CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Buitengebied partiële herziening Rood voor Groen Singraven

Raadsvergadering 15 oktober 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied part.herz. Rood voor Groen Singraven32.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

23AF113

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Bijlagen bij de toelichting

57

Bijlage 1

Nieuwe bouwlocaties Singraven

58

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

107

Bijlage 3

Erfinrichtingsplannen

170

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna Erve Slinge

181

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna Erve Haboer

222

Bijlage 6

Actualisatie QS Flora en Fauna 2023

259

Bijlage 7

Actualisatie QS Flora en Fauna Erve Haboer 2024

265

Bijlage 8

Quickscan natuurwaarden Ommetje Beuningen

276

Bijlage 9

Bodemonderzoek Erve Slinge

313

Bijlage 10

Bodemonderzoek Erve Haboer

387

Bijlage 11

AERIUS-berekening Erve Slinge en Haboer

447

Bijlage 12

AERIUS aanlegfase met intern salderen

481

Bijlage 13

AERIUS gebruiksfase met intern salderen

493

Bijlage 14

Aanmeldnotitie

502

Bijlage 15

Nota van zienswijzen

523

Regels

533

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

534 534 539

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingsregels Agrarisch - 2 Natuur - Natuur en Bos Verkeer - Onverhard Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Landgoed Waarde - Natuur en landschap

540 540 542 544 545 550 552 553

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

554 554 555 556 557 558

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

560 560 561

Bijlagen bij de regels

563

Bijlage 1

Locatie lemenschuur

564

Bijlage 2

Ommetje Beuningen

566

Bijlage 3

Landschappelijk inpassingsplan Erve Haboer

568

bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401

2

Bijlage 4

Landschappelijk inpassingsplan Erve Slinge west

571

Bijlage 5

Landschappelijk inpassingsplan Erve Slinge oost

574

bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401

3

bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401

4

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Rood voor Groen Singraven NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401

5

GEMEENTE LOSSER BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, PARTIËLE HERZIENING: ROOD VOOR GROEN SINGRAVEN

IDENTIFICATIECODE: NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph01-0401

PLANSTATUS: STATUS: CONCEPT ONTWERP VASTGESTELD

DATUM:

05-02-2019 28-11-2023 OKTOBER 2024

1

INHOUDSOPGAVE 1

2

INLEIDING

3

1.1

Voorgeschiedenis

3

1.2

Plan- en besluitvorming 2023 - 2024

4

1.3

Leeswijzer

5

HUIDIGE SITUATIE

6

2.1

Het Landgoed Singraven

6

2.2

Plangebied Rood voor Groen Singraven

6

2.3 3

4

5

6

7

2.2.1

Overzicht deelgebieden ........................................................ 6

2.2.2

Erve Slinge ....................................................................... 7

2.2.3

Erve Haboer ..................................................................... 8

2.2.4

Lemenschuur .................................................................... 9

2.2.5

Ommetje Beuningen ............................................................ 9

Vigerend bestemmingsplan

10

PLANBESCHRIJVING

11

3.1

Uitgangspunten en randvoorwaarden

11

3.2

Erve Slinge

12

3.3

Erve Haboer

13

3.4

Wandelroute Ommetje Beuningen

14

3.5

Waarborging Rood voor Groen

15

3.5.1

Privaatrechtelijke borging ................................................... 15

3.5.2

Publiekrechtelijke borging .................................................. 16

BELEIDSKADER

17

4.1

Rijksbeleid

17

4.2

Provinciaal beleid

18

4.3

Regionaal beleid

30

4.4

Gemeentelijk beleid

31

OMGEVINGSASPECTEN

34

5.1

Ecologie

34

5.2

Bodem

38

5.3

Water

38

5.4

Cultuurhistorie en archeologie

40

5.5

Bedrijven en milieuzonering

42

5.6

Geluid

44

5.7

Luchtkwaliteit

46

5.8

Externe veiligheid

47

5.9

Milieueffectrapportage

48

JURIDISCHE TOELICHTING

49

6.1

Algemeen

49

6.2

Toelichting op de bestemmingen

49

UITVOERBAARHEID

51

7.1

Maatschappelijke haalbaarheid

51

7.2

Economische uitvoerbaarheid

51

2

1

INLEIDING

1.1

Voorgeschiedenis Versterkingsplannen Landgoed Singraven Ten noordwesten van het dorp Beuningen ligt het Landgoed Singraven. Verspreid over de gemeenten Dinkelland en Losser heeft dit landgoed, dat gekenmerkt wordt door hoge cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden, een omvang van circa 500 hectare. Het waardevolle karakter wordt onder andere bepaald door het monumentale Huis Singraven. Daarnaast bevinden zich verspreid over het landgoed een aantal karakteristieke boerderijen en andere gebouwen, meest met een woonbestemming. Veel van de gebouwen zijn aangewezen als rijksmonument. Het cultuurlandschap van het landgoed heeft zich ontwikkeld vanaf de 14e eeuw, het moment waarop de naam Singraven voor het eerst wordt vermeld. Sindsdien heeft Singraven diverse eigenaren gehad en mede daardoor hebben vele veranderingen plaatsgevonden in het landschap. Iedere eigenaar heeft Landgoed Singraven geëxploiteerd binnen de omstandigheden van die tijd. Ondanks verschillende beheerfilosofieën heeft altijd één begrip onveranderlijk centraal gestaan: het landgoed, als een economische eenheid, dient zelfvoorzienend te zijn. De opbrengsten uit bosbouw, landbouw, veehouderij, tuinbouw en de jacht dienen de onderhoudskosten van het landgoed, park en huis te dekken. Anno 2023 is Stichting Edwina van Heek eigenaar en beheerder van het landgoed.

Om ook op de lange termijn het landgoed duurzaam in stand te kunnen houden verscheen reeds in 2010 de visie ‘De toekomst van het Landgoed Singraven; Synergie door samenhang en samenwerking’. In deze toekomst- c.q. ontwikkelvisie geeft de Stichting aan het landgoed te willen versterken, opdat de maatschappelijke betekenis ervan wordt vergroot. Na verankering van de toekomstvisie in het ‘Landgoedversterkingsplan 2010’ is een studie uitgevoerd naar mogelijke nieuwe bouwlocaties op Landgoed Singraven, waarbij met name is ingegaan op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en inpassingsmogelijkheden van deze locaties. In 2013 resulteerde deze studie in het document ‘Landgoed Singraven: Mogelijke nieuwe bouwlocaties op Singraven in het kader van Rood voor Groen’. Vanuit deze studie zijn vervolgens de erven Slinge en Haboer geselecteerd als locaties binnen het landgoed en binnen de gemeente Losser, waar op passende wijze nieuwe woningen c.q. woonbestemmingen gerealiseerd kunnen worden. Tot slot verscheen in 2018 het ‘Beeldkwaliteitsplan Landgoed Singraven’, waarin de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en randvoorwaarden voor de nieuwe erven nader zijn benoemd. Voornoemde documenten zijn als bijlage aan deze Toelichting toegevoegd.

Rood voor Groen Bij de publicatie van de toekomstvisie in 2010 kon reeds worden geconstateerd dat de benodigde investeringen voor realisatie van de versterkingsplannen niet kostendekkend zijn en nieuwe economische dragers nodig zijn. Stichting Edwina van Heek ging dan ook op zoek naar additionele economische dragers, een en ander in lijn met de provinciale regeling ‘Rood voor Groen’. Via ‘Rood voor Groen’ biedt de provincie Overijssel ruimte aan nieuwe ontwikkelingen, zoals de realisatie van nieuwe gebouwen c.q. ‘rood’ in het buitengebied, onder de voorwaarde dat er tevens wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de Groene Omgeving.

3

Rood voor Groen Voor landgoederen die minimaal 50 jaar oud en minimaal 50 ha groot zijn, een belangrijke maatschappelijke functie vervullen en een belangrijke bijdrage leveren aan de realisering van de provinciale en gemeentelijke doelstellingen op het gebied van natuur, landschap, cultuurhistorie, water en recreatief medegebruik heeft de provincie Overijssel de regeling ‘Rood voor Groen’ opgesteld. De provincie stimuleert hiermee partijen om een duurzame kwaliteitsimpuls te geven aan maatschappelijke functies binnen een landgoed. Om het realiseren van deze kwaliteitsimpuls haalbaar te maken biedt de provincie ontwikkelingsruimte, bijvoorbeeld voor de realisatie van nieuwe bebouwing. De ambitie bij dit alles is om op eigentijdse wijze voort te bouwen op de (kern)kwaliteiten van een landgoed. Het instrument ‘Rood voor groen’ komt vooral aan bod bij ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in een geldend bestemmingsplan en waarvoor een nieuw, passend planologisch kader moet worden vastgesteld .

Projectenlijst ‘Singraven gaat voor Groen’ In 2016 heeft Stichting Edwina van Heek de verschillende landgoedversterkende maatregelen opgenomen in de ‘Projectenlijst Singraven gaat voor Groen’. Deze lijst omvat een beschrijving, onderbouwing en uitwerking van groene projecten op het Landgoed, welke reeds gerealiseerd zijn dan wel nog gerealiseerd gaan worden vanuit de ‘rode’ ontwikkelingen op Landgoed Singraven. De lijst biedt tevens inzicht in de kosten van deze projecten en de mate waarin in deze kosten kan worden voorzien. Daarbij gaat het niet alleen om de eenmalige investeringen, maar ook om het duurzame beheer van de investeringen. In lijn met het vertrekpunt van de Rood voor Groen regeling dat ontwikkelingen gericht dienen te zijn op het creëren van extra kwaliteiten, zijn in de projectenlijst concrete verbeterprojecten voor groen en water opgenomen in combinatie met de aanleg van recreatieve voorzieningen binnen de gemeente Losser. Kort samengevat vormt de Projectenlijst een concrete vertaling van de toekomstvisie en het hierop afgestemde landgoedversterkingsplan in uitvoeringsprojecten. In deze lijst gaat het voor de gemeente Losser in het voorliggende proces van plan- en besluitvorming met name om: ˗ Nieuw wandelommetje tussen Beuningen en het Sterrenbos, te realiseren over nieuw Erve Haboer en aantakkend op de Beuningerstraat (‘Ommetje Beuningen’).

˗ Verplaatsing karakteristieke Lemenschuur van locatie Borgbosweg naar nieuw Erve Haboer. Overeenkomst ‘Rood voor Groen SIngraven’ Op 20 december 2016 heeft het College van B&W van de gemeente Losser ingestemd met de planvorming van Stichting Edwina van Heek met inbegrip van de binnen het ontwikkeltraject opgestelde documenten en daarbij tevens het besluit genomen om met de Stichting de overeenkomst ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Rood voor Groen) Singraven’ aan te gaan. In deze overeenkomst zijn onder meer alle (vervolg)afspraken omtrent de toepassing van Rood voor Groen op landgoederen vastgelegd. De Projectenlijst ‘Singraven gaat voor Groen’ is bij dit alles als bijlage aan deze overeenkomst toegevoegd. De Projectenlijst inclusief voortraject heeft daarmee een bestuurlijke instemming gekregen vanuit de gemeente Losser, formeel bekrachtigd in de overeenkomst met Stichting Edwina van Heek. Met het vanaf 2010 doorlopen traject en de binnen dit traject opgestelde documenten, waaronder met name de Projectenlijst, is dan ook een solide basis gevormd voor het toepassen van de ‘Rood voor Groen’-regeling en daarmee ook de basis voor dit bestemmingsplan ‘Buitengebied, Partiële herziening Landgoed Singraven’.

1.2

Plan- en besluitvorming 2023 - 2024 Vanuit haar toekomstvisie en de hierop volgende studies en documenten heeft Stichting Edwina van Heek allereerst invulling gegeven aan bestaande, veelal leegstaande gebouwen op het Landgoed Singraven met nieuwe economische functies. Vervolgens is ‘nieuw rood’ ontwikkeld, in procedure gebracht en inmiddels op een aantal nieuwe erven gerealiseerd. Anno 2023 zijn, verdeeld over de gemeenten Dinkelland en Losser, plannen ontwikkeld – en deels reeds tot realisatie gebracht – voor in totaal 7 nieuwe erven (zie figuur 1.1). Twee van deze erven, te weten erve ‘Slinge’ en erve ‘Haboer’, bevinden zich binnen de gemeente Losser.

4

Figuur 1.1: Nieuwe erven binnen Landgoed Singraven.

Voor zowel Erve Haboer als Erve Slinge is de planvorming gericht op de realisatie van nieuw rood. Kort samengevat zien de plannen voor de twee nieuwe erven er als volgt uit: Erve Haboer: ˗ Realisatie van 2 nieuwe woningen. ˗ Herbouw van de karakteristieke Lemenschuur, die momenteel (tijdelijk) geplaatst is op een perceel aan Borgbosweg 6, gevolgd door ingebruikname als woning. Erve Slinge: ˗ Realisatie van 7 woningen (1 ééngezinswoning en 6 starterswoningen) naast de reeds aanwezige boerderijwoning. De realisatie van de nieuwe erven De Slinge en Haboer vormt daarmee de aanleiding voor deze partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Voor beide erven geldt immers dat de beoogde situatie niet past binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Doel van de voorliggende herziening is dan ook om zowel de gewenste inrichting als het beoogde gebruik van deze erven mogelijk te maken.

1.3

Leeswijzer Dit document vormt de Toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Partiële herziening Landgoed Singraven’. Aangezien Landgoed Singraven zowel gronden binnen de gemeente Losser als Dinkelland omvat en het ontwikkeltraject van Stichting Edwina van Heek ook nieuwe erven binnen de gemeente Dinkelland omvat, worden in deze Toelichting - vanwege de samenhang ook (gebieds)aspecten beschreven die buiten de reikwijdte van de gemeente Losser vallen. Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en wordt in hoofdstuk 3, na een beschrijving van de uitgangspunten en randvoorwaarden, per locatie de gewenste situatie nader omschreven. In hoofdstuk 4 wordt de planvorming getoetst aan het vigerende beleid van de betrokken overheden en in hoofdstuk 5 aan de omgevingsaspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 het juridische systeem toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid van het plan behandeld.

5

2

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Het Landgoed Singraven Nabij het dorp Beuningen, in het noordwestelijke deel van de gemeente Losser, ligt het Landgoed Singraven. Het middelpunt van het landgoed wordt gevormd door het Huis Singraven, gelegen in een lus van de Dinkel. Het er omheen liggende park is aangelegd in Engelse landschapsstijl. Figuur 2.1: Landgoed Singraven (binnen blauwe lijn). Gemeente Dinkelland

In algemene zin kan worden gesteld dat Landgoed Singraven zeer gewaardeerd wordt als een recreatief park met hoge natuur- en cultuurhistorische waarden. Niet alleen het Huis Singraven, maar ook het landschap van Noordoost Twente, benoemd tot Nationaal Landschap, en de veelal karakteristieke boerderijen op het landgoed behoren tot de cultuurwaarden van Singraven. De rivier de Dinkel, die op een natuurlijke wijze door het landgoed stroomt, is onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) en heeft daarmee hoge natuurwaarden.

Landgoed Singraven

Gemeente Losser

Er bevinden zich circa 20 gebouwen op het Landgoed Singraven, meest met een woonbestemming. In het kader van de monumentenwet is een groot deel van het landgoed aangemerkt als historische buitenplaats en zijn veel gebouwen aangewezen als rijksmonument.

Haboer Slinge

2.2

Plangebied Rood voor Groen Singraven

2.2.1

Overzicht deelgebieden

De locaties voor de twee nieuwe erven ‘Slinge’ en ‘Haboer’ bevinden zich in het zuidoostelijke deel van het Landgoed.

Het plangebied voor deze partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ betreft de locaties van de twee nieuwe erven ‘Slinge’ en ‘Haboer’. Erve Slinge bevindt zich aan de dorpsrand van Beuningen en Erve Haboer betreft een aantal agrarische percelen tussen het Sterrenbos en het dorp Beuningen. Erve Haboer is momenteel onbebouwd. Op Erve Slinge is op het oostelijke deelperceel reeds bebouwing aanwezig. In het kader van ‘Rood voor Groen’, de hiermee samenhangende Projectenlijst ‘Singraven gaat voor Groen’ en de overeenkomst tussen Stichting Edwina van Heek en de gemeente zijn aan het plangebied tevens de huidige locatie van de Lemenschuur en (de omgeving van) het Sterrenbos verbonden. De Lemenschuur, momenteel gesitueerd op het perceel Borgbosweg 6, zal worden verplaatst en voor bewoning geschikt gemaakt op Erve Haboer. Na verplaatsing komt de bouwaanduiding ‘Karakteristiek’ op de

6

verlaten locatie te vervallen en vormen de vigerende, onderliggende bestemmingen hier onverkort het planologische kader. Tot slot is het Sterrenbos en omgeving het gebied waarbinnen de realisatie van het ‘Ommetje Beuningen’ is voorgestaan. Figuur 2.2: Locatie nieuwe erven Landgoed Singraven, huidige positie Lemenschuur en locatie Sterrenbos. Huidige locatie Lemenschuur

Sterrenbos

Erve Haboer

Erve Slinge

Beuningen

2.2.2

Erve Slinge Erve Slinge betreft twee percelen c.q. deelerven aan de Beuningerstraat, gelegen aan de rand van het dorp Beuningen, aan weerszijden van de Borgbosweg. Het oppervlak van Erve Slinge bedraagt in totaal circa 7.400 m2, waarbij het westelijk gelegen deelerf een omvang heeft van circa 5.100 m2 en het oostelijk deelerf een omvang van circa 2.300 m2. Het westelijk deel van Erve Slinge c.q. de planlocatie betreft reeds bebouwde gronden. Onder meer bevindt zich hier de karakteristieke boerderij ‘Slinge’ met bijbehorende stal en schuur. De boerderij en de schuur zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Het oostelijk deel van de planlocatie is onbebouwd en momenteel als agrarisch grasland in gebruik. Figuur 2.3: Planlocatie Erve Slinge: Luchtfoto.

7

Figuur 2.4: Sfeerbeelden huidige situatie Erve Slinge (links westelijk deel, rechts oostelijk deel).

2.2.3

Erve Haboer De planlocatie voor Erve Haboer betreft momenteel onbebouwd agrarisch grasland, verdeeld over twee van elkaar gescheiden percelen. Het aan de zuidzijde grenzende bos maakt deel uit van het NNN, de planlocatie als zodanig niet. Het oppervlak van Erve Haboer bedraagt in totaal circa 4.500 m2, waarbij het noordoostelijk gelegen deelerf een omvang heeft van circa 3.000 m2 en het zuidwestelijke deelerf een omvang van circa 1.500 m2. Figuur 2.5: Planlocatie Erve Haboer.

Figuur 2.6: Sfeerbeeld huidige situatie Erve Haboer.

8

2.2.4

Lemenschuur Stichting Edwina van Heek is eigenaar van de zogenoemde ‘Lemenschuur’ gelegen in het weiland naast het perceel Borgbosweg 6 te Beuningen. Het initiële bouwjaar van de Lemenschuur is onbekend. De schuur stond oorspronkelijk op erve Reest te Agelo en is in 1965 verplaatst naar de huidige locatie. De voormalige hooischuur deed dienst als opslag voor werktuigen, als melkstal en als paardenstal. De Lemenschuur is een zogenoemde vakwerkschuur met leemvulling en rietenkap. Aan de Lemenschuur is geen Monumentenstatus toegekend. Anno 2023 heeft de Lemenschuur geen functie en staat het leeg. Figuur 2.7: Huidige situatie (links) en locatie (rechts) Lemenschuur.

2.2.5

Ommetje Beuningen De bewoners van Beuningen hebben aangegeven dat een wandelpad langs de Dinkel, tussen de Oude Dijk en de Borgbosweg, gewenst is. In de Projectenlijst ‘Singraven gaat voor Groen’ is dit wandelpad, ofwel het ‘Ommetje Beuningen’, dan ook opgenomen teneinde de Dinkel en het landgoed beter te kunnen ervaren. Figuur 2.8: Tracé ‘Ommetje Beuningen’.

9

2.3

Vigerend bestemmingsplan Landgoed Singraven Binnen het grondgebied van de gemeente Losser is het bestemmingsplan Buitengebied, zoals vastgesteld op 19-03-2013, van toepassing op Landgoed Singraven. Vervolgens zijn er partiële herzieningen van dit bestemmingsplan vastgesteld op respectievelijk 10-06-2014, 10-11-2015, 2006-2017, 18-12-2018, 09-03-2021 en 16-05-2023. Deze partiële herzieningen zijn onverkort van toepassing op de planologische besluitvorming voor de nieuwe erven Slinge en Haboer. Erve Slinge Conform het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gelden voor planlocatie Erve Slinge, verdeeld over de twee deelerven, als enkelbestemmingen Wonen – voormalig boerderij en Agrarisch – 2. Voor de schuur geldt de specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument. Als dubbelbestemming gelden voor Erve Slinge Waarde - Archeologie 2, Waarde – Landgoed en Waarde – Natuur en landschap. Tot slot bevindt de planlocatie zich in een zone met als gebiedsaanduiding Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied. De planvorming voor Erve Slinge is ruimtelijk en functioneel niet inpasbaar binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Erve Haboer Conform het vigerende bestemmingsplan Buitengebied geldt voor planlocatie Erve Haboer als enkelbestemming Agrarisch – 2. Als dubbelbestemming gelden hier Waarde – Archeologie -2, Waarde – Landgoed en Waarde – Natuur en landschap.

Tot slot bevindt de planlocatie zich in een zone met als gebiedsaanduidingen Essen en Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied. De planvorming voor Erve Haboer is ruimtelijk en functioneel niet inpasbaar binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Lemenschuur Conform het vigerende bestemmingsplan geldt voor de huidige c.q. tijdelijke locatie van de Lemenschuur de enkelbestemming Agrarisch-2, maar is aan de concrete locatie van dit bouwwerk de bouwaanduiding Karakteristiek gegeven. Als dubbelbestemmingen gelden hier Waarde Archeologie – 2, Waarde – Landgoed en Waarde – Natuur en landschap. Het verplaatsen van de Lemenschuur naar Erve Haboer brengt met zich mee dat voornoemde bouwaanduiding voor de huidige c.q. tijdelijke locatie komt te vervallen. Ommetje Beuningen Conform het vigerende bestemmingsplan gelden voor het traject van het Ommetje Beuningen, ofwel de gronden waarover dit wandelpad wordt aangelegd, als enkelbestemmingen Natuur Natuur en bos, Agrarisch – 2 en Verkeer – onverhard. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2, Waarde - Landgoed en Waarde - Natuur en landschap van toepassing. (dubbelbestemming). De aanleg en openstelling van het Ommetje Beuningen vormt zowel ruimtelijk als functioneel geen strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan.

10

3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Uitgangspunten en randvoorwaarden Algemeen Aan het ‘Rood voor Groen’ op Landgoed Singraven is een jarenlang traject voorafgegaan, waarin structureel overleg tussen Landgoed Singraven, gemeente Losser en provincie Overijssel heeft plaatsgevonden. In dat traject is vooral stil gestaan bij de investeringen ter verbetering van de groene kwaliteit van het landgoed, beheerkosten, (on)mogelijkheden en randvoorwaarden voor toevoeging van nieuw rood op het landgoed en de juiste balans tussen verbetering van de groene kwaliteit enerzijds en opbrengsten uit nieuw rood anderzijds. Ruimtelijke kwaliteit vormde bij dit alles een essentieel punt, waar Stichting Edwina van Heek dan ook zeer zorgvuldig mee is omgegaan. Het voortraject van de planvorming heeft geresulteerd in een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden voor de realisatie en ingebruikname van de nieuwe erven binnen de betrokken gemeenten Dinkelland en Losser. Het eerder doorlopen traject van visievorming, inventarisatie, analyse en planontwikkeling heeft in juli 2016 geresulteerd in het ‘Beeldkwaliteitsplan Landgoed Singraven’, met daarin de belangrijkste aandachtspunten voor de vorming van de nieuwe erven. Beeldkwaliteitsplan Landgoed Singraven Het Beeldkwaliteitsplan is op 15 oktober 2018 door het team Omgevingskwaliteit van Het Oversticht van een positief advies voorzien.

Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee de basis voor de verdere uitwerking en realisatie van de ontwikkelplannen voor de twee nieuwe erven. Voorafgaand aan en ten behoeve van deze planologische besluitvorming zal de gemeenteraad van Losser het Beeldkwaliteitsplan als nieuw welstandskader voor de nieuwe erven vaststellen. Het navolgende vormt een overzicht van de planologisch meest relevante uitgangspunten voor de gewenste situatie op de erven Slinge en Haboer, zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan. Stedenbouw en architectuur Als vertrekpunt geldt dat de kavels een omvang krijgen van minimaal circa 1.000 m 2. Vanuit landschappelijk opzicht zijn op deze kavels grote bouwvolumes wenselijk; die refereren namelijk aan de maat van (de oorspronkelijke) boerderijen en passen bij de schaal van het landschap. De architectonische uitgangspunten, zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan, zijn voor Erve Slinge categorie 3 en voor Erve Haboer categorie 2 en 3 van de architectuurzonering. Figuur 3.1: Categorieën architectuurzonering conform Beeldkwaliteitsplan.

Inrichtings-/beplantingsplan en landschappelijke inpassing nieuwe erven Tegen de achtergrond van het bos- en houtwallenrijke landschap van Singraven dienen de nieuwe erven zoveel mogelijk aan te sluiten bij het beeld van de boerenerven, die kenmerkend zijn voor

11

dit deel van Twente. In lijn met de gewenste bouwvolumes staan c.q. komen op het erf grote bomen, met soorten die in het gebied passen. Een overzichtskaart van de realisatie van de erven Slinge en Haboer is gegeven in figuur 3.2. Figuur 3.2: Overzichtskaart ontwikkelplan erven Slinge en Haboer (Bron: Toft Erf- en landschapsontwerp).

3.2

Erve Slinge De beoogde situatie voor Erve Slinge betreft een reguliere woonbestemming, waarbinnen de realisatie mogelijk is van 7 woningen met bijbehorende bouwwerken, naast de bestaande boerderijwoning. Van de 7 nieuwe woningen wordt er één gerealiseerd op de plek van de huidige c.q. te slopen varkensschuur, gelegen op de noordzijde van het westelijke deelerf, en zes aan de oostzijde van de Borgbosweg. De benodigde parkeerplaatsen worden binnen Erve Slinge worden binnen de (deel)perceelgrenzen aangelegd op plaatsen, zo min mogelijk zichtbaar vanaf de openbare weg. Een impressie van het ontwikkelplan voor Erve Slinge is gegeven in figuur 3.3, met onderscheid gemaakt in het westelijk (figuur 3.3a) en het oostelijk erfdeel (figuur 3.3b).

12

Figuur 3.3a: Schetsontwerp Erve Slinge: westelijk erfdeel.

Figuur 3.3b: Schetsontwerp Erve Slinge: oostelijk erfdeel.

3.3

Erve Haboer De beoogde situatie voor Erve Haboer betreft een ensemble van gebouwen, verdeeld over de twee deelerven. Op het zuidwestelijke deel wordt de karakteristieke Lemenschuur, momenteel gelegen op het perceel Borgbosweg 6, herplaatst en geschikt gemaakt om als woning te fungeren. De herbouw van de Lemenschuur op Erve Haboer zal plaatsvinden met gebruikmaking van dezelfde maatvoeringen en waar mogelijk dezelfde c.q. authentieke materialen. Tevens wordt

13

op het zuidwestelijke deelerf een parkeerschuur gebouwd. Op het noordoostelijke deelerf is voorzien in een boerderijwoning en een schuurwoning. Deze woningen delen gezamenlijk een parkeerschuur. De ontsluiting van de twee deelerven zal plaatsvinden via een gemeenschappelijke toegangsweg, die in zuid-noord richting door het gebied loopt. Vanaf het zuidelijke deelerf sluit dit reeds aanwezige toegangspad aan op de Borgbosweg. Een impressie van het ontwikkelplan voor Erve Haboer is gegeven in figuur 3.4. Figuur 3.4: Schetsontwerp Erve Haboer.

3.4

Wandelroute Ommetje Beuningen De aanleg van het ‘Ommetje Beuningen’ sluit aan op de ambitie van de Stichting Edwina van Heek om de toegankelijk van het Landgoed Singraven voor het publiek (beter) mogelijk te maken en daarmee zowel het landgoed als de omgeving daarvan voor het publiek aantrekkelijker maken om er te komen en er te (ver)blijven. Daarnaast hebben de bewoners van Beuningen in het recente verleden regelmatig aangegeven dat een wandelpad langs de Dinkel, tussen de Oude Dijk en de Borgbosweg, gewenst is. Via dit pad, oftewel het Ommetje Beuningen, is het Sterrenbos beter en veiliger bereikbaar voor veel Beuningers en daarnaast is het hart van landgoed Singraven eenvoudiger te bereiken. Het belang om dit pad langs de Dinkel, de belangrijkste ader van de omgeving, maar ook van het landgoed, te leggen, is om de Dinkel, die veelal door ontoegankelijk natuurgebied loopt, beter te ervaren. Het Ommetje Beuningen begint vanaf de Oude Dijk en loopt over de oever van de Dinkel naar het Sterrenbos. Vervolgens loopt de route langs het Sterrenbos en buigt zich af richting erve Haboer, om aan de Beuningerstraat te eindigen. Bij het ‘Postel-bosje’ wordt een houten loopbrug gerealiseerd om een oude Dinkelarm over te steken. Het wandelpad is onverhard en wordt, zo nodig, periodiek gemaaid en onderhouden.

14

Figuur 3.5: Traject Ommetje Beuningen.

3.5

Waarborging Rood voor Groen

3.5.1

Privaatrechtelijke borging Overeenkomst ‘Rood voor Groen Singraven’ Op 20 december 2016 heeft het College van B&W van de gemeente Losser ingestemd met de planvorming van Stichting Edwina van Heek met inbegrip van de binnen het ontwikkeltraject uitgevoerde studies en opgestelde documenten. Aansluitend is op voornoemde datum het besluit genomen om met de Stichting de overeenkomst ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Rood voor Groen) Singraven’ aan te gaan, waarin onder meer alle (vervolg)afspraken omtrent de toepassing van Rood voor Groen zijn vastgelegd. Deze afspraken zijn terug te voeren tot het treffen van de landgoedversterkende maatregelen, die financieel mogelijk worden gemaakt door ontwikkeling van nieuwe rode functie(s)1. De overeenkomst biedt hiertoe zowel de randvoorwaarden als de rechten en plichten van partijen inzake de realisatie van de betreffende maatregelen, de ontwikkeling van rode functie(s) ter (mede)financiering daarvan en het beheer en onderhoud van het landgoed. In het verlengde van deze overkomst is bepaald dat de planologische maatregel, die de realisatie van de rode functies mogelijk moet maken, een (c.q. de voorliggende) partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied is.

Aanvullend op voornoemde (basis)overeenkomst heeft het College van B&W op 22 mei 2018 besloten om ook een woning te willen toestaan in de voormalige bedrijfswoning aan Borgbosweg 1. Om deze reden is op 25 juni 2018 een addendum op de overeenkomst ondertekend. Om de geactualiseerde c.q. gewijzigde invulling van Erve Slinge (starterswoningen) op passende wijze op te kunnen nemen in de overeenkomst Rood voor Groen Singraven zal een addendum op deze

1

Rode functie(s): aan het landgoed toe te voegen nieuwe functies, zoals wonen, onder te brengen in nieuw te realiseren

bebouwing of bestaande bebouwing en zowel functioneel als qua bebouwing passend bij het historische karakter van het landgoed.

15

overeenkomst worden vastgesteld. Hiertoe zal artikel 6 van de (basis)overeenkomst nader worden uitgewerkt in een separate overeenkomst.

3.5.2

Publiekrechtelijke borging Landschappelijke inpassing / landgoedversterkende maatregelen Als initiatiefnemer zal Stichting Edwina van Heek de erven Slinge en Haboer conform de resultaten van het voortraject, met name in lijn met het Beeldkwaliteitsplan, tot realisatie brengen. Zoals ook op 20 december 2016 privaatrechtelijk overeengekomen zal de breed gewenste duurzame instandhouding en ontwikkeling van het landgoed worden gerealiseerd door het treffen van landgoedversterkende maatregelen, die financieel mogelijk worden gemaakt door de ontwikkeling van nieuwe rode functies op het landgoed. Aanvullend op de privaatrechtelijke overeenkomst zullen de betreffende landgoedversterkende maatregelen via het voorliggende bestemmingsplan ook publiekrechtelijk worden geborgd. Het voorgaande betreft met name de landschappelijk inpassing van de nieuwe erven Slinge en Haboer alsmede de realisatie van het Ommetje Beuningen. Landschappelijke inpassing nieuwe erven Als vertrekpunt voor de landschappelijke inpassing van de erven Slinge en Haboer oftewel de realisatie van het Groen binnen deze erven geldt dat, conform de beleidsregel Rood voor Groen, eerst voldoende Rood (financieel) geborgd en gerealiseerd dient te zijn, op basis waarvan het Groen op financieel verantwoorde wijze (en ruimtelijk het best aansluitend) kan en zal worden aangelegd.

Het borgen van een goede landschappelijke inpassing zal in de regels van dit bestemmingsplan worden geregeld middels een voorwaardelijke verplichting. Meer concreet zal hierin worden vastgelegd dat het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstige de bestemming ‘Wonen’ gekoppeld is aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het landschappelijk inpassingsplan. Bij al het voorgaande dient te worden opgemerkt dat voor Erve Haboer en voor de twee deelerven van Erve Slinge (westelijk en oostelijk deelerf) separate erfinrichtingsplannen gelden. Ommetje Beuningen De aanleg en instandhouding van het Ommetje Beuningen zal middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan worden geborgd. Gekoppeld aan de realisatie van de twee nieuwe erven is als voorwaardelijke verplichting concreet opgenomen dat de gronden en bouwwerken binnen Erve Slinge en Erve Haboer overeenkomstig de bestemming ‘Wonen’ gebruikt mogen worden onder de voorwaarde dat na ingebruikname van alle nieuwe woningen ) geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van deze wandelroute conform de uitgangspunten, zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan (oktober 2023).

Lemenschuur Het verplaatsen van de Lemenschuur van de huidige locatie aan de Borgbosweg 6 naar nieuw Erve Haboer en het herbouwen van dit karakteristieke bouwwerk op dit nieuwe erf brengt met zich mee dat de aanduiding ‘Karakteristiek’ op de huidige locatie na de sloop van dit bouwwerk komt te vervallen. Aansluitend zal voor de betreffende locatie de onderliggende enkelbestemming Agrarisch-2 onverkort van toepassing zijn. In de regels van dit bestemmingsplan zal als voorwaardelijke verlichting worden opgenomen dat het demonteren van de Lemenschuur alleen mogelijk is in combinatie met de herbouw van dit karakteristieke bouwwerk op Erve Haboer.

16

4

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking, welke alle huidige wetten over de leefomgeving bundelt. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat daarbij om grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI richt zich vooral op ontwikkelingen, waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes tussen die belangen in samenhang moeten worden gemaakt. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in de volgende 4 prioriteiten: 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties moet daarbij helder zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water.

In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap.

In de NOVI stelt het Rijk dat de druk op de fysieke leefomgeving in Nederland zo groot is, dat belangen soms botsen. Het streven is er dan ook op gericht om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar het Rijk geeft daarbij aan dat dit niet altijd mogelijk is. Soms zijn scherpe keuzes nodig en moeten er belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI de volgende afwegingsprincipes: ˗ Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. Gezocht wordt naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik; ˗ Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Gezocht wordt naar de optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid van de verschillende gebieden c.q. gebiedstypen. ˗ Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

17

Toetsing erven Slinge en Haboer De beoogde realisatie van de erven Slinge en Haboer is in lijn met de opgaven en prioriteiten van het nieuwe Rijksbeleid. Getoetst aan de NOVI-afwegingsprincipes kan aanvullend worden gesteld dat deze realisatie tegemoet komt aan het NOVI-afwegingsprincipe ‘Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal’. Het voorliggende plan vormt daarmee een bijdrage aan de realisatie van het komende Rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzame stedelijke ontwikkeling wordt vanuit de Rijksoverheid gezien als doelstelling én als belangrijk instrument bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Als instrument doelt men dan op toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanaf oktober 2012 is deze Ladder als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden moeten vanaf deze datum op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch motiveren aan de hand van de treden van deze Ladder. In april 2017 is het Bro gewijzigd in verband met de aanpassing van deze Ladder.

Concreet is vanaf dat moment ten aanzien van de ‘nieuwe’ Ladder het volgende in het Bro opgenomen: ˗ De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ˗ De eerder van toepassing zijnde «actuele regionale behoefte» wordt vervangen door «behoefte». Toetsing erven Slinge en Haboer Het toetsen aan de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling is van toepassing op ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (Bro, art. 3.1.6). In het Bro (art 1.1.1) is stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) volgt dat van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ‘in beginsel’ sprake als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Het ontwikkelplan voor Erve Haboer voorziet in de realisatie van drie nieuwe woningen, waarvan één woning de verplaatsing en herbouw van de Lemenschuur betreft. Het ontwikkelplan voor Erve Slinge betreft de realisatie van 7 nieuwe woningen. Binnen de erven Slinge en Haboer worden derhalve minder dan 12 nieuwe woningen gerealiseerd. Resumerend kan worden gesteld dat de beoogde situatie op de erven Slinge en Haboer geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ met zich meebrengt, zoals gedefinieerd in de Bro en dat een toetsing aan de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling daarmee niet aan de orde is. Conclusie Rijksbeleid Realisatie en ingebruikname van de erven Slinge en Haboer is in lijn met de ambities en doelstellingen van het Rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie en -verordening Overijssel Provinciale Staten van Overijssel hebben in april 2017 de Omgevingsvisie Overijssel 2017 ‘Beken kleur’ en de hierop afgestemde Omgevingsverordening vastgesteld. De omgevingsvisie is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel, waarin onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur worden beschouwd in

18

samenhang met een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. Tegen deze achtergrond biedt de omgevingsvisie kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor zowel de groene als de stedelijke omgeving, met als richtjaar 2030. Volgens afspraak worden de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening elk jaar geactualiseerd, waarbij de beleidswijzigingen van de voorbije periode worden verwerkt in teksten en kaarten. Op 16 november 2022 is de laatstelijk geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Overijssel vastgesteld met daarin alle wijzigingen vanaf de Omgevingsvisie Overijssel 2017. In aansluiting op de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening een juridisch instrument, dat ervoor zorgt dat het provinciale beleid van de Omgevingsvisie doorwerkt in plannen van andere overheden. Het geeft onder meer regels voor gemeentelijke ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen. Gekoppeld aan de Omgevingsvisie is op 16 november 2022 eveneens de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld met daarin alle wijzigingen vanaf de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Omgevingsvisie Overijssel Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.

Voor het aspect Duurzame kwaliteit is de provinciale ambitie onder meer gericht op het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Bij Ruimtelijke kwaliteit dient elke ontwikkeling iets bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Deze kwaliteit kan worden versterkt door essentiële gebiedskenmerken te koppelen aan nieuwe ontwikkelingen. Tot slot zijn de provinciale ambities voor het aspect Sociale kwaliteit het koesteren van het Overijsselse ‘noaberschap’ en het stimuleren van de culturele identiteit. Toetsing erven Slinge en Haboer Afgestemd op Landgoed Singraven als totaal plangebied voor het door Stichting Edwina van Heek ingezette versterkingsplan, is de realisatie van de twee nieuwe erven in lijn met de provinciale kwaliteitsambities op grond van de volgende punten: ˗ De ontwikkelplannen voor de twee nieuwe erven zijn gericht op het koesteren en verder uitbouwen van de dragende structuren van het (agrarisch) landschap en het bewaken van de landschappelijke samenhang tussen onder andere (voormalige) boerenerven met het omliggende (agrarisch) landschap. ˗ Het aansluiten bij het eigen karakter van de omgeving, waaronder naburige erven op het landgoed, vormde eveneens een belangrijk vertrekpunt in de planvorming.

Het gaat hierbij om het herontdekken van de dragende gebiedskwaliteiten en -structuren en het daarop aansluiten met eigentijdse vormen van grondgebruik en inrichting. Wonen en werken op erven en/of landgoederen worden hierbij door de provincie gezien als een passende invulling van dit punt. ˗ Inzet van de provincie is om ‘alles uit de kast’ te halen om daarmee de potentiële ruimtelijke identiteiten en kwaliteiten van Overijssel te verzilveren. Het inzetten op de kwaliteit van gebiedsinrichting is daarbij niet alleen vanuit economisch oogpunt van belang, ook de vitaliteit en leefbaarheid van de betreffende gebieden is hiermee gebaat. Middels het realiseren van de nieuwe erven Slinge en Haboer wordt de mogelijkheid geboden om de landgoedversterkende maatregelen uit te voeren om daarmee ‘alles uit de kast te halen’ om de indentiteit en kwaliteit van Landgoed Singraven te verbeteren. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de bijdrage van een initiatief aan haar ambities nader te kunnen toetsen hanteert de provincie het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Hierin staan achtereenvolgens de stappen ‘of’, ‘waar’ en ‘hoe’ centraal. Aan de hand van deze drie stappen bepaalt de provincie of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden.

Om een en ander te kunnen toetsen is het uitvoeringsmodel opgebouwd uit de volgende drie niveaus:

19

1) 2) 3)

Generieke beleidskeuzes: ‘of’. Ontwikkelingsperspectieven: ‘waar’. Gebiedskenmerken: ‘hoe’.

Figuur 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel.

Generieke beleidskeuzes (de ‘of’ vraag) De vraag óf een initiatief mogelijk is, wordt met name bepaald door de generieke beleidskeuzes. Het betreft hier algemene beleidskeuzes, die door Europa (Natura2000), het Rijk (Ladder voor duurzame verstedelijking) en de provincie (NNN) zijn genomen en waarmee gemeenten bij het opstellen van beleid rekening dienen te houden. In Overijssel is een aantal generieke keuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties. Het gaat hierbij met name om: ˗ Integraliteit: transparante en evenwichtige afweging tussen alle relevante ecologische, economische en sociaal-culturele belangen draagt bij aan een duurzame ontwikkeling. ˗ Toekomstbestendigheid: initiatieven voorzien in de behoefte van de huidige generatie en houden tevens de opties open om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. ˗ (Boven)regionale afstemming: vraag en aanbod per regio dienen in balans te zijn of te worden gebracht. ˗ Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: onnodig nieuw ruimtebeslag dient te worden voorkomen. Toetsing erven Slinge en Haboer De generieke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie Overijssel zijn doorvertaald naar de provinciale Omgevingsverordening.

Ten aanzien van de nieuwe erven Slinge en Haboer zijn met name de volgende artikelen van toepassing: Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: ˗ dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; ˗ dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Als vertrekpunt geldt dat de erven Slinge en Haboer, de planlocaties voor dit bestemmingsplan, zich bevinden binnen Landgoed Singraven en dat de ontwikkelplannen voor deze twee nieuwe erven gericht zijn op een duurzame instandhouding van dit landgoed. Realisatie van de beoogde woningen buiten de grenzen van Landgoed Singraven is daarmee op voorhand geen reële optie. Hierop aansluitend kan ten aanzien van het aspect Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik worden gesteld dat de ontwikkelplannen voor de erven Slinge en Haboer tegemoetkomen aan de

20

Omgevingsverordening doordat (her)benutting van andere erven binnen Landgoed Singraven en/of bebouwing op andere locaties in de Groene Omgeving niet realiseerbaar is, aangezien de mogelijkheden voor combinatie c.q. toevoeging van functies op andere (bestaande) erven reeds optimaal zijn benut. In dit kader kan tevens worden vermeld dat in de studie, verricht in het kader van ‘Rood voor Groen’ (2013), een aantal ‘verdwenen erven’ binnen Landgoed Singraven zijn aangewezen als te ontwikkelen locatie. Indien realisatie van nieuwe erven plaatsvindt op locaties van verdwenen erven, zoals bij Erve Haboer het geval is, kan dit worden gezien als zorgvuldig ruimtegebruik met een cultuurhistorische meerwaarde. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit wordt in de Omgevingsverordening gedefinieerd als ‘het - bedoeld en onbedoeld - resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is’. Ruimtelijke kwaliteit is daarbij de optelsom van toekomstwaarden, gebruikswaarden en belevingswaarden. Ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de waarden die objecten en gebieden hebben, maar ook de potentie die gebieden en objecten hebben om waarden tot ontwikkeling te brengen. Het zijn waarden die te maken hebben met eigenheid, identiteit, herkenbaarheid, bruikbaarheid en continuïteit.

Hierop aansluitend zijn in de Omgevingsverordening onder artikel 2.1.5 de volgende punten opgenomen: ˗ In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. ˗ In het kader van voornoemde toelichting wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. ˗ In het kader van voornoemde toelichting wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie voor het gebied is neergelegd. ˗ In het kader van voornoemde toelichting wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de 4-lagenbenadering die deel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Voor bovengenoemde aspecten kan worden gesteld dat deze reeds in 2010, middels het opstellen van de toekomst- c.q. ontwikkelvisie en het hierop afgestemde Landgoedversterkingsplan, een solide basis hebben gekregen in de ontwikkelplannen voor de nieuwe erven.

Ten aanzien van de geambieerde toekomstwaarde dient daarbij te worden opgemerkt dat binnen dit aspect niet alleen invulling wordt gegeven aan bouwtechnische duurzaamheid, maar tevens een bijdrage wordt geleverd aan een toekomstbestendig beheer van Landgoed Singraven. De ruimtelijke kwaliteitsaspecten zijn na 2010 verder verankert in de studie, verricht in het kader van ‘Rood voor Groen’ (2013) en uiteindelijk in het Beeldkwaliteitsplan (juli 2016, geactualiseerd oktober 2018). De verdere toetsing aan artikel 2.1.5, met name aan de overige punten betreffende het Uitvoeringsmodel en de Catalogus Gebiedskenmerken, vindt verderop in deze paragraaf plaats. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) is een ontwikkelingsgerichte aanpak, die voortkomt uit de ambitie om ontwikkelingen in het buitengebied samen te laten gaan met een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. De provincie biedt daarmee ruimte aan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, waaronder de bouw van nieuwe woningen, onder de voorwaarde dat er tevens wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de Groene Omgeving. Binnen de KGO vormt het principe van Rood voor Groen een belangrijk toetsingskader voor de realisatie van de 2 nieuwe erven.

Het principe van Rood voor Groen betekent dat met behulp van (in dit geval) woningbouw financiële middelen kunnen worden gegenereerd voor de aanleg van bijvoorbeeld recreatie- en/of natuurgebieden, in dit geval de aanleg van het Ommetje Beuningen. Artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening vormt een generieke KGO-regeling, die ruimte biedt voor een sociaaleconomische ontwikkeling als deze vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

21

verantwoord is, past in het ontwikkelingsperspectief ter plekke en volgens de Catalogus gebiedskenmerken wordt uitgevoerd. Om onnodig ruimtebeslag op de Groene Omgeving tegen te gaan is deze regeling gekoppeld aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Vertrekpunt binnen de KGO-regeling is dat de provincie Overijssel medewerking wil kunnen verlenen aan Rood voor Groen initiatieven op bestaande landgoederen. In het Handelingskader Rood voor Groen op bestaande landgoederen’ (november 2008) is aangegeven in welke situaties en onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend aan Rood voor Groen op bestaande landgoederen. Voor gebruikmaking van het Rood voor Groen principe moet een landgoed minimaal 50 jaar oud en minimaal 50 hectare groot zijn. Landgoed Singraven voldoet aan dit uitgangspunt. Op basis van het provinciale KGO-beleid, daarmee impliciet ook de regeling Rood voor Groen, vormt het Handelingskader Rood voor Groen op bestaande landgoederen de basis van het toetsingskader. Vanuit dit kader zijn met name de volgende punten van toepassing: ˗ Het vertrekpunt voor Rood voor Groen zijn de kernkwaliteiten zoals deze in een integrale ontwikkelingsvisie voor het landgoed zijn vastgelegd, mits passend binnen de provinciale en gemeentelijke beleidsdoelen. Tijdens de planvorming voor de 2 nieuwe erven is het Landgoedversterkingsplan Singraven opgesteld.

Daarin staat, op basis van de historie en het destijds geldende beleid, de visie op een duurzame instandhouding van het landgoed benoemd. Op basis van dat rapport is in het kader van Rood voor Groen een studie uitgevoerd naar mogelijke nieuwe bouwlocaties op Landgoed Singraven, waarbij vooral is ingegaan op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en inpassingsmogelijkheden. Aan de hand van deze studie zijn vervolgens de locaties geselecteerd, waaronder de erven Slinge en Haboer, waarvan is besloten om er nieuwe woningen te ontwikkelen. Ter verdere concretisering van het Landgoedversterkingsplan Singraven zijn deze locaties opgenomen in de projectenlijst Singraven gaat voor Groen. In deze projectenlijst is een beschrijving, onderbouwing en uitwerking opgenomen van de groene projecten, welke gerealiseerd gaan worden vanuit de ‘rode’ ontwikkelingen op Landgoed Singraven. Vanuit de projectenlijst is tot slot het beeldkwaliteitsplan opgesteld. Voornoemde studies en uitwerkingen hebben plaatsgevonden met inachtname van de provinciale en gemeentelijke beleidsdoelen. ˗ Bij Rood voor Groen op bestaande landgoederen moet altijd sprake zijn van ontwikkeling van extra kwaliteiten. Zowel de kosten voor het realiseren en beheer van nieuwe groene functies als kosten voor behoud en herstel van bestaande groene functies komen in aanmerking.

Uit de projectenlijst Singraven gaat voor Groen blijkt dat er sprake is van zowel de realisatie van nieuwe groene functies als het behoud en herstel van bestaande groene functies. ˗ Bij Rood voor Groen op bestaande landgoederen moeten alle opbrengsten uit het nieuwe rood volledig ten goede komen aan instandhouding en verdere ontwikkeling van de maatschappelijke functie van het landgoed. Uit de projectenlijst Singraven gaat voor Groen blijkt dat er sprake is van een gesloten beurs. De opbrengsten uit de rode functies worden geïnvesteerd in de benoemde projecten. Voor de toetsing aan het aspect zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, een en ander afgestemd op het Uitvoeringsmodel en de Catalogus Gebiedskenmerken wordt verwezen naar de betreffende passages verderop in deze paragraaf. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen In artikel 2.2.2 is opgenomen dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in de mogelijkheid tot realisatie van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond middels actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Het toevoegen van in totaal 10 woningen binnen de erven Slinge en Haboer, waaronder 6 voor starters, brengt met zich dat de beoogde ontwikkeling van de erven Slinge en Haboer voor een substantieel deel voorziet in betaalbare woningen voor een belangrijke doelgroep binnen de regionale woonvisie. Getoetst aan de actuele woonvisie van de gemeente Losser (zie ook paragraag 4.4 van deze Toelichting) kan worden gesteld dat, gezien de aanwezige vraag naar

22

woningen, de ontwikkelplannen voor erven Slinge en Haboer zowel kwalitatief als kwantitatief tegemoet komen aan de gemeentelijke ambities en doelstellingen op dit vlak, mede bevestigd door het feit dat de beoogde woningen concreet in de deze visie zijn benoemd. Titel 2.6: Nationale Landschappen Het Nationale Landschap Noordoost-Twente, waarbinnen de erven Slinge en Haboer zijn gelegen, is een gebied met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Dit gebied is indertijd door het Rijk aangewezen om ervoor te zorgen dat de bijzondere kwaliteiten niet alleen behouden en duurzaam beheerd, maar waar mogelijk ook versterkt worden. Daarbij zou ook de recreatieve toegankelijkheid moeten worden vergroot. De kernkwaliteiten zijn voor beide Nationale Landschappen verder uitgewerkt in ontwikkelingsperspectieven, waarin de ambities zijn neergelegd om uitvoering te geven aan het principe Behoud door ontwikkeling. Binnen Titel 2.6 van de Omgevingsverordening zijn onder artikel 2.6.3 als kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente benoemd: ˗ het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; ˗ de grote mate van kleinschaligheid; ˗ het groene karakter.

Aansluitend is in artikel 2.6.4 (Nieuwe ontwikkelingen) opgenomen dat bestemmingsplannen alleen voorzien in nieuwe ontwikkelingen binnen een Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de betreffende kernkwaliteiten. De ontwikkelplannen voor de twee nieuwe erven zijn tot stand gekomen na gedegen analyses op het vlak van landschap en cultuurhistorie. Op basis van de verkregen resultaten zijn de nieuwe erven nader uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan, waarbij de landschappelijke inpassing een belangrijk aspect vormde. Daarmee zijn de ruimtelijke kwaliteiten van het Nationale Landschap Noord-Oost Twente op passende wijze meegenomen bij de ontwikkelplannen voor de nieuwe erven. Het toetsen van de ontwikkelplannen op de specifieke landschappelijke kwaliteiten komt aan de orde bij de Gebiedskenmerken (de hoe vraag), verderop in deze paragraaf. Titel 2.7: Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gericht op een duurzame toekomst zet de provincie in op ontwikkeling, beheer en bescherming van de biodiversiteit in Overijssel. In dit kader zijn natuur en landschap niet alleen van betekenis voor het behoud en bescherming van biodiversiteit, zij zijn ook van belang voor de regionale economie en voor de kwaliteit van de leefomgeving en voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken.

Om deze redenen heeft de provincie gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Meer concreet geldt voor het NNN de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kernmerken en waarden van het betreffende gebied. In de verordening is daartoe het ‘nee, tenzij’-regime vastgelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is daarbij aan strikte voorwaarden gebonden.

23

Figuur 4.2: Ligging NNN (bron: provincie Overijssel). Ommetje Beuningen

Erve Haboer

Erve Slinge

Bestaande natuur NNN: land Bestaande natuur NNN: water

De planlocaties erven Slinge en Haboer bevinden zich buiten de begrenzing van het NNN. Daarmee is er geen directe beïnvloeding van de ontwikkelplannen op dit NNN. Indirecte beïnvloeding door bijvoorbeeld lichtuitstraling, met name vanuit erve Haboer, wordt zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt door de lichtbronnen te baseren op terughoudendheid (bijvoorbeeld zo veel mogelijk naar beneden gericht licht) en bij plaatsing een algemeen streven naar eenheid en eenvoud te hanteren. Een en ander mede afgestemd op het zoveel mogelijk borgen van de belevingswaarde ‘Donkerte’ in deze omgeving (zie ook toetsing Gebiedskenmerken verderop in deze paragraaf). Toetsing Ommetje Beuningen Als direct gevolg van de realisatie van de erven Slinge en Haboer zal het Ommetje Beuningen worden aangelegd. Zoals eerder in deze Toelichting geconstateerd vormt het tracé van dit wandelpad geen strijdigheid met het onderliggende bestemmingplan. Getoetst aan de generieke beleidskeuzes uit het provinciale Omgevingsbeleid kan worden gesteld dat de aanleg en instandhouding van het Ommetje Beuningen hiermee niet in tegenspraak is en naar verwachting zelfs een meerwaarde vormt als het gaat om de beleving van de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en natuurwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=d94ffb9c-29c3-4e51-b177-c39d627fbe41