Groenbeleidsplan.pdf
Tekst van het document
Groen, en bomen in het bijzonder, zorgen voor een koelere omgeving, wat vooral van belang is bij het tegengaan van hittestress in de bebouwde omgeving. Tot slot kan het grondwaterpeil stijgen in de dorpskernen door langdurige regenval. De Lutte en de dorpskern Losser hebben hier groter risico op dan de andere dorpen. Dit komt door de ligging ten opzichte van de stuw en de rivier de Dinkel. Een groene omgeving kan de gevolgen van klimaatverandering gedeeltelijk opvangen. Zo kan het regenbuien dempen, schaduw geven tegen de zon en voor afwatering zorgen. Economisch Groen heeft positieve effecten op de economie. Het draagt bij aan het vestigingsklimaat, recreatie en toerisme. Zeker in de dorpskernen is toerisme, met name dagjes- of weekendtoerisme, belangrijk. Aantrekkelijk groen in de dorpskernen kan daarmee ondernemers,
zoals horecaondernemers, helpen. Aan de andere kant is groen niet gratis. Het groenbeleid heeft financiële consequenties voor de gemeente en kan het tot extra kosten leiden voor belanghebbenden, zoals winkels of inwoners, wanneer het groenbeleid niet naar behoren wordt uitgevoerd. Deze financiële kaders wegen mee in de keuze voor het groenbeleid. Cultuur Groen heeft een belangrijke esthetische waarde voor inwoners. Het aangezicht van het dorp wordt hierdoor bepaald. Het draagt bij aan een straatbeeld dat karakteristiek is voor de verschillende dorpskernen. Smaken kunnen verschillen, wat voor de één echter mooi en wild is, vindt de ander onverzorgd. Wanneer er keuzes worden gemaakt voor ecologische maatregelen, zoals minder frequent maaien, is het belangrijk dat beleidskeuzes aan inwoners worden uitgelegd of dat duidelijk wordt uit de inrichting dat het een bewuste beleidskeuze is en geen achterstallig onderhoud.
5.2. Uitgangspunten Bovenstaande belangen als vertrekpunt nemende hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Het groenbestand in de dorpskernen zal niet afnemen. Gelet op de diverse belangen die het groen dient, worden kansen gezocht om het groenbestand uit te breiden. 2. Bij nieuwe groenontwikkeling worden de belangen integraal afgewogen. Meer dan in het verleden betekent dit dat het groen ecologisch en klimatologisch beheerd wordt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de veiligheid van inwoners in ieder geval niet in het gedrang kan komen. 3. In sommige gevallen leidt dit tot esthetische veranderingen in de ruimtelijke leefomgeving. Bij zulke wijzigingen zal de gemeente hierover communiceren. 4. In de uitvoeringsmaatregelen streven we na geen lastenverhoging te hebben ten opzichte van het verleden. Waar sommige maatregelen extra middelen en tijd zullen kosten, zullen andere maatregelen juist tijd en middelen opleveren.
ie bijvoorbeeld Velt, https://www.velt.nu/successie. Z Zie ook de Klimaatatlas Twents Waternet 21 Dit is in lijn met de aangenomen motie om te onderzoeken of en waar klimaatbomen kunnen worden aangeplant. Dit betreft de motie: “Een klimaatboom voor elke Lossernaar” aangenomen op 12 november 2019. 19 20
22
5.3. Uitvoeringsmaatregelen De uitvoeringsmaatregelen hebben betrekking op de elementen in het groenbeleid. Per element omschrijven we wat het nieuwe groenbeleid betekent voor de planvorming, de aanplant en het onderhoud.
5.3.1. Bomen Bomen in de dorpskernen hebben zeer veel voordelen. Zo zijn ze in de kernen bepalend voor het straatbeeld. Met name met het oog op veranderingen in het weer door klimaatverandering, zijn bomen zeer belangrijk in de dorpskernen. Bomen creëren schaduwwerking, verdampen water en zorgen voor een bodem die goed doorworteld is waardoor het wel 15-25 procent water
bufferen. Daarnaast dempen bomen geluid en wind en vangen ze piekbuien op. Er kunnen gevaarlijke situaties optreden wanneer bomen niet goed onderhouden worden, zo kunnen dode bomen omvallen of grote takken verliezen. Daarom is goed en toekomstbestendige aanplant, planvorming en onderhoud essentieel.
Figuur 6. Voorbeelden van bomen in dorpskernen. Links: zuilbeuken op een plek met weinig ruimte. Midden: bomen in vaste beplanting in een woonwijk. Rechts: een kastanje in een woonwijk.
Planvorming We streven ernaar het aantal bomen in de dorpskernen te behouden en waar mogelijk te verhogen. Nu zijn er ongeveer 13.000 bomen. Verhoging van het aantal bomen binnen de dorpskernen is wenselijk omwille van de ecologische en klimatologische waarde. Dit is in lijn met de aangenomen motie om te onderzoeken of en waar klimaatbomen kunnen worden aangeplant. Het uitgangspunt is dat volwassen, vitale en beeldbepalende bomen worden behouden. We integreren volwassen, vitale bomen zoveel mogelijk in de plannen binnen projecten van de gemeente. Bij herinrichting voeren we een Bomen Effect Analyse uit, zodat de aanplant toekomstbestendig is.
•
• •
• W e zorgen voor reële en eerlijke compensatie in
het uiterste geval dat behoud niet mogelijk is, naar gelang ecologische en klimatologische waarde. We zetten de juiste soort op de juiste plek. Daarbij letten we op standplaats, bodemtype, omgevingsruimte, habitus (groeivorm) van de boom en andere (beperkende) eigenschappen. We passen duurzame, sterke, ‘houdbare’ soorten toe. Met het oog op het veranderende klimaat en extremere weersomstandigheden zal er een verandering komen in bestendigheid van (streekeigen en inheemse) geslachten en soorten. Cultivars zijn hierin van ondergeschikt belang, en worden meer bepaald door de standplaats.
• •
23
• W e houden bij nieuwbouwprojecten rekening met
de woonomgeving in de nabijheid als het gaat om de bomensoort(en) die worden gekozen. Daarin kunnen we kiezen voor overleg met de bewoners waar dit betrekking op heeft. We zorgen voor diversiteit van geslachten, ook binnen een straat of laan. We voldoen aan de kwaliteitseisen volgens de richtlijnen van de meest recente druk van het Handboek Bomen bij de (wijze van) aanplant van een nieuwe boom en het onderhoud ervan. Wij als gemeente zijn licentiehouder van dit handboek. We zorgen voor de optimale bodemgesteldheid en passen zoveel mogelijk de sortimentskeuze aan op het aanwezige bodemtype. We zorgen voor de juiste voorzieningen t.b.v. verankering en bewatering. Ook hier maken we zo duurzaam mogelijke keuzes.
• •
• •
Aanplant We selecteren bomen naar kwaliteitseisen Handboek Bomen en met optimale duurzaamheidscertificering. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid (zie ook in Handboek Bomen). We zorgen bij de aanplant voor juiste voorzieningen en behoeve van verankering en bewatering. We maken keuzes die ook op langere termijn zorgen voor een vitale boom.
• • •
• W e staan geen kap toe van bomen omwille van
schaduwwerking voor zonnepanelen of blad-, vrucht- en takval. De positieve effecten van de bomen, zoals de schaduwwerking tijdens hittestress, het opvangen van piekbuien en waterretentie, zijn daarvoor te zwaarwegend. Wel stimuleren we zonne-energie (ook voor eigenaren van daken waar geen zonnepanelen op kunnen worden gelegd) door het verlenen van groene leges en het stimuleren van energiecoöperaties. We passen incidentele snoei toe wanneer er gevaarlijke situaties ontstaan. Enige overhang naar particulier bezit snoeien we niet weg wanneer dit ten koste gaat van de vitaliteit van de boom. Dit geldt in het bijzonder als het een gezonde, volwassen boom betreft We verwijderen geen wortels bij wortelopdruk bij omwonenden van een boom. Wanneer bij de gemeente de overlast gemeld wordt, kan de omwonende in overleg wel de wortels zelf verwijderen wanneer de vitaliteit van de boom niet in het gedrang komt. Indien de boom wel beschadigd wordt, dient de omwonende hiervoor te compenseren. We laten boomspiegels zoveel mogelijk met rust, zodat een kruidenrijk grasland kan vormen ten behoeve van natuurlijke plaagbestrijding. Gevallen blad laten we zoveel mogelijk liggen voor humusvorming24.
• • •
•
Onderhoud We geven naar behoefte water in de eerste twee jaar. We controleren na twee jaar of de staat en voorzieningen van de boom nog in orde zijn. We hanteren het Handboek Bomen voor de begeleidingssnoei van de bomen. In volwassen fase is de snoeicyclus +/- vijf jaar. We werken, waar nodig, naar de gewenste opkroonhoogte vanaf aanplant. We voorkomen overbelasting van wortelprojectie. We verwijderen dood en gevaarlijk hout wanneer hierdoor gevaarlijke situaties ontstaan. Als het mogelijk is kunnen, ten behoeve van de biodiversiteit, dode bomen worden afgetopt zodat ze geen gevaar meer creëren.
• • • • • •
24
We zijn zuinig met eikenblad, omdat dit vanwege verzuring niet te veel mag worden.
24
5.3.2. Heesters en bosplantsoen Planten die houtachtige stelen ontwikkelen worden heesters genoemd. Anders dan een boom hebben heesters geen duidelijke stam, maar komen de meeste soorten met meerdere takken uit de grond. Denk bijvoorbeeld aan een vlinderstruik, een gewone vlier of een zwarte bes.
Een bosplantsoen is een samenstelling streekeigen en inheemse heesters en bomen en wordt in verschillende beplantingsvormen toegepast, zoals in een houtwal of struweel. Door het verschil in gelaagdheid krijgen bestuivers meer kansen zich te ontwikkelen en kunnen natuurlijke vijanden van plaagdieren (zoals de eikenprocessierups) zich beter handhaven.
Figuur 7. Voorbeelden van Heesterbeplanting
Planvorming We streven ernaar het aantal heesters in de dorpskernen te behouden en waar mogelijk te verhogen. Het uitgangspunt is dat volwassen, vitale en beeldbepalende heesterplantsoenen in ieder geval worden behouden. We zorgen voor reële en eerlijke compensatie in het uiterste geval dat behoud niet mogelijk is, naar gelang ecologische en klimatologische waarde. We letten bij de planvorming voor aanplant op het juiste geslacht op juiste plek, habitus, eigenschappen, bodemeisen, omgevingsruimte, groeivorm van de heesters in volwassen fase en beperkende eigenschappen en mogelijkheden van het gebied waarin de heester wordt aangeplant. We passen daarnaast duurzame, sterke, ‘houdbare’ soorten toe. Met het oog op het veranderende kli-
• • • •
•
maat en extremere weersomstandigheden zal er een verandering komen in bestendigheid van (streekeigen en inheemse) geslachten en soorten. We zorgen voor diversiteit binnen bosplantsoenen. Dit gaat om diversiteit in gelaagdheid, periode van bloei, maatvoering naar doel, kans van aanslaan en budget en oorsprong van de soort. Wat betreft dit laatste punt kiezen we, gelet op het veranderende klimaat, eventueel ook voor uitheemse geslachten/ soorten. Wanneer hier vanuit de bewoners om wordt gevraagd, overleggen we met buurtbewoners over het ontwerp van bosplantsoenen. We verwachten hiermee het begrip en enthousiasme van bewoners voor bosplantsoenen te vergroten. De kennis en ervaring van buurtbewoners kan ook gebruikt worden voor de bepaling in type planten.
•
•
25
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige en vitale struiken en met optimale duurzaamheidscertificering. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. We zorgen voor de juiste voorzieningen voor de groei van de bosplantsoenen, zoals verankering en bewatering.
• • •
Onderhoud We geven naar behoefte water in de eerste twee jaar. We passen mechanische bestrijding toe bij concurrerende, ongewenste gewassen. Daarbij letten we expliciet op dat beschadiging van de bast wordt voorkomen.
• •
5.3.3. Heggen Een heg is een aaneengesloten rij, relatief dicht bij elkaar geplante struiken met vaak als doel het scheiden van ruimte. Heggen hebben, naast een ruimtelijke functie, ook een ecologische functie omdat ze schuilplek en voortplantingsplekken bieden voor vele soorten. Vaak worden heggen verward met hagen. Een haag is een aaneengesloten rij, relatief dicht bij elkaar geplante struiken of coniferen die doorgaans één keer per jaar wordt gesnoeid. Hagen vergen relatief veel onderhoud en hebben, vanwege de frequente snoei,
• W e snoeien in de volwassen fase in een cyclus
van ca. vijf jaar. Verjonging kan plaatsvinden door uitdunning van de heesters. Voor botanische rozen geldt een snoeicyclus van één keer per drie tot vier jaar. Uitgezonderd zijn plekken waar doorgang of zicht beperkt wordt (waardoor duidelijk gevaarlijke situaties ontstaan). We laten de grond onder heesters zoveel mogelijk met rust, zodat een kruidenrijk grasland kan vormen ten behoeve van natuurlijke plaagbestrijding. Gevallen blad moet zoveel mogelijk blijven liggen voor humusvorming.
•
een minder hoge ecologische waarde dan heggen. Heggen kunnen namelijk doorgroeien, tot bloei komen en (soortafhankelijk) vruchten geven. Strakke hagen worden vaak toegepast als fysieke perceelscheiding. Of, in het geval van blokhagen, als vlakvulling. We streven ernaar om (blok)hagen in minimale mate toe te passen. Reden hiervoor is de arbeidsintensiviteit en de lage(re) ecologische waarde. Beter is het om bij deze keuze te kiezen voor (compacter groeiende) heesters die kunnen uitgroeien, bloeien en eventueel vrucht vormen.
Figuur 8. Voorbeelden van heggen
26
Planvorming We zetten heggen in als natuurlijke afscheiding, als verkeer remmend of verkeer geleidend element. We streven ernaar het aantal heggen in de dorpskernen te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Uitgangspunt het behoud van volwassen vitale beeldbepalende heggen. We zorgen voor reële en eerlijke compensatie in het uiterste geval dat behoud niet mogelijk is, naar gelang ecologische en klimatologische waarde. We letten bij de planvorming voor aanplant op de juiste geslacht op juiste plek, habitus, eigenschappen, bodemeisen, omgevingsruimte, groeivorm van de heesters in volwassen fase en beperkende eigenschappen en mogelijkheden van het gebied waarin de heester wordt aangeplant. We zorgen voor diversiteit binnen heggen. Dit gaat om diversiteit in gelaagdheid, periode van bloei, maatvoering naar doel, kans van aanslaan en budget en oorsprong van de soort. Wat betreft dit laatste punt kan er, gelet op het veranderende klimaat, ook gekozen worden voor uitheemse geslachten/soorten.
• • • • •
•
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige en vitale heggen We zorgen voor optimale bodemgesteldheid We zorgen voor de juiste voorzieningen voor de groei van de bosplantsoenen, zoals verankering en bewatering.
• • •
Onderhoud We geven naar behoefte water in de eerste twee jaar. We passen mechanische bestrijding toe bij concurrerende, ongewenste gewassen. Daarbij letten we erop dat beschadiging van de bast wordt voorkomen. We snoeien heggen in de volwassen fase in een cyclus van ca. vijf jaar. Verjonging kan plaatsvinden door uitdunning van de heggen. De grond onder heggen laten we zoveel mogelijk met rust, zodat een kruidenrijk grasland kan vormen ten behoeve van natuurlijke plaagbestrijding. Gevallen blad laten we zoveel mogelijk liggen voor humusvorming.
• • • •
27
5.3.4. Vaste planten Vaste planten zijn kruidachtige, meerjarige gewassen die overwinteren met hun wortels om in het voorjaar weer uit te lopen. Ze kunnen jarenlang blijven staan en fungeren als bodembedekker. In vergelijking met eenjarige planten zijn vaste planten sterker in het onderdrukken van onkruid, onder meer doordat ze
vaak al vroeg in het voorjaar uitlopen. Ze vermeerderen zich bovendien veelal vegetatief met bovengrondse of ondergrondse uitlopers, waardoor ze een vak goed dichtgroeien, zonder uit te zaaien naar ongewenste plekken. Het onderhoud van vaste planten is relatief beperkt, terwijl de sierwaarde hoog is25.
Figuur 9. Twee voorbeelden van vaste beplanting.
Planvorming We letten bij planvorming voor de aanplant op het juiste geslacht op juiste plek, habitus, eigenschappen, bodemeisen, omgevingsruimte, groeivorm van de vaste planten in volwassen fase. Daarbij passen we maatvoering toe naar het doel en budget. We zorgen voor diversiteit binnen plantsoenen en voldoende aantallen per vierkante meter. Wat betreft diversiteit gaat het om diversiteit in gelaagdheid, periode van bloei, maatvoering naar doel, kans van aanslaan en budget en oorsprong van de soort.
•
•
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige, vitale en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit versterken. Omwille van specifieke eisen en beperkingen kan gekozen worden voor uitheemse geslachten en geschikte soorten/cultivars. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. We zorgen voor naleving van de voorgeschreven menging en aantallen per vierkante meter.
•
Onderhoud
• W e geven naar behoefte water de eerste twee jaar. • W e verwijderen ongewenste concurrerende gewas-
sen handmatig, zodat er gesloten beplanting ontstaat. Dat betekent: geen onderhoud met schoffels en harken. Op die manier wordt de ondergrondse vegetatie niet verstoord. We laten de grond onder heesters zoveel mogelijk met rust, zodat een kruidenrijk grasland kan vormen ten behoeve van natuurlijke plaagbestrijding. Gevallen blad moet zoveel mogelijk blijven liggen voor humusvorming. We verwijderen afgestorven loof pas na de winter, zodat het de plant kan beschermen tegen koude weersomstandigheden. Dit biedt insecten en klein fauna ook de kans om te overwinteren.
•
•
• •
25
Hop, M.E.C.M., 2011: https://edepot.wur.nl/164009
28
5.3.5. Bloemen en bollenmengsels Bloemen en bloembollenmengsels worden steeds vaker toegepast in het openbaar groen. Mensen houden in het algemeen van de kleur en afwisseling in de beplanting en planten geven een goede
aanduiding van de seizoenen. Bloemen hebben niet alleen esthetische waarde, ze zorgen ook voor wateropname en doorlaatbaarheid en zijn belangrijk voor een groot aantal insecten.
Figuur 10. Twee voorbeelden van bollenmengsels.
Planvorming We letten bij de planvorming voor aanplant op het juiste geslacht op juiste plek. Let daarbij op het doeleinde van de plek, de bodemkwaliteit, vocht/ droogte, zon/schaduw en mogelijk onderhoud. We zorgen daarbij voor duurzame mengsels (met oog op klimaatverandering) en een combinatie van esthetiek met nut. Zorg daarnaast ook voor voldoende hoeveelheden zaad/bollen per vierkante meter. We zorgen voor diversiteit binnen de percelen. Dit gaat om diversiteit in gelaagdheid, periode van bloei, maatvoering naar doel, kans van aanslaan en budget en oorsprong van de soort. We gebruiken, waar mogelijk, zoveel mogelijk streekeigen en inheemse soorten om voldoende te voorzien in de waard/drachtfunctie van inheemse fauna.
• • • •
Onderhoud
• W e geven naar behoefte water de eerste twee jaar. • W e maaien naar behoefte in het eerste jaar om
ongewenste gewassen minder kans te geven en voor een optimaal beeld. Dit komt neer op ongeveer twee keer per jaar maaien en afvoeren. We maaien (en voeren af ) maximaal twee keer per jaar in de daaropvolgende jaren. Ruige plekken kunnen vaker gemaaid worden. We laten naar behoefte en mogelijkheid plaatselijk een gewas staan gedurende de winter om insecten en ander klein fauna een overlevingskans te geven. We maaien in de maaiperioden mei-juni en september-oktober-november, in verband met de maai-zuigcombinatie is het belangrijk dat gewassen eerst zaad laten afwerpen. We letten daarbij op de scan aanwezige fauna.
• • •
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige, vitale en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit versterken. Omwille van specifieke eisen en beperkingen kan gekozen worden voor uitheemse geslachten en geschikte soorten/cultivars. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. We zorgen voor naleving van de voorgeschreven hoeveelheden en bodembewerking. We zorgen voor gedegen nazorg (bijzaaien).
•
• • •
29
5.3.6. Gazon met intensief maaibeheer Een gazon is een veld met kort gemaaid gras en wordt onderhouden door het regelmatig maaien van het gras, zodat het op een beperkte hoogte blijft. Door het intensieve maaibeheer en de beperkte soorten is de ecologische toegevoegde waarde van gazons laag. Een voordeel van een gazon is dat het relatief weinig complex is in aanleg. Hoewel dit inderdaad kosten en tijd bespaart, lopen de kosten en tijd hoog op door het intensieve maaibeheer (in de regel 15 - 25 keer) dat dient plaats te vinden. De enige aanleiding waarop de gemeente ertoe wil besluiten het gazon te behouden, is wanneer het gazon een recreatieve functie heeft, zoals een sportveld of een dorpsplein. In andere gevallen wordt de voorkeur gegeven aan bloemrijk grasland met extensief beheer. Planvorming We passen alleen gazon (met intensief beheer) toe op plekken met een recreatief of sportief doeleind. Hierbij kan worden gedacht aan een dorpsplein (zoals in De Lutte). Op plekken waar bovenstaande niet aan de orde is, hebben bloemrijke kruiden/grasmengsels en/of bollen met een extensief beheer, de voorkeur. We zorgen voor voldoende hoeveelheden graszaad per vierkante meter.
•
Figuur 11. Een voorbeeld van een gazon met intensief maaibeheer.
•
Aanplant We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. We zorgen voor naleving van de voorgeschreven hoeveelheden en bodembewerking. We zorgen voor gedegen nazorg (bijzaaien).
• • •
Onderhoud We passen de maaifrequentie aan op basis van de locatie en de mate waarin en waarvoor het grasperk wordt gebruikt. Het streven is daarbij om minder frequent te maaien, zodat andere planten ook de kans krijgen zich te ontwikkelen en in bloei te komen. We laten het maaisel bij voorkeur liggen om ter plaatse te composteren. We maaien in de maaiperioden mei-juni en half augustus-september-oktober.
•
• •
30
5.3.7. Bloemrijk grasland met extensief beheer Bloemrijk grasland bevat naast gras ook meerjarige bloemen. De bodem wordt niet tot nauwelijks verstoord en moet redelijk schraal zijn, om de bloemen een kans te geven. Op een voedselrijke bodem groeien
grassen sneller en bieden daarom concurrentie aan de bloemen. Voor veel insecten, vlinders en bijen zijn inheemse bloemen van belang voor het voortbestaan. Daarnaast ervaren mensen de bloemrijke graslanden positief, door de variatie in kleuren.
Figuur 12. Twee voorbeelden van bloemrijk, extensief beheerd bloemrijk grasland.
Planvorming Bij de planvorming voor aanplant letten we goed op de juiste aanplant op de juiste plek. Daarbij letten we op het doeleinde van de plek, de bodemkwaliteit, vocht/droogte, zon/schaduw en mogelijk onderhoud. Belangrijke aandachtspunten zijn duurzame mengsels (met oog op klimaatverandering) en een combinatie van esthetiek met nut. We zorgen daarnaast ook voor voldoende hoeveelheden zaad/bollen per vierkante meter26. We zorgen van voor diversiteit binnen de percelen van ten minste vijftien soorten per 25 vierkante meter. Dit gaat om diversiteit in gelaagdheid, periode van bloei, maatvoering naar doel, kans van aanslaan en budget en oorsprong van de soort. We gebruiken, waar mogelijk, zoveel mogelijk streekeigen en inheemse soorten om voldoende te voorzien in de waard/drachtfunctie van inheemse fauna.
•
•
•
•
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige, vitale en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit ver-
•
26
sterken. Omwille van specifieke eisen en beperkingen kan gekozen worden voor uitheemse geslachten en geschikte soorten/cultivars. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. Dit betekent een verschraalde bodem door middel van maaien en afvoeren. We zorgen voor naleving van de voorgeschreven hoeveelheden en bodembewerking. We zorgen voor gedegen nazorg (bijzaaien).
• • •
Onderhoud We maaien (en voeren af ) naar behoefte in het eerste jaar om ongewenste gewassen minder kans te geven en voor een optimaal beeld. Dit komt neer op ongeveer twee keer per jaar maaien en afvoeren. In de daaropvolgende jaren doen we maximaal twee keer per jaar aan maaien en afvoeren. Ruige plekken kunnen eventueel vaker gemaaid worden. We houden rekening met de maaiperioden mei-juni en september-oktober-november, in verband met de maai-zuigcombinatie is het belangrijk dat gewassen eerst zaad laten afwerpen. Daarbij letten we op de scan aanwezige fauna.
• • •
Louis Bolk Instituut, Memo: invulling kruidenrijk grasland, 2019
31
5.3.8. Wadi’s Wadi staat voor Water Afvoer Drainage en Infiltratie en is een groene greppel in een bebouwd gebied. Een wadi bergt het regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de grond. Na flinke regenbuien stroomt een wadi vol, in droge perioden zijn wadi’s (in tegenstelling tot sloten of vijvers) leeg. Wadi’s hebben
ecologische toegevoegde waarde omdat ze dekking kunnen bieden voor kleine zoogdieren, amfibieën en insecten zoals dagvlinders en sprinkhanen. Ook draagt het bij aan waterretentie in de stad en zorgt voor een minder grote belasting van het watersysteem bij langdurige regen.
Figuur 13, links een volgelopen wadi na hevige regen. Rechtsboven, een wadi wanneer deze gemaaid is. Rechtsonder, een wadi met grasbegroeiing. Planvorming We gebruiken, waar mogelijk, kruidenmengsels, vaste planten, heesters en bomen bij de aanleg van de wadi. Aandachtspunten in de aanplant zijn de ligging, grootte en constructie. Natuurvriendelijk inrichten verbetert de doorworteling en verhoogt de kans op bodemactiviteit. Bovendien zijn wadi’s zo visueel aantrekkelijker voor de bewoners. We gebruiken, waar mogelijk, zoveel mogelijk streekeigen en inheemse soorten om voldoende te voorzien in de waard/drachtfunctie van inheemse fauna. We zorgen voor reliëf in het oppervlak. Dit heeft een ecologisch gunstig effect voor de wadi’s. We voorkomen invulling met intensief beheer, zoals grasmengsels met intensief maaibeheer.
•
• • •
Aanplant We selecteren kwalitatief hoogwaardige, vitale en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit versterken. Omwille van specifieke eisen en beperkingen kan gekozen worden voor uitheemse geslachten en geschikte soorten/cultivars. We zorgen voor optimale bodemgesteldheid. We zorgen voor naleving van voorgeschreven hoeveelheden en bodembewerking.
•
• •
• W e zorgen dat bekend is hoe de wadi is opgebouwd
en of er eventuele technische constructies onder het oppervlak aanwezig zijn, en handel daarnaar. We voorkomen verdichting van de bodem door veelvuldig belasten met zware machines en materialen.
•
Onderhoud We passen onderhoud toe naar gelang de toegepaste invulling. Dit vraagt om maatwerk. Doorgaans is het onderhoud wel extensief. We maaien naar behoefte in het eerste jaar, dit komt neer op ca. twee keer per jaar. We maaien (en voeren af ) maximaal twee keer per jaar in de daaropvolgende jaren. Ruige plekken kunnen vaker gemaaid worden. We maaien in de maaiperioden mei-juni en september-oktober-november. In verband met de maai-zuigcombinatie is het belangrijk dat gewassen eerst zaad laten afwerpen. Daarbij letten we op de scan aanwezige fauna. We voorkomen verdichting van de bodem door veelvuldige belasting met zware machines en door het dichtslibben van organisch materiaal.
• • • •
•
32