CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte25.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Het project is gericht op het verplaatsen van een woning op een nabijgelegen grond in het buitengebied van gemeente Losser. In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

28

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe cirkel) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

29

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risisokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • • •

5.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

30

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld •

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Voor dit bestemmingsplan betekent dit dat wanneer meer specifieke informatie bekend is, dat deze specifieke informatie voorgaat. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. In dit geval kan worden uitgegaan van een rustige woonwijk, aangezien het plangebied in het buitengebied ligt. Hierna is te zien welke richtafstanden gelden voor een dergelijk omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van een nieuw functie gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

31

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied liggen enkele milieubelastende functies. Het gaat om twee agrarische bedrijven en een horecabedrijf. Allereerst wordt gesteld dat door de verschuiving van de woonbestemming de afstand tot deze functies in geen geval afneemt. In de onderstaande tabel zijn de betreffende functies weergegeven. Tevens is aangegeven onder welke categorie de functies in de bestemming valt, welke richtafstand voor een rustige woonwijk geadviseerd wordt en wat de afstand van deze bestemmingen tot de woningen in het plangebied is. Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan.

Indien het aspect geur buiten beschouwing wordt gelaten dan geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. Functie

Categorie

Richtafstand rustige woonwijk

Hotel/restaurant (Rhododendronlaan 7) Grondgebonden agrarisch bedrijf (Lutterkerkpad 11) Grondgebonden agrarisch bedrijf (Farwickweg 2)

1

10 meter

Daadwerkelijke afstand (bouwvlakbestemmingsvlak) Circa 170 meter

3.2

30 meter

Circa 90 meter

3.2

30 meter

Circa 240 meter

De dichtstbijzijnde milieubelastende functies liggen buiten de richtafstanden. Dit betekent dat de beoogde woning in het plangebied geen hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Daarom wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd resulteert de voorgenomen ontwikkeling niet in een beperking voor de bedrijvigheid van omliggende bedrijven. 5.5.4

Conclusie

Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & activiteitenbesluit

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

32

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2

Situatie plangebied

De meest nabijgelegen agrarische bedrijven betreffen de grondgebonden veehouderijen aan de Farwickweg 2 en het Lutterkerkpad 11. Op basis van de Wgv geldt voor deze bedrijven een vaste afstandsmaat van 50 meter tussen de gevels van de geurgevoelige objecten en het meest nabijgelegen emissiepunt. De kortste afstand bedraagt circa 90 meter ten aanzien van het Lutterkerkpad 11 en 270 meter ten aanzien van de Farwickweg 2. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstandseisen die gelden op basis van de Wgv. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de nabijgelegen agrarische bedrijfspercelen worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering als gevolg van voorgenomen ontwikkeling. 5.6.3

Conclusie

De Wet geurhinder en veehouderij vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rondom projecten die gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 320 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Landgoederen Oldenzaal. Van directe negatieve effecten (bijv. geluid/verlichting) op Natura 2000-gebieden is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. In dit geval is door MBH Consult een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De gehele rapportage is als bijlage 3 opgenomen. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

33

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 0,3 kilometer afstand tot de woning, zoals te zien is op afbeelding 5.2. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Het NNN kent immers geen externe werking.

Afbeelding 5.2

5.7.2

Ligging van het plangebied ten opzichte van NNN (Bron: Provincie Overijssel)

Soortenbescherming

Quickscan ecologie In voorliggende geval wordt bebouwing gesloopt en nieuw gebouwd. Negam Cultuurtechniek en grondwerk heeft een QuickScan Natuurwaarden uitgevoerd. Deze is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. Voor de geplande werkzaamheden is een ecologische quickscan uitgevoerd. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de locatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

34

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de eventuele vervolgstappen zijn. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 1 Samenvatting resultaten quickscan ecologie (Bron: Negam cultuurtechniek en grondwerk, opgemerkt wordt dat de afstanden zijn gemeten vanaf de woning tot de beoogde gebieden))

Broedvogels – algemeen Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uit te voeren. Broedvogels – jaarrond beschermde nesten Het dak van de te slopen woning is een potentieel geschikte broedlocatie voor huismussen. Er dient een aanvullend huismusonderzoek uitgevoerd te worden om aanwezigheid van Huismus te bepalen. Vleermuizen Het kan niet uitgesloten worden dat de te slopen woning functioneert als zomerverblijfplaats of kraamverblijfplaats van vleermuizen. Negatieve effecten van de sloop op vleermuizen zijn niet uit te sluiten. Een nader vleermuizenonderzoek is nodig om hier uitsluitsel over te geven. Overige soorten Hoewel overtreding van verboden voor overige (beschermde) soorten niet aan de orde is, geldt altijd de algemene zorgplicht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

35

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld Nader onderzoek ecologie Naar aanleiding van de quickscan ecologie is een nader onderzoek naar ecologie uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste conclusies ingegaan. Voor het plan dat voor ogen is kan worden uitgevoerd moeten ontheffingen voor de Wet natuurbescherming aangevraagd worden bij de voor het verwijderen van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen en huismussen. Om dit in goede banen te leiden en om een ontheffingsaanvraag succesvol te laten verlopen dienen er maatregelen genomen te worden die staan in detail beschreven in het hoofdstuk maatregelen. Concreet komen deze maatregelen er op neer dat er twee vleermuiskasten opgehangen moeten worden. Inmiddels zijn deze vleermuiskasten vooruitlopend op de ontheffing al opgehangen op de planlocatie. In totaal moeten er vier huismuskasten opgehangen worden in het plangebied. Voor algemene broedvogels dient er buiten het broedseizoen gewerkt te worden of moet er een broedvogelcontrole plaatsvinden. Tot slot moeten de konijnen buiten de kwetsbare periode worden gefretteerd en wordt de nestkast van de steenuil verwijderd omdat deze nog niet bezet is. Deze wordt weer teruggeplaatst na afloop van de werkzaamheden.

Gezien de aard van de werkzaamheden, de te nemen maatregelen en de bewezen effectiviteit van deze maatregelen is het zeer aannemelijk dat deze ontheffingen voor de Wet natuurbescherming verkregen kunnen worden. 5.7.3

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op het NNN en de Natura 2000-gebieden verwacht. Het aspect soortenbescherming vormt eveneens geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan, mits noodzakelijke ontheffingen worden verkregen en (mitigerende) maatregelen worden getroffen.

5.8

Archeologie & cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Losser heeft de archeologische verwachting verwerkt in de dubbelbestemmingen in het geldende bestemmingsplan. Een deel van het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt voor bodemingrepen een ondergrens voor archeologisch onderzoek van 2.000 m2. Deze ondergrens wordt in voorliggend geval niet overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

36

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart Overijssel, in het plangebied zelf geen rijksdanwel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is tevens geen sprake van overige bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op 320 meter afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen sprake is van significante negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000gebieden. Daarom is er geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

37

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, is of met de ontwikkeling een her te bouwen woning, sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (o.a. ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het herbouwen van een woning en verplaatsen van een woonbestemming. Op de schaal van De Lutte is hiermee qua aard en omvang sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Daarbij neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling niet toe. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een bestaande functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving.

Gelet op het vorenstaande, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

38

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

HOOFDSTUK 6

WATERPARAGRAAF

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kunstwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Beleid waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2022-2027) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: • • • •

Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en Het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

39

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie. Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van toepassing is. De standaard waterparagraaf van het waterschap is bijgevoegd in bijlage 6 van deze toelichting. In navolgende subparagraaf wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied. 6.2.3 Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied Algemeen Het plangebied is niet gelegen in een intrek- of grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn geen situaties van grondwateroverlast bekend. Hemelwater Het waterschap wil bij dergelijke herontwikkelingen zoveel mogelijk rekening houdend met de klimaatontwikkeling. Dit betekend dat het hemelwater zoveel mogelijk moet worden geborgen of worden geïnfiltreerd (voorkeur). Als richtlijn geldt 55 mm voor het verharde oppervlak. In dit geval is er op het eigen terrein voldoende mogelijkheid om het water te laten infiltreren. Afvalwater Het afvalwater zal worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. De ontwikkeling zorgt per saldo niet om een toename van afvalwater, aangezien het gaat om herbouw van een woning. Het afvalwater zal worden verwerkt via het bestaande rioleringsstelsel. Dit stelsel heeft hiervoor voldoende capaciteit.

Oppervlakte en voorkomen van wateroverlast In het plangebied is geen sprake van relevante vormen van oppervlaktewater. Geadviseerd wordt om het vloerpeil minimaal 20 cm boven het straatpeil aan te leggen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

40

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

41

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld • • •

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn.

In paragraaf 7.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn.

•

Algemene aanduidingsregels (Artikel 9) In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. In voorliggend geval is een aanduiding overige zone – essen opgenomen. De aanduidingen ten aanzien van de reconstructiewetzone zijn niet overgenomen, aangezien dit alleen relevant is voor agrarische bedrijven.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de aanvullende werking welstandscriteria en natuurtoets opgenomen. Daarnaast bevatten deze regel bepalingen omtrent parkeren, laden en lossen.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

42

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Agrarisch – 2 (Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de voormalige woonbestemming en ter plaatse van de gronden achter de nieuwe woonbestemming. Het gaat om de gronden die in gebruik worden genomen als bloemrijk grasland. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor agrarische cultuurgrond. Gebouwen zijn niet toegestaan. Afwijken van de bouwregels is mogelijk voor ondergeschikte gevallen. In de specifieke gebruiksregels is een vorm van maatwerk opgenomen. Hier is namelijk het gebruik voor boom- en sierteelt uitgesloten. Aangezien het plan voorziet in een kleine fruitboomgaard, zijn maatregelen die verband houden met het landschapsplan hiervan uitgezonderd. Er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden. Ook hiervan zijn maatregelen in verband met het landschapsplan uitgezonderd. Tot slot kan van de gebruiksregels op ondergeschikte punten worden afgeweken. Natuur – Natuur en bos (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de beoogde bossingel, onderdeel van het landschapsplan en de herplantplicht.

Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor natuur, bossen en bosbouw, het behoud van natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden en cultuurgrond. Gebouwen zijn niet toegestaan. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Tot slot is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden. Ook hier geldt dat maatregelen die verband houden met het landschapsplan uitgezonderd zijn van vergunningsplicht. Wonen (Artikel 5) De gronden ter plaatse van de nieuw te bouwen woning met nieuw en bestaand bijgebouw zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit. De bestemming is nagenoeg conform de standaard van Losser overgenomen. De standaardregels houden in dat een hoofdgebouw is toegestaan met en inhoud van 750 m3, een goothoogte van minimaal 0,5 en maximaal 4,5 m, een bouwhoogte van 10 meter en een dakhelling tussen de 25 en 60 graden. Bijbehorende bouwwerken staan, met uitzondering van het specifiek bepaalde bijbehorende bouwwerk, minimaal 1 m achter de voorgevel. De goothoogte is 4,5 m en de bouwhoogte 1 m lager dan het hoofdgebouw. De maximum oppervlakte aan vergunningsplichtige bijgebouwen is 100 m2. Van de bouw- en gebruiksregels kan afgeweken worden op ondergeschikte punten.

In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Hier is ook het landschapsplan met een voorwaardelijke verplichting vastgelegd. Hiervan kan afgeweken worden, middels een omgevingsvergunning en onder voorwaarden. Tevens is hier een verplichting voor de sloop van de bestaande woning in opgenomen. Tot slot is specifiek een voorwaardelijke verplichting opgenomen die voorziet in het uitvoeren van de compenserende en mitigerende maatregelen, ter bescherming van de soorten. Waarde – Archeologie 2 (Artikel 6) In dit geval is de geldende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2 conform het geldende bestemmingsplan overgenomen. De voor 'Waarde – Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

43

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

44

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

HOOFDSTUK 9

VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is er geen sprake van provinciale belangen. Overleg met de provincie wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat de ‘korte procedure’ van toepassing is. Hierdoor hoeft het plan niet te worden voorgelegd aan het waterschap in het kader van vooroverleg.

9.2

Inspraak

Op basis van de gemeentelijke inspraakverordening kan de gemeente bepalen of al dan niet een voorontwerpplan ter inzage wordt gelegd. In voorliggend geval is geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf zal worden ingevuld na afloop van de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

45

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

46

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

Bijlage 1

Landschapsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

47

KRUISSELTLAAN 8, DE LUTTE schetsontwerp erfinrichting Indicatieve schaal: 1:750 (A3)

Gebouwen Nieuw te bouwen 1. Woning Bestaande 2. Schuur (stippellijn is oppervlakte schuur wat verschilt met de oppervlakte dak) Lutter Esch

13

Verhardingen Bestaande 3. Klinkers rondom bestaande schuur Nieuw aan te leggen 4. Oprit. Halfverharding of klinkers 5. Erf verharding en parkeren. Halfverharding/klinkers evt met gras betontegels.

bloemrijkgrasland

12

Te

8

Nieuwe erfinrichting Bij het te ontwikkelen terrein van Kruisseltlaan 8 wordt de huidige woning vervangen voor een nieuwe woning. Deze inrichtingsschets brengt de nieuwe inrichtiung van het erf in beeld. Het erf dateert rond 1905 en is gelegen op de stuwwal van de Lutte, aan de rand van de 'Lutter Esch', en waar een aantal (zand)wegen samenkomen. De landschappelijke elementen van het omliggende kleinschalige landschap - waaronder kleine bospercelen, houtwallen en bomenrijen - zijn goed intact gebleven waardoor het kenmerkende open karakter van de es nog sterk beleefbaar is. Het erf maakt onderdeel uit van de rand van de es en dient de kenmerkende eigenschappen van dit landschap te versterken. Langs de zandweg loopt van oudsher een houtwal die 'de rug' van het te ontwikkelen terrein vormt. De houtwal is deels intact en deels recent gekapt waardoor nieuw aanplant gepleegd wordt. Waar het terrein aan de es grenst blijft het terrein meer open van karakter; daar komt geen dichte begroeiing. Hier vindt een fruitboomgaard plaats, een solitaire boom en een lage haag om de sier- en moestuin te markeren. De fruitbomen staan ver genoeg van de houtwal om ongehinderd te kunnen groeien. Tevens van belang is het zicht op de voorgevel van de nieuwe woning vanaf de Kruisseltlaan.

Deze zichtlijn dient onbelemmerd te zijn waardoor de nieuw te planten bomen langs de oprit komen te staan of aan de grens met de es. Parkeren dient op een onopvallend plek te komen, langs de houtwal.

n aa

on

tw

ik k

el

en

te

rre

Bomen, struiklaag en hagen Bestaande (locaties indicatief) 6. Essen - twee bomen die overgebleven zijn na de kap 7. Struweel van hazelaar en vlier. Met één wilg als overstaander 8. Struweelhaag van hazelaar. Met één eik als overstaander

in

de

Nieuw te planten 9. Rij van 5 winterlindes 10. Inheemse struweel met enkele overstaanders 11. Soliatire walnoot 12. Hoogstam fruitboomgaard 13. Solitaire tamme kastanje 14. Haag van veldesdoorn

moestuin

st B e r it in

3

14

2 siertuin

10 1 Za

11 nd

we

7 g bloemrijkgrasland

5

Zi

6 4

ch

to

p

9

10

de

vo

or

ge

ve

15 is s K ru

e ltla

l

14

an

Opdrachtgever: Architect Harry Kamphuis Getekend: J.Cundall Datum: 09-03-2023 Aangepast: 23-11-2022 en 29-11-2022

Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

48

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2022-381

Locatie:

Kruisseltlaan 8 te De Lutte

Opdrachtgever:

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Datum:

16 december 2022

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

Verkennend Bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 De Lutte

Opdrachtgever:

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Adviesbureau:

Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 16 december 2022 2022-381

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2022-381

16-12-2022

Pagina 2 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek

6

2.4 Directe omgeving locatie

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

8

Onderzoeksresultaten

9

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

9

4.2 Analyseresultaten

9

4.3 Toetsing van de hypothese

9

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

9

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2022-381

10

Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's onderzoekslocatie

16-12-2022

Pagina 3 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

1 Inleiding In opdracht van BJZ.nu heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Kruisseltlaan 8 te De Lutte. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2022-381

16-12-2022

Pagina 4 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:

Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegeven van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Losser

Historische informatie van de Gemeente

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

BJZ.nu

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel

Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie Kadastrale gemeente

Kruisseltlaan 8, De Lutte Losser

Sectie

G

Percelen

3964

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

<1500 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit grasland met één schuurtje

Bebouwing

Ter plaatse van de onderzoekslocatie staat één schuurtje

Verharding

De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard

2.2 Algemene informatie locatie De locatie bevindt zich aan de Kruisseltlaan 8 in De Lutte. De locatie betreft een woning met twee bijgebouwen en tuin. Initiatiefnemer is voornemens de woonbestemming te vergroten, de bestaande woning en bijgebouw te slopen en een nieuwe woning te realiseren. Onderhavige onderzoekslocatie bestaat uit het te vergroten woonbestemming en het bestaande schuurtje (zie bijlage III). De bestaande woning valt buiten onderhavige onderzoekslocatie. Op historische kaarten is vanaf 1906 bebouwing op de locatie te zien. De huidige woning is volgens het BAG-register gebouwd in 1974, alsmede het nabij gelegen bijgebouw. Het is bij het BAG-register niet bekend wanneer het achter gelegen schuurtje is gebouwd. Het achter gelegen schuurtje is pas vanaf 1995 op historische kaarten te zien. Uit historische kaarten zijn tussen 1906 tot en met 1954 kenmerken van een boomgaard te zien. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen.

2022-381

16-12-2022

Pagina 5 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.4 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van De Lutte. De omgeving bestaat voornamelijk uit woonhuizen en infrastructuur. De directe omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als “Monnikhof” en “Het Beernink”. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 65 meter boven NAP.

2022-381

16-12-2022

Pagina 6 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook de brandweeroefenplaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1906 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. De huidige woning met bijgebouw vallen buiten onderhavige onderzoekslocatie.

Het achtergelegen schuurtje is pas vanaf 1995 op historische kaarten te zien. Het is niet aannemelijk dat er asbest in de bodem van onderhavige onderzoekslocatie terecht is gekomen. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem.

2022-381

16-12-2022

Pagina 7 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kruisseltlaan 8 te De Lutte

3

Onderzoeksprogramma

3.1

Hypothesestelling

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 dient de boven- en ondergrond te worden onderzocht conform onderzoeksstrategie ONV-NL. Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. Omdat de locatie (vermoedelijk) in het verleden in gebruik is geweest als boomgaard zal de bovengrond en het grondwater tevens onderzocht worden op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:

Tabel 3 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Onverdacht (ONV)

-

-

3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 december 2022 (plaatsing peilbuis en monstername grond) en 12 december 2022 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.

Tabel 4 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie

Ondiepe boringen1

Gehele locatie

6

Diepe boringen2

Peilbuizen

1

1

Analyses grond

Analyses water

2x st. grond AS3000

1x st. grondwater AS3000

1

Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.

3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.

Tabel 5 Analyse onderzochte monsters Analyse monster BM1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=4050cd68-a640-4234-bdaf-e541629e110a