachtig is of aan de voorwaarden kan worden voldaan. Tevens is reclamant van mening dat een paardrijbak niet op gronden gerealiseerd mag worden die als Essen of als Archeologie-2 zijn aangeduid. 13. Artikel 3.6 lid a onder 7: aanleg van paden specifiek ten behoeve van kwekerijen kan komen te vervallen omdat kwekerij geen onderdeel uitmaakt van het voedselbos. 14. Artikel 3.6 lid b onder 2: aan deze uitzondering op de verbodbepaling toevoegen dat het moet gaan om werken en werkzaamheden die “legaal” zijn uitgevoerd. 15. Artikel 4.1 onder b: aan de bestemmingsomschrijving toevoegen dat de gronden zijn bedoeld voor een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een voedselbos “voor zover niet gelegen binnen de aanduiding “zone-essen”. Dit ter verduidelijking. 16. Artikel 4.1 onder d: dusdanig aanpassen dat het alleen mag gaan om de verwerking van de eigen geproduceerde producten. En ook alleen de verkoop daarvan. 17.

Door reclamant wordt voorgesteld om de nevenactiviteiten en voorzieningen die nu al bij recht mogelijk zijn met een aanduiding aan te geven, zoals bij de plattelandskamers. Het inrichtingsplan kan daarbij als uitgangspunt worden gehanteerd. De nieuwe of extra nevenactiviteiten (kwekerij, educatie, theeschenkerij, e.d.) moeten niet mogelijk worden gemaakt. 18. Door reclamant wordt erop gewezen dat binnen de bestemming “Agrarisch-2” het mogelijk is om onder voorwaarden een paardrijbak te realiseren en dat dit binnen de bestemming “Agrarisch-agrarisch bedrijf” ook mogelijk is. Door reclamant wordt dit te veel gevonden en doet de suggestie om de voorwaarde op te nemen dat per agrarische bedrijfsvestiging maar één paardrijbak is toegestaan. 19. Artikel 4.2.1 onder d: het toestaan van kassen is niet in overeenstemming met gemeentelijk beleid. De sloop van kassen wordt gestimuleerd zoals in de beleidslijn “Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit” is geformuleerd, landschapsontsierende kassen. De kassen zijn ook niet nodig voor de hoofdactiviteit voedselbos want jonge aanplant kan elders worden ingekocht. Elders staan kassen leeg vanwege stookkosten. Voorgesteld wordt om de mogelijkheid van kassen te schrappen vanuit landschappelijke kwaliteit en duurzaamheid. 20. Artikel 4.2.1 sub i: de mogelijkheid voor het toestaan van een woonhuis van 2.000 m³ kan komen te vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=57c36b7e-f697-4aab-8f06-3887fd03e06f